Beleidsregels Wmo Dinkelland 2021.pdf
Tekst van het document
16.1 Inwerkingtreding en citeertitel 1. De beleidsregels treden in werking op 1 juli 2021 onder gelijktijdige intrekking van de Gemeente Dinkelland; Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2020. 2. De beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Dinkelland 2021.
Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van Dinkelland van 18 mei 2021 De secretaris,
De burgemeester,
G. van Hofwegen
J.G.J. Joosten
Versie 2, 9 mei 2021
79
Bijlagen I Onderzoek naar (dreigende) overbelasting Algemeen Het college onderzoekt als daar aanleiding voor is of er in de individuele situatie moet worden afgeweken van de algemene regels. Reden om in de individuele situatie af te wijken, kan zijn dat degene van wie wordt verwacht dat hij taken of activiteiten overneemt in het kader van gebruikelijke hulp, overbelast dreigt te raken. Ook kan het college onderzoek laten doen naar de (dreigende) overbelasting van de mantelzorger. Overbelasting is: meer belasten dan het prestatievermogen toelaat. In medische kringen praten we over het(on)evenwicht tussen draagkracht (belastbaarheid) en draaglast (belasting). Overbelasting kan veroorzaakt worden door een combinatie van symptomen van lichamelijke of psychische aard en wordt bepaald door in- en uitwendige factoren.
Factoren die van invloed zijn op de draagkracht • lichamelijke conditie huisgenoot/mantelzorger • geestelijke conditie huisgenoot/mantelzorger • wijze van omgaan met problemen (coping) • motivatie voor ondersteunings- en/of zorgtaak • sociaal netwerk Factoren die van invloed zijn op de draaglast • omvang en mate van (on)planbaarheid van ondersteuningstaken; ziektebeeld en prognose • inzicht van persoon in ziektebeeld van de cliënt • woonsituatie • bijkomende sociale problemen • bijkomende emotionele problemen • bijkomende relationele problemen Onderzoek naar de draaglast en draagkracht Het kan soms heel duidelijk zijn dat de huisgenoot/mantelzorger overbelast is. Is dit minder duidelijk, dan zal hier in het gesprek, maar zeker bij de beoordeling van de aanspraak (indicatie) duidelijkheid over moeten komen. De beperkingen in de belastbaarheid vanwege de gezondheid worden in principe beoordeeld door een deskundige. In voorkomende gevallen kan het opnemen van contact met de behandelende sector volstaan om hierover een oordeel te vormen. In andere gevallen zal om een extern medisch advies moeten worden gevraagd. Symptomen die zouden kunnen wijzen op overbelasting Diverse symptomen zijn waar te nemen bij (dreigende) overbelasting. De mate waarin ze zich manifesteren, zal van persoon tot persoon verschillen.
Bedenk daarnaast dat het hierbij veelal om aspecifieke symptomen gaat die ook bij andere stoornissen kunnen passen. Dit is een van de redenen waarom de beoordeling hiervan bij een deskundige moet worden neergelegd. Het bestaan van deze symptomen moet dus als een mogelijk signaal worden opgevat. Mogelijke symptomen van overbelasting zijn: • Gespannen spieren, vaak in schoudergordel en rug. • Hoge bloeddruk. • Gewrichtspijn. • Gevoelens van slapte. • Slapeloosheid.
Versie 2, 9 mei 2021
80
• • • • • • • • • • • • • • • • • • •
Migraine, duizeligheid. Spierkrampen. Verminderde weerstand, ziektegevoeligheid. Opvliegingen. Ademnood en gevoelens van beklemming op de borst. Plotseling hevig zweten. Gevoelens van beklemming in de hals. Spiertrekkingen in het gezicht. Verhoogde algemene prikkelbaarheid, boosheid, (verbale) agressie, zwijgen. Ongeduld. Vaak huilen. Neerslachtigheid. Isolering. Verbittering. Concentratieproblemen. Dwangmatig denken, niet meer kunnen stoppen. Rusteloosheid. Perfectionisme. Geen beslissingen kunnen nemen. Denkblokkades.
II Richtlijn gebruikelijke hulp van ouder(s) voor minderjarige kinderen Kinderen van 0 tot 3 jaar hebben bij alle activiteiten zorg van een ouder nodig; hebben ouderlijk toezicht zeer nabij nodig; zijn in toenemende mate zelfstandig in bewegen en verplaatsen; hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling; hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden. Kinderen van 3 tot 5 jaar kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan binnenshuis korte tijd op gehoorafstand (bijv. ouder kan was ophangen in andere kamer); hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling; kunnen zelf zitten, en op gelijkvloerse plaatsen zelf staan en lopen; ontvangen zindelijkheidstraining van ouders/verzorgers; hebben gedeeltelijk hulp en volledig stimulans en toezicht nodig bij aan- en uitkleden, eten en wassen, in- en uit bed komen, dag- en nachtritme en dagindeling bepalen; hebben begeleiding nodig bij hun spel en vrijetijdsbesteding; zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te begeven; hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.
Kinderen van 5 tot 12 jaar hebben een reguliere dagbesteding op school, oplopend van 22 tot 25 uur/week; kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan op enige afstand (bijv. kind kan buitenspelen in directe omgeving van de woning als ouder thuis is); hebben toezicht, stimulans en controle nodig en vanaf 6 jaar tot 12 jaar geleidelijk aan steeds minder hulp nodig bij hun persoonlijke verzorging;
Versie 2, 9 mei 2021
81
hebben hulp nodig bij het gebruik van medicatie. Bij jonge(re) kinderen is het zo dat ouders de medicatie in principe toedienen; hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling en bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid; zijn overdag zindelijk, en 's nachts merendeels ook; ontvangen zo nodig zindelijkheidstraining van de ouders/verzorgers; hebben begeleiding van een volwassene nodig in het verkeer wanneer zij van en naar school, activiteiten ter vervanging van school of vrije tijdsbesteding gaan; hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden. Kinderen van 12 tot 18 jaar hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen; kunnen vanaf 12 jaar enkele uren alleen gelaten worden; kunnen vanaf 16 jaar dag en nacht alleen gelaten worden; kunnen vanaf 18 jaar zelfstandig wonen; hebben bij hun persoonlijke verzorging geen hulp en maar weinig toezicht nodig; hebben tot 18 jaar een reguliere dagbesteding op school/opleiding; hebben bij gebruik van medicatie tot hun 18e jaar toezicht, stimulans en controle nodig; hebben begeleiding en stimulans nodig bij ontplooiing en ontwikkeling (bv.
huiswerk of het zelfstandig gaan wonen); hebben tot 18 jaar een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.
Versie 2, 9 mei 2021
82