CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Buitengebied, Havezatheweg 6-8 Rossum.pdf

Gemeenteraad 7 maart 2023, gemeente DinkellandBij agendapunt: 10: Voorstel inzake gewijzigd vaststellen bestemmingsplan “Buitengebied, Havezatheweg 6-8 Rossum”29.001 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

12

Gemeentelijk beleid

Cascobeleid gemeente Dinkelland De gemeente Dinkelland hanteert, vooral ter bescherming van het bestaande landschap, het casco beleid. Door het casco beleid is het mogelijk om via een kaart te achterhalen of een ontwikkeling wel of niet in strijd is met elementen welke tot de casco behoren. Elementen als onderdeel uitmakend van de casco zijn in principe niet te verwijderen. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen consequenties voor de diverse elementen op de casco kaart, liggend binnen het plangebied. Er worden geen groenelementen verwijderd en de ontwikkeling wordt ingepast op basis van de versterking van bestaande landschappelijke elementen in en rondom het plangebied en het toevoegen van diverse landschapselementen.

Buitengebied met kwaliteit - Rood voor rood regeling Het buitengebied kenmerkt zich door een mix van functies en nieuwe functies die vragen om ruimte. Al deze functies leggen samen veel druk op ons buitengebied. Daarom wordt ook voor de toepassing van deze beleidsregel het uitgangspunt gehanteerd: de goede functies op de goede plek.We streven naar een aantrekkelijk en vitaal buitengebied waar een goede balans is tussen landgebruik, ruimtelijke kwaliteit, leefbaarheid en economische activiteiten. Om dit te kunnen bereiken beschikt de gemeente over diverse beleidsregelingen zoals Rood voor Rood beleid. Met het initiatief van de opdrachtgever wordt het mogelijk het plangebied en de directe omgeving te voorzien van een kwaliteits impuls waarbij het geformuleerde beleid voor een extra woning en in onderhavig geval extra bijgebouwen bij de woningen op het erf kan worden doorgevoerd. Met een oranje stippellijn in figuur 12 is aangegeven welke schuren zullen worden ingezet ten behoeve van deelname aan de Rood voor Rood regeling van de gemeente Dinkelland. De totale sloopoppervlakte bedraagt 2130 m2 wat betekent dat er ruim wordt voldaan aan de gestelde eis van 1200 m2 voor één compensatiewoning. De overige sloopmeters worden ingezet voor het vergroten van de compensatiewoning en de te verplaatsen woning.

Daarnaast zullen sloopmeters worden ingezet ten behoeve van extra m2 aan bijgebouwen bij de woningen, tevens ten behoeve van het akkerbouwbedrijf dat nog ruim 40 hectare in de omgeving zal bewerken. De nieuwe bebeouwing wordt opgenomen in een nieuw erfensemble. Met de aanplant van gebiedseigen groen op het erf en het versterken van bestaande groenelementen zal de landschappelijke inpassing geborgd zijn.

Figuur 10 Cascobeleidskaart (bron: Atlasvoverijssel.nl)

Verdeling sloopmeters op het erf:

13

Sloopopgave

Havezatheweg 6-8 Legenda Gebouwen en erf N

a=

Bestaande woning met bestaand bijgebouw

b=

Agrarisch bouwvlak

c=

Te slopen gebouwen (oranje omlijnd)

d=

Te verwijderen kuilvoerplaten, bestratingen en silo's

Bestaande landschapselementen e=

Erfbos bestaande uit eik (Quercus robur) zonder ondergroei en voor de

f=

Bomenrij langs inrit, weg en watergang bestaande uit hoofdzakelijk zwarte els

bestaande woning tevens voortuin (Alnus glutinosa) en eiken (Quercus robur).

PROJECT: NAAM: ADRES: POSTCODE:

Rood voor rood Familie Hobbelink Havezatheweg 6-8 Rossum

NUMMER: VERSIE: DATUM: STATUS:

21AF005 Versie 1.0 15-06-2022 Ontwerp

GETEKEND: BIJLAGE: FORMAAT: SCHAAL:

A.Veenendaal A3 1:1000

Figuur 12 Sloopopgave Havezatheweg 6-8 Rossum (bron: Ad Fontem)

14

Landschappelijk inrichtingsplan

Havezatheweg 6-8

Legenda Landschapsmaatregelen N

g=

Aanplant hoogstam fruitboomgaard, appel (malus), peer (pyrus) of pruim (prunus) in een willekeurige verdeling, maatvoering 8-10 en een plantafstand van 8-10 meter.

h= i=

Moestuin Aanplant erfbos bestaande uit eik (Quercus robur) met een ondergroei van inheem bosplantsoen. De eiken worden op een afstand van ca. 10 m van elkaar geplant, maatvoering 10-12 in driehoekverband waar mogelijk en langs erftoegangswegen in een rij, totaal 14 stuks aanplant. Het bosplantsoen met de soorten meidoorn (Crataegus monogyna), lijsterbes (Sorbus aucuparia), hulst (Ilex aquifolium), Gelderse roos (Viburnum opulus) en sleedoorn (Prunus spinosa) wordt in driehoeksverband, maatvoering 80-100 en een plantverband van 1x1 meter aangeplant. Een oppervlakte van ca. 1500 m2 zal worden aangeplant.

j=

Aanplant boomgroep met de soort winterlinde (Tilia cordata), maatvoering 10-12 en een plantafstand van 10-12 meter, 9 stuks.

k=

Aanplant solitaire boom met de soort walnoot (Juglans regia) of kastanje (Aesculus hippocastanum), maatvoering 14-16.

l=

Aanplant bomenrij met de soort fladderiep (Ulmus laevis) of els (Alnus glutinosa), maatvoering 10-12 en een plantafstand van 10-12 meter, 8 stuks.

m=

Aanplant erfbomen met de soort beuk (Fagus sylvatica) of winterlinde (Tilia cordata), maatvoering 10-12, 2 stuks.

n=

Aanleg kikkerpoel met ruigte. Het talud (hellingshoek) van de poel is bij voorkeur 1 : 3 of minder steil. De doornsnede wateroppervlak is circa 20-30 meter. De poel heeft een diepte van 1 á 1,5 m en wordt afgedicht met leem of klei indien dat noodzakelijk is (afhankelijk van het grondwaterpeil ter plaatse).

o=

Erfverharding van de drie woningen wordt op elkaar afgestemd zodat de beleving van de één erfgedachte versterkt wordt.

p=

21AF005 NUMMER: Rood voor rood PROJECT: Versie 1.0 VERSIE: Familie H NAAM: 15-09-2022 DATUM: Havezatheweg 6-8 ADRES: Rossum STATUS: Figuur 13 Landschappelijk inpassingsplan (bron: Ad Fontem)Ontwerp PLAATS:

GETEKEND: BIJLAGE: FORMAAT: SCHAAL:

Aanleg wandelpad ca. 320 meter onverhard.

AV A3 1:1000

15

Ruimtelijk kwaliteitsplan

Met het initiatief van de opdrachtgever wordt het mogelijk het plangebied en de directe omgeving te voorzien van een kwaliteitsimpuls. Kansen en kwaliteiten gebaseerd op de gebiedskenmerken zullen worden benut en versterkt waarbij het geformuleerde Rood voor Rood beleid kan worden doorgevoerd. De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit de transformatie van een voormalig agrarisch erf naar een woonerf. De bestaande woning, het te verplaatsen tweede woonrecht, de compensatiewoning en diverse bijgebouwen bij de woningen, tevens ten behoeve van het akkerbouwbedrijf, vormen samen een nieuw erfensemble. Door de sloop van de stallen zal het erf een behoorlijke verandering ondergaan. Er moet voorkomen worden dat er drie aparte erven ontstaan door het verplaatsen en toegvoegen van twee woningen. Bij de positionering van de woningen, maar ook van bijgebouwen dient er rekening mee gehouden te worden dat er een compact erf ontstaat conform de één erf gedachte. Er is daarom gekozen om de te verplaatsen woning ter plaatse van de oostelijke schuur te ontwikkelen en de compensatiewoning ter plaatse van de grote schuur op het zuidelijke deel van het erf. Het oorspronkelijke ‘werk’ gedeelte van het erf zal behouden blijven en gaan dienen als centrale erfruimte van waaruit de omliggende ondergeschikte bouwwerken bereikt kunnen worden.

Zo ontstaat er een erf met een centrale erfruimte in een driehoeksverhouding tussen de drie woningen. Dit dient ook in het straatmateriaal/verharding en beplanting zichtbaar te zijn. In combinatie met het toevoegen van erfbeplanting zal het erf zich als een eenheid presenteren zonder dat deze positionering ten koste gaat van de privacy. De erven in het essenlandschap kennen deze verspreide ligging van gebouwen en geen harde overgang naar de omgeving. De te bouwen schuren en woning dragen bij aan de landelijke uitstraling van het erf. Het toevoegen van erfbeplanting rondom het erf draagt positief bij aan de kwaliteit van het landschap.

Maatregelen Er worden diverse maatregelen uitgevoerd om het plan landschappelijk in te passen in het kader van de transformatie van het erf en deelname aan de regeling Rood voor rood. De concrete maatregelen en benodigde werkzaamheden worden hieronder uiteengezet. Boomgaard en moestuin De boomgaard versterkt het karakter van het (voormalige) boerenerf. Ten oosten van de oprit naar de bestaande woning zal de boomgaard gesitueerd worden. De aanplant mag bestaan uit de soorten appel (malus), peer (pyrus) of pruim (prunus) in een willekeurige verdeling in de maatvoering 8-10 en een plantafstand van 8-10 meter. g= Aanplant hoogstam fruitboomgaard, appel (malus), peer (pyrus) of pruim (prunus). Aangrenzend aan de boomgaard bevindt zich de moestuin. Momenteel is er ook een moestuin aanwezig welke vrij ver van de woning af ligt. Gewenst is deze wat dichterbij de woningen te hebben. h= Moestuin

Erfbos en boomgroepen De aanwezigheid van beplanting op het erf was voornamelijk gericht op functionaliteit. Een boomgroep of erfbosje is dan ook een kenmerkend beplantingselement op een erf. De boomgroep draagt bij aan de beslotenheid en afkadering van het erf. Daarnaast geeft het evenwicht aan de verhouding bebouwing en groen op het erf. Het bestaande erfbos, ook wel eikengaard genoemd, gesitueerd in de oksel van de Havezatheweg zal versterkt worden waar mogelijk. Het bestaande erfbos is reeds een robuust en volumieus landschapselement op het erf. Het bos zorgt voor de inpassing van de bestaande bebouwing in het landschap. Deze bomen dienen behouden te worden en bij verval vervangen te worden door nieuwe aanplant van een klimaatbestendige en inheemse soort. De kuilvoerplaten verdwijnen warrdor ruimte beschikbaar komt om het erfbos aan te vullen met nieuwe beplanting. De eiken worden op een afstand van ca. 10 m van elkaar geplant met de maatvoering 10-12 in driehoekverband en langs erftoegangswegen in een rij, totaal 14 stuks aanplant. Het bosplantsoen met de soorten meidoorn (Crataegus monogyna), lijsterbes (Sorbus aucuparia), hulst (Ilex aquifolium), Gelderse roos (Viburnum opulus) en sleedoorn (Prunus spinosa) wordt in driehoeksverband,

Figuur 14 Bestaand erfbos welke in de richting van de bestaande kuilvoerplaten uitgebreid zal worden (bron: Ad Fontem)

16

maatvoering 80-100 en een plantverband van 1x1 meter aangeplant. Er zal een oppervlakte van ca. 1500 m2 worden aangeplant. i= Aanplant erfbos bestaande uit eik (Quercus robur) met een ondergroei van inheem bosplantsoen. Ten zuidwesten van de schuurwoning zal een boomgroep van twee bomen aangeplant worden welke enige privacy bieden aan de woning en tevens de centrale erfruimte aanzet met een robuust element. De twee erfbomen bestaan uit de soort beuk of winterlinde met de maatvoering 10-12. m= Aanplant erfbomen met de soort beuk (Fagus sylvatica) of winterlinde (Tilia cordata) De boomgroep buiten het erf zal het weggetje richting de beek gaan begeleiden. De boomgroep bestaat uit de soort winterlinde in de maatvoering 10-12 met een plantafstand van 10-12 meter. j= Aanplant boomgroep met de soort winterlinde (Tilia cordata). Landschappelijke kikkerpoel met ruigte In het aangrenzende weiland ligt een natuurlijke laagte waar de gronden vaak nat zijn. Deze laagte zal omgevormd worden tot een poel. De wateroppervlakte heeft een doornsnede van ongeveer 20-30 meter. De ontwikkeling van de regenwaterafhankelijke poel zorgt voor extra leefgebied voor watergebondensoorten zoals kikkers en padden. Een poel biedt een voortplantings-plek voor dieren, voornamelijk amfibieën, vissen, libellen en andere insecten.

Daarnaast is het een voedsel-, drink- en badplek voor (jonge) weidevogels en zoogdieren, zoals vleermuizen en daarnaast kan er een soortenrijke watervegetatie ontstaan. Een beleemde bodem in de poel is noodzakelijk voor het vasthouden van het water. Het talud is flauw, bij voorkeur 1 : 3 of minder steil, begroeid met een kruidenlaag. De poel heeft een diepte van 1 á 1,5 m en wordt afgedicht met leem of klei indien dat noodzakelijk is (afhankelijk van het grondwaterpeil ter plaatse)

Centrale erfruimte en erfboom De ruimte tussen de diverse woningen en bijgebouwen bestaat uit een functioneel geformeerde ruimte met erfbeplanting die de gebouwen met elkaar verbindt. Een eenduidige bestrating is passend op het erf zodat de één erf-gedachte versterkt wordt. Rondom dit centrale punt zal een solitaire boom (walnoot of kastanje) aangeplant worden om het karakter van een boerenerf te versterken. k = Aanplant solitaire boom met de soort walnoot (Juglans regia) of kastanje (Aesculus hippocastanum), maatvoering 14-16. o = Erfverharding van de drie woningen wordt op elkaar afgestemd zodat debeleving van de één erfgedachte versterkt wordt.

Figuur 15 Referentiebeeld erfboom Kastanje (bron: Ad Fontem)

Figuur 16 Referentiebeeld poel met flauwe oever en ruigte (bron: Stichting Vitaal Platteland)

n= Aanleg kikkerpoel met ruigte.

17

Bomenrij Ten oosten van het erf loopt een watergang in oostelijke richting naar de lager gelegen gronden. Deze lijn in het landschap zal worden geaccentueerd met een bomenrij met een boomsoort voor de wat nattere gronden. Er zal een bomenrij aangeplant worden met de soort fladderiep (Ulmus laevis) of els (Alnus glutinosa) in de maatvoering 10-12 en een plantafstand van 10-12 meter. In totaal worden er 8 stuks aangeplant. Er zal geen ondergroei aangeplant worden zodat de zichtlijnen op het naastgelegen open ontginninglandschap blijven bestaan. l= Aanplant bomenrij met de soort fladderiep (Ulmus laevis) of els (Alnus glutinosa), maatvoering 10-12 en een plantafstand van 10-12 meter, 8 stuks. Wandelpad De aanleg van een wandelpad zorgt voor de versterking van het recreatief netwerk door het buitengebied van Rossem en omstreken. Vanaf de Havezatheweg zal het wandelpad langs de watergang een verbinding leggen met de Goorweg.

Figuur 17 Sfeerbeeld onverhard wandelpad (bron: opreismetco.nl)

p= Aanleg wandelpad ca. 320 meter onverhard.

18

Stationsstraat 37 - 7622 LW Borne - Tel: 074-2557027 - a.veenendaal@ad-fontem.nl - www.ad-fontem.nl

Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek

70

bestemmingsplan Buitengebied, Havezatheweg 6-8 Rossum

RAPPORT VERKENNEND (ASBEST)BODEMONDERZOEK conform NEN5740 en NEN5707 Havezatheweg 6+8 - Rossum

Opdrachtgever Ad Fontem Locatie: Havezatheweg 6+8 7596 MT Rossum Januari 2022

Kruse Milieu BV Adres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren

Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl

Tel: 0546 - 63 96 63 KvK: 06068751 BTW-nr: NL 8019.25.125.B01

Bankgegevens: ABN AMRO: NL34ABNA0501538739

Rapport Verkennend (Asbest)bodemonderzoek conform NEN5740 en NEN5707 Havezatheweg 6+8 - Rossum

Opdrachtgever Ad Fontem Stationsstraat 37 7622 LW Borne Locatie: Havezatheweg 6+8 7596 mt Rossum Projectcode: 21036916 Rapportagedatum: 24 januari 2022 Auteur: Mevr. ing. H. Stevelink

Kruse Milieu BV

INHOUD Pagina 1

Inleiding

1

2

Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Vooronderzoek Bodemsamenstelling en geohydrologie

2 2 2 3

3

Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses

4 4 5 5 6 7

4

Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten en toetsing van de chemische analyses Bespreking resultaten chemische analyses Resultaten asbestanalyses

9 9 9 12 13 14

5

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

15

6

Literatuur en bronvermelding

17

Bijlagen I Regionale ligging locatie Boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, januari 2022 II Boorstaten en legenda boorstaten III Resultaten chemische analyses en toetsing chemische analyses IV Resultaten asbestanalyses V Informatie gemeente Dinkelland VI Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen

Kruse Milieu BV

Project: 21036916

1

Inleiding

Dit rapport beschrijft het verkennend (asbest)bodemonderzoek, dat in opdracht van Ad Fontem op een terreindeel aan de Havezatheweg 6+8 in Rossum door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De aanleiding van dit onderzoek is de bestemmingsplanwijziging en de geplande nieuwbouw van twee woningen met bijgebouwen. Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van de omgevingsvergunning. Hiervoor dient de milieukundige kwaliteit van de bodem bekend te zijn. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat er twee bovengrondse dieseltanks aanwezig zijn (geweest). Deze worden beschouwd als verdachte deellocatie. Verder wordt de bovengrond van de onderzoekslocatie beschouwd als verdacht voor zware metalen, minerale olie, PAK en asbest. De ondergrond en het grondwater worden beschouwd als onverdacht voor chemische componenten. De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5725, Bodem.

Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, oktober 2017; - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. De doelstelling van het onderzoek op een verdachte (deel)locatie is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskernen ook daadwerkelijk op de vermoede plaatsen aanwezig zijn en in hoeverre de verontreinigende stoffen in de grond en het freatisch grondwater respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden overschrijden. De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater.

De doelstelling van het onderzoek op een asbestverdachte locatie is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskern ook daadwerkelijk op de vermoede plaats aanwezig is en in hoeverre de verontreinigde stoffen in de grond de normwaarden overschrijden. Het veldwerk is uitgevoerd in januari 2022 conform BRL SIKB2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever. In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden. Tevens worden de resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.

Kruse Milieu BV

Project: 21036916

Pagina 1 van 17

2

Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie

Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen aan de Havezatheweg 6+8, op circa 1,1 kilometer ten oosten van de bebouwde kom van Rossum. Het centrale punt binnen het te onderzoeken terreindeel heeft de coördinaten x = 261.032 en y = 486.147 en is kadastraal bekend als: gemeente Weerselo, sectie E, nummers 1112 (ged.) en 1113 (ged.). De Havezatheweg bevindt zich ten westen van de onderzoekslocatie. Bebouwing en verharding Op de onderzoekslocatie is een (voormalig) agrarisch rundveebedrijf aanwezig. Het terrein is bebouwd met 4 bedrijfsgebouwen (melkstal, schuur, werktuigenberging, kapschuur) en een dubbele woning. Inpandig zijn deels betonvloeren met deels (mest)kelders en aanwezig. De werktuigenberging is verhard met klinkers. Het onbebouwde terreindeel is verhard met klinkers en asfalt, de kuilvoerplaten zijn verhard met tegels en een deel is in gebruik als tuin en is begroeid met bomen, struiken en gras. Onderzoekslocatie Er zijn plannen om het bestemmingsplan te wijziging en twee nieuwbouwwoningen met bijgebouwen te realiseren. Er zijn twee bovengrondse dieseltanklocaties aanwezig. In de werktuigenberging op het oostelijke deel van de onderzoekslocatie is een bovengrondse dieseltank in een lekbak aanwezig (deellocatie A). Op het zuidwestelijke deel van de onderzoekslocatie is een voormalige dieseltank aanwezig (deellocatie B).

Beide locaties worden als verdachte deellocaties beschouwd. Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de bestemmingsplanwijziging, de aanvraag van de omgevingsvergunning ten behoeve van de geplande nieuwbouw en dient inzicht te geven in de milieukundige kwaliteit van de bodem. De onderzoekslocatie omvat 8600 m². In bijlage I zijn de regionale ligging van de locatie weergegeven en is het boorplan van Kruse Milieu BV van januari 2022 opgenomen. Vooronderzoek In het vooronderzoek komt, naast informatie uit het huidige gebruik, het vroegere gebruik van het terrein aan de orde evenals de vraag of er in het verleden reeds bodemonderzoeken zijn verricht op het terrein. Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. Er is navraag gedaan bij de opdrachtgever, de gemeente Dinkelland. Daarbij is de volgende informatie is verzameld: - De onderzoekslocatie heeft al jaren de huidige (agrarische) bestemming. De panden dateren oorspronkelijk van 1965, 1983, 2003, 2006 en 2015 (bron: BAG-viewer). Voordien was het terrein in gebruik voor agrarische doeleinden. - Voor het rundveebedrijf aan de Havezatheweg 6 is op 9 maart 1982 en op 13 februari 1990 een Hinderwetvergunning met opslag van 1200 liter dieselolie verleend.

Voor de nieuwbouw van de machineberging (kapschuur) is op 13 februari 2003 een melding AMvB melkrundveehouderijen gedaan. De verbouwing van de melkstal is op 15 maart 2006 gemeld (melding 8.19 Wet Milieubeheer). - Naar aanleiding van een milieucontrole door de gemeente in september 2007 is vastgesteld dat de aanwezige bovengrondse dieseltank uiterlijk 1 juni 2011 buiten gebruik moet worden gesteld. Kruse Milieu BV

Project: 21036916

Pagina 2 van 17

- Beide dieseltanks hebben een volume van 1200 liter. Op het terrein van Havezatheweg 3 is een bovengrondse dieseltank aanwezig (geweest). - De onderzoekslocatie is met uitzondering van de dieseltanklocaties, voor zover bekend nooit gebruikt voor werkzaamheden of (bedrijfs)activiteiten, die verontreinigend kunnen zijn. - Voor zover bekend hebben er geen calamiteiten op het te onderzoeken terrein plaatsgevonden, waarbij de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. - Voor zover bekend is de onderzoekslocatie in het verleden niet opgehoogd en hebben er geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden. - Het asbesthoudend dak van de melkstal is in 2006 vervangen. Op de werktuigenberging zijn asbestverdachte golfplaten aanwezig. Er is geen sprake van asbestverdachte druppelzones (dakgoten en/of verharding aanwezig). - Voor zover bekend bevindt zich verder geen asbest op of in de bodem op de onderzoekslocatie. Er bevinden zich, met uitzondering van de asbestverdachte golfplaten op de kapschuur en toegepast asbestverdacht materiaal in de mestkelder, geen asbesthoudende dakplaten, beschoeiingen of sloopafval direct naast of op de onderzoekslocatie. Tevens is de locatie niet gelegen aan een asbestweg.

- Vanwege de historie en het gebruik van de onderzoekslocatie als erf wordt de bovengrond beschouwd als verdacht voor de aanwezigheid van zware metalen, minerale olie, PAK en asbest. De ondergrond en het freatisch grondwater worden als onverdacht beschouwd. - Er heeft niet eerder een bodemonderzoek op de huidige onderzoekslocatie plaatsgevonden. Direct ten noordwesten van de huidige onderzoekslocatie heeft eerder een bodemonderzoek plaatsgevonden. Deze wordt hieronder nader toegelicht. Nibag, verkennend bodemonderzoek Havezatheweg 3 in Rossum, rapportnummer 8022.0055 Het rapport is niet beschikbaar gesteld door de gemeente (zie informatie gemeente Dinkelland in bijlage I). De aanleiding van het onderzoek was de geplande overdracht van het terrein op circa 10 meter ten noordwesten van de huidige onderzoekslocatie. Er zijn zintuiglijk geen bodemvreemde materialen waargenomen. Uit de analyseresultaten van de huidige onderzoekslocatie bleek het volgende: In de bovengrond is een licht verhoogd PAK-gehalte aangetoond. In de ondergrond en het grondwater zijn geen verontreinigingen aangetoond. Bodemsamenstelling en geohydrologie Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: - Het maaiveld bevindt zich ongeveer 26 meter boven NAP.

- De deklaag bestaat uit kwartair zand, een door de wind afgezet dekzandpakket, dat behoort tot de Formatie van Twente. Deze laag is ter plaatse circa 1 meter dik. Het doorlatend vermogen is naar schatting 1 – 5 m²/dag. - Tot circa 40 meter diepte is een gestuwde afzetting (complexe eenheid) aanwezig. - En daaronder is een ondoorlatende kleilaag van de Formatie van Dongen aanwezig. - De grondwaterspiegel bevindt zich circa 1.0 meter onder het maaiveld. Het freatische grondwater stroomt in noordwestelijke richting met een verhang van ongeveer 3 m/km - Ten oosten van de onderzoekslocatie stroomt de Roelinksbeek en en de Linderbeek en op circa 3.0 kilometer ten noordoosten stroomt de Dinkel. - Op circa 2.5 kilometer ten zuiden van de onderzoekslocatie bevindt zich het grondwaterbeschermingsgebied Weerselo. - De invloed van het de watergangen en het grondwaterbeschermingsgebied op het freatische grondwater is bij ons bureau onbekend.

Kruse Milieu BV

Project: 21036916

Pagina 3 van 17

3

Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie

De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. Erf (circa 8600 m²) Op basis van de beschikbare informatie omtrent het historisch en huidig gebruik van de locatie, wordt de bovengrond als gevolg van de voormalige bedrijfs-activiteiten op het erf als verdacht voor zware metalen, minerale olie, PAK en asbest beschouwd. De hypothese "verdachte locatie" uit NEN5740 (VED-HE) en NEN5707 (VED-HE) wordt voor de bovengrond van de locatie gebruikt. De hypothese "onverdachte locatie" uit NEN5740 (ONV-NL) wordt voor de ondergrond en het grondwater op de locatie gebruikt. De laatste hypothese gaat ervan uit dat op een locatie geen of slechts licht verhoogde gehalten worden gemeten.

Deellocaties A en B: Bovengrondse (voormalige) dieseltanks (circa 2 x 15 m²) De locaties van de (voormalige) bovengrondse dieseltanks worden beschouwd als verdacht ten aanzien van de aanwezigheid van minerale olie in de bovengrond en van minerale olie en vluchtige aromaten (BTEX) en naftaleen in het grondwater. Beide dieseltanklocaties worden separaat onderzocht. De hypothese “verdachte locatie” uit NEN5740 wordt voor deze deellocaties gebruikt. De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de NEN5740, paragraaf 5.3: Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP). In de normen NEN5740 en NEN5707 zijn voor onverdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. Tevens dient te worden vermeld dat er geen inpandige boringen zijn verricht, aangezien de panden nog in gebruik zijn en vanwege de aanwezige (mest)kelders. Inpandig zijn geen potentieel bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten uitgevoerd en er is geen aanleiding om te veronderstellen dat de inpandige bodemkwaliteit afwijkt van de uitpandige bodemkwaliteit.

Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem. Eventuele funderingslagen (bijvoorbeeld asfalt- en puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN5897+C2 van toepassing: “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017. Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen. Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden. Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem;

Kruse Milieu BV

Project: 21036916

Pagina 4 van 17

- in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen. Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40). Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden; - in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan. Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden. Veldwerkzaamheden Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPR-voorschriften, alsmede conform BRL SIKB2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd.

Erf Op een terreindeel met een oppervlakte van circa 8600 m² worden in totaal 22 inspectiegaten gegraven met een lengte en een breedte van minimaal 0.3 meter. Er wordt doorgeboord tot op de ondergrond (ongeroerde bodem) met een maximum diepte van 2.0 meter minus maaiveld. Het opgegraven materiaal wordt uitgezeefd over 20 mm en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. De gaten worden handmatig met een schop gegraven. De inspectiegaten worden over het te onderzoeken terreindeel verdeeld. De gaten worden gecodeerd als 1 tot en met 23. Zes inspectiegaten worden met behulp van een Edelmanboor doorgezet in de ondergrond tot maximaal 2.0 m-mv. Voor het meten van het grondwaterpeil en het nemen van grondwatermonsters op de locatie worden twee diepe boringen overeenkomstig NEN5766 afgewerkt tot peilbuizen. Deellocaties A en B: Bovengrondse (voormalige) dieseltanks (circa 2 x 15 m²) Ter plaatse van elke tanklocatie worden 3 boringen verricht tot 1.0 meter minus maaiveld. Voor het meten van het grondwaterpeil en het nemen van grondwatermonsters wordt per tanklocatie één diepe boring overeenkomstig NEN5766 afgewerkt tot peilbuis. De boringen worden gecodeerd als A1, A2, A3, B1, B2 en B3. Van elk monsterpunt wordt de samenstelling van de bodem beschreven volgens NEN5104.

Het opgeboorde materiaal wordt tevens beoordeeld door zintuiglijke waarneming op verontreinigingskenmerken zoals afwijkende geur en/of kleur. Analyses De chemische analyses worden uitgevoerd door Eurofins Analytico BV te Barneveld, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. Het asbestmonster wordt onderzocht door Eurofins Omegam in Amsterdam, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 3. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN5740 en NEN5707 onderzocht. In tabel 2 is weergegeven welke chemische analyses worden uitgevoerd. Kruse Milieu BV

Project: 21036916

Pagina 5 van 17

Tabel 1: Analysepakket per (meng)monster. Monster

Analysepakket Erf

Bovengrond (4x) Ondergrond (2x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organisch stof, lutum en droge stof

Bovengrond (4x)

Asbest en droge stof

Grondwater (2x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting Deellocaties A en B - (voormalige) Bovengrondse dieseltanks

Bovengrond (2x)

Minerale olie, organische stof en droge stof

Grondwater (2x)

Minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, pH, EC en troebelheid.

Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats. Toetsing chemische analyses De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu.

Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging;

Kruse Milieu BV

Project: 21036916

Pagina 6 van 17

tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de Interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde.

De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. De resultaten van eventuele PFAS-analyses worden getoetst aan de achtergrondwaarden in de landbodem genoemd in het “Tijdelijk Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” (geactualiseerde versie december 2021) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, alsmede aan de sinds 15 januari 2020 door het RIVM afgeleide INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX in grond en grondwater. Toetsing asbestanalyses De resultaten van de asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest.

Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij boringen <0.35 meter diameter: indien in het opgeboorde materiaal uit minimaal één boring binnen een (deel)locatie asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek verplicht. Indien in de boringen binnen een (deel)locatie geen asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek niet verplicht.

Kruse Milieu BV

Project: 21036916

Pagina 7 van 17

Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Bij een nader asbestonderzoek wordt getoetst aan de interventiewaarde. Alleen indien in het verkennend bodemonderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerde grond in de gaten en het aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als het nader asbestonderzoek, dan is een directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.

Kruse Milieu BV

Project: 21036916

Pagina 8 van 17

4

Resultaten Algemeen

In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses worden weergegeven in paragraaf 4.3 en in paragraaf 4.4 worden de resultaten besproken. De resultaten van de asbestanalyses worden weergegeven in paragraaf 4.5. Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn in januari 2022 uitgevoerd door de heer J. Hartman. De veldwerker is conform BRL SIKB2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/08). Erf Op 10 en 11 januari 2022 zijn in totaal, na maaiveldinspectie, 23 inspectiegaten gegraven (handmatig met een schop). Hiervan zijn 6 boringen met behulp van een Edelmanboor verdiept en twee boringen zijn met behulp van een zuigerboor verdiept en afgewerkt met peilbuizen. Opgemerkt dient te worden dat het maaiveld, vanwege de aanwezigheid van klinkers, tegels, asfalt, beton, gras, bomen en struiken, niet (goed) geïnspecteerd kon worden. Er is sprake van een indicatieve maaiveldinspectie. Eventuele kleine asbestverdachte fragmenten kunnen hierdoor niet zijn opgemerkt. De weersomstandig-heden tijdens de inspectie waren goed (goed zicht, geen neerslag). Door de veldwerker zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld.

Deellocaties A en B: Bovengrondse (voormalige) dieseltanks (circa 2 x 15 m²) Op 10 januari 2022 zijn in totaal 6 boringen tot 1.0 m-mv verricht, waarvan bij elke tanklocatie 1 boring is afgewerkt met een peilbuis (PB A1 en PB B1). Er is ter plekke van (voormalige) tanklocaties zintuiglijk geen minerale olie waargenomen in de grond of in het grondwater (geen oliegeur, geen olie/water-reactie). De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat uit uiterst fijn tot matig grof, zwak siltig zand met daaronder matig fijn, zwak siltig grond. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen aangetroffen. Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen waargenomen. Deze zijn weergegeven in tabel 2. Door de veldwerker zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen in de bodem. Tabel 2: Weergave bodemvreemde materialen. Boring

Diepte (m-mv) Waarneming Erf

2

0.2 – 0.7

Sporen puin

4

0.3 – 1.0

Sporen puin

8

0.5 – 0.8

Sporen puin

12

0.25 – 0.75

Zwak puinhoudend

Kruse Milieu BV

Project: 21036916

Pagina 9 van 17

Vervolg tabel 2: Weergave bodemvreemde materialen. Boring

Diepte (m-mv) Waarneming Erf

13

0 – 0.7

Sporen puin

14

0.3 – 0.6

Sporen puin

15

0 – 0.25

Sporen puin

17

0.4 – 0.7

Sporen puin

21

0 – 0.4

Sporen puin

22

0 – 0.45

Sporen glas, sporen plastic, sporen puin (dakpanscherven)

23

0.15 – 0.5

Sporen puin Deellocatie A: Bovengrondse dieseltank

A2

0.45 – 0.8

Sporen puin

Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de (meng)monsters samengesteld, zoals in tabel 3 staat omschreven. Tabel 3: Samenstelling (meng)monsters. (Meng)monster

Boringnummer

Traject (diepte in m-mv)

Analyse

Erf BG I (sporen puin)

2 4 8 17

0.2 – 0.7 0.3 – 0.8 0.5 – 0.8 0.4 – 0.7

BG II (sporen puin)

13 14 21 22

0 – 0.5 0.3 – 0.6 0 – 0.4 0 – 0.45

NEN5740standaardpakket

BG III (visueel schoon)

6 9 18 19

0.3 – 0.7 0.25 – 0.5 0.25 – 0.5 0.3 – 0.5

NEN5740standaardpakket

5, 11, 16 en 20

0.08 – 0.5

OG I

1 1 4 4 6

0.75 – 1.05 1.45 – 1.8 1.0 – 1.3 1.3 – 1.5 1.15 – 1.5

NEN5740standaardpakket

OG II

2 2 3 5 5

1.0 – 1.2 1.2 – 1.7 0.75 – 1.0 0.5 – 0.8 0.8 – 1.3

NEN5740standaardpakket

BG IV (visueel schoon)

Kruse Milieu BV

Project: 21036916

NEN5740standaardpakket

NEN5740standaardpakket

Pagina 10 van 17

Vervolg tabel 3: Samenstelling (meng)monsters. (Meng)monster

Boringnummer

Traject (diepte in m-mv)

Analyse

Erf MM FF – 01

1, 18, 19 en 20 3

0.08 - 0.5 0.08 - 0.3

Asbest

MM FF – 02

13 14 15 21 22

0 - 0.5 0.3 - 0.6 0 - 0.25 0 - 0.4 0 - 0.45

Asbest

2 4 12 17 23

0.2 - 0.7 0.3 - 0.8 0.25 - 0.75 0.4 - 0.7 0.15 - 0.5

Asbest

6, 7, 8, 9 en 11 16

0.08 - 0.5 0.05 - 0.5

MM FF – 03

MM FF - 04

Asbest

Deellocatie A - Bovengrondse dieseltank A - BG

A1 A2 A3

0.08 – 0.4 0.08 – 0.45 0.08 – 0.5

Minerale olie

Deellocatie B - (voormalige) bovengrondse dieseltank B - BG

B1 en B2 B3

0 – 0.5 0 – 0.4

Minerale olie

De boringen 1, 2, A1 en B1 zijn doorgezet tot respectievelijk 2.50 m-mv, 2.60 m-mv en 2.30 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om een PVCpeilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van het filter, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in het boorgat gestort. Rondom het filter is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgat is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens zijn de peilbuizen doorgepompt. Op 17 januari 2022 zijn de peilbuizen bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 4.

Kruse Milieu BV

Project: 21036916

Pagina 11 van 17

Tabel 4: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis

Filterstelling (m-mv)

Grondwaterstand (m-mv)

pH (-)

EC (μS/cm)

Troebelheid Toestroming (NTU)

PB 1

1.50 – 2.50

0.65

6.52

760

24

Goed

PB 2

1.50 – 2.50

0.85

6.1

1030

53

Goed

PB A1

1.60 – 2.60

1.00

7.01

710

6.44

Goed

PB B1

1.30 – 2.30

0.83

6.1

1030

53

Goed

De waarden voor de pH wordt als normaal beschouwd. De EC-waarden voor de peilbuizen PB 2 en PB B1 wordt als verhoogd beschouwd. De EC-waarden voor de peilbuizen PB 1 en PB A1 worden normaal geacht. De waarde voor de troebelheid in peilbuis PB A1 wordt als normaal schouwd. In de grondwatermonsters van de peilbuizen PB 1, PB 2 en PB B1 zijn hogere waarden voor de troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt waardoor aangenomen wordt dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen. Resultaten en toetsing van de chemische analyses In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit kan betekenen dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III.

Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. In de bovengrond (BG I, BG II, BG III en B - BG) en in het grondwater (PB 1 en 2) zijn lichte verontreinigingen gemeten, deze zijn weergegeven in tabel 5. In de bovengrond (BG IV en ABG) en in de ondergrond (OG I en OG II) en in het grondwater (PB A1 en PB B1) zijn geen verontreinigingen gemeten.

Kruse Milieu BV

Project: 21036916

Pagina 12 van 17

Tabel 5: Verhoogde concentraties (mg/kg d.s. en/of μg/l). Monster

Component

Gemeten concentratie

GSSD

Achtergrond1of streefwaarde

Interventiewaarde

Erf BG I

PAK

2.4

2.374 *

1.5

40

BG II

PCB

0.012

0.0318 *

0.02

1.0

BG III

Kwik

0.12

0.166 *

0.15

36

PB 1

Barium

170

170 *

50

600

PB 2

Barium Zink

300 160

300 * 160 *

50 65

625 800

Deellocatie B: (voormalige) bovengrondse dieseltank Minerale olie

B-BG 1

220

536.6 *

190

5000

AW2000

In de vierde kolom van tabel 6 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW en/of S; * concentratie groter dan Aw en/of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. De tanklocatie op deellocatie A heeft geen aantoonbare negatieve invloed op de bodemkwaliteit gehad. De voormalige tanklocatie op deellocatie B heeft een geringe negatieve invloed gehad op de bodemkwaliteit. Bespreking resultaten chemische analyses Zoals in de vorige paragraaf is beschreven, zijn lichte verontreinigingen aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Erf Bovengrond – BG I en BG III – Kwik en PAK Zoals reeds beschreven in paragraaf 3.1, zijn verontreinigingen in de grond met metalen en PAK niet ongebruikelijk op locaties, waar al tientallen jaren sprake is geweest van bebouwing (en bewoning). Oorzaak voor de zeer licht verhoogde gehalten wordt gezocht in de waargenomen bodemvreemde materialen (puin). Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. Bovengrond - BG II - PCB Het zeer licht verhoogde PCB-gehalte is op basis van de beschikbare gegevens niet verklaarbaar.

Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk.

Kruse Milieu BV

Project: 21036916

Pagina 13 van 17

Grondwater – PB 1 en PB 2 – Barium en zink De licht verhoogde gehalte aan barium en zink in het grondwater zijn waarschijnlijk te wijten aan plaatselijk (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarden. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen waargenomen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, wordt het uitvoeren van nader onderzoek niet noodzakelijk geacht. Deellocatie A: Bovengrondse dieseltank De tanklocatie op deellocatie A heeft geen aantoonbare negatieve invloed op de bodemkwaliteit gehad. Deellocatie B: Bovengrondse (voormalige) dieseltank Bovengrond – B - BG - Minerale olie Minerale olie is een bestanddeel van olieproducten en brandstoffen. De oorzaak voor het licht verhoogde gehalte wordt gezocht in mogelijke morsverliezen tijdens het tanken. Aangezien het gemeten gehalte de tussenwaarde niet overschrijdt, is het uitvoeren van aanvullend onderzoek niet noodzakelijk. De voormalige tanklocatie op deellocatie B heeft een geringe negatieve invloed gehad op de bodemkwaliteit. Resultaten asbestanalyses In bijlage IV zijn de analyserapporten van het asbestonderzoek opgenomen. In de fijne fractie van mengmonster MM FF – 01, MM FF – 02, MM FF – 03 en MM FF -04 is geen asbest aangetoond.

Kruse Milieu BV

Project: 21036916

Pagina 14 van 17

5

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

Algemeen In opdracht van Ad Fontem is in een verkennend (asbest)bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terreindeel ter grootte van 8600 m² aan de Havezatheweg 6+8 te Rossum. De onderzoekslocatie is deels bebouwd en verhard. De aanleiding van dit onderzoek is de bestemmingsplanwijziging en de geplande nieuwbouw van twee woningen met bijgebouwen. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat er twee bovengrondse dieseltanks aanwezig zijn (geweest). Deze worden beschouwd als verdachte deellocatie. Verder wordt de bovengrond van de onder-zoekslocatie beschouwd als verdacht voor zware metalen, minerale olie, PAK en asbest. De ondergrond en het grondwater worden beschouwd als onverdacht voor chemische componenten. Resultaten veldwerk In totaal zijn er 23 inspectiegaten gegraven en zijn er 6 boringen verricht. Er zijn 4 boringen verdiept en afgewerkt met peilbuizen (PB 1, PB 2, PB A1 en PB B1). Gebleken is dat de bodem globaal bestaat uit uiterst fijn tot matig grof, zwak siltig zand met daaronder matig fijn, zwak siltig grond. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen aangetroffen. Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen waargenomen (puin).

Door de veldwerker zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld of in de bodem. Het freatische grondwater in de peilbuizen is gemiddeld aangetroffen op 0.83 m-mv. Resultaten analyses Op basis van de resultaten van de analyses kan het volgende worden geconcludeerd: Erf - de bovengrond (BG I) is zeer licht verontreinigd met PAK; - de bovengrond (BG II) is zeer licht verontreinigd met PCB; - de bovengrond (BG III) is zeer licht verontreinigd met kwik; - de bovengrond (BG IV) is niet verontreinigd; - de ondergrond (OG I en OG II) is niet verontreinigd; - het grondwater (PB 1) is licht verontreinigd met barium; - het grondwater (PB 2) is licht verontreinigd met barium en zink; - de mengmonsters (MM FF – 01, MM FF – 02, MM FF 03 en MM FF – 04 bevatten geen asbest. Deellocatie A: Bovengrondse dieseltanks (circa 15 m²) - de bovengrond (A - BG) is niet verontreinigd met minerale olie; - het grondwater (PB A1) is niet verontreinigd met minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX) of naftaleen. De tanklocatie op deellocatie A heeft geen aantoonbare negatieve invloed op de bodemkwaliteit gehad. Deellocaties B: Bovengrondse (voormalige) dieseltank (circa 15 m²) - de bovengrond (B - BG) is licht verontreinigd met minerale olie; - het grondwater (PB B1) is niet verontreinigd met minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX) of naftaleen.

De voormalige tanklocatie op deellocatie B heeft een geringe negatieve invloed gehad op de bodemkwaliteit.

Kruse Milieu BV

Project: 21036916

Pagina 15 van 17

Hypothese De hypothese "verdachte locatie" dient te worden geaccepteerd, aangezien er overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden zijn aangetoond in de verdachte bodemlagen. De hypothese "onverdachte locatie" met betrekking tot de ondergrond kan worden aangenomen, aangezien er geen overschrijdingen van de achtergrondwaarden zijn aangetoond. De hypothese "onverdachte locatie" met betrekking tot het grondwater dient formeel gezien te worden verworpen, aangezien er overschrijdingen van de streefwaarden zijn aangetoond. De hypothese "asbestverdachte locatie" kan worden verworpen, aangezien er geen asbest is aangetoond. Conclusies en aanbevelingen In de bovengrond (BG I, BG II, BG III en B - BG) en in het grondwater (PB 1 en 2) zijn lichte verontreinigingen gemeten. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4. In de bovengrond (BG IV en A-BG) en in de ondergrond (OG I en OG II) en in het grondwater (PB A1 en PB B1) zijn geen verontreinigingen gemeten. In de fijne fractie van de mengmonsters MM FF – 01, MM FF – 02, MM FF 03 en MM FF – 04 is geen asbest aangetoond. De tanklocatie op deellocatie A geeft geen aantoonbare negatieve invloed op de bodemkwaliteit gehad. De voormalige tanklocatie op deellocatie B heeft een geringe negatieve invloed gehad op de bodemkwaliteit.

Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de bestemmingsplanwijziging en de nieuwbouwplannen, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico’s voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin). Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Hoewel voldaan wordt aan de geldende weten regelgeving, wordt tijdens een verkennend of nader bodemonderzoek een beperkt aantal boringen, inspectiegaten of inspectiesleuven verricht. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.

Kruse Milieu BV

Project: 21036916

Pagina 16 van 17

6

Literatuur en bronvermelding

Informatie van de gemeente Dinkelland NEN5725, “Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek”, NNI Delft, oktober 2017 NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009 NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016 NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017 De kamerbrief “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, 8 juli 2019 De kamerbrief “Aanpassing tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, geactualiseerde versie december 2021 Document “Indicatieve niveaus voor ernstige bodem- en grondwaterverontreinigingen (INEV’s) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX, RIVM, 15 januari 2020 Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Ministerie van I&M Topografische kaarten, Kaartblad 29 C, Topografische Dienst Kadaster Grondwaterkaart van Nederland, TNO Grondwater en Geo-Energie, Delft Archief Kruse Milieu BV www.ahn.nl www.topotijdreis.nl www.dinoloket.nl

Kruse Milieu BV

Project: 21036916

Pagina 17 van 17

Bijlage I Regionale ligging locatie Boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, januari 2022

Havezatheweg 6+8 in Rossum

Kruse Milieu BV Kaartmateriaal: Topografische dienst Kadaster

Topografische kaart Projectnummer: 21036916 Schaal: 1:25000 Bijlage: I Kaartblad: 29 C

Ad Fontem Havezatheweg 6-8 7596 MT Rossum Verkennend bodemonderzoek

weiland

weiland

za the we g

sl e uf sil o

19

Ha ve

20

21

22

1

sl e

uf si

lo

sl e

uf si

lo

18

as f

lo

23

4

17

sl e

16

uf si

3

6

alt

be to n

7

15

B2

voormalige bovengrondse dieseltank

B1

8

12 to n

B3 be

14

A2 asfalt

A1 A3

13 2

5

6

bovengrondse dieseltank

tui n

9

groen alt

10

weg athe

a sf

z Have

8

gras

e mo

= Kadastrale grens = Onderzoekslocatie = Geplande nieuwbouw = Boring tot 0.5 meter diepte = Inspectiegat 30x30x50 cm = Boring tot 1.0 meter diepte = Boring tot 1.5/2.0 meter diepte = Peilbuis

weiland

11

in stu

weiland

25

0

Kruse Milieu BV Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren Veldwerker: JH

weiland

Projectcode Schaal Datum

Tel: 0546 - 639663 www.krusegroep.nl Tekenaar: JL

: 21036916 : 1:500 (A3-formaat) : Januari 2022

Bijlage II Boorstaten

1

1

klinker / cm t ov m aaiveld

0

4 0

klinker / cm t ov m aaiveld

0

0

edelm an 1 50

2

3 100

150

-8

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, bruin, zwak t eelaarde, edelm an, ophoogzand geroerd

50

5

zand, uit erst fijn, st erk silt ig, st erk hum eus, donker bruin, edelm an

-30 3

-75

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal grijs, bruin, zwak t eelaarde, edelm an

100 4 5

-105

150

31x31cm , zand, zeer fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , grijs, sporen puin, m at ig leem , geroerd

-100

zand, zeer fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, zwart , m at ig t eelaarde, edelm an -130

-145

zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal grijs, bruin, sporen plant en, edelm an

200

2

-8

31x32cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, bruin, zwak t eelaarde, ophoogzand geroerd

-40

zand, zeer fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , grijs, sporen zand, edelm an

4 150

1

t ype dat um boorm eest er

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, edelm an

in sp e ct ie g a t 1 0 -0 1 -2 0 2 2 J. H a r t m a n

-150

-180 250

zand, zeer fijn, zwak silt ig, donker grijs, bruin, sporen plant en, edelm an

250 t ype dat um boorm eest er

p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 1 0 -0 1 -2 0 2 2 zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht J. H a r t m a n grijs, edelm an

5

-200

klinker / cm t ov m aaiveld

0 -250 1 50 2

2

1

asfalt / cm t ov m aaiveld

0

0

100

1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, sporen puin, edelm an

-50

zand, m at ig grof, zwak silt ig, donker beige, grijs, zwak leem , geroerd -80

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, bruin, sporen t eelaarde

-20 50

-8

31x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, bruin, zwak oer, ophoogzand

3

edelm an

150 -170

-70 2 100 3

zand, zeer fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin, zwak plant en, edelm an

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/696/documents/19201