CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 35-37 en Bornsestraat 30_Toelichting.pdf

Commissie Omgeving & Economie 7 december 2021, gemeente DinkellandBij agendapunt: 6: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan “Buitengebied, Bornsestraat 35-37 en Bornsestraat 30”18.208 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

Buitengebied, Bornsestraat 35-37 En Bornsestraat 30

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld NL.IMRO.1774.BUIBPBORNSE3537-VG01

Buitengebied, Bornsestraat 35-37 en Bornsestraat 30

Inhoudsopgave Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime 1.5 Leeswijzer

5 5 5 6 6 8

Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1 Huidige situatie plangebied

9 9

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Gewenste ontwikkeling 3.2 Verkeer en parkeren

11 11 14

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid

17 17 19 26

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Geluid

31 31

5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9

31 32 33 34 36 37 39 39

Bodemkwaliteit Luchtkwaliteit Externe veiligheid Milieuzonering Geur Ecologie Archeologie & cultuurhistorie Besluit milieueffectrapportage

Hoofdstuk 6 Wateraspecten 6.1 Vigerend beleid 6.2 Waterparagraaf

43 43 43

Hoofdstuk 7 Juridische aspecten en planverantwoording 7.1 Inleiding 7.2 Opzet van de regels 7.3 Verantwoording van de regels

45 45 45 46

Hoofdstuk 8

49

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 9 Vooroverleg 9.1 Vooroverleg

2

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 35-37 en Bornsestraat 30

51 51

Toelichting

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 35-37 en Bornsestraa t 30

3

4

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 35-37 en Bornsestraat 30

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding Dit bestemmingsplan heeft betrekking op de percelen aan de Bornsestraat 35, 37 en 37a te Saasveld, in het buitengebied van de gemeente Dinkelland. Het betreft een bedrijfsperceel dat in de huidige situatie in gebruik is ten behoeve van een land- en tuinbouwmechanisatiebedrijf. Op het perceel zijn in de huidige situatie bedrijfsgebouwen (nr. 35), met een omvang van 1.009 m², en een tweetal bedrijfswoningen (nr. 37/37a) met bijbehorende bijgebouwen aanwezig. Initiatiefnemer is voornemens om bij het bedrijf een nieuwe opslag- en wagenberging te realiseren, ten behoeve van het inpandig stallen van materieel en opslagdoeleinden. In het bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen, waarmee de omvang aan bedrijfsbebouwing kan worden vergroot tot 1.675 m². De beoogde nieuwbouw zal een maximale omvang van 644 m² krijgen. Daarnaast is initiatiefnemer voornemens om een extra bijgebouw (garage-berging) bij één van de bedrijfswoningen te realiseren. Met het realiseren van dit bijgebouw wordt de maximale toegestane oppervlakte aan bijgebouwen bij bedrijfswoningen, zoals vervat in het geldende bestemmingsplan, overschreden. Op basis van de Schuur voor Schuur-regeling kan het vorenstaande echter worden toegestaan, mits elders minimaal 100 m² aan landschapsontsierende bebouwing wordt gesloopt.

Deze locatie is gevonden aan de Bornsestraat 30 te Saasveld waar in totaal 135 m² wordt gesloopt en voldaan wordt aan de minimale sloopvereiste. De te slopen bebouwing is voorzien van asbesthoudende golfplaten Tot slot zal de locatie op een adequate landschappelijke wijze worden ingepast. Samengevat bestaat de ontwikkeling uit het volgende: a. Het realiseren van een nieuwe opslag- en wagenberging van 644 m2 aan de Bornsestraat 35; b. Het realiseren van een nieuw bijgebouw bij de bedrijfswoning aan de Bornsestraat 37a; c. Het slopen van 135 m2 aan landschapsontsierende bebouwing aan de Bornsestraat 30, in het kader van schuur voor schuur teneinde de bouw van het gewenste nieuwe bijgebouw mogelijk te maken; d. Het landschappelijk inpassen van alle percelen. De gemeente heeft aangegeven in principe te kunnen instemmen met de hiervoor genoemde ontwikkelingen. Geconstateerd is dat van de opgenomen wijzigingsbevoegdheid geen gebruik kan worden gemaakt, aangezien naast de vergroting van de omvang aan bedrijfsbebouwing tevens de extra bijgebouwen bij de bedrijfswoningen planologisch geregeld dienen te worden. Om deze reden dient het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied 2010' te worden herzien. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.

Aangetoond zal worden dat de in dit bestemmingsplan besloten planologische kaders in overeenstemming zijn met ‘een goede ruimtelijke ordening’ en voldoet aan de gestelde voorwaarden aan de principemedewerking. Opgemerkt wordt dat de locatie aan de Bornsestraat 30 tevens is meegenomen in voorliggend bestemmingsplan. Dit vanwege het feit dat de te slopen schuren in het kader van de Schuur voor Schuur-regeling niet teruggebouwd mogen worden. In dit bestemmingsplan is voor de betreffende locatie dan ook vastgelegd dat de omvang aan bebouwing niet meer mag bedragen dan de bestaande oppervlakte minus de te slopen bebouwing.

1.2 Ligging van het plangebied Het plangebied Bornsestraat 35-37 ligt in het buitengebied van de gemeente Dinkelland, ten noordwesten van de kern Saasveld. Kadastraal staat het plangebied bekend als gemeente Weerselo, sectie T, nummers 1509, 1510, 1100, 1261 en 1450. Het plangebied Bornsestraat 30 ligt ten noordwesten van de Bornsestraat 35-37, en staat kadastraal bekend als gemeente Weerselo, sectie T, nummer 1047. In afbeelding 1.1 is de ligging van de plangebieden ten opzichte van de kern Saasveld en de directe omgeving weergegeven. Hierbij zijn zowel de bouw- als de slooplocatie weergegeven. Voor de begrenzing van de plangebieden wordt verwezen naar de verbeelding.

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 35-37 en Bornsestraa t 30

5

Afbeelding 1.1 Ligging van het plangebied (Bron: PDOK)

1.3 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "Buitengebied, Bornsestraat 35-37 en Bornsestraat 30" bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (NL.IMRO.1774.BUIBPBORNSE3537-VG01) en een renvooi; regels. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4 Huidig planologisch regime 1.4.1

Algemeen

Beide plangebieden zijn gelegen binnen de begrenzing van het bestemmingsplan “Bestemmingsplan Buitengebied 2010” van de gemeente Dinkelland, dat op 18 februari 2010 is vastgesteld door de raad. Daarnaast liggen beide plangebieden eveneens binnen de begrenzing van het bestemmingsplan "Facetbestemmingsplan parkeren Dinkelland" van de gemeente Dinkelland dat op 29 mei 2018 is vastgesteld door de raad. Afbeelding 1.2 bevat een uitsnede van de verbeeldingen behorend bij het geldende bestemmingplan "Bestemmingsplan Buitengebied 2010", hierin zijn beide plangebieden indicatief aangegeven met de rode contour.

6

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 35-37 en Bornsestraat 30

Afbeelding 1.2 Uitsnede bestemmingsplan "Bestemmingsplan Buitengebied 2010" (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) In de volgende subparagraaf wordt ingegaan op de ter plaatse van de plangebieden geldende bestemmingen uit de bestemmingsplannen “Buitengebied 2010". De regels omtrent het parkeren zijn overgenomen in voorliggend plan, het is in het kader van voorliggend initiatief niet van belang om deze nader uit te lichten.

1.4.2

Beschrijving bestemmingen en aanduidingen

Bornsestraat 30 De locatie aan de Bornsestraat 30 heeft op basis van het geldende bestemmingsplan “Bestemmingsplan Buitengebied 2010” van de gemeente Dinkelland de bestemming 'Agrarisch - 1'. Daarnaast zijn ter plaatse een bouwvlak en de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - bouwperceel grondgebonden agrarisch bedrijf' aanwezig. De voor ‘Agrarisch - 1’ aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor het agrarisch gebruik en de uitoefening van een agrarisch bedrijf met een in hoofdzaak grondgebonden agrarische bedrijfsvoering, vanwege de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - bouwperceel grondgebonden agrarisch bedrijf'. Daarnaast zijn onder andere de daarbijbehorende bedrijfsgebouwen, overkappingen en bedrijfswoningen toegestaan. Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen geldt dat deze uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. Bornsestraat 35-37 De locatie aan de Bornsestraat 35-37 heeft op basis van het geldende bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Buitengebied 2010" van de gemeente Dinkelland gedeeltelijk de bestemming 'Bedrijf' en gedeeltelijk de bestemming 'Bos en natuur'.

De voor ‘Bos en natuur’ aangewezen gronden zijn bestemd voor natuur, bosbouw en houtproductie, het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische, de natuurlijke en de landschappelijke waarden van de bos- en natuurgebieden en voor beken, plassen, poelen, vennen, sloten en/of andere watergangen en/of –partijen, al dan niet mede bestemd voor waterberging. De voor ‘Bedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijfsgebouwen, waaronder overkappingen, ten behoeve van bedrijven, niet zijnde geluidszoneringsplichtige, risicovolle inrichtingen en/of vuurwerkbedrijven. Het type bedrijf en de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen is per locatie vastgelegd middels een bijlage bij de regels. In dit geval is een landbouwmechanisatiebedrijf toegestaan. De oppervlakte aan bedrijfdsgebouwen bedraagt maximaal 1.009 m2. Verder zijn de gronden bestemd voor maximaal twee bedrijfswoningen, aan- en uitbouwen, bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 35-37 en Bornsestraa t 30

7

bijgebouwen en overkappingen bij bedrijfswoningen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep dan wel een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit. 1.4.3

Strijdigheid

De strijdigheid betreft het volgende: a. De gewenste oppervlakte aan bedrijfsgebouwen bij het bedrijf aan de Bornsestraat 35 is nu niet mogelijk; b. Het gewenste extra bijgebouw bij de bedrijfswoning op nr 37/37a is niet mogelijk; c. Extra bijgebouw kan via schuur voor schuur, waarvoor op locatie 30 de sloop en terugbouwmogelijkheid moet worden geregeld. De gemeente heeft aangegeven in principe te kunnen instemmen met de in dit bestemmingsplan beschreven ontwikkelingen. Geconstateerd is dat van de opgenomen wijzigingsbevoegdheid in het geldende bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Buitengebied 2010' geen gebruik kan worden gemaakt, aangezien naast de vergroting van de omvang aan bedrijfsbebouwing tevens de extra bijgebouwen bij de bedrijfswoningen planologisch geregeld dienen te worden. Om deze reden dient het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied 2010' te worden herzien. Opgemerkt wordt dat de locatie aan de Bornsestraat 30 tevens is meegenomen in voorliggend bestemmingsplan. Dit vanwege het feit dat de te slopen schuren in het kader van de Schuur voor Schuur-regeling niet teruggebouwd mogen worden. In dit bestemmingsplan is voor de betreffende locatie dan ook vastgelegd dat de omvang aan bebouwing niet meer mag bedragen dan de bestaande oppervlakte minus de te slopen bebouwing. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste planologische kaders.

Aangetoond zal worden dat de in dit bestemmingsplan besloten planologische kaders in overeenstemming zijn met ‘een goede ruimtelijke ordening’ en voldoet aan de gestelde voorwaarden van de principemedewerking.

1.5 Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat een omschrijving van de gewenste ontwikkeling. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Dinkelland beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsthema's de revue en hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Tot slot gaat hoofdstuk 9 in op het vooroverleg.

8

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 35-37 en Bornsestraat 30

Hoofdstuk 2

Huidige situatie

2.1 Huidige situatie plangebied Beide plangebieden bevinden zich in het buitengebied van de gemeente Dinkelland. Dit hoofdstuk gaat eerst in op het landschap en de omgeving en de huidige situatie binnen het plangebied. 2.1.1

Landschap en omgeving

De locaties bevinden zich in het essenlandschap. Het essenlandschap is geordend vanuit de erven en de essen en de eeuwenoude akkercomplexen die op de hogere dekzandkoppen en flanken van stuwwallen werden aangelegd. Eeuwenlange bemesting (met heideplaggen en stalmest ) heeft geleid tot een karakteristiek reliëf met soms hoge steilranden. De ambitie is het behouden van de es als ruimtelijk eenheid en het versterken van het contrast tussen de verschillende landschapsonderdelen: grote open maat van de essen, het mozaiek van de flank, de openbeekdalen en de vroegere heidevelden.

2.1.2

Het plangebied

Bornsestraat 30 Het erf aan de Bornsestraat 30 ligt in het buitengebied van de gemeente Dinkelland, op een afstand van circa 2 kilometer ten noordwesten van de dorpskern Saasveld. De ruimtelijk- functionele structuur van de omgeving bestaat hoofdzakelijk uit agrarische cultuurgronden, bospercelen, verspreid liggende woonerven en (niet-)agrarische bedrijvigheid. De belangrijkste structuurdrager in de nabijheid van het plangebied is de Bornsestraat. Binnen het plangebied bevindt zich een agrarisch erf met een bedrijfswoning en agrarische bebouwing. Tevens bevindt zich hier landschapsontsierende bebouwing. Daarnaast bevinden zich in het plangebied een houtopstand en een grondwal met beplanting. Tussen de bebouwing is erfverharding aanwezig. Rondom de bedrijfswoning ligt een tuin. Tot slot zijn ter plaatse agrarische gronden en een verbindingsweg aanwezig. Deze weg verbindt het oosten van het erf met de met de Bornsestraat. De huidige situatie van het plangebied en de directe omgeving worden weergegeven op de luchtfoto in afbeelding 2.1. Hierbij wordt het plangebied indicatief weergegeven middels de rode omlijning.

Afbeelding 2.1 Luchtfoto huidige situatie Bornsestraat 30 (Bron: PDOK)

Bornsestraat 35-37 bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 35-37 en Bornsestraa t 30

9

Het erf aan de Bornsestraat 35-37 ligt in het buitengebied van de gemeente Dinkelland, op een afstand van circa 1,8 kilometer ten noordwesten van de dorpskern Saasveld. De ruimtelijk- functionele structuur van de omgeving bestaat hoofdzakelijk uit agrarische cultuurgronden, bospercelen, verspreid liggende woonerven en (niet-)agrarische bedrijvigheid. De belangrijkste structuurdragers in de nabijheid van het plangebied is de Bornsestraat. Het plangebied betreft een bedrijfsperceel dat in de huidige situatie in gebruik is ten behoeve van een land- en tuinbouwmechanisatiebedrijf. Op het perceel zijn in de huidige situatie bedrijfsgebouwen (nr. 35), met een omvang van 1.009 m² (dit betreft de oppervlakte aan bebouwing zonder de te slopen schuren) en een tweetal bedrijfswoningen (nr. 37/37a) met bijbehorende bijgebouwen aanwezig. Tussen de bedrijfsbebouwing is erfverharding aanwezig wat gedeeltelijk in gebruik is als buitenopslag. Rondom de bedrijfswoningen ligt gedeeltelijk een tuin. Tot slot zijn ter plaatse natuurgronden aanwezig. Het plangebied is direct gelegen aan de Bornsestraat. De huidige situatie van het plangebied en de directe omgeving worden weergegeven op de luchtfoto in afbeelding 2.2. Hierbij wordt het plangebied indicatief weergegeven middels de rode omlijning.

Benoemd wordt op deze plaats dat op onderstaande afbeelding 2 schuren in het zuidwesten van het perceel zichtbaar zijn, deze worden gesloopt. De sloopmelding is reeds ingediend bij de gemeente en deze is geaccepteerd. Deze worden gesloopt voordat het bestemmingsplan in procedure gaat, en zijn zekerheidshalve (ter borging) ook meegenomen worden in de voorwaardelijke verplichting. Dit om te voorkomen dat er een beroep op het overgangsrecht gedaan kan worden als de schuren er feitelijk nog wel staan bij de start van de bestemmingsplanprocedure.

Afbeelding 2.1 Luchtfoto huidige situatie Bornsestraat 35-37 (Bron: PDOK)

10

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 35-37 en Bornsestraat 30

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

3.1 Gewenste ontwikkeling 3.1.1

Aanleiding

De terugloop in de landbouw en de gewijzigde economische omstandigheden hebben ertoe geleid dat het buitengebied meer en meer een gebied wordt van functiemenging. Verwacht wordt dat er de komende jaren steeds meer (grote) erven leeg komen te staan en dat deze leegstaande schuren niet allemaal ingevuld kunnen worden met andere functies. In deze situaties kan gekeken worden of sloop uitkomst biedt, immers willen veel eigenaren wel van de schuren af, maar laten dit vooralsnog vanwege onder meer de kosten en het behoud van de bestaande bouwrechten. Anderzijds zijn er eigenaren van erven die graag extra bebouwing willen realiseren, maar daarvoor de bouwrechten niet hebben. Hier valt voor beide partijen een voordeel te behalen. In voorliggend geval is sprake van een soortgelijke situatie Initiatiefnemer is voornemens om bij het landbouwmechanisatiebedrijf aan de Bornsestraat 35-37 een nieuwe opslag- en wagenberging te realiseren, ten behoeve van het inpandig stallen van materieel en opslagdoeleinden. In het bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen, waarmee de omvang aan bedrijfsbebouwing kan worden vergroot tot 1.675 m². De beoogde nieuwbouw zal de maximale omvang van 644 m² krijgen. Daarnaast is initiatiefnemer voornemens om een extra bijgebouw (garage-berging) van circa 90 m² bij de bedrijfswoningen te realiseren.

Op basis van de Schuur voor Schuur-regeling kan het vorenstaande worden toegestaan, mits elders minimaal 100 m² aan landschapsontsierende bebouwing wordt gesloopt. Deze locatie is gevonden aan de Bornsestraat 30 waar in totaal 135 m² landschapsontsierende bebouwing wordt gesloopt en voldaan wordt aan de minimale sloopvereiste voor de bouw van het gewenste bijgebouw. De te slopen bebouwing is voorzien van asbesthoudende golfplaten Zowel het plangebied aan de Bornsestraat 35-37 als de slooplocatie aan de Bornsestraat 30 zijn reeds landschappelijk goed ingepast. De slooplocatie zal met gras worden ingezaaid. De gewenste ontwikkeling heeft een impuls van de ruimtelijke kwaliteit tot gevolg vanwege de nieuwe erfinrichtig en het verdwijnen van de buitenopslag aan de Bornsestraat 30. 3.1.2

Sloop Bornsestraat 30

In voorliggend geval is sprake van sloop van landschapsontsierende bebouwing in de gemeente Dinkelland. Ter plaatse van het agrarisch erf aan de Bornsestraat 30 wordt, zoals reeds vermeld, in totaal 135 m² aan bebouwing met asbesthoudende golfplaten gesloopt. Om terugbouw van de schuur te voorkomen worden de bouwmogelijkheden voor bedrijfsgebouwen op dit perceel beperkt. De overige bestaande bebouwing blijft behouden. De bijgebouwen zullen onder andere dienen als overdekte opslag voor voer- en werktuigen en ten behoeve van het houden van dieren. De te slopen bebouwing is aangegeven in afbeelding 3.1.

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 35-37 en Bornsestraa t 30

11

Afbeelding 3.1 Sloop Bornsestraat 30 (Bron: Provincie Overijssel)

3.1.3

Bouw bedrijfsgebouwen en bijgebouw Bornsestraat 35-37

Initiatiefnemer is voornemens om bij het bedrijf een nieuwe opslag- en wagenberging te realiseren, ten behoeve van het inpandig stallen van materieel en opslagdoeleinden. De beoogde nieuwbouw zal de maximale omvang van 644 m² krijgen. De totale oppervlakte aan bedrijfsbebouwing op het erf bedraagt daarmee 1.653 m2. Daarnaast is initiatiefnemer voornemens om op basis van de Schuur voor Schuur-regeling een extra bijgebouw (garage-berging) van 90 m² bij de bedrijfswoningen te realiseren. In afbeelding 3.2 is een impressie van het voornemen (het te realiseren bijgebouw) weergegeven, de te realiseren bedrijfsbebouwing is eveneens ingetekend (noordelijk op deze tekening). 12

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 35-37 en Bornsestraat 30

Afbeelding 3.2 Schets voornemen Bornsestraat 35-37 (Bron: Initiatiefnemer, bewerkt door BJZ.nu)

3.1.4

Landschappelijke inpassing Bornsestraat 30 en 35-37

Bornsestraat 30 Het voornemen voor het perceel aan de Bornsestraat 30 bestaat uit het slopen van een voormalig agrarisch bedrijfsgebouw op het perceel Bornsestraat 30. Het perceel wordt vrijwel geheel omsloten door een gemengde houtopstand. Daarnaast zijn verspreid over het perceel enkele grote solitaire bomen aanwezig, welke kenmerkend zijn voor het kampenlandschap. De gemengde houtopstand is belangrijk voor de biodiversiteit in de omgeving. Tevens zijn deze bossingels kenmerkend voor het kampenlandschap en creeren een besloten en kleinschalige karakter wat eveneens kenmerkend is voor de omgeving. bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 35-37 en Bornsestraa t 30

13

Doordat het voormalige agrarische bedrijfsgebouw wordt gesloopt ontstaat de mogelijkheid om het perceel in te richten als gazon of extensief grasland. Hiermee sluit het plangebied aan op het omliggende groenstructuren en krijgt het perceel een natuurlijk en groen karakter wat aansluit op de omgeving. Hierdoor wordt aangesloten bij de visie uit het landschapsontwikkelingsplan. Voor het overige zal de bestaande situatie gehandhaafd blijven, waardoor er geen extra beplanting hoeft worden aangelegd. De omliggende houtsingels zijn grote omvang en kwaliteit. Opgemerkt wordt dat het belangrijk is dat bij het planten van bomen voldoende groeiruimte aanwezig is zodat bomen kunnen groeien. De groeiruimte in het plangebied is van beperkte omvang dat het niet realistisch is om nieuwe aanplant van groen aan te bevelen of in te passen. Voor een nadere toelichting en visualisatie van het voornemen wordt verwezen naar Bijlage 3 bij deze toelichting, waar het erfinrichtingsplan is opgenomen. Bornsestraat 35-37 Het plangebied is gelegen in het kampenlandschap. Rondom het gebied zijn veel houtsingels gelegen die kenmerkend zijn voor het kampenlandschap. De landschapselementen liggen haaks op de Bornsestraat wat een gesloten landschap tot gevolg heeft. De percelen waren gesloten kamers omzoomd door houtwallen. Een groot gedeelte van de houtwallen is nog altijd aanwezig in de huidige situatie.

De begrenzing en de omvang van de kavels zijn daarom ook nog nagenoeg ongewijzigd. Het erf aan de Bornsestraat 35-37 moet aansluiten op het omliggende landschap. Dit wordt deels gerealiseerd door het erf niet helemaal dicht te planten met hagen en singels. Vanaf het erf blijft zicht op de Bornsestraat open. De structuur van het halfopen landschap sluit hierdoor goed aan op de grenzen van het erf. Aan de zuidzijde wordt een bestaande singel versterkt. Het eindbeeld van de gewenste situatie is een gesloten streekeigen houtsingel van 283 m2. Het aanplanten wordt gedaan in drie rijen met tussen de rijen 50 cm en een onderlinge plantafstand van 1 meter (driehoek verband). Hiermee wordt een oude historische singel van het besloten landschap behouden en versterkt en wordt het zicht op de bebouwing beperkt vanaf de omliggende woningen. Voor het overige is het perceel voldoende landschappelijk ingepast in het kenmerkende kampenlandschap, er hoeft dan ook geen extra beplanting te worden geplaats. De omliggende singels en groenstructuren op het erf zijn van voldoende omvang en kwaliteit. Opgemerkt wordt dat bij positionering van het nieuwe bijgebouw er rekening moet worden gehouden dat de fundering op voldoende afstand van de houtopsstand gelegen is. Er mag namelijk geen sprake zijn van wortelkap.

Tenslotte zorgt het nieuwe bedrijfsgebouw ervoor dat de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse verbeterd wordt aangezien er geen tot weinig buitenopslag meer zal zijn. In de huidige situatie bevindt de opslag van tractoren en onderdelen zich veelal op het erf in de openlucht. Dit zorgt voor een verrommeld erf en gaat ten koste van de ruimtelijke kwaliteit van het erf. Het is daarom wenselijk om een loods ten behoeve van opslag te realiseren om onderdelen en tractoren op te slaan. De te realiseren bebouwing, de bedrijfsbebouwing alsmede het te realiseren bijgebouw zal passend zijn qua bebouwingstijl in de omgeving, waardoor ten gevolge van deze ontwikkeling (minder buitenopslag aan de Bornsestraat 35-37) het plangebied wordt verfraaid. Voor een nadere toelichting en visualisatie van het voornemen wordt verwezen naar Bijlage 3 bij deze toelichting, waar het erfinrichtingsplan is opgenomen.

3.2 Verkeer en parkeren Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie die ontstaat als gevolg van een nieuwe ontwikkeling. Bornsestraat 30 Voorliggend geval voorziet niet in een toename van de parkeerbehoefte. Ter plaatse van het plangebied is sprake van voldoende verharding op het perceel om parkeren op eigen terrein mogelijk te maken. Tevens is geen sprake van een voornemen wat de capaciteit van de aansluitende wegen, de omliggende wegenstructuur en de verkeersveiligheid op onevenredige wijze aantast. Het perceel blijft door middel van de bestaande in- en uitrit(ten) ontsloten op de Bornsestraat. Hier is reeds sprake van een passende ontsluiting Bornsestraat 35-37 Het voornemen is om de bedrijfsbebouwing van het landbouwmechanisatiebedrijf uit te breiden met een loods ten behoeve van de opslagdoeleinden. De bedrijfsactiviteiten en het personeelsbestand ter plaatse zullen met de voorgenomen ontwikkeling niet toenemen. De nieuw te realiseren bebouwing is noodzakelijk om de bestaande buitenopslag van materiaal te overdekken. Voorgenomen uitbreiding van het landbouwmechanisatiebedrijf brengt gelet op de activiteiten (opslag) geen onevenredige toename van verkeersbewegingen of parkeerbehoefte 14

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 35-37 en Bornsestraat 30

met zich mee. De parkeerbehoefte en verkeersbewegingen blijven nagenoeg gelijk met de huidige situatie. Op eigen erf is voldoende ruimte om te voorzien in de benodigde parkeerbehoefte Conclusie Per saldo zal (planologisch) geen sprake zijn van een toename van het aantal verkeersbewegingen, aangezien er slechts sprake is van uitbreiding van bestaande bedrijfsbebouwing ten bate van opslagdoeleinden en een enkel bijgebouw. Het aantal verkeersbewegingen neemt hierdoor niet toe. De bestaande wegenstructuur rondom het plangebied is zodanig ingericht dat het de verkeersgeneratie in de toekomstige situatie eenvoudig en veilig kan afwikkelen. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat er vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren zijn tegen de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 35-37 en Bornsestraa t 30

15

16

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 35-37 en Bornsestraat 30

Hoofdstuk 4

Beleidskader

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in dit bestemmingsplan afgewogen en doorvertaald in de verbeelding en in de regels.

4.1 Rijksbeleid 4.1.1

Nationale omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 35-37 en Bornsestraa t 30

17

gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. 4.1.1.4 Toetsing aan de NOVI In voorliggend geval betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen ontwikkeling. 4.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.1.2.1 Algemeen In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), de voorloper van de NOVI, is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In het Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' 4.1.2.2 Toetsing aan de Ladder Wat betreft de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt opgemerkt dat de Ladder van toepassing is bij ‘nieuwe stedelijke ontwikkelingen’. Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Wat betreft de “Ladder voor duurzame verstedelijking” wordt opgemerkt dat toetsing noodzakelijk is bij “nieuwe stedelijke ontwikkelingen” (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze definitie. Op voorliggende ontwikkeling is onder andere de overzichtsuitspraak ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat wanneer een bestemmingsplan voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m² of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m² er in beginsel sprake is van een stedelijke ontwikkeling en er getoetst moet worden aan de Ladder voor Duurzame verstedelijking. In voorliggend geval wordt de situering van gebouwen op een bestaand bedrijfsperceel gewijzigd, maar neemt de omvang van de bedrijfsbestemming niet toe.

De bebouwingsoppervlakte van het bedrijfsperceel neemt ten gevolg van de voorliggende ontwikkeling wel toe met 644 m² . Op grond van het bestaande bestemmingsplan kan ter plaatse 1.525 m² gebouwd worden. Bij benutting van deze bouwmogelijkheden is in ieder geval geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Alles wat boven de bij recht toegestane oppervlakte van 1.525 m² wordt gebouwd dient wel te worden meegogen bij de beoordeling of er al dan niet sprake is van een stedelijke voorziening. Hierbij dient niet alleen de toename van de bedrijfsgebouwen te worden beoordeeld maar ook de toename van de oppervlakte van het bijbehorend bijgebouw van de bedrijfswoning. Dit alles beoordelende wordt geconcludeerd dat de toename van bebouwing blijft onder de 500 m2, waarmee er dus geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Hierdoor voorziet voorliggend bestemmingsplan dan ook niet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.

18

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 35-37 en Bornsestraat 30

4.1.3

Conclusie toetsing van het initiatief aan het rijksbeleid

Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.

4.2 Provinciaal beleid Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel en de daarbij behorende Omgevingsverordening Overijssel. 4.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn verwerkt in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. Deze beleidsthema's worden benaderd vanuit de overkoepelende rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit. Duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Ruimtelijke kwaliteit is datgene wat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is. Ruimtelijke kwaliteit gaan vooral over 'goed': mooi, functioneel en toekomstbestendig. Sociale kwaliteit gaat over het welzijn of 'goed voelen' van de mens. In de omgevingsvisie gaat het over het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving.

4.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.

4.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. Of - generieke beleidskeuzes; 2. Waar - ontwikkelingsperspectieven; 3. Hoe - gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hierna nader toegelicht.

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 35-37 en Bornsestraa t 30

19

4.2.3.1 Of - Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zogenaamde Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn.

Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, Gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)), de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen.

4.2.3.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst.

4.2.3.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Afbeelding 4.1 geeft dit schematisch weer.

20

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 35-37 en Bornsestraat 30

Afbeelding 4.1 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

4.2.4

Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Of- Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of- generieke beleidskeuzes' blijkt dat met name de artikelen 2.1.3, lid 1 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) en 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit) van de Omgevingsverordening Overijssel van belang zijn. Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan.

Artikel 2.1.3, lid 1

Principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik

Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Bornsestraat 30 Door het toepassen van de Schuur voor Schuur-regeling, neemt de hoeveelheid bebouwing in het buitengebied af. Per saldo is geen sprake van extra ruimtebeslag door bouwen en verharden in de groene omgeving, maar juist een afname. Samenvattend wordt geconcludeerd dat in voldoende mate rekening is gehouden met het gestelde in artikel 2.1.3. Bornsestraat 35-37 Voorliggend plan voorziet in een uitbreiding van een bestaand bedrijf waarbij de bebouwing wordt uitgebreid in de vorm van een loods voor opslag van tractoren en onderdelen. Daarnaast wordt een bijgebouw bij de bedrijfswoning gerealiseerd. De omvang van de bedrijfsbestemming neemt niet toe. Wel zal de bebouwing qua bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 35-37 en Bornsestraa t 30

21

omvang worden uitgebreid. De bestaande bebouwing op het perceel is reeds in gebruik en de huidige bebouwing biedt onvoldoende ruimte om te voorzien in de gewenste uitbreiding. Het landbouwmechanisatiebedrijf zal op een verantwoorde wijze worden ingepast in het landschap. Geconcludeerd wordt dat de in dit plan besloten ontwikkeling voldoet aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening.

Artikel 2.1.5

Ruimtelijke kwaliteit

In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. In het kader van toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief dat in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 en 2.1.6 van de Omgevingsverordening Belangrijk uitgangspunt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling is verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Naast dat in het plangebied bebouwing gesloopt wordt, wordt doormiddel van het inzaaien van de achterblijvende gronden ter plaatse van de te slopen schuur, gezorgd voor een passende inrichting.

Daarnaast is het plangebied ter plaatse van de Bornsestraat 35-37 reeds goed landschappelijk ingepast, en zorgt het nieuwe bedrijfsgebouw ervoor dat de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse verbeterd wordt aangezien er geen tot weinig buitenopslag meer zal zijn. Er zal verder nieuwe streekeigen beplanting worden aangeplant. Tevens wordt voorliggende ontwikkeling voor wat de bouw van het nieuwe bijgebouw bij de bedrijfswoning gedeeltelijk mogelijk gemaakt op basis van de Schuur voor Schuur-regeling van de gemeente Dinkelland. In de hierop volgende paragrafen blijkt dat de ontwikkeling bijdraagt aan versterking van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken, hoe toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel, dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het geldende ontwikkelingsperspectief en op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering en de Catalogus Gebiedskenmerken. Bij de overige afwegingen in de eerste fase ‘Of - generieke beleidskeuzes’ zijn er verder geen aspecten die bijzondere aandacht verdienen.

4.2.4.2 Waar- Ontwikkelingsperspectieven Het plangebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen. Beide plangebieden zijn indicatief aangegeven met de rode ster.

22

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 35-37 en Bornsestraat 30

Afbeelding 4.2 Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, wil de provincie Overijssel in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem.

Toetsing van het initiatief aan de 'Ontwikkelingsperspectieven' Voorliggend initiatief gaat uit van het slopen van een schuur en de realisatie van een uitbreiding van de bestaande bedrijfsbebouwing voor bedrijfsactiviteiten en de realisatie van een nieuw bijgebouw bij de bedrijfswoningen. Deze ontwikkeling past binnen het mixlandschap, waar ruimte is voor een verscheidenheid aan functies, daarnaast zijn de plangebieden al goed landschappelijk ingepast. Het initiatief draagt dan ook bij aan het behoud en de versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen in het landelijk gebied. Voorliggende ontwikkeling is vanuit functioneel en ruimtelijk oogpunt mogelijk en draagt bij aan de economische vitaliteit van het landelijk gebied. Uit hoofdstuk 5 blijkt dat er geen sprake is van belemmering van de bedrijfsvoering van omliggende (agrarische) bedrijven. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief.

4.2.4.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De 'Stedelijke laag' en de 'Laag van de beleving' worden in dit geval buiten beschouwing gelaten, aangezien voor beide locaties geen specifieke eigenschappen vanuit deze laag gelden.

1.

De 'Natuurlijke laag' bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 35-37 en Bornsestraa

t 30

23

Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bijvoorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. De locatie Bornsestraat 30 is op de gebiedskenmerkenkaart van de “Natuurlijke laag” aangeduid met het gebiedstype 'Beekdalen en natte laagtes'. De locatie Bornsestraat 35-37 is op de gebiedskenmerkenkaart van de “Natuurlijke laag” aangeduid met het gebiedstype 'Dekzandvlakte en ruggen'. Onderstaande afbeelding betreft een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart van de “Natuurlijke laag”. Plangebieden zijn indicatief aangegeven met de rode ster.

Afbeelding 4.3 Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel)

'Dekzandvlakten en ruggen' De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/ nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijdert. De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld door een meer natuurlijk watersysteem, door beplanting met 'natuurlijke' soorten en door de (strekkings)richting van het landschap te benutten in gebiedsontwerpen. ‘Beekdalen en natte laagtes’ Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat. In de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water. Hier ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het water in de loop van het seizoen geleidelijk uit weg sijpelde naar de lager gelegen delen, naar de beken en rivieren. Als ontwikkelingen plaats vinden in of in de directe nabijheid van beekdalen en natte laagtes, dan dragen deze bij aan extra ruimte voor de dynamiek van het stromende water en het vasthouden van water, aan versterking van de samenhang in het beeksysteem en aan vergroting van de zichtbaarheid, bereikbaarheid en beleefbaarheid van het water.

Toetsing van het initiatief aan de 'Natuurlijke laag' Het plangebied is gelegen binnen het gebiedstype ‘Dekzandvlakten en ruggen’. De gronden in het plangebied zijn in cultuur gebracht of ingericht als agrarische gronden/bedrijfsperceel. De van oorsprong voorkomende ‘Natuurlijke laag’ is daardoor niet of nauwelijks meer aanwezig. De aard en omvang van dit plan is van een beperkte omvang. Het nog aanwezige natuurlijke reliëf wordt met dit plan dan ook niet aangetast. De ontwikkeling is in overstemming met het gestelde in de ‘Natuurlijke laag’.

24

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 35-37 en Bornsestraat 30

2.

De 'Laag van het agrarische cultuurlandschap'

In het agrarisch cultuurlandschap gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. De locaties zijn aangeduid met het gebiedstype 'Oude hoevenlandschap' en 'Essenlandschap'. In afbeelding 4.4 is het één en ander weergegeven. De plangebied zijn indicatief aangegeven met de rode ster.

Afbeelding 4.4 Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel)

‘Oude hoevenlandschap’ Het Oude Hoevenlandschap betreft een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen ‘bezet’ waren. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Het landschap is contrastrijk met veel variatie op de korte afstand. Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen. ‘Essenlandschap’ Het essenlandschap is geordend vanuit de erven en de essen en de eeuwenoude akkercomplexen die op de hogere dekzandkoppen en flanken van stuwwallen werden aangelegd. Eeuwenlange bemesting (met heideplaggen en stalmest) heeft geleidt tot een karakteristiek reliëf met soms hoge steilranden. De ambitie is het behouden van de es als ruimtelijke eenheid en het versterken van de contrasten tussen de verschillende landschapsonderdelen: grote open maat van de essen, het mozaïek van de flank van de es, de open beekdalen en vroegere heidevelden.

Als ontwikkelingen plaats vinden in het essenlandschap, dan krijgen deze in de flanken een plaats, met respect voor en bijdragend aan de aanwezige bebouwingsstructuren (lint, erf) en versterking van het landschappelijk raamwerk.

Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 35-37 en Bornsestraa t 30

25

In het geval van voorliggend initiatief is geen sprake van onevenredige aantasting van de landschapswaarden. De voorgenomen ontwikkeling is reeds goed ingepast in het bestaande landschap. Gezien het vorenstaande is de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming met de ter plekke geldende gebiedskenmerken van de “laag van het Agrarisch cultuurlandschap”.

4.2.5

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid.

4.3 Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste beleidsdocumenten die van toepassing zijn op de voorgenomen ontwikkeling worden hieronder in willekeurige volgorde behandeld. In voorliggend geval is het beleid van de gemeente Dinkelland van belang, aangezien deze ontwikkeling mogelijk is op basis van het beleid van deze gemeente en de realisatie op een locatie binnen deze gemeente plaatsvindt.

4.3.1

MijnOmgevingsvisie Dinkelland

4.3.1.1 Algemeen De gemeente Dinkelland beschikt over een omgevingsvisie. MijnOmgevingsvisie Dinkelland gaat over de toekomst van de leefomgeving; de visie van samenleving én gemeente. Hierin bouwt men verder op de basis die al in proces van MijnDorp gelegd is. De visie gaat namelijk over leefbaarheid van de kernen én over het buitengebied , gezondheid, veiligheid en duurzaamheid. De visie geeft aan hoe de gemeente, samenleving en gemeenteraad, willen sturen; wat men wil behouden, versterken en ontwikkelen. Door inbreng van de samenleving is MijnOmgevingsvisie van ons allemaal! MijnOmgevingsvisie gaat in op: 1. de uitdagingen die op de gemeente afkomen (het verhaal achter de speerpunten); 2. hoe men daarop kan inspelen (speerpunten); 3. hoe plannen die bewoners of ondernemers inbrengen worden afgewogen (stappenplan); 4. welke waarden daarbij belangrijk zijn (waardenkaart). Mijn Omgevingsvisie gaat uit van vier kernprincipes. Kernprincipes zijn manieren van werken; werkwijzen die altijd gelden. Als keuzes worden gemaakt, als plannen worden gemaakt en gewoon als we wonen, leven, ondernemen of verblijven past men de kernprincipes toe. De vier kernprincipes zijn: We doen het samen; We geven het goed voorbeeld; We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. We wentelen niet af op volgende generaties.

4.3.1.2 Speerpunten In de omgevingsvisie zijn speerpunten opgenomen op verschillende thema's. In voorliggend geval is gezien de ontwikkeling met name het thema 'Toekomstgerichte agrarische sector' en 'goede staat van natuur en landschap' van belang. De gemeente zet de komende jaren in op gebiedsprocessen waarbij een economisch gezonde bedrijfsvoering uitgangspunt is. Dit kan door de landbouw te verbinden met andere functies en opgaven. De gemeente bekijkt de veranderingen in de landbouw, de energietransitie, klimaatopgaven, en de stikstof- en natuuropgaven in samenhang. De gemeente geeft ruimte voor nieuwe ontwikkelingen en innovaties. De gemeente wil slim combineren met oog voor balans tussen economische voordelen, de leefbaarheid, voorkomen van leegstand en de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. 4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan MijnOmgevingsvisie Dinkelland Dit bestemmingsplan heeft betrekking op de percelen aan de Bornsestraat 35, 37 en 37a te Saasveld. Het betreft een bedrijfsperceel dat in de huidige situatie in gebruik is ten behoeve van een land- en tuinbouwmechanisatiebedrijf. Op het perceel zijn in de huidige situatie bedrijfsgebouwen (nr. 35), met een omvang van 1.009 m², en een tweetal bedrijfswoningen (nr. 37/37a) met bijbehorende bijgebouwen aanwezig. 26

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 35-37 en Bornsestraat 30

Initiatiefnemer is voornemens om bij het bedrijf een nieuwe opslag- en wagenberging te realiseren, ten behoeve van het inpandig stallen van materieel en opslagdoeleinden. In het bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen, waarmee de omvang aan bedrijfsbebouwing kan worden vergroot tot 1.675 m². De beoogde nieuwbouw zal een maximale omvang van 644 m² krijgen. Daarnaast is initiatiefnemer voornemens om een extra bijgebouw (garage-berging) bij één van de bedrijfswoningen te realiseren. Op basis van de Schuur voor Schuur-regeling kan het vorenstaande worden toegestaan, mits elders minimaal 100 m² aan landschapsontsierende bebouwing wordt gesloopt. Deze locatie is gevonden aan de Bornsestraat 30 te Saasveld waar in totaal 135 m² wordt gesloopt en voldaan wordt aan de minimale sloopvereiste. De te slopen bebouwing is voorzien van asbesthoudende golfplaten Tot slot zal de locatie op een adequate landschappelijke wijze worden ingepast. De gemeente heeft aangegeven in principe te kunnen instemmen met de hiervoor genoemde ontwikkelingen. In voorliggend geval wordt de situering van gebouwen op een bestaand bedrijfsperceel gewijzigd, maar neemt de omvang van de bedrijfsbestemming planologisch gezien niet toe. De bebouwingsoppervlakte van het bedrijfsperceel neemt ten gevolg van de voorliggende ontwikkeling wel toe met 644 m².

Het betreft samenvattend een evenwichtige en duurzame ontwikkeling waarbij, met respect voor het natuurlijke en culturele erfgoed, beide locaties goed landschappelijk worden ingepast. Gezien vorenstaande wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de beleidsuitgangspunten zoals opgenomen in de 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland'. 4.3.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/502/documents/16718