CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 19-19a Weerselo.pdf

Gemeenteraad 8 maart 2022, gemeente DinkellandBij agendapunt: 17: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan “Buitengebied, Bornsestraat 19-19a Weerselo”22.547 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies; bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding (plankaart); afwijken van de bouwregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van de bouwregels ten aanzien van het oppervlak en de vorm van bijbehorende bouwwerken; specifieke gebruiksregels: In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval zijn toegestaan dan wel strijdig zijn met de bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die functies, waarvan het niet op voorhand duidelijk is. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling/verduidelijking op de in de bestemmingsomschrijving genoemde functies; afwijken van de gebruiksregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van het in de bestemmingsomschrijving beschreven gebruik van hoofdgebouwen; wijzigingsregels bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 19-19a Weerselo 27

In dit onderdeel is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden gekoppeld aan de desbetreffende bestemming. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Algemene regels Anti-dubbeltelregel: Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld; Algemene bouwregels: In dit artikel worden de algemene bouwregels voor het bouwen beschreven, onverminderd het bepaalde in de overige artikelen; Algemene gebruiksregels: Deze bepaling bevat een opsomming van strijdig gebruik van gronden en bouwwerken in algemene zin; Algemene aanduidingsregels: In dit artikel worden de algemene aanduidingsregels beschreven; Algemene afwijkingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen.

De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Algemene wijzigingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden met een algemene strekking. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Overige regels: Hier staan regels geformuleerd ten aanzien van bijvoorbeeld welstand en wegverkeerslawaai en er wordt de mogelijkheid geboden om nadere eisen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht: Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een bouwvergunning kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het overgangsrecht is opgenomen zoals opgenomen in artikel 3.2.1 Bro.

Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet; Slotregel: Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald. 5.2.2

Bestemmingen

Naast de inleidende regels (begrippen en wijze van meten), algemene regels (zoals bouwregels, gebruiksregels en proceduregels) en de overgangs- en slotregels, zijn de volgende bestemmingen in dit plan opgenomen: Bestemmingen Agrarisch - 1 De gronden binnen de bestemming ‘Agrarisch - 1’ hebben als hoofdfunctie de uitoefening van de agrarische functie. Hier worden mogelijkheden geboden voor de voortzetting van de landbouwfunctie op bedrijfseconomische grondslag. De bescherming van het landschap is nevengeschikt aan het agrarisch gebruik. In onderhavig plan is de bestemming Agrarisch - 1 ter plaatse van het plangebied gewijzigd in dat opzicht dat er een aanduiding voor een plattelandswoning is toegevoegd. Voor het overige blijft de huidige bestemming en de daarbij behorende aanduidingen gehandhaafd.

28

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 19-19a Weerselo

Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten, waaronder leges en planschadekosten, komen voor rekening van de aanvrager. Hiermee is het kostenverhaal anderzins verzekerd en kan de raad op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a besluiten geen exploitatieplan vast te stellen.

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 19-19a Weerselo 29

30

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 19-19a Weerselo

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Overijssel De provincie Overijssel heeft in juli 2016 een uitzonderingslijst opgesteld van categorieën bestemmingsplannen en projectbesluiten van lokale aard waarvoor vooroverleg niet noodzakelijk is. Het plan valt onder categorie B, onder 1 (Woningbouw) waarvoor geen vooroverleg noodzakelijk is. Onder deze categorie vallen alle plannen/projectbesluiten die betrekking hebben op geheel of gedeeltelijke vernieuwing, vervanging, of verandering van een bestaande en bestemde woning/bedrijfswoning en/of van een bij de woning behorend bijgebouw.

Waterschap Vechtstromen Op 15 december 2020 is het plan via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap Vechtstromen. De conclusie van die digitale toets is dat het waterschap geen waterschapsbelang heeft voor de voorgenomen plannen. Hiermee is voldaan aan het verplichte vooroverleg.

7.2 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 3 december 2021 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging zijn geen zienswijzen binnengekomen.

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 19-19a Weerselo 31

32

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 19-19a Weerselo

Bijlagen bij toelichting

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 19-19a Weerselo 33

Bijlage 1

34

Luchtkwaliteitsonderzoek

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 19-19a Weerselo

RAPPORT LUCHTKWALITEIT

LOCATIE BEDRIJF Bornsestraat 19-19a 7595LH Weerselo

RAPPORT LUCHTKWALITEIT Initiatiefnemer:

Familie Dijkers Bornsestraat 19-19a 7595LH Weerselo

Adviseur/contact:

FarmConsult Postbus 91 7240 AB Lochem farmconsult@forfarmers.eu KvK nummer: 08207868 Vestigingsnummer: 000016141881

Projectleider Henk Radstaak tel. 06-22373472 henk.radstaak@forfarmers.eu

Opsteller Tijs Holtkuile tel. 06-57930994 tijs.holtkuile@forfarmers.eu

Datum:

12-10-2021

1

Inleiding

De tweede bedrijfswoning van v.o.f. Dijkers Varkens- en Diervoederhandel aan de Bornsestraat 1919a te Weerselo gemeente Dinkelland wordt omgezet naar plattelandswoning. In dit rapport wordt de luchtkwaliteit van de toekomstige plattelandswoning berekend en beoordeelt.

2 Bedrijfsgegevens Het bedrijf aan de Bornsestraat 19 heeft een omgevingsvergunning (OBM) van 16-03-2015 met zaaknummer 15.03970 en documentnummer U15.012309. Er loopt op het moment een proef met het systeem van Animal Life Plus en de luchtwasser is niet geplaatst. Daarom zijn alle stallen traditioneel uitgevoerd in de berekening waardoor gerekend wordt met de hoogste fijnstof emissiewaarden. Dit wijkt af van de werkelijk vergunde situatie. Vergunde situatie; 186.180

nr stal C C

RAV code D 3.100 D 3.100

D

K 1.100

E

fijnstof / totaal fijnstof dier (gr/jaar) 153 82.620 153 91.800

omschrijving stalsysteem overige huisvestingssystemen overige huisvestingssystemen volwassen paarden (3 jaar en ouder)

diercategorie Vleesvarkens Vleesvarkens paarden

0

A 2.100

overige huisvestingssystemen

Zoogkoeien

E

A 3.100

overige huisvestingssystemen

E

A 7.100

overige huisvestingssystemen

0,005903729

fijnstof/sec 0,000004852 0,000004852

fijnstof totaal/sec 0,002619863 0,002910959

0

0,000000000

0,000000000

86

3.440

0,000002727

0,000109082

Jongvee

38

1.520

0,000001205

0,000048199

fokstieren en overig rundvee ouder dan 2 jaar

170

6.800

0,000005391

0,000215627

3 Luchtkwaliteit Op 15 november 2007 is de ‘Wet luchtkwaliteit’ in werking getreden. Met de 'Wet luchtkwaliteit' wordt de wijziging van de Wet milieubeheer op het gebied van luchtkwaliteitseisen (Hoofdstuk 5 titel 2 Wm, Stb. 2007, 414) bedoeld. De Wet luchtkwaliteit is primair gericht op het voorkomen van effecten op de gezondheid van mensen. In bijlage 2 van de Wet luchtkwaliteit zijn grenswaarden opgenomen waarmee rekening moet worden gehouden bij beslissingen in het kader van o.a. de Wet Milieubeheer. In deze bijlage zijn grenswaarden opgenomen van de jaargemiddelde concentraties voor de stoffen zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxides, fijn stof (PM10 en PM2,5), koolmonoxide, benzeen, benzo(a)pyreen, ozon, lood, nikkel, arseen en cadmium. Tevens is voor stikstofdioxide en fijn stof PM10 een maximaal aantal toegestane dagen opgenomen waarop de (24-)uurgemiddelde concentratie overschreden mag worden (overschrijdingsdagen genoemd). De grenswaarden geven het kwaliteitsniveau van de buitenlucht aan, dat op een aangegeven tijdstip zoveel mogelijk moet zijn bereikt en waar die kwaliteit al aanwezig is, zoveel mogelijk in stand gehouden moet worden. Deze grenswaarden zijn overgenomen van de Wereld Gezondheid Organisatie.

Door de emissiefactoren (lijst te vinden op www.vrom.nl) te vermenigvuldigen met het aantal dieren vergund en aan te vragen dieren kan uitgerekend worden of er sprake is van een afname of toename van de totale fijnstof emissie. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de fijnstof emissie. Tabel: Bestaande emissie fijnstof

Omschrijving Bestaande vergunning

3.1.1

Gram/sec 0,005903729

Gr/jaar 186180

Besluit ‘Niet in betekenende mate’ (NIBM)

Veehouderijen zijn niet opgenomen in de Regeling NIBM. Voor veehouderijen heeft het Ministerie van Infrastructuur en Milieu in mei 2010 de “handreiking fijn stof voor veehouderijen” gepubliceerd. Uit de handreiking blijkt dat het niet altijd noodzakelijk is om met behulp van een berekening vast te stellen of er sprake is van NIBM. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning milieu of een OBM fijnstof in principe verlenen, als er geen overschrijding van de grenswaarden plaatsvindt. Is dat wel het geval, dan kan de vergunning alleen verleend worden, als de luchtkwaliteit door het project niet of niet in betekenende mate verslechtert. In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Wanneer een uitbreiding 'niet in betekenende mate' bijdraagt kan de vergunning alsnog verleend worden. Dit volgt uit art. 5.16 Wm en het Besluit NIBM. Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft:  

Aantonen dat een project binnen de grenzen van een categorie uit de Regeling NIBM valt. Verdere toetsing is dan niet nodig. Op een andere manier aannemelijk maken dat een project voldoet aan het 3% criterium, bijvoorbeeld met berekeningen met het berekeningsprogramma ISL3a. Voor kleinere ruimtelijke en verkeersplannen die effect kunnen hebben op de luchtkwaliteit heeft het Ministerie van I&M in samenwerking met InfoMil een NIBM-rekentool ontwikkeld.

3.1.1.1 NIBM-toets Uit de handreiking blijkt dat het niet altijd noodzakelijk is om met behulp van een berekening vast te stellen of er sprake is van NIBM. Als hulpmiddel is een vuistregel opgesteld waarmee aangetoond kan worden dat een uitbreiding/oprichting van een veehouderij NIBM is De Regeling beoordeling luchtkwaliteit (RBL) bevat voorschriften over metingen en berekeningen om de concentratie en depositie van luchtverontreinigende stoffen vast te stellen. Voor het bepalen van de rekenpunten speelt het ‘blootstellingscriterium’ een rol. Het blootstellingscriterium houdt in dat de luchtkwaliteit alleen wordt beoordeeld op plaatsen waar een significante blootstelling van mensen plaatsvindt. Het gaat dan om een blootstellingsperiode, die in vergelijking met de middelingstijd van de grenswaarde (jaar, etmaal, uur) significant is. De RBL geeft aan dat beoordeling niet hoeft plaats te vinden op:  

plaatsen waar het publiek geen toegang heeft en waar geen bewoning is. bedrijfsterreinen of terreinen van industriële inrichtingen. Dit omvat mede de (eigen) bedrijfswoning.

Hieruit volgt dat ter plaatse van woningen van derden moet worden getoetst aan de relevante grenswaarden van de Wet luchtkwaliteit. Het dichtstbijzijnde te beschermen object (TBO) ten opzichte van de emissiepunten is Bornsestraat 19a voor deze aanvraag om plattelandswoning. De afstand tot deze woning bedraagt ca. 33 meter, gemeten vanaf het dichtst bijgelegen emissiepunt.

Bron; Pdok.nl/viewer

De hoeveelheid fijnstof emissie van de aanvraag wordt getoetst aan de waarden in onderstaande tabel.

Afstand tot te toetsen plaats

70 meter

80 meter

90 meter

100 meter

120 meter

140 meter

160 meter

Totale emissie in gr/jaar van uitbreiding/oprichting

324.000

387.000

473.000

581.000

817.000

1.075000

1.376.000

Bron: ECN. Getallen op basis van berekeningen met STACKS, versie 2008

De getallen in de tabel zijn worst-case genomen met een veiligheidsmarge. In de tabel staat op welke afstand de emissie in ieder geval nog NIBM bijdraagt. Op basis van bovenstaande tabellen zou kunnen worden vastgesteld dat de fijnstof emissie op de nieuwe plattelandswoning als NIBM geschouwd kan worden. Maar aangezien er ruimtelijk een zorgvuldige afweging gemaakt dient te worden zijn er berekeningen uitgevoerd om de emissie exact te kunnen vaststellen. De toename in emissie is hoger is dan de getallen in de tabel, het project is mogelijk IBM. Er is een berekening nodig om te bepalen of de toename meer dan 1,2 microgram is. Uit de berekening kan alsnog blijken dat het project NIBM bijdraagt.

3.1.2

Berekening fijnstof emissie

In de veehouderijsector is voornamelijk de emissie van fijn stof (PM10) bepalend voor de luchtkwaliteit op de omgeving. Emissies van de overige stoffen waaraan volgens de Wet luchtkwaliteit getoetst moet worden zijn voor onderhavig bedrijf verwaarloosbaar. De stallen zijn de belangrijkste bron van fijn stof (PM10) emissie. De NO2- en PM10-emissie door de transportbewegingen van en naar een veehouderij kunnen aangemerkt worden als Niet In Betekende Mate. De wettelijke normen voor PM10 zijn:  

Jaargemiddelde concentratie 40 μg/m 3 Maximaal 35 overschrijdingsdagen van 50 μg/m3

3.1.2.1 Te Beschermen Objecten (TBO’s) De Regeling beoordeling luchtkwaliteit (RBL) bevat voorschriften over metingen en berekeningen om de concentratie en depositie van luchtverontreinigende stoffen vast te stellen. Voor het bepalen van de rekenpunten speelt het ‘blootstellingscriterium’ een rol. Het blootstellingscriterium houdt in dat de luchtkwaliteit alleen wordt beoordeeld op plaatsen waar een significante blootstelling van mensen plaatsvindt. Het gaat dan om een blootstellingsperiode, die in vergelijking met de middelingstijd van de grenswaarde (jaar, etmaal, uur) significant is. De RBL geeft aan dat beoordeling niet hoeft plaats te vinden op:  

plaatsen waar het publiek geen toegang heeft en waar geen bewoning is. bedrijfsterreinen of terreinen van industriële inrichtingen. Dit omvat mede de (eigen) bedrijfswoning.

Hieruit volgt dat ter plaatse van woningen van derden moet worden getoetst aan de relevante grenswaarden van de Wet luchtkwaliteit.

K e u z e r e ke nm o de l b e re k e ni n g fi j n s t o f e m i s s ie Voor het berekenen van de luchtkwaliteit zijn verschillende rekenmethoden beschikbaar. De verschillende modellen die bruikbaar zijn voor het berekenen van concentraties van inrichtingen, zijn gebaseerd op de Standaardrekenmethode 3 volgens het Nieuw Nationaal Model (NNM). KEMA heeft een eenvoudig rekenmodel ontwikkelt, genaamd ISL3a (Implementatie Standaardrekenmethode 3 Luchtkwaliteit). Met ISL3a kunnen concentraties PM 10, PM2,5 en NO2 ten gevolge van punt- en oppervlaktebronnen van industriële en agrarische inrichtingen worden berekend. De meest recente

versie van dit rekenmodel (ISL3a v2021-1) wordt in voorliggende aanvraag gehanteerd als rekenmethode. De gebruikte invoergegevens voor ISL3A; Geforceerd Ongeforceerd

Bron X Y coordinaat coordinaat 253312 253294

soort ventilatie

Stal

485728 C 485713 E

Geforceerd Ongeforceerd

Gebouwinvloed

Parameters

Goot Nok Lengte Breedte Hoogte Hoogte Gem. Gebouw Orientatie- EP-hoogte Diameter Uittree snelheid (m) (m) (m) (m) Hoogte (m) as (°) (m) (m) (m/s) 55 18,1 2,3 4,7 3,5 120 3,5 0,5 4 30 15 3,75 6,5 5,1 120 2,3 0,5 4

Navolgend de resultaten van deze ISL3A berekening. In de bijlage de complete uitdraai deze bevat alle (door het bevoegd gezag benodigde) inputgegevens.

3.1.2.2 Rekenresultaat ISL3A-berekening Voor aangevraagde situatie is de verspreiding van fijn stof PM 10 berekend. Onderstaande kolommen geven het rekenresultaat. Kolomno: 1 X 253310.0 253264.0 253264.0 253264.0 253264.0 253264.0 253514.0 253514.0 253514.0 253514.0 253514.0 253764.0 253764.0 253764.0 253764.0 253764.0 254014.0 254014.0 254014.0 254014.0 254014.0 254264.0 254264.0 254264.0 254264.0 254264.0

2 Y 485778.0 485785.0 486035.0 486285.0 486535.0 486785.0 485785.0 486035.0 486285.0 486535.0 486785.0 485785.0 486035.0 486285.0 486535.0 486785.0 485785.0 486035.0 486285.0 486535.0 486785.0 485785.0 486035.0 486285.0 486535.0 486785.0

referentie jaar: 3 Totaal bron 16.94 0.93 16.40 0.40 16.05 0.06 16.02 0.03 16.01 0.02 16.00 0.01 16.12 0.11 16.05 0.06 16.02 0.03 16.01 0.02 16.00 0.01 16.04 0.03 16.02 0.03 16.01 0.02 16.00 0.02 16.00 0.01 16.00 0.02 16.02 0.02 16.02 0.01 16.02 0.01 16.02 0.01 15.99 0.01 16.02 0.01 16.02 0.01 16.02 0.01 16.02 0.01

4

2021 5 GCN 16.01 16.01 15.99 15.99 15.99 15.99 16.01 15.99 15.99 15.99 15.99 16.01 15.99 15.99 15.99 15.99 15.98 16.01 16.01 16.01 16.01 15.98 16.01 16.01 16.01 16.01

6 N50-tot 6.33 6.03 6.00 6.00 6.00 6.00 6.03 6.00 6.00 6.00 6.00 6.03 6.00 6.00 6.00 6.00 6.00 6.03 6.03 6.03 6.03 6.00 6.03 6.03 6.03 6.03

7 8 N50-GCN zeezout (ug/m3) -dagen 6.03 2 6.03 2 6.00 2 6.00 2 6.00 2 6.00 2 6.03 2 6.00 2 6.00 2 6.00 2 6.00 2 6.03 2 6.00 2 6.00 2 6.00 2 6.00 2 6.00 2 6.03 2 6.03 2 6.03 2 6.03 2 6.00 2 6.03 2 6.03 2 6.03 2 6.03 2

PM10 - Toelichting op de getallen: kolom 1: x-coordinaat receptorpunt kolom 2: y-coordinaat receptorpunt kolom 3: Jaargemiddelde concentratie (bron + GCN) kolom 4: Jaargemiddelde concentratie (alleen bron) kolom 5: Jaargemiddelde concentratie (alleen GCN) kolom 6: Aantal overschrijdingsdagen van de 24-uurgemiddelde grenswaarde (bron + GCN) kolom 7: Aantal overschrijdingsdagen van de 24-uurgemiddelde grenswaarde (alleen GCN) kolom 8: Mogelijke zeezout correctie op jaargemiddelde concentratie (ug/m3) kolom 9: Mogelijke zeezout correctie op aantal overschrijdingsdagen

9 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2

Zeezoutcorrectie Volgens artikel 5.19 van de Wet luchtkwaliteit kunnen bij het beoordelen de van nature in de lucht aanwezige concentraties die niet schadelijk zijn voor de gezondheid van de mens buiten beschouwing gelaten worden. Hiervoor is een plaatsafhankelijke correctie mogelijk, welke in bijlage 5 van de ministeriële regeling ‘Beoordeling luchtkwaliteit 2007’ is vermeld. Dit houdt in dat bij overschrijding van de grenswaarden de berekende jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM 10) verminderd mag worden met het aandeel zeezout. Ook stelt de Wet luchtkwaliteit eisen aan het aantal keren dat het 24-uurgemiddelde mag worden overschreden. Deze mag bij overschrijding ook gecorrigeerd worden. Op 20 november 2012 is een wijziging van de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 in de Staatscourant gepubliceerd. Het onderdeel voor de zeezoutaftrek is op 21 november 2012 in werking getreden. In kolom 8 en 9 staan de zeezoutcorrecties van deze aanvraag. De jaargemiddelden uit kolom 3 en 6 mogen met deze getallen gecorrigeerd worden. In deze berekening wordt er geen gebruik gemaakt van de zeezoutcorrectie Dubbeltellingcorrectie Bij veel veehouderijen is de emissie van de huidige situatie al (uitgevlakt) in de achtergrondconcentratie verwerkt. Als u de emissie van de aangevraagde situatie optelt bij de achtergrondconcentratie telt u (ISL3a) de veehouderij dubbel mee.

Hierdoor vindt er dus een overschatting van de werkelijke concentratie plaats. Hiervoor mag er gecorrigeerd worden. Er is een correctiemethode ontwikkeld om concentratiegegevens van fijnstof voor de gridcel waarbinnen het bedrijf gelegen is te corrigeren. In deze berekening wordt er geen gebruik gemaakt van de dubbeltellingcorrectie .

3.1.2.3

Conclusie fijnstof PM10-emissie

Uit bovenstaand rekenresultaat blijkt dat op de Te Beschermen Objecten (TBO’s) geen overschrijdingen, van zowel de jaargemiddelde concentratie als het aantal overschrijdingsdagen van de etmaalgemiddelde concentratie, plaatsvinden. De vergunde situatie voldoet aan de Wet milieubeheer en EU-richtlijn luchtkwaliteit wanneer 19a een plattelandswoning zal worden en niet meer bij de inrichting behoort.

3.1.3

Zeer fijnstof PM2,5

In de EU richtlijn luchtkwaliteit van 2008 zijn ook grenswaarden opgenomen voor zeer fijn stof PM2,5, welke zijn overgenomen in de Wet milieubeheer. Bij PM2,5 zijn de fijn stof deeltjes kleiner dan 2,5 micrometer. Deze zijn naar huidige inzichten schadelijker voor de gezondheid dan PM10. De Europese aanpak van PM2,5 richt zich op een algemene vermindering van concentraties in stedelijke achtergrondgebieden. Voor vergunningverlening van veehouderijen is dan ook alleen de jaargemiddelde grenswaarde van 25 µg/m3 van belang. Deze grenswaarde geldt vanaf 1 januari 2015 en geldt naast de grenswaarden voor PM10. De grenswaarde voor PM2,5 is met name relevant in stedelijke gebieden en zorgt niet voor problemen in de agrarische sector. De veehouderijen zijn namelijk geen belangrijke bron van fijn stof uitstoot PM2,5. Als de luchtkwaliteit bij een veehouderij aan de PM10 normen voldoet, dan geldt dit ook voor de PM2,5 normen. Daarbij ligt de achtergrondconcentratie voor PM2,5 in Nederland ruimschoots onder de grenswaarde. (Bron: Handreiking fijn stof en veehouderijen 21 september 2015, Infomil) Indien een veehouderij voldoet aan de grenswaarde voor PM10 en de PM10-concentratie blijft tevens onder de grenswaarde voor PM2,5, kan direct geconcludeerd worden dat het voornemen onder de grenswaarde voor PM2,5 blijft en is een aanvullende PM2,5-berekening niet noodzakelijk.

De aanvraag voldoet aan de grenswaarde PM10 en de PM10-concentratie en voldoet daarmee aan de grenswaarde voor PM2,5

3.1.4

Eindconclusie luchtkwaliteit

De aanvraag voor het veranderen van een bedrijfswoning aan de Bornestraat 19a naar een plattelandswoning voldoet aan de wettelijk gestelde normen met betrekking tot het bedrijf aan de Bornestraat 19. Deze wetgeving staat vergunningverlening niet in de weg.

4 Bijlage REKENRESULTATEN ISL3A.................................................................................. 12

Rekenresultaten ISL3a

Gegenereerd met ISL3a Versie 2021_1 , Rekenhart Release 15 april 2021

(c) DNV GL

Gebiedsgegevens Berekend op: 2021/10/07

Naam van deze berekening: Dijkers, bornestraat 19, Weersel

13:38:17

Project: Dijkers, Bornsedijk 19 Weerselo RD X coordinaat: 252 700

Lengte X: 1000

Aantal Gridpunten X: 5

RD Y coordinaat: 485 200

Breedte Y: 1000

Aantal Gridpunten Y: 5

Berekende ruwheid: 0.151

Eigen ruwheid

Type Berekening: PM10

Eigen ruwheid: 0.000

Rekenjaar:2021

Soort Berekening: Contour

Toets afstand: n.v.t.

Onderlinge afstand: n.v.t.

Uitvoer directory: \\tsclient\G\Farmconsult\Klanten per gemeente\Dinkelland\Dijkers Bornsedijk 19 Weerselo\2021 Plattelandswoning Te beschermen object Naam: Bornsestraat 19a

RD X Coord.

RD Y Coord.

Concentratie

Overschrijding

[m]

[m]

[microgram/m3]

[dagen]

253 310

485 778

16.94

6.3

Brongegevens Naam : Stal C

Type: AB

RD X Coord.: 253 312

RD Y Coord.: 485 728

hoogte van emissiepunt:

3.50

Emissie:

verticale uittreesnelheid:

4.00

diameter van emissiepunt:

0.50

X-coord. zwaartepunt van gebouw: 253 312

hoogte van gebouw: 3.5

temperatuur van emisstroom:

285.00

Y-coord. zwaartepunt van gebouw: 485 728 lengte van gebouw:

Naam : Stal E

55.00

breedte van gebouw:

18.10

orientatie van gebouw:

120.00

Type: AB

RD X Coord.: 253 294

Date:

0.00553

RD Y Coord.: 485 713

hoogte van emissiepunt:

2.30

Emissie:

0.00037

verticale uittreesnelheid:

4.00

diameter van emissiepunt:

0.50

X-coord. zwaartepunt van gebouw: 253 294

temperatuur van emisstroom:

285.00

Y-coord. zwaartepunt van gebouw: 485 713

7-10-2021

Time: 13:39:16

hoogte van gebouw: 5.1

lengte van gebouw:

30.00

breedte van gebouw:

15.00

orientatie van gebouw:

120.00

Page 1

Gegenereerd met ISL3a Versie 2021_1 , Rekenhart Release 15 april 2021

Date:

7-10-2021

Time: 13:39:16

(c) DNV GL

Page 2

Bijlage 2

Watertoets

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 19-19a Weerselo 49

datum 15-12-2020 dossiercode 20201215-63-25093 Geachte heer/mevrouw M.F.J. ter Horst, U heeft een watertoets uitgevoerd op de website http://www.dewatertoets.nl//. Op basis van deze toets wordt in uw plan geen waterschapsbelangen geraakt. U volgt de procedure geen waterschapsbelang. Dit houdt in dat u direct door kunt gaan met de planvorming van uw plan en onderstaande tekst kunt opnemen in het plan. Paragraaf geen waterschapsbelang Deze paragraaf geen waterschapsbelang heeft betrekking op het plan 17JA059 plattelandswoning Bornsestraat 19A Weerselo. Het plan betreft alleen een functieverandering van bestaande bebouwing en heeft geen invloed op de waterhuishouding. Met de voorgenomen ontwikkeling zijn geen waterbelangen gemoeid. De ontwikkeling heeft geen nieuwe lozingen op oppervlaktewater tot gevolg. In het gebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Het waterschap Vechtstromen heeft dan ook geen bezwaren tegen de voorgenomen ontwikkeling. Deze conclusie is getrokken naar aanleiding van een digitale watertoets. Het proces van de watertoets is goed doorlopen. Algemene info: In de procedurebepalingen van de Wro voor het bestemmingsplan is opgenomen dat de kennisgeving wordt toegezonden aan de instanties die bij het overleg zijn betrokken. De terinzagelegging van het bestemmingsplan kunt u zenden aan kennisgevingwro@vechtstromen.nl.

_____________________________________________________________________________________________________________________

Verklaring Dit document is een automatisch gegeneerd bestand op basis van de door u ingevulde gegevens. U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens en u heeft verklaard alles naar waarheid te hebben ingevuld. Copyright Digitale Watertoets - http://www.dewatertoets.nl// Dit document is gegenereerd via de website http://www.dewatertoets.nl//. Het document mag alleen worden gebruikt ten behoeve van het plan, dat in dit document is omschreven. De informatie in dit document is houdbaar tot maximaal 1 jaar, gerekend vanaf de genoemde datum in dit document. www.dewatertoets.nl

Regels

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 19-19a Weerselo 51

52

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 19-19a Weerselo

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder: 1.1

plan

het bestemmingsplan 'Buitengebied, Bornsestraat 19-19a Weerselo' met identificatienummer NL.IMRO.1774.BUIBPBORNSESTR19-VG01 van de gemeente Dinkelland; 1.2

bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3

bestemmingsplan Buitengebied 2010

het bestemmingsplan 'Buitengebied 2010' met identificatienummer NL.IMRO.1774.BUIBPBUITENGEBIED-0402 van de gemeente Dinkelland; 1.4

aan-huis-verbonden beroep

een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch, of hiermee gelijk te stellen gebied, uitgezonderd prostitutie, dat in of bij een woonhuis wordt uitgeoefend door de gebruiker, waarbij het woonhuis in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.5

aan- en uitbouw

een aan een (hoofd)gebouw aanwezig bouwwerk, dat ruimtelijk ondergeschikt is aan dat (hoofd)gebouw, maar in functioneel opzicht deel uit maakt van dat (hoofd)gebouw); 1.6

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.7

aanduidiingsgens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.8

agrarisch bedrijf

een bedrijf, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf, dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren; 1.9

archeologisch monument

terreinen welke van algemeen belang zijn wegens daar aanwezige zaken als hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarde en die daarom op grond van de Monumentenwet worden beschermd; 1.10

archeologische waarden

waarden die aan een gebied zijn toegekend vanwege de kennis en wetenschap van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden. 1.11

bassin

een mest- of waterbak voor de opslag van mest of water ten behoeve van agrarische en glastuinbouwactiviteiten;

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 19-19a Weerselo 53

1.12

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.13

bedrijf

het bedrijfsmatig vervaardigen en/of bewerken, opslaan, verhandelen, installeren en/of herstellen van goederen; 1.14

bedrijfsgebouw

een gebouw, geen bedrijfswoning zijnde, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.15

bedrijfsvloeroppervlakte

de totale vloeroppervlakte van de ruimte binnen een functie die wordt gebruikt voor een bedrijf, een aan-huis-verbonden beroep of een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke; 1.16

bedrijfswoning

een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is en waarin eveneens familieleden tot de 2e graad woonachtig mogen zijn, die niet werkzaam zijn op het bijbehorende bedrijf; 1.17

bestaand

ten aanzien van de vóór 1998 aanwezige bouwwerken, de na 1998 bij of krachtens de Woningwet aanwezige bouwwerken, en de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, en het overige gebruik bestaand ten tijde van het inwerkingtreden van het bestemmingsplan; 1.18

bestaande ammoniakemissie

de ammoniakemissie die maximaal is toegestaan op grond van het besluit van het college van gedeputeerde staten van Overijssel van 29 juli 2015 met kenmerk 2015/0230790, waarbij aan Erfgoed Bossem V.O.F. Loeigoed Concept & Copy Loeigoed een vergunning ingevolge de Natuurbeschermingswet 1998 is verleend; 1.19

bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak; 1.20

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.21

bijgebouw

een gebouw, dat in bouwkundig en/of visueel opzicht ondergeschikt is aan en ten dienste staat van een op hetzelfde bouwperceel gelegen (hoofd)gebouw; 1.22

boerderijkamers

kamers binnen agrarische bedrijven en voormalige agrarische bedrijven die worden gebruikt voor logiesverstrekking; 1.23

boomteelt

de teelt van boomkwekerijgewassen; 1.24

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;

54

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 19-19a Weerselo

1.25

bouwgrens

de grens van een bouwvlak; 1.26

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.27

bouwperceelgrens

de grens van een bouwperceel; 1.28

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.29

bouwwerk

een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.30

containerteelt

het niet in de volle grond telen van gewassen, oftewel een niet-grondgebonden teelt; 1.31

cultuurgrond

grasland, akkerbouw- en tuinbouwgronden, die hobbymatig in gebruik zijn en niet worden gebruikt ten behoeve van een agrarische bedrijfsvoering; 1.32

cultuurhistorische waarden

waarden van een gebied en/of de daarin voorkomende bebouwing, elementen en structuren, die uitdrukking geven aan de beschavingsgeschiedenis en/of het gebruik door de mens in de loop van de geschiedenis; 1.33

detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.34

Natuurnetwerk Nederland

een samenhangend netwerk van natuur- en landbouwgebieden met bestaande en potentiële natuurwaarden van (inter)nationaal belang met als doel de veiligstelling van soorten en ecosystemen; 1.35

erotisch getinte vermaaksfunctie

een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaats vinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal; 1.36

evenement

elke voor publiek buiten de daartoe ingerichte inrichtingen toegankelijke festiviteit, grootschalige sportwedstrijd, auto- of motorcrosswedstrijd, optocht, georganiseerd vuurwerk en alle overige tot vermaak en recreatie bedoelde activiteiten, met uitzondering van markten als bedoeld in de Gemeentewet, kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen en betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties, voorzover de activiteiten een aaneengesloten periode van ten hoogste 14 dagen omvatten;

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 19-19a Weerselo 55

1.37

extensief dagrecreatief medegebruik

erotisch getinte vermaaksfunctie een extensief dagrecreatief medegebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan, zoals wandelen, fietsen, paardrijden, kanoën, de aanleg van een vis- of picknickplaats, of een naar de aard daarmee gelijk te stellen medegebruik; 1.38

fruitteelt

de teelt of het kweken van fruit aan houtige gewassen; 1.39

gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.40

geomorfologische waarden

de waarden van een gebied die uitdrukking geven aan de vormen van het aardoppervlak in verband met de wijze van hun ontstaan; 1.41

grondgebonden agrarische bedrijfsvoering

een agrarische bedrijfsvoering, waarbij het gebruik van agrarische gronden noodzakelijk is voor het functioneren van het bedrijf, op de wijze van een melkrundveehouderijbedrijf, een akkerbouwbedrijf, een vollegronds tuinbouwbedrijf, een productiegerichte paardenhouderij, biologische bedrijven waarbij dieren worden gehouden overeenkomstig de regels die krachtens artikel 2 van de bestaande Landbouwkwaliteitswet zijn gesteld ten aanzien van de biologische productiemethoden, en naar de aard daarmee gelijk te stellen agrarische bedrijven; 1.42

hoofdgebouw

een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.43

horecabedrijf en/of -instelling

een bedrijf, waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie; 1.44

houtteelt

de bedrijfsmatige uitoefening van uitsluitend de functie houtproductie op gronden die in principe hiervoor tijdelijk worden gebruikt en waarvoor daartoe ontheffing is verleend van de meldings- en herplantplicht ex artikel 2 en 3 van de Boswet, zoals die gold op het moment van onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan; 1.45

huishouden

een zelfstandig(e) dan wel samenwonend persoon of groep van personen die binnen een complex van ruimten gebruik maken van dezelfde voorzieningen, zoals een keuken, sanitaire voorzieningen en de entree; 1.46

kampeermiddel

een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan of een stacaravan, dan wel enig ander voertuig of onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf, en geen bouwwerk is waarvoor ingevolge de Woningwet een bouwvergunning is vereist; 1.47

kap

een dak met een zekere helling;

56

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 19-19a Weerselo

1.48

kas

een bouwwerk, niet zijnde een tunnelkas of een naar de aard daarmee vergelijkbaar bouwwerk, waarvan de wanden en het dak geheel of grotendeels bestaan uit glas of ander licht doorlatend materiaal, dienend tot het kweken van groente, vruchten, bloemen, bomen, struiken of planten; 1.49

kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten

het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten, geheel of overwegend door middel van handwerk, geen detailhandel zijnde en prostitutie, waarvan de omvang van de activiteiten zodanig is, dat het woonhuis in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.50

kwetsbaar object

een object waarvoor ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen een grenswaarde voor het risico c.q. een risicoafstand tot een risicovolle inrichting is bepaald, die in acht genomen moet worden; 1.51

landschappelijke waarden

waarden in verband met de verschijningsvorm van een gebied en de aanwezigheid van waarneembare structuren en/of elementen in dat gebied; 1.52

logiesverstrekkend bedrijf

een bedrijf waar, tegen vergoeding, logies worden verstrekt, waarbij de drie logieswooneenheden enkel zijn ingericht voor nachtverblijf; naast het verstrekken van logies worden accommodaties aangeboden voor dagverblijf en maaltijdbereiding; 1.53

mantelzorg

het bieden van zorg aan een ieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband; 1.54

mest- en/of organische (bij)productvergisting

het onder gecontroleerde omstandigheden (volledig afgesloten van lucht) afbreken van organische verbindingen door bacteriën waarbij methaangas vrijkomt; 1.55

natuurlijke waarden

de aan een gebied toegekende waarden in verband met de geologische, bodemkundige en biologische elementen voorkomende in dat gebied (bij de afweging van het begrip natuurlijke waarden zullen de Natuurbeschermingswet en de Flora- en faunawet steeds onderdeel van het toetsingskader zijn); 1.56

normaal agrarisch gebruik

het regulier gebruik dat, gelet op de bestemming regelmatig noodzakelijk is voor het agrarisch gebruik van de gronden; 1.57

normaal onderhoud

het onderhoud dat, gelet op de bestemming regelmatig noodzakelijk is voor een goed beheer, behoud en gebruik van de gronden en gebouwen die tot de betreffende bestemming behoren; 1.58

ondergeschikte horeca

een lichte vorm van horeca met een maximale oppervlakte van 200 m² (incl. max 50 m² terras), in de vorm van het bereiden en verstrekken van (niet of licht alcoholhoudende) dranken en etenswaren, die ondergeschikt is aan en ten dienste staat van de functie waarbij de horeca wordt uitgeoefend;

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 19-19a Weerselo 57

1.59

ondergeschikte tweede tak

een ondergeschikt bestanddeel van de totale bedrijfsomvang van een agrarisch bedrijf, zoals een intensieve tak veehouderij of een bedrijfseigen mestvergisting; 1.60

overige opgaande teeltvormen

sierteelt, fruitteelt, en naar de aard daarmee gelijk te stellen vormen van opgaande teelt van meerjarige gewassen; 1.61

overkapping

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder wanden dan wel met ten hoogste één wand; 1.62

pand

de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is 1.63 peil a. indien op het land wordt gebouwd: 1. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; 2. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; b. indien over of in het water wordt gebouwd: 1. het Normaal Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te houden waterpeil); 1.64

plattelandswoning

een woning in de vorm van een voormalige agrarische bedrijfswoning, die bewoond mag worden door een huishouden dat niet werkgerelateerd is met het nabijgelegen agrarisch bedrijf, waartoe de woning in het verleden als bedrijfswoning heeft behoord; 1.65

productiegebonden detailhandel

detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, geteeld, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie en waarvoor geen winkelruimtes worden ingericht; 1.66

productiegerichte paardenhouderij

een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering die is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het houden van paarden, waarbij al dan niet in ondergeschikte mate het africhten en de handel van paarden plaatsvindt; 1.67

prostitutie

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen voor of met een ander tegen vergoeding; 1.68

prostitutiebedrijf

een gebouw, voer- of vaartuig, dan wel enig gedeelte daarvan, geheel of gedeeltelijk bestemd, dan wel in gebruik voor het daar uitoefenen van prostitutie; 1.69

risicogevoelig bouwwerk cq. object

een bouwwerk c.q. object, waaronder terreinen, die bestemd zijn voor het regelmatig verblijf van mensen, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag;

58

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 19-19a Weerselo

1.70

risicovolle inrichting

een inrichting, bij welke ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen een grenswaarde, een richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten; 1.71

seksinrichting

een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie wordt verricht. Onder een seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een erotische-massagesalon, een seksbioscoop, een sekstheater, een seksautomatenhal, of een parenclub, of een daarmee gelijk te stellen bedrijf, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.72

sierteelt

de teelt van opgaande sierbeplanting als heesters en struiken; 1.73

silo

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, ten behoeve van opslagdoeleinden; 1.74 toename van ammoniakemissie a. er is sprake van een toename van ammoniakemissie wanneer de emissie N/ha/jaar meer bedraagt dan de bestaande ammoniakemissie als bedoeld in 1.18; b. als uitzondering op onderdeel a is geen sprake van een toename van emissie in strijd met dit bestemmingsplan wanneer het wijzigen van het bestaande aantal dierplaatsen, bestaande diersoorten en/of bestaande stalsystemen een stikstofdepositie veroorzaakt op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied die afzonderlijk en, in geval het project of de handeling betrekking heeft op een inrichting als bedoeld in artikel 1.1., derde lid, van de Wet milieubeheer, in cumulatie met andere projecten of handelingen met betrekking tot dezelfde inrichting in de periode waarvoor het programma aanpak stikstof geldt, niet de van toepassing zijnde waarde(n) als bedoeld in artikel 2 leden 1 en 3 Besluit grenswaarden aanpak stikstof overschrijdt; c. onder 'programma aanpak stikstof' als bedoeld in onderdeel b wordt verstaan het programma als bedoeld in artikel 2.9 van de Wet natuurbescherming; 1.75

trekkershut

een gebouw met een eenvoudige constructie (zonder sanitaire voorzieningen) en beperkte omvang ten behoeve van een kortstondig recreatief nachtverblijf voor passanten; 1.76

tunnelkas

elke constructie van hout, metaal of enig ander materiaal, welke met plastic of in gebruik daarmee overeenstemmend materiaal is afgedekt en dient als teeltondersteuning voor bedekte teelten; 1.77

veldschuur

een vrij in het open veld staande schuur, die wordt of werd gebruikt voor het stallen of het melken van vee, dan wel de opslag van agrarische producten of agrarische werktuigen; 1.78

vollegronds tuinbouwbedrijf

een bedrijf dat overwegend of uitsluitend is gericht op het telen van tuinbouwgewassen in de volle grond; 1.79

voorgevel

de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die door de ligging, de situatie ter plaatse en/of de feitelijke indeling van het gebouw, als voorgevel moet worden aangemerkt; 1.80

werktuigenberging

een gebouw dat dient voor de stalling en opslag van agrarische werktuigen; bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 19-19a Weerselo 59

1.81

woning

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.82

zorgfunctie

een zorgfunctie als neventak bij een agrarisch bedrijf waarbij een directe relatie bestaat tussen de sociaal-medische opvang van personen en de agrarische bedrijfsactiviteiten, in dié zin dat de personen al dan niet behulpzaam zijn bij de agrarische bedrijfsactiviteiten.

60

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 19-19a Weerselo

Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

de dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2

de goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3

de inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.4

de bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5

de oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.6

afstand tot de (bouw)perceelgrens

tussen de grenzen van een bouwperceel en een bepaald punt van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd)gebouw, waar die afstand het kortst; 2.7

de afstand tot de weg

vanaf enig punt van een bouwwerk tot de rand van de wegberm aan de zijde van de weg; 2.8

bedrijfsvloeroppervlak

de totale vloeroppervlakte van kantoren, winkels of bedrijven met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen, trappenhuizen, gangen en overige dienstruimten.

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 19-19a Weerselo 61

62

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 19-19a Weerselo

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

Artikel 3 Agrarisch - 1 3.1

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Agrarisch - 1’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het agrarisch gebruik; b. de uitoefening van een agrarisch bedrijf met een in hoofdzaak niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering, indien de gronden zijn voorzien van de aanduiding “specifieke vorm van agrarisch bouwperceel niet grondgebonden agrarisch bedrijf”; c. het wonen ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering al dan niet in combinatie met mantelzorg, dagbesteding en educatie, voorzover de gronden zijn voorzien van een bouwperceel; d. een plattelandswoning, aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij een plattelandswoning, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep dan wel een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - plattelandswoning'; e. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke, geomorfologische en cultuurhistorische waarden; met daaraan ondergeschikt: f. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuurlijke waarden; g. doeleinden van agrarisch natuurbeheer; h. cultuurgrond; i. openbare nutsvoorzieningen; j. extensief dagrecreatief medegebruik; k. wegen en paden; l. beken, plassen, poelen, vennen, sloten, en/of andere watergangen en/of -partijen; m. terreinen voor evenementen; met de daarbijbehorende: n. bedrijfsgebouwen en overkappingen; o.

bedrijfswoningen, aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij bedrijfswoningen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep dan wel een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit; p. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3.2

Bouwregels

3.2.1 Gebouwen en overkappingen Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. er zullen uitsluitend bedrijfsgebouwen en overkappingen ten behoeve van agrarische bedrijven worden gebouwd, waarbij deze bouwregels eveneens van toepassing zijn voor functies die na afwijking van de gebruiksregels aan de agrarische bedrijven zijn toegevoegd; b. de gebouwen, waaronder overkappingen, met uitzondering van tunnelkassen en blaastunnels, zullen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd op de gronden die zijn voorzien van een bouwperceel; c. per gebied, dat is voorzien van een bouwperceel, mogen binnen een bouwvlak uitsluitend gebouwen en overkappingen ten behoeve van het ter plaatse gevestigde agrarisch bedrijf dan wel de plattelandswoning worden gebouwd; d. in aanvulling op het bepaalde onder b wordt de bedrijfswoning uitsluitend gebouwd op gronden die zijn voorzien van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - bedrijfswoning''; e. in aanvulling op het bepaalde onder b wordt de plattelandswoning uitsluitend gebouwd op gronden die zijn voorzien van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - plattelandswoning'; f. er is per bouwvlak ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - bedrijfswoning' hoogstens één bedrijfswoning toegelaten; g.

er is per bouwvlak ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - plattelandswoning' hoogstens één plattelandswoning toegelaten; h. er zullen, behoudens de bestaande, geen kassen en torensilo’s worden gebouwd; i. de bedrijfsgebouwen, waaronder overkappingen, en de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning/plattelandswoning zullen ten minste 3,00 m achter de voorgevel van de bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 19-19a Weerselo 63

j. k.

bedrijfswoning/plattelandswoning dan wel het verlengde daarvan worden gebouwd, tenzij de bestaande afstand minder bedraagt, de bedrijfswoning/plattelandswoning op meer dan 50 m van de weg is gesitueerd, dan wel de gebouwen vóór de voorgevel van een bedrijfswoning/plattelandswoning zijn gebouwd, in welk geval de bestaande afstand dan wel de bestaande situering ten opzichte van de voorgevel van de bedrijfswoning geldt; kelders zullen uitsluitend loodrecht onder de bedrijfswoning/plattelandswoning worden gebouwd. De inhoud van een bedrijfswoning/plattelandswoning wordt berekend exclusief kelderruimte; de maatvoering van een gebouw of een overkapping zal voldoen aan de eisen die in het volgende bouwschema zijn gesteld:

Functie van een bouwwerk

Maximale oppervlakte/inhoud

per gebouw gezamenlijk of overkapping Bedrijfsgebouw, waaronder -# een overkapping Bedrijfswoning/ 750 m³ * plattelandswoning Aan- en uitbouwen, 100 m² bijgebouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning/plattelands-w oning Tunnelkassen en blaastunnels Veldschuur bestaand -

Goothoogte in Dakhelling in ° m max. min. max.

Hoogte in m max.

6,00

18

60

12,00

3,50*

30*

60*

9,00*

3,50

-

60

-**

-

-

-

1,50

bestaand

bestaand

bestaand

-

# bij gebouwen of overkappingen, die groter zijn dan: 500 m³, dient het bouwplan vergezeld te gaan van een landschappelijk inpassingsplan; 2.000 m³, dient het bouwplan vergezeld te gaan van een erfinrichtingsplan ten behoeve van een goede landschappelijke inpassing en een goede ruimtelijke kwaliteitsverhouding tot de bestaande bebouwing. ** de bouwhoogte van een aan-, uit- of bijgebouw of overkapping zal ten minste 1,00 m lager zijn dan de bouwhoogte van de bedrijfswoning/plattelandswoning. 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. silo’s, platen en bassins zullen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwperceel; b. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 1,50 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevel van de bedrijfs- en plattelandswoning en/of bedrijfsgebouwen binnen de bouwvlakken ten hoogste 2,00 m zal bedragen; c. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal binnen het bouwvlak ten hoogste 10,00 m bedragen; d. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal buiten het bouwvlak ten hoogste 2,00 m bedragen. 3.3

Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en Wethouders kunnen afwijken van: a. het bepaalde in lid 3.2.1 onder b en toestaan dat gebouwen, waaronder overkappingen, gedeeltelijk buiten het bouwvlak worden gebouwd, mits: 1. deze afwijking niet wordt toegepast op gronden die zijn voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde Ecologie’ en/of ‘Waarde - Essen’; 2. de overschrijding van de bouwgrens ten hoogste 25,00 m zal bedragen en het bebouwde oppervlak niet meer dan 1,5 hectare zal bedragen; 3. het verzoek om afwijking vergezeld gaat van een landschappelijk inpassingsplan; 4. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het bebouwingsbeeld, de natuurlijke en archeologische waarden, de waarden van de historische buitenplaatsen en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; b. het bepaalde in lid 3.2.1 onder c en toestaan dat er kassen worden gebouwd, mits: 64

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 19-19a Weerselo

1. 2. 3. 4.

de gezamenlijke oppervlakte van de kassen per bouwperceel ten hoogste 500 m² zal bedragen; de goot- en bouwhoogte van de kassen respectievelijk ten hoogste 4,00 m en 10,00 m zal bedragen; deze afwijkingsbevoegdheid uitsluitend wordt toegepast ten behoeve van boomkwekerijactiviteiten; deze afwijking niet wordt toegepast op gronden die zijn voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde Essen’ of ‘Waarde - Archeologie 2’; 5. bij de situering van de kassen rekening wordt gehouden met een goede landschappelijke inpassing, zodanig dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke waarden; 6. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de natuurlijke en archeologische waarden, de waarden van de historische buitenplaatsen en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; c. het bepaalde in lid 3.2.1 onder i en toestaan dat bedrijfsgebouwen, waaronder overkappingen, en de aanen uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning/plattelandswoning voor de naar de weg(en) gekeerde (voor)gevel(s) van het dichtst bij de weg gelegen gebouw dan wel het verlengde daarvan binnen het bouwvlak worden gebouwd, mits: geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het bebouwingsbeeld, de natuurlijke en landschappelijke waarden en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. d.

het bepaalde in lid 3.2.1 onder k en toestaan dat bedrijfsgebouwen worden gebouwd in de vorm van serrestallen of naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsgebouwen, mits: 1. het bouwperceel niet is gelegen op gronden gelegen binnen de grenzen van de dubbelbestemming ‘Waarde - Ecologie’; 2. er ten behoeve van de situering van de stal in verband met het bestaande bebouwingsbeeld en een zorgvuldige landschappelijke inpassing, een erfinrichtingsplan wordt opgesteld; 3. voldaan wordt aan de criteria van de notitie 'Serrestallen in Noordoost Twente, maatwerk binnen heldere grenzen', zoals opgenomen in Bijlage 1 bij de regels; 4. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het bebouwingsbeeld, de natuurlijke waarden, de waarden van de historische buitenplaatsen en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; e. het bepaalde in lid 3.2.1 onder k en toestaan dat de inhoud van een woongedeelte binnen een boerderijpand wordt vergroot, mits: 1. de inhoud van het woongedeelte ten hoogste de inhoud van het boerderijpand inclusief de deel zal bedragen; 2. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; f.

het bepaalde in lid 3.2.2 onder a en toestaan dat kuilvoerplaten en naar de aard daarmee gelijk te stellen platen ten behoeve van opslagdoeleinden tot ten hoogste 50 m buiten het bouwperceel worden gebouwd, mits: 1. de oppervlakte van een plaat, inclusief opstaande randen, ten hoogste 300 m² zal bedragen; 2. de hoogte van de opstaande randen van een plaat ten hoogste 2,00 m zal bedragen; 3. tevens de in lid 3.5 onder b genoemde afwijking wordt toegepast dan wel is verleend; 4. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de natuurlijke en landschappelijke waarden, de archeologische waarden, de waarden van de historische buitenplaatsen en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 3.4

Specifieke gebruiksregels

3.4.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van mestvergisting en naar de aard daarmee gelijk te stellen activiteiten; b. het gebruik van gronden en bouwwerken voor niet-agrarische bedrijvigheid anders dan de in lid 3.1 toegelaten bedrijvigheid en waarvoor in het verleden planologische medewerking is verleend; c. het opslaan van mest, hooibalen en/of andere agrarische producten buiten het bouwperceel, met uitzondering van tijdelijke opslag van landbouwproducten (maximaal zes maanden per jaar); d. het opslaan van agrarische producten binnen het bouwperceel voorzover het gronden betreft die gelegen zijn voor (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel(s) van een bedrijfswoning/plattelandswoning en/of bedrijfsgebouw of, indien geen bedrijfswoning/plattelandswoning aanwezig is, het dichtst bij de weg gelegen bedrijfsgebouw; e. het opslaan van zand, steen, en naar de aard daarmee gelijk te stellen materialen, langer dan zes maanden per jaar; f. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen en/of de aanleg van wegen en paden anders dan ten behoeve van het agrarisch gebruik (buiten het bouwvlak) of de bereikbaarheid van bebouwde percelen en veldschuren; bestemmingsplan Buitengebied, Bornsestraat 19-19a Weerselo 65

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/578/documents/17473