CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2026 Dinkelland definitief.pdf

Gemeenteraad 11 november 2025, gemeente DinkellandBij agendapunt: 3: Voorstel inzake vaststellen ontwerp-begroting 2026 gemeente Dinkelland33.817 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

1 alinea's met “bopa”: 1550

Kengetallen Binnen het programma Cultuur en recreatie maken we gebruik van de volgende kengetallen: •

Aantal historische wind- en watermolens: 7

•

Beschermde stads- en dorpsgezichten: 2

•

Gemeentelijke monumenten: 3,5 (per 1.000 inwoners)

•

Aantal musea: 5

•

Aantal bibliotheekfilialen: 4 (waarvan 2 dorpsbibliotheken gerund door inwoners)

•

Muziekonderwijs inclusief HaFaBra: 182

Actuele ontwikkelingen Samenwerking Visit Ootmarsum - Dinkelland en Visit Tubbergen De toeristische sector kenmerkt zich als een erg dynamische sector door het steeds wisselende consumenten- en vrijetijdsgedrag. Om Dinkelland optimaal te laten profiteren van de economische spin-off van de toerist is het belangrijk om strategische keuzes te maken. Visit Ootmarsum-Dinkelland houdt het consumenten- en vrijetijdsgedrag nauwlettend in de gaten en stemt haar marketing- en productontwikkeling hierop af. Uit diverse gesprekken met ondernemers uit de sector bleek dat Dinkelland en Tubbergen baat zouden hebben bij meer samenwerking. Toerisme stopt immers niet bij de gemeentegrens. Sinds 1 januari 2024 werken Visit Ootmarsum - Dinkelland en Visit Tubbergen dan ook intensiever samen. We spreken binnen deze samenwerking o.a. over zaken zoals een gedeelde back-office, gezamenlijke inkoop van licenties en producten, kennisuitwisseling en gezamenlijke promotie. Beide partijen ervaren de samenwerking als positief. De samenwerking wordt in 2026 voortgezet.

Cultureel erfgoed en gemeentelijke kunstcollectie Actuele ontwikkelingen, zoals de inwerkingtreding van de Omgevingswet, vragen om een nieuwe vorm van borging van het cultureel erfgoed. Daarom is het noodzakelijk dat er de komende jaren een cultuurhistorische waardenkaart wordt opgesteld. Ook is een herziening van de verouderde archeologische waardenkaart nodig en wordt het beheer van de collectie kunst- en erfgoedobjecten in eigendom van de gemeente verbeterd. Deze acties komen voort uit wettelijke plichten.

Beleidsindicatoren

73

Het programma Cultuur & recreatie kent geen verplichte beleidsindicatoren.

Begroting 2026: overzicht baten en lasten Programma Cultuur en recreatie * € 1000

Lasten Baten Saldo

Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie

241

0

-241

292

47

-245

71

0

-71

508

26

-482

282

0

-282

Kunstwerken in de openbare ruimte, kunstzinnige en culturele vorming, muziekonderwijs en herdenkingen en gedenkdagen Musea O.a. Los Hoes, 't Heemhoes, Huize Keizer en Educatorium Cultureel erfgoed O.a. stimulering en behoud van traditionele evenementen, 't Spoorhuuske, molens Media Bibliotheekvoorziening en lokale omroep Openbaar groen en (openlucht) recreatie O.a. Natura 2000 gebieden Begroot totaal saldo van baten en lasten (voor reserve mutaties)

1.393

73 -1.320

Mutaties reserves

0

122

122

Mutaties reserves

0

122

122

Begroot totaalresultaat (na reserve mutaties)

1.393

196 -1.198

Meerjarig financieel beeld: terugkijken Bedragen x €1.000

Rekening 2024

Programma Cultuur & recreatie

Begroting 2025 -1.108

Begroting 2026 -1.108

-1.198

Meerjarig financieel beeld: vooruitkijken Bedragen x €1.000

Begroting 2026

Programma Cultuur & recreatie

-1.198

Begroting 2027 -1.188

Begroting 2028 -1.113

Begroting 2029 -1.114

Programma Sociaal domein Portefeuillehouder Cel Severijn, Richard de Way, Rob Olde Kalter

Algemeen

74

Iedere inwoner moet in staat zijn om zo lang en zo veel mogelijk zelfredzaam te zijn. We hechten veel waarde aan het welzijn van onze inwoners. Daarnaast moeten inwoners zoveel mogelijk zelf de regie over hun leven kunnen voeren en mee kunnen doen in de samenleving. Waar dat kan op eigen kracht, of anders met hulp van mensen uit hun sociale netwerk. Inwoners die hiertoe niet (volledig) in staat zijn, bieden we ondersteuning om hun zelfregie en participatie te bevorderen. De ondersteuning is bij voorkeur zo licht en zo dichtbij mogelijk en preventief als het kan. In de gemeente Dinkelland werken we samen met verschillende organisaties om de zorg en ondersteuning voor onze inwoners zo optimaal mogelijk in te richten. Dit zijn bijvoorbeeld organisaties die reintegratietrajecten begeleiden en organisaties die vrij toegankelijke voorzieningen aanbieden, maar ook Veilig Thuis voor inwoners die te maken hebben met huiselijk geweld. We zetten in op vroegsignalering en het preventief aanpakken van problemen. Daarnaast kennen we verschillende regelingen voor inwoners met (tijdelijke) financiële problemen, bijvoorbeeld bijstand voor zelfstandige ondernemers en kindpakketten. We vinden het belangrijk dat inwoners de weg naar ondersteuning en hulpverlening gemakkelijk weten te vinden. Daarom werken we binnen het sociaal domein samen binnen Schakel.

Schakel is de toegang van het sociaal domein waarbinnen alle organisaties samenwerken en daardoor passende hulp- en ondersteuning kunnen bieden aan onze inwoners.

Kengetallen Binnen het programma Sociaal domein maken we gebruik van de volgende kengetallen: •

Percentage volledig gevaccineerde inwoners: 93,0% (volgens het RVP-vaccinatieschema)

•

Geen enkele vaccinatie: 3,4% (volgens het RVP-vaccinatieschema)

•

Huishoudens met bijstandsuitkeringen: 200

•

Werkloosheidspercentage 45-plussers: 1,5%

Actuele ontwikkelingen Wmo Toename gebruik voorzieningen en stijgen van uitgaven Ook voor 2026 verwachten we een toename van het aantal inwoners dat gebruik maakt van voorzieningen, ook de kostprijs van de uitstaande voorzieningen stijgt als gevolg van de inflatie. Wmoaanbieders hebben nog steeds moeite om voldoende personeel te vinden en de continuïteit van hun dienstverlening te waarborgen. CAK Het wetsvoorstel voor een inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage is controversieel verklaard en wordt daarom voorlopig niet verder behandeld door het demissionaire kabinet. Dit betekent dat de invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo per 2026 niet doorgaat. De verwachting is dat dit 2027 wordt. Visie Beschermd Wonen Centrumgemeente Enschede Er wordt uitvoering gegeven aan de hernieuwde regionale visie Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang Enschede. Uitgangspunt in de visie is dat inwoners zo zelfstandig mogelijk wonen en meedoen in de samenleving. Dit betekent dat inwoners in de toekomst, nog meer dan nu het geval is, langer zelfstandig kunnen blijven wonen in de wijk. Of weer sneller zelfstandig kunnen gaan wonen nadat ze tijdelijk in woning van een zorgaanbieder verbleven. Huis van Herstel Ook in 2026 en 2027 wordt het Huis van Herstel door de 14 Twentse gemeenten gefinancierd.

In het Huis van Herstel Twente kunnen Twentse mannen met complexe problematiek in de laatste fase van hun detentie toewerken naar een succesvolle terugkeer in de samenleving. In 2026 wordt de voorbereiding gedaan, zodat in 2027 een besluit kan worden genomen over structurele voortzetting van het Huis van Herstel na 2027.

75

Logeerzorg De verwachting is dat de pilot Logeerzorg in 2026 omgezet wordt in structurele ondersteuning. Met 13 andere Twentse gemeenten en Menzis zijn we in 2024 gestart met de pilot. Logeerzorg is een tijdelijke opvangmogelijkheid voor mensen die zorg en/of ondersteuning nodig hebben, waardoor hun mantelzorgers ontlast kunnen worden terwijl de zorg en/of ondersteuning gedurende een bepaalde periode wordt overgenomen. Wmo en Jeugd Verordeningen Jeugd en Wmo In het tweede kwartaal van 2025 is gestart met de actualisatie voor 2026 waarin onder meer nieuwe jurisprudentie voor Jeugd en Wmo wordt opgenomen. De nieuwe regels worden begin 2026 vastgesteld. Jeugd We zetten in op “van wonen en verblijf naar ambulant”. Zo thuis mogelijk, tenzij… dit doen we in goede samenwerking met de gespecialiseerde instellingen en ambulante jeugdhulp partners. Ook ontwikkelen we kleinschalige woonvoorzieningen voor als het thuis niet gaat. We zetten in op normaliseren, waarbij we kleine problemen klein houden en op een sterk preventieaanbod ter voorkoming van duurdere jeugdhulp en verstevigen van de samenwerking op dit terrein. Het aanbod is gericht op mentale weerbaarheid van kinderen/jongeren. Deze breiden we uit waar kan en stoppen we met wat niet werkt. Binnen het aanbod kennen we o.a.

SamenSTerk en Move-Up (beiden groepstrainingen gericht op mentale weerbaarheid), jongerenwerk, ondersteuning bij (complexe) scheidingen, steungezinnen waarbij gezinnen elkaar ondersteunen bij vragen en ontlasting. Bekostiging leerlingenvervoer Het vervoer van leerlingen in het speciaal onderwijs staat voor groeiende uitdagingen. Chauffeurstekorten en organisatorische knelpunten leiden regelmatig tot vertragingen en stress bij kinderen, mede door hun problematiek en gedrag in de taxibus. Tegelijkertijd zetten we in op meer verantwoordelijkheid bij ouders en leerlingen, om hun zelfredzaamheid te versterken. Daarom gaan we in 2026 de uitvoering van het Persoonlijk Vervoers Plan (PvP) verder uitrollen. Inburgering We lopen nog steeds achter op de taakstelling. Plannen voor de huisvesting van statushouders zijn in de maak voor 2026. Door landelijke ontwikkelingen, wijziging voorrang statushouders, is het onzeker hoe de taakstelling zal zijn voor 2026. We hebben tijdelijke capaciteitsuitbreiding voor het goed begeleiden van de caseload en voor het starten van de duale trajecten. Een werkconsulent (met specialisme statushouders) gaat voor deze doelgroep opzoek naar passende arbeidsplaatsen. Er zal een aanbesteding plaatsvinden voor maatschappelijke begeleiding.

Participatiewet Arbeidsmarkt In 2026 gaat de organisatie van de arbeidsmarkt Twente als Regionaal Werkcentrum Twente (RWC Twente) verder. In deze organisatie kunnen alle burgers en werkgevers met arbeidsmarkt vragen terecht. De regio heeft ervoor gekozen één fysieke centrale locatie te realiseren waar de backoffice van het RWC Twente zit en de frontoffice voor mensen die direct geholpen willen worden of uit de gemeente Hengelo komen. De overige gemeenten gaan alleen een inlooppunt realiseren. In onze gemeente zal dit inlooppunt gerealiseerd worden in Schakel. Sociale infrastructuur In het derde kwartaal van 2025 vindt besluitvorming plaats over de voortzetting van de regionale samenwerking met Ontplooj voor de periode na 1 oktober 2026. Wanneer de samenwerking met Ontplooj wordt voortgezet wordt 2026 gebruikt voor het herijking en optimalisatie van de samenwerkingsafspraken en de formalisatie middels een dienstverleningsovereenkomst.

76

Daarnaast zijn er voor de periode 2025 t/m 2034 aanvullende middelen beschikbaar t.b.v. de sociale infrastructuur. Lokaal en regionaal wordt onderzocht hoe deze middelen ingezet kunnen worden. Eind 2026 wordt hiervoor een plan van aanpak opgeleverd. Participatiewet in balans Het wetsvoorstel Participatiewet in balans is in het voorjaar 2025 in de Tweede Kamer aangenomen. Naar verwachting behandelt de Eerste Kamer het wetsvoorstel kort na de zomer van 2025. Dit betekent dat we in 2026 de eerste set aan maatregelen moeten implementeren. De huidige Participatiewet is te complex en gaat onvoldoende uit van vertrouwen. Het doel van de Participatiewet in Balans is om de Participatiewet te verbeteren. De Participatiewet in Balans heeft meer oog voor vertrouwen en het toepassen van de menselijke maat. Armoede en schulden We gaan verder met het uitvoeren van het plan tegen armoede en schulden. We gaan vooral met de onderzoeksresultaten van het onderzoek van KWIZ aan de slag. Hierdoor krijgen we meer inzicht in de doelgroep verborgen en dreigende armoede. Voor 2026 blijven we inzetten op nazorg en financiële zelfredzaamheid van onze inwoners. In samenwerking met de Stadsbank Oost Nederland, gemeente Oldenzaal en Twents Carmel College starten we met financiële educatie voor jongeren. De gemeentelijke webpagina over geldzorgen wordt gewijzigd.

We gaan onderzoeken wat het onlinezoekgedrag van onze inwoners is waardoor we beter aan kunnen sluiten op de hulpvraag van onze inwoners. Basisvaardigheden In 2026 komt er een beleidsplan basisvaardigheden waarin in samenwerking met het ROC, de bibliotheek, SWTD, Wijkracht en de gemeente een beleidskader met meerjarenbegroting rondom basisvaardigheden opgesteld wordt. Publieke Gezondheid Onduidelijkheid financiële middelen IZA, GALA en AZWA Regionaal worden de Twentse Koers en de bijbehorende projecten, waar wij lokaal gebruik van maken, volledig gefinancierd vanuit het Rijk. Deze financiering komt vanuit het Integraal Zorg Akkoord (hierna: IZA) en wordt verstrekt tot en met 2026. Vanuit het GALA ontvangen we tot en met 2026 financiële middelen om het preventieve en voorliggende veld op de elf onderdelen in het GALA te versterken en de vijf verplichte ketenaanpakken in te richten. Na 2026 is de financiering van IZA en GALA nog steeds onzeker. Vanaf 2027 komt er een aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (hierna: AZWA). Dit betreft nu een onderhandelingsakkoord. De definitieve beslissing komt in oktober/november 2025. Voor nu is afgesproken dat gemeenten 10% van de niet gebruikte Brede SPUK GALA ontschot mogen meenemen van 2025 naar 2026. Voor 2027 en 2028 zetten we in op basisfunctionaliteiten (ketenaanpakken) en basisinfrastructuur (bijv.

samenwerking, digitale infrastructuur, financieringsafspraken). Het lijkt er nu op dat er in 2027 en 2028 genoeg geld is voor preventie. Wijziging Wet publieke gezondheid door toevoeging Wet integrale suïcidepreventie Per 1 januari 2026 wordt suïcidepreventie een wettelijke taak. We mogen zelf bepalen hoe we dit doen. Regionaal en samen met de GGD, kijken we op welke manier we dit beleid kunnen gaan uitvoeren. Zo kunnen we een goed onderbouwde keuze maken voor hoe we suïcidepreventie aanpakken om te voldoen aan de nieuwe wetgeving en de bijbehorende financiering want deze lijkt namelijk niet voldoende om het volledige plan van 113 uit te voeren. De uitvoering van deze wet wordt waarschijnlijk opgenomen in de beleidscyclus en het uitvoeringsagenda van Publieke Gezondheid. Transformatieplan Mentaal Gezond Twente De 14 Twentse gemeenten, zorgorganisaties, sociaal werk en ervaringsdeskundigen hebben samen een plan gemaakt om de mentale gezondheid van inwoners te verbeteren. Dit initiatief hoort bij grotere regionale plannen, zoals het Regioplan Twente. Dat plan is gemaakt in opdracht van de gemeenten en zorgverzekeraar Menzis. Ook netwerken zoals Twentse Koers en Twente Beter werken hieraan mee.

77

In het regioplan gaat het vooral om mentale gezondheid, eigen regie en kwaliteit van leven. Voor dit plan is geld beschikbaar via de IZA-SPUK-regeling. Het plan wordt nu beoordeeld door de zorgverzekeraars. Daarna komt er nog een samenwerkingsovereenkomst en een financieringsmodel. Ook moeten we een lokaal uitvoeringsplan maken. We kijken hoe we dit kunnen opnemen in de beleidscyclus van de nota Publieke Gezondheid en in samenhang met het project Mentale gezondheid in het programma Iedereen Gezond. Sociaal domein overstijgend Er is niet alleen een toename van het aantal inwoners dat gebruik maakt van voorzieningen, ook de kostprijs van de uitstaande voorzieningen stijgen als gevolg van de inflatie. Wmo-aanbieders hebben nog steeds moeite om voldoende personeel te vinden en de continuïteit van hun dienstverlening te waarborgen. We blijven inzetten op het maken van goede proces- en werkafspraken en contractmanagement op lokaal en regionaal niveau en met zorgaanbieders. Het blijft voor aanbieders een uitdaging om consequent ondersteuning te leveren gezien de krappe arbeidsmarkt. Daarnaast blijft het van belang om de verschuiving te maken van maatwerk naar het voorliggend veld, verder op gang te brengen. Op deze manier kunnen inwoners die zorg en/of ondersteuning nodig hebben snel, effectief en relatief goedkoop geholpen worden.

In het programma Iedereen Gezond wordt op deze verschuiving volop ingezet.

Beleidsindicatoren De effecten van ons lokale beleid worden toegelicht aan de hand van een vaste set beleidsindicatoren.

78

79

Bron: https://noaberkracht.incijfers.nl/dashboard/sociaal-domein - Deze cijfers worden periodiek geactualiseerd. Voor de meest actuele cijfers raadpleeg de website. Een vergelijking met landelijke cijfers is ook te vinden op deze website.

Begroting 2026: overzicht baten en lasten Programma Sociaal domein * € 1000 Samenkracht en burgerparticipatie

Lasten Baten Saldo 2.160

38

-2.121

425

190

-235

5.530 4.703

-828

O.a. stimuleringsfonds sociaal domein, kinderopvang, statushouders, heroriëntatie vrij toegankelijke voorzieningen Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Integraal Inkomensregelingen Bijstandsuitkeringen, minimabeleid, bijstandsverlening zelfstandigen en kwijtschelding gemeentelijke belastingen WSW en beschut werk

2.180

0

-2.180

Arbeidsparticipatie

1.231

0

-1.231

1.595

14

-1.581

Huishoudelijke hulp (WMO)

2.931

165 -2.766

Begeleiding (WMO)

1.802

0

-1.802

Dagbesteding (WMO)

963

0

-963

Jeugdhulp ambulant lokaal

40

0

-40

Jeugdhulp ambulant regionaal

4.231

0

-4.231

Jeugdhulp met verblijf regionaal

Participatie en re-integratie Hulpmiddelen en diensten (WMO) Hulpmiddelen en gehandicaptenparkeerkaarten

1.011

0

-1.011

PGB WMO

229

0

-229

PGB Jeugd

87

0

-87

Maatschappelijke- en vrouwenopvang (WMO)

278

0

-278

Jeugdbescherming

369

0

-369

Jeugdreclassering

26

0

-26

Coördinatie en beleid WMO

2.020

0

-2.020

Coördinatie en beleid Jeugd

1.376

0

-1.376

Volksgezondheid

1.468

0

-1.468

GGD Twente en ondersteuning lokale gezondheidsorganisaties Begroot totaal saldo van baten en lasten (voor reserve mutaties)

29.951 5.109 -24.842

Mutaties reserves

0

215

215

Mutaties reserves

0

215

215

Begroot totaalresultaat (na reserve mutaties)

29.951 5.324 -24.627

80

Meerjarig financieel beeld: terugkijken Bedragen x €1.000

Rekening 2024

Programma Sociaal domein

Begroting 2025 -21.532

Begroting 2026 -23.527

-24.627

Meerjarig financieel beeld: vooruitkijken Bedragen x €1.000

Begroting 2026

Programma Sociaal domein

-24.627

Begroting 2027

Begroting 2028

-23.881

-23.749

Begroting 2029 -23.728

Programma Milieu Portefeuillehouders Cel Severijn

Algemeen In 2024 heeft de gemeenteraad het gemeentelijk Grondstoffenplan vastgesteld. Uitgangspunt is dat we meer grondstoffen van het restafval willen scheiden en dat de ingezamelde grondstoffen zo hoogwaardig mogelijk worden verwerkt. Wij willen de hoeveelheid restafval verder verminderen en de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen verbeteren. Voor de inzameling van huishoudelijk afval zijn wij aangesloten bij ROVA. Daarnaast kunnen onze inwoners gebruikmaken van een gemeentelijk afvalbrengpunt in Tubbergen en particuliere afvalbrengpunten in Tilligte en Denekamp. Kringloopbedrijf De Beurs zamelt textiel en kringloopgoederen in. Ook haalt de beurs overige grof huishoudelijk afval tegen een kostendekkend tarief aan huis op.

Kengetallen Binnen het programma Milieu maken we gebruik van de volgende kengetallen: •

Aantal sloopmeldingen: 135

•

Aantal m2 asbest: 38.090

•

Restafval per inwoner: 68 kg

•

GFT per inwoner: 197 kg

•

PMD per inwoner: 34 kg

•

Scheidingspercentage: 83%

Actuele ontwikkelingen Single Used Plastics richtlijn (SUP)- en openbare prullenbakken vergoeding

81

Producenten van éénmalige plastic verpakkingen (SUP) zijn sinds 2023 verplicht om bij te dragen aan de kosten die gemeenten maken voor het opruimen van dit afval. Sinds 2023 ontvangen wij een financiële tegemoetkoming aan gemeenten voor het opruimen van zwerfafval dat ontstaat door SUP, zoals plastic verpakkingen. Deze vergoeding bedraagt € 2,55 (2024) per inwoner. De hoogte van de vergoeding in 2026 is nog niet bekend. Daarnaast ontvangen wij een vergoeding voor het verwerken van verpakkingsafval uit de openbare prullenbakken. Wij zetten deze tegemoetkoming onder meer in voor extra inzet van de veegmachine en het ruimen van zwerfafval voorafgaand het maaien van de bermen. Dit is verwerkt in de thans voorliggende begroting 2026 (zie paragraaf specifieke mutaties) CO2-heffing op verbranden afval In juni 2025 heeft de Tweede Kamer ingestemd met een motie om de nationale CO2-heffing voor industrie af te schaffen. Op dit moment is niet duidelijk of dit ook voor Afval Energie Centrales (AEC's) zoals Twence, geldt. Vooralsnog houdt Rova in de dienstverleningsovereenkomst nog rekening met de heffing en is dit verwerkt in de kosten voor het verwerken van afval in 2026. De heffing loopt op van € 3 per ton uitgestoten CO2 in 2026 tot € 26 in 2030. Boxenmodel ROVA Met ingang van 1 januari 2024 heeft ROVA het boxenmodel ingevoerd.

Dit is het financiële afrekenmodel tussen ROVA en haar gemeenten. Via dit model worden de verschillende typen dienstverlening verantwoord en in rekening gebracht. Het nieuwe boxenmodel kent een grotere transparantie qua kostenopbouw voor de dienstverlening die ROVA haar aandeelhoudende gemeenten biedt. In 2026 stopt de financiële compensatie die wij ten gevolge van de invoering van het boxenmodel ontvingen. Wij hebben hiermee in het tarief van de Afvalstoffenheffing reeds rekening gehouden Samenwerkingsovereenkomst Verpakkingen Op 1 januari 2026 treedt de Samenwerkingsovereenkomst Verpakkingen in werking. Deze overeenkomst is het resultaat van intensieve onderhandelingen tussen Verpact, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de NVRD. Doel is om de inzameling en verwerking van huishoudelijk verpakkingsafval (zoals PMD, glas en papier) te verbeteren en te verduurzamen. Deze nieuwe afspraken moeten bijdragen aan een circulaire economie waarin verpakkingsmateriaal optimaal wordt hergebruikt. Wij kunnen de (financiële) gevolgen van de Samenwerkingsovereenkomst nog niet overzien. Vooralsnog gaan wij ervan uit dat de inzamelvergoeding die wij ontvangen op hetzelfde niveau blijft. Plasticheffing Het kabinet heeft onder druk van het bedrijfsleven de “plastictaks” uit het regeerakkoord geschrapt.

Het kabinet vindt dat door de plastictaks de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven wordt verzwakt en wil de inkomsten die men daardoor misloopt doorberekenen aan afvalverwerkers. Deze belasting komt dan bovenop de verbrandingsbelasting en de CO2-heffing. Per huishouden zou het om € 20 - € 30 kunnen gaan. De definitieve besluitvorming door het kabinet moet hierover nog plaatsvinden.

Beleidsindicatoren De effecten van ons lokale beleid worden toegelicht aan de hand van een vaste set (verplichte) beleidsindicatoren.

82

Bron: https://noaberkracht.incijfers.nl/dashboard/volksgezondheid-en-milieu - Deze cijfers worden periodiek geactualiseerd. Voor de meest actuele cijfers raadpleeg de website. Een vergelijking met landelijke cijfers is ook te vinden op deze website.

Begroting 2026: overzicht baten en lasten Programma Milieu * € 1000

Lasten Baten Saldo

Afval

2.404 2.741

337

Inzameling en verwerking huishoudelijk afval, afvalstoffenheffing Milieubeheer

127

0

-127

62

5

-57

Begroot totaal saldo van baten en lasten (voor reserve mutaties)

2.593 2.746

153

Begroot totaalresultaat (na reserve mutaties)

2.593 2.746

153

Milieuprogramma en -meldingen, milieuvoorlichting, bodembescherming en - sanering, ongediertebestrijding en kadaververwijdering Begraafplaatsen en crematoria Openbare begraafplaats, lijkschouwing en uitvaarten, oorlogsgraven

Meerjarig financieel beeld: terugkijken Bedragen x €1.000

Rekening 2024

Begroting 2025

Programma Milieu

80

Begroting 2026 112

153

Meerjarig financieel beeld: vooruitkijken Bedragen x €1.000 Programma Milieu

Begroting 2026

Begroting 2027 153

Begroting 2028 154

Begroting 2029 156

156

Programma Volkshuisvesting & ruimtelijke ordening

83

Portefeuillehouders Cel Severijn, Rob Olde Kalter

Algemeen Als gemeente is het van groot belang dat de fysieke leefomgeving zodanig is ingericht dat een goed woonen leefklimaat is gegarandeerd. Het woningaanbod moet zowel een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte van de samenleving. Er moet echter ook ruimte zijn voor bedrijvigheid. Een integrale blik op de fysieke leefomgeving is hiervoor een vereiste.

Kengetallen Binnen het programma Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening maken we gebruik van de volgende kengetallen: •

Aantal woningen: 11.366 (BAG 2025)

•

Gemiddelde koopsom woningen: € 431.949 (Kadaster 2024)

Actuele ontwikkelingen Omgevingswet: waar staan we nu? We werken nu bijna 2 jaar met de Omgevingswet. In de voorbereiding hebben we alles geregeld om de wet goed in te voeren. Die fase noemen we "werken AAN de Omgevingswet" en die is klaar. We zijn inmiddels gestart met "werken MET de Omgevingswet", waarin we werken met de wet. Wat willen we bereiken tot 2032? •

We zorgen ervoor dat de Omgevingsvisie (het langetermijnbeleid voor onze leefomgeving) goed wordt bijgehouden, onderhouden en aangepast als dat nodig is.

•

We bekijken hoe we het instrument "Programma" kunnen gebruiken om plannen beter uit te voeren.

•

We gaan verder met het Omgevingsplan en de bijbehorende beleidscyclus. Dit plan bouwen we stap voor stap uit tot een vernieuwde versie die we "Omgevingsplan nieuwe stijl" noemen. Samen met een extern bureau stellen we conceptregels op voor de kernen, die in 2026 aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Daarna volgen de bedrijfsterreinen en het buitengebied.

•

We zetten sterk in op samenwerken en denken vanuit de inwoners zelf, zodat hun belangen centraal staan in onze aanpak.

•

We blijven het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) verbeteren, zodat onze dienstverlening sneller en makkelijker wordt.

De genoemde veranderingen voeren we stap voor stap door de komende jaren.

Op welke wijze gaan we Omgevingsplan wijzigen vanaf 1 januari 2026?

84

De tijdelijke regeling TAM-IMRO stopt op 1 januari 2026. Daarna kunnen we deze methode niet meer gebruiken. Om nieuwe aanvragen goed te behandelen, gaan we werken met zogenaamde "veegplannen". Dit betekent dat we een aantal keer per jaar een overzicht van alle wijzigingen in het omgevingsplan maken, die we aan de gemeenteraad voorleggen ter vaststelling. We maken hierbij een onderscheid tussen het buitengebied en het stedelijk gebied. In bepaalde individuele gevallen blijft het mogelijk om het Omgevingsplan aan te passen. We reserveren een apart hoofdstuk in het omgevingsplan voor de veegplannen en individuele wijzigingen van het omgevingsplan. Daarnaast blijft de mogelijkheid van een Buitenplanse Omgevingsplan Activiteit, de zogenaamde BOPA (omgevingsvergunning met een afwijking) bestaan. Volkshuisvesting Voor wat betreft de volkshuisvestelijke ontwikkelingen verwijzen wij naar het Programma Leefbare kernen - Actielijn 1: Voor iedereen een passende woning.

Beleidsindicatoren De effecten van ons lokale beleid worden toegelicht aan de hand van een vaste set (verplichte) beleidsindicatoren.

85

Bron: https://noaberkracht.incijfers.nl/dashboard/volkshuisvesting--ro-en-stadsvernieuwing - Deze cijfers worden periodiek geactualiseerd. Voor de meest actuele cijfers raadpleeg de website. Een vergelijking met landelijke cijfers is ook te vinden op deze website.

Begroting 2026: overzicht baten en lasten

86

Programma Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening * € 1000

Lasten Baten Saldo

Ruimte en leefomgeving

1.025

170

-855

O.a. adviezen gemeentelijke kwaliteitsteam, bestemmingsplanwijzigingen op verzoek, basisregistratie grootschalige topografie, geo-informatie, Mijn Dorp 2030/2040 Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen)

11.009 9.975 -1.034

Grondexploitatie woningbouw Wonen en bouwen

1.158

610

-548

Basisregistratie adressen en gebouwen, startersleningen, omgevingsvergunningen, toezicht/handhaving bouwen en slopen en woonwagenstandplaatsen en -huisvesting Begroot totaal saldo van baten en lasten (voor reserve mutaties)

13.191 10.755 -2.437

Mutaties reserves

653 1.661 1.008

Mutaties reserves

653 1.661 1.008

Begroot totaalresultaat (na reserve mutaties)

13.845 12.416 -1.429

Meerjarig financieel beeld: terugkijken Bedragen x €1.000

Rekening 2024

Programma Volkshuisvestiging & ruimtelijke ordening

Begroting 2025

-1.075

Begroting 2026

-1.184

-1.429

Meerjarig financieel beeld: vooruitkijken Bedragen x €1.000 Programma Volkshuisvestiging & ruimtelijke ordening

Begroting 2026 -1.429

Begroting 2027 -1.404

Begroting 2028 -1.405

Begroting 2029 -1.424

87

Paragrafen Lokale heffingen Op grond van artikel 9, tweede lid van het ‘Besluit begroting en verantwoording’ bevat de begroting en de jaarrekening ten minste een paragraaf over de lokale heffingen. Deze paragraaf bevat volgens artikel 10 ten minste de volgende vijf sub-paragrafen: •

een overzicht van de geraamde inkomsten;

•

het beleid ten aanzien van de lokale heffingen;

•

een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt: o

hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden;

o

wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen;

o

hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd;

•

een aanduiding van de lokale lastendruk;

•

een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.

In de begroting wordt een uitgebreide beschrijving van en toelichting op de verschillende lokale heffingen gegeven. Dit, omdat bij de vaststelling van de begroting besluiten worden genomen over de gewenste belastingontvangsten en - in aansluiting daarop - daarbij tariefstructuur en -hoogte wordt bepaald. In de jaarrekening wordt verantwoording afgelegd over de wijze waarop de belastingontvangsten zijn gerealiseerd en in hoeverre daarbij afwijkingen zijn ontstaan ten opzichte van de begroting.

Overzicht belastingopbrengsten begroting 2026 Soort heffing/belasting (bedragen x € 1.000)

Rekening 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Onroerendezaakbelastingen

7.554

7.782

7.906

Afvalstoffenheffing

2.261

2.457

2.512

Rioolheffingen

3.363

3.573

3.833

Toeristenbelasting

795

562

728

Forensenbelasting

92

120

120

Precariobelasting

16

16

30

BIZ-belasting (Ootmarsum)

82

82

86

14.163

14.592

15.215

Leges

Totaal

88

Bestaand beleid ten aanzien van de lokale heffingen De belastingstructuur en de tarieven van de gemeentelijke belastingen zijn voor het belastingjaar 2026 als volgt berekend: 1. De ozb-tarieven worden zodanig aangepast dat er voor 2026 sprake is van een meeropbrengst van 2% (exclusief areaaluitbreiding van de woningen en areaalinkrimping van de niet-woningen). Ook voor de daaropvolgende jaren wordt rekening gehouden met een meeropbrengst van 2% per jaar (exclusief areaaluitbreiding van de woningen en areaalinkrimping van de niet-woningen). 2. De tarieven afvalstoffenheffing bestaan uit een basistarief vermeerderd met een capaciteitsafhankelijk tarief per lediging van de restafvalcontainer (grijs) respectievelijk per aanbieding aan de verzamelcontainer. De tarieven zijn voor 2026 t.o.v. 2025 verhoogd met € 30,50 tot € 180,00; 3. Uitgangspunt is dat de tarieven van de rioolheffingen kostendekkend zijn. De tarieven zijn voor 2026 t.o.v. 2025 verhoogd met 5,0%. Dit betekent voor het eigenarentarief een stijging van € 14,90 tot € 313,20; 4. De tarieven voor de BIZ-belasting liggen voor de gehele periode van 5 jaar (2022 – 2026) vast en de hoogte van de aanslag is alleen afhankelijk van de WOZ-waarde(ontwikkeling); 5. De tarieven voor de precariobelasting zijn niet gewijzigd; 6. De tarieven voor de toeristenbelasting zijn voor 2026 t.o.v. 2025 verhoogd.

Ook is de indeling van de verschillende accommodaties gewijzigd zodat deze aansluiten bij de definities in het beleid 'Buitengebied met kwaliteit'. Het standaardbedrag voor een overnachting wordt € 1,75. Het tarief voor groepsaccommodaties, kampeerboerderijen, recreatiewoningen en bungalows wordt € 1,20. Het tarief voor vaste en mobiele kampeermiddelen wordt € 0,90. 7. Het tarief voor de forensenbelasting is voor 2026 t.o.v. 2025 verhoogd met 30%. Dit betekent dat het tarief stijgt van € 285 naar € 371. 8. De legestarieven zijn kostendekkend.

Onroerendezaakbelasting (ozb) Onder de naam ‘Onroerendezaakbelastingen’ worden van binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven: •

een gebruikersbelasting van degene die – naar omstandigheden beoordeeld – een onroerende zaak die niet in hoofdzaak als woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;

•

een eigenarenbelasting van degene die van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.

De gebruikersbelasting wordt uitsluitend geheven over niet-woningen, terwijl de eigenarenbelasting wordt geheven van zowel woningen als niet-woningen. De tarieven worden jaarlijks (opnieuw) bepaald aan de hand van twee factoren, te weten:

a. de waardeontwikkeling van het WOZ-bestand in de gemeente en b. de gewenste ozb-opbrengst in het begrotingsjaar. Vergelijking van de ozb-tarieven tussen verschillende jaren is daarom niet zinvol. Voor het jaar 2026 stellen wij voor om 2% meeropbrengst te realiseren. Dit betekent dat de tarieven worden aangepast aan de waardeontwikkeling van zowel woningen als niet-woningen en rekening houdend met een meeropbrengst van 2%. Het uitgangspunt van een jaarlijkse meeropbrengst van 2% per jaar (exclusief areaaluitbreiding van de woningen en areaalinkrimping van de niet-woningen) is ook toegepast bij de ozb-ramingen in de meerjarenbegroting.

89

De WOZ-waarde van woningen werd tot en met 2021 bepaald aan de hand van o.a. de bruto-inhoud van de woning. Met ingang van het jaar 2022 is landelijk besloten dit te wijzigen. Vanaf 2022 zijn de woningen gewaardeerd op basis van het aantal m² gebruiksoppervlakte.

Opbrengsten onroerendezaakbelastingen (in €)

2025

2026

Woning eigenaar

4.424.000

4.549.000

Niet-woning eigenaar

2.054.000

2.046.000

Niet-woning gebruiker

1.304.000

1.312.000

Totale ozb-opbrengst (afgerond)

7.782.000

7.906.000

Afvalstoffenheffing Deze belasting heeft als uitgangspunt dat de kosten voor 100% worden gedekt door de heffing. Naast een basistarief per huishouden betaalt de gebruiker een capaciteitsafhankelijk tarief per containerlediging restafval in de vorm van een tarief bij gebruik van: a. een container met een capaciteit van 240 liter of b. een container met een capaciteit van 140 liter of c. een chipkaart bij gebruik van een verzamelcontainer voor bewoners van appartementen. Op deze wijze wordt uitvoering gegeven aan het beginsel van ‘de vervuiler betaalt’. Met de opbrengst worden de kosten gedekt van de afvalinzameling en –verwerking. Voor de afvaltarieven hanteren we op basis van bestaand beleid 100% kostendekkendheid. Dat wil zeggen dat we de kosten die we maken voor de afvalinzameling en afvalverwerking doorberekenen in de tarieven. Voor het jaar 2026 zijn de tarieven t.o.v. het jaar 2025 verhoogd met €30,50 tot €180. Berekening kostendekkende afvalstoffenheffing (in €) Kosten taakveld(en) Inkomsten taakveld(en) exclusief heffingen

2026 2.395.000 298.000

Netto kosten taakveld

2.097.000

Toe te rekenen kosten

2.097.000

Overhead incl. (omslag)rente

91.000

BTW

316.000

Totale kosten

2.504.000

90

Opbrengst afvalstoffenheffing

2.512.000

Dekkingspercentage

100,3%

Tarieven en opbrengst afvalstoffenheffing (in €)

2025

2026

Basistarief (vast recht)

149,50

180,00

1 lediging restafvalcontainer (grijs) 240 liter

10,60

10,60

1 lediging restafvalcontainer (grijs) 140 liter

6,50

6,50

1 lediging bij een verzamelcontainer via een chipkaart met een kleine opening

1,35

1,35

1 lediging bij een verzamelcontainer via een chipkaart met een grote opening

2,70

2,70

Opbrengsten afvalstoffenheffing (basistarief + ledigingen)

2025

2026

1.966.000

1.978.000

491.000

534.000

2.457.000

2.512.000

Raming opbrengst basistarief (vast recht) Raming opbrengst containers + chipkaarten ledigingen restafval Totaal (afgerond)

Voorziening afvalstoffenheffing Deze voorziening wordt ingezet om een gelijkmatige ontwikkeling van de afvalstoffenheffing te waarborgen. De stand van deze voorziening afval bedraagt per 1 januari 2026 € 359.000.

Rioolheffingen In het Water en Riolerings Programma (WRP 2025-2030) zijn de kaders en het beleid vastgelegd voor het onderhoud en vervanging van de riolering, maar ook voor verbeteringsmaatregelen. Jaarlijks inspecteren we de riolering en op basis van analyse wordt het onderhoud bepaald. De keuze van de toe te passen onderhoudsmaatregel is afhankelijk van omgevingsfactoren en de eventuele afstemming met andere werkzaamheden. Berekening kostendekkende rioolheffing (in €)

2026

91

Kosten taakveld(en)

3.341.000

Inkomsten taakveld(en) exclusief heffingen

0

Netto kosten taakveld

3.341.000

Toe te rekenen kosten

3.341.000

Overhead incl. (omslag)rente

411.000

BTW

163.000

Totale kosten

3.916.000

Opbrengst rioolheffing

3.833.000

Dekkingspercentage

Tarieven rioolheffingen (in €)

97,9%

2025

2026

Rioolheffing gebruiker (tot 300 m³)

298,30

313,20

Meerverbruik per 100 m³ of een deel daarvan

22,64

23,80

Agrarisch bedrijf

327,64

360,80

2025

2026

3.471.000

3.730.000

Aantal eenheden waterverbruik > 300 m³:

48.000

43.000

Agrarisch tarief

54.000

60.000

3.573.000

3.833.000

Opbrengsten rioolheffingen Waterverbruik tot 301 m³:

Totale raming rioolheffing (afgerond)

De bestaande voorziening gekoppeld aan het huidige GRP bedraagt per 1 januari 2026 € 3.930.000.

Leges Deze belasting heeft als uitgangspunt dat de kosten maximaal 100% worden gedekt door de heffing. De gemeente brengt voor een aantal diensten kosten in rekening bij de aanvrager.

92

Voor de legestarieven hanteren we op basis van bestaand beleid maximaal 100% kostendekkendheid. Dat wil zeggen dat we maximaal de kosten die we maken voor de desbetreffende dienst doorberekenen in de tarieven.

Bedrijven Investeringszone (BIZ) Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt een directe belasting geheven ter bekostiging van activiteiten die zijn gericht op het bevorderen van leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit of een ander mede publiek belang in de openbare ruimte van de BI-zone. De BIZ-bijdrage wordt gedurende een periode van vijf jaar geheven ter zake van binnen de BI-zone gelegen onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen. De BIZ-bijdrage wordt geheven van degene, die op 1 januari van het betreffende kalenderjaar gebruik maakt van de in de BI-zone gelegen onroerende zaak. Is een onroerende zaak op 1 januari van het betreffende kalenderjaar niet in gebruik, dan wordt de BIZ-belasting geheven van de eigenaar. Degene, die van die zaak het genot heeft op basis van eigendom, bezit of beperkt recht, wordt aangemerkt als eigenaar. De BIZ geldt alleen nog in Ootmarsum. De BIZ-opbrengsten worden in subsidievorm doorbetaald naar de ‘Stichting BIZ Ootmarsum’. Voor de periode 2022 – 2026 is in overleg met de Stichting BIZ Ootmarsum een nieuwe BIZ-verordening vastgesteld. De tarieven, zoals hieronder vermeld, zijn afhankelijk van de WOZ-waarde van een object en gelden voor de gehele looptijd (2022 - 2026) van de belastingverordening.

Omdat in de nieuw vastgestelde BIZ-verordening de werkplaatsen en dergelijke niet meer als belastbaar object worden aangemerkt ligt de opbrengst lager dan in de vorige BIZ-periode. Opbrengstraming BIZ-belasting Ootmarsum (in €)

2025

2026

€100.000 of minder

500

500

meer dan €100.000 en minder dan €200.001

615

615

meer dan €200.000 en minder dan €300.001

730

730

meer dan €300.000 en minder dan €750.000

845

845

€750.000 of meer

1.190

1.190

Opbrengstraming BIZ-belasting Ootmarsum

2025

2026

aantal aanslagen x €500

8.000

9.000

aantal aanslagen x €615

30.135

24.600

aantal aanslagen x €730

17.520

24.820

aantal aanslagen x €845

14.365

13.520

aantal aanslagen x €1.190

11.900

14.280

Bij een WOZ-waarde van:

93

Raming (afgerond)

81.920

86.220

Precariobelasting Deze directe belasting wordt geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. De raad heeft besloten om de precariobelasting te beperken tot de horecaterrassen. Bij de precariobelasting wordt (tarief-)onderscheid gemaakt tussen enerzijds de binnenstad van Ootmarsum en de overige terrassen in de gemeenten en anderzijds tussen vaste terrassen en tijdelijke terrassen. De tarieven worden niet verhoogd c.q. geïndexeerd t.o.v. het belastingjaar 2025. De tarieven respectievelijk de opbrengsten zijn als volgt. Tarieven precariobelasting (in €)

2025

2026

- Binnenstad Ootmarsum

14,15

14,15

- In de gemeente (excl. binnenstad Ootmarsum)

14,15

14,15

- Binnenstad Ootmarsum

14,15

14,15

Opbrengstraming precariobelasting

2025

2026

a. Regulier terras binnenstad Ootmarsum

3.650

4.050

b. Regulier terras in de gemeente (excl. binnenstad Ootmarsum)

10.590

19.050

c. Zomerterras terras binnenstad Ootmarsum

2.060

7.050

Totale raming precariorechten (afgerond)

16.300

30.250

a. Regulier terras

b. Zomerterras

Toeristenbelasting Deze belasting wordt geheven ter zake van het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen, die niet in de gemeentelijke ‘Basisregistratie personen’ (BRP) zijn opgenomen. De toeristenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel; de heffing wordt gebaseerd op basis van aangifte. Deze aangiften worden jaarlijks steekproefsgewijs gecontroleerd. De bedoeling hiervan is niet alleen om de aangiften op juistheid en volledigheid te controleren, maar ook om de exploitanten - daar waar nodig - te adviseren bij een doelmatige opzet van de administratie, zodat het invullen van de aangifte correct, eenvoudig en snel kan geschieden. De tarieven voor de toeristenbelasting zijn voor 2026 t.o.v. 2025 verhoogd. Ook is de indeling van de verschillende accommodaties gewijzigd zodat deze aansluiten bij de definities in het beleid 'Buitengebied met kwaliteit'. Het standaardbedrag voor een overnachting wordt € 1,75. Het tarief voor groepsaccommodaties, kampeerboerderijen, recreatiewoningen en bungalows wordt € 1,20. Het tarief voor vaste en mobiele kampeermiddelen wordt € 0,90.

94

Tarieven toeristenbelasting (prijs per persoon per nacht in €)

2025

2026

Standaardtarief (voor alle vormen van accommodaties met uitzondering van:)

1,60

1,75

Groepsaccommodaties

0,60

1,20

Kampeerboerderijen

0,60

1,20

Recreatiewoningen en bungalows op een recreatieterrein

1,00

1,20

Kampeermiddelen (vaste en mobiele)

0,60

0,90

Opbrengst toeristenbelasting (in €)

2025

2026

a. Alle vormen van accommodaties met uitzondering van:

256.000

277.000

b. Groepsaccommodaties, kampeerboerderijen, recreatiewoningen en bungalows op een recreatieterrein

70.000

168.000

c. Kampeermiddelen (vaste en mobiele)

165.000

284.000

Raming toeristenbelasting (afgerond)

491.000

729.000

*raming 2026 op basis van werkelijke aantallen 2024.

Forensenbelasting Deze belasting wordt geheven van natuurlijke personen die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan negentig dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar te houden. De forensenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel. Het tarief voor de forensenbelasting is voor 2026 t.o.v. verhoogd met 30%. Dit betekent dat het tarief stijgt van € 285 naar € 371. Tarieven forensenbelasting (in €)

2025

2026

Forensenbelasting: vast bedrag per gemeubileerde woning

285

371

Opbrengst forensenbelasting

2025

2026

(verwacht) aantal aanslagen x € 371

120.000

120.000

Raming (afgerond)

120.000

120.000

Lokale lastendruk

95

Om een indruk te geven van de lastendrukontwikkeling op basis van aanvaard beleid worden hierna de gevolgen belastingplichtigen met of zonder eigen woning weergegeven. Deze vergelijking is gebaseerd op de onroerendezaakbelastingen (alleen voor bezitters van een eigen woning), de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Bij de berekening van de lokale woonlasten voor bezitters van een eigen woning wordt uitgegaan van de volgende uitganspunten: a. afvalstoffenheffing: het vast recht + gemiddeld 4 ledigingen restafvalcontainer van 240 liter; b. rioolheffing: basistarief tot 301 m³ waterverbruik voor de gebruiker. c.

Bij de berekening van de lokale woonlasten voor bezitters van een eigen woning is uitgegaan van een gemiddelde woningwaarde van €336.000.

De ontwikkeling van de lokale lastendruk in de gemeente Dinkelland is als volgt: Dinkelland

2024

2025

2026

Verschil 2025-2026 in €

in %

OZB

€422,25

€430,50

€439,00

€8,50

2,0%

Rioolrecht eigenaar

€280,60

€298,30

€313,20

€14,90

5,0%

- vastrecht

€158,00

€149,50

€180,00

€ 30,50

19,3%

- 4 ledigingen restafval (240 liter)

€42,40

€42,40

€42,40

€0,00

0,0%

Totaal

€903,25

€920,70

€ 974,60

€ 53,90

6,0%

Lastenverlichting

€ -26,00

€0

€0

€ 0,00

Totaal

€ 865,11

€ 920,70

€ 974,60

€ 53,90

Afval

6,0%

Zoals uit vorenstaande tabel blijkt neemt de lokale lastendruk voor een meerpersoonshuishouden met een eigen woning (gemiddelde waarde € 336.000) toe met € 53,90.

Kwijtscheldingsbeleid Wanneer een belastingplichtige niet in staat is, anders dan met buitengewoon bezwaar, de belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen te betalen kan de invorderingsambtenaar kwijtschelding verlenen. Van buitengewoon bezwaar is in het algemeen sprake wanneer de middelen om een belastingaanslag te betalen ontbreken en ook niet binnen afzienbare tijd kunnen worden verwacht. Gemeenten beschikken hierin over een zekere mate van beleidsvrijheid. Gemeenten mogen ook zelf bepalen welke belastingsoorten in aanmerking komen voor kwijtschelding. Dinkelland past kwijtschelding toe voor alleen de volgende heffingen: •

afvalstoffenheffing,

•

rioolheffing en

96

•

onroerendezaakbelastingen.

Een aanvraag wordt getoetst op basis van inkomen en vermogen. Belastingplichtigen, die denken voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen in aanmerking te komen, kunnen desgewenst gebruik maken van de mogelijkheid om door het ‘Inlichtingenbureau’ een geautomatiseerde toets te laten uitvoeren. Dat betekent, dat de belastingplichtige zelf niet meer de nodige gegevens hoeft aan te leveren, maar dat het ‘Inlichtingenbureau’ aan de hand van de benodigde gegevens de inkomens- en vermogenstoets uitvoert. Rekening 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Aanvragen: volledige afwijzing

65

65

70

Aanvragen: gedeeltelijke toewijzing

6

4

5

Aanvragen: volledige toewijzing

230

206

230

Totaal

295

275

305

Kwijtscheldingsbedragen

2024

2025

2026

Raming kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen (in €)

101.000

101.000

101.000

Werkelijke kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen

95.000

92.000

0

Verschil tussen werkelijke kwijtschelding en raming

6.000

9.000

101.000

Aantal kwijtscheldingsverzoeken

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft een indicatie in welke mate het vermogen van de gemeente Dinkelland toereikend is om financiële tegenvallers op te vangen zonder dat het beleid moet worden aangepast. Door de financiële risico's te beheersen en het weerstandsvermogen hierop af te stemmen, kan worden voorkomen dat elke nieuwe financiële tegenvaller dwingt tot bezuinigen.

Risicobeheersing en weerstandsvermogen

97

Op 24 november 2020 is door de raad de Kadernota Integraal Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2020 vastgesteld. Risicomanagement omvat alles wat we doen om risico’s, kansen en onzekerheden in beeld te brengen en te beheersen. Risicomanagement moet onze organisatie in staat stellen doelstellingen optimaal te realiseren. Dit impliceert prioriteiten stellen en sommige risico’s bewust accepteren. Daartoe is het noodzakelijk gedetailleerd inzicht te hebben in alle risico’s die samenhangen met alle gemeentelijke activiteiten en processen. De uitdaging is om binnen de organisatie het risicomanagement niet alleen onbewust onderdeel van ons werkproces te laten zijn maar risico’s en kansen en de wijze waarop we daarmee om willen gaan juist ook expliciet en transparant te betrekken bij de realisatie van onze doelen als ook bij bestuurlijke besluitvorming Hierbij is een voortdurende balans tussen de systeemwereld en de leefwereld van groot belang. Hierin is de belangrijkste uitdaging binnen de organisatie dat we deze twee werelden samenbrengen in wat gemeenten doen, hoe zij dat doen en hoe ze hierin omgaan met de samenleving en de kracht van de samenleving en de inwoners benutten. Kortom: Nevenheid waar het kan, overheid waar het moet.

Integraal risicomanagement kan hierin bijdragen door het in balans brengen/houden van deze twee werelden en daardoor een verbetering te bewerkstelligen in geprofessionaliseerde sturing en een verbeterde borging en bestendiging van de organisatie te creëren. Met deze kadernota zetten we een belangrijke stap in het versterken van risicomanagement, met als doel het bewust en verantwoord omgaan met risico’s door een open en transparante manier van samenwerken. Integraal risicomanagement is de nieuwe manier van denken over risico’s, kansen en onzekerheden. Het doel van deze integrale aanpak is het vergroten van het risicobewustzijn van organisatie en bestuur, zodat een goede en verantwoorde balans ontstaat tussen risico’s nemen en risico’s beheersen. Het continu organiseren van aandacht voor en het gesprek over risico’s vormt de basis van deze aanpak. Door regelmatig het gesprek te voeren - zowel op ambtelijk als bestuurlijk niveau - over (strategische) risico’s, ontstaat een gezamenlijk beeld. Niet door te zenden, te vertellen en voor te lichten, maar door te delen, te bespreken en de dialoog aan te gaan. De risicodialoog is een open gesprek met als doel het gezamenlijk bepalen van een constructieve risico-aanpak. Het gesprek en de communicatie over risico’s is een essentieel onderdeel van integraal risicomanagement. Transparantie is hierbij het uitgangspunt.

Risico's kunnen financiële consequenties met zich meebrengen. De financiële gevolgen van de risico's worden periodiek tijdens de P&C-Cyclus inzichtelijk gemaakt in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing. Naast financiële consequenties worden dan ook de impact van imagoschade en de impact op de realisatie van onze organisatiedoelstellingen gewogen. Het weerstandsvermogen kunnen we bepalen door onderstaande stappen te doorlopen: 1. Een inventarisatie van de risico’s (risicoprofiel); 2. Benodigde weerstandscapaciteit; 3. Beschikbare weerstandscapaciteit; 4. Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit.

Risicoprofiel en weerstandscapaciteit In onderstaande tabel worden de tien risico's gepresenteerd met de hoogste bijdrage aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit.

Omschrijving

Kans van optreden

Maximaal financieel gevolg

Invloed op WV

Verhoogde vraag naar voorzieningen met een openeind karakter zoals WMO, Jeugd en WWB

70%

€800.000

8.84%

Grondbedrijf: Als gevolg van onvoorzienbare zaken (vooraf) bestaat de kans op extra kosten met als gevolg tegenvallers bouw- en woonrijp maken (o.a. bodem)

50%

€1000.000

8.01%

98

Datalek: Als gevolg van onjuist en onzorgvuldig handelen van medewerkers en/of systemen bestaat de kans op het weglekken of het onjuist/ongewild verspreiden van informatie aan onbevoegde partijen/individuen (Noaberkracht werken/ privacy en informatiebeveiliging), waardoor en een boete of aansprakelijkstelling volt vanuit AP

30%

€810.000

3.93%

Als gevolg van het verliezen van bezwaar- en beroepsprocedures inzake ruimtelijke (bestemmings)plannen bestaat de kans op overschrijden van termijnen en budgetten waardoor de gemeente extra kosten moet maken.

40%

€500.000

3.19%

Frauderisico - Bezittingen/Kunstobjecten: Als gevolg van onvolledige en niet-actueel registratie van bezittingen/kunstobjecten bestaat de kans dat op onrechtmatige wijze bezittingen/kunstobjecten aan de gemeente worden onttrokken of op onrechtmatige wijze gebruik worden gemaakt van bezittingen, met als gevolg dat wij onvolledig zijn verzekerd voor mogelijke schade

30%

€500.000

2.38%

Grondbedrijf: Als gevolg van economische groei bestaat de kans op schaarste met als gevolg Kostenstijging bouw- en woonrijpmaken (stijging > CBS-index en voor een periode van 2 jaar)

30%

€500.000

2.37%%

Frauderisico - Doeluitkeringen: Het risico dat subsidiegelden niet worden verantwoord en/of ontvangen door de organisatie

50%

€250.000

2.03%

Frauderisico - Subsidieverlening: Het risico dat subsidievoorwaarden niet worden nageleefd en/of subsidies onrechtmatig worden gedeclareerd.

50%

€250.000

2.03%

Proces Subsidies: Als gevolg van onvoldoende functiescheiding bestaat de kans op onjuiste en onvolledige beschikkingen met als gevolg het onterecht verstrekken van een subsidie

50%

€ 250.000

2.02%

Proces Subsidies: Als gevolg van foutieve beoordeling van juridische aspecten bestaat de kans op onrechtmatige weigeringsgronden

50%

€ 250.000

2.01%

Mutaties in top 10 risico's:

99

Naar aanleiding van de uitgevoerde Audits en vernieuwing van de Fraude-risico analyse hebben er mutaties in de top 10 risico's voor Dinkelland plaatsgevonden. Het risico omtrent de vraag naar voorzieningen met een open-eind karakter zoals WMO, Jeugd en WWB blijft onveranderd hoog net zoals de risico's voor het grondbedrijf. Wel zien we op dit moment dat er verhoogde aandacht nodig voor de processen rondom bezittingen en subsidieverlening. Hiervoor zijn reeds verbeteracties in gang gezet om de beheersing van deze risico's op orde te krijgen. Benodigde weerstandscapaciteit Op basis van de ingevoerde risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. Hieruit volgt dat 90% zeker is dat alle risico’s kunnen worden gedekt met een bedrag van € 4,0 miljoen (benodigde weerstandscapaciteit). Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van de gemeente bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. In onderstaande tabel wordt de totale weerstandscapaciteit weergegeven. Beschikbare weerstandscapaciteit (in €) Weerstand

Capaciteit 2026

Algemene reserve

7.636.000

Totale weerstandscapaciteit

7.636.000

De geraamde stand van de algemene reserve per 1 januari 2026 bedraagt € 9.558.000 (zie staat van reserves € 8.277.000 plus saldo MJB 2026 € 1.281.000). In deze stand van de algemene reserve is de mogelijke winst/afwaardering op de grondexploitaties over het jaar 2025 voor een bedrag van € 1.922.000 meegenomen. Dit is feitelijk een (administratieve) winst die we dan ook (nog) niet meenemen in de herziene stand van de algemene reserve. We wachten de werkelijke resultaten van alle grondexploitaties over het jaar 2025 af en nemen deze dan mee in de jaarverantwoording 2025 waar ook de verrekening met de algemene reserve plaatsvindt. Voor nu houden we rekening met een herziene stand van de algemene reserve van € 7.636.000 (€ 9.558.000 -/- € 1.922.000). Deze stand merken we aan als beschikbare weerstandscapaciteit. Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten wordt in onderstaande figuur weergegeven.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/952/documents/24283