Bestemmingsplan Buitengebied, Boschweg 24 Rossum (toelichting en regels).pdf
Tekst van het document
Waterschap Vechtstromen
In het kader van de watertoets heeft er een digitale watertoets plaatsgevonden via de website www.dewatertoets.nl. De uitkomsten van deze watertoets hebben geleid tot de 'normale procedure'. Het waterschap geeft een positief wateradvies. De beantwoording van de vragen maakt nader overleg met het waterschap niet noodzakelijk. 9.1.4
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode hebben twee reclamenten zienswijzen ingediend. De reactienota is opgenomen in Bijlage 7. Naar aanleiding van één van de zienswijzen is het bestemmingsplan op onderdelen aangepast. De aanpassingen zien toe op het wijzigen van het ruimtelijk kwaliteitsplan, waarin één landschapselement is verwijderd. Voor het overige hebben de zienswijzen niet geresulteerd in aanpassingen aan het bestemmingsplan.
bestemmingsplan Buitengebied, Boschweg 24 Rossum
53
54
bestemmingsplan Buitengebied, Boschweg 24 Rossum
Bijlagen bij de toelichting
bestemmingsplan Buitengebied, Boschweg 24 Rossum
55
Bijlage 1
56
Ruimtelijk kwaliteitsplan
bestemmingsplan Buitengebied, Boschweg 24 Rossum
RVR ERFINRICHTING BOSCHWEG 24 TE ROSSUM Opdrachtgever: Dhr. H. Vrielink 27 maart 2023
Opgesteld door J. Cundall
Boschweg 24 te Rossum 27 maart 2023
(GE)BOUWEN OP HET ERF Boschweg 24, Rossum Inleiding
Globale situatie
Het erf aan de Boschweg te Rossum heeft sinds zijn ontstaan in de jaren ‘30 van de vorige eeuw een aantal grote veranderingen meegemaakt waardoor er van het oorspronkelijke erf geen gebouw is blijven staan. Met de veranderingen heeft het erf zich bovendien gesplitst over twee kadastrale percelen. Het perceel met nr. 1484 wordt ontwikkeld binnen het kader van Rood voor Rood. Tot het te ontwikkelen perceel behoren een woning (Boschweg 24), een aantal landschappelijk ontsierende schuren en circa 1,4ha landbouwgrond. Er staat bovendien een stroomhuisje. De schuren worden allemaal gesloopt en voor in de plaats mag er één compensatiewoning gebouwd worden. De bestaande woning blijft staan. En zo ondergaat het erf een volgende fase van ontwikkeling. Op het andere perceel, met nr. 924, staat een woning (Boschweg 22) en een schuur. Hoewel dit perceel niet direct betrokken is bij de Rood voor Rood plannen, hebben de gebouwen een degelijke rol in de ruimtelijke compositie van het hele terrein.
Het erfweggetje waarop de twee woningen aansluiten loopt door over een sloot, naar het achterliggende erf (Boschweg 28+28a). Hier bevindt zich een dubbele woning en meerdere opstallen. Dit erf heeft recht van overpad waardoor het weggetje een vaste uitgangspunt is bij het nieuwe erfontwerp.
Het stroomhuisje
Bron luchtfoto: pdok
Het te herinrichten erf dient zich in de omgeving te passen en zich aan te sluiten op de kenmerken van het landschap waarin het ligt. Om tot een landschappelijke inpassing te komen worden de volgende punten in acht genomen:
Het te ontwikkelen perceel nr. 1484
- De abiotische omstandigheden van het plangebied; - De historische ontwikkeling van het landschap en de daar uitvloeiende landschapstype; - Het gemeentelijke beleid; - Het wooncomfort en de privacy van toekomstige bewoners.
De te slopen schuren
Dit rapport verdiept zich in deze uitgangspunten en voegt ze samen tot een ruimtelijke inpassing. Deze wordt vastgelegd in een schetsontwerp en een beplantingsplan.
Het erfweggetje met recht van overpad
De te behouden woning (Boschweg 24)
Het perceel nr. 924 De woning en schuur van perceel 924 (Boschweg 22) Het achterliggende erf (Boschweg 28+28a)
2
Boschweg 24 te Rossum 27 maart 2023
DE ONTWIKKELING VAN HET LANDSCHAP Van bodem naar topografie Geomorfologische kaart
Hoogte kaart
Rossum
Rossum De hogere gelegen gronden van de Rossummer Esch
Stuwwal
Gordeldekzandrug Dalvormige laagte Bron: ahn
Bron: pdok
Topografische kaart circa 1905
Bodemkaart Rossum
Rossummer Esch Hoge zwarte enkeerdgronden
Kring van erven rondom de Rossummer Esch
Beekeerdgronden
Veldpodzolgronden Bron: pdok
Bron: Topotijdreis
Oorspronkelijk kwamen ontwikkelingen in het cultuurlandschap tot stand vanuit de natuurlijke, abiotische omstandigheden. De relatie tussen landgebruik en bodem was vanzelfsprekend sterk. In het plangebied wisselt de geologie op korte afstand zich sterk af, en dit zien we terug in de diversiteit aan landschapstypes en landschapselementen. De kaart van 1905 brengt deze duidelijk in beeld. In 1905 is het erf nog niet gesticht; daar bevindt zich een bosschage op een lagere gelegen stuk grond - op de bodemkaart herkenbaar als een dalvormige laagte en op de bodemkaart als veldpodzolgronden. Deze lagere gelegen stuk grond is omringd door de hogere gelegen gronden van de Gordeldekzandruggen, waarop de Rossummer Esch zich heeft ontwikkeld. Jaar op jaar werd het bouwland van de es bemest waardoor een zwarte enkeerdgrond heeft ontstaan, duidelijk te zien op de bodemkaart. Op de topografische kaart zien we om de es een kring van erven en over de es heen loopt een netwerk van landweggetjes die de erven verbindt. De kring van erven kent een grillig patroon van houtwallen waardoor het landschap kleinschalig is. De Rossummer Esch - in ieder geval ten noorden en ten oosten van het bosschage - is daarentegen open van karakter.
3
DE ONTWIKKELING VAN HET CULTUURLANDSCHAP EN ERF Topografische kaart circa 1905
Boschweg 24 te Rossum 27 maart 2023
Topografische kaart circa 1935
De oorspronkelijke boerderij Locatie te ontwikkelen terrein Het achterliggende erf (huidige Boschweg 28+28a) Bron: Topotijdreis
Bron: Topotijdreis
Topografische kaart circa 1969
Huidige Topografische kaart De oorspronkelijke boerderij
De nieuwe woning (Boschweg 24)
De oorspronkelijke boerderij is inmiddels gesloopt. Deze is vervangen door een woning; Boschweg 22. De nieuwe woning staat niet op de exacte locatie van de oorspronkelijke boerderij maar staat min of meer tegenover Boschweg 24.
Boschweg 24 Het erf heeft zich verder uitgebreid met een aantal schuren. Deze schuren horen bij Boschweg 24; Boschweg 22 staat op een eigen perceel. Tot het begin van de vorige eeuw blijft het bosschage middenin de hogere gronden van de Rossummer Esch nog altijd onbebouwd. Pas in de jaren ’30 wordt een tweetal van erven op deze plek gesticht (wat wij nu kennen als Boschweg 22/24, en Boschweg 28/28a). Deze twee erven zien we op de kaart van 1935, samen met het verbindende erfweggetje. Desondanks de komst van de twee erven, blijft het bosschage nagenoeg volledig intact. Daarentegen nemen de houtwallen rondom de es ten opzichte van 1905 hier en daar af. In de loop der tijd zet deze trend zich door en op de volgende kaart, van 1969, zien we dat het aantal houtwallen verder afgenomen is, en dat het bosschage zelfs volledig verdwenen is.
Het erf breidt zich over de jaren heen uit. De eerste verandering gebeurt in 1961 met het bouw van een nieuwe woning die schuin tegenover de oorspronkelijke boerderij komt te staan. Deze nieuwe woning kennen wij als Boschweg 24. Omstreeks 1981 wordt de oorspronkelijke boerderij gesloopt en een tweede nieuwe woning wordt gebouwd - niet op de exacte locatie van de boerderij maar meer richting de Boschweg - zie huidige topografische kaart. Deze nieuwe woning kennen we als Boschweg 22. Ergens in de loop der tijd is Boschweg 24 de bedrijfswoning geworden en is het erf opgesplitst over twee percelen. De diverse opstallen, te zien op de huidige topografische kaart, behoren dus tot Boschweg 24 en samen vormen ze het te ontwikkelen RvR terrein. 4
Boschweg 24 te Rossum 27 maart 2023
HUIDIGE SITUATIE EN (WAARDEVOLLE) ELEMENTEN Er is een duidelijk hoogteverschil tussen het terrein en de naastliggende agrarisch perceel. Waar de laurieren zijn is dit minder goed beleefbaar.
Een strook van volwassen bomen waaronder de meeste eiken - loopt langs de sloot. De enkele struiken hier bieden onvoldoende dekking om het erf van de achterburen (nr.28+28a) te camoufleren.
Nr.22
Nr.24
Nr.28+28a
Met zijn kleinere bouwvolume en minder imposante voorgevel is Boschweg 24 visueel gezien de ondergeschikte woning ten opzichte van Boschweg 22, die een traditionele uitstraling en een bouwvolume van een boerderij heeft. Hoewel Boschweg 24 de bedrijfswoning is geweest, is Boschweg 22 ruimtelijk en visueel gezien het hoofdgebouw van het hele terrein. Ondanks het feit dat deze woning en het bijhorende perceel niet deel uit maken van de Rood voor Rood plannen, dient de woning van Boschweg 22 als hoofdgebouw te blijven fungeren van de toekomstige terreininrichting. Twee volwassene eiken staan tussen de te slopen schuren, de ene met opslag en struiken erom heen. Ze hebben de potentie om beeldbepalende bomen op het erf te worden.
Bron luchtfoto: pdok
Het erfweggetje komt uit op het erf van nr. 28 en 28a. De dubbele woning staat op de einde van de zichtlijn tussen de laurieren en eiken door. Deze woning heeft geen cultuurhistorische waarde waardoor de zichtlijn geen overwegende uitgangspunt is in de nieuwe erfinrichting.
Hoge laurieren vormen langs deze grenzen de afscheiding. Aan de zuid- en noordgrenzen belemmeren ze de relatie met de omgeving.
5
GEMEENTELIJK BELEID
Boschweg 24 te Rossum 27 maart 2023
Gemeente Dinkelland: omgevingskaart Het te ontwikkelen erf valt onder het gebied dat gericht is op beperkte ontwikkeling door gemiddelde waarde en dynamiek. Dit betekent het volgende: - Speel in op de schaal van het landschap en het afwisselende karakter; - Behoud van natuurwaarde en cultuurhistorie; - Versterken van de biodiversiteit; - Vasthouden van water; - Bouwwijze en inrichting die in de directe omgeving gebruikelijk is; - Belevingswaarde gericht op recreatie.
De nieuwe erfinrichting zal deze punten in acht nemen. Vooral de eerste drie punten, en ook de vijfde punt, zijn relevant voor de ontwikkeling van het RvR terrein aan de Boschweg.
6
Boschweg 24 te Rossum 27 maart 2023
ERF– EN TERREININRICHTING TOELICHTING Erfstructuur De compensatiewoning en de nieuw te bouwen schuren vinden plaats op de locatie van de te slopen schuren. De compensatiewoning wordt gesitueerd achter de woning van Boschweg 22 waardoor deze het hoofdgebouw op het terrein blijft.
Twee nieuw te planten bomen aan de noordkant van de compensatiewoning zorgen voor een afwisselend erfaanzicht vanaf de Boschweg richting deze kant van het terrein. Door deze grens verder open te laten wordt het hoogteverschil zichtbaar.
De oriëntatie van de bestaande gebouwen wordt aangehouden en voortgezet in de positionering van de nieuw te bouwen compensatiewoning en schuren. Een erfcluster wordt gecreëerd door de nieuw te bouwen schuren vlak bij elkaar te plaatsen waardoor een sterke relatie onderling ontstaat. De erfverhardingen sluiten aan op het erfweggetje om een overzichtelijk en compact geheel te creëren. Om de erfverhardingen heen, en langs een gedeelte van het erfweggetje, lopen beukenhagen om op een natuurlijke manier de verschillende percelen te markeren. Tevens fungeren de schuren als een afscheiding tussen de verschillende percelen waardoor de woningen van maximaal privacy genieten.
De zuidkant van de bestaande woning nr. 24 is vrij van begroeiing ingetekend. Afhankelijk van hoe de woning verbouwd wordt, kan deze ruimte (gedeeltelijk) begrensd met een beukenhaag. Een kleine boom zou hier ook toepasselijk zijn.
De locatie van de compensatiewoning houdt bovendien rekening met de bestaande eiken en met het stroomhuisje. Qua zoninval is het van belang dat de woning niet te dicht op de eiken staat, en een redelijke afstand tot aan het stroomhuisje is prettig.
Perceel verdeling Een voorstel van hoe de perceelsgrenzen kunnen lopen wordt aangeven op de erfschets. Bij de te handhaven woning hoort de achterliggende ruimte. Deze ruimte dient in ieder geval open te blijven, en is ingetekend op de erfschets als een weide voor hobbydieren. Om voor afwisseling te zorgen is de hobbydierenweide niet met een haag begrensd, maar van een passend houten afrastering voorzien. De aangrenzende agrarisch landbouwgrond van circa 1,4ha zou eventueel bij het perceel van de compensatiewoning kunnen horen.
Groen op het erf
Verharding
De twee bestaande solitaire eiken komen tot hun recht in de nieuwe erfinrichting. Bij aankomst op het erf staan de eiken meteen in zicht en worden dus beeldbepalende bomen op het erf. Samen met de nieuw te bouwen schuren vormen ze een mooi erfensemble.
Voor het erfweggetje zijn er een paar opties; het weggetje kan opnieuw geasfalteerd worden, of met betonklinkers verhard worden. In ieder geval dient het weggetje geschikt voor een vrachtauto te zijn die wekelijks naar de achterburen rijdt. De erfverhardingen van de compensatiewoning en Boschweg 24 kunnen worden voorzien van klinkers, halfverharding of van een combinatie daarvan.
Waar nodig vormen groepen en stroken inheemse struiken natuurlijke scheidingen tussen de verschillende percelen om voor privacy te zorgen. De uitheemse laurieren worden allemaal verwijderd. De voortuin van de te handhaven woning is ruim en kan beter benut worden door een aantal hoogstamfruitbomen te planten. Zo stimuleren we bovendien meer biodiversiteit op het terrein. Doordat deze woning deels achter de fruitbomen komt te staan, zal de nadruk nog meer op het hoofdgebouw van het terrein, Boschweg 22, komen te liggen.
Uitstraling compensatiewoning De compensatiewoning is op de schets ingetekend met een rode dak, maar dit is niet bepalend. Juist een sobere uitstraling met wellicht donkere kleuren is hier het meest toepasselijk. Zo sluit de woning aan op de donkere achtergrond van het bosschage en de rij bestaande eiken, en blijft de compensatiewoning bovendien ondergeschikt aan het hoofdgebouw. Op deze plek zal in ieder geval geen opvallende woning passen en ook geen villa-achter woning. 7
Boschweg 24 te Rossum 27 maart 2023
ERF– EN TERREININRICHTING - ONTWERPSCHETS
Gebouwen 1. Het hoofdgebouw op het terrein: Boschweg 22 1a. Schuur Boschweg 22 2. Te handhaven woning: Boschweg 24 2a. Nieuw te bouwen schuur Boschweg 24 (100m2) 3. Compensatiewoning (750m3) 3a. Nieuw te bouwen schuur compensatiewoning (100m2) 4. Bestaand stroomhuisje Groen - bestaand 5. Volwassen eik 6. Eiken langs weg 7. Strook volwassen bomen - de meeste eiken Groen - nieuw aan te planten 8. Hoogstam fruitbomen (x5) 9. Beukenhaag 10. Strook inheemse struiken 11. Strook Inheemse struiken 12. Strook inheemse struiken 13. Solitaire boom. Keuze uit eik, walnoot, of linde Overige 14. Hobbydierenweide met afrastering
N
6
13
1.
1a
9
10 3a
13
8
3
Te ontwikkelen terrein Voorstel perceel te handhaven woning
2.
Voorstel perceel compensatiewoning
7 11
5
2a
Zichtlijn 5
4
14 12
De ontwerpschets geeft een indicatieve schaal weer 0
50m
8
ERF– EN TERREININRICHTING - 3D IMPRESSIES
Boschweg 24 te Rossum 27 maart 2023
Deze impressies geven enkel een indruk van de gebouwen en omgeving. Om het verschil tussen de nieuw te bouwen schuren en compensatiewoning duidelijk te maken verschillen deze qua kleur. De compensatiewoning zou een donkere kleur kunnen aannemen om het hiërarchie van gebouwen verder te benadrukken.
Bestaande eiken
Te planten fruitbomen
Impressie 1: de bestaande eiken komen goed tot hun recht. Bij aankomst op het erf vormen de gebouwen één cluster maar tegelijkertijd is het terrein overzichtelijk en zijn de aparte percelen makkelijk te onderscheiden.
Impressie 2: De voortuin van de te handhaven woning wordt minder open met het planten van fruitbomen, terwijl de ruimte achter dient open te blijven. Het resultaat is een afwisselend terrein. Het stroomhuisje wordt gecamoufleerd door de nieuw te planten groep inheemse struiken.
9
Boschweg 24 te Rossum 27 maart 2023
BEPLANTING EN BEHEER Nummering correspondeert met schetsontwerp legenda.
11. Inheemse struiken onder eiken
8. Hoogstam fruitbomen
Een stuk van circa 425m2 wordt ingeplant met inheemse struiken, waarvan een aantal wintergroene. In verspringend verband (1,5 m tussen rijen en 2 m tussen planten) Planten in groepen van 3 of 5. Totaal: 142 stuks.
Er worden 5 hoogstamfruitbomen geplant. Met boompaal en wild beschermer. Specialist fruitboom kwekers kunnen adviseren welke cultivars het meest passend zijn voor deze regio. Wellicht kunnen er oude streek rassen gebruikt worden.
Hulst
Ilex aquifolium
20st.
Bp. Met kluit
9. Beukenhaag
Taxus
Taxus baccata
15st.
Bp.
Uitgaande dat de bestaande haag langs de te handhaven woning vervangen wordt, wordt er in totaal 130m aangeplant. Een inheemse soort wordt gekozen, het voorstel is beuken (Fagus sylvatica) 4 stuks per strekkende meter. Maat 60-90cm.
Krentenboompje
Amelanchier lamarckii
10st.
Bp.
Hazelaar
Corylus avellana
30st.
Bp.
Meidoorn
Crataegus monogyna
30st.
Bp.
Gewone vlier
Sambucus nigra
12st.
Bp.
Gelderse roos
Viburum opulus
15st.
Bp.
Hondsroos
Rosa canina
10st.
Bp.
10. Strook inheemse struiken Een strook van circa 30m lang wordt ingeplant met een enkele rij inheemse struiken, waaronder veel wintergroene struiken tbv de privacy. Onderling afstand 1,5m. Totaal: 20 stuks.
De Amelanchier, Sambucus, Rosa en Viburnum worden aan de noordoostrand geplant. Hulst
Ilex aquifolium
10st.
Bp. Met kluit
Taxus
Taxus baccata
5st.
Bp.
Hazelaar
Corylus avellana
5st.
Bp.
Bp. = bosplantsoen 60/90 A kwaliteit gekweekt plantgoed.
12. Inheemse struiken verlenging (strook circa 10m breed) Een stuk van circa 165m2 wordt ingeplant met inheemse struiken, waarvan een aantal wintergroene. Ook enkele opgaande kleine bomen wordt geplant. In verspringend verband (1,5 m tussen rijen en 2 m tussen planten) Planten struiken in groepen van 3 of 5. Totaal: 55 stuks. Hulst
Ilex aquifolium
15st.
Bp. Met kluit
Hazelaar
Corylus avellana
10st.
Bp.
Meidoorn
Crataegus monogyna
15st.
Bp.
Gewone vlier
Sambucus nigra
5st.
Bp.
Gelderse roos
Viburum opulus
5st.
Bp.
Lijsterbes
Sorbus aucuparia
5st.
Bp.
De Sambucus en Viburnum worden aan de noordoostrand geplant. 10
BEPLANTING EN BEHEER—VERVOLG
Boschweg 24 te Rossum 27 maart 2023
13. Solitaire bomen Op het terrein worden 2 solitaire bomen aangeplant. Keuze uit eik, walnoot of linde. Minimaal maat 10/12.
Aanplant en beheer Ten eerste is een goede grondbewerking nodig voor succesvolle aanslag. Nieuwe aanplant vindt bij voorkeur in het najaar plaats. Water geven aan het bosplantsoen is in principe niet noodzakelijk, maar als droogte aanhoudt wel. Aan de bomen wordt gedurende de eerste jaren na aanplant in droge periodes water gegeven. In het jaar na aanplant dient de beplanting te worden gecontroleerd op uitval en waar nodig ingeboet. Wat betreft de struiken is in de eerste groeifase geen beheer nodig. Na 6-8 jaar, afhankelijk van de groeisnelheid, worden dunningen uitgevoerd. Dunningen vinden plaats om de gewenste struiken te bevoordelen. Dit vindt plaats bij voorkeur in de winter. Bescherming tegen wildvreet zou noodzakelijk kunnen zijn. Bomen aanplanten met boompaal en wild beschermer. Boompalen dienen de eerste 4 jaar extra steun te geven en kunnen daarna weggehaald worden. Boompalen van Larix gaan 4 jaar mee en zijn daarom het meest geschikt. De bomen dienen na circa 10 jaar opgesnoeid te worden (walnoot in de zomer). Wat betreft de hagen zijn 2 knip beurten per jaar nodig.
11
Bijlage 2 voor rood
68
Beeldkwaliteitsplan Rood
bestemmingsplan Buitengebied, Boschweg 24 Rossum
jong
landschap
landschap
Landschapstype
oud
Kampen
Essen
Maten/Flier
Veen
Heide
Erftype
Criterium: één hoofdgebouw per erf; de overige gebouwen zijn (vormgegeven als) bijgebouwen en ondergeschikt gepositioneerd; veldschuren zijn landschapsgerelateerd en staan vrij van de bebouwing op het erf
oud erf
(weggekeerd)
oud erf
(landschapsgekeerd)
aan de weg
van de weg
aan de weg
(dwars)
(weggericht)
aan de weg
van de weg
(haaks)
(weggericht)
van de weg
(landschapgericht)
Kies een erftype dat aansluit op het landschapstype en de specifieke kenmerken van de omgeving (V. = voorhuis; A. = achterhuis). Erfinrichting en beplanting versterken de erfopzet.
Ambitie
In dit gebied wordt geadviseerd een iets conservatievere insteek te kiezen dan in de jongere landschapstypes. Dit heeft betrekking op situering, volume, kapvorm, detaillering en kleurgebruik. In dit gebied zijn de grote pannen gedekte zadelkappen (met name rood) en rechte topgevel (eventueel bekleed met hout) kenmerkend. Woningen hebben een duidelijke voor- en achterzijde. Waarbij de achterzijde grenst aan het erf, en de voorzijde naar het landschap gericht is. Bij de oudere erven komt incidenteel een gevelbeëindiging door middel van een wolfseind voor. In dit gebied wordt aandacht besteed aan de detaillering, waarbij daken vaak beëindigd worden met een windveer. Nieuwe type bouwvormen en retro-types zoals notariswoning verdragen zich slecht met de kenmerken van dit gebied.
Er kunnen zowel traditionele als meer moderne architectonische types gerealiseerd worden. De bebouwing is vooral heel eenvoudig van vorm. Het belangrijkste kenmerk is de grote, met pannen gedekte zadelkap in antraciet of (oud) rood, met rechte topgevelbeëindiging. Woningen hebben een duidelijke voor- en achterzijde, waarbij de achterzijde grenst aan het erf, en de voorzijde naar de weg of het landschap gericht is. De detaillering is met name heel sober en strak, waarbij in het veenontgingenlandschap van oudsher meer aandacht voor gevelindeling en detail is.
Criterium: eenduidige hoofdvorm met zadeldak
woning
bijgebouw
bijgebouw
woning
Aan- en uitbouw aan woningen
Hoofdvorm
Criterium: eenduidige hoofdvorm met zadeldak incidenteel wolfseind
Criterium: aan- en uitbouwen aan woningen ondergeschikt aan de hoofdvorm en/of in lijn met de architectuur van het geheel vormgegeven
dwars
gekoppeld
gesleept uit de kap
geschakeld
afwijkende helling
erker
uitgebouwde kamer
Transformatie
Criterium: hoofdvorm als uitgangspunt nemen en transformaties ondergeschikt
snedes
loggia en onderschoer
hoog voorhuis
Gevelopbouw en Detail
Criterium: evenwichtige gevelopbouw die gebaseerd is op de karakteristieken van de locatie (landschapstype en erf), een sobere detaillering en onderscheid tussen de uitstraling van hoofd- en (vrijstaand) bijgebouw.
Traditionele uitwerking: principe rijke detaillering (alleen in oud landschap)
principe sobere detaillering (in oud- en jong landschap)
Eigentijdse uitwerking: inspiratie gevelopeningen
Materialen
principe: voor- en achterhuis (in oud- en jong landschap)
eigentijdse architectuur (gebaseerd op traditie) is altijd mogelijk
Criterium: toepassen van natuurlijke materialen (uitgezonderd riet) in een gedekte kleurstelling, passend bij de gekozen architectuur en de karakteristieken van het buitengebied
gevelmaterialen (voor woningen en bijgebouwen): diverse aardtinten metselwerk (uitgezonderd lichte tinten), hout (naturel of een donkere kleur); zink (mat)
glas kan op diverse manieren worden toegepast
dakbedekking: alleen matte dakbedekking; gebakken pannen en zink voor woningen; gebakken pannen, zink en golfplaten voor bijgebouwen
De afbeeldingen zijn ter inspiratie en kunnen als bouwstenen genomen worden voor een ontwerp. Ze geven ook principes weer waarbinnen de oplossingsrichting dient te worden gezocht. 7 februari 2014
Inspiratiefolder als handvat voor ontwikkeling in het kader van de Rood voor Roodregeling
Hoe kunt u deze inspiratiefolder gebruiken?
U wilt uw erf veranderen met behulp van de rood voor rood regeling. Hiervoor sluit u met de gemeente een privaatrechtelijke overeenkomst af. Daarin staan de afspraken om ‘hoogwaardige ruimtelijke kwaliteit’ op uw erf en in de directe omgeving te krijgen. Na sloop en nieuwbouw moet de omgeving er nog beter uitzien!
In het buitengebied van de gemeentes Dinkelland en Tubbergen komen verschillende landschapstypen en erftypen voor. De gemeentes maken bij de nieuwe ontwikkelingen die gebruik maken van de rood voor rood regeling onderscheid tussen:
Voor uw nieuwe plan moeten het welstandbeleid en bestemmingsplan tegelijk worden aangepast. Waarom moet het welstandsbeleid worden aangepast voor uw plan? De ‘gebiedsgerichte criteria’ in de welstandsnota van de gemeente gaan uit van de bestaande toestand. Met nieuwe ontwikkelingen wordt geen rekening gehouden. En als wel sprake is van een nieuwe ontwikkeling wordt ervan uitgegaan dat deze moeten samenhangen met de bestaande (bedrijfs-)bebouwing op het erf. In het geval van Rood voor rood verdwijnt die bebouwing juist! De gebiedsgerichte criteria zijn bovendien onvoldoende geschikt om de gewenste hoogwaardige kwaliteit te bereiken, die in de privaatrechtelijke overeenkomst is vastgelegd. Daarom zal zowel dit welstandsbeleid als het bestemmingsplan voor uw perceel door de gemeenteraad moeten worden vastgesteld. In deze folder vindt u inspiratie: hoe ziet dat er dan uit? De gemeente drukt de mogelijkheden van nieuwbouw op een erf in criteria uit. Deze criteria zijn op ontwikkeling gericht. De welstandstoets vindt plaats op grond van deze criteria. Als uw bouw- en erfinrichtingsplan voldoen aan de gewenste hoogwaardige ruimtelijke kwaliteit wordt de vergunning verleend. In uitzonderlijke gevallen kan het college van Burgemeester en Wethouders afwijken van het advies van de stadsbouwmeester door de toepassing van de hardheidsclausule in de welstandsnota van de gemeente.
Veel succes met uw plannen!
Oud landschap: kampenlandschap, essenlandschap en maten- en flierenlandschap; Jong landschap: heide- en veenontginningenlandschap. In welk gebied uw woning wordt gebouwd, kunt u in onderstaande kaart bepalen. Deze folder geeft zowel voor het oude als het jonge landschap weer welke erftypen daar voorkomen, wat de bedoeling (ambitie) van de gemeente is en hoe de bebouwing eruit mag zien. Om een volledig overzicht krijgen van uw mogelijkheden is het verstandig de volgende stappen te doorlopen: 1. Bekijk op de kaart in welk landschapstype uw ontwikkeling zich bevindt. 2. Bekijk het schema en bepaal welk erftype u kiest voor uw ontwikkeling. 3. Neem kennis van de ambitie van de gemeente voor het landschapstype waarin uw erf zich bevindt. 4. Stem het uiterlijk van uw woning af op de afbeeldingen bij de onderwerpen hoofdvorm, aan- en uitbouwen, transformatie, gevelopbouw en detail. 5. Gebruik materialen die worden getoond bij het onderwerp materialen. Opgemerkt wordt dat elke locatie en elke opgave anders is waardoor maatwerk per locatie van groot belang is. Deze folder is toepasbaar wanneer één woning wordt toegevoegd. Bij twee of meer woningen is aanvullend locatiespecifiek welstandsbeleid denkbaar.
Het verdient aanbeveling om in een zo vroeg mogelijk stadium, voordat u een aanvraag om omgevingsvergunning indient, gebruik te maken van het spreekuur van de stadsbouwmeester bij de gemeente. Dit kan al met een eerste schets van het gekozen erftype en hoofdvorm van de gebouwen aan de hand van de inspiratiebeelden in deze folder. U kunt hiervoor een afspraak maken bij de publieksbalie van de gemeente.
OUDlandschap JONGlandschap
Voor zonnepanelen en/of -collectoren op daken, voor zover vergunningplichtig, gelden in het hele gebied de onderstaande criteria. Als geen vergunning nodig is zijn dit aanbevelingen. De panelen- of collectoren: - liggen plat op het dakvlak; - worden evenwichtig geplaatst in een regelmatig patroon; - hebben rondom (ook ter plaatse van elementen op het dak) nog een ruime strook dakvlak; - zijn qua kleur, inclusief de randen, zoveel mogelijk afgestemd op het dakvlak. Wanneer een groot oppervlak van het dak wordt voorzien van zonnepanelen- of collectoren verdient het de voorkeur om het dakvlak in zijn geheel uit te voeren als (een dakvlak gelijkend type) zonnepaneel- of collector.
7 februari 2014
Bijlage 3 Verkennend bodemonderzoek
bestemmingsplan Buitengebied, Boschweg 24 Rossum
71
Verkennend Bodemonderzoek
Project:
2022-331
Locatie:
Boschweg 24 te Rossum
Opdrachtgever:
BJZ.nu Twentepoort Oost 16a 7609 RG Almelo
Datum:
11 november 2022
Verkennend bodemonderzoek Boschweg 24 te Rossum
Verkennend Bodemonderzoek Boschweg 24 te Rossum
Opdrachtgever:
BJZ.nu Twentepoort Oost 16a 7609 RG Almelo
Adviesbureau:
Dumea Milieu Bornsestraat 24 7597 NE Saasveld
Status: Versie: Datum versie: Projectnummer:
Definitief 1 11 november 2022 2022-331
Auteur:
Joost Stevelink*
Paraaf:
Kwaliteitscontrole:
Niek Hesselink*
Paraaf:
Veldwerkers:
Joost Stevelink, Mark Morsink, Jacco de Graaf (in opleiding)*
*De vermelde personen zijn akkoord met de openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving.
2022-331
11-11-2022
Pagina 2 van 24
Verkennend bodemonderzoek Boschweg 24 te Rossum
Inhoudsopgave Pagina 1
Inleiding
4
2
Vooronderzoek
5
3
4
5
2.1 Locatie gegevens
5
2.2 Algemene informatie locatie
5
2.3 Directe omgeving locatie
6
2.4 Eerder uitgevoerd (bodem)onderzoek
6
2.5 Regionale bodemopbouw en geohydrologie
6
2.6 Vooronderzoek PFAS
7
2.7 Vooronderzoek 5707 Asbest
7
2.8 Visuele inspectie bodemoppervlak op asbest
7
Onderzoeksprogramma
8
3.1 Hypothesestelling
8
3.2 Onderzoeksopzet
8
3.3 Analysestrategie
9
Onderzoeksresultaten
11
4.1 Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen
11
4.2 Analyseresultaten
12
4.3 Toetsing van de hypothese
14
4.4 Toetsing aan de noodzaak tot vervolgonderzoek
14
4.5 Beleidsdocument "Omgaan met zware metalen in grondwater binnen de provincie Overijssel"
15
Samenvatting en conclusie
BIJLAGE I: BIJLAGE II: BIJLAGE III: BIJLAGE IV: BIJLAGE V: BIJLAGE VI:
2022-331
16
Situering van de locatie Situering van de locatie (schaal 1: 2000) Overzichtstekening boorpunten Boorstaten Analysecertificaten en Overschrijdingstabellen Foto's
11-11-2022
Pagina 3 van 24
Verkennend bodemonderzoek Boschweg 24 te Rossum
1 Inleiding In opdracht van BJZ.nu heeft Dumea Milieu een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Boschweg 24 te Rossum. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage I. In onderhavig onderzoek is het verkennend bodemonderzoek uitgebreid met een asbest in grondonderzoek. Aanleiding van het onderzoek is in het kader van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging, sloop en nieuwbouwactiviteiten. Doel van het onderzoek is het door middel van een steekproef conform het soort bodemonderzoek, nagaan van de huidige kwaliteit van de grond op de locatie. Het onderzoek is niet bedoeld om de exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven. Het verkennend onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen: - NEN 5725 Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek (NEN5725:2017); - NEN 5740 Bodem - Landbodem - strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond (NEN5740:2009+A1:2016); - NEN 5707 Bodem – Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem.
(NEN 5707+C2:2017) - VKB Protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen” - VKB Protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters” - VKB Protocol 2018 “Locatie inspectie en monsterneming van asbest in bodem"
Dumea Milieu is een handelsnaam van Terra Agribusiness. Het procescertificaat van Terra Agribusiness en het hierbij behorende keurmerk (BRL SIKB 2000) zijn van toepassing op de activiteiten inzake het milieukundig veldwerk, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, en de overdracht van de monsters aan een erkend laboratorium. Om de onafhankelijkheid van het onderzoek te waarborgen, verklaart Terra Agribusiness op geen enkele wijze gelieerd te zijn aan de te onderzoeken projectlocatie, zowel in juridische, financiële of personele sfeer. De opbouw van dit rapport wordt als volgt weergegeven: - vooronderzoek naar historie en bodemgesteldheid; - opstellen van een hypothese; - opstellen van een onderzoeksstrategie; - resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek; - conclusies, aanbevelingen en samenvatting. In geval van klachten kan de opdrachtgever zich wenden tot Dumea Milieu en zo nodig tot de certificerende-instelling (Normec).
2022-331
11-11-2022
Pagina 4 van 24
Verkennend bodemonderzoek Boschweg 24 te Rossum
2 Vooronderzoek Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de onderzoeksstrategie op de locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De onderstaande informatie is afkomstig uit:
Tabel 1 Bronnen vooronderzoek Bron
Omschrijving
www.ahn.nl
AHN (Algemeen Hoogtebestand Nederland)
www.bodemloket.nl
Bodemloket van Nederland
www.topotijdreis.nl
Historische kaarten
www.dinoloket.nl
Ondergrond gegevens van Nederland
BAG viewer
Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG)
Gemeente Dinkelland
Historische informatie van de locatie
Bodematlas Provincie Overijssel
Bodem gerelateerde informatie van de Provincie Overijssel
Informatie Opdrachtgever
BJZ.nu
Inspectie onderzoekslocatie
Visueel inspectie van de locatie
2.1 Locatie gegevens Gegevens over de locatie zijn weergegeven in onderstaande tabel
Tabel 2 Locatiegegevens Kadastrale gemeente
Boschweg 24 te Rossum Weerselo
Sectie
R
Percelen
1484
Oppervlakte van de onderzoekslocatie
<5000 m2
Eigenaar/ gebruiker
-
Korte beschrijving van de onderzoekslocatie
De onderzoekslocatie bestaat uit een erf met opstallen
Bebouwing
Op de onderzoekslocatie staan meerdere opstallen
Verharding
De onderzoekslocatie is grotendeels verhard met klinkers en tegels.
Adres onderzoekslocatie
2.2 Algemene informatie locatie De locatie aan de Boschweg 24 te Rossum betreft een voormalig agrarisch bedrijf. Op de locatie is een woning met een viertal schuren aanwezig. Initiatiefnemer is voornemens om de bestemming te wijzigen, enkele schuren te slopen en een compensatiewoning te realiseren. Onderhavige onderzoekslocatie bestaat uit het erf met de schuren (zie bijlage III). De woning valt buiten onderhavige onderzoekslocatie. Op historische kaarten is vanaf 1934 bebouwing op de locatie te zien. Op de locatie zijn een tweetal vervallen ‘veeschuren’ en twee kleine kapschuren aanwezig. De grote schuur ten noordwesten van de locatie is volgens het BAG-register gebouwd in 1985. De kleine schuur ten oosten van de locatie is gebouwd in 1961 volgens het register. Van de twee kleine kapschuren is geen bouwjaar bekend. Binnen de onderzoekslocatie is een transformatorhuisje (Boschweg 24TRAF) aanwezig. Het terrein is, voor zover bekend, niet opgehoogd. Op de locatie hebben zich in het verleden, voor zover bekend, geen calamiteiten en/of bedrijfsactiviteiten voorgedaan die van invloed zijn geweest op de bodemkwaliteit van onderhavige onderzoekslocatie. Tevens is er voor zover bekend, op de locatie nooit opslag aanwezig geweest van chemicaliën of brandstoffen zoals huisbrandolie of diesel.
Er is verder geen bodemrelevante informatie van de onderzoekslocatie bekend bij de geraadpleegde bronnen.
2022-331
11-11-2022
Pagina 5 van 24
Verkennend bodemonderzoek Boschweg 24 te Rossum
2.3 Directe omgeving locatie De onderzoekslocatie is gelegen in het buitengebied van Rossum. De omgeving bestaat voornamelijk uit agrarische bedrijven, landbouwpercelen en woonhuizen. De directe omgeving wordt op historische kaarten aangeduid als "Rossumer esch”. Er is geen bodemrelevante informatie van de directe omgeving van de onderzoekslocatie bekend welke mogelijk invloed heeft gehad op de bodemkwaliteit ter plaatse van onderzoekslocatie. 2.4 Eerder uitgevoerd (bodem)onderzoek Voor zover bekend zijn er in het verleden op de locatie geen bodemonderzoeken uitgevoerd. 2.5 Regionale bodemopbouw en geohydrologie De regionale geohydrologische bodemopbouw is weergegeven in onderstaande figuur.
Figuur 1 Geologisch opbouw landelijk model DGM v2.2
De boorlocatie bevindt zich circa 28 meter boven NAP. De regionale grondwaterstroming is noordwestelijk.
2022-331
11-11-2022
Pagina 6 van 24
Verkennend bodemonderzoek Boschweg 24 te Rossum
2.6 Vooronderzoek PFAS PFAS komt op verschillende manieren in het grond- en grondwatersysteem in Nederland terecht. Bij lokaal gebruik en calamiteiten leidt dit tot het 'klassieke' bron-grondwaterpluim beeld. Het meest verdacht voor PFAS in het milieu zijn die locaties waar PFAS worden geproduceerd. Ook brandweer-oefen-plaatsen waar met grote regelmaat brandblusschuim is toegepast, zijn verdacht. Er zijn echter ook vele andere toepassingen van PFAS die kunnen leiden tot een grondof grondwaterverontreiniging. In het handelingskader van het Expertisecentrum PFAS zijn alle bedrijfsactiviteiten en toepassingen beschreven waar PFAS wordt gebruikt en de kans dat daarbij PFAS in het milieu vrijkomt. Uit historisch onderzoek van onderhavig onderzoekslocatie blijkt dat geen van de beschreven toepassingen uit het handelingskader plaats heeft gevonden op of nabij de onderzoekslocatie. Op basis van de verkregen informatie kan gesteld worden dat de onderzoekslocatie als onverdacht gedefinieerd kan worden met betrekking tot PFAS in de bodem. 2.7 Vooronderzoek 5707 Asbest Uit de verkregen historische informatie blijkt dat vanaf circa 1934 bebouwing op de locatie aanwezig is. Het is mogelijk dat tijdens (ver)bouwwerkzaamheden asbest in de gebouwen verwerkt is. De daken van de schuren bevatten (deels) asbesthoudende dakbedekking.
Er zijn twee druppelzones waar het lekwater van de asbesthoudende dakbedekking rechtstreeks in de onbeschermde bodem terechtkomt. Door het (jarenlange) gebruik als agrarisch erf wordt de locatie als verdacht beschouwd met betrekking tot de aanwezigheid van asbest in de bodem. 2.8 Visuele inspectie bodemoppervlak op asbest Op 19-10-2022 is de locatie visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. De maaiveldinspectie is uitgevoerd conform de NEN 5707. Het maaiveld van de onderzoekslocatie is verdeeld in stroken van ongeveer 1m breed en is strook voor strook in 2 richtingen haaks op elkaar geïnspecteerd. In onderstaande tabel zijn de resultaten van de maaiveldinspectie beknopt weergegeven.
Tabel 3 Maaiveldinspectie NEN 5707 Aandachtsgebied
Opmerking
Oppervlakte geïnspecteerde locatie
<5000
Conditie toplaag
Droog
Beperkingen van de inspectie
Neerslag: geen, >25% verharding
Weersomstandigheden
Zicht: > 50m
Asbestverdacht materiaal op maaiveld aangetroffen?
Nee
Opmerking
De maaiveldinspectie werd beperkt door de verharding.
Resultaat maaiveld inspectie Ter plaatse van de onderzoekslocatie is geen asbestverdacht materiaal op het maaiveld aangetroffen.
2022-331
11-11-2022
Pagina 7 van 24
Verkennend bodemonderzoek Boschweg 24 te Rossum
3
Onderzoeksprogramma
3.1
Hypothesestelling
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn voor de locatie één of meer hypotheses geformuleerd ten aanzien van grond en grondwaterverontreiniging. Op basis van het historisch vooronderzoek blijkt dat de locatie een voormalige agrarische bedrijfslocatie betreft. Naar aanleiding van de bevindingen van het historisch vooronderzoek wordt de locatie als verdacht beschouwd en wordt als best passende strategie VED-HE gehanteerd. De bovengrond van de onderzoekslocatie kan als verdacht worden beschouwd met betrekking tot de chemische parameters alsmede asbest. In het kader van de NEN5740 en NEN5707 dient de bovengrond onderzocht te worden conform onderzoeksstrategie VED-HE. De ondergrond kan als onverdacht beschouwd worden. Het transformatorhuisje kan worden onderzocht conform de strategie VEP. De volgende deellocaties en hypotheses worden aangehouden:
Tabel 4 Deellocaties en hypothese NEN5740 Locatie Gehele locatie Trafo
Hypothese
Verdachte stoffen
Opmerking
Verdacht (VED-HE) Verdacht (VEP)
Zware metalen, PAK PCB’s, minerale olie
-
Verkennend bodemonderzoek NEN 5707 Het asbest in grondonderzoek heeft tot doel het globaal vaststellen van het gemiddelde asbestgehalte van de deellocatie (ruimtelijke eenheid) en het vaststellen van de globale omvang van een eventueel aanwezige asbestverontreiniging.
Tabel 5 Deellocaties en hypothese NEN5707 Locatie Gehele locatie Druppelzone 1 Druppelzone 2
Hypothese Verdacht (VED-HE) Verdacht (VED-HE) Verdacht (VED-HE)
Verdachte stoffen Asbest in grond Asbest in grond Asbest in grond
Opmerking -
De druppelzones worden onderzocht conform de strategie VED-HE. 3.2 Onderzoeksopzet De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 19 oktober 2022 (plaatsing peilbuizen en monstername grond), 27 oktober en 3 november 2022 (monstername grondwater). De positie van de boorlocaties zijn weergegeven in bijlage III.
Tabel 6 Onderzoeksopzet NEN 5740
1 2
Locatie
Ondiepe boringen1
Gehele locatie Trafo
14 2
Diepe boringen2
Peilbuizen
3 -
1 1
Analyses grond
Analyses water
3x st. grond AS3000 1x PCB’s en minerale olie
1x st. grondwater AS3000 1x PCB’s en minerale olie
Ondiepe boringen standaard tot 0,5 m-mv. Diepe boringen tot de grondwaterstand met een minimum van1,0 m-mv en een maximum van 2,0 m-mv.
Tabel 7 Onderzoeksopzet NEN 5707 Locatie Gehele locatie Druppelzone 1 Druppelzone 2
Proefgaten ondiep1 14 2* 2*
Proefgaten met diepe boring2
Analyses asbest in grond3
3 -
3 1 1
1
Ondiep proefgat standaard 0,3m x 0,3m x 0,5m (lxbxh). Standaard proefgat van 0,3m x 0,3m x 0,5m (lxbxh) diep doorgeboord met edelmanboor Ø 12cm. Analyse conform NEN5898; aantal analyses asbest in materiaal op basis van zintuiglijke waarnemingen in het veld. * Druppelzones standaard 2,0m x 0,30m x 0,10m (lxbxh). 2 3
2022-331
11-11-2022
Pagina 8 van 24
Verkennend bodemonderzoek Boschweg 24 te Rossum
3.3 Analysestrategie Ten behoeve van het analytisch onderzoek zijn op het laboratorium mengmonsters samengesteld. In de onderstaande tabel is de samenstelling van de monsters verwerkt. De aangetroffen situatie ten tijde van de uitvoering van de veldwerkzaamheden gaf geen aanleiding tot het aanpassen van de onderzoeksstrategie.
Tabel 8 Analyse onderzochte monsters NEN 5740 BM1
Traject (m-mv) 0,08 - 0,50
BM2
0,05 - 0,50
BM3
0,00 - 0,50
BM4
0,05 - 0,50
OM1
0,50 - 2,00
MVM-7
0,08 - 0,50
Analyse monster
Deelmonsters
Analyse
5 (0,08 - 0,50) 6 (0,08 - 0,50) 7 (0,08 - 0,50) 8 (0,25 - 0,50) 13 (0,05 - 0,50) 14 (0,05 - 0,50) 16 (0,08 - 0,50) 17 (0,08 - 0,50) 18 (0,00 - 0,50) 19 (0,05 - 0,50) 1 (0,05 - 0,50) 2 (0,05 - 0,50) 3 (0,05 - 0,50) 17 (0,50 - 1,00) 17 (1,00 - 1,50) 20 (0,50 - 1,00) 20 (1,00 - 1,50) 20 (1,50 - 2,00) 4 (0,50 - 1,00) 4 (1,00 - 1,50) 4 (1,50 - 2,00) 6 (0,50 - 1,00) 6 (1,00 - 1,50) 7 (0,08 - 0,50)
AS3000 NEN 5740 Standaard incl. struct excl. voorb
AS3000 NEN 5740 Standaard incl. struct excl. voorb AS3000 NEN 5740 Standaard incl. struct excl. voorb
Minerale Olie GC (AS3000), PCB (7) (AS3000) AS3000 NEN 5740 Standaard incl. struct excl. voorb
PAK 10 asfaltkern (+zagen, breken, mengen) (PE-extra)
Analyse monster
Traject (m-mv)
Analyse
Pb1wm1 Pb1wm2 Pb4wm1 Pb4wm2
3,30 - 4,30 3,30 - 4,30 3,30 - 4,40 3,30 - 4,40
OLIE (AS3000), PCB (AS3000) PCB (AS3000) NEN 5740gw standaardpakket (AS3000) Barium (Ba) (AS3000)
Alle monsters ten behoeve van de NEN 5740 zijn geanalyseerd door AL-West Agrolab BV. Alle analyses zijn AS3000 erkende verrichtingen.
Motivatie analysestrategie Conform de NEN5740 strategie VED-HE-NL, dienen er 3 grondmonsters in de verdachte laag geanalyseerd te worden. Op basis van het historische gebruik van de locatie is de bovengrond de meest verdachte laag. Op basis van zintuiglijke waarnemingen en het beoogde gebruik van de onderzoekslocatie is besloten om 3 mengmonsters van de bovengrond (BM1, BM2 en BM3) en tevens 1 mengmonster van de ondergrond (OM1) te analyseren.
2022-331
11-11-2022
Pagina 9 van 24
Verkennend bodemonderzoek Boschweg 24 te Rossum
Tabel 9 Analyse onderzochte monsters NEN 5707 Analyse monster MM1
Traject (m-mv) 0,08 - 0,50
MM2
0,05 - 0,50
MM3
0,00 - 0,50
MVM13 MVM14 DZ1
0,05 - 0,50 0,05 - 0,50 0,00 - 0,10
DZ2
0,00 - 0,10
Deelmonster
Analyse
5 (0,08 - 0,50) 6 (0,08 - 0,50) 7 (0,08 - 0,50) 8 (0,25 - 0,50) 13 (0,05 - 0,50) 14 (0,05 - 0,50) 16 (0,08 - 0,50) 17 (0,08 - 0,50) 18 (0,00 - 0,50) 19 (0,05 - 0,50) 13 (0,05 - 0,50) 14 (0,05 - 0,50) 22 (0,00 - 0,10) 23 (0,00 - 0,10) 24 (0,00 - 0,10) 25 (0,00 - 0,10)
Asbest NEN5898 (10 kg)
Asbest NEN5898 (10 kg) Asbest NEN5898 (10 kg)
Asbest mat. verzamelm. NEN5896 Asbest mat. verzamelm. NEN5896 Asbest NEN5898 (10 kg) Asbest NEN5898 (10 kg)
Alle monsters ten behoeve van de NEN 5707 zijn geanalyseerd door ACMAA Laboratorium te Deurningen.
Gezien de zintuiglijke waarnemingen kan gesteld worden dat de homogeniteit van de verschillende inspectiegaten voldoende aanwezig is.
2022-331
11-11-2022
Pagina 10 van 24
Verkennend bodemonderzoek Boschweg 24 te Rossum
4
Onderzoeksresultaten
4.1 Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen In bijlage V zijn de visuele waarnemingen in de vorm van boorprofielen weergegeven. Veldwaarnemingen De bovengrond bestaat uit matig fijn zand. De ondergrond bestaat uit matig fijn zand. De diepere ondergrond bestaat uit zwak lemig zand. In de onderstaande tabel zijn de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden weergegeven:
Tabel 10 Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Boring/Gat
Traject (m -mv) 4,00 - 4,30 4,00 - 4,40 0,08 - 0,50
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
1 4 5
Diepte boring (m -mv) 4,30 4,40 0,50
Zand Zand Zand
6
2,00
0,08 - 0,50
Zand
7
0,50
0,08 - 0,50
Zand
8
0,50
0,08 - 0,25
zwak leemhoudend zwak leemhoudend uiterst puinhoudend, laagjes asfalt, zwak grindhoudend uiterst puinhoudend, laagjes asfalt, zwak grindhoudend uiterst puinhoudend, laagjes asfalt, zwak grindhoudend Grof puin en asfalt volledig
0,25 - 0,50
Zand
10 11 13
0,50 0,50 0,50
0,05 - 0,50 0,05 - 0,50 0,05 - 0,50
Zand Zand Zand
14
0,50
0,05 - 0,50
Zand
16 17 18 19 22 23 24 25
0,50 2,00 0,50 0,50 0,10 0,10 0,10 0,10
0,08 - 0,50 0,08 - 0,50 0,00 - 0,50 0,05 - 0,50 0,00 - 0,10 0,00 - 0,10 0,00 - 0,10 0,00 - 0,10
Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand
uiterst puinhoudend, laagjes asfalt, zwak grindhoudend Grove stukken baksteen Grove stukken baksteen zwak asbestverdacht materiaal houdend, zwak puinhoudend zwak asbestverdacht materiaal houdend, zwak puinhoudend resten asfalt, zwak puinhoudend resten asfalt, zwak puinhoudend resten asfalt, zwak puinhoudend resten asfalt, zwak puinhoudend zwak puinhoudend, zwak grindhoudend zwak puinhoudend, zwak grindhoudend zwak puinhoudend zwak puinhoudend
Er is geen asbestverdacht materiaal aan het oppervlak of in de boringen aangetroffen. In de inspectiegaten 13 en 14 zijn licht tot matige hoeveelheden asbestverdacht materiaal aangetroffen. In enkele inspectiegaten zijn wisselende hoeveelheden asfaltachtige materialen aangetroffen. Uit inspectiegat 7 is een materiaalmonster genomen en geanalyseerd op de aanwezigheid van PAK 10 VROM. Door de grillige samenstelling van de bodem ter plaatse van inspectiegaten 5, 6, 7 en 8 is het mogelijk dat plaatselijk de laag meer dan 50% puin zou kunnen bedragen. De bemonstering en analyses zijn echter uitgevoerd conform de NEN5707. In de inspectiegaten 10 en 11 zijn grove stukken baksteen aangetroffen. Baksteen is niet per definitie asbestverdacht. Plaatselijk zijn in enkele inspectiegaten laagjes straatzand aangetroffen. Deze laagjes zijn dusdanig gering van omvang en in zwakke mate aanwezig dat hier geen separate laag van onderscheiden kan worden. De mengmonsters BM1 en MM1 zijn samengesteld uit de individuele uiterst puinhoudende grondmonsters van de bovengrond, centraal gelegen op de onderzoekslocatie. De mengmonsters BM2 en MM2 zijn samengesteld uit de individuele licht puinhoudende grondmonsters van de bovengrond, inpandig van de voormalige schuur ten noorden van de onderzoekslocatie.
De mengmonsters BM3 en MM3 zijn samengesteld uit de individuele licht puinhoudende grondmonsters van de bovengrond, zuidelijk gelegen van de onderzoekslocatie. 2022-331
11-11-2022
Pagina 11 van 24
Verkennend bodemonderzoek Boschweg 24 te Rossum
Het mengmonster BM4 is samengesteld uit de individuele grondmonsters van de bovengrond ter plaatste van de transformatorhuis. Het mengmonster OM1 is samengesteld uit de individuele grondmonsters van de ondergrond van de onderzoekslocatie. Het mengmonster DZ1 betreft de druppelzone aan de noordelijke schuur, noordzijde. Het mengmonster DZ2 betreft de druppelzone aan de noordelijke schuur, zuidzijde. Het monster MVM7 betreft het asfaltachtige materiaal, aangetroffen in inspectiegat 7. De monsters MVM13 en MVM 14 betreffen het asbestverdachte materiaal, aangetroffen in inspectiegat 13 en 14. Grondwater De filterbuis wordt minimaal een halve meter beneden de grondwaterspiegel geplaatst, waarna de dichte buis tot iets boven maaiveld wordt gemonteerd en afgedicht met bentoniet om instroom van oppervlaktewater te voorkomen. In onderstaande tabel zijn de gegevens betreffende de grondwaterbemonstering opgenomen:
Tabel 11 Metingen grondwater Peilbuis Pb1wm1 Pb1wm2 Pb4wm1 Pb4wm2
Filterdiepte (m -mv) 3,30 - 4,30 3,30 - 4,30 3,30 - 4,40 3,30 - 4,30
Grondwaterstand (m -mv) 2,47 2,44 2,21 2,18
pH (-) 6,2 6,0 6,1 5,9
EC (µS/cm) 653 683 606 612
Troebelheid (NTU) 4,12 2,33 15,3 11,4
Geen van de gemeten waarden wijkt duidelijk af van de waarde, welke gezien de natuurlijke omstandigheden verwacht kan worden.
4.2 Analyseresultaten De resultaten van de chemische analyses zijn weergegeven in bijlage V. Alle monsters ten behoeve van de NEN 5740 zijn geanalyseerd door AL-West Agrolab. Deze analyses zijn allen AS3000 erkende verrichtingen. Alle monsters ten behoeve van de NEN 5707 zijn geanalyseerd door ACMAA Laboratorium te Deurningen.
Tabel 12 Toetsingskader Wbb Concentratie ≤ AW-waarde (of < detectielimiet) * > AW-waarde ≤ T-waarde > T-waarde ≤ I-waarde
Betekenis Niet verontreinigd Licht verontreinigd Matig verontreinigd
> I-waarde
Sterk verontreinigd
Opmerking Geen aanvullend onderzoek nodig Geen aanvullend onderzoek nodig Mogelijk nader bodemonderzoek noodzakelijk Nader bodemonderzoek noodzakelijk; mogelijk sprake van ernstige bodemverontreiniging
Code * ** ***
* Voor grondwater geldt de streefwaarde Toelichting: De AW-waarden zijn achtergrondwaarden en zijn referentiewaarden voor een multifunctionele bodem. De halve som van de AW- en I-waarden ((AW+I)/2 = T-waarde) is een toetsingswaarde waarboven er een vermoeden is van ernstige bodemverontreiniging. Door middel van aanvullend onderzoek moet dit vermoeden worden getoetst. De I-waarden zijn de ‘interventiewaarden’. Als de I-waarde voor een stof wordt overschreden in meer dan 25 m3 grond of in meer dan 100 m3 grondwater (bodemvolume), dan wordt gesproken van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
2022-331
11-11-2022
Pagina 12 van 24
Verkennend bodemonderzoek Boschweg 24 te Rossum
Tabel 13 Analyseresultaten NEN 5740 Monster
Traject (m-mv)
BM1
0,08 - 0,50
BM2
0,05 - 0,50
BM3
0,00 - 0,50
BM4
0,05 - 0,50
OM1
0,50 - 2,00
MVM-7 Pb1wm1 Pb1wm2 Pb4wm1 Pb4wm2
0,08 - 0,50 3,30 - 4,30 3,30 - 4,30 3,30 - 4,40 3,30 - 4,40
Samenstelling 5 (0,08 - 0,50) 6 (0,08 - 0,50) 7 (0,08 - 0,50) 8 (0,25 - 0,50) 13 (0,05 - 0,50) 14 (0,05 - 0,50) 16 (0,08 - 0,50) 17 (0,08 - 0,50) 18 (0,00 - 0,50) 19 (0,05 - 0,50) 1 (0,05 - 0,50) 2 (0,05 - 0,50) 3 (0,05 - 0,50) 17 (0,50 - 1,00) 17 (1,00 - 1,50) 20 (0,50 - 1,00) 20 (1,00 - 1,50) 20 (1,50 - 2,00) 4 (0,50 - 1,00) 4 (1,00 - 1,50) 4 (1,50 - 2,00) 6 (0,50 - 1,00) 6 (1,00 - 1,50) 7 (0,08 - 0,50) Pb1 Pb1 Pb4 Pb4
Verhogingen Minerale olie*, PAK10 VROM*
Zn*, Pb*, Minerale olie* -
-
-
PCB (som 7)*** Ba** Ba**
* verhoging groter dan streefwaarde ** verhoging groter dan tussenwaarde *** verhoging groter dan interventiewaarde
Tabel 14 Analyseresultaten NEN 5707 Monster MM1
Traject (m-mv) 0,08 - 0,50
MM2
0,05 - 0,50
MM3
0,00 - 0,50
MVM13 MVM14 DZ1
0,05 - 0,50 0,05 - 0,50 0,00 - 0,10
DZ2
0,00 - 0,10
Samenstelling 5 (0,08 - 0,50) 6 (0,08 - 0,50) 7 (0,08 - 0,50) 8 (0,25 - 0,50) 13 (0,05 - 0,50) 14 (0,05 - 0,50) 16 (0,08 - 0,50) 17 (0,08 - 0,50) 18 (0,00 - 0,50) 19 (0,05 - 0,50) 13 (0,05 - 0,50) 14 (0,05 - 0,50) 22 (0,00 - 0,10) 23 (0,00 - 0,10) 24 (0,00 - 0,10) 25 (0,00 - 0,10)
Matrix Asbest in grond
Resultaat Bevat geen asbest
Asbest in grond
53 mg/kg ds
Asbest in grond
1,1 mg/kg ds
Asbest in grond
12,5% Chrysotiel 12,5% Chrysotiel 650 mg/kg ds*
Asbest in grond
2100 mg/kg ds*
Het resultaat in bovenstaand tabel is het gewogen asbestgehalte berekend door het gehalte aan serpentijn asbest te vermeerderen met 10 maal het gehalte aan amfibool asbest.
In de fractie <0,5mm van DZ1 en DZ2 zijn asbestverdachte vezels aangetroffen. Dit geeft aanleiding tot een SEM-analyse. Echter wordt de interventiewaarde al overschreden. Sleuf/monster
Traject (m-mv)
Gewogen concentratie (grond+materiaal in mg/kg ds)
13 14
0,05 - 0,50 0,05 - 0,50
153 mg/kg ds 326 mg/kg ds
2022-331
11-11-2022
Pagina 13 van 24
Verkennend bodemonderzoek Boschweg 24 te Rossum
4.3
Toetsing van de hypothese
Onderdeel
Deellocatie
NEN 5740 NEN 5740 NEN 5707 NEN 5707 NEN 5707
Gehele locatie Trafo Gehele locatie Druppelzone 1 Druppelzone 2
4.4
Gestelde hypothese
Hypothese verworpen of aangenomen
Verdacht Verdacht Verdacht Verdacht Verdacht
Deels aangenomen Aangenomen Aangenomen Aangenomen Aangenomen
Toetsing aan de noodzaak tot vervolgonderzoek
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740
Gehele locatie De matige verhoging barium in het grondwater geeft formeel aanleiding tot het uitvoeren van een nader onderzoek. Deels is dit nader onderzoek reeds uitgevoerd door middel van herbemonstering van de bestaande peilbuis. Het materiaalmonster MVM-7 kan (indicatief) als niet teer-houdend asfalt worden geclassificeerd. De som PAK 10 VROM betreft 29 mg/kg ds. Indien asfaltgranulaat meer dan 75 mg/kg ds PAK 10 VROM bevat is er, op grond van de Besluit bodemkwaliteit, sprake van teerhoudend asfaltgranulaat.
Trafo De sterke verhoging PCB (som 7) in het grondwater geeft formeel aanleiding tot het uitvoeren van een nader onderzoek. Deels is dit nader onderzoek reeds uitgevoerd door middel van herbemonstering van de bestaande peilbuis. Verkennend bodemonderzoek NEN5707
Gehele locatie Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn meerdere inspectiegaten gegraven, bemonsterd en geanalyseerd op de aanwezigheid van asbest. De gewogen asbestgehalten in inspectiegaten 13 en 14 (MM2) zijn hoger dan de interventiewaarde. Formeel geven deze verhogingen aanleiding tot het laten uitvoeren van een nader onderzoek. In de overige mengmonsters is analytisch geen asbest aangetoond of het gewogen asbestgehalte is ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek.
Druppelzones De gewogen asbestgehalten in de mengmonsters van DZ1 en DZ2 geven formeel aanleiding tot het laten uitvoeren van een nader onderzoek.
2022-331
11-11-2022
Pagina 14 van 24
Verkennend bodemonderzoek Boschweg 24 te Rossum
4.5 Beleidsdocument "Omgaan met zware metalen in grondwater binnen de provincie Overijssel" Conform de eisen van enkele Overijsselse gemeenten dient, in het geval van een interventiewaarde verhoging met zware metalen in het grondwater, het beleidsdocument: "Omgaan met zware metalen in grondwater binnen de provincie Overijssel" te worden toegepast. Beslismoment 1 Relatie (historische) bedrijfsactiviteit of bodemvreemd materiaal. Uit de bekende historische informatie voortkomend uit de geraadpleegde bronnen (Hoofdstuk 2) blijkt dat de verhoging niet te relateren is aan (historische) (bedrijfs)activiteiten en/of de aanwezigheid bodemvreemd materiaal. Zoals beschreven in het beslisschema, moet er indien er een historisch bodemonderzoek is uitgevoerd, en de verontreiniging niet te relateren is aan een (historische) (bedrijfs)activiteit of bodemvreemd materiaal, moet er worden overgegaan op "Beslismoment 3a". Beslismoment 3a Is de verontreiniging te relateren aan bodemprocessen? Het hulpmiddel "achtergrond bodemprocessen" is getoetst om te beoordelen of de verhoging door bodemprocessen is ontstaan. Onderstaande informatie is afkomstig uit onderhavig onderzoek, en wordt gebruikt bij de toetsing. pH: 5,9 EC: 612 (μS/cm) Troebelheid: 11,4 NTU Grondwaterstand: 2,18 m-mv. Huidig gebruik: voormalig (agrarisch) erf Toekomstig gebruik: wonen met tuin.
Bodemtype bovengrond zand, ondergrond eveneens zand Op basis van tabel 5.2 van het beleidsdocument en de hiervoor beschreven parameters, blijkt dat de verhoging mogelijk veroorzaakt wordt door verzuring door atmosferische depositie. Echter is het eveneens aannemelijk dat barium in het grondwater van nature aanwezig is op deze locatie. Op basis van de gehanteerde beslismomenten uit het beleidsdocument, kan gesteld worden dat de verhoging barium mogelijk door een natuurlijk proces wordt veroorzaakt.
2022-331
11-11-2022
Pagina 15 van 24
Verkennend bodemonderzoek Boschweg 24 te Rossum
5 Samenvatting en conclusie Op een locatie gelegen aan Boschweg 24 te Rossum, kadastraal bekend gemeente: Weerselo, Sectie: R, nummer(s): 1484 is op 19 oktober 2022 een verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 en 5707 uitgevoerd. De locatie aan de Boschweg 24 te Rossum betreft een voormalig agrarisch bedrijf. Op de locatie is een woning met een viertal schuren aanwezig. Initiatiefnemer is voornemens om de bestemming te wijzigen, enkele schuren te slopen en een compensatiewoning te realiseren.
Verkennend bodemonderzoek NEN5740 Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn boringen en inspectiegaten uitgevoerd ten behoeve van een bodemonderzoek conform de NEN5740 en NEN5707.
Gehele locatie In het bovengrondmengmonster BM1 zijn lichte verhogingen minerale olie en PAK 10 VROM aangetroffen. In het bovengrondmengmonster BM2 zijn lichte verhogingen zink, lood en minerale olie aangetroffen. In het bovengrondmengmonster BM3 zijn geen verhogingen aangetroffen. In het ondergrondmengmonster OM1 zijn eveneens geen verhogingen aangetroffen. Het materiaalmonster MVM-7 kan als niet teer-houdend asfalt worden geclassificeerd. De som PAK 10 VROM betreft 29 mg/kg ds. Indien asfaltgranulaat meer dan 75 mg/kg ds PAK 10 VROM bevat is er, op grond van de Besluit bodemkwaliteit, sprake van teerhoudend asfaltgranulaat. Dit moet echter als indicatief worden beschouwd omdat enkel één materiaalmonster is geanalyseerd op de aanwezigheid van PAK 10 VROM. In het grondwatermonster Pb1wm1 is een matige verhoging barium aangetroffen. Naar aanleiding van deze verhoging is de bestaande peilbuis opnieuw bemonsterd. Uit het analysecertificaat van het her-monster (Pb4wm2) blijkt dat er eveneens een matige verhoging barium is aangetroffen in het grondwater. De verhoging barium in beide grondwatermonsters (Pb4wm1 en Pb4wm2) geven formeel aanleiding voor het laten uitvoeren van een nader onderzoek.
Echter zijn er naar onze mening een aantal redenen om af te zien van een nader onderzoek: • Er is geen eenduidige bron voor de verhogingen aan te wijzen; • In de boven- en ondergrond zijn geen verhogingen barium aangetroffen. • Zware metalen worden vaker verhoogd aangetroffen in het grondwater en kunnen van nature verhoogd voorkomen. Gezien de matige verhoging barium in het ondiepe grondwater adviseren wij geen freatisch grondwater op te pompen ten behoeve van consumptieve doeleinden.
Trafo In het bovengrondmengmonster BM4 zijn geen verhogingen aangetroffen. In het grondwatermonster Pb1wm1 de parameter PCB (som 7) verhoogd aangetroffen ten opzichte van de interventiewaarde. Naar aanleiding van deze verhoging is de bestaande peilbuis opnieuw bemonsterd. Uit het analysecertificaat van het her-monster (Pb1wm2) blijkt dat er geen verhoging PCB (som 7) meer is aangetroffen in het grondwater. Omdat in het grondwatermonster Pb1wm2 geen verhoging PCB (som 7) meer is aangetroffen wordt een nader onderzoek naar PCB (som 7) niet noodzakelijk geacht.
2022-331
11-11-2022
Pagina 16 van 24
Verkennend bodemonderzoek Boschweg 24 te Rossum
Verkennend bodemonderzoek NEN5707 "asbest in bodem" Tijdens de maaiveld- inspectie zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie geen asbestverdachte materialen op het maaiveld aangetroffen.
Gehele locatie Ter plaatse van de locatie zijn meerdere inspectiegaten gegraven, bemonsterd en geanalyseerd op de aanwezigheid van asbest. In het mengmonster MM1 is analytisch geen asbest aangetoond. Het mengmonsters MM3 is licht asbesthoudend; het gewogen asbestgehalte is ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Het gewogen asbestgehalte in inspectiegaten 13 en 14 (MM2) is samen gewogen met het asbesthoudende materiaal hoger dan de interventiewaarde (100 mg/kg ds). Formeel geeft de verhoging aanleiding tot het laten uitvoeren van een nader onderzoek. De verontreiniging mag voor sanering niet worden geroerd als gevolgd van sloop- en grondwerkzaamheden.
Druppelzones De gewogen asbestgehalten in de mengmonsters van DZ1 en DZ2 zijn hoger dan de interventiewaarde (100 mg/kg ds). Formeel geven deze druppelzones aanleiding tot nader onderzoek. Tevens zijn in de fractie <0,5mm asbestverdachte vezels aangetroffen. Dit geeft aanleiding tot een SEM-analyse. Echter wordt de interventiewaarde al overschreden. Bepaling van spoedeisendheid kan achterwege blijven indien de verontreiniging op korte termijn wordt gesaneerd. De sterk verontreinigde druppelzones mogen voor sanering niet worden geroerd als gevolg van sloop- en grondwerkzaamheden. Om een nader onderzoek uit te voeren ter plaatse van de druppelzones zal de bossage en de begroeiing vooraf verwijderd moeten worden. Hierdoor wordt mogelijk de grond geroerd, alsmede de verontreiniging. In overleg met bevoegd gezag is het wellicht mogelijk de sanering zonder nader onderzoek tegelijktijdig met het verwijderen van de bossage en begroeiing uit te voeren. Voorafgaand aan de sanering dient een BUS-melding te worden opgesteld, dat door het bevoegd gezag dient te zijn goedgekeurd. Het verrichten van bodemsaneringen mag alleen door erkende bedrijven worden uitgevoerd. Algemeen Op basis van de aangetroffen verhogingen in onderhavig verkennend bodemonderzoek wordt een nader onderzoek noodzakelijk geacht.