Besemmingsplan Lattrop, uitbreiding Dorpsstraat 91.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Lattrop, Uitbreiding Dorpsstraat 91
Status: vastgesteld
Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):
vastgesteld 22 september 2023 NL.IMRO.1774.LATBPDORPSSTR91-VG01
Lattrop, uitbreiding Dorpsstraat 91
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer
7 7 7 8 9 9
Hoofdstuk 2 Het plan 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie
11 11 11
Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.3 Gemeentelijk beleid
13 13 14 21
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.2 Milieuzonering 4.3 Geur 4.4 Bodem
25 25 26 28 29
4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11
30 31 32 34 36 37 38
Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Water Ecologie Archeologie en Cultuurhistorie Verkeer / parkeren
Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Planopzet en systematiek 5.2 Toelichting op de regels
41 41 41
Hoofdstuk 6
43
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg 7.2 Zienswijzen
45 45 45
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Aanmeldnotitie m.e.r. Bijlage 2 Besluit vormvrije mer beoordeling Bijlage 3 Bodemonderzoek Bijlage 4 Akoestisch onderzoek bedrijfsgeluiden Bijlage 5 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 6 Watertoets Bijlage 7 Natuurwaardenonderzoek Bijlage 8 AERIUS
47 48 57 65 121 177 208 214 247
2
bestemmingsplan Lattrop, uitbreiding Dorpsstraat 91
Regels
279
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
281 281 286
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Bestemmingsregels Bedrijf Bos - Natuur Wonen
287 287 289 291
Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
295 295 296 297 298 299 300
Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
301 301 302
Bijlagen bij de regels Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten Bijlage 2 KGO-plan Bedrijfsontwikkeling Aannemersbedrijf Warmes, Dorpsstraat 91 te Lattrop
303 304 317
Bijlage 3
331
Oortmanmolen in Lattrop
bestemmingsplan Lattrop, uitbreiding Dorpsstraat 91
3
4
bestemmingsplan Lattrop, uitbreiding Dorpsstraat 91
Toelichting
bestemmingsplan Lattrop, uitbreiding Dorpsstraat 91
5
6
bestemmingsplan Lattrop, uitbreiding Dorpsstraat 91
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Aanleiding Aannemersbedrijf Warmes is gevestigd aan de Dorpsstraat 91 te Lattrop. De laatste jaren heeft Warmes diverse investeringen in het bedrijf gedaan om aan de voorwaarden te kunnen voldoen ten aanzien van een moderne en concurrerende bedrijfsvoering, waaronder uitstraling, kwaliteit, voorraadbeheer, flexibiliteit en efficiency. Door hier in te blijven investeren kan zij haar positie op de markt veilig stellen. Op het zuidelijke gedeelte van het terrein bevindt zich het kantoor. Het betreft een verouderd pand wat momenteel niet meer voldoet aan de eisen van de tegenwoordige tijd. Bovendien is er onvoldoende kantoorruimte op het terrein. Derhalve heeft initiatiefnemer het voornemen aan de zijde van de Lattropperstraat het kantoor te herbouwen. Hierbij zal het zuidelijke gedeelte van het bedrijfsperceel heringericht worden, waarbij een deel van de bestaande bedrijfsbebouwing en de woning worden gesloopt en op een andere locatie binnen het bedrijfsperceel terugkomen. De westelijke bedrijfshal wordt vergroot, er wordt een bijgebouw toegevoegd en een bijgebouw hergebouwd. De bedrijfswoning wordt omgezet in een reguliere woning. Middels voorliggend bestemmingsplan wordt het bouwvlak ter hoogte van de huidige bedrijfshal en het kantoor vergroot tot ca. 2940 m² en wordt een bouwvlak opgenomen voor een opslaggebouw met een oppervlakte van ca. 1.062 m2.
De toename aan planologische bouwmogelijkheden neemt derhalve toe met ca. 1.681 m². Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een passend juridisch-planologisch kader om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken. Daarbij wordt aangetoond dat het gewenste plan vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is en in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
1.2 Ligging en begrenzing plangebied Ligging Aannemersbedrijf Warmes bestaat uit het bedrijfsperceel aan de Dorpsstraat 91 te Lattrop. Het plangebied ligt aan de noordzijde van de kern Lattrop. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Denekamp, sectie L, perceelsnummers (gedeeltelijk) 1377, (gedeeltelijk) 1420, 1433, 1434, 1435. In figuur 1.1 is een luchtfoto opgenomen, waarop de ligging van het plangebied met een rode pijl globaal wordt weergegeven.
Figuur 1.1: Ligging plangebied (bron: atlasvanoverijssel) bestemmingsplan Lattrop, uitbreiding Dorpsstraat 91
7
Begrenzing De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 weergegeven (rood omkaderd). In dit figuur is een luchtfoto weergegeven waarop het plangebied en het betreffende bedrijf te zien zijn. De begrenzing komt overeen met de kadastrale begrenzingen van de uitbreiding in aanvulling op de bestaande grenzen van de bedrijfsbestemming. Zie de verbeelding voor de exacte begrenzing van het plangebied.
Figuur 1.2: Begrenzing plangebied (bron: PDOK)
1.3 Vigerend bestemmingsplan Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Lattrop, Dorpsstraat 91' en 'Lattrop' van de gemeente Dinkelland. Het bestemmingplan 'Lattrop, Dorpsstraat 91' is door de gemeenteraad vastgesteld op 26 januari 2016. Op basis van dit bestemmingsplan hebben de betreffende gronden de bestemming 'Bedrijf' en 'Groen' ten behoeve van de landschappelijke inpassing. Daarnaast liggen de gronden binnen de vrijwaringszone – molenbiotoop. De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor het bedrijfsmatig gebruik van de gronden met daaraan ondergeschikt onder meer een bedrijfswoning. Het bestemmingplan 'Lattrop' is door de gemeenteraad vastgesteld op 26 februari 2013. Op basis van dit bestemmingsplan hebben de betreffende gronden de bestemming 'Wonen'. Daarnaast liggen de gronden binnen de vrijwaringszone – molenbiotoop. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor de functie wonen met daaraan ondergeschikt onder meer de uitoefening van een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit. Binnen de vrijwaringszone van de molen dient rekening gehouden te worden met de windvang. De volgende afstanden zijn van toepassing op de Oortmanmolen in Lattrop: <100 meter H= 6,30 meter; 100 meter H= 6,30 meter; 200 meter H= 7,40 meter; 300 meter H= 9,40 meter; 400 meter H=11,40 meter.
Het nieuwe kantoor ligt op ongeveer 360 meter, de uitbreiding van de hal op ca. 320 meter en de bijgebouwen op ca. 300 meter van de Oortmanmolen. De bestaande maximale hoogte bedraagt 9 m. Het beoogde nieuwbouwplan sluit daarbij aan en is in overeenstemming met het belang van de molen. In figuur 1.3 wordt een uitsnede weergegeven van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan. Het plangebied is daarop rood omkaderd. 8
bestemmingsplan Lattrop, uitbreiding Dorpsstraat 91
Figuur 1.3: Uitsnede geldend bestemmingsplan 'Lattrop, Dorpsstraat 91' en 'Lattrop' (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
In onderhavige ontwikkeling is sprake van inbreiding in het dorp Lattrop ten behoeve van aannemersbedrijf Warmes. Voorliggende ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan, aangezien de gronden ten behoeve van de uitbreiding van het bedrijf een woonbestemming hebben. Dit bestemmingsplan voorziet in de gewenste planologische kaders waarmee de gewenste uitbreiding mogelijk wordt gemaakt.
1.4 De bij het plan behorende stukken Het onderhavige bestemmingsplan 'Lattrop, uitbreiding Dorpsstraat 91' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.1774.LATBPDORPSSTR91-VG01); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels.
1.5 Leeswijzer De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.
bestemmingsplan Lattrop, uitbreiding Dorpsstraat 91
9
10
bestemmingsplan Lattrop, uitbreiding Dorpsstraat 91
Hoofdstuk 2
Het plan
2.1 Huidige situatie Het aannemersbedrijf Warmes is gelegen aan de rand van het dorp Lattrop. Het ruimtelijke beeld van Lattrop wordt bepaald door de samenhangende lijnen en velden van de wegenstructuur, de groen- en waterstructuur en de bebouwingsstructuur en de oriëntatiepunten in het gebied. Tezamen vormen deze het ruimtelijk raamwerk. Lattrop is als een echt esdorp rond de samenkomst van een aantal wegen en paden gebouwd. De oude es is nog duidelijk aanwezig in het centrum van Lattrop. De driehoeksvorm in het stratenpatroon is opvallend. Zoals hiervoor is aangegeven ligt het aannemersbedrijf op de rand van het stedelijk gebied en het landelijk gebied. In onderstaande luchtfoto (figuur 2.1) is het bedrijfsperceel weergegeven.
Figuur 2.1: Het bedrijfsperceel in kwestie (bron: atlasvanoverijssel.nl)
2.2 Toekomstige situatie Voor de realisatie van het kantoor zal een deel van de bestaande bedrijfsbebouwing elders herbouwd worden. Zo wordt de bedrijfswoning verplaatst en omgezet naar een reguliere woning. Op de locatie van de nieuwe woning staat bebouwing dat verwijderd zal worden. Om voldoende ruimte voor opslag te houden zullen op het zuidelijke gedeelte een bestaande schuur herbouwd worden en wordt er een schuur toegevoegd. Daarnaast wordt een vergroting van de bedrijfshal meegenomen, zodat bij ruimtegebrek de hal uitgebreid kan worden. De bestaande ontsluiting van het bedrijfsperceel wordt gehandhaafd. Ten zuiden van het kantoor zal een parkeerplaats ingericht worden voor bezoekers. Ten zuiden en ten oosten van de bedrijfshal bevindt zich een parkeerplaats voor de medewerkers. Het bebouwingslint langs de Dorpsstraat kenmerkt zich door een afwisseling van individueel vormgegeven woningen met een kenmerkende maat en schaal met een relatief losse structuur. De te verplaatsing woning sluit aan op de kenmerken van het bebouwingslint. De positie van het kantoor komt op een losse manier te staan ten opzichte van de te verplaatsen woning. Vanaf de noordelijke entree van Lattrop zal er zicht bestaan op het kantoor in het groen. Het nieuwe kantoor is op de straat gericht en is het visitekaartje van het bedrijf. Het kantoor wordt onder architectuur gebouwd.
Hiermee wordt niet alleen een positieve impuls aan de herkenbaarheid van het bedrijf gegeven, maar ook aan de entree van Lattrop. In onderstaande schetsen is de toekomstige situatie weergegeven.
bestemmingsplan Lattrop, uitbreiding Dorpsstraat 91
11
Figuur 2.2: Situatietekening toekomstige situatie plangebied (bron: Leferink Architecten BNA BV)
Figuur 2.3: Situatietekening toekomstige situatie plangebied (bron: Leferink Architecten BNA BV)
12
bestemmingsplan Lattrop, uitbreiding Dorpsstraat 91
Hoofdstuk 3
Beleid
3.1 Rijksbeleid 3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.
Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het uitbreiden van een lokaal geworteld aannemersbedrijf binnen bestaand bebouwd gebied. Het zorgt voor werkgelegenheid en bouwnijverheid in het landelijk gebied. De ontwikkeling past daarmee binnen de prioriteiten van de NOVI. 3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling.
Onderhavig plan Voorliggend bestemmingsplan maakt de uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein aan de Dorpsstraat 91 in Lattrop-Breklenkamp mogelijk. Gelet op de huidige planologische mogelijkheden biedt onderhavig bestemmingsplan meer bouwmogelijkheden.
bestemmingsplan Lattrop, uitbreiding Dorpsstraat 91
13
Op grond van vaste jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2014:1442) dient een uitbreiding met een ruimtebeslag van meer dan 500 m² aan bedrijventerrein aangemerkt te worden als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Onder de huidige planologische mogelijkheden is er aan de noordzijde van het bestemmingsvlak een bouwvlak opgenomen met een oppervlak van circa 1.065 m² en een aanduiding ten behoeve van een overkapping met een oppervlak van circa 420 m². Ook is er een bouwvlak opgenomen ter hoogte van de huidige bedrijfshal en het kantoor met een oppervlak van circa 2320 m². Samen komt dit neer op circa 3.800 m². Middels voorliggend bestemmingsplan wordt het bouwvlak ter hoogte van de huidige bedrijfshal en het kantoor vergroot tot circa 2940 m² en wordt een bouwvlak opgenomen voor een opslaggebouw met een oppervlakte van ca. 1.062 m2. De toename aan planologische bouwmogelijkheden neemt derhalve toe met 1.681 m². Het ruimtebeslag van onderhavig bestemmingsplan is groter dan 500 m², waardoor sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hierdoor moet worden aangetoond dat er behoefte is aan de uitbreiding. Bestaand stedelijk gebied In artikel 1.1.1. onder h van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip 'bestaand stedelijk gebied' vastgelegd.
Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Het plangebied maakt deel uit van de bestaande stedenbouwkundige samenstelling van het centrumgebied. Gezien het vorenstaande is het plangebied dan ook aan te merken als bestaand stedelijk gebied. Wanneer de behoefte aan de ontwikkeling wordt aangetoond wordt er voldaan aan de Ladder en hoeft er niet naar de beschikbaarheid en geschiktheid van andere locaties gekeken te worden. Behoefte De uitbreiding van het bedrijventerrein is het gevolg van ruimtegebrek op het huidige bedrijventerrein aan de Dorpsstraat 91 in Lattrop-Breklenkamp. Dit is ook wel te zien aan het feit dat er in het verleden ook een uitbreidingsplan is geweest voor deze locatie. Men heeft in de laatste jaren diverse investeringen gemaakt in het bedrijf om aan voorwaarden te kunnen voldoen ten aanzien van moderne en concurrerende bedrijfsvoering, waaronder uitstraling, kwaliteit, voorraadbeheer, flexibiliteit en efficiency. Het bestaande kantoor is sterk verouderd en past niet meer daarbinnen. Tevens is er momenteel onvoldoende kantoorruimte op het terrein. Daarom is een nieuw kantoorgebouw noodzakelijk.
Daarbij wordt het bouwvlak ter hoogte van de bestaande bedrijfshal doorgetrokken, zodat de hal kan worden uitgebreid als dat nodig is. Daarmee wordt op voorhand ingespeeld op toekomstige ontwikkelingen van het bedrijf en hoeft in plaats van een lange ruimtelijke procedure enkel een aanvraag omgevingsvergunning te worden ingediend. Voor het bemachtigen van een goede concurrentiepositie in Lattrop-Breklenkamp is de uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein aan de Dorpsstraat 91 dus een noodzaak. Daarbij is onderzocht of een vestiging op een andere locatie mogelijk is. Dit is echter niet wenselijk, omdat dit ten koste gaat van de bedrijfsvoering van het bedrijf en herkenbaarheid voor klanten. Bovendien zijn de gronden waar uitbreiding plaatsvindt al in eigendom van initiatiefnemer, waardoor de kosten voor het aankopen van bedrijfsgronden waarbij vaak een hoofdprijs wordt gevraagd bespaard worden en deze aan het ontwikkelen van de bestaande locatie kunnen worden besteed. Door op de bestaande locatie uit te breiden kan hierdoor een langdurige vestiging worden gegarandeerd en is dit goed voor het bedrijfsleven in een klein dorp als Lattrop-Breklenkamp. Resumerend wordt geconcludeerd dat de beoogde uitbreiding van het bedrijventerrein het gevolg is van een actuele marktvraag en onderbouwd is volgens de vereisten vanuit de Ladder voor Duurzame Verstedelijking.
Daarbij is aangetoond dat een vestiging op een andere locatie vanuit de bedrijfsvoering niet wenselijk is, maar financieel en economisch gezien ook niet gezond is. Op basis van het vorenstaande wordt geacht dat voorliggend plan in overeenstemming is met de ladder voor duurzame verstedelijking.
3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. 14
bestemmingsplan Lattrop, uitbreiding Dorpsstraat 91
3.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts.
De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.
bestemmingsplan Lattrop, uitbreiding Dorpsstraat 91
15
Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. Hierna worden de relevant zijnde beleidskeuzes beschreven. Artikel 2.1.2 Principe van concentratie Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen. Doorwerking voor voorliggend plan: Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld voor een bestaand lokaal geworteld bedrijf in Lattrop dat behoefte heeft aan meer kantoorruimte en aan de achterzijde van het bedrijfsperceel aan extra bedrijfsruimte ten behoeve van een goede bedrijfsvoering. Daarbij wordt de eigen ruimte benut en vindt er deels uitbreiding plaats van de bedrijfsbestemming ten koste van de woonbestemming.
Aangezien sprake is van het vervullen van een lokale behoefte binnen bestaand bebouwd gebied, wordt er voldaan aan het principe van concentratie als bedoeld in artikel 2.1.2 uit de omgevingsverordening van de provincie Overijssel. Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik lid 1 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.
16
bestemmingsplan Lattrop, uitbreiding Dorpsstraat 91
lid 2 Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Doorwerking voor voorliggend plan: Voorliggend plan vindt plaats binnen bestaand bebouwd gebied, waarbij de Groene Omgeving niet wordt belast. Daarbij vindt eerst sloop plaats op eigen terrein om ruimte te maken voor het kunnen positioneren van de nieuwbouw. Geacht wordt hiermee dat voldaan wordt aan het principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik als bedoeld in artikel 2.1.3. uit de omgevingsverordening van de provincie Overijssel. artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Doorwerking voor voorliggend plan: Een eerste erfopzet is beoordeeld door het Kwaliteitsteam van de gemeente. Deze is in de basis akkoord bevonden door het Kwaliteitsteam.
Ten aanzien van de afstemming op de bebouwingskenmerken van het bebouwingslint langs de Dorpsstraat behoefde het plan nog aandacht op de plek/positie van de nieuwe woning en de geveltypologie van het kantoor. De woning staat in de definitieve erfopzet in vergelijking met de eerste erfopzet losser ten opzichte van het kantoor. De uitwerking van de geveltypologie wordt verticaal gericht met een kleinere schaal/beukmaat. Geacht wordt hiermee dat voldaan wordt aan de bebouwingskenmerken van het bebouwingslint langs de Dorpsstraat en dat de ruimtelijke kwaliteit niet wordt aangetast. Aan artikel 2.1.5 uit de omgevingsverordening van de provincie Overijssel wordt derhalve voldaan. Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke omgeving van belang. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven. Het plangebied is globaal aangeduid met een rode markering.
Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel)
bestemmingsplan Lattrop, uitbreiding Dorpsstraat 91
17
Het plangebied ligt binnen het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken'. De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Doorwerking voor voorliggend plan: Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om de uitbreiding van een bestaand lokaal geworteld bedrijf in Lattrop, dat behoefte heeft aan meer kantoor- en bedrijfsruimte, mogelijk te maken.
Aangezien er wordt gebouwd voor de lokale behoefte aan werken, doet voorliggend plan geen afbreuk aan het eigen karakter van het gebied. De verwachting is dat het plan geen extra belemmeringen oplevert voor functies in de omgeving. In Hoofdstuk 4 wordt hierop nader ingegaan. Gebiedskenmerken Natuurlijke laag De natuurlijke laag geeft aan het gebied het kenmerk 'Dekzandvlakte en ruggen' (zie figuur 3.3). Het plangebied is globaal aangeduid met een rode markering.
Figuur 3.3: Natuurlijke laag, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/ nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. Als ontwikkelingen plaatsvinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. Doorwerking voor voorliggend plan: Het plangebied is reeds in gebruik en bebouwd. Met voorliggend plan wordt deze situatie niet anders. Met eventuele zichtbare hoogteverschillen is in het verleden al zoveel mogelijk rekening gehouden. Een watersysteem is niet zichtbaar. Geacht wordt hiermee dat voldaan wordt aan de ambities van de natuurlijke laag. 18
bestemmingsplan Lattrop, uitbreiding Dorpsstraat 91
Laag van het agrarisch cultuurlandschap De laag van het agrarisch cultuurlandschap kent het kenmerk 'Oude Hoevenlandschap' aan het gebied toe. In figuur 3.4 is een fragment van de betreffende kaart weergegeven. Het plangebied is globaal aangeduid met een rode markering.
Figuur 3.4: Laag van het agrarische cultuurlandschap, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Het Oude hoevenlandschap kenmerkt zich door een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen 'bezet' waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat dezelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen: de erven met erfbeplanting; open es(je); beekdal; voormalige heidevelden; de mate van openheid en kleinschaligheid. Doorwerking voor voorliggend plan: Het terrein is in het verleden reeds ingepast, waarbij rekening is gehouden met de aanwezige landschappelijke kwaliteiten. Met de realisatie van nieuwe bebouwing binnen bestaand bebouwd gebied wordt er geen afbreuk gedaan aan het oude hoevenlandschap.
Geacht wordt hiermee dat voldaan wordt aan de ambities van de laag van het agrarische cultuurlandschap. Stedelijke laag De stedelijke laag kent het kenmerk 'Woonwijken 1955 - nu' aan het gebied toe. In figuur 3.5 is een fragment van de betreffende kaart weergegeven. Het plangebied is globaal aangeduid met een rode markering.
bestemmingsplan Lattrop, uitbreiding Dorpsstraat 91
19
Figuur 3.5: stedelijke laag, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) De woonwijken van 1955 tot nu zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De functies (wonen, werken, voorzieningen centra) zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter: buurten met eengezins woningen, flatwijken, villawijken,wijk(winkel)centra. Er is sprake van een tijdsgebonden verkavelingsstructuur op basis van verschillende ordeningsprincipes. Als ontwikkelingen plaatsvinden in de naoorlogse woonwijken, dan voegt nieuwe bebouwing zich in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel (patroon van o.a. wooneenheden en parken), maar is als onderdeel daarvan wel herkenbaar. De groenstructuur is onderdeel van het wijkontwerp. Doorwerking voor voorliggend plan: Hoewel het plangebied zich niet in een naoorlogse woonwijk bevindt, wordt de nieuwe bebouwing aangesloten op het bestaande bebouwingslint langs de Dorpsstraat in Lattrop. Dit heeft geresulteerd tot bebouwing in een losse structuur die qua maat en schaal op omliggende bebouwing is afgestemd. Geacht wordt dat hiermee voldaan wordt aan de ambities van de stedelijke laag. Laag van de beleving De laag van de beleving kent het kenmerk 'Donkerte' aan het gebied toe. In figuur 3.6 is een fragment van de betreffende kaart weergegeven.
Het plangebied is globaal aangeduid met een rode markering.
20
bestemmingsplan Lattrop, uitbreiding Dorpsstraat 91
Figuur 3.6: Laag van de beleving, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) De donkere gebieden zijn de gebieden waar het ‘s nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief ‘luwe’ dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. In de donkere gebieden dienen alleen minimaal noodzakelijke kunstlicht toegepast te worden. Dit vereist het selectief inzetten en ‘richten’ van kunstlicht. Bij ontwikkelingen in het buitengebied is er veel aandacht voor het vermijden van onnodig kunstlicht. Doorwerking voor voorliggend plan: Voorliggend plan houdt zoveel mogelijk rekening met de laag van de beleving door alleen noodzakelijke lichtbronnen mogelijk te maken. Geacht wordt hiermee dat voldaan wordt aan de laag van de beleving. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1
Omgevingsvisie Dinkelland
De gemeenteraad van de gemeente Dinkelland heeft op 31 maart 2021 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' vastgesteld. Deze visie gaat over de toekomst van de leefomgeving van de gemeente Dinkelland, waarbij wordt ingegaan op diverse thema's (o.a. leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid). De visie geeft aan hoe de gemeente Dinkelland en samenleving willen sturen. Wat moet er behouden worden, wat moet er versterkt worden en wat moet er worden ontwikkeld. De omgevingsvisie 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' gaat uit van vier kernprincipes. Dit zijn manieren van werken: werkwijzen die altijd gelden. De vier principes zijn: 1. We doen het samen; 2. We geven het goed voorbeeld; 3. We wentelen niet af op volgende generaties; 4. We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. Wij werken aan ruimte voor ondernemen De gemeente Dinkelland zorgt voor voldoende ontwikkelruimte voor bedrijven en voor plekken waar bedrijven zich kunnen vestigen. Zo wordt bijgedragen aan de werkgelegenheid en kunnen verschillende soorten bedrijvigheid ontstaan. De gemeente Dinkelland streeft naar levendige compacte kernwinkelgebieden. Voor duurzame, kansrijke
bestemmingsplan Lattrop, uitbreiding Dorpsstraat 91
21
initiatieven levert de gemeente maatwerk. Daarbij ligt de nadruk op het behouden en versterken van het lokale bedrijfsleven. Samenvattend gaat de gemeente voor: Goede vestigings- en ontwikkelingsmogelijkheden voor het bedrijfsleven Het faciliteren van ondernemers met als principe “ja- tenzij”. Goede vestigings- en ontwikkelingsmogelijkheden: Goede vestigingsmogelijkheden voor het bedrijfsleven betekent dat wordt ingezet op voldoende en passende bedrijventerreinen. En op een goede bereikbaarheid. Leegstand moet daarbij zoveel mogelijk worden voorkomen. Meer uitgebreid gaat het om het volgende: Het doel is om het aanbod aan bedrijfsgrond aan te laten sluiten bij de vraag. In principe moeten ondernemers en/of bedrijven met een ruimtebehoefte binnen de gemeente een plek kunnen vinden. Of dit lukt is mede afhankelijk van de aard en omvang van het bedrijf. Als er veel vraag is kijkt de gemeente of uitbreiding van bedrijfsterreinen nodig is. Daarbij wordt gekeken naar vraag en aanbod in de regio. Ook buiten de bedrijventerreinen wordt ingezet in voor voldoende, duurzame en passende ruimte (huisvesting) voor ontwikkelingen. Dit is maatwerk. De gemeente weegt de specifieke behoefte van ondernemers en bedrijven af en adviseert over de haalbaarheid van initiatieven. De gemeente streeft naar kwalitatieve verbeteringen.
Dit gaat bijvoorbeeld over het voorkomen van leegstand, een goede ontsluiting en een goede fysieke en digitale bereikbaarheid. Het faciliteren van ondernemerschap De gemeente geeft ondernemers de ruimte door in te zetten op maatwerk en door flexibiliteit te bieden. De gemeente vindt het belangrijk dat de juiste functies op de juiste plek terecht komen. Het slim combineren van functies vanuit een duidelijke visie biedt kansen. De ondernemers, de bedrijfsconsulent en het OndernemerServiceTeam zijn hierbij de spil, verbinden partijen aan elkaar en helpen met de juiste routes. Wij werken aan energieneutraal in 2050 De gemeente Dinkelland wil in 2050 energieneutraal zijn. Dit betekent dat er evenveel energie wordt opgewekt als gebruikt. Zo worden de verandering van het klimaat beperkt. Daarbij is iedereen nodig. Er zijn een aantal ondewerpen die de gemeente belangrijk vindt bij verduurzaming: duurzame energiebronnen wil de gemeente goed inpassen in het landschap. Het landschap van Dinkelland is belangrijk en is van betekenis voor landbouw, natuur en recreatie, daarnaast wil de gemeente de kosten van de energietransitie op een eerlijke en draagbare manier verdelen. Dat betekent dat gekeken wordt naar haalbare en betaalbare oplossingen.
Waarbij de lusten en lasten lokaal terugvloeien naar de inwoners, vanuit de Noord Oost Twentse samenwerking (gemeenten Tubbergen, Dinkelland, Losser en Oldenzaal) is er een nauwe samenwerking met de RES (Regionale Energie Strategie) waarin wordt samengewerkt met andere Twentse gemeenten. Daarnaast werkt de gemeente met veel partijen samen in het realiseren van de warmtevisie Toets Middels de in dit bestemmingsplan beschreven ontwikkeling wordt in eerste instantie bijgedragen aan het versterken van het lokale bedrijfsleven. Dit omdat de behoefte aan bedrijfsruimte op eigen terrein binnen de gemeente wordt vervuld. Daarmee wordt geen onnodig beslag gelegd op schaarse ruimte binnen bedrijventerreinen in de gemeente. Derhalve wordt geacht dat voorliggende ontwikkeling bijdraagt aan het speerpunt 'Wij werken aan ruimte voor ondernemen'. Met de beoogde ontwikkeling wordt het kantoor verplaatst en vergroot en mogelijk in de toekomst een uitbreiding van de bedrijfsgebouwen. De nieuwe gebouwen zullen gasloos worden gerealiseerd. Om te voorzien in de energiebehoefte zal er gebruik moeten worden gemaakt van zonnepanelen. Daarmee kan tevens worden bijgedragen aan een energieneutraal gemeente in 2050. Geacht wordt derhalve dat voorliggend plan bijdraagt aan speerpunt 'Wij werken aan energieneutraal in 2050'.
Naast de speerpunten dient getoetst te worden aan de waardenkaart uit de omgevingsvisie. In figuur 3.7 is een uitsnede opgenomen van de waardenkaart uit de omgevingsvisie van de gemeente Dinkelland. Het plangebied is globaal rood omcirkeld. Het plangebied ligt binnen 'Kernen Landelijk'. Hierbinnen is kleinschalige bebouwing verbonden met het buitengebied het uitgangspunt, met rafelige en afwisselende dorpsranden en een groene omgeving. In veel kernen, waaronder Lattrop, is de kerk het belangrijkste gebouw in het dorpssilhouet. Onderhavige ontwikkeling doet geen afbreuk aan deze waarden.
22
bestemmingsplan Lattrop, uitbreiding Dorpsstraat 91
Figuur 3.7: Uitsnede waardenkaart Omgevingsvisie Dinkelland (bron: gemeente Dinkelland) 3.3.2
Woonvisie 2021+ gemeente Dinkelland
Wonen is een belangrijk thema voor de inwoners van de gemeente Dinkelland. Om ervoor te zorgen dat er ook op termijn voldoende woningen in alle segmenten én in alle kernen blijft, wordt om de 4 jaar de gemeentelijke Woonvisie opgesteld. Eind 2020 liep de Woonvisie 2016+ ten einde. De Woonvisie 2021+ is de opvolger van de in 2016 door de raad vastgestelde Woonvisie 2016+ en is gebaseerd op de nieuwe cijfers, trends en ontwikkelingen op de woningmarkt. De Woonvisie 2021+ is op 5 juli 2021 door de gemeenteraad van Dinkelland vastgesteld. De nieuwe woonvisie biedt een goed kwantitatief en kwalitatief kader voor de woningbouwontwikkeling in de gemeente Dinkelland en dient als basis voor de prestatieafspraken met de corporatie. De trends en behoeften op het gebied van wonen zijn in diverse bijeenkomsten besproken met woningmarktpartners: ondernemers, belangenorganisatites, zorginstellingen en inhoudelijk deskundigen zoals makelaars, projectontwikkelaars, woningcorporaties en kernraden.
De woonvisie gaat over: woningbouw om te voorzien in de vraag; zowel kwantitatief als kwalitatief en op de juiste plaats; voldoende en passende huurwoningen in de zin van betaalbaarheid en kwaliteit; het verbeteren van de bestaande voorraad zowel qua duurzaamheid als levensloopgeschiktheid; voorzien in de toenemende vraag naar wonen met zorg in de verschillende gradaties; voorzien in de verschillende woonbehoeftes als huisvesting van arbeidsmigranten, statushouders en
bestemmingsplan Lattrop, uitbreiding Dorpsstraat 91
23
woonwagenbewoners. De provincie heeft in de Regionale Woonagenda Twente aangegeven meer te sturen op kwaliteit, waarbij aangegeven wordt dat onderbouwd moet worden dat dit past binnen de onderbouwde lokale behoefte. In het kader van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking (bouwen voor concrete behoefte) is het noodzakelijk ook te sturen op kwantiteit. Er is een bandbreedte van de toekomstige woningbehoefte tot 2030 berekend op basis van diverse prognosemodellen. Voor de komende jaren wordt uitgegaan van een woningbehoefte tussen de +225 en +800 woningen voor de periode 2021-2030. Voor deze woonvisie wordt uitgegaan van de middeling van deze bandbreedte. Dit betekent dat wordt uitgegaan van een woningbehoefte van 515 woningen voor de periode 2020-2030. Daarbij zal het grootste deel van de vraag gericht zijn op het bedienen van de lokale behoefte, maar er wordt tevens rekening gehouden met instroom van vestigers. Om te kunnen voorzien in de woningbehoefte én als impuls voor de leefbaarheid en vitaliteit van kernen is het van belang dat er in alle kernen van Dinkelland kan worden gebouwd. Derhalve zal het woningbouwprogrammer per kern in meerdere en kleinere plannen worden weggezet, waardoor goed kan worden bijgestuurd als dat nodig blijkt. In kwalitatieve zin ligt de nadruk op woningen voor starters en ouderen, zowel in het betaalbare als middensegment.
Op basis van in de woonvisie onderbouwde toekomstige woonbehoefte is een verdeling gemaakt. Om flexibel in te kunnen spelen op de vraag is de verdeling zoals ook reeds in het uitvoeringsprogramma opgenomen gehandhaafd - grote kernen, kleine kernen, buitengebied, en knelpunten transformatie. Tot slot bevat de Woonvisie 2021+ een Kwaliteitskader om te beoordelen of plannen van ontwikkelende partijen goed aansluiten bij de marktvraag. Dit Kwaliteitskader wordt tweejaarlijks bijgesteld op basis van verzamelde informatie over het functioneren van de woningmarkt en informatie van marktpartijen. Het kwaliteitskader bestaat uit een woningbehoefteprofiel per doelgroep (starters, doorstromers, gezinnen, senioren) op gemeenteniveau, nader uitgewerkt naar een profiel per kern. Toets Bij de omzetting van de bedrijfswoning in een reguliere burgerwoning wordt geen aanspraak gedaan op de wooncontingenten. Geacht wordt dat de woonvisie van de gemeente Dinkelland niet van toepassing is. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging in overeenstemming is met de omgevingsvisie van de gemeente Dinkelland. De Woonvisie 2021+ is niet van toepassing, omdat geen aanspraak wordt gedaan op de wooncontingenten.
24
bestemmingsplan Lattrop, uitbreiding Dorpsstraat 91
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.
4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd.
Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r., is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Toets De voorgenomen ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt door het partieel herzien van het geldende bestemmingsplan. Dit betekent dat voorliggende ontwikkeling m.e.r.-(beoordelings)plichtig is, indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden. In dit geval is sprake van een ontwikkeling die niet wordt genoemd in onderdeel C van het Besluit m.e.r. en is daarom niet direct m.e.r.-plichtig.
Op basis van onderdeel D kan de in dit plan besloten ontwikkeling worden aangemerkt als: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein; De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. Het begrip 'industrieterrein' is beperkter dan het begrip 'bedrijventerrein' dat voor de wijziging van het Besluit m.e.r. in 2011 in deze categorie was opgenomen. Voor de vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject (categorie D 11.2) kan volgens de voorzieningenrechter van de Afdeling (Vzr. ABRvS, ECLI:NL:RVS:2016:3279, d.d. 7 december 2016) aansluiting worden gezocht bij de definitie van het begrip 'stedelijke ontwikkeling' in art. 1.1.1, eerste lid onder i. van het Besluit ruimtelijke ordening. Deze definitie luidt als volgt: "stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van
bestemmingsplan Lattrop, uitbreiding Dorpsstraat 91
25
kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." De ontwikkeling in dit bestemmingsplan is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien de volgende drempelwaarden worden overschreden: een oppervlakte van 100 hectare of meer; een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of; een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Gezien de drempelwaarden kan worden geconcludeerd dat voor dit bestemmingsplan (toename bedrijventerrein oppervlakte 2.500 m2) geen sprake is van een m.e.r.-beoordelingsplicht aangezien de drempelwaarden niet worden overschreden. Echter, per 16 mei 2017 is een aanmeldnotitie nodig wanneer sprake is van een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Dit geldt voor alle ruimtelijke ontwikkelingen die voorkomen in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. maar onder de drempelwaarden blijven (en daarmee niet planMER-plichtig zijn). Er is geen ondergrens wat betreft het plan zelf, dus ook bij de ontwikkeling van onderhavig plan. Derhalve is een aanmeldnotitie m.e.r. opgesteld. De aanmeldnotitie m.e.r. is als Bijlage 1 bij de toelichting van dit bestemmingsplan opgenomen. De beoordeling is in Bijlage 6 van deze toelichting opgenomen.
Uit deze beoordeling wordt geconcludeerd dat, op basis van de beoordeling van kenmerken en locatie van het project en de kernmerken van het potentiële effect van het project, er geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Het opstellen van een milieueffectrapportage is niet nodig. Op 1 december 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dinkelland besloten dat bij de voorbereiding van het bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 3.1, lid 1 de Wet ruimtelijke ordening, voor de locatie Dorpsstraat 91 te Lattrop, vanwege het ontbreken van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, geen milieueffectrapport hoeft te worden opgesteld. Het Besluit vormvrije m.e.r.-beoordeling Dorpsstraat 91, Lattrop is als @ bij de toelichting van dit bestemmingsplan opgenomen. Uit het besluit blijkt dat er als gevolg van het bestemmingsplan geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden, waardoor het niet noodzakelijk is om een milieueffectrapport op te stellen.
4.2 Milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.
De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.
26
bestemmingsplan Lattrop, uitbreiding Dorpsstraat 91
Figuur 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering Toets Gelet op het feit dat de af te splitsen, tevens te verplaatsen woning zich in de directe nabijheid bevindt van het aannemersbedrijf, de Dorpsstraat een relatief druk bereden straat voor her dorp is en de omgeving zich niet uitsluitend kenmerkt door woningen (detailhandel, school, de kerk), kan redelijkerwijs worden uitgegaan van het omgevingstype 'gemengd gebied'. Dit betekent dat de adviesafstand met één afstandsstap verlaagd kan worden, dit m.u.v. de adviesafstand voor het aspect gevaar. Bij de realisatie van een nieuwe functie/bestemming dient te worden gekeken naar de omgeving waarin de ontwikkeling wordt gerealiseerd. Daarbij gaat het om de externe werking en de interne werking: 1. past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); 2. laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking). Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden onevenredig wordt aangetast. De functie ‘wonen’ is niet milieubelastend voor de omgeving. Het wijzigen van de bedrijfswoning naar een reguliere woning brengt dan ook geen aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden met zich mee.
Op basis van de VNG uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' valt het Aannemersbedrijf Warmes BV onder milieucategorie 3.1, waardoor een grootste richtafstand van 50 meter geldt voor het aspect 'Geluid'. Vanwege de ligging in gemengd gebied mag de richtafstand verlaagd worden naar 30 meter. Daarnaast bestaat er, uitgaande van gemengd gebied, een richtafstand van 0 meter voor geur, een richtafstand van 10 meter voor gevaar en een richtafstand van 10 meter voor stof. Ten aanzien van de bestaande woningen aan de Dorpsstraat 83 en 85, en ook de te verplaatsen voormalige bedrijfwoning, wordt de genoemde afstand van 30 meter voor het aspect geluid niet behaald. Derhalve dient een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd, waarin de geluidbelastingen van de bedrijfsgeluiden van het Aannemersbedrijf Warmes BV op de gevels van de nieuwe woning en bestaande woningen uitgezocht moeten worden. Munsterhuis Geluidsadvies heeft op 6 juli 2023 een akoestisch rapport geschreven, waarin de uitvoering van het bovengenoemde akoestisch onderzoek is beschreven. Het rapport is als bijlage 4 opgenomen in het voorliggende bestemmingsplan. Kortheidshalve wordt voor de concrete inhoud verwezen naar bijlage 4 en voor de belangrijkste conclusies naar onderstaande.
Op basis van onderhavig akoestisch onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau bedraagt ter plaatse van de nabij gelegen toekomstige woning maximaal 40 dB(A) in de dagperiode en bij de bestaande woningen maximaal 39 dB(A). De ambitiewaarden uit het geluidbeleid van de gemeente voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en de norm uit de VNG (stap 2) worden ter plaatse van de toekomstige woning en bestaande woningen niet overschreden. Een goed woon en leefklimaat is hierbij dus gewaarborgd. De normen voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau uit het activiteitenbesluit worden ter plaatse van de toekomstige woning en bestaande woningen eveneens niet overschreden. Uit de berekeningsresultaten blijkt dat het maximale geluidniveau ter plaatse van de toekomstige woning maximaal 68 dB(A) bedraagt in de dagperiode. Maatgevend is de bestelwagen. De grenswaarden uit het activiteitenbesluit voor het maximale geluidniveau worden ter plaatse van de
bestemmingsplan Lattrop, uitbreiding Dorpsstraat 91
27
toekomstige woning niet overschreden. Er wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarden vanwege de indirecte geluidhinder op de openbare weg. Voor een aantal woningen zijn extra rekenpunten opgenomen in de tuinen met een beoordelingshoogte van 1,5 meter. Uit de resultaten blijkt dat er aan goede ruimtelijke ordening wordt voldaan. Voor de beoordeling aan het activiteitenbesluit kunnen deze extra punten buiten beschouwing worden gelaten. Voor het aspect geluid is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Zoals eerder uiteengezet bestaat er, uitgaande van gemengd gebied, een richtafstand van 0 meter voor geur, een richtafstand van 10 meter voor gevaar en een richtafstand van 10 meter voor stof. Voor de omliggende woningen geldt dat de afstand van het bouwvlak tot aan de bedrijfsbestemming meer dan 10 meter is waardoor voldaan kan worden aan de richtafstanden van de aspecten gevaar en stof. Gelet op de hierboven opgesomde conclusies wordt geconcludeerd dat sprake is van een aanvaardbaar woonen leefklimaat ter plaatse van de milieugevoelige objecten in de omgeving van het plangebied. Het woon- en leefklimaat van omwonenden wordt niet onevenredig aangetast. Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functie hinder ondervindt van bestaande milieubelastende functies in de omgeving.