Bestemmingsplan Buitengebied, Dorpermeienweg 8 Denekamp.pdf
Tekst van het document
Volledigheidshalve is wel toets verricht naar functies in de omgeving. De dichtbijzijnde milieubelastende functie in de omgeving betreft het agrarisch perceel aan de Priorweg 10 in Denekamp. Het betreft een rundvee bedrijf op een afstand van 210 meter. Voor 'Fokken en houden van rundvee' geldt milieucategorie 3.2, met een richtafstand van 100 meter. Aan deze richtafstand wordt ruimschoots voldaan. Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het aspect 'bedrijven en milieuzonering' geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan. Bodem In voorliggende ontwikkeling worden een drietal schuren met een gezamenlijk oppervlakte van 190 m² gelegaliseerd en extra bouwmogelijkheid van 35 m² mogelijk gemaakt. De schuren worden in gebruik genomen door het aannemersbedrijf van de bewoners. Daarbij worden de schuren vooral gebruikt voor opslag van materialen t.b.v. het aannemersbedrijf. Het betreft dan ook bouwwerken waarin niet (nagenoeg) voortdurend mensen zullen verblijven, waardoor de objecten niet als een gevoelig object
-2-
wordt beschouwd op grond waarvan een bodemonderzoek vereist is. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik. Geluid Wegverkeerslawaai Het plangebied is gelegen aan de Dorpermeienweg. Dit betreft een rustige weg in het buitengebied van Denekamp, vooral gebruikt voor bestemmingsverkeer (60 km/u). Gelet op de functie als erftoegangsweg en de breedte van de weg kan geconcludeerd worden dat het aantal verkeersbewegingen op deze weg zeer gering is. Derhalve kan gesteld worden dat het wegverkeerslawaai ten gevolge van deze weg zeer gering is. Daarnaast wordt er momenteel reeds gewoond aan de Dorpermeinenweg. Er wordt geen nieuwe gevoelige functie mogelijk gemaakt. Industrielawaai Op de locatie is een aannemersbedrijf met werkplaats b.o. <1000 m² aanwezig. De woonomgeving van de omliggende bedrijven betreft een rustig landelijk gebied. Daarmee bedraagt de VNG-richtafstand 30 meter. In onderstaande figuur is het terrein van de inrichting en de richtafstand van 30 meter uitgezet.
Uit bovenstaande figuur blijkt dat de woning aan de Dorpermeienweg 7 binnen de richtafstand van 30 meter is gelegen. Nader akoestisch onderzoek is nodig om de ruimtelijke inpassing te kunnen toetsen. Overige woningen liggen buiten de richtafstand. Voor deze woningen is er hiermee voldoende ruimtelijke scheiding tussen de realisatie van het aannemersbedrijf en de omliggende woningen en is de bestemmingswijziging hiermee inpasbaar voor het aspect geluid. Voor de Dorpermeienweg 7 is een nader akoestisch onderzoek uitgevoerd door Geluid Plus adviseurs. Op basis van het onderzoek wordt het volgende geconcludeerd: • Het aannemersbedrijf betreft een inrichting met milieucategorie 2. Binnen de richtafstand voor deze bedrijvigheid is één woning, aan de Dorpermeienweg, gelegen. Voor de ruimtelijke inpassing is vanwege deze woning nader akoestisch onderzoek nodig. Voor overige omliggende woningen in de inrichting ruimtelijk inpasbaar in de woonomgeving. • Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau vanwege de inrichting bedraagt ten hoogste 36 dB(A) in de dagperiode, in de avond- en nachtperiode zijn er geen activiteiten, ter plaatse van omliggende woningen en referentiepunten. Met deze waarde wordt aan de ambitiewaarde van het gemeentelijk beleid en aan de normen van het Activiteitenbesluit voldaan.
• Het maximaal geluidniveau vanwege de inrichting bedraagt ten hoogste 69 dB(A) in de dagperiode, in de avond- en nachtperiode zijn er geen activiteiten, ter plaatse van omliggende -3-
•
woningen en referentiepunten. Met deze waarde wordt de richtwaarde overschreden maar er wordt voldaan aan normen van het Activiteitenbesluit voldaan. Bron- en overdachtsmaatregelen kunnen niet getroffen worden. Omdat voldaan wordt aan het Activiteitenbesluit is er, in het kader van goede ruimtelijke ordening, tevens sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat. De verkeersaantrekkende werking van het aannemersbedrijf voldoet aan de richtwaarde van 50 dB(A) conform de Circulaire inzake indirecte hinder.
Op basis van het voorliggende onderzoek blijkt dat het aannemersbedrijf in het kader van goede ruimtelijke ordening en het Activiteitenbesluit voldoet aan de daarvoor gestelde richtwaarden en geluidnormen. Het woon- en leefklimaat van omwonenden wordt derhalve niet aangetast door de voorgenomen ontwikkeling. Geconcludeerd kan worden dat voor het aspect 'geluid' sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Water Op 12-05-2020 is via www.dewatertoets.nl de digitale watertoets verricht, zie Bijlage 4. Op grond van de digitale watertoets geldt de korte procedure. Dit houdt in dat direct doorgegaan kan worden met de planvorming. Het waterschap heeft op voorhand geen bezwaren tegen de voorgenomen ontwikkeling. Ecologie Het plangebied ligt buiten beschermd natuurgebied als Natuurnetwerk Nederland en Natura2000gebied. Vanwege de lokale invloedsfeer en kleinschaligheid van de ontwikkeling hebben de voorgenomen activiteiten geen negatieve effecten op deze Natura 2000- of Natuurnetwerk Nederland gebieden. Er is geen nader onderzoek nodig in het kader van gebiedsbescherming en er hoeft geen ontheffing van de Omgevingsverordening Overijssel of Wet natuurbescherming aangevraagd te worden. De gronden waar de bebouwing is voorzien zijn reeds verhard (bestrating). Gelet op de terreingesteldheid van de gronden is het locatie ongeschikt voor beschermde flora en/of fauna.
Op basis hiervan lijkt van aantasting van leefgebied voor beschermde flora en fauna geen sprake, daarnaast is de invloedsfeer van de voorgenomen ontwikkeling lokaal. Op basis van deze gegevens wordt nader onderzoek op basis van de Wet natuurbescherming niet noodzakelijk geacht. Archeologie en cultuurhistorie Archeologie De gemeente Dinkelland beschikt over een Archeologische verwachtings- en advieskaart. Het plangebied ligt in de 'dekzandwelvingen en -vlakten' laag. Voor deze laag geldt een middelmatige verwachting voor archeologische resten uit alle perioden. Een verhoogde kans op archeologische resten uit de Steentijd op de hoogste delen van dekzandwelvingen en op resten uit de Late Middeleeuwen langs randen van dekzandhoogten en ruggen met een plaggendek. Archeologische resten vlak onder het maaiveld daardoor kwetsbaar voor bodemingrepen. Archeologische resten hierdoor vaak minder goed geconserveerd. Archeologisch onderzoek noodzakelijk in plangebieden groter dan 5000 m² bij bodemingrepen dieper dan 40 cm. Voor gebieden kleiner dan 5000 m² geldt vrijstelling voor archeologisch onderzoek. Het perceel van de voorliggende ontwikkeling is kleiner dan 5000 m² waardoor vrijstelling voor archeologisch onderzoek geldt. Het aspect 'archeologie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het planvoornemen.
Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet). Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. Uit de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Overijssel kan worden afgeleid dat de dichtstbijzijnde cultuurhistorische waarde de Nordhornsestraat (historische infrastructuur) betreft. Voorliggende ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor deze historische infrastructuur. Verder -4-
bevinden zich geen cultuurhistorische elementen in of direct nabij de planlocatie. Derhalve wordt geconcludeerd dat voorliggend plan geen negatieve gevolgen heeft voor het aspect 'cultuurhistorie'. Externe veiligheid Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. Uit de inventarisatie blijkt dat binnen een straal van 300 meter van het plangebied geen risico's op basis van de externe veiligheid zijn gelegen, derhalve geldt dat het plangebied: • zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen, danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); • zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; • niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; • niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid.
Kabels en leidingen In het plangebied of de directe omgeving zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen zoals rioolpersleidingen of waterleidingen gelegen. Er bevinden zich ook geen hoogspanningsverbindingen in de omgeving van het plangebied. Derhalve vormt het aspect kabels en leiding geen belemmering voor onderhavig plan. Verkeerseffecten en luchtkwaliteit Verkeerseffecten Het plangebied wordt ontsloten via de Dorpermeienweg en vervolgens de Nordhornsestraat. De afstand van het plangebied aan de Dorpermeienweg tot de Nordhornsestraat bedraagt circa 150 meter. De Dorpermeienweg betreft een betonweg en heeft een wegbreedte van 3,5 meter. Om de weg te verbreden zijn er langs weerzijden van de Dorpermeienweg grasbetonblokken geplaatst waardoor tegemoetkomend verkeer elkaar kan passeren zonder de berm te beschadigen. Voor de genoemde wegen geldt een maximumsnelheid van 60 km per uur. Voor de verkeersgeneratie van het aannemersbedrijf wordt enerzijds aangesloten bij de verkeersgeneratie van een tweetal categorieën uit de CROW-publicatie 381: 1. 'Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats)'. De werkplaats mag maximaal 500 m² bedragen. Voor deze categorie geldt een gemiddelde verkeersgeneratie van 10 verkeersbewegingen per 100 m². Dit komt neer op in totaal maximaal 50 verkeersbewegingen. 2.
'Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf)'. Dit geldt voor het overige bedrijfsoppervlakte, namelijk 150 m². Voor deze categorie geldt een gemiddelde verkeersgeneratie van 4,8 verkeersbewegingen per 100 m². Dit komt neer op in totaal 7 verkeersbewegingen. Zoals is aangegeven heeft de Dorpermeienweg een wegbreedte van 3,5 meter en geldt een maximumsnelheid van 60 km per uur. Op grond van het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan (GVVP) voor Dinkelland 2019 wordt de Dorpermeienweg aangemerkt als 'overige wegen' en betreft een erftoegangsweg van het type zonder fietsvoorzieningen (woonstraten en plattelandswegen). Hoewel deze wegen een op grond van het GVVP een rijbaanbreedte van 4,50 tot 6,00 meter hebben met een verkeersintensiteit van minder dan 6.000 verkeersbewegingen per dag, heeft de Dorpermeienweg een smallere wegbreedte. Over het algemeen is de breedte van een weg historisch bepaald en zijn de mogelijkheden voor een aanpassing van de weg (bijvoorbeeld de verbreding) ruimtelijk begrensd. Gelet op het profiel en de kenmerken van de Dorpermeienweg kan geconcludeerd worden dat deze toename van verkeersbewegingen eenvoudig via de bestaande wegen kan worden afgewikkeld. Het aspect 'verkeer' levert geen belemmeringen op voor dit plan. -5-
Luchtkwaliteit In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • •
Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).
Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •
woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.
Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden.’ Het Besluit gevoelige bestemmingen is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Als gevolg van het plan neemt de verkeersgeneratie op basis van de CROW-normen toe met 57 verkeersbewegingen per dag. Daarbij moet de opmerking worden gemaakt dat dit een theoretische toename is. Gelet op het feit dat de grootste bedrijfsactiviteit betrekking heeft op het opslaan van goederen zal het aantal verkeersbewegingen in de praktijk (veel) minder zijn.
Gelet op de aard van de voorliggende ontwikkeling, in verhouding tot categorieën van gevallen zoals hierboven zijn beschreven, kan worden gesteld dat de voorgenomen ontwikkeling kan worden aangemerkt als een project welke "niet in betekenende mate" bijdraagt aan luchtverontreinigingen. Volledigheidshalve is een wordt-case scenario berekening gemaakt met een toename van 57 extra voertuigbewegingen. Deze is in onderliggende figuur opgenomen.
-6-
Uit deze berekening volgt dat de bijdrage van het extra verkeer niet in betekende mate is. Er is geen nader onderzoek nodig. Een overschrijding van de grenswaarden is ook in de toekomst niet te verwachten. Daarnaast wordt een woning niet aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen. De aspecten ‘verkeer’ en ‘luchtkwaliteit’ vormen derhalve geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Parkeren Ten aanzien van parkeren geldt voor een werkplaats een parkeernorm van minimaal 2,1 parkeerplaatsen per 100 m². De theoretische parkeerbehoefte voor de werkplaats bedraagt derhalve 10,5 parkeerplaatsen (uitgaande van 500 m² werkplaats). Voor opslag geldt een parkeernorm van minimaal 1,05. De theoretische parkeerbehoefte voor opslag bedraagt derhalve 1,5 parkeerplaats (uitgaande van 150 m² opslag). De totale parkeerbehoefte bedraagt daarmee 12 parkeerplaatsen. In praktijk zal de parkeerbehoefte echter veel lager komen te liggen. Het betreft immers een kleinschalig aannemersbedrijf (zzp'er). Echter is er op eigen terrein voldoende ruimte om in de parkeerbehoefte te voorzien. Kortom: het parkeren vindt plaats op eigen terrein, waar voldoende ruimte is om in parkeerplaatsen te voorzien. Het aspect 'parkeren' levert derhalve geen belemmeringen op voor dit plan.
Kortom Voor het overige zorgt het voornemen ter plaatse van de Dorpermeienweg 8 te Denekamp niet voor significante negatieve milieueffecten. De milieueffecten van de ontwikkeling zijn beperkt te noemen. Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het milieubelang van de voorgenomen ontwikkeling in voldoende mate is afgewogen en dat belangrijke nadelige milieueffecten zijn uitgesloten. Derhalve wordt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dinkelland voorgesteld om geen milieueffectrapportage op te laten stellen. Wij vertrouwen erop u hiermee van dienst te zijn geweest. Hoogachtend, Ad Fontem BV
-7-
Bijlage 3 Besluit vormvrije m.e.r. beoordeling
60
bestemmingsplan Buitengebied, Dorpermeienweg 8 Denekamp
De heer J. Wigger Dorpermeienweg 8 7591 NK DENEKAMP Almelo, 19 juli 2021 Betreft: Besluit vormvrije m.e.r.-beoordeling Dorpermeienweg 8 in Denekamp Referentienummer: Z2021-ODT-018188 Geachte heer Wigger Op 14 juni 2021 hebben wij namens u een aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.beoordeling ontvangen voor de beoordeling van de m.e.r.-plicht (vormvrij) in het kader van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). De aanmeldingsnotitie is ingediend ter voorbereiding op een bestemmingsplanherziening voor de locatie aan de Dorpermeienweg 8 in Denekamp. Besluit Ons besluit op de m.e.r.-plicht (vormvrij m.e.r.-beoordelingsbesluit) en de inhoudelijke overwegingen vindt u als bijlage bij deze brief. Vragen? Neem dan contact op met mevrouw Y. Hoekstra van de Omgevingsdienst Twente op. U kunt haar bereiken via telefoonnummer 06 50073744 of per e-mail info@odtwente.nl. U dient het referentienummer te vermelden als u reageert. Voor overige zaken kunt u contact opnemen met uw gemeente. Met vriendelijke groet, Namens burgemeester en wethouders van de gemeente Dinkelland,
Ir. Jan Willem Strebus Directeur Omgevingsdienst Twente Afschrift: info@ad-fontem.nl Bijlage: Besluit vormvrije m.e.r.-beoordeling OD Twente Haven Zuidzijde 30 7607 EW Almelo Postbus 499 7600 AL Almelo KVK 71101241 BTW NL858579509B01 IBAN NL48 BNGH 028 5175 416 BIC BNGHNL2G
B
B
G
Adres locatie: Dorpermeienweg 8 in Denekamp Datum besluit: 19 juli 2019 Referentienummer: Z2021-ODT-018188
Z2021-ODT-018188
Omgevingsdienst Twente
Pagina 2 van 10
Inhoud 1
2
3
BESLUIT .................................................................................................................... 4 1.1
ONDERWERP ....................................................................................................... 4
1.2
BESLUIT............................................................................................................... 4
1.3
RECHTSMIDDELEN ............................................................................................... 4
1.4
ONDERTEKENING EN VERZENDING ....................................................................... 5
PROCEDURELE OVERWEGINGEN ........................................................................ 6 2.1
BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE ................................................................... 6
2.2
VOORGENOMEN ACTIVITEITEN .............................................................................. 6
2.3
PROCEDURE ........................................................................................................ 7
2.4
BEVOEGD GEZAG ................................................................................................. 7
INHOUDELIJKE OVERWEGINGEN ........................................................................ 8 3.1
TOETSINGSKADER ............................................................................................... 8
3.2
DE KENMERKEN VAN HET PROJECT ...................................................................... 8
3.3
DE LOCATIE VAN HET PROJECT............................................................................. 9
3.4
DE SOORT EN KENMERKEN VAN HET POTENTIËLE EFFECT ................................... 10
3.5
CONCLUSIE........................................................................................................ 10
Z2021-ODT-018188
Omgevingsdienst Twente
Pagina 3 van 10
BESLUIT 1.1
Onderwerp
Initiatiefnemer heeft het voornemen een bestemmingsplanherziening aan te vragen voor de legalisatie van een aantal clandestiene opgerichte gebouwen en het planologisch vastleggen van een reeds bestaand aannemersbedrijf. In het huidige situatie Het voornemen is deze te wijzigen in B – x bedrijfsgebouwen zal worden vastgelegd in het bestemmingsplan. In dit plan worden nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt die mogelijk nadelige gevolgen hebben voor het milieu. Bij de voorbereiding van dit bestemmingsplan dient een vormvrije m.e.r-beoordeling te worden uitgevoerd. In dit besluit wordt beoordeeld of voor het plan, vanwege het mogelijk maken van activiteiten met mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, een milieueffectrapport moet worden gemaakt.
1.2
Besluit Burgemeesters en wethouders van de gemeente Dinkelland besluiten:
1.3
Dat bij de voorbereiding van het bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 3.1, lid 1 de Wet ruimtelijke ordening, voor een bestemmingsplanherziening voor de locatie Dorpermeienweg 8 in Denekamp, vanwege het ontbreken van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, geen milieueffectrapport hoeft te worden opgesteld. Dat het volgende document deel uitmaken van dit besluit: Aanmeldnotitie m.e.r. Dorpermeienweg 8 Denekamp.
Rechtsmiddelen
Dit besluit moet worden aangemerkt als een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 6:3 van de Algemene wet bestuursrecht en is niet vatbaar voor bezwaar of beroep, tenzij deze beslissing de belanghebbende los van het voor te breiden besluit rechtstreeks in zijn belang treft. Wel kan eenieder te zijner tijd gebruik maken van het rechtsmiddel dat geboden wordt in het kader van de procedure voor het vaststellen van het plan ingevolge de Wet ruimtelijke ordening. Onderhavig besluit wordt niet gepubliceerd.
Z2021-ODT-018188
Omgevingsdienst Twente
Pagina 4 van 10
1.4
Ondertekening en verzending
Almelo, 19 juli 2021 Namens burgemeester en wethouders van de gemeente Dinkelland,
Ir. J.W. Strebus Directeur Omgevingsdienst Twente
Z2021-ODT-018188
Omgevingsdienst Twente
Pagina 5 van 10
2 PROCEDURELE OVERWEGINGEN 2.1
Besluit milieueffectrapportage
De milieueffectrapportage (m.e.r.) is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm). Op grond van artikel 7.2 zijn bij algemene maatregel van bestuur activiteiten aangewezen die belangrijke gevolgen voor het milieu hebben (m.e.r.plichtige activiteiten) en activiteiten aangewezen ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten). M.e.r.-plichtige activiteiten zijn met bijbehorende drempelwaarden opgenomen in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). M.e.r.beoordelingsplichtige activiteiten en bijbehorende drempelwaarden zijn benoemd in onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. Een bestemmingsplan kan op drie manieren in aanmerking komen voor een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling danwel directe m.e.r.-plicht: er ontstaat een m.e.r.-plicht indien een passende beoordeling op basis van artikel 2.8, lid 1 van de Wet natuurbescherming nodig is; er ontstaat een m.e.r.-plicht voor activiteiten en gevallen benoemd in de onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r., in die gevallen waar het bestemmingsplan is genoemd in kolom 3 (plannen) van deze bijlage én er voldaan wordt aan de voorwaarden in kolom 2.
Wanneer niet voldaan wordt aan de voorwaarden in kolom 2 van onderdeel D van het besluit geldt een m.e.r.beoordelingsplicht; er ontstaat een (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht voor activiteiten en gevallen benoemd in de onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r., in die gevallen waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten) van deze bijlage. Deze beoordelingsplicht geldt ongeacht of er voldaan is aan de voorwaarden genoemd in kolom 2 van de bijlage. Wanneer een bestemmingsplan genoemd wordt in kolom 3 én kolom 4 in de onderdelen C en D van de bijlage van het Besluit m.e.r., moet worden bepaald of er na vaststelling van het plan nog een besluit nodig is om de activiteiten te kunnen realiseren. Wanneer dit wel het geval is, is sprake van een kaderstellend plan en dus een plan in de zin van kolom 3 van de bijlage van het Besluit mer. Wanneer dit niet het geval is, dan is er sprake van een besluit in de zin vaan kolom 4 van de bijlage van het Besluit m.e.r.
2.2
Voorgenomen activiteiten
Onderhavig bestemmingsplan heeft betrekking op de activiteiten genoemd in de bijlage behorende bij het Besluit m.e.r. onderdeel D. De in kolom 2 genoemde drempelwaarden worden niet overschreden. Het bestemmingsplan wordt genoemd in zowel kolom 3 als kolom 4 van onderdeel D.
Z2021-ODT-018188
Omgevingsdienst Twente
Pagina 6 van 10
2.3
Procedure
Ingevolge artikel 7.19, eerste lid, van de Wm moet het bevoegd gezag, wanneer het zelf initiatiefnemer is van activiteiten waarvan op grond van artikel 7.2 lid 2 onder b van die wet moet worden beoordeeld of deze activiteiten nadelige gevolgen hebben voor het milieu, in een zo vroeg mogelijk stadium te besluiten of voor de activiteit, gelet op de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Met de wijziging van het Besluit m.e.r. op 7 juli 2017 is de procedure voor de formele m.e.r.-beoordeling en de vormvrije m.e.r.-beoordeling grotendeels gelijkgetrokken. Van het besluit met betrekking tot de vormvrije m.e.r.-beoordeling hoeft echter geen kennisgeving gedaan te worden.
2.4
Bevoegd gezag
Burgemeester en wethouders van de gemeente Dinkelland zijn bevoegd om te beslissen op dit verzoek. Zij hebben de bevoegdheid om besluiten op grond van de Wet milieubeheer te nemen overgedragen aan Omgevingsdienst Twente.
Z2021-ODT-018188
Omgevingsdienst Twente
Pagina 7 van 10
3 INHOUDELIJKE OVERWEGINGEN 3.1
Toetsingskader
Wij hebben getoetst of voor het project een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Deze toets is overeenkomstig artikel 7.19, lid 1 jo. 7.17 lid 2 t/m 4 van de Wm uitgevoerd op grond van de in bijlage III van de m.e.r.-richtlijn opgenomen criteria. De toetsing is hieronder uitgewerkt.
3.2
De kenmerken van het project
Bij de kenmerken van het project zijn de volgende criteria in ogenschouw genomen: de omvang en het ontwerp van het gehele project; de cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde projecten; het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name land, bodem, water en biodiversiteit; de productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder; het risico van ongevallen en/of rampen die relevant zijn voor het project in kwestie, waaronder rampen die worden veroorzaakt door klimaatverandering in overeenstemming met wetenschappelijke kennis; ’ z Geluid De omgeving kan hinder ondervinden van de milieubelastende functie van initiatiefnemer. Er is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat op grond van de uitgangspunten de wijziging van de bestemming inpasbaar is. Op grond van de bevindingen in het akoestisch onderzoek is het opstellen van een milieueffectrapport niet noodzakelijk. Overwegingen Er is geen spraken van cumulatie met andere projecten. Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen is gezien de kenmerken van het project geen aandachtspunt in deze beoordeling. Dit geldt tevens voor de productie van afvalstoffen en verontreiniging.
Ook is er geen sprake van risico van ongevallen en/of rampen die relevant zijn voor het project in kwestie, waaronder rampen die worden veroorzaakt door klimaatverandering in overeenstemming met wetenschappelijke kennis ’ gezondheid. De activiteiten vallen onder de bepalingen van het Activiteitenbesluit. De algemene regels uit het Activiteitenbesluit bieden voldoende bescherming om de milieugevolgen te voorkomen danwel zo veel mogelijk te beperken. De overige hierboven genoemde onderdelen zijn voldoende beschreven in de aanmeldnotitie. Wij zijn van mening dat er voor wat betreft de kenmerken van het project geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten die noodzaken tot het opstellen van een milieueffectrapport.
Z2021-ODT-018188
Omgevingsdienst Twente
Pagina 8 van 10
3.3
De locatie van het project
Bij de plaats van het project wordt het volgende in overweging genomen: het bestaande grondgebruik; de relatieve rijkdom aan alsmede de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied; het opnamevermogen van het natuurlijk milieu, met speciale aandacht voor de typen aangewezen in de m.e.r.-richtlijn. Archeologie Het plangebied Dorpermeienweg 8 ligt in de 'dekzandwelvingen en -vlakten' laag. Voor deze laag geldt een middelmatige verwachting voor archeologische resten uit alle perioden. Archeologisch onderzoek noodzakelijk in plangebieden groter dan 5000 m² bij bodemingrepen dieper dan 40 cm. Voor gebieden kleiner dan 5000 m² geldt vrijstelling voor archeologisch onderzoek. Het perceel van de voorliggende ontwikkeling is kleiner dan 5000 m² waardoor vrijstelling voor archeologisch onderzoek geldt. Het aspect 'archeologie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het planvoornemen. Cultuurhistorie: Uit de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Overijssel kan worden afgeleid dat de dichtstbijzijnde cultuurhistorische waarde de Nordhornsestraat (historische infrastructuur) betreft. Voorliggende ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor deze historische infrastructuur. Verder bevinden zich geen cultuurhistorische elementen in of direct nabij de planlocatie.
Natura 2000 Het plangebied is gelegen op ongeveer 2,2 kilometer van een Natura 2000 gebied. Gezien de kleinschaligheid van het project kunnen significante negatieve gevolgen effecten op Natura 2000 gebieden worden uitgesloten. Soortenbescherming Wet natuurbescherming Voor de voorgenomen activiteit zijn geen belangrijke nadelig gevolgen voor soortenbescherming op grond van de Wet natuurbescherming te verwachten. Overwegingen De overige genoemde onderdelen zijn voldoende beschreven in de aanmeldnotitie. Wij zijn van mening dat er voor wat betreft de locatie van het project geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten die noodzaken tot het opstellen van een milieueffectrapport.
Z2021-ODT-018188
Omgevingsdienst Twente
Pagina 9 van 10
3.4
De soort en kenmerken van het potentiële effect
Bij de soort en kenmerken van het potentiële effect moet in aanmerking worden genomen, in samenhang met de onder de punten 1 en 2 uiteengezette criteria en met inachtneming van: - de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten; - de aard van het effect; - het grensoverschrijdend karakter van het effect; - de waarschijnlijkheid van het effect; - de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect; - de cumulatie van effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten; - de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen. Overwegingen De effecten van de milieugevolgen bestaan in hoofdzaak uit stofverspreiding en geluidemissie en veroorzaken slechts op relatief korte afstand van de inrichting een effect. Gezien de ligging van het bedrijf is er geen sprake van een grensoverschrijdend effect als bedoeld in overschrijding van de landgrenzen. De effecten van het gewenste project zijn uitvoerig aan de orde geweest in deze onderbouwing. Het effect van de uit te voeren activiteiten is niet omkeerbaar tenzij bedrijfsactiviteiten op de locatie worden beëindigd. De activiteiten vallen onder de bepalingen van het Activiteitenbesluit. De algemene regels uit het Activiteitenbesluit bieden voldoende bescherming om de milieugevolgen te voorkomen danwel zo veel mogelijk te beperken of om eventuele effecten doelmatig te verminderen.
De overige hierboven genoemde onderdelen zijn voldoende beschreven in de aanmeldnotitie. Wij zijn van mening dat er voor wat betreft de soort en kenmerken van het potentiële effect geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten die noodzaken tot het opstellen van een milieueffectrapport.
3.5
Conclusie
Op basis van bovengenoemde beoordeling van kenmerken en locatie van het project en de kernmerken van het potentiële effect van het project is vastgesteld dat er geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Het opstellen van een milieueffectrapportage is niet nodig.
Z2021-ODT-018188
Omgevingsdienst Twente
Pagina 10 van 10
Bijlage 4
Akoestisch onderzoek
bestemmingsplan Buitengebied, Dorpermeienweg 8 Denekamp 71
RAPPORT Akoestisch onderzoek J. Wigger Bouw & Timmerwerken te Denekamp
Projectnaam Projectnummer Referentie Opdrachtgever Postadres
Contactpersoon
Akoestisch onderzoek J. Wigger Bouw & Timmerwerken te Denekamp 21.141 RdG/21.141 Noaberkracht Dinkelland Tubbergen Postbus 21 7590 AA Denekamp mevr. M. Rutjes
Datum
definitief 02 31 mei 2021
Auteur
R. de Graaf
Status Versie
Twentepoort Oost 61-14
7609 RG Almelo
0546 - 898 200
info@geluidplus.nl
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING ..................................................................................................................................... 3
2
SITUATIE ....................................................................................................................................... 3
3
NORMSTELLING ............................................................................................................................ 4 3.1 GEMEENTELIJK BELEID 3.2 BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING ~ VNG 3.3 ACTIVITEITENBESLUIT
4 5 6
4
AKOESTISCHE BEDRIJFSSITUATIE EN GELUIDVERMOGENNIVEAUS ................................................ 7
5
BEOORDELING INDUSTRIELAWAAI ................................................................................................ 9 5.1 BEOORDELING STAP 1 5.2 TOETSING INDUSTRIELAWAAI, STAP 2 5.2.1 Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau 5.2.2 Maximaal geluidniveau 5.2.3 Indirecte hinder
6
9 9 10 10 12
CONCLUSIE ...................................................................................................................................13
BIJLAGEN Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6:
31 mei 2021
Situatie VNG-richtafstanden Invoergegevens Resultaten langtijdgemiddeld beoordelingsniveau Resultaten maximaal geluidniveau Indirecte hinder
projectnr. 21.141
pagina 2 van 19
1
INLEIDING In opdracht van Noaberkracht Dinkelland Tubbergen is voor de bedrijfslocatie van J. Wigger Bouw & Timmerwerken aan de Dorpermeienweg 8 te Denekamp een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van een wijziging van het bestemmingsplan om de bedrijfsactiviteiten van J. Wigger Bouw & Timmerwerken op deze locatie mogelijk te maken. Het onderzoek is tevens geschikt voor de melding in het kader van het Activiteitenbesluit. Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en het maximaal (piek)geluidniveau vanwege de inrichting is ter plaatse van omliggende woningen inzichtelijk gemaakt. Daarnaast is de verkeersaantrekkende werking van een naar de inrichting, de indirecte hinder, beoordeeld.
2
SITUATIE De inrichting is gelegen aan de Dorpermeienweg 8 te Denekamp. De bedrijfslocatie heeft in het vigerende bestemmingsplan “Bestemmingsplan Buitengebied 2010” in hoofdzaak een woonbestemmingen en voor een klein deel een agrarische bestemming. Met de wijziging van het bestemmingsplan wordt een enkelbestemming ‘bedrijf – voormalig agrarisch’ mogelijk gemaakt. Binnen de plangrenzen is een bedrijfshal en een woning met bijbehorend bijgebouw gerealiseerd. In figuur 2.1 en in bijlage 1 is bedrijfssituatie opgenomen. Figuur 2.1: Situatie inrichting
31 mei 2021
projectnr. 21.141
pagina 3 van 19
3
NORMSTELLING Voor de geluidproductie van J. Wigger Bouw & Timmerwerken aan de Dorpermeienweg 8 te Denekamp zijn twee toetsingskaders van toepassing. Ten eerste dient, in het kader van goede ruimtelijke ordening, getoetst te worden of de inrichting past in de nabijheid van omliggende woningen. Daarnaast is het Activiteitenbesluit van toepassing op deze inrichting.
3.1
GEMEENTELIJK BELEID De gemeente Dinkelland heeft een gebiedsgericht geluidbeleid opgesteld waarin verschillende uitgangspunten en criteria zijn opgenomen waaraan voldaan dient te worden bij realisatie van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen. Het geluidbeleid geeft per gebiedstypering de gebiedsgerichte ambities en bovengrens aan, die ertoe moeten leiden dat geluid in een vroeg stadium bij een ruimtelijke ontwikkeling van nieuwe situaties wordt meegenomen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende geluidklassen en gebiedstypen. De geluidklassen variëren van “zeer rustig” tot “zeer lawaaiig”. Per geluidklasse is een range met geluidbelastingen gekoppeld, bijvoorbeeld van 46 t/m 50 dB(A) wordt als “redelijk rustig” gekwalificeerd voor het geluid van bedrijven (industrielawaai). Voor spoorweg- en industrielawaai zijn andere combinaties van toepassing (zie tabel 3.1). Er zijn 7 verschillende gebiedstyperingen onderverdeeld, te weten “natuur”, “extensiveringsgebied”, “buitengebied”, “woongebied”, “centrum”, “gemengd gebied” en “bedrijventerrein”. De planlocatie en de direct omliggende woningen zijn buiten de bebouwde kom gelegen, de gebiedstypering betreft “buitengebied”. De ambitiewaarde van de gebiedstypering buitengebied betreft “rustig”, de plafondwaarde bedraagt “redelijk rustig” voor geluid van bedrijven. In tabel 3.1 zijn de geluidklassen opgenomen.
Tabel 3.1: Geluidkwaliteiten
Geluidklasse
Wegverkeerslawaai
Spoorweglawaai
Industrielawaai
[dB]
[dB]
[dB(A)]
▪
Zeer rustig
≤ 38
≤ 45
≤ 40
▪
Rustig
39 t/m 43
46 t/m 50
41 t/m 45
▪
Redelijk rustig
44 t/m 48
51 t/m 55
46 t/m 50
▪
Onrustig
49 t/m 53
56 t/m 58
51 t/m 55
▪
Zeer onrustig
54 t/m 58
59 t/m 63
56 t/m 60
▪
Lawaaiig
59 t/m 63
64 t/m 68
61 t/m 65
▪
Zeer lawaaiig
≥ 64
≥ 69
≥ 66
Indien de ambitiewaarde wordt overschreden, dient onderzoek te worden gedaan naar bron- en overdrachtsmaatregelen en/of maatregelen bij de ontvanger (gevelisolatie). Op basis van een goede onderbouwing en motivatie kunnen Burgemeester en Wethouders van de gemeente Dinkelland een afweging maken om hogere geluidbelastingen toe te staan.
31 mei 2021
projectnr. 21.141
pagina 4 van 19
De ambitiewaarde heeft betrekking om het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT). Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau wordt getoetst op gevels van woningen of andere geluidgevoelige bestemmingen. De gemeente Dinkelland kiest ervoor om als manier van gebiedsbescherming voor de bedrijven in het buitengebied de ambitiewaarden (LAr;LT = 45 dB(A)) vast te stellen op referentiepunten op 50 m vanaf de inrichtingsgrens, tenzij op kortere afstand woningen zijn gelegen Maximaal geluidniveau Het beleid stelt geen waarden voor het maximaal geluidniveau op gevels van woningen. Voor de ambitiewaarde voor het maximaal geluidniveau wordt aangesloten bij de richtwaarden conform de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening, een 10 dB(A) hogere waarde dan de ambitiewaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau. Als bovengrens wordt aangesloten bij de normen van het Activiteitenbesluit.
3.2
BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING ~ VNG Voor de inpassing van bedrijven in de nabijheid van bestaande woningen (of andere geluidgevoelige objecten) moet bepaald worden of er voor deze woningen een acceptabel akoestisch woon- en leefklimaat heerst. Met het gemeentelijk geluidbeleid heeft de gemeente Dinkelland al invulling gegeven aan toelaatbare (langtijd)gemiddelde beoordelingsniveaus. Voor het maximaal geluidniveau wordt voor de ruimtelijke inpassing van het plan aangesloten bij de systematiek conform de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. De VNG-publicatie geeft richtlijnen voor aan te houden afstanden tussen bedrijven en woningen. De milieuzonering wordt bepaald aan de hand van richtafstanden voor geluid, geur, stof en gevaar, de omgevingstypen (rustige woonwijk/buitengebied en gemengd gebied) en functiemenging. Het toetsingskader voor geluid bestaat uit vier stappen waarbij per stap de geluidbelasting groter wordt en daarmee de onderzoeks- en motiveringsplicht toeneemt. Het toetsingskader is afhankelijk van de gebiedstypering van de woonomgeving. Stap 1 en 2 zijn hieronder opgenomen. Stap 1: Indien de richtafstand voor geluid niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect geluid in beginsel achterwege blijven; Stap 2: Indien stap 1 niet toereikend is dient een akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden.
Voor woningen in een gebiedstype ‘rustige woonwijk’ geldt een geluidbelasting van ten hoogste: ▪ 451 dB(A) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau; ▪ 651 dB(A) voor het maximaal (piek)geluidniveau; ▪ 501 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking. Voor woningen in een gebiedstype ‘gemend gebied’ geldt een geluidbelasting van ten hoogste: ▪ 501 dB(A) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau; ▪ 701 dB(A) voor het maximaal (piek)geluidniveau; ▪ 501 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking. Wanneer aan deze voorwaarden wordt voldaan is buitenplanse inpassing mogelijk.
31 mei 2021
projectnr. 21.141
pagina 5 van 19
3.3
ACTIVITEITENBESLUIT Voor het in werking hebben van een inrichting wordt de geluidemissie getoetst aan de algemene geluidnormen van het “Activiteitenbesluit Milieubeheer”. Onder afdeling 2.8 zijn de algemene voorschriften ten aanzien van geluidhinder opgenomen. De meest relevante geluidvoorschriften uit het Activiteitenbesluit voor de te realiseren inrichting betreffen: Artikel 2.17 1. Voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau LAmax, veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, geldt dat: a. de niveaus op de in tabel 2.17a genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden; Tabel 2.17a Activiteitenbesluit 07–19 uur
19–23 uur
23–07 uur
L Ar,LT op de gevel van gevoelige gebouwen
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
L Ar,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen
35 dB(A)
30 dB(A)
25 dB(A
L Amax op de gevel van gevoelige gebouwen
70 dB(A)
65 dB(A)
60 dB(A)
L Amax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen
55 dB(A)
50 dB(A)
45 dB(A)
b. de in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur in tabel 2.17a opgenomen maximale geluidsniveaus LAmax niet van toepassing zijn op laad- en losactiviteiten;
31 mei 2021
projectnr. 21.141
pagina 6 van 19
4
AKOESTISCHE BEDRIJFSSITUATIE EN GELUIDVERMOGENNIVEAUS In dit akoestisch onderzoek is de representatieve bedrijfssituatie (RBS) onderzocht. Dit is een bedrijfssituatie, een etmaal, die frequent voorkomt en akoestisch maatgevend is. J. Wigger Bouw & Timmerwerken De inrichting J. Wigger Bouw & Timmerwerken betreft een eenmanszaak voor dienstverlening voor nieuwbouw, verbouw en renovatie van diverse bouwwerken. De werkzaamheden van het bedrijf vinden hoofdzakelijk plaats op de bouwlocatie. Ter plaatse van het bedrijf aan de Dorpermeienweg vinden één of twee dagen per week werkzaamheden, machinale houtbewerking, plaats. Verder wordt de bedrijfslocatie gebruikt voor stalling van materieel en opslag van kleine goederen. Bedrijfstijden De werkzaamheden op de bedrijfslocatie van J. Wigger Bouw & Timmerwerken worden in de dagperiode, van ca. 08:30 tot 17:00 uur, uitgevoerd. Binnenniveau werkplaats Het westelijke deel van het bedrijfsgebouw in ingericht als werkplaats, de overige bedrijfsruimte betreft ruimte voor opslag en stalling. De voor de geluidemissie relevante werkzaamheden in de werkplaats betreft machinale houtbewerking. In de werkplaats staan onder andere een formaatzaag/combi-machine, een kolomboor, freesbank en afkortzaag. Gedurende circa 2 à 3 uur per dag (1 of 2 dagen per week) wordt er effectief met deze machines gewerkt.
Het representatieve binnenniveau van de machinale houtbewerking bedraagt 85 dB(A). Voor de gebouwemissie zijn de volgende bouwkundige uitgangspunten aangehouden: ▪ Noordgevel: o ½ steens metselwerk met aan de binnenzijde PIR-isolatie afgewerkt met multiplex. Het metselwerk is niet relevant voor de geluidemissie van de werkplaats Stalraam: enkel glas o Loopdeur: 40 mm hout; o Schuifdeur met opbouw: ▪ Gelamineerd dubbel glas (30%); ▪ Houten sandwichsysteem van 18 mm underlayment, 50 mm PIR en 22 mm eikenhout (70%); ▪ De schuifdeur heeft geen kierdichting. ▪ Westgevel: o ½ steens metselwerk met aan de binnenzijde PIR-isolatie afgewerkt met multiplex. Het metselwerk is niet relevant voor de geluidemissie van de werkplaats; o Stalraam: enkel glas o Raam: dubbele beglazing. ▪ Zuidgevel: o Loopdeur: stapeldorpeldeur met dubbele beglazing; o Raam: dubbele beglazing
31 mei 2021
projectnr. 21.141
pagina 7 van 19
Gevel: damwand buitenzijde – PIR-isolatie – multiplex afwerking binnenzijde; De overkapping en houten delen achter de achtergevel zijn niet opgenomen in het rekenmodel. Hellend dak met opbouw: o Staal dak met 30 mm thermische isolatie o Spouw 170 mm gevuld met ca. 50 mm PIR; o Binnenzijde afgewerkt met houten delen. o o
▪
Voor het hellend dak en de achtergevel is, voor de geluidisolatie, een stalen sandwichpaneel met 40 mm thermische isolatie aangehouden. Vanwege de houten delen en de multiplex afwerking aan de binnenzijde is dit een onderschatting van de werkelijke geluidisolatie. Installaties Er zijn geen installaties, zoals een ventilatievoorziening, las/roetafzuiging of koeling, die relevant zijn voor de geluidemissie naar de omgeving. Vervoersbewegingen Verkeersbewegingen op het terrein van de inrichting vinden plaats via de inrit aan de Dorpermeienweg. De volgende vervoersbewegingen zijn opgenomen in het onderzoek: ▪ 1x vrachtwagen ▪ 4 x bestelbus, hoofdzakelijk de eigen bedrijfsbus (met of zonder aanhanger) en leveringen pakketdienst ▪ 3 x personenauto, van klanten, vertegenwoordigers of incidentele inhuur van personeel. Overige activiteiten Op het terrein van de inrichting, rondom de bedrijfshal, wordt een lpg-heftruck gebruikt. Deze wordt ingezet voor het laden en lossen van eigen aanhangers of vrachtwagens. Representatieve bedrijfssituatie In tabel 4.1 zijn de bedrijfsduur en aantallen van de relevante geluidbronnen opgenomen. Tabel 4.1: geluidsbronnen in de representatieve bedrijfssituatie Omschrijving
LWReq 1) LWRmax1) [dB(A)] [dB(A)]
103 100/101 102 div div
Vrachtwagen Bestelbus (eigen + toelevering) Personenauto’s Heftruck buitenterrein Uitstralende gevels en dak, machinale houtbewerking: Lbi = 85 dB(A)
1) 2) -
Kental/bureau-ervaringscijfer. Bronuitwerking II.7 van de verschillende geveldelen is in bijlage 3 toegevoegd. Niet van toepassing/ geen relevante geluidemissie
31 mei 2021
Bedrijfsduur of aantallen Dag 07-19 uur
Avond 19-23 uur
Nacht 23-07 uur
103 91 89 100
104 100 100 111
1stuks 3 stuks 18 stuks 15 min
-
-
div.2)
-
3 uur
-
-
projectnr. 21.141
pagina 8 van 19
5
BEOORDELING INDUSTRIELAWAAI
5.1
BEOORDELING STAP 1 J. Wigger Bouw & Timmerwerken betreft een inrichting met milieucategorie 2, “aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m². De woonomgeving van de omliggende bedrijven betreft een rustig landelijk gebied. Daarmee bedraagt de VNG-richtafstand 30 meter. In figuur 5.1 is het terrein van de inrichting en de richtafstand van 30 meter uitgezet. Figuur 5.1: richtafstand milieucategorie 2
Uit figuur 5.1 blijkt dat de woning aan de Dorpermeienweg 7 binnen de richtafstand van 30 meter is gelegen. Nader akoestisch onderzoek, stap 2, is nodig om de ruimtelijke inpassing te kunnen toetsen. Overige woningen liggen buiten de richtafstand. Voor deze woningen is er hiermee voldoende ruimtelijke scheiding tussen de realisatie van J. Wigger Bouw & Timmerwerken en de omliggende woningen en is de bestemmingswijziging hiermee inpasbaar voor het aspect geluid.
5.2
TOETSING INDUSTRIELAWAAI, STAP 2 Alle berekeningen zijn uitgevoerd conform de ‘Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai (HMRIII)’ uit 1999. De geluidsoverdracht naar de omgeving is berekend met een rekenprogramma (Geomilieu V2020.2) overeenkomstig model II.8 uit de handleiding. In dit overdrachtsmodel wordt, voor zover van toepassing, rekening gehouden met verzwakkingen door geometrische uitbreiding, luchtabsorptie, reflectie tegen obstakels, afscherming door obstakels, verstrooiing en absorptie door installaties en vegetaties, reflecties tegen, verstrooiing door en absorptie van de bodem. Voor de omgeving van de inrichting is een zachte, absorberende bodem met Bf = 1,0 [-] aangehouden. De invoergegevens zijn opgenomen in bijlage 3.
31 mei 2021
projectnr. 21.141
pagina 9 van 19
Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau is inzichtelijk gemaakt op gevels van omliggende woningen. In de dagperiode wordt de geluidbelasting beoordeeld op de begane grond (1,5 meter). Op referentiepunten bedraagt de beoordelingshoogte 5 meter.
5.2.1 Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau In tabel 5.1 zijn de berekende langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus (LAr,LT) ter plaatse van maatgevende, omliggende woningen rondom de inrichting en op referentiepunten op 50 meter gegeven. In bijlage 4 zijn de volledige rekenresultaten opgenomen. Tabel 5.1: langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (L Ar,LT), RBS Beoordelingspunten
Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau [dB(A)] dagperiode
avondperiode
nachtperiode
07:00 - 19:00
19:00 - 23:00
23:00 – 07:00
Omliggende woningen ▪
Dorpermeienweg 1
23
--
--
▪
Dorpermeienweg 3
28
--
--
▪
Dorpermeienweg 2-4-6
27
--
--
▪
Dorpermeienweg 7
36
--
--
▪
Dorpermeienweg 9
20
--
--
Referentiepunten ▪
referentiepunt 50m zuidoost
32
--
--
▪
referentiepunt 50m zuidwest
36
--
--
▪
referentiepunt 50m noordwest
33
--
--
Zoals uit tabel 5.1 blijkt, bedraagt het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) ter plaatse van omliggende woningen ten hoogste 36 dB(A) in de dagperiode, in de avond- en nachtperiode zijn er geen relevante activiteiten. Ter plaatse van referentiepunten op 50 meter bedraagt het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau ten hoogste 36 dB(A) in de dagperiode. Hiermee wordt aan de ambitiewaarde van 45 dB(A) voldaan en aan de geluidnormen van het Activiteitenbesluit. In het kader van goede ruimtelijke ordening is het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau beoordeeld in de tuin van de Dorpermeienweg 7. Het geluidniveau bedraagt ten hoogste 36 dB(A). Hiermee wordt aan de ambitiewaarde van 45 dB(A) voldaan.
5.2.2 Maximaal geluidniveau In tabel 5.2 zijn de waarden van het maximaal geluidniveau ter plaatse van ter plaatse van maatgevende, omliggende woningen rondom de inrichting en op referentiepunten op 50 meter gegeven. In bijlage 5 zijn de volledige resultaten opgenomen.
31 mei 2021
projectnr. 21.141
pagina 10 van 19
Tabel 5.2: maximaal geluidniveau (L Amax), RBS Beoordelingspunten
Maximaal geluidniveau [dB(A)] dagperiode
avondperiode
nachtperiode
07:00 - 19:00
19:00 - 23:00
23:00 – 07:00
Omliggende woningen ▪
Dorpermeienweg 1
52
--
--
▪
Dorpermeienweg 3
55
--
--
▪
Dorpermeienweg 2-4-6
56
--
--
▪
Dorpermeienweg 7
69
--
--
▪
Dorpermeienweg 9
51
--
--
Referentiepunten ▪
referentiepunt 50m zuidoost
66
--
--
▪
referentiepunt 50m zuidwest
66
--
--
▪
referentiepunt 50m noordwest
62
--
--
Het maximaal (piek)geluidniveau bedraagt ten hoogste 69 dB(A) in de dagperiode, in de avond- en nachtperiode zijn er geen activiteiten, ter plaatse van omliggende woningen. Op referentiepunten bedraagt het maximaal geluidniveau ten hoogste 66 dB(A) in de dagperiode. Het maximaal geluidniveau is hoger dan de gestelde richtwaarde maar voldoet aan de algemeen geaccepteerde bovengrens, de norm van het Activiteitenbesluit. In het kader van goede ruimtelijke ordening is het maximaal (piek)geluidniveau beoordeeld in de tuin van de Dorpermeienweg 7. Het maximaal geluidniveau bedraagt ten hoogste 70 dB(A) ten noordwesten van de woning. Achter, ten noordoosten, van de woning bedraagt het maximaal geluidniveau 47 dB(A). In de tuin van de Dorpermeienweg 7 wordt aan de ambitiewaarde van 55 dB(A) voldaan. Maatgevend voor het maximaal geluidniveau zijn piekgeluiden vanwege het komen en gaan van vrachtwagens. Dit zijn piekgeluiden die behoren tot laad- en losactiviteiten en zijn conform het Activiteitenbesluit uitgesloten voor beoordeling. Deze piekgeluiden zijn in het kader van goede ruimtelijke ordening inzichtelijk gemaakt. De geluidbelasting vanwege piekgeluiden van vrachtwagens is niet verder te beheersen. J. Wigger Bouw & Timmerwerken maakt aan chauffeurs kenbaar dat rustig gereden moet worden om piekgeluiden zoveel mogelijk te beheersen. J.
Wigger Bouw & Timmerwerken heeft verder geen invloed om de bron verder te beheersen omdat het vrachtwagens van derden betreffen. Het plaatsen van een geluidscherm is niet mogelijk, het maximaal geluidniveau wordt veroorzaakt op het moment dat de vrachtwagen de inrichting verlaat. Omdat het bepaalde maximaal geluidniveau voldoet aan de algemeen geaccepteerde waarde, de norm van het Activiteitenbesluit, omdat een vrachtwagen niet vaker dan één keer per dag komt en omdat voldaan wordt aan het Activiteitenbesluit, leiden de bepaalde waarden voor het maximaal geluidniveau niet tot een onacceptabel woon- en leefklimaat.
31 mei 2021
projectnr. 21.141
pagina 11 van 19
5.2.3 Indirecte hinder De indirecte hinder wordt veroorzaakt door verkeer dat ten behoeve van de inrichting op de openbare weg rijdt. Dit betreffen de vervoersbewegingen van vrachtwagens, personenauto’s en bestelbussen op de Dorpermeienweg. De indirecte hinder wordt beoordeeld tot het is opgenomen in het heersende verkeersbeeld, tot het de toegestane rijsnelheid (60 km/u) of de eerstvolgende kruising heeft bereikt. Verkeer van een naar de inrichting komt en gaat hoofdzakelijk via de Nordhornsestraat (N342). De equivalente geluidbelasting vanwege het verkeer op de Dorpermeienweg in westelijke richting is derhalve tot aan de Schotbroekweg beoordeeld. In tabel 5.3 is de geluidbelasting op maatgevende beoordelingspunten opgenomen. Tabel 5.3: equivalent geluidniveau (L Aeq) indirecte hinder. Beoordelingspunten
Equivalente geluidbelasting [dB(A)] dagperiode
avondperiode
nachtperiode
07:00 - 19:00
19:00 - 23:00
23:00 – 07:00
▪
Dorpermeienweg 1
39
--
--
▪
Dorpermeienweg 3
42
--
--
▪
Dorpermeienweg 2-4-6
41
--
--
▪
Dorpermeienweg 7
33
--
--
▪
Dorpermeienweg 9
6
--
--
Zoals uit tabel 5.3 blijkt dat de geluidbelasting vanwege indirecte hinder ten hoogste 42 dB(A) bedraagt in de dagperiode, in de avond- en nachtperiode zijn er geen vervoersbewegingen van en naar de inrichting. Met deze waarde wordt voldaan aan de richtwaarde van 50 dB(A) conform de Circulaire indirecte hinder.
31 mei 2021
projectnr. 21.141
pagina 12 van 19
6
CONCLUSIE In opdracht van Noaberkracht Dinkelland Tubbergen is voor de bedrijfslocatie van J. Wigger Bouw & Timmerwerken aan de Dorpermeienweg 8 te Denekamp een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van een wijziging van het bestemmingsplan en een melding Activiteitenbesluit om de bedrijfsactiviteiten van J. Wigger Bouw & Timmerwerken op deze locatie mogelijk te maken. Op basis van onderhavig onderzoek kan het volgende geconcludeerd worden: ▪ Het bedrijf J. Wigger Bouw & Timmerwerken betreft een inrichting met milieucategorie 2. Binnen de richtafstand voor deze bedrijvigheid is één woning, aan de Dorpermeienweg, gelegen. Voor de ruimtelijke inpassing is vanwege deze woning nader akoestisch onderzoek nodig. Voor overige omliggende woningen in de inrichting ruimtelijk inpasbaar in de woonomgeving. ▪
Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau vanwege de inrichting bedraagt ten hoogste 36 dB(A) in de dagperiode, in de avond- en nachtperiode zijn er geen activiteiten, ter plaatse van omliggende woningen en referentiepunten. Met deze waarde wordt aan de ambitiewaarde van het gemeentelijk beleid en aan de normen van het Activiteitenbesluit voldaan.
▪
Het maximaal geluidniveau vanwege de inrichting bedraagt ten hoogste 69 dB(A) in de dagperiode, in de avond- en nachtperiode zijn er geen activiteiten, ter plaatse van omliggende woningen en referentiepunten. Met deze waarde wordt de richtwaarde overschreden maar er wordt voldaan aan normen van het Activiteitenbesluit voldaan. Bron- en overdachtsmaatregelen kunnen niet getroffen worden. Omdat voldaan wordt aan het Activiteitenbesluit is er, in het kader van goede ruimtelijke ordening, tevens sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat.
▪
De verkeersaantrekkende werking van J. Wigger Bouw & Timmerwerken voldoet aan de richtwaarde van 50 dB(A) conform de Circulaire inzake indirecte hinder.
Op basis van het voorliggende onderzoek blijkt dat J. Wigger Bouw & Timmerwerken in het kader van goede ruimtelijke ordening en het Activiteitenbesluit voldoet aan de daarvoor gestelde richtwaarden en geluidnormen.
31 mei 2021
projectnr. 21.141
pagina 13 van 19
Bijlage 1:
31 mei 2021
Situatie
projectnr. 21.141
pagina 14 van 19
Dorpermeienweg 8, Denekamp
a=
Bestaande woning
b=
Bestaande bijgebouwen bij de woning
c=
Bestaande bijgebouwen t.b.v. het aannemersbedrijf
d= Weiland t.b.v. hobbyvee met een afrastering van natuurlijke materialen, toegang van het erf naar het weiland geschiet voornamelijk via houten landhekken e= Bestaande beukenhaag f= Tuin bestaande uit een boomgaard gedeeltelijk omzoomd door een natuurlijk hekwerk, gebiedseigen beplanting en vaste planten. Bij nieuwe aanplant bestaat de voorkeur om gebiedsvreemde grote heesters te voorkomen (coniferen, laurierkers) gebiedseigen of passende beplanting als hortensia, rhododendron, vaste planten in de tuin aan te brengen. g= Bestaande eiken (Quercus robur)
Landschap op locatie Het plangebied ligt tussen de voormalige dorpsche hooimaten (later de Dorper Meien, de met groen versierde hooilanden) en het Almelo-Nordhorn kanaal, een gebied welke gekenmerkt wordt als heideontginning gelegen tussen de nattere gronden richting het zuidoosten (matenlandschap bij de Sombeek) en de drogere en hogere gronden richting het noordwesten van het essen- en kampenlandschap rond Denekamp en Noord-Deurningen. Deze heidegronden waren oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap. Op deze gronden werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal. De in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur gebracht. Aanvankelijk werden de gronden individueel, door ‘keuterboertjes’, in cultuur gebracht, pas later werd de ontginning planmatig en grootschalig aangepakt (tot in de jaren 60 van de 20e eeuw).Er ontstond een rationeel boerenland met de lange rechte wegen in een schaakbordachtige structuur, de regelmatige, grote landbouwkavels en de regelmatige verspreide boerderijen. De erven werden gerangschikt en ingericht naar de bedrijfsvoering en eigen inzicht van de boer. De omgeving van de planlocatie is dan ook een gebruikslandschap.
Het is een grootschalig landschap gericht op de landbouw met over het algemeen weinig perceelrandbegroeiingen. De dragende structuur in dit landschap wordt gevormd door het landschappelijk raamwerken van lanen (wegen), bosstroken en waterlopen, die de rechtlijnige ontginningsstructuren accentueren. Het erf aan de Dorpermeienweg is halverweg de 20ste eeuw ontstaan in het voor het landschap kenmerkende blokverkavelingspatroon. Het erf kent de gebruikelijke haakse ligging op de weg en de opstelling van een erf in een ontginningslandschap waarbij de woning aan de voorzijde van het erf en de verder opstallen achter op het erf gesitueerd zijn. Het betreft een jong erf welke nabij de weg is gesitueerd zoals kenmerkend is voor erven in jonge ontginningen met de blokverkavelingsstructuur. De hoofdinrit geeft toegang tot het erf waarbij de verharding logischerwijs te midden ligt van de bebouwing. Op het erf zijn enkele robuuste groenelementen aanwezig welke behouden dienen te worden (eiken, beukenhaag en boomgaard). Het erf heeft reeds een esthetisch positieve ontwikkeling ondergaan waarbij de bestaande woning is vervangen en de bestaande schuren duurzaam zijn opgeknapt. Het toevoegen van beplanting buiten het voormalige boerenerf zou afbraak doen aan de openheid in het landschap.
De toegevoegde schuren zijn in de lineaire structuur van het erf gebouwd, zijn ondergeschikt aan de bestaande schuren en doen daarom geen afbreuk aan het landschap. De schuren mogen gezien worden in dit gebruikslandschap. Rondom het plangebied liggen gronden in agrarisch gebruik.
Dorpermeienweg 8
20AF035
A.Veenendaal
Familie Wigger