CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan 'Buitengebied, Deurningerstraat 5, Weerselo, 1e herziening' toelichting en regels.pdf

Gemeenteraad 30 november 2021, gemeente DinkellandBij agendapunt: 10: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan “Buitengebied, Deurningerstraat 5 Weerselo, 1e herziening”29.040 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan

Buitengebied, Deurningerstraat 5, Weerselo, 1e Herziening

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld NL.IMRO.1774.BUIBPDEURNSTR5HZ1VG01

Buitengebied, Deurningerstraat 5, Weerselo, 1e herziening

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime 1.5 Leeswijzer

7 7 7 7 8 9

Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1 Huidige situatie plangebied

11 11

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Gewenste ontwikkeling 3.2 Verkeer en parkeren

13 13 14

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid

17 17 18 25

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Geluid

31 31

5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10

31 33 34 35 37 38 39 41 42

Bodem Luchtkwaliteit Externe veiligheid Bedrijven en milieuzonering Geur Ecologie Archeologie en cultuurhistorie Besluit milieueffectrapportage Water

Hoofdstuk 6 Juridische aspecten en planverantwoording 6.1 Inleiding 6.2 Opbouw van de regels 6.3 Bestemmingen

45 45 45 46

Hoofdstuk 7

49

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 8 Vooroverleg, inspraak en zienswijzen 8.1 Vooroverleg 8.2 Inspraak 8.3 Zienswijzen

51 51 51 51

Bijlagen bij de toelichting

53

Bijlage 1

Beeldkwaliteitsplan Rood voor Rood

54

Bijlage 2

Ruimtelijk kwaliteitsplan

57

2

bestemmingsplan Buitengebied, Deurningerstraat 5, Weerselo, 1e herziening

Bijlage 3

Verkennend bodemonderzoek compensatiekavels

59

Bijlage 4

Verkennend bodemonderzoek woonboerderij

113

Bijlage 5

Watertoetsresultaat

187

Regels

191

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

193 193 197

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Bestemmingsregels Agrarisch - 1 Bos - Natuur Wonen

199 199 201 202

Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

207 207 208 209 210 211 212

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

213

Artikel 12 Artikel 13

Overgangsrecht Slotregel

213 214

Bijlagen bij de regels

215

Bijlage 1

Erfinrichtingsplan

216

Bijlage 2

Sloopopgave

218

bestemmingsplan Buitengebied, Deurningerstraat 5, Weerselo, 1e herziening

3

4

bestemmingsplan Buitengebied, Deurningerstraat 5, Weerselo, 1e herziening

Toelichting

bestemmingsplan Buitengebied, Deurningerstraat 5, Weerselo, 1e herziening

5

6

bestemmingsplan Buitengebied, Deurningerstraat 5, Weerselo, 1e herziening

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding Op het perceel Deurningerstraat 5 te Weerselo is een voormalig agrarisch erf aanwezig, momenteel reeds bestemd met een reguliere woonbestemming. Ter plaatse staat een voormalige agrarische bedrijfswoning en liggen twee compensatiekavels die uit een Rood-voor-Rood traject eerder (2019) op deze locatie verkregen zijn. Ook het voormalige agrarische erf is in dit Rood-voor-Rood traject bestemd met een reguliere woonbestemming. Initiatiefnemer is nu voornemens ter plaatse enkele ontwikkelingen door te voeren. Het betreffen de volgende ontwikkelingen: het opnemen van een afwijkingsbevoegdheid die het mogelijk maakt dat 200 m2 aan bijgebouwen bij beide compensatiewoningen mogelijk is; het realiseren van boerderijkamers in een nieuw bijgebouw bij de bestaande boerderijwoning. Op basis van het geldende bestemmingsplan zijn voorgenomen ontwikkeling niet mogelijk, aangezien de bouwen gebruiksmogelijkheden voor de gewenste ontwikkeling ontbreken. Om die reden is een herziening van het bestemmingsplan vereist. Hiertoe dient dit bestemmingsplan. In voorliggend bestemmingsplan wordt aangetoond dat de wijziging van de bestemming ter plaatse in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.2 Ligging van het plangebied Het plangebied is gelegen aan de Deurningerstraat 5 te Weerselo, op circa 1 kilometer ten zuiden van de kern Weerselo. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Weerselo, sectie P, nummer 177. In figuur 1.1 is de ligging van de locatie ten opzichte van Weerselo en de directe omgeving weergegeven.

Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied (Bron: Provincie Overijssel)

1.3 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan 'Buitengebied, Deurningerstraat 5, Weerselo, 1e herziening' bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.1774.BUIBPDEURNSTR5HZ1-VG01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

bestemmingsplan Buitengebied, Deurningerstraat 5, Weerselo, 1e herziening

7

1.4 Huidig planologisch regime 1.4.1

Algemeen

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan "Buitengebied, Deurningerstraat 5 Weerselo". Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 26 maart 2019. Daarnaast geldt het "Facetbestemmingsplan parkeren Dinkelland". Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 29 mei 2018. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van het geldende bestemmingsplan "Buitengebied, Deurningerstraat 5" opgenomen. Het plangebied is indicatief met rode omlijning weergegeven.

Afbeelding 1.2: Ligging van het plangebied in bestemmingsplan (Bron: Ruimtelijke Plannen/Gemeente Dinkelland) 1.4.2

Bestemmingen en aanduidingen

Op basis van het geldende bestemmingsplan gelden ter plaatse van het plangebied de bestemmingen 'Agrarisch - 1', 'Wonen' en 'Bos - Natuur'. De bestemming ‘Agrarisch - 1' is toegekend aan de gronden buiten de woonpercelen, waardoor het agrarisch bouwperceel in 2019 volledig is wegbestemd. De gronden met de bestemming ‘Agrarisch - 1 zijn hoofdzakelijk bestemd voor de het agrarisch gebruik en het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke, geomorfologische en cultuurhistorische waarden. Tevens kan worden opgemerkt dat binnen deze bestemming ook tuinen en erven behorende bij de woningen (binnen de naastgelegen bestemming) zijn toegestaan. De bestemming 'Bos - Natuur' is opgenomen ter plaatse van een groenstrook ten zuiden van beide compensatiekavels. De voor 'Bos - Natuur' bestemde gronden zijn bedoeld voor het herstel en de ontwikkeling van landschappelijke waarden in de vorm van opgaand groen en groenvoorzieningen. De gronden die worden gebruik voor de woonfunctie zijn bestemd als ‘Wonen’. Gronden met deze bestemming zijn bestemd voor woonhuizen, aan- en uitbouwen, bijgebouwen, en overkappingen, al dan niet in combinatie met ruimten voor een aan-huis-verbonden beroep dan wel een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, mantelzorg, extensief dagrecreatief medegebruik en agrarisch medegebruik.

Er zijn twee bestemmingsvlakken opgenomen: één voor de compensatiewoningen en één voor de bestaande woning. Het aantal toegestane woningen per bestemmingsvlak is middels een aanduiding op de verbeelding aangegeven. Voor de compensatiewoningen zijn tevens bouwvlakken opgenomen en is een aanduiding opgenomen om de beoogde locatie voor de bijgebouwen te borgen. Voor de bestaande woning is specifiek bepaald dat de oppervlakte aan bijgebouwen 200 m2 mag bedragen.

8

bestemmingsplan Buitengebied, Deurningerstraat 5, Weerselo, 1e herziening

1.4.3

Strijdigheid

De gewenste ontwikkeling is tweeledig. Enerzijds betreft dit het opnemen van een mogelijk tot het toestaan van 200 m2 aan bijgebouwen bij beide compensatiewoningen en anderzijds betreft dit het realiseren van boerderijkamers in het (nog te bouwen) bijgebouw bij de bestaande woning. Het realiseren van 200 m2 aan bijgebouwen bij beide compensatiewoningen is strijdig, aangezien er momenteel maximaal 100 m2 aan bijgebouwen per woning is toegestaan. In het bestemmingsplan 'Buitengebied 2010' is in artikel 36.3 (bestemming Wonen) onder d een afwijkingsbevoegdheid opgenomen die het mogelijk maakt om onder voorwaarden het aantal vierkante meter aan bijgebouwen te vergroten tot 200 m2 mits deze ruimte wordt gebruikt ten behoeve van de stalruimte voor dieren en/of de opslag van materieel dat gebruikt wordt voor het onderhoud van eigen grond. Tevens dient er sprake te zijn van een eigendom van gronden buiten het erf met een omvang van ten minste 5.000 m2. Deze afwijkingsbevoegdheid is in 2019 bij recht overgenomen voor de bestaande bedrijfswoning, omdat aan de voorwaarden kan worden voldaan. Voor de compensatiewoningen is deze voorwaarde destijds niet opgenomen. Ook is het niet middels een afwijkingsbevoegdheid in het bestemmingplan opgenomen. Dit is gebruikelijk, omdat bij compensatiewoningen normaliter geen sprake is van eigendom van gronden buiten het erf van ten minste 5.000 m2.

In dit geval is deze mogelijkheid er wel, waardoor middels voorliggend bestemmingsplan de afwijkingsbevoegdheid alsnog opgenomen is. Ten tweede is het realiseren van boerderijkamers in het bijgebouw bij de bestaande woning niet mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan. Ook zijn er geen binnenplanse mogelijkheden om dit gebruik toe te staan. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het benodigde juridisch planologische kader waarmee de voorgenomen ontwikkelingen mogelijk kunnen worden gemaakt.

1.5 Leeswijzer Na deze inleiding wordt in Hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige situatie in het plangebied. In Hoofdstuk 3 wordt de voorgenomen ontwikkeling beschreven. In Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Overijssel en de gemeente Dinkelland beschreven. In Hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. In Hoofdstuk 6 en Hoofdstuk 7 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 8 gaat in op de inspraak en het vooroverleg.

bestemmingsplan Buitengebied, Deurningerstraat 5, Weerselo, 1e herziening

9

10

bestemmingsplan Buitengebied, Deurningerstraat 5, Weerselo, 1e herziening

Hoofdstuk 2

Huidige situatie

2.1 Huidige situatie plangebied Het perceel ligt aan de Deurningerstraat (N738) in het buitengebied ten zuiden van de kern Weerselo. De ruimtelijk- functionele structuur van de omgeving bestaat voornamelijk uit agrarische gronden, bos- en natuurgronden, agrarische bedrijfspercelen en verspreid liggende woonerven. De locatie bestaat uit het voormalig agrarisch erf en de aangrenzende agrarische gronden. Het erf ligt geschakeld aan de westkant van de Deurningerstraat. Ten noorden van het perceel is een woonperceel (Deurningerstraat 3) aanwezig. Het perceel wordt aan de oostzijde omgeven door agrarisch in gebruik zijnde gronden en aan de zuidzijde omgeven door een bosperceel. De agrarische bedrijfsactiviteiten op het erf zijn volledig beëindigd. De bebouwing op het erf bestaat uit een voormalige boerderijwoning. De overige bebouwing is inmiddels gesloopt. Op onderstaande afbeelding is de sloop gaande. De compensatiewoningen met bijgebouwen en het bijgebouw bij de boerderijwoning zijn nog niet gerealiseerd. Het erf wordt aan de westzijde met twee in- en uitritten ontsloten op de Deurningerstraat. In afbeelding 2.1 en 2.2 is de huidige situatie op (lucht)foto's weergegeven.

Afbeelding 2.1 Huidige situatie (Bron luchtfoto: Provincie Overijssel)

bestemmingsplan Buitengebied, Deurningerstraat 5, Weerselo, 1e herziening

11

Afbeelding 2.2 Foto's van de huidige situatie (Bron: Google Streetview)

12

bestemmingsplan Buitengebied, Deurningerstraat 5, Weerselo, 1e herziening

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

3.1 Gewenste ontwikkeling 3.1.1

Algemeen

Zoals reeds aangegeven is de ontwikkeling tweeledig. Enerzijds gaat het om het opnemen van de afwijkingsbevoegdheid op 200 m2 aan bijgebouwen bij beide compensatiewoningen toe te staan. Anderzijds gaat het om het realiseren van boerderijkamers in het nog te realiseren bijgebouw bij de boerderijwoning. Voor de gehele ontwikkeling is in het kader van het voorgaande Rood-voor-Rood traject reeds een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld. Dit plan vormt ook voor onderhavig plan de basis. Het plan wordt bruikbaar geacht omdat er met dit plan geen sprake is van een andere positionering van de gebouwen en/of inrichting van het erf. In afbeelding 2.3 is het ruimtelijk kwaliteitsplan weergegeven. Het plan is tevens als Bijlage 1 opgenomen. De compensatiekavels worden aan de zuidzijde ingepast met een stevige houtsingel (1, 2 en 3). Op deze wijze wordt bijgedragen aan het behoud van (de beleving van) het doorzicht tussen twee groenstructuren ten zuiden van het plangebied. Ter begeleiding van de nieuwe in- en uitrit wordt een haag (6) aangeplant. Aan de noordoostkant van de compensatiekavels is een eikenboomgaard (5) voorzien en tevens wordt tussen de woningen een solitaire boom (4) aangeplant. De groenstructuren rond de bestaande boerderij blijven behouden. Daarbij wordt ter hoogte van de te vervallen in- en uitrit aan de noordkant van het perceel een houtsingel (7) aangelegd.

Naast de stevige houtsingel ten zuiden van het perceel wordt ook met deze houtsingel bijgedragen aan het versterking van het contrast tussen openheid en dichte groene randen. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat de bijgebouwen bij de compensatiewoningen groter zullen worden dan op onderstaande afbeelding is weergegeven. Tot slot wordt opgemerkt dat het bijgebouw, waarin de boerderkamers zich gaan bevinden, qua situering iets nooordelijker en oostelijker is gesitueerd dan in voorgaand bestemmingsplan was beoogd.

Afbeelding 3.1 Ruimtelijk kwaliteitsplan (Bron: Borgerink Groendesign)

bestemmingsplan Buitengebied, Deurningerstraat 5, Weerselo, 1e herziening

13

3.1.2

Grotere oppervlakte aan bijgebouwen bij de compensatiewoningen

Het is wenselijk om de mogelijkheid om bij beide compensatiewoningen bijgebouwen tot een oppervlakte van 200 m2 te realiseren, in een afwijkingsbevoegdheid op te nemen. In het bestemmingsplan 'Buitengebied 2010' is in artikel 36.3 (bestemming Wonen) onder d deze afwijkingsbevoegdheid opgenomen die het mogelijk maakt om onder voorwaarden het aantal vierkante meter aan bijgebouwen te vergroten tot 200 m2 mits deze ruimte wordt gebruikt ten behoeve van de stalruimte voor dieren en/of de opslag van materieel dat gebruikt wordt voor het onderhoud van eigen grond. Tevens dient er sprake te zijn van een eigendom van gronden buiten het erf met een omvang van ten minste 5.000 m2. Voor de compensatiewoningen is deze voorwaarde destijds niet opgenomen. Middels dit plan wordt deze mogelijkheid alsnog opgenomen. 3.1.3

Boerderijkamers

Ten tweede is het wenselijk om boerderijkamers in het bijgebouw bij de bestaande woning te realiseren. Het gaat om de realisatie van maximaal zes boerderijkamers met een oppervlakte van maximaal 60 m2 per boerderijkamer. Met deze oppervlakte wordt aangesloten bij de 'standaard' oppervlakte van boerderijkamers die binnen Dinkelland mogelijk is. Het gaat om zes boerderijkamers in het exclusieve segment. Dit houdt in dat het gaat om ruime kamers met veel privacy en voorzieningen zoals een sauna, jacuzzi etc. Het gaat om het bieden van een unieke overnachtingsmogelijkheid in een natuurrijke omgeving. Ook de te realiseren dierenweide is een meerwaarde voor de locatie als recreant. Het parkeren voor de boerderijkamers wordt opgelost op het eigen erf. Voor het zoeken naar de passende doelgroep is gebruik gemaakt van leefstijlvinder.nl. Dit is een programma waar de doelgroep waar behoefte naar is op gebied van recreatie in beeld wordt gebracht. In dit geval is gebleken dat er in Noordoost-Twente met name behoefte is aan de doelgroepen 'stijlzoekers', 'inzichtzoekers'. Inzichtzoekers betreffen mensen die zoeken naar kunst, cultuur en natuur. Inspirerende en rustige activiteiten zijn het domein van deze groep. Men is het liefst alleen of in klein gezelschap.

Deze groep overnacht graag op een plek waar de praktische voorzieningen goed geregeld zijn, ze zijn dan ook bereid iets meer te betalen. De stijlzoekers zijn harder werkers met ambitie en ondernemingsdrift. Ze hebben een actieve levensstijl en houden van luxe, comfort en exclusiviteit. Zoals aangegeven gaat het in dit geval om luxe en kleinschalige boerderijkamers, met veel privacy. Deze zijn uitermate geschikt voor de doelgroepen, die op zoek zijn naar locaties met luxe, comfort en waar praktische voorzieningen goed geregeld zijn en die bereid zijn meer te betalen voor de gewenste exclusiviteit.

3.2 Verkeer en parkeren 3.2.1

Algemeen

Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die daardoor ontstaat. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 381 (december 2018)’ van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW de publicatie ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ opgesteld. Deze kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeersgeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Overigens wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. Dit is de bandbreedte. In dit geval gaat het om de mogelijkheid tot de realisatie van bijgebouwen 200 m2 en de realisatie van zes boerderijkamers. De grotere bijgebouwen brengen geen extra verkeersgeneratie met zich mee. Er is hiermee immers geen sprake van het toevoegen van functies die verkeersgeneratie met zich meebrengen. Het gaat immers om bijgebouwen die volledig gebruikt worden ten behoeve van de woningen. 3.2.2

Toelichting parkeren

Keuze set planregels In het bestemmingsplan zijn planregels opgenomen ten behoeve van het parkeren (11.3). Het voortborduren op de bepalingen van de bouwverordening heeft als voordeel dat hierover veel jurisprudentie is. De opvattingen van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn bekend. Toegevoegd is het gebruik. De eisen voor 14

bestemmingsplan Buitengebied, Deurningerstraat 5, Weerselo, 1e herziening

het parkeren gelden dus niet alleen meer voor bouwen. Bij een gebruiksverandering moet er ook sprake zijn van voldoende parkeerruimte en laad- en losruimte. Parkeren op eigen terrein Elke initiatiefnemer van een plan is zelf verantwoordelijk voor het realiseren van zijn eigen parkeervoorzieningen. Een nieuw initiatief (uitbreiding, nieuwbouw of functiewijziging) mag geen onaanvaardbare problemen veroorzaken in de omgeving. Dit betekent dat in beginsel de parkeerbehoefte op eigen terrein (de bij het bouwwerk behorende en daartoe bestemde gronden) moet worden gerealiseerd. Aanvragers van een omgevingsvergunning zullen bij de aanvraag moeten aantonen hoeveel parkeerplaatsen er op eigen terrein worden gerealiseerd. Indien er op het eigen terrein onvoldoende parkeerruimte is en initiatiefnemer gebruik wil maken van de afwijkingsmogelijkheid, zal de initiatiefnemer moeten aantonen dat op een andere wijze in de parkeerruimte wordt voorzien. Bepalen parkeerbehoefte Voor het bepalen van de parkeerbehoefte vormen de gemeentelijke parkeernormen, de rekensystematiek definities, uitgangspunten en de afmetingen van de parkeerplaatsen in het gemeentelijk beleid de leidraad. Het betreffen de gemeentelijke normen die gelden op het moment van besluitvorming van een aanvraag om een omgevingsvergunning.

Indien er geen omgevingsvergunning vereist is, dan zijn de gemeentelijke parkeernormen bepalend die gelden op het moment dat de gebruiksverandering feitelijk plaatsvindt. Bij de berekening van het aantal parkeerplaatsen wordt aan het eind van de berekening afgerond naar boven. Reden hiervoor is dat bij afronding naar beneden het aantal aan te leggen parkeerplaatsen niet overeenkomt met de totale parkeerbehoefte. In de parkeerregeling is een zogenoemde 'dynamische verwijzing' naar het gemeentelijk beleid opgenomen. Als de beleidsinzichten met betrekking tot parkeren gedurende de looptijd van het bestemmingsplan wijzigen en dit in het parkeerbeleid wordt vastgesteld, kan er in het vervolg bij aanvragen om omgevingsvergunning voor bouwen en/of gebruikswijziging aan dit nieuwe beleid worden getoetst (ABRvS 9 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2837). Daardoor hoeven de bestemmingsplannen niet te worden herzien als het gemeentelijk beleid wijzigt. Afmetingen parkeerplaatsen Voor het berekenen van het aantal parkeerplaatsen moet uit worden gegaan van standaardmaten. Zo geldt er een andere afmeting voor parkeren in de lengterichting van de weg dan voor parkeren in dwarsrichting van de weg. Er dient sprake te zijn van bruikbare parkeerplaatsen.

Dit betekent dat de ruimte om de parkeerplaats te kunnen bereiken wel reëel moet zijn en dat de afstanden tussen parkeerplaatsen onderling en tussen parkeerplaatsen en gebouwen voldoende moet zijn om daadwerkelijk gebruik te kunnen maken van de parkeerplaatsen. Bij publieke voorzieningen geldt dat voldoende parkeerplaatsen voor minder valide gebruikers moeten worden aangelegd. Het betreft hier de algemene gehandicaptenparkeerplaatsen. 3.2.3

Parkeren

In dit geval gaat het om het realiseren van zes boerderijkamers. Uitgegaan wordt van de volgende uitgangspunten: Verstedelijkingsgraad: niet stedelijk / gemeente Dinkelland (Bron: CBS Statline) Stedelijke zone: buitengebied Functie: Hotel, 5 sterren Er is gekozen om de boerderijkamers in het kader van een worst-case scenario te vergelijken met de functie 'Hotel, 5 sterren', aangezien dit de recreatieve functie is die op basis van de gemeentelijke parkeernota de grootste parkeerbehoefte met zich meebrengt. De functie 'boerderijkamer' wordt niet specifiek genoemd. Voor deze functie geldt een parkeerbehoefte van 11 parkeerplaatsen per 10 kamers, per 6 kamers betekent dit 6,6 (afgerond 7) parkeerplaatsen. Zoals ook blijkt in afbeelding 2.3 is er op het eigen terrein voldoende ruimte om in deze parkeerbehoefte te voorzien.

bestemmingsplan Buitengebied, Deurningerstraat 5, Weerselo, 1e herziening

15

3.2.4

Verkeersgeneratie

De gemeentelijke parkeernota noemt geen cijfers ten aanzien van verkeersgeneratie. Daarom is aansluiting gezocht bij de CROW-publicatie. Voor de functie 'Hotel, 5 sterren' geldt een verkeersgeneratie van gemiddeld 36,45 verkeersbewegingen per 10 kamers. Voor zes kamers betekent dit een verkeersgeneratie van afgerond 22 bewegingen per weekdagetmaal. De Deurningerstraat is van voldoende omvang om deze verkeersgeneratie op een eenvoudige wijze te kunnen afwikkelen. De in- en uitrit is op een veilige en overzichtelijke wijze aangelegd. Geconcludeerd wordt dat er vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren zijn tegen de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkelingen. 3.2.5

Conclusie

Het aspect 'verkeer en parkeren' vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

16

bestemmingsplan Buitengebied, Deurningerstraat 5, Weerselo, 1e herziening

Hoofdstuk 4

Beleidskader

4.1 Rijksbeleid 4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Dit is nodig om de opgenomen doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR (voorganger NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestemmingsplan Buitengebied, Deurningerstraat 5, Weerselo, 1e herziening

17

bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ 4.1.2

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten van het rijksbeleid

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de NOVI. Wat de “Ladder voor duurzame verstedelijking” betreft is een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van belang. Hierin is uitgesproken dat met de realisatie van 11 woningen niet wordt voorzien in een woningbouwlocatie of andere stedelijk ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (ABRS 16 september 2015, 201501297/1/R4). Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het opnemen van een afwijkingsbevoegdheid ten behoeve van 200 m2 aan bijgebouwen en het realiseren van zes boerderijkamers in een ander bijgebouw. Er is in het geheel geen sprake van extra ruimtebeslag. De boerderijkamers komen in een vergund en planologisch toegestaan bijgebouw, waarbij geen sprake is van extra ruimtebeslag. De afwijkingsbevoegdheid voorziet niet bij recht in extra vierkante meters aan bebouwing, maar middels een aan te vragen omgevingsvergunning, waarbij getoetst zal worden of aan de voorwaarden wordt voldaan.

De algemene lijn in de jurisprudentie is dat indien er sprake is van een stedelijke voorziening in de vorm van een gebouw met een uitbreiding van de bruto-vloeroppervlakte kleiner dan 500 m2 , er in beginsel geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling (Bron: RVS: 201608869/1/R3). In dit geval is er dan ook geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Ten aanzien van de boerderijkamers gaat het om een functieverandering, waarbij er in zijn geheel geen sprake is van extra ruimtebeslag op de omgeving. Gezien de kleinschaligheid van de ontwikkeling en het feite dat het gaat om een functie die als passend wordt beschouwd in het buitengebied en die niet zorgt voor een (onevenredige) leegstand elders, wordt gesteld dat deze functieverandering geen stedelijke ontwikkeling betreft. Geconcludeerd wordt dat geen verdere toetsing plaats hoeft te vinden aan de “Ladder voor duurzame verstedelijking” en dat het initiatief voldoet aan het rijksbeleid.

4.2 Provinciaal beleid In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel de nieuwe Omgevingsvisie Overijssel 2017 'Beken Kleur' en bijbehorende Omgevingsverordening Overijssel vastgesteld. Op 1 mei 2017 zijn de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening in werking getreden. 4.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie: goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan.

18

bestemmingsplan Buitengebied, Deurningerstraat 5, Weerselo, 1e herziening

4.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. 4.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of - generieke beleidskeuzes 2. Waar - ontwikkelingsperspectieven 3. Hoe - gebiedskenmerken Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, etcetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 4.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.

Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

bestemmingsplan Buitengebied, Deurningerstraat 5, Weerselo, 1e herziening

19

4.2.3.1 Generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidkeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties - en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten - te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 4.2.3.2 Ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden.

De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de - voor dat ontwikkelingsperspectief - geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. 4.2.3.3 Gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend.

Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 4.2.4

Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of - generieke beleidskeuzes' zijn artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), artikel 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit), artikel 2.1.6 (Kwaliteitsimpuls Groene omgeving) en artikel 2.13 (intrekgebieden) uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie;

20

bestemmingsplan Buitengebied, Deurningerstraat 5, Weerselo, 1e herziening

dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 Voorgenomen ontwikkeling gaat uit van de mogelijkheid tot het bieden van bijgebouwen met een grotere oppervlakte dan normaliter. In het huidige bestemmingsplan 'Buitengebied 2010' van de gemeente Dinkelland is reeds een binnenplanse mogelijkheid geboden om dit toe te staan. Dit is mogelijk wanneer de schuur wordt aangewend voor stalruimte voor dieren en/of opslag en onderhoud, in het geval omliggende percelen in eigendom minimaal 5.000 m2 bedragen. In het kader van de omgevingsvergunning zal dit nader ruimtelijk worden afgewogen. De boerderijkamers zorgen niet voor een extra ruimtebeslag, gezien de toegestane oppervlakte van het bijgebouw dat hiervoor beoogd is niet vergroot wordt. Bovendien wordt dit bijgebouw binnen het reeds met een woonbestemming bestemde erf gerealiseerd, waardoor er dus geen sprake is van extra ruimtebeslag op de Groene Omgeving. Samengevat wordt geconcludeerd dat er sprake is van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik met deze ontwikkeling. Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken.

In het kader van toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vierlagenbenadering die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief dat in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd.

Artikel 2.1.6 Kwaliteitsimpuls Groene omgeving Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen - met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3. en artikel 2.1.4. en het bepaalde in artikel 2.1.5. - voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 en 2.1.6 lid 1 Voor de algehele ontwikkeling is in het kader van het Rood-voor-Rood traject in 2019 reeds een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld. Voorgenomen ontwikkeling is dusdanig klein van omvang dat nieuwe landschapsmaatregelen niet noodzakelijk worden geacht. In de toekomstige situatie is er sprake van een erf waarbinnen alle functies landschappelijk goed ingepast zijn. Overigens wordt in de volgende paragrafen ingegaan op het ontwikkelingsperspectief en de vier-lagen benadering, waarmee getoetst wordt aan artikel 2.1.5. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met artikel 2.1.5. en 2.1.6. van de omgevingsverordening Overijssel.

Artikel 2.13.3 Grondwaterbeschermingsgebieden en intrekgebieden Bestemmingsplannen voorzien in een aanduiding voor grondwaterbeschermingsgebieden en intrekgebieden waarbij alleen functies worden toegestaan die harmoniëren met de functie voor de drinkwatervoorziening. Artikel 2.13.5

Niet-risicovolle functies in intrekgebieden

In afwijking van het bepaalde in artikel 2.13.3. kunnen in intrekgebieden ook nieuwe niet-risicovolle en grote risicovolle functies worden toegestaan, mits daarbij wordt voldaan aan het stand-stillprincipe. De van belang zijnde begrippen in het kader van art. 2.13 zijn hierna opgenomen: niet-risicovolle functies: alle functies behalve harmoniërende functies en grotere of grootschalige risicovolle functies. harmoniërende functies: functies die goed samengaan met de drinkwaterwinning. grote en grootschalige risicovolle functies: functies die gelet op de risico's voor de grondwaterkwaliteit én als zodanig, ongewenst zijn in grondwaterbeschermingsgebieden en intrekgebieden. stand-stillprincipe: beginsel dat erop gericht is verslechtering van de grondwaterkwaliteit tegen te gaan en het vergroten van risico's op verontreiniging van het grondwater te voorkomen. bestemmingsplan Buitengebied, Deurningerstraat 5, Weerselo, 1e herziening

21

Toetsing van het initiatief aan artikel 2.13.3 en 2.13.5 van de Omgevingsverordening Overijssel In voorliggend geval ligt het plangebied binnen het intrekgebied. Zoals beschreven, wordt de oppervlakte aan bijgebouwen vergroot en worden er boerderijkamers toegestaan. Harmoniërende functies en niet-risicovolle functies gaan goed samen met drinkwaterwinning en grondwaterbescherming. Deze worden aangeduid als toelaatbaar. Onder harmoniërende functies worden onder andere verstaan: extensieve landbouw, extensieve recreatie, kleinschalige verblijfsrecreatie, natuur, bosbouw (nieuwe) landgoederen en buitenplaatsen. Woningbouwontwikkelingen met meer dan 10 woningen worden als risicovol aangemerkt (Aan de slag met de methodiek 'gebiedsgerichte grondwaterbescherming', Tauw 2009). Nieuwe niet-risicovolle functies en harmoniërende functies zijn toegestaan, mits wordt voldaan het stand-stillprincipe (beginsel dat gericht is om verslechtering van de grondwaterkwaliteit tegen te gaan en het vergroten van risico's op verontreiniging te voorkomen. Er is sprake van een nieuwe niet-risicovolle functie waarbij, gezien de aard van de ontwikkeling (zeer kleinschalig), wordt voldaan aan het stand-stillprincipe.

Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met artikel 2.13.3 en 2.13.4 en 2.13.5 uit de Omgevingsverordening 4.2.4.2 Ontwikkelingsperspectieven In dit geval zijn vooral de ontwikkelingsperspectieven voor de Groene Omgeving van belang. In de Groene Omgeving gaat het vooral om: behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap, het realiseren van een samenhangend netwerk van gebieden met natuur- en waterkwaliteit, ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, het toerisme en andere economische dragers, realisatie van waterkwaliteitsdoelen, het duurzaam beheer van drinkwatervoorraden én het opwekken van hernieuwbare energie. In de Groene Omgeving onderscheidt de provincie de volgende drie ontwikkelingsperspectieven: de zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW); agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap; wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap. Het plangebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief 'wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen.

Afbeelding 4.2 Uitsnede Ontwikkelperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

“Kleinschalig mixlandschap” In dit ontwikkelingsperspectief is sprake van verweving van functies. Het betreffen gebieden voor 22

bestemmingsplan Buitengebied, Deurningerstraat 5, Weerselo, 1e herziening

gespecialiseerde landbouw en mengvormen van landbouw met andere functies (recreatie-zorg, natuur, water) en bijzondere woon-, werk- en recreatiemilieus die de karakteristieke gevarieerde opbouw van de cultuurlandschappen in deze gebieden versterken. Toetsing van het initiatief aan de “Ontwikkelingsperspectieven” De recreatieve functie past binnen het 'mixlandschap'. Ook de bijgebouwen ten behoeve van het beheer en onderhoud van omliggende gronden worden als passend gezien. Ze zijn onderdeel van de woonfunctie, die ook als passend beschouwd wordt. De karakteristieke gevarieerde opbouw van het cultuurlandschap wordt versterkt door de diverse landschapsmaatregelen die worden getroffen in het kader van de reeds afgeronde Rood-voor-Rood ontwikkeling.

4.2.4.3 Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De 'Stedelijke laag' en de 'Laag van de beleving' buiten beschouwing kunnen buiten beschouwing blijven aangezien voor de locaties geen specifieke eigenschappen gelden vanuit deze lagen. 1.

De 'Natuurlijke laag'

De natuurlijke laag is de laag van de bodem, het reliëf, het watersysteem en de natuur die zich hier 'van nature' op vestigt. Deze natuurlijke laag is het resultaat van de wisselwerking tussen abiotische (fysische) en biotische factoren en processen. Zo zorgden ijs-, wind- en waterstromen in Overijssel voor het ontstaan van een afwisselend landschap van stuwwallen, dekzandgronden, beekdalen en natte laagtes en bepaalden de stroomsnelheden van IJssel, Vecht, Regge of Dinkel waar het fijne (komgronden) en waar het grovere sediment (oeverwallen) werd afgezet. En ontwikkelde veen zich daar, waar het water maar moeilijk weg kon. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Natuurlijke laag' aangeduid met de gebiedstype 'Dekzandvlakte en ruggen'. In afbeelding 4.3 is dit weergegeven.

Afbeelding 4.3 Uitsnede Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel)

“Dekzandvlakte en ruggen” De dekzandgronden worden gekenmerkt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. De dekzandgebieden zijn voor het overgrote deel in cultuur gebracht als essenlandschap, oude hoevenlandschap en heide-ontginningslandschap. Kenmerkend reliëf is op veel plaatsen vervlakt, b.v. door egalisaties ten behoeve van de landbouw. Als ontwikkelingen plaatsvinden dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar maken en beleefbaar maken van hoogteverschillen en het bestemmingsplan Buitengebied, Deurningerstraat 5, Weerselo, 1e herziening

23

watersysteem. Beiden zijn uitgangspunt bij inrichting. De strekkingsrichting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, dient uitgangspunt te zijn. Hiermee dient bij de planuitwerking rekening te worden gehouden. Toetsing van het initiatief aan het de "Natuurlijke laag" De gronden in het plangebied zijn in cultuur gebracht ten behoeve van de landbouw en daarbij behorende erven. De van oorsprong voorkomende 'natuurlijke laag' is dan ook niet of nauwelijks meer aanwezig. Wel worden er in het kader van het afgeronde Rood-voor-Rood plan landschapsmaatregelen getroffen met 'natuurlijke' plantsoorten, waarmee wordt verwezen naar de oorspronkelijke 'natuurlijke laag'. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met het gestelde in de 'Natuurlijke laag'.

2.

De 'Laag van het agrarische cultuurlandschap'

In de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. Het plangebied ligt in het gebiedstype 'Jonge heide- en broekontginningslandschap'. In afbeelding 4.4 is dit weergegeven.

Afbeelding 4.3 Uitsnede Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel)

'Jonge heide- en broekontginningslandschap' Kenmerkend voor het jonge heide- en broekontginningslandschap waren oorspronkelijk de grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden. Deze waren functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Ten opzichte van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het 'inbreidings'landschappen met rommelige driehoekstructuren als resultaat. Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen. Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” Door de landschappelijke inpassing van het erf, worden de kenmerken van het oorspronkelijke landschap versterkt. De bestaande karakteristieke landschapselementen worden versterkt middels streekeigen beplantingen.

Daarmee is de ontwikkeling is overstemming met het gestelde in de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap”. 24

bestemmingsplan Buitengebied, Deurningerstraat 5, Weerselo, 1e herziening

4.2.5

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat de ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

4.3 Gemeentelijk beleid 4.3.1

Omgevingsvisie

4.3.1.1 Algemeen De gemeenteraad van de gemeente Dinkelland heeft op 31 maart 2021 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' vastgesteld. Deze visie gaat over de toekomst van de leefomgeving van de gemeente Dinkelland, waarbij wordt ingegaan op diverse thema's (o.a. leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid). De visie geeft aan hoe de gemeente Dinkelland en samenleving willen sturen. Wat moet er behouden worden, wat moet er versterkt worden en wat moet er worden ontwikkeld. De omgevingsvisie 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' gaat uit van vier kernprincipes. Dit zijn manieren van werken: werkwijzen die altijd gelden. De vier principes zijn: 1. 2. 3. 4.

We doen het samen; We geven het goed voorbeeld; We wentelen niet af op volgende generaties; We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt.

4.3.1.2 Buitengebied in balans De gemeente Dinkelland wil een economische sterk buitengebied met veel verschillende functies, waarin alle bewoners en gebruikers aan hun trekken komen. Het Twentse landschap van Dinkelland is een uniek coulisselandschap met houtwallen, singels, essen, ontginningen, natuurgebieden en landgoederen. Dit landschap draagt in grote mate bij aan de identiteit van de streek. De houtwallen en singels vormen verbindingen van natuurgebied naar natuurgebied die voor veel planten en dieren belangrijk zijn. Kortom zowel mensen als dieren voelen zich hier thuis. Het is voor iedereen belangrijk om een sterk en mooi buitengebied te behouden. In het buitengebied van Dinkelland komen veel verschillende functies voor die allemaal ruimte nodig hebben. Zoals landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en ook wonen. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Dit zijn bijvoorbeeld de hernieuwbare opwekking van energie en de vraag naar voldoende waterberging. Al deze functies leggen samen veel druk op het buitengebied. Daarom het uitgangspunt: de goede functies op de goede plek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen. De gemeente Dinkelland streeft naar een buitengebied met een mooie balans tussen het landgebruik, de leefbaarheid en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht.

Dat maakt het buitengebied sterker en is gunstig voor de leefbaarheid. Dit wordt gedaan samen met de inwoners, partners en de gebruikers. De speerpunten voor het buitengebied zijn: toekomstgerichte agrarische sector waarbij duurzamere landbouw wordt gestimuleerd; goede staat van landschap en biodiversiteit waarbij we samenwerking zoeken met de landbouw; kwalitatief toerisme waarbij groei mogelijk is met respect voor landschap en natuur.

4.3.1.3 Kwalitatief toerisme De gemeente wil werken aan kwalitatief toerisme door middel van toerismespreiding en het behouden van een vitaal verblijfsaanbod. Dit doet de gemeente door: een goede balans te bewaken tussen de landschapskwaliteiten van ons gebied, de leef- en werkomgeving voor inwoners en de groeimogelijkheden van de toeristische sector; mogelijkheden te bieden voor marktconforme en gebiedspassende bedrijvigheid; projecten en ideeën te verwelkomen gericht op toerisme of dagrecreatie als ze een aanvulling zijn op het bestaande aanbod, gericht zijn op interessante doelgroepen of zorgen voor seizoensverlenging; toeristisch interessante locaties in te richten in zowel de kernen als in het buitengebied.

bestemmingsplan Buitengebied, Deurningerstraat 5, Weerselo, 1e herziening

25

4.3.1.4 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie In de omgevingsvisie is één van de doelstellingen het combineren van zoveel mogelijk functies. Met deze ontwikkeling van kleinschalige recreatie op een erf, wordt hierbij aangesloten. Met de ontwikkeling wordt tevens bijgedragen aan de uitgangspunten behorend bij een kwalitatief hoogwaardig toerisme. Het gaat immers om gebiedspassende bedrijvigheid (boerderijjamers) die een aanvulling zijn op het bestaande aanbod. In paragraaf 3.1.3 is dit uitgebreid onderbouwd. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de Omgevingsvisie. 4.3.2

Nota verblijfsrecreatie Noordoost-Twente

4.3.2.1 Inleiding De gemeenten Dinkelland, Losser, Oldenzaal en Tubbergen hebben besloten op gebied recreatie & toerisme samen te werken en gezamenlijk een beleidsnota verblijfsrecreatie in Noordoost Twente op te stellen. Immers, de toerist kent geen gemeentegrenzen. De toerist gaat op bezoek in een bepaald gebied en in dit geval gaat de toerist naar Noordoost Twente. Daarom is het goed om het beleid in de vier gemeenten in Noordoost Twente op elkaar af te stemmen. Op deze manier kan de regio zich sterker profileren binnen Twente. Doel is om het verblijfstoerisme in Noordoost Twente te versterken door middel van kwaliteitsverbetering, productvernieuwing en differentiatie in het verblijfsrecreatief aanbod. Het aantal overnachtingen stijgt hierdoor en ook de toeristische bestedingen stijgen. Dit heeft een positief effect op de werkgelegenheid, de leefbaarheid en het voorzieningenniveau. Eén van de belangrijkste voorwaarden om dit doel te bereiken is het kunnen aanbieden van een optimaal en divers aanbod aan kwalitatief goede verblijfsmogelijkheden binnen Noordoost Twente dat aansluit bij de wensen en behoeften van de toerist. In dat kader is het van belang om het huidige aanbod van verblijfsmogelijkheden binnen de vier gemeenten onder de loep te nemen en te bepalen of en waar ingezet moet worden op vergroting, versterking of verbreding van het aanbod rekening houdend met wensen.

De toeristische sector is een sector die sterk aan trends en ontwikkelingen onderhevig is. Hierdoor zijn ondernemers dikwijls genoodzaakt om veranderingen door te voeren om in te kunnen blijven spelen op de wensen uit de markt. Daarbij wordt in veel gevallen medewerking vanuit de gemeente gevraagd. Als het gaat om positieve ontwikkelingen, is het belangrijk dat de daarvoor noodzakelijke procedures zo kort mogelijk kunnen zijn. Mede in dat kader is er behoefte aan een duidelijke visie op de verblijfsrecreatie, die richting geeft aan de gestelde ambities en de kaders weergeeft waarbinnen de verschillende verblijfsrecreatieve vormen zich in de toekomst kunnen blijven ontwikkelen om zodoende in te kunnen blijven spelen op de behoeften in de markt. 4.3.2.2 Doelstelling Voor verblijfsrecreatie in Noordoost-Twente wordt de volgende doelstelling geformuleerd: Versterking van het verblijfstoerisme in Noordoost Twente door middel van kwaliteitsverbetering, productvernieuwing en differentiatie in het verblijfsrecreatief aanbod.

Om deze doelstelling te kunnen verwezenlijken streeft de regio de volgende subdoelstellingen na: Versterking van de bestaande verblijfsaccommodaties in Noordoost Twente, stimuleren van kwaliteitsverbetering en innovatie op bestaande verblijfsaccommodaties; Streven naar deregulering en een grotere mate van ondernemersvrijheid; Gepaste uitbreiding van het aantal nieuwe verblijfsaccommodaties; Het regelen van uitsluitend recreatieve bewoning van recreatiewoningen door onder andere exploitatieovereenkomsten; Versterken van de landschappelijke kwaliteit van verblijfsaccommodaties;

4.3.2.3 Toetsingscriteria Centrale doelstelling vormt de versterking van de verblijfsrecreatieve sector. Plannen van ondernemers die hieraan bijdragen, worden met een positieve insteek behandeld. Dit betekent echter niet dat iedere recreatieve ontwikkeling zomaar kan worden toegestaan. Bij de afweging om een uitbreiding of nieuwvestiging al dan niet toe te staan, moet gekeken worden naar de ruimtelijke impact die een ontwikkeling zal hebben. Deze mag geen afbreuk doen aan de landschappelijke kwaliteit. Bij de ruimtelijke afweging van wensen tot uitbreiding of nieuwvestiging spelen de volgende overwegingen een rol: Nieuwvestiging moet een kwalitatieve en economische en/of duurzame meerwaarde zijn voor het 26

bestemmingsplan Buitengebied, Deurningerstraat 5, Weerselo, 1e herziening

toeristisch-recreatieve product en een acceptabele toevoeging aan het landschapsbeeld. De accommodatie doet geen onevenredige afbreuk aan bestaande landschappelijke en/of natuurwetenschappelijke waarden. Een uitbreiding of nieuwvestiging draagt bij aan kwaliteitsverbetering (landschap, architectuur, beeld- en belevingskwaliteit). Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO) beleid is van toepassing. 4.3.2.4 Kaders verblijfsrecreatie- plattelandskamers Voor de verscheidene vormen van verblijfsrecreatie zijn kaders geboden in de Nota verblijfsrecreatie. In dit geval zijn de kaders voor plattelandskamers van belang, aangezien de boerderijkamers daar het best mee te vergelijken zijn. In de kaders is opgenomen dat de plattelandskamer normaliter in voormalige agrarische bebouwing gerealiseerd worden. Het is echter ook mogelijk om plattelandskamers buiten het VAB-beleid om mogelijk te maken. Het gaat dan om maatwerk. 4.3.2.5 Leefstijlen Zoals ook in de planbeschrijving aangegeven is voor het zoeken naar de passende doelgroep gebruik gemaakt van leefstijlvinder.nl. In dit geval is gebleken dat er in Noordoost-Twente met name behoefte is aan de doelgroepen 'stijlzoekers', 'inzichtzoekers'. Inzichtzoekers betreffen mensen die zoeken naar kunst, cultuur en natuur. Inspirerende en rustige activiteiten zijn het domein van deze groep. Men is het liefst alleen of in klein gezelschap.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/501/documents/16592