Bestemmingsplan buitengebied, Frensdorferweg nabij 22 Lattrop-Breklenkamp.pdf
Tekst van het document
Stikstofdepositie
Voor een locatie aan de Frensdorferweg (nabij) 22 in Lattrop-Breklenkamp is een plan ontwikkeld. Initiatiefnemers zijn voornemens om nabij de Sterrenwacht in Lattrop 28 sterrenkubussen, een zonnetempel, een brug over de Dinkel en bijbehorende voorzieningen te realiseren. Ondanks de relatie met de Sterrenwacht, in het opzicht dat bezoekers kunnen overnachten in de sterrenkubussen om de sterren aan de hemel te bewonderen via een groot venster in het dak, staan de voorgenomen ontwikkelingen qua exploitatie los van de Sterrenwacht. De Sterrenwacht is derhalve niet opgenomen bij het plangebied. De zonnetempel betreft een informatiecentrum en theeschenkerij voor bezoekers. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling bestaat een reële kans dat er stikstof en ammoniak wordt uitgestoten, zoals bij de verbranding van fossiele brandstof, welke kan neerslaan in kwetsbare natuur. Initiatiefnemers hebben Ad Fontem ruimtelijk advies gevraagd om de effecten van deze emissies op kwetsbare Natuur 2000- gebieden te onderzoeken. In dit kader is een AERIUS berekening uitgevoerd. De volledige rapportage is bijgevoegd in Bijlage 10.
Toets Hoewel er NOx en NH3 vrijkomt in de gebruiksfase als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling, is door de uitvoering van de AERIUS berekening aangetoond dat dit niet leidt tot een meetbare depositie van NOx of NH3 in Natura 2000-gebied dat gevoelig is voor stikstof en ammoniak. De ontwikkeling leidt niet tot een verslechtering van de milieukwaliteit van Natura 2000-gebieden. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden. De AERIUS Calculator biedt voldoende inzicht in het effect van de voorgenomen activiteit op Natura 2000-gebieden voor het aspect stikstof en ammoniak. De uitkomsten van de berekeningen met de AERIUS Calculator zijn geldig en toepasbaar voor ruimtelijke plannen. Het plan heeft geen significante gevolgen als het gaat om stikstofdepositie. Er wordt voldaan aan een goede ruimtelijke ordening. 4.8.3
Effectbeoordeling NNN
Een deel van de wenselijke ontwikkeling vindt plaats op gronden die aangewezen zijn als Natuurnetwerk Nederland. Voor het NNN geldt de verplichting tot instandhouding van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied. In de verordening is het ‘Nee, tenzij-regime’ vastgesteld. Dit betekent dat (nieuwe) plannen, projecten of handelingen niet zijn toegestaan indien zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant aantasten. Indien sprake is van aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, verbindt de provincie regels aan zowel grootschalige alsmede aan kleinschalige ontwikkelingen in het NNN. In voorliggend rapport wordt het voornemen getoetst aan het ‘Nee, tenzij-regime’ , zoals dat is vastgelegd door de provincie Overijssel in de Ontwerp Omgevingsverordening Overijsel 2021. Indien sprake is van een grootschalige, danwel kleinschalige ontwikkeling met negatief effecten voor de kernkwaliteiten, zal het voorgesteld plan voor landschappelijke inpassing getoetst worden aan de gestelde eisen voor ontwikkelingen in het NNN. Toets De provincie heeft in de Omgevingsverordening spelregels opgenomen, op welke wijze kleinschalige initiatieven mogelijk zijn in het NNN. In deze alinea worden de drie voorwaarden getoetst. Ad 1. de wezenlijke kenmerken en waarden slechts in beperkte mate aantast Aan deze voorwaarde wordt voldaan.
Er vinden kleinschalige ontwikkelingen plaats in een houtsingel en open water. Deze vinden deels plaats, aansluitend aan een bestaand gebouw (sterrenwacht) en deels in rustig cultuurland (westelijke deel). De wezenlijke kenmerken: ‘grasland met houtsingel langs de rand’. Ad 2. per saldo gepaard gaat met een versterking van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN, of 46
bestemmingsplan Buitengebied, Frensdorferweg nabij 22 Lattrop-Breklenkamp
een vergroting van de oppervlakte van het NNN Het voornemen voorziet niet in versterking van de wezenlijke kenmerken en waarden maar wel in een vergroting van de oppervlakte van het NNN. Het grasland, in de zuidoosthoek van het plangebied wordt toegevoegd aan het NNN. Dit deel, dat op de inrichtingskaart ingetekend is als extensief kruidenrijk grasland, kan een bijdrage leveren aan het versterken van NNN ter plaatse. Daarnaast wordt een bosperceel en houtwal aan de Horstweg (ten noordoosten van de sterrenwacht) toegevoegd aan NNN. Er is sprake daarmee in totaliteit sprake van toename van de oppervlakte van het NNN. Dit is weergeven in figuur 4.4.
Figuur 4.4: bestaand NNN, afname en voorstel voor nieuw NNN in kaart (bron: Ad Fontem ) Het beheer van de betreffende weidegronden dient afgestemd te worden op extensief agrarisch gebruik. Geen bestemmingsplan Buitengebied, Frensdorferweg nabij 22 Lattrop-B reklenkamp
47
bemesting, maar verschralingsbeheer middels maaien en afvoeren. Het bosperceel aan de Horstweg wordt extensief beheerd en indien nodig verjongd door aanplant van nieuwe eiken. Een ander versterking van de ecologische kwaliteit kan plaats vinden door de vijver te verontdiepen en in te richten als voortplantingsplaats voor amfibieën, met flauwe taluds en zonder vis. Ad 3. Plaatsvindt na een zorgvuldige afweging van alternatieve locaties. Deze afweging is reeds toegelicht in de generieke beleidskeuzes. Daarom wordt volledigheidshalve verwezen naar paragraaf 3.2.3. Conclusie Er is sprake van een kleinschalige ruimtelijke ontwikkeling in het NNN waarbij kernkwaliteiten aangetast worden. Dergelijke ontwikkeling binnen het NNN, met gevolgen voor de kernkwaliteiten, zijn onder voorwaarden mogelijk. In voorliggend document is het voornemen getoetst aan de gestelde voorwaarden. Mits nieuw areaal wordt toegevoegd aan het NNN, en dit gebied beheerd wordt als natuur, wordt voldaan aan de voorwaarden. Daarnaast wordt geadviseerd de ecologische betekenis van de vijver te versterken, door deze fors te verontdiepen. Bij vaststelling van het bestemmingsplan, is een uitgewerkt plan bijgevoegd m.b.t. inrichting en beheer van de uitbreiding NNN.
Hiermee wordt voldaan aan voorgenoemde voorwaarden, is het realiseren van voorgenomen activiteit, niet strijdig met beleidsregels voor bescherming van het NNN.
4.9 Archeologie en Cultuurhistorie Nederland heeft in 1992 het verdrag van Malta ondertekend. Het verdrag van Malta heeft als doel het archeologisch erfgoed in de bodem beter te beschermen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient er een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd, voordat er bodemingrepen plaatsvinden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden ter vervanging van de Monumentenwet 1988. Een deel van de monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Tot die tijd blijven deze onderdelen van de Monumentenwet 1988 gelden als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet. Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord zijn verplicht rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden.
Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Archeologie Het bureau RAAP heeft in 2008 een archeologische verwachtings- en advieskaart opgesteld voor de gemeente Dinkelland. Binnen het plangebied vinden er alleen ter plaatse van de bodemingrepen plaats ten behoeve van de bouw van de zonnetempel, aanleg brug en mogelijk ter plaatse van de sterrenkubussen. Daarom is hiervoor specifiek bekeken wat de archeologische verwachting is ter plaatse van het plangebied.
48
bestemmingsplan Buitengebied, Frensdorferweg nabij 22 Lattrop-Breklenkamp
Figuur 4.5: uitsnede archeologische verwachtingenkaart Dinkelland Toets De locatie is geomorfologisch voornamelijk aangewezen als "dekzandwelvingen- en vlakten", zie onderstaande afbeelding. Daarnaast geldt ook deels het kenmerk 'dekzandhoogten en -ruggen' en 'beekdalen en overige laagten'. op de locatie. Het plangebied is op de afbeelding zwart omcirkeld weergegeven. Het te bebouwen oppervlak bedraagt circa 800 m². Archeologisch onderzoek in dergelijke gebieden, die een middelmatige archeologische verwachtingswaarde scoren voor archeologische resten uit alle perioden, is noodzakelijk voor plangebieden groter dan 5.000 m² en bij bodemingrepen dieper dan 40 cm. Door het gedeeltelijke kenmerk 'dekzandhoogten en -ruggen' geldt een onderzoeksplicht vanaf 2.500 m² en dieper dan 40. Voor gebieden kleiner dan 2.500 m², zoals onderhavig plangebied, geldt vrijstelling van archeologisch onderzoek. Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet).
Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. Toets Uit de Cultuurhistorische waardenkaart van Overijssel kan worden afgeleid dat in of direct omliggend aan het plangebied geen cultuurhistorisch waardevolle elmenten worden aangegeven. Derhalve word geconcludeerd dat voorliggend plan geen negatieve gevolgen heeft voor het aspect 'cultuurhistorie'.
4.10
Verkeer en parkeren
4.10.1 Verkeer Het plangebied wordt ontsloten via de Frensdorferweg. Dit betreft de gebiedsontsluitingsweg tussen Tilligte en Lattrop. Ter plaatse van het plangebied geldt een 60 km/u regime. Als gevolg van de plannen zijn met name de plaatsing van de sterrenkubussen en de zonnetempel relevant als het gaat om verkeersaantrekkende werking. De overige functies zijn ondergeschikt aan de reeds aanwezige sterrenwacht en de toekomstige verblijfsrecreatie als het gaat om verkeer. Met het plan worden 28 sterrenkubussen en een zonnetempel geplaatst binnen het plangebied. Afgaande op de bestemmingsplan Buitengebied, Frensdorferweg nabij 22 Lattrop-B reklenkamp
49
meest recente CROW-uitgave 'toekomstbestendig parkeren' (uitgave 381) geldt voor de sterrenkubussen een theoretische gemiddelde verkeersgeneratie van 2,7 verkeersbewegingen per bungalow/huisje. Uitgaande van 28 sterrenkubussen komt dit neer op een verkeersgeneratie van 75,6 verkeersbewegingen per etmaal. Voor de zonnetempel (informatiecentrum en theeschenkerij) geldt, ondanks dat dit ook een ondergeschikte functie van het museum betreft, dat het denkbaar is dat men hier kan komen voor een kopje koffie of thee. Of dat in de praktijk leidt tot extra voertuigbewegingen kan op voorhand niet worden uitgesloten. Daarom is besloten om dit toch mee te nemen in de berekening, de CROW-uitgave biedt echter geen handvat aangezien voor een theeschenkerij of museum geen vergelijkbare kengetallen voor verkeersgeneratie bekend zijn. Er is derhalve een worst-case berekening gemaakt en aangesloten bij de kengetallen van 'commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie). De theoretische maximale verkeersgeneratie van een zonnetempel bedraagt dan 17,7 verkeersbewegingen per 100 m². De zonnetempel mag maximaal 250 m² groot worden. Uitgegaan wordt dat de bouwmogelijkheden maximaal worden benut. Dit komt neer op in totaal afgerond 44,25 verkeersbewegingen. In totaal betreffen dit afgerond 120 verkeersbewegingen per etmaal als gevolg van de ontwikkelingen binnen het plangebied.
Zoals gezegd zal een deel van deze verkeersbewegingen overlap hebben met de bestaande sterrenwacht. De zelfstandigheid van de verblijfsrecreatie neemt met zich mee dat er geen forse toename is aan verkeersbewegingen tussen Erfgoed Bossem en de ontwikkeling van de sterrenkubussen bij de sterrenwacht. Technologie en de facilitaire ruimte zorgen voor een minimale verkeersbeweging tussen genoemde locaties. Zo zullen er hooguit 4 bewegingen per dag zijn voor het aanvullen van facilitaire ruimte en dienstverlening. Bezoekers van de sterrenkubussen die gebruik maken van een voorziening van erfgoed Bossum kunnen dus gebruik maken van het wandelpad of met een voertuig over de openbare weg. Verkeersstromen naar Erfgoed Bossem worden middels wegbewijzering en andere aanduidingen via de entree aan de Dorpsstraat gestuurd. Deze (beperkte) toename van verkeersbewegingen gekoppeld aan het initiatief kan eenvoudig via de huidige gebiedsontsluitingsweg worden afgewikkeld. Het aspect 'verkeer' levert geen belemmeringen op voor dit plan. 4.10.2 Parkeren Het parkeren vindt plaats op eigen terrein, waar voldoende ruimte is om in parkeerplaatsen te voorzien. Voor wat betreft de ontwikkeling geldt dat conform het kenmerk 'bungalowpark (huisjescomplex' een parkeernorm geldt van 2,1 pp per bungalow/huisje. Deze norm is echter met zekerheid te hoog voor onderhavige plannen.
Dit vanwege het feit dat de sterrenkubussen c.q. de betreffende recreatieverblijven tweepersoons verblijven betreffen. Het is dan onreëel om te verwachten dat elke bezoeker met een eigen auto zal komen. Een parkeernorm van 1.2 pp per verblijf is daarom passender geacht (één voertuig per verblijf + eventueel incidenteel bezoek). Als gevolg van de recreatieverblijven zijn in dat geval 33,6 parkeerplaatsen noodzakelijk. De zonnetempel heeft in de basis een ondergeschikte functie ten behoeve van zowel de sterrenwacht als de recreatieverblijven. In de regel zullen bezoekers van de zonnetempel ook de Cosmos bezoeken en gebruik maken van de parkeerplaatsen bij de Cosmos. Het bebouwingsoppervlak is als volgt onder te verdelen: 50 m2 facilitair t.b.v. recreatieverblijven: opslag schoonmaakmateriaal, bedlinnen/badtextiel, techniek e.d.; 100 m2 museum/educatief: tentoonstellingen en informatiecentrum, educatieruimte 100 m2 horeca: theeschenkerij Respectievelijk gelden hiervoor de volgende parkeernormen: facilitair: loods, opslag, bergplaats: 1,05 pp / 100 m2 = 0,525 pp museum/educatief: 1,1 pp / 100 m2 = 1,1 pp theeschenkerij: café/bar/cafetaria (meest vergelijkbaar): 7 pp / 100 m2 = 7 pp Totaal aantal benodigde parkeerplaatsen zonnetempel: 8,625 pp
De berekening leidt tot een totaal benodigd aantal parkeerplaatsen van 42,25 stuks, afgerond 43. Aan de noordzijde van het plangebied is in de huidige situatie reeds een open ruimte in het beboste gebied aanwezig. Hier komt een informeel ingerichte parkeerplaats met een parkeercapaciteit van 43 parkeerplaatsen. Zie figuur 4.6.
50
bestemmingsplan Buitengebied, Frensdorferweg nabij 22 Lattrop-Breklenkamp
Figuur 4.6: inrichtingstekening parkeerplaats noordzijde plangebied (bron: Bijkerk c.s.) Zoals gesteld zullen bezoekers van de zonnetempel reeds op het terrein zijn vanwege een overnachting of een bezoek brengen aan de sterrenwacht. De sterrenwacht heeft een oppervlakte van 470 m2 met gedeeltelijk een tweede verdieping. In een worst case scenario, uitgaande van twee verdiepingen, betreft de oppervlakte van de educatieve ruimte 940 m2 met een bijbehorende parkeernorm van 10.3 pp. Aan de zijde van de huidige sterrenwacht (Frensdorferweg 22) is in de bestaande situatie ruimte voor ca. 30 parkeerplaatsen en in de toekomstige situatie zijn er in totaal 62 parkeervakken gesitueerd. De huidige parkeerplaats wordt hiervoor omgevormd. Aan deze zijde parkeren voornamelijk de bezoekers van de sterrenwacht, die tevens de mogelijkheid hebben om de zonnetempel te bezoeken. Tevens is het mogelijk voor de bezoekers van sterrenkubussen aan de oostzijde van de Dinkel om te hier parkeren. De terreinen voorzien hiermee in voldoende ruimte om de parkeerplaatsen op eigen terrein onder te kunnen brengen. Het aspect parkeren vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
bestemmingsplan Buitengebied, Frensdorferweg nabij 22 Lattrop-B reklenkamp
51
52
bestemmingsplan Buitengebied, Frensdorferweg nabij 22 Lattrop-Breklenkamp
Hoofdstuk 5
Juridische toelichting
5.1 Planopzet en systematiek De in Hoofdstuk 2 beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die bindend is voor overheid, bedrijven en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding (plankaart) vormen het juridisch bindende deel. Op de verbeelding worden de toegekende bestemmingen en aanduidingen visueel weergegeven. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft zelf geen juridische bindende werking, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen.
5.2 Toelichting op de regels 5.2.1
Opbouw
In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, zoals verplicht is sinds 1 juli 2013. Dit houdt onder meer in dat het plan IMRO-gecodeerd wordt opgeleverd. Navolgend wordt de opbouw, indeling en systematiek van de regels kort toegelicht. Inleidende regels Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding (plankaart) geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Bestemmingsregels De opbouw van de bestemmingen ziet er als volgt uit: bestemmingsomschrijving: De omschrijving van de doeleinden.
Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies; bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding (plankaart); afwijken van de bouwregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van de bouwregels ten aanzien van het oppervlak en de vorm van bijbehorende bouwwerken; specifieke gebruiksregels: In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval zijn toegestaan dan wel strijdig zijn met de bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die functies, waarvan het niet op voorhand duidelijk is. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling/verduidelijking op de in de bestemmingsomschrijving genoemde functies; afwijken van de gebruiksregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van het in de bestemmingsomschrijving beschreven gebruik van hoofdgebouwen; wijzigingsregels bestemmingsplan Buitengebied, Frensdorferweg nabij 22 Lattrop-B reklenkamp
53
In dit onderdeel is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden gekoppeld aan de desbetreffende bestemming. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Algemene regels Anti-dubbeltelregel: Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld; Algemene bouwregels: In dit artikel worden de algemene bouwregels voor het bouwen beschreven, onverminderd het bepaalde in de overige artikelen; Algemene gebruiksregels: Deze bepaling bevat een opsomming van strijdig gebruik van gronden en bouwwerken in algemene zin; Algemene aanduidingsregels: In dit artikel worden de algemene aanduidingsregels beschreven; Algemene afwijkingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen.
De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Algemene wijzigingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden met een algemene strekking. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Overige regels: Hier staan regels geformuleerd ten aanzien van bijvoorbeeld welstand en wegverkeerslawaai en er wordt de mogelijkheid geboden om nadere eisen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht: Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een bouwvergunning kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het overgangsrecht is opgenomen zoals opgenomen in artikel 3.2.1 Bro.
Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet; Slotregel: Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald. 5.2.2
Bestemmingen
Naast de inleidende regels (begrippen en wijze van meten), algemene regels (zoals bouwregels, gebruiksregels en proceduregels) en de overgangs- en slotregels, zijn de volgende bestemmingen in dit plan opgenomen: Bestemmingen Bos en natuur De bestemming ‘Bos en natuur’ betreft de bestaande gebieden met een ecologische functie, namelijk de bestaande natuurgebieden (zoals aangegeven in de omgevingsvisie) en de gebieden die reeds in eigendom zijn van de natuurbeherende instanties en aangewezen als nieuwe natuur. Het behoud, herstel en ontwikkeling van de waarden van deze gebieden staan voorop. Recreatie – Verblijfsrecreatie De bestemming “Recreatie - Verblijfsrecreatie” is bestemd voor de 28 sterrenkubussen en de zonnetempel al dan niet in combinatie met bijbehorende voorzieningen, wegen, paden, groen en parkeerplaatsen. Water - 2 Deze bestemming is gelegd op de kleine watergangen met een ecologische waarde. Deze watergangen zijn door 54
bestemmingsplan Buitengebied, Frensdorferweg nabij 22 Lattrop-Breklenkamp
het Waterschap aangeduid. Waarde - Ecologie In de dubbelbestemming ‘Waarde - Ecologie’ staat de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) opgenomen voor de bestaande natuurgebieden en de nieuwe natuurgebieden. Voor dit gebied geldt het nee-tenzij beleid van de NNN zoals aangegeven in de uitgangspunten.
bestemmingsplan Buitengebied, Frensdorferweg nabij 22 Lattrop-B reklenkamp
55
56
bestemmingsplan Buitengebied, Frensdorferweg nabij 22 Lattrop-Breklenkamp
Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten, waaronder leges en planschadekosten, komen voor rekening van de aanvrager. Hiermee is het kostenverhaal anderzins verzekerd en kan de raad op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a besluiten geen exploitatieplan vast te stellen.
bestemmingsplan Buitengebied, Frensdorferweg nabij 22 Lattrop-B reklenkamp
57
58
bestemmingsplan Buitengebied, Frensdorferweg nabij 22 Lattrop-Breklenkamp
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Overijssel Conform het door de provincie Overijssel gehanteerde beleid is het plan voor vooroverleg verzonden aan de provincie. In navolging hiervan heeft overleg plaatsgevonden tussen initiatiefnemers, provincie Overijssel en gemeente Dinkelland. De provincie heeft op 1 juli 2022 in haar reactie aangegeven dat op basis van de inrichtingskaart en toelichting, de provincie in kan stemmen met de planvorming. De provincie is van mening dat het plan passend te maken is binnen de afwijkingsmogelijkheid voor kleinschalige ontwikkelingen in het NNN (artikel 2.7.4 lid 5).
Hiermee wordt voldaan aan het verplichte vooroverleg en kunnen de plannen op provinciale imstemming rekenen. Waterschap Vechtstromen Op 2 augustus 2021 is het plan via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap Vechtstromen. De conclusie van die digitale toets is dat het waterschap de normale pocedure van toepassing verklaard. In navolging hiervan heeft overleg plaatsgevonden en is op 28 maart 2022 onder voorwaarden een positief advies afgegeven. Hiermee is voldaan aan het verplichte vooroverleg.
7.2 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 31 maart 2023 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging zijn meerdere zienswijzen binnengekomen. In Bijlage 11 is de reactienota zienswijzen opgenomen waarin de zienswijzen van een reactie zijn voorzien en kenbaar is gemaakt of deze zienswijzen tot planwijzigingen hebben geleid. Mede naar aanleiding van de zienswijzen zijn wijzigingen in de toelichting op het bestemmingsplan doorgevoerd.
bestemmingsplan Buitengebied, Frensdorferweg nabij 22 Lattrop-B reklenkamp
59
60
bestemmingsplan Buitengebied, Frensdorferweg nabij 22 Lattrop-Breklenkamp
Bijlagen bij toelichting
bestemmingsplan Buitengebied, Frensdorferweg nabij 22 Lattrop-B reklenkamp
61
Bijlage 1
62
ruimtelijk kwaliteitsplan
bestemmingsplan Buitengebied, Frensdorferweg nabij 22 Lattrop-Breklenkamp
Sterrenwacht en omgeving, Lattrop Investeringen in ruimtelijke kwaliteit
in opdracht van; Erfgoed Bossem Dorpsstraat 7 7635 NA Lattrop-Breklenkamp Telefoon: +31 541 – 22 13 92 E-mail: info@bossem.nl
Versie 23 december 2022 BESTAND; STERRENWACHTPLAN_KGO_08
Pagina 1
INHOUDSOPGAVE 1 GEBIEDEN
3
2 DE BRUG
4
3 DE STROOK TUSSEN DINKEL EN HOUTWALKUBUSSEN
7
4 HET GEBIED TUSSEN DINKEL EN VIJVER
9
5 DE VIJVER EN OMGEVING
11
5.1 De vijver 5.2 De waterkubussen
11 12
7 DE BOSRAND EN KUBUSSEN
15
8 KUBUSSEN IN DE WEIDE
17
8.1 Inpassing in het groen 8.2 De weide
17 17
9 DE ENTREE EN PARKEREN
19
10 WANDELPAD NAAR ERVE BOSSEM
21
11 WANDELPADEN IN HET PLANGEBIED
22
12 NATUURONTWIKKELING EN COMPENSATIE
23
Pagina 2
1 GEBIEDEN Het plangebied kent een aantal gebieden die elk een specifiek plan van aanpak vragen. de gebieden zijn;
9 2 6
5.1
4
7 8
5.2
3
GEBIEDEN 2. De Brug 3. De strook tussen Dinkel en houtwalkubussen 4. Het gebied tussen Dinkel en vijver 5. De vijver en omgeving 6. Het bos 7. De bosrandkubussen 8. De kubussen in de weide 9. De entree 10. Wandelpad Hierna worden de gebieden beschreven en worden inrichtingsplannenvoorgesteld.
Watergang vloeiender !
10
Pagina 3
2 DE BRUG De oevers van de Dinkel vallen onder het beheer van het Waterschap. Deze oevers bestaan vnl. uit eiken. Deze hangen sterk over de beekloop. Dit geeft een bijna romantisch beeld van de beek. Overleg met het waterschap is noodzakelijk om een goede aansluiting met de te ontwikkelen gebieden te krijgen. Op deze locatie wordt een brug aangelegd. Het doel is dat er een loopverbinding komt tussen Sterrenwacht en plangebied. De brug bestaat uit een stalen draagconstructie met een houten opbouw.. Op de volgende pagina wordt een indicatie van een mogelijke oplossing voor een brug weergegeven.
Pagina 4
Pagina 5
Pagina 6
GEBIED 01 tussen Houtwalkubussen en Dinkel 150 st. bosplantsoen 60-80 bosplantsoen % st. 23 35 Corylus avellana 19 29 Frangula alnus 10 15 Crataegus monogyna 8 12 Rhamnus catharcticus 10 15 Sorbus aucuparia 6 9 Mespilus germanica 8 12 Salix aurita 8 12 Salix caprea 8 12 Prunus padus 100 150 st.
3 DE STROOK TUSSEN DINKEL EN HOUTWALKUBUSSEN Dit gebied bestaat uit een langgerekte laagte die op gezette momenten zelfs onder water staat. Het uitgangspunt is dat de kubussen benaderd worden vanaf een extensief pad zo dicht mogelijk bij de entrees. Het pad is maximaal 1,5 meter breed. De bestaande houtwal/singel wordt hier en daar afgezet maar niet gerooid. Op de volgende pagina wordt verbeeld wat gemiddeld de afstand tussen de kubussen zal zijn. Hiernaast wordt de in te planten beplanting beschreven. •
Er wordt een struweel aangeplant tussen het toegangs pad en de laagte aan de Dinkelzijde. Ook tussen de kubussen zal dit struweel worden aangeplant. Dat struweel zal bestaan uit inheems bosplantsoen en zal als hakhout worden beheerd.
Kubussen
Laagte Aanplant
Pagina 7
10,51
10,22
10,20
10,64
10,09
11,08
11,09
6,66
Laagte
Aanplant
Detaillering inpassing HOUTWALKUBUSSEN Pagina 8
45,8
6
51 10,
4 HET GEBIED TUSSEN DINKEL EN VIJVER Dit gebied bestaat vnl. uit eiken. Er is een grote verscheidenheid aan diktes en kwaliteiten. Het bestand sluit aan op de eiken langs de oever van de Dinkel. Om onduidelijke redenen zijn er bergen grond gestort, daar waar de oever van de vijver begint. Het gebied beslaat globaal 3000 m2. Langs de beek loopt een zandpad dat als ontsluitingspad heeft gediend. • •
• •
Het bos wordt gedund op toekomstbomen zodat er meer licht en lucht t.b.v. een gevarieerde bosvegetatie kan ontstaan. De bergen grond worden uitgevlakt in samenhang met het flauwer maken van de oevers en het minder diep maken van de situatie bij 8. Zie dwarsprofiel op de volgende pagina. Het zandpad wordt geminimaliseerd. Uitsluitend t.b.v. beheer. Er wordt inheems bos- en oeverplantsoen in het gehele gebied aangeplant.
Het hieronder weergegeven beplantingsassortiment wordt als ondergroei aangeplant en is kan ook als ondergroei functioneren gezien de schaduw van te handhaven bomen.
GEBIED 04 tussen Dinkel en vijver 360 st. bosplantsoen 60-80 bosplantsoen % st. 18 65 Corylus avellana 10 36 Frangula alnus 8 29 Crataegus monogyna 8 29 Rhamnus catharcticus 10 36 Sorbus aucuparia 6 22 Mespilus germanica 15 54 Salix aurita 15 54 Salix caprea 10 36 Salix viminalis 100 360 st.
Pagina 9
Op de foto zijn de ooit grillig opgeworpen grondbergen zichtbaar. Aan de waterkant is er een min of meer vlakke oeverstrook.
Pagina 10
5 DE VIJVER EN OMGEVING 5.1 De vijver De waterkwaliteit van de vijver is slecht als gevolg van de aanwezigheid van teveel vis. Een deel van de vijver kan als ondieper moerasgebied worden ontwikkeld. In dit moeras kunnen enkele 'waterkubussen' en bijzondere plek krijgen. •
Het contract met de visvereniging loopt af in 2024. Aansluitend worden de vissen verwijderd. 45,8
6
1
10,5
Mogelijke locatie zonnetempel
10,77
9,38
9,04
9,89 0
,4
12
0
10,9
12,31
17,23
9
,9
11
Pagina 11
5.2 De waterkubussen Deze kubussen worden op palen in het vijvergebied gebouwd. De vloerhoogte wordt bepaald aan de hand van de maximale waterstand van de Dinkel. De diepte van de vijver is op deze plek en op de laagste stand ca. 50 cm.. De waterdiepte wordt verminderd naar ca. 30 cm. zodat er een moerassituatie kan ontstaan. De 'verondieping' wordt uitgevoerd in samenhang met de herprofilering van de oevers. Zie hoofdstuk 4. Het peil zal 20,8 m1. boven NAP zijn. Dit kan 1x per 100 jaar plaats vinden conform de afspraak met Waterschap Vechtstromen.
12,31
17,23
Aanleg van een minder diep gedeelte. Als plas-drasvegetatie te ontwikkelen. Vlonders blijven in 'worst-case' scenario droog.
Pagina 12
6 HET BOS Het betreft een gemengd bos met vnl. eik, es, grove den, els, berk, hazelaar, meidoorn, lijsterbes, vuilboom. Het bos wordt enigszins geschoond, met behoud van de kroonlaag. Er wordt op toekomstbomen geselecteerd. Alle bestaande soorten verdienen het te worden gehandhaafd. In de kroonlaag zijn de gewenste hoofdsoorten eik, grove den, berk en els. Els kan waar nodig worden afgezet en kan weer uitstoelen. Na de werkzaamheden kan er natuurlijke verjonging plaats vinden. Het beheer bestaat, indien nodig, uit het bestrijden van amerikaanse vogelkers. Het betreft N16.03 Droog bos met productie.
6 Het bos
7 Kubussen tegen de bosrand
8 Kubussen in de weide
Pagina 13
Pagina 14
7 DE BOSRAND EN KUBUSSEN Dit gebied bestaat uit opslag van berk, lijsterbes en (ratel?-)populier. Er bevindt zich een ondergroei van adelaarsvaren. Het betreft ca. 2000 m2. De aanwezige beplanting bestaat uit berg en ratelwilg. Dit is in elk geval geen duurzaam bos met enige toekomstverwachting. Het is een pioniersvegetatie Er vinden een zestal kubussen een plek. Het rooien van de pioniersvegetatie kan als grondwerk worden gezien. De aanleg van het pad zal bestaan uit het aanleggen van een eenvoudig zandcunet met daarop een lichte halfverharding. 60-80 bosplantsoen
Pagina 15
16 x P
43 x P totaal 3xP 24 x P
Mogelijke locatie zonnetempel
7
Pagina 16
GEBIED 08 Kubussen in de weide 750 st. bosplantsoen 60-80 bosplantsoen % st. 22 165 Corylus avellana 12 90 Frangula alnus 8 60 Crataegus monogyna 8 60 Rhamnus catharcticus 8 60 Sorbus aucuparia 7 53 Mespilus germanica 5 38 Salix aurita 5 38 Salix caprea 6 45 Rosa canina 6 45 Rosa rubiginosa 10 75 Alnus glutinosa 3 23 Prunus padus 100 750 st.
8 KUBUSSEN IN DE WEIDE 8.1 Inpassing in het groen Dit gebied is vrijwel onbegroeid en bestaat vnl. uit weide. Er wordt gespit tot een diepte van ca. 40 cm. De kubussen worden geplaatst en het pad kan worden aangelegd. De kubussen worden zonder fundering geplaatst. In het gehele gebied kan passen bosplantsoen worden geplant. De kubussen zijn in het groen ingebed. De afstanden tussen de kubussen zullen minimaal 9 meter en maximaal 12 meter zijn m.u.v. enkele solitaire exemplaren. 8.2 De weide De weide wordt beheerd het beheersadvies zoals beschreven in het provinciaal beleid conform N12.02 Bloem en kruidenrijke graslanden.
Pagina 17
10,77
ns
9,38
e idegr e w ige
ez Aanw
9,04
13,05
12,05
16,47
9,89
0 ,4
1
17,8
12
90 10,
12,31
17,23
9
9 1,
10
,5
2
1
Detaillering inpassing KUBUSSEN Pagina 18
9 DE ENTREE EN PARKEREN Er is van oudsher een open ruimte daar waar de inrit het terrein ontsluit. Hier kan op eenvoudige wijze een extensief opgezette parkeersituatie worden aangelegd. Het verdient aanbeveling dat er tussen de openbare weg enige afscheiding wordt aangebracht. Dat kan in de vorm van eenvoudige eikenhouten palen (ca. 1,2 m1.) en grootmazig schapengaas. Op de volgende pagina wordt een schets getoond die aangeeft dat binnen de bestaande open ruimte voldoende parkeervoorziening kan worden gerealiseerd.
Pagina 19
0
5,0
5,27
7
12,3
16 x P
6
10,1
43 x P totaal
12
54,
48,67
3xP 24 x P
45,8
6
Pagina 20
10 WANDELPAD NAAR ERVE BOSSEM Watergang vloeiender !
Om een goede verbinding tussen erve Bossem en de Sterrenwacht en omgeving te realiseren wordt een wandelpad aangelegd zoals hiernaast is gevisualiseerd. Het zal een licht halfverhard pad zijn met aan de weidekant eikenhouten palen met draad. De breedte van het pad is 1,50 m1. De materialisering zal van een fijne fractie metselwerkkorrelmix zijn. Als afscheiding naar de weide worden eikenhouten palen met draad geplaatst.
Pagina 21
11 WANDELPADEN IN HET PLANGEBIED
0
5,0
Hiernaast wordt de aan te leggen padenstructuur beschreven. De paden zijn maximaal 1,5 meter breed. De materialisering zal, waar nodig, bestaan uit een zandbed van ca. 10 cm. funderingszand en een afdeklaag van gecertificeerd metselwerkgranulaat 0-16 mm.
5,27
7
12,3 6
16 x P
10,1
43 x P totaal
2 54,1
48,67
3xP 24 x P
45,8
6
BRUG 1
10,5 2
10,2
0 10,2 4
10,6 9
10,0 8
11,0
10,77
9,38
9,04
9
11,0
13,05
12,05
6
6,6
16,47 9,89
0
,4
1
17,8
12
0
10,9
12,31
17,23
9
,9
10
,5
2
11
Pagina 22
12 NATUURONTWIKKELING EN COMPENSATIE Op de beheertypenkaart wordt aangegeven dat in de verschillende benoemde elementen sprake in van een beleid gericht op de ontwikkeling van natuurwaarden. ( zie de volgende pagina's ). De uitgangspunten voor het behoud en ontwikkeling van natuurwaarden in dezegebieden worden als volgt beschreven. •
•
•
•
Daar waar sprake is van opgaand geboomte wordt de boomlaag zo divers mogelijk gehouden. Het handhaven van een transparant kronendek zal ten goede komen aan de ontwikkeling van een traditionele vegetatielaag. Deze wordt dan ook zoveel mogelijk ongeroerd gelaten en wordt zo min mogelijk betreden. het natuurdoeltype kan onder N15.02 worden gerangschikt. Er wordt een verlandings-/moerasgebied ontwikkeld in samenhang met het ontwikkelen van meer natuurlijke (flauwe) over zodat er meer overvegetatie zal ontstaan. Dat geldt juist ook voor het gebied van de waterkubussen waar een moeras/watervegetatie kan ontstaan. Het gebied tussen en rondom de weidekubussen wordt met inheems bosplantsoen beplant wat als hakhoutstruweel gezien kan worden. Omdat het dan een open beplanting betreft kan er sprake zijn van ruigtkruidenontwikkeling. Het beheer wordt hier op aangepast. ( dus geen strakke gazonnetjes!) Het weidegebied wordt in de sfeer van N12.02 ontwikkeld wat betekend dat het beheer bestaat uit maaien en afvoeren in het najaar. Om dit proces te versterken kan in de beginjaren eerder in het seizoen ook worden gemaaid.
Het compensatiebos bestaat uit opgaande eiken en enige ondergroei. Het bos kan als bos worden beheerd. Er wordt op toekomstbomen geselecteerd en bij het ontstaan van open plekken worden bijgeplant met eik. Het betreft N16.03 Droog bos met productie. Op pagina 27 wordt het gebied dat ter compensatie wordt ingebracht weergegeven.
Pagina 23
Pagina 24
Pagina 25
r" oo nsp rre "Ka
Pagina 26
Bijlage 2
KGO-plan
bestemmingsplan Buitengebied, Frensdorferweg nabij 22 Lattrop-B reklenkamp
89
AD FONTEM RUIMTELIJK ADVIES Ruimtelijk kwaliteitsplan KGO
Frensdorferweg 22 Lattrop-Breklenkamp| Concept d.d. maart 2023
COLOFON
Titel Ruimtelijk kwaliteitsplan KGO Opgesteld januari 2022 Datum laatst gewijzigd
maart 2023
Status Concept Opdrachtgever Cosmos en Bossem Frensdorferweg 7635 NK Lattrop-Breklenkamp Auteur Ad Fontem Ruimtelijk Advies A.Veenendaal MSc, adviseur RO en de groene leefomgeving Stationsstraat 37 7622 LW Borne ad-fontem.nl
Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of Ad Fontem Juridisch Bouwadvies b.v
INHOUDSOPGAVE Introductie 5 Huidige situatie 7 Gewenste situatie 8 Beleidsanalyse 9 Ruimtelijk kwaliteitsplan 12
INTRODUCTIE Ad Fontem Ruimtelijk Advies heeft het voorliggend ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld naar aanleiding van de voorgenomen ontwikkelingen van de Cosmos Sterrenwacht en erfgoed Bossem te Lattrop-Breklenkamp. De Cosmos Sterrenwacht krijgt geen subsidie meer en derhalve is het voor Cosmos van groot belang om meer inkomsten te verwerven door middel van meer bezoekers. De zoektocht naar een andere samenwerkingspartner heeft geleid tot Erfgoed Bossem, dat op 200 meter van de sterrenwacht ligt. Erfgoed Bossem heeft een in Europa uniek concept van Sterrenkubussen ontwikkeld, waarvoor veel belangstelling blijkt te bestaan. Men kan ’s nachts in deze ‘tiny houses’ verblijven en daarbij naar de sterren kijken door een groot venster in het dak. Veel van hun gasten brengen tevens een bezoek aan Cosmos sterrenwacht. Het voornemen bestaat uit het realiseren van een aantal Sterrenkubussen aan beide zijden van de Dinkel, een unieke beleving voor gasten van beide partijen. De provincie Overijssel biedt ruimte aan grootschalige uitbreidingen en nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied, onder de voorwaarde dat er wordt geïnvesteerd in de ruimtelijke kwaliteit. Deze voorwaarde is neergelegd in de regeling Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving en is van toepassing op ontwikkelingen die niet in het geldende bestemmingsplan passen.
Door deze regeling wordt aantasting van de omgevingskwaliteit en een verlies aan ecologisch en landschappelijk kapitaal als gevolg van de nieuwe ontwikkeling voorkomen of gecompenseerd. Op gemeentelijk niveau is het beleidskader verder uitgewerkt in ‘Buitengebied met kwaliteit’. Met dit beleidskader wordt aangegeven (1) bij welke ontwikkelingen de kwaliteitsimpuls van toepassing is en (2) wanneer de investeringen in evenwicht zijn. De gemeente Dinkelland heeft na het indienen van een principeverzoek positief besloten. Voorliggend document voorziet in de uitwerking van een KGO plan met landschappelijke inpassing verzorgd door Bijkerk C.S. Aangetoond wordt dat de geboden ontwikkelingsruimte en investering in de ruimtelijke kwaliteit in evenwicht zijn. Figuur 1 Locatie plangebied in het buitengebied van de gemeente Dinkelland (bron: atlasvanoverijssel.nl)
5
Figuur 2 Luchtfoto Sterrenwacht Lattrop (bron: cyclomedia.nl)
6
Huidige situatie Ligging De Cosmos Sterrenwacht is gelegen ten zuiden van de kern Latttrop-Breklenkamp, tussen de Dinkel en het Omleidingskanaal. Het plangebied bevindt zich zowel ten oosten als ten westen van de Dinkel. De Frensdorferweg grenst aan het plangebied. Naast agrarische bedrijvigheid, verspreid liggende woningen, komt ook recreatieve bedrijvigheid voor. In figuur 1 is de ligging van het plangebied weergegeven. Het huidige bedrijfsperceel en uitbreidingslocatie De familie Gosemeijer is de grondlegger voor de Volkssterrenwacht Twente, nu Cosmos Sterrenwacht Dinkelland geheten. Begin jaren negentig werd de sterrenwacht verplaatst van Denekamp naar de huidige plek in Lattrop-Breklenkamp. De sterrenwacht beschikt over verschillende expositieruimtes, een filmzaal, een planetarium, parkeerplaatsen voor bezoekers. Naast de sterrenwacht ligt de fraai aangelegde Sterrentuin.
Sterrenwacht
Figuur 3 Luchtfoto met plangebied groen omkaderd (bron: eigen bewerking atlasvanoverijssel.nl)
zullen de kubussen en andere gebouwen en voorzieningen toegevoegd worden aan het terrein. Landschap Door de wisselwerking tussen abiotische (fysische) en biotische factoren en processen is er sprake van waarneembare verschillen in het landschap. Zo zorgden ijs-, wind- en waterstromen in Noordoost Twente voor het ontstaan van een afwisselend landschap van stuwwallen, dekzandgronden, beekdalen en natte laagtes. Het brede Dinkeldal tussen grofweg Ootmarsum en de DuitsNederlandse grens en van Breklenkamp tot Denekamp/Mekkelhorst is in het LaatWeichselien opgevuld door dekzanden die in de vorm van kleine dekzandruggen en dekzandkopjes zijn afgezet. De Dinkel en haar voormalige zijbeken doorsneden dit beekdallandschap. Zodoende ontstond een kleinschalig, reliëfrijk en sterk geaccentueerd maaiveld. Het plangebied kenmerkt zich als het maten en flierenlandschap, aangrenzend aan het heideontginningslandschap waar de nieuwe ontwikkelingen plaatsvinden. Het maten- en flierenlandschap kenmerkt zich als een keinschalig landschap langs de beek met veel variatie in ruimtelijke opbouw: de open ruimte van de watergang, de coulissen van hakhoutstruweel, de open kamers van de hooien weilanden, met hier en daar een broekbos op de nattere plekken. Het heideontginningslandschap kenmerkt zich met een half open tot open landschap met rationele structuren.
Beplanting is aanwezig in singels op perceelranden en in lanen langs wegen; daarnaast enkele bos- en heide-restanten.
Planologische regime Het plangebied heeft op basis van het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied 2010’ de bestemmingen ‘Cultuur en Ontspanning - Sterrenwacht’ ter plaatse van de sterrenwacht en de bijbehorende gronden, ‘bos en natuur’ ter plaatse van de overige in het plangebied. Daarnaast bestaat er de dubbelbestemming ‘waarde - ecologie’ en de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone - molenbiotoop’.
Figuur 4 Uitsnede bestemmingsplan met in groen de ‘bos en natuur’ bestemming en in roze de gronden behorende bij de Sterrenwacht (bron: ruimtelijkeplannen.nl) De ontwikkeling van de verblijfsrecreatie vindt plaats op gronden bestemd tot ‘bos en natuur’. Op de tot ‘bos en natuur’ bestemde gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd en derhalve is de ontwikkeling niet mogelijk binnen de huidige kaders. De inrichtingsmaatregelen in het plangebied ten behoeve van de inpassing en de versterking van de natuur zijn op basis van het geldende bestemmingsplan bij recht toegestaan.
Op bovenstaand figuur is een luchtfoto opgenomen waarbij de Sterrenwacht te zien is. Het geel omlijnde gedeelte geeft indicatief de locatie van de nieuwe ontwikkelingen weer. Hier
7
Gewenste situatie Ontwikkeling De gewenste ontwikkeling bestaat uit het toevoegen van onder andere sterrenkubussen, houtwalkubussen en een zonnetempel. Onderstaand zijn de diverse elementen van het plan weergegeven. Kwaliteitsprestaties Uitgangspunt van het gemeentelijk beleid is dat voor iedere ontwikkeling minimaal een goede ruimtelijke inpassing van de ontwikkeling zelf wordt toegepast(basisinspanning). Voor grootschalige ontwikkelingen moet naast de kwaliteit van de locatie ook geïnvesteerd worden in omgevingskwaliteit (aanvullende inspanning).
Basisinspanning De basisinspanning bestaat uit de landschappelijke inpassing van de Sterrenwacht en de nieuwe elementen behorende bij het concept van de sterrenkubussen. De toe te voegen bebouwing wordt ingepast door het toevoegen van inheemse beplanting. Daarnaast worden de bestaande structuren in het gebied versterkt. De concrete maatregelen worden uiteengezet in de landschappelijke inpassing opgesteld door Bijkerk C.S.
vanuit de gedachte dat een aantasting van de omgevingskwaliteit daarmee wordt voorkomen, of gecompenseerd. Indien het (gedeeltelijk) toestaan van een andere ‘Overige functie’ aanvaardbaar is, is een aanvullende kwaliteitsimpuls vereist. De hoogte van deze kwaliteitsimpuls wordt bepaald door een berekening van de waardevermeerdering, uit te voeren op basis van een taxatie. Naast de basisinspanning dienen er extra inspanneningen verricht te worden.
Aanvullende inspanning Bij een uitbreiding van een perceel en de gedeeltelijke omschaleling naar een andere ‘overige functie’ wordt naast een investering in de ontwikkeling zelf, tegelijkertijd geïnvesteerd in de omgevingskwaliteit (aanvullende inspanning). Dit
De verplichte extra inspanning bestaat uit investeringen in het landschap grenzend aan de Dinkel en het bos ten noorden van de sterrenkubussen. Hier worden uiteenlopende inrichtingsmaatregelen getroffen ter versterking van de beekloop, de vijver en de omliggende natuur. Deze inrichtingsmaatregelen als aanvullende inspanning worden nader beschreven in paragraaf ‘Landschappelijke inpassing ‘ onder het kopje ‘aanvullende maatregelen’. Het volledige KGO-landschapsplan dat is opgesteld door Bijkerk C.S. is opgenomen als bijlage 1 bij dit KGO-plan.
Brug Veilige groen passage
‘De zonnetempel’ Eco-gebouw Informatiecentrum Terras aan het water Groepssessies (yoga, stilte, educatie) Watertheater Centrale techniek
Sterrenwacht Houtwal kubussen ‘houtwal kubussen’ in de houtwal/singel opnemen. Natuurbehoud en ontwikkeling
‘Het maanbos’ Sterk reliëf Duinachtig karakter, zandduinen Drooge grond, droge natuur Heide-achtig Gevarieerde boomgroepen Berk, grove den eik etc.
De strook langs de Dinkel inplanten als beekbegeleidende beplanting ter versterking van natuurontwikkeling.
Het moeras ‘De zonneweide’ Extensief kruidenrijk grasland Kubussen in de te reconstrueren bosrand Beleving open landschap
Drijvende kubussen of op palen Beleving natte natuur Betere waterkwaliteit en natuur Herontwikkeling waterpartij met aan de overkant het ‘water-theater’
Figuur 5 Voorgenomen ontwikkeling (bron: Bijkerk C.S.)
8