CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2025 Dinkelland.pdf

Commissie Sociaal Domein & Bestuur 5 november 2024, gemeente DinkellandBij agendapunt: 3: Voorstel inzake vaststellen begroting 2025 gemeente Dinkelland33.524 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Voor de afvaltarieven hanteren we op basis van bestaand beleid 100% kostendekkendheid. Dat wil zeggen dat we de kosten die we maken voor de afvalinzameling en afvalverwerking doorberekenen in de tarieven. Voor het jaar 2025 worden de verschillende tarieven als volgt vastgesteld: 23

Vastrecht

€ 180

Bedrag per lediging grote bak

€ 10,60

Bedrag per lediging kleine bak

€ 6,50

Chipkaart lediging verzamelcontainer (bovengronds)

€ 0,85

Chipkaart lediging verzamelcontainer (ondergronds)

€ 1,20

De verhoging van het vastrecht met € 22 (van € 158 naar € 180) is vooral een bedrag van ongeveer € 5 een gevolg van een hogere doorbelasting vanuit ROVA . Het blijkt namelijk dat we door het niet volledig juiste scheidingsgedrag van onze inwoners meer tonnages restafval aanleveren bij Twence wat leidt tot hogere kosten en dus tot een hogere doorbelasting vanuit ROVA. Daarnaast werken de hogere lonen en prijzen voor een bedrag van € 2 door, en kan een bedrag van ongeveer € 2 worden toegerekend aan de doorwerking van het nieuwe grondstoffenbeleidsplan. Het grootste deel van de stijging is echter een gevolg van de hogere kosten papier inzameling voor een bedrag van € 13 per aansluiting. Deze hogere last is over het jaar 2024 op incidentele basis ten laste gebracht van de voorziening afval. Met ingang van 1 januari 2024 heeft ROVA het boxenmodel ingevoerd. Dit is het financiële afrekenmodel tussen ROVA en haar gemeenten. Via dit model worden de verschillende typen dienstverlening verantwoord en in rekening gebracht. Het nieuwe boxenmodel kent een grotere transparantie qua kostenopbouw voor de dienstverlening die ROVA haar aandeelhoudende gemeenten biedt. Het financiële nadeel van het nieuwe boxenmodel is reeds vanaf 2024 structureel verwerkt in het tarief Afvalstoffenheffing.

In de AvA van december 2023 van ROVA is echter besloten om de financiële afwikkeling van het nieuwe boxenmodel pas in z’n geheel in 2026 door te berekenen aan de gemeenten. Dat betekent in 2024 en 2025 een financieel voordeel voor de Voorziening Afval. het gaat hier om een bedrag van € 17,50 per aansluiting Voorgesteld wordt om voor het jaar 2025 in te stemmen met de verhoging van het vastrecht met € 22 per aansluiting.

De hoogte van het rioolrecht is gebaseerd op het Water en Rioleringsplan (WRP) 2025-2030 (vastgesteld tijdens raadsvergadering van 22 oktober 2025) . Belangrijke input voor dit nieuwe GRP zijn de gevolgen van klimaatadaptie en grondwaterproblematiek.. De gestegen prijzen (de inflatie) en de hogere rente werken ook door binnen in de ramingen voor onderhoud en vervanging Riool. In totaliteit stijgen de kosten voor het jaar 2025 met ongeveer € 212 .000. Dit betekent een stijging van de verschillende tarieven met 6,3%. Voor het belangrijkste tarief - het rioolrecht voor eigenaren betekent dit een stijging van 17,70 naar een bedrag van € 298,30.) Voorgesteld wordt de hoogte van het rioolrecht voor het jaar 2025 te verhogen met een percentage van 6,3%.

Samenvattend ontstaat het volgende beeld van de verschillende tarieven en de lokale lastendruk voor het jaar 2025: 24

Begroting 2025

2022

2023

2024

2025

verschil 2024-2025 in €

in %

OZB (woning € 336.000)

€ 406,00

€ 414,00

€ 422,25

€ 430,50

€ 8,25

2,0%

Rioolrecht eigenaar

€ 265,60

€ 265,60

€ 280,60

€ 298,30

€ 17,70

6,3%

- vastrecht

€ 115,00

€ 133,00

€ 158,00

€ 180,00

€ 22,00

13,9%

- 4 ledigingen restafval (240 liter)

€ 42,40

€ 42,40

€ 42,40

€ 42,40

€ 0,00

0,0%

Totaal

€ 829,00

€ 855,00

€ 903,25

€ 951,20

€ 47,95

5,3%

0

€ -26,00

€ -26,00

€ 0,00

€ 26,00

€ 829,00

€ 829,00

€ 877,25

€ 951,20

€ 73,95

Afval

Lastenverlichting 2023 Totaal

8,4%

Zoals uit vorenstaande tabel blijkt neemt de lokale lasten druk voor een meerpersoonshuishouden met een eigen woning (gemiddelde waarde € 336.000) toe met € 74.

8. Incidenteel beschikbare algemene middelen waaronder de (belangrijkste) reserves In deze paragraaf zoeken we aansluiting bij de gepresenteerde cijfers uit de perspectiefnota 2025. Met deze cijfers als uitgangspunt gaan we daarna de mutaties benoemen en toelichten zodat het meest recente beeld van de incidenteel beschikbare algemene middelen waaronder de (belangrijkste) reserves ontstaat. Zoals aangegeven nemen we cijfers uit de perspectiefnota 2025 als vertrekpunt. Beschikbare algemene incidentele middelen

€

Algemene reserve - weerstandscapaciteit 1,4

6.440.000

Reserve Incidenteel Beschikbare Algemene Middelen

5.265.000

Reserve collegeakkoord 2022-2026

4.856.000

Totaal Beschikbare algemene incidentele middelen perspectiefnota 2025

16.561.000

25

Algemene reserve Rekening houdend met een aantal mutaties op grond van bestaand beleid en een aantal specifieke raadsbesluiten ontstaat het volgende beeld van de algemeen reserve: Stand perspectiefnota 2025

6.440.000

Saldo PJ 2024

1.401.000

Saldo begroting 2025

1.257.000

Herziene stand algemene reserve

9.098.000

De berekening van de benodigde weerstandscapaciteit komt uit op een bedrag van € 3,8 miljoen. uitgaande van de vastgestelde ratio komt dit neer op een benodigd bedrag aan weerstandsvermogen van € 5.320.000. Voor een toelichting op de benodigde weerstandscapaciteit wordt verwezen naar de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Uitgaande van de, in deze begroting bepaalde, weerstandscapaciteit en de daaraan gekoppelde ratio van 1,4 moet de stand van de algemene reserve ten minste € 5.320.000 zijn. Conform bestaande beleid wordt het meerder (het zogenaamde surplus) “afgeroomd” en gestort in de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen. Voorgesteld wordt in te stemmen met het verloop en de opzet van de algemene reserve en het surplus op de algemene reserve ten bedrage van € 3.778.000 “af te romen” en te storten in de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen.

Reserve Incidenteel Beschikbare Algemene Middelen (RIBAM) In het perspectiefnota 2025 is weergegeven dat de vrije ruimte in deze reserve € 5.265.000 bedraagt. Inmiddels zijn een aantal besluiten genomen wat maakt dat de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen op dit moment het volgende beeld laat zien: Stand perspectiefnota 2025

5.265.000

af: revitaliseren sporthal de Schalm

-900.000

af: bijdrage Natura Docet museale inrichting

-265.000

af: bijdrage Natura Docet verduurzaming

-270.000

af: afboeken achtergestelde renteloze lening Natura Docet

-82.500

bij: surplus algemene reserve

3.778.000

26

af: aanvullende bekostiging sporthal Hoge Vonder

-275.000

Herziene stand RIBAM

7.250.500

De bijdragen betreffende sporthal de Schalm en Natura Docet en de aanvullende bekostiging sporthal Hoge Vonder zijn allen voorzien van een raadsbesluit. Voor de volledigheid melden we dat in de stand van de RIBAM uit de perspectiefnota rekening is gehouden met het raadsvoorstel betreffende het voorbereidingskrediet fietsverbinding Bornsestraat. In dit raadsvoorstel is ook melding gemaakt van een mogelijke investering van ongeveer € 3 miljoen (Jaarlijkse kapitaallast van € 165.000) indien inderdaad wordt besloten tot de aanleg van de betreffende fietsverbinding. Met deze claim is (nog) geen rekening gehouden in de gepresenteerde herziene stand van de RIBAM. Voorgesteld wordt in te stemmen met de aangegeven mutaties op de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen.

Reserve Collegeakkoord 2022-2026 Er hebben zich sinds het vaststellen van de perspectiefnota 2024 geen mutaties op deze reserve voorgedaan. De stand is en blijft dus € 3.258.000. Wel moet hierbij worden opgemerkt dat de reserve coalitieakkoord behoort tot 1 van de zoekrichtingen die nader worden uitgewerkt. Tijdens de zogenaamde "werksessie"" met de gemeenteraad In het voorjaar van 2025 komt deze reserve nadrukkelijk in beeld. Herziene stand algemene incidentele middelen Rekening houdend met de aangegeven en toegelichte mutaties op de genoemde reserves ontstaat het volgende beeld van de algemeen incidentele middelen: Beschikbare algemene incidentele middelen

€

Algemene reserve - weerstandscapaciteit 1,4

5.320.000

Reserve Incidenteel Beschikbare Algemene Middelen

7.250.500

Reserve collegeakkoord 2022-2026

4.856.000

Totaal Beschikbare algemene incidentele middelen begroting 2025

17.426.500

27

Inleiding ambitiebegroting Ambitiebegroting Zoals reeds is aangegeven in de algemene inleiding heeft deze begroting het collegeakkoord gemeente Dinkelland 2022-2026 met de naam "Vernieuwen, verbinden en versterken" als basis. Het zogenaamde ambitiedeel van deze begroting is gebaseerd op de volgende 5 opgaven uit dit collegeakkoord: •

Buitengebied in Balans

•

Iedereen gezond

•

Leefomgeving van de toekomst

•

Leefbare kernen

•

Gemeente en de Samenleving

Deze 5 opgaven zijn in eerste instantie verder beschreven en uitgewerkt in actielijnen en doelen waarna op hoofdlijnen wordt aangegeven hoe we hier een bijdrage aan denken te gaan leveren. Per opgave wordt afgesloten met een financieel overzicht. In dit overzicht zijn ook de beschikbare werkbudgetten opgenomen. Deze behoeven wat algemene toelichting. Binnen het programmabureau wordt een bijdrage geleverd aan het behalen van maatschappelijke effecten. Hier wordt sturing gegeven aan bestuurlijke ambities, veranderopgaven en strategisch inspanningen. Dit komt samen in verschillende programma’s (ambities), waaraan werkbudget is gekoppeld. Het werkbudget wordt ingezet om (externe) advieskosten te dekken en (participatie)processen in de kernen te faciliteren. Daarnaast wordt het werkbudget ingezet voor bekostiging van evenementen, bijeenkomsten, sprekers (en alle bijkomende kosten die daarbij horen). Het werkbudget is in eerste aanleg niet bedoeld als uitvoeringsgeld om projecten zelf te bekostigen. Onder de 5 opgaven wordt indien mogelijk een nadere duiding en verdeling over de jaren gegeven. Dat is echter niet in alle gevallen op voorhand mogelijk om de simpele reden dat we ook afhankelijk zijn van initiatieven vanuit de samenleving en het tempo en enthousiasme waarmee deze initiatieven gaan spelen.

Het beschikbaar hebben van werkbudgetten is met name ook bedoeld om te slagvaardig te kunnen inspelen op de genoemde initiatieven. Om de raad toch op de hoogte van de besteding en bestemming van de werkbudgetten wordt in elk van de komende P&C documenten verslag gedaan van de bestemming en besteding van de werkbudgetten.

28

Programma Buitengebied in Balans Inleiding Buitengebied in balans Dinkelland We zetten in op een economisch sterk buitengebied vanuit de balans tussen agrarisch landgebruik, de kwaliteit van onze natuur en landschap, de groeimogelijkheden van de toeristische sector, de mogelijkheden voor economische activiteiten en de kwaliteit van leef- en werkomgeving voor onze inwoners. Dit in verbinding met bodem, water en lucht. Dat maakt ons buitengebied voor de toekomst sterker en is gunstig voor de leefbaarheid. Onze ambitie is uitdagend maar realistisch als het een samenspel is met onze inwoners, de partners en de gebruikers. We voorzien de ambitie en de hieraan verbonden Gebiedsgerichte Aanpak (GGA) van een dynamische agenda. Frequent leiden nieuwe inzichten en regelgeving tot aanvullingen en wijzigingen op deze agenda. Indien noodzakelijk worden deze ook financieel vertaald. We realiseren ons dat de transitie van het buitengebied vele jaren, en dus meerdere raadsperioden, in beslag zal nemen. In de huidige 4 jaar zal vooral de veranderrichting worden bepaald en een start worden gemaakt met de concrete Uitvoeringsagenda. We vertalen onze ambities naar twee actielijnen: •

Naar een toekomstige agrarische sector

•

Ons unieke landschap en natuur worden geborgd

In dit programma maken we ook de afweging hoe om te gaan met de unaniem aangenomen verzamelmotie met betrekking tot het onderwerp: •

Stimuleren van innovatie in de agrarische sector

Actielijn 1

Naar een toekomstbestendige agrarische sector

De toekomst van de agrarische sector en daarmee het landelijk gebied wordt voor een aanzienlijk deel gestuurd en bepaald door Europese wet- en regelgeving. Op nationaal niveau is dit uitgewerkt in het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) en door de provincie vertaald in het Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG). Dinkelland maakt onderdeel uit van de Gebiedsgerichte aanpak Noordoost-Twente (GGA-NOT). Samen met de drie NOT gemeenten gaan we de transitie inhoud geven waarbij een realistisch perspectief voor de agrariërs een belangrijk uitgangspunt is. Stimuleren van innovatie in de agrarische sector staat hierbij centraal. Het kabinet investeert fors in de opgaven voor water, natuur en klimaat en in de verduurzaming van de landbouw. De keuzes en investeringen in de landbouw worden gekoppeld aan verduurzaming, kringlooplandbouw, nieuwe verdienmodellen en verbetering van de positie van de boer in de keten. We hebben daarbij nadrukkelijk aandacht voor de transitiekansen van agrariërs, zowel voor agrariërs die blijven als wel stoppen.

Ons doel We gaan als proactieve gebiedspartner een bijdrage leveren aan een economisch perspectief vanuit een balans tussen agrarisch landgebruik, de kwaliteit van onze natuur en landschap, de kwaliteit van de toeristische sector, de mogelijkheden voor economische activiteiten en de kwaliteit van leef- en werkomgeving voor onze inwoners. Dit in verbinding met bodem, water en lucht. Dat maakt ons buitengebied sterker en is gunstig voor de leefbaarheid. In 2026 hebben we de verkregen inzichten en de uitgewerkte plannen vanuit het NPLG omgezet in operationeel beleid gericht op de transitie van de agrarische sector. En in 2026 zijn in deelgebieden zichtbare stappen gezet met betrekking tot zowel het perspectief voor de landbouw als de natuur- en waterdoelen. Via de volgende inspanningen willen we ons doel bereiken: •

We zetten menskracht en middelen in om lokaal en bovenlokaal een proactieve rol te vervullen. We zijn partner in de gebiedsprocessen in NOT.

29

•

Het agrarisch consulentschap zetten we voort, evenals de inzet van de ervencoach voor de landbouw. Dat geldt ook voor onze betrokkenheid bij de Land Bouwers (voorheen: Mineral Valley Twente) en LEADER. Samen met de provincie, het waterschap, maatschappelijk partners en stakeholders stellen wij het gebiedsprogramma NOT 2023- 2030 op.

•

We ontwikkelen een gemeentelijke visie op toekomstige economische dragers voor ons buitengebied, passend binnen de kaders die het rijk en de provincie opstellen .

•

Bedrijfsbezoeken en persoonlijke contacten op het erf zijn een belangrijk onderdeel van onze (persoonlijke) inzet.

•

We hanteren een aanpak op doelgroepen. We richten ons vooral op transitiekansen van agrariërs en hebben daarbij ook oog voor de sociaal maatschappelijke impact.

Hoe leveren we een bijdrage aan een toekomstbestendige agrarische sector? a. Knoppen bedienen. We leveren de komende jaren een maximale inspanning om de complexe processen in het landelijk gebied soepeler te laten verlopen. Wij zien onszelf als de “verbinder” en “facilitator”. Bestuurlijk en ambtelijk nemen we deel aan elke relevante “tafel” om de collectieve belangen van doelgroepen en de gebiedsopgaven in Dinkelland te behartigen. Daar waar mogelijk gaan we landelijk, provinciaal en lokaal een voortrekkersrol vervullen, passend bij onze taken , verantwoordelijkheden en mogelijkheden. b. Samenlevingsgerichtheid. We bouwen aan duurzame relaties in een krachtenveld waar de belangen ver uit elkaar liggen. We staan naast onze agrariërs/ inwoners en ondersteunen hen bij de keuzes op weg naar een meer duurzame bedrijfsvoering. De Gebiedsgerichte Aanpak (GGA) NOT is het voertuig voor dialoog en samenspel met onze inwoners. c. Sociaal maatschappelijke impact. We beschouwen voortdurend de effecten van de activiteiten die er plaatsvinden op de impact die het heeft op mens en maatschappij. In het bijzonder hebben we aandacht voor de transitiekansen van de “blijvers” en het bieden van een perspectief op de “stoppers”. In 2025 gaan we concreet onder meer de volgende projecten en initiatieven ontplooien en/of continueren Dat doen we vanuit ons werkbudget. •

(Voorlichtings)bijeenkomsten voor en met diverse doelgroepen, zoals met erfbetreders en erfcoaches en met jonge boeren.

•

Continuering bedrijfsbezoeken en keukentafel gesprekken: geregeld worden werkbezoeken afgelegd, zowel ambtelijk als met de wethouder (keukentafel gesprekken).

•

‘Boeren met passie’: deze column is geregeld gevuld in Dinkellandvisie.

•

Deelname Bermgras Lab (i.s.m. De Land Bouwers): in deze praktijkpilot wordt onderzocht hoe het restproduct ‘bermmaaisel’ kan dienen als extra organische stof voor de landbouw.

•

Continuering inhuur en inzet erfcoaches t.b.v. grondeigenaren in het buitengebied.

•

Onderzoeken waar en hoe kansen voor een gebiedsproces zich aandienen.

Actuele ontwikkelingen Het nieuwe kabinet heeft een streep gezet door het Transitiefonds en besloten te stoppen met het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Daarmee lijkt ook een einde te zijn gekomen aan het Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG) en is de beschikbaarheid van langjarige middelen voor de transitie van het buitengebied beperkt geworden.

30

Dit zal betekenen dat het voor ons als gemeente en andere gebiedspartners lastiger wordt om de transitie breed en integraal te ondersteunen en de goede balans te bewaken tussen agrarisch landgebruik, de kwaliteit van onze natuur en landschap, recreatie en toerisme, de mogelijkheden voor andere economische activiteiten en de kwaliteit van de leef- en woonomgeving van onze inwoners. De mogelijkheden voor gebiedsprocessen en gebiedsgerichte aanpakken zullen verminderen. Onze gemeente is echter van mening dat de opgaven op het gebied van stikstof, natuur en klimaat voor ons buitengebied onverminderd groot blijven (vanwege onder meer Europese wet- en regelgeving). Daarnaast krijgen we hoe dan ook te maken met veel zogenaamde stoppers en een toename van sociaaleconomische en mentale problematiek op agrarische erven. Om die redenen willen we niet stil blijven zitten. We willen blijven werken aan onze relaties, onze agrariërs zo goed mogelijk informeren en ondersteunen, in gesprek blijven met de verschillende stakeholders in het gebied, onze belangen en zorgen op zo veel mogelijk de relevante tafels inbrengen en kansen pakken waar die zich aandienen. We blijven actief samenwerken met onze gebiedspartners, onder meer in het gebiedsteam NoordoostTwente, als dit kan blijven bestaan.

Met hen zoeken we naar kansen en initiatieven in het gebied die een integrale bijdrage kunnen leveren aan de verschillende opgaven. Deze stimuleren we. Agrariërs die gaan stoppen of in transitie willen gaan, begeleiden we zo goed mogelijk. In alle situaties zoeken we naar een balans tussen een toekomstbestendige agrarische sector, de leefbaarheid van het gebied en een hoogwaardig landschap en natuur.

Actielijn 2 Ons unieke landschap en natuur worden geborgd We willen de landschapskwaliteiten van Noordoost-Twente en dus ook van Dinkelland behouden en ontwikkelen. We maken ons sterk voor het behoud van ons veelzijdige cultuurlandschap, de natuur en de biodiversiteit.

Ons doel We zetten ons in voor het behoud en vergroten van de kwantiteit en kwaliteit van ons unieke landschap, de natuurwaarden en biodiversiteit. Met verdienmodellen voor grondeigenaren als voorwaarde biedt vergroting van kwaliteit en kwantiteit van natuur, landschap en biodiversiteit een bijdrage aan toekomstperspectief. Dat doen we als gebiedspartner, als kartrekker, als beïnvloeder of als overheid die regels stelt. In 2026 hebben we reële stappen gezet voor verbeteren van kwaliteit van landschapselementen, is de biodiversiteit op gemeentegronden toegenomen en gebruiken we onze netwerken om de waarde van natuur, landschap en biodiversiteit aandacht te geven en te versterken.

Hoe leveren we een bijdrage aan de borging van ons unieke landschap en natuur? 1. N2000. We werken samen met vele partners en stakeholders aan de realisatie van de N2000 opgaven. 2. Inpassen projecten. We werken samen met diverse partijen aan hoge kwaliteit van ontwerp, aanleg en beheer van de landschappelijke inpassing van (energie)projecten. Aan deze landschappelijke inpasbaarheid stellen we hoge eisen. 3. Kennis en informatie. We zetten in op meer voorlichting en educatie over natuur, landschap en biodiversiteit. Dit doen we samen met onze gebiedspartners. 4. Beleidsstrategie. We evalueren, verbeteren en wijzigen indien nodig onze ambities uit de Omgevingsvisie en de Waardenkaart. 5. Knoppen bedienen. Waar kansen liggen gaan we landelijk, provinciaal, regionaal en lokaal aan de beleidsmatige en strategische knoppen zitten en in deze een voortrekkersrol vervullen.

31

6. Biodiversiteit. De kansen voor verbetering van biodiversiteit op en aan gemeentegronden worden onderzocht. De onderzoeksresultaten zullen de basis vormen voor een concreet uitvoeringsplan en voor projecten in samenwerkingen met onze inwoners en gebiedspartners. In 2025 willen we vanuit ons werkbudget expertise inhuren bij Landschap Overijssel om grondeigenaren te kunnen adviseren over inrichting en beheer van landgoederen, landschapselementen en erven, om zo ons kenmerkende landschap en natuur te behouden en te versterken en kansen voor verbetering van biodiversiteit te creëren. Daarnaast willen in 2025 vanuit ons werkbudget (en het KGO) een aantal projecten en initiatieven continueren die ook in 2024 hebben gelopen, zoals: •

Boomdeeldagen, i.s.m. Landschap Overijssel en Provincie Overijssel: hierdoor worden inwoners gestimuleerd meer bomen te planten en wordt zodoende gewerkt aan meer biodiversiteit en kennisvergroting.

•

Twente Bloeit, in samenwerking met diverse gebiedspartijen.

•

Project struweelhagen: particuliere grondeigenaren worden gestimuleerd tot de aanleg van struweelhagen ten behoeve van de vergroting van de biodiversiteit en de verbetering van de kwaliteit van het landschap

•

Deelname aan Bosplantsoen project van Stichting Behoud Twents Landschap: door de aanleg van singels, wallen en beplanting wordt de kwaliteit van het landschap verbeterd.

•

De voortzetting van het langjarig onderzoek naar de betekenis van landgoederen voor ons buitengebied, i.s.m. Landschap Overijssel en het OPG (vereniging Overijssels Particulier Grondbezit).

•

Ondersteuning (inhoudelijk, regeltechnisch, financieel) van dorpsraden, werkgroepen, stichtingen en vrijwilligers in projecten en initiatieven die bijdragen aan verbetering van natuur, landschap en biodiversiteit

•

Continuering van de deelname aan Groenblauwe diensten. Hiertoe is akkoord gegeven met de Perspectiefnota 2025 met de volgende tekst: “De Stichting Groene Blauwe Diensten Overijssel beheert voor de gemeente Dinkelland het fonds met gelden voor langjarige beheervergoedingen voor aanleg, beheer en onderhoud van landschapselementen. Het fonds is in het verleden gevuld met geld afkomstig van gemeenten en provincie. Beheercontracten worden afgesloten conform de dienstenbundel Noordoost Twente, voor een langjarige periode (21 jaar). Het fonds draagt bij aan de ambities en opgaven voor landschapsherstel- en behoud, vergroting van biodiversiteit en natuurwaarde. Ook draagt het bij aan verdienmodellen voor grondeigenaren en indirect aan de ruimtelijke kwaliteit van ons buitengebied. Naast het beheer van de fondsen verzorgt de stichting ook advisering en scholing aan hun contractanten/deelnemers. Met een eenmalige extra storting vanuit de gemeente kunnen we voldoen aan onze verplichtingen en toezeggingen, kan de bestaande wachtlijst worden weggewerkt en kunnen de verwachte aanvragen over de periode januari 2025 -juli 2025 worden opgevangen. Vanaf medio 2025 zou naar verwachting, een vervolg van financiering van ecosysteemdiensten (beheer van landschap als maatschappelijke dienst) door de provincie plaatsvinden”. Hoe dit eruit komt te zien of dit gaat gebeuren, is nog onhelder.

Naast deze activiteiten, blijven we actief in veel nationale, provinciale en regionale overleggen waar we de belangen van onze gemeente en inwoners behartigen en, indien mogelijk, een voortrekkersrol spelen.

Actuele ontwikkelingen Het nieuwe kabinet heeft een streep gezet door het Transitiefonds en besloten te stoppen met het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Daarmee lijkt ook een einde te zijn gekomen aan het Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG) en de beschikbaarheid van langjarige middelen voor de transitie van het buitengebied. 32

Het nieuwe kabinet ziet de agrarische sector als belangrijk voor onze voedselvoorziening, natuur, landschap en cultuur. Natuur lijkt ondergeschikt te zijn aan landbouw. Voor ecosysteemdiensten en agrarisch natuurbeheer wil het kabinet langjarige vergoedingen mogelijk maken. Hoe dit eruit komt te zien, is op dit moment nog onhelder. Dit alles zal betekenen dat het voor ons als gemeente en andere gebiedspartners lastiger wordt om de transitie integraal te ondersteunen en de goede balans te bewaken tussen agrarisch landgebruik, de kwaliteit van onze natuur en landschap, recreatie en toerisme, de mogelijkheden voor andere economische activiteiten en de kwaliteit van de leef- en woonomgeving van onze inwoners. De ruimte voor integrale gebiedsprocessen en gebiedsgerichte aanpakken, waarin ook natuur een plek heeft, zal kleiner worden. In 2024 is de Natuur Herstel Wet in Brussel aangenomen. Deze wordt nu vertaald naar nationale wetgeving. Het is dus nog niet helder wat dit voor ons als gemeente gaat betekenen. Onze betrokkenheid bij Natura2000 projecten zal veranderen omdat deze bijna allemaal in de uitvoeringsfase terecht zijn gekomen. Dat betekent dat onze inzet vanuit onze reguliere taken zal plaatsvinden.

Financiën Buitengebied in Balans Werkbudget buitengebied Natuur/landschap”)

in

balans

(Samenvoeging

“Actielijn

Agro”

en

“Actielijn

In de begroting 2023 is een bedrag van €400.000 beschikbaar gesteld en gestort in de “Reserve College akkoord 2022–2026”.

De “Actielijn Agro” en de “Actielijn Natuur/landschap” zijn nauw verweven en samengevoegd tot het “Werkbudget buitengebied in balans”. We verwachten nog uitgaven voor de “erfcoaches”, “onderzoek naar onze landgoederen”, “tijdelijke uitbreiding Buitengebied in balans”, het project “Twente bloeit”, column Boeren met Passie”, “boomdeeldagen” en “advisering landschap”. We stellen voor in de jaarschijf 2025 €115.000 te putten uit de “Reserve College akkoord 2022–2026”.

33

Programma Iedereen Gezond Inleiding Iedereen Gezond Gezond zijn is veel meer dan niet ziek zijn. Gezondheid gaat over sociale, mentale, financiële (of economische) en fysieke gezondheid. Het doel is dat onze inwoners in 2026: •

Minimaal even gezond en gelukkig zijn (fysiek, mentaal, sociaal en economisch)

•

En het gevoel van veiligheid behouden ten opzichte van 2021

Wij ontwikkelen een actuele en vernieuwende visie op het sociaal domein. De beschikbare financiële middelen in het gemeentelijke sociale domein worden efficiënt en effectief ingezet, waarbij we prioriteiten stellen, keuzes maken en op zoek gaan naar slimme combinaties. We vertalen onze ambities naar vier actielijnen; •

De zorg voor onze inwoners is op orde

•

Gezond in je lijf en in je hoofd

•

Iedereen doet mee

•

Iedereen is veilig

In dit programma maken we ook de afweging hoe om te gaan met de unaniem aangenomen verzamelmotie met betrekking tot het onderwerp: •

Meer inzetten op vroegsignalering van armoede, eenzaamheid en jeugdhulp, bijvoorbeeld door de inzet van de buurtsportcoaches

•

Stimuleren van sportactiviteiten voor oud en jong, bijvoorbeeld door het (mede) realiseren van beweegtuinen

•

Toegankelijkheid van mensen met een beperking verbeteren

•

Voorkomen van jonge aanwas in de criminaliteit, bijvoorbeeld door een regionaal preventieprogramma;

Actuele ontwikkelingen De zorgkosten stijgen, mede als gevolg van een complexere en meer zichtbare zorgvraag. Voor de gezondheid van onze inwoners en om de zorg betaalbaar en bereikbaar te houden voor diegene die het echt nodig hebben, zien we een toenemend belang van de inzet op preventie en het versterken van de sociale basis. Landelijk zien we dit onder andere terug in: •

De hervormingsagenda Jeugd

•

Gezond en actief leven akkoord en de bijbehorende brede SPUK

•

Het integraal zorgakkoord

•

Nationaal preventie en sportakkoord.

In het hoofdlijnenakkoord geven de vier partijen aan dat preventie meer centraal komt te staan om daarmee de zorg voor de toekomst ook toegankelijk te houden. Aandacht voor sport en bewegen, het verkleinen van gezondheidsverschillen en het beheersen van de zorgvraag zijn daarbij belangrijk. Daarnaast laat het hoofdlijnenakkoord zien dat vooral ingezet wordt op de curatieve, langdurige zorg. Er is geen aandacht voor gezond opvoeden en opgroeien in een gezonde leefomgeving en het belang van het versterken van de sociale basis. Dit terwijl dat cruciaal is om het beroep op toekomstige curatieve en langdurige zorg te beheersen. De hervormingsagenda jeugd gaat door, die laat wel een beweging zien naar het versterken van de sociale basis om zwaardere vormen van jeugdzorg te voorkomen. 34

Op regionaal niveau zien we in het onlangs vastgestelde regiobeeld een aantal ontwikkelingen: •

Sterk vergrijzende regio

•

Cijfer voor overgewicht en overmatig alcoholgebruik liggen ruim boven landelijk gemiddelde. De verwachting is dat het percentage met overgewicht sterk toeneemt.

•

Het tekort aan personeel in de zorg en welzijn neemt toe

•

Percentage dat moeite heeft met rondkomen blijft stijgen

•

Mentale gezondheid staat onder druk, met name bij jong volwassenen.

In het regioplan Twente, mede opgesteld door Twentse Koers, wordt ingespeeld op deze ontwikkelingen en zien we ook een beweging naar het inzetten op preventie en het versterken van de sociale basis. In opvolging op deze ontwikkelingen wordt ook lokaal binnen het programma gezondheid volop ingezet op preventie en het versterken van de sociale basis onder andere middels de reeds lopende zaken als dorpsondersteuners, de uitvoeringsagenda's gezondheid, sport en armoede, de quickwins voor het versterken preventie jeugd etc. In 2025 wordt daar het project versterken voorliggende voorzieningen Wmo, project eenzaamheid, project mentale gezondheid en Kanrijke Start aan toegevoegd. Wat lokaal opvalt is dat de kracht van de samenleving groot is, inwoners en organisatie willen helpen en steken de handen uit de mouwen om een bijdrage te leveren aan het versterken van de sociale basis. Dit kunnen ze niet alleen. Subsidies zijn nodig om de sociale basis en daarmee voorzieningen zoals het creëren van ontmoeting mogelijk te maken. Vanuit het leefbaarheidsfonds worden veelbelovende initiatieven ontplooit, maar deze kunnen door gebrek aan structurele middelen niet worden verankerd. Om succesvolle initiatieven die bijdragen aan nieuwe/vervangende vormen van zorg en ondersteuning in de kernen te kunnen continueren zijn extra middelen nodig.

Het gaat daarbij om initiatieven om de zorg menselijker, efficiënter, effectiever en dichtbij te organiseren. Een ander aandachtspunt is het thema overgewicht. Een thema dat landelijk en regionaal al volop de aandacht heeft en de komende jaren naar verwachting steeds meer aandacht krijgt door de stijgende percentages van zowel kinderen als volwassenen met overgewicht. Voor de kinderen is het doel de jeugd op te laten groeien in een kansrijke omgeving. Zowel de aanpak bij de JOGG (Jongeren op Gezond Gewicht) als de OKO (Opgroeien in de Kansrijke Omgeving) zijn hier op gericht. Om met beperkte inzet maximale opbrengst te genereren en om aan te sluiten bij de plekken waar de energie zit in de samenleving, is ervoor gekozen om in de ene gemeente te starten met OKO (Tubbergen) en in de andere met JOGG (Dinkelland). Dinkelland is gestart met de JOGG. Ook het onderwijs omarmt deze aanpak. Voor een structurele borging van deze aanpak zijn structurele middelen nodig. Tot slot is in 2024 de kadernota armoede en schulden vastgesteld. Eén van de aandachtspunten is het gebruik van de minimaregelingen. Om het gebruik van de minimaregelingen te verhogen en toegankelijker te maken, willen we onderzoeken of de Dinkellandpas een passend middel is binnen de gemeente Dinkelland. De Dinkellandpas is een pas waar diverse minimaregelingen opgezet kunnen worden.

Inwoners die beschikken over deze pas, kunnen bij aangesloten winkels met de Dinkellandpas betalen. Het inzetten van de Dinkellandpas stimuleert het gebruik van de minimaregelingen waardoor sociale uitsluiting verminderd wordt. Voor het onderzoek zijn incidentele middelen nodig van 30.000 euro, de implementatie wordt naar geschat op 50.000 euro. De structurele kosten zijn nog niet bekend.

Actielijn 1 De zorg voor onze inwoners is op orde Onze ambitie is om pro-actiever en zo vroeg mogelijk met onze partners en inwoners (preventief) te werken aan gezondheid. Wij willen korte lijnen tussen de gemeente, zorgaanbieders en zorgontvangers. Met als doel: zorg menselijker, efficiënter, effectiever en dichtbij. Onze inzet richten we op het organiseren en verbeteren van de korte lijnen door middel van een gebiedsgerichte integrale aanpak van de zorg. We werken actief samen met alle partners in het zorgdomein. Bij deze ambitie past onze financiële inzet op de (areaal-)ontwikkelingen, de POH jeugd-GGZ en de coördinator externe verwijzer. 35

Ons doel We spannen ons in om de zorg en ondersteuning beter in te richten vanuit het perspectief van inwoner(s), dichtbij en met de menselijke maat als uitgangspunt.

Hoe leveren we een bijdrage aan het op orde komen van de zorg voor onze inwoners? •

Algemene voorzieningen dichtbij, gebiedsgericht en integraal. We organiseren de algemene voorzieningen dichtbij, gebiedsgericht en integraal. We nemen daarbij de werkwijze van de dorpsondersteuner in Saasveld als basis. Daarbij positioneren we de kernondersteuner als spil in de kernen op basis van de behoefte in de kernen, met korte lijnen naar Schakel.

•

Preventief. We werken preventief en zo vroeg mogelijk in meer samenwerking met onze partners en inwoners aan de zorg en ondersteuning voor onze inwoners.

•

Samenlevingsgericht. We werken samenlevingsgericht. We benutten onze ogen en oren in de wijk beter door pro-actief in gesprek te gaan met onze uitvoerende partners en inwoners. We delen in deze gesprekken trends en ontwikkelingen, zijn alert op de samenhang der dingen en toetsen deze aan ons beleid.

•

Mantelzorgers. We verbeteren de aandacht en regelingen voor mantelzorgers.

Actielijn 2 Gezond in je lijf en in je hoofd Wij zien een forse opgave als het gaat om overgewicht en alcoholgebruik. Wij willen dat alle inwoners zich bewust zijn van het belang van een gezonde leefstijl. Daarom stimuleren we sport en beweging op basis van maatwerk voor verschillende leeftijdsgroepen. Ook zetten we in op vitale voorzieningen en verenigingen, cultuurbeleving, persoonlijke ontwikkeling en een veilige en gezonde leefomgeving.

Ons doel We leveren, in samenwerking met onze inwoners en partners, een bijdrage aan het bevorderen van een gezondere leefstijl en gezondere leefomgeving voor onze inwoners in 2026 . Onze speciale aandacht gaat uit naar kwetsbare groepen, waarbij de accenten liggen op terugdringen van overgewicht, overmatig alcoholgebruik en mentale gezondheid.

Hoe leveren wij een bijdrage aan Gezond in je lijf en in je hoofd? •

Van inzicht naar strategische sport en cultuuragenda. We hebben zicht op de meest kwetsbare doelgroepen, trends en ontwikkelingen. Deze vormen de basis voor de strategische agenda voor sport en cultuur.

•

Bevorderen van gezonde leefstijl en omgeving. We gaan aan de slag met het bevorderen van de gezonde leefstijl en gezonde leefomgeving. Het accent ligt op sport, cultuur, jongeren en overgewicht en overmatig alcoholgebruik. We brengen het aanbod voor deze doelgroepen in beeld. Daarna ontwikkelen we samen met de betrokken partners en naar behoefte van de samenleving meer/ betere (collectieve) voorzieningen, ondersteuning en/of interventies.

•

Efficienter en effectiever gebruik van voorzieningen. We zetten in op vitale verenigingen, efficiënter en effectiever gebruik van bestaande voorzieningen en toegankelijke en betaalbare voorzieningen op het gebied van sport en cultuur.

Actielijn 3 Iedereen doet mee Een toegankelijke en inclusieve samenleving betekent dat iedereen zo zelfstandig en gelijkwaardig mogelijk meedoet aan de maatschappij. Elke inwoner moet de mogelijkheid hebben mee te doen en zich te ontwikkelen. We zien daarbij vooral een opgave op het gebied van eenzaamheid en armoede.

36

Wij willen vroeger zicht krijgen op gevallen van –verborgen- armoede en dreigende armoede, eenzaamheid, uitsluiting en isolatie. Dit door preventief te werken en proactief onze rol te pakken. Ook zetten we in op een betere benutting van bestaande mogelijkheden en faciliteiten voor jongeren en senioren voor ontmoeting en deelname aan activiteiten. We zorgen ervoor dat het voor onze inwoners gemakkelijker wordt om de weg te vinden naar diensten en algemene voorzieningen.

Ons doel We spannen ons in voor een inclusieve samenleving waarin iedereen zo zelfstandig en gelijkwaardig mee kan en mag doen aan de maatschappij. Onze speciale aandacht gaat uit naar kwetsbare groepen, waarbij de accenten liggen op inwoners in armoede en eenzaamheid.

Hoe leveren wij een bijdrage aan het uitgangspunt iedereen doet mee? •

Van inzicht naar een strategische inclusie agenda. We hebben zicht op verschillende vormen van armoede en eenzaamheid per kern of doelgroep. We hebben hierbij aandacht voor de identiteit en cultuur van de betreffende kern. Op basis hiervan stellen we een inclusieve agenda op, met accenten op eenzaamheid en armoede.

•

Ondersteunen van initiatieven. We ondersteunen initiatieven die bijdragen aan een inclusievere samenleving

•

Preventief en proactief. We gaan samenlevingsgericht, pro-actief in gesprek met organisaties en inwoners over bestaande activiteiten en voorzieningen, over trends en ontwikkelingen binnen het sociale domein. We stimuleren hen waar mogelijk initiatief te nemen om het aanbod af te stemmen op nieuwe (kwetsbare) doelgroepen, waarbij bestaande faciliteiten beter worden benut, toegankelijk zijn en waar nodig nieuwe activiteiten en voorzieningen worden toegevoegd.

Actielijn 4 Iedereen is veilig Dinkelland is al jarenlang een van de veiligste gemeentes van ons land. Dit willen we graag zo houden. Bij veiligheid spelen diverse vraagstukken: woonoverlast, (jeugd-)criminaliteit, verkeersveiligheid, huiselijk geweld en ondermijnende criminaliteit. Dit complexe terrein kent dus veel vraagstukken, partijen en instrumenten en dus ook vele verbindingen met ander gemeentelijk en regionaal beleid. We brengen focus aan op en geven de speerpunten van ons beleid vorm. We luisteren daarbij naar signalen uit de samenleving. We willen dat al onze inwoners veilig kunnen wonen, leven en werken.

Ons doel Wij willen één van de veiligste gemeenten van Nederland blijven. Wij hebben vertrouwen in onze huidige aanpak en in de cultuur die onze inwoners in zich dragen. Wij willen de komende periode de nadruk leggen op een viertal overstijgende thema’s, gebaseerd op de laatste burgerpeiling veiligheid (2021). In 2026 kijken we terug op: •

Een meer integrale aanpak van veiligheidsvraagstukken

•

Een strategisch meerjarenperspectief op het thema veiligheid

•

Uitlijning van onze lokale inspanningen met regionale inspanningen

Hoe leveren we een bijdrage aan Iedereen is veilig We willen als gemeente als volgt werken aan een het perspectief op veiligheid: •

Strategische agenda: wij sturen op strategisch niveau. De uitkomsten van de burgerpeiling Veiligheid zijn leidend bij het vormen van onze strategische agenda. Wij zijn koersvast in het volgen van deze agenda en gebruiken onze koers om ook deze vraagstukken op andere overlegtafels te agenderen (veiligheidspartners). 37

•

Rollen en bevoegdheden. wij geven inzicht in waar verantwoordelijkheden liggen. Welke bevoegdheden heeft de raad? Welke besluiten neemt de burgemeester? Wat is de verhouding tussen gemeentelijke taken, regionale taken en overstijgende verantwoordelijkheden (politie).

Financiën Iedereen Gezond Werkbudget Iedereen Gezond In de begroting 2023 is, voor de gehele coalitieperiode, een bedrag van €200.000 beschikbaar gesteld en gestort in de “Reserve College akkoord 2022–2026”. Het budget interventieplan is hieraan toegevoegd waardoor het totaalbudget uitkomt op €250.000.

We stellen voor in de jaarschijf 2025 €160.000 te putten uit de “Reserve College akkoord 2022–2026”. Projectgeld kernondersteuner In de begroting 2023 is, voor de gehele coalitieperiode, een bedrag van €50.000 beschikbaar gesteld en gestort in de “Reserve College akkoord 2022–2026”. We stellen voor in de jaarschijf 2025 €12.500 te putten uit de “Reserve College akkoord 2022–2026”. Leefbaarheidsfonds In de begroting 2023 is, voor de gehele coalitieperiode, een bedrag van €150.000 beschikbaar gesteld en gestort in de “Reserve College akkoord 2022–2026”. Naar aanleiding van een amendement is dit budget opgehoogd met €350.000 tot €500.000.

We stellen voor in de jaarschijf 2025 €100.000 te putten uit de “Reserve College akkoord 2022–2026”. 38

Programma Leefomgeving van de toekomst Inleiding Leefomgeving van de toekomst Wij willen een leefomgeving die ook voor onze komende generaties duurzaam, veilig en gezond is. De bodem, het water en de lucht, de natuur, gebouwen en wegen en paden zijn allemaal onderdeel van onze leefomgeving. Door klimaatverandering komt onze leefomgeving onder druk te staan. We zullen ons moeten aanpassen aan veranderende weersomstandigheden zoals hitte, droogte en het vaker voorkomen van hevige neerslag. We moeten anders omgaan met energie en grondstoffen en ons maximaal inzetten om een energietransitie tot stand te brengen gericht op het terugdringen van het verbruik van grondstoffen en het stimuleren van het hergebruik. We doen dit proactief en we doen het samen; de gemeente met haar inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties . We bundelen als Noordoost-Twentse gemeenten de krachten in de Energie van Noordoost-Twente. Wij haken aan bij de landelijke doelstelling dat er in 2030 55% minder CO2 uitstoot moet zijn en 50% van de energie duurzaam moet zijn opgewekt. In lijn met die doelstellingen stellen wij voor gemeente Dinkelland ons de doelstelling om 40% van het energiegebruik duurzaam op te wekken in 2026. Dat is ambitieus en hiervoor moeten de komende jaren de nodige inspanningen geleverd worden.

Trias Energetica: eerst besparen, dan opwekken Doelstellingen realiseren we via een soort “oploopmodel” en het principe van de Trias Energetica: 1. Beperken van het energieverbruik door verspilling tegen te gaan. Energie die niet verbruikt wordt, hoeft ook niet opgewekt te worden. We zetten maximaal in op energie besparen. Door onze eigen gebouwen te verduurzamen en door inwoners en bedrijven daartoe te stimuleren en te faciliteren en door initiatieven op dit terrein te ondersteunen. 2. Maximaal gebruik maken van energie uit duurzame bronnen (zoals zon, wind, water, bodem). We richten ons op de opgave die noodzakelijk is vanuit de RES, met een maximale inzet op zon op dak, aangevuld met de noodzakelijke mix van wind en/of zon op land. We stimuleren en faciliteren gebouweigenaren om warmte duurzaam op te wekken, bijvoorbeeld aan de hand van (hybride) warmtepompen. Voor de productie van warmte willen we ook gebruik maken van het potentieel aan biogas en/of groengas in Dinkelland. We benutten kansen die zich via nieuwe ontwikkelingen en technieken (bv waterstof of geothermie) voordoen. 3. Zo efficiënt mogelijk gebruik van (fossiele) energiebronnen om in de resterende energiebehoefte te voorzien; Sommige woningen zijn lastiger te verduurzamen dan anderen. Ook zullen er bedrijven blijven die behoefte hebben aan gas voor hun productieprocessen.

Biogas en/of groengas kunnen oplossingen bieden voor deze gebouwen. Echter moeten we er rekening mee houden dat we nog lange tijd fossiele energiebronnen nodig hebben; deze zullen dan zo efficiënt mogelijk worden ingezet.

39

Samen aan de slag De energietransitie is een forse opgave waar we gezamenlijk – inwoners, ondernemers én overheid - voor aan de lat staan. We nemen hierbij een pro-actieve houding in en nemen inwoners en ondernemers mee in de opgave die er ligt. We faciliteren en ondersteunen initiatieven die een bijdrage leveren aan het verduurzamen van de gemeente. Hierbij bewaken we de integraliteit en houden we ook de samenhang met andere beleidsterreinen (landelijk gebied, sociaal domein, volkshuisvesting) in beeld en benutten kansen die zich voordoen. Energie van Noordoost Twente We staan als Noordoost-Twentse gemeenten allemaal voor dezelfde (forse) opgave in de energietransitie. Door krachtenbundeling, kennisdeling en coördinatie in de opgaven waar we gezamenlijk voor staan, bereiken we meer dan iedere gemeente voor zich zou doen. Een aantal jaren geleden is hiervoor het samenwerkingsverband Energie van Noordoost Twente opgestart. Deze samenwerking bouwen we de komende periode verder uit. Klimaatvisie De leefomgeving van de toekomst gaat verder dan alleen de energietransitie. Met de ondertekening van het klimaatakkoord hebben we ons gecommitteerd aan de bredere opgave om uiteindelijk in 2050 klimaatneutraal te zijn. Naast elektriciteit en warmte gaat het om thema's als klimaatadaptatie, circulaire economie, infrastructuur en mobiliteit, natuur en landschap en de landbouw.

Daartoe gaan we de heldere keuzes maken: wat zijn we verplicht om te doen, waar ligt onze extra ambitie, wat is onze rol? Daarbij kijken we vanuit een integrale visie en context en leggen waar mogelijk verbindingen met thema’s en vraagstukken in de andere programma’s.

40

Actielijnen Het programma Leefomgeving van de Toekomst kent een dynamische agenda. Jaarlijks leiden nieuwe inzichten tot aanvullingen en wijzigingen. De uitkomsten uit de visie en uitvoeringsagenda kunnen leiden tot aanpassing en aanvulling van de actielijnen. Binnen het programma worden drie actielijnen geformuleerd. •

Actielijn 1 Verduurzamen - Op weg naar energieneutraal en aardgasvrij wonen & werken

•

Actielijn 2 Opwek - Duurzame energievoorziening

•

Actielijn 3 Duurzame mobiliteit

De drie actielijnen vormen samen een specificatie van paragraaf 3.1 Klimaat en duurzaamheid: er tegenaan! uit het college- en raadsakkoord. Paragraaf 3.2 Groen en Bloemen uit het collegeakkoord vindt zijn uitwerking via het Kwaliteitsplan Openbaar Groen (basisbegroting). In dit programma maken we ook de afweging hoe om te gaan met de unaniem aangenomen verzamelmotie met betrekking tot de onderwerpen: •

Versnel verduurzamen van (sociale huur)woningen, bijvoorbeeld door een revolverend fonds voor particulieren

•

Plan van aanpak en financiële onderbouwing voor de verduurzaming van schoolgebouwen

•

Haalbaarheidsonderzoek naar de realisatie van energieopslag

41

•

Mogelijkheden van subsidies voor klimaatadaptieve maatregelen voor particulieren verkennen, i.s.m. waterschap

•

Gebruik maken van subsidie ten behoeve van de waterstofhub

Actuele ontwikkelingen Klimaatprogramma In juni 2024 is het klimaatprogramma 2024-2050 vastgesteld. Hierin zijn de opgaven en ambities vastgelegd die we hebben ten aanzien van de uitvoering van het Klimaatakkoord inclusief een uitvoeringsprogramma. Daarbij zijn de hoofdsectoren en doelstellingen vanuit het Klimaatakkoord als basis genomen: 1. Gebouwde Omgeving 2. Elektriciteit 3. Industrie en bedrijvigheid 4. Landbouw en Landgebruik 5. Mobiliteit Daarnaast is ook klimaatadaptatie toegevoegd aan het Klimaatprogramma en zijn de koppelkansen met andere domeinen benoemd om duurzaamheidsdoelen beter te integreren in domeinen zoals openbare ruimte en de fysieke leefomgeving. Op basis van het vastgestelde klimaatprogramma zijn de in de begroting opgenomen actielijnen aangepast en geactualiseerd of aangevuld. De ambities en inspanningen ten aanzien van de bovengenoemde hoofdsectoren vanuit het Klimaatakkoord vinden als volgt hun plek: •

Actielijn 1 (Verduurzamen): “Gebouwde Omgeving” en “Industrie en bedrijvigheid”

•

Actielijn 2 (Opwek): “Elektriciteit”

•

Actielijn 3 (Duurzame mobiliteit en Infrastructuur): “Mobiliteit”

Gezien de keuzes binnen “Landbouw en Landgebruik” krijgen deze een plek binnen de algemene koppelkansen. Circulaire economie Het onderwerp Circulaire Economie vormt één van de pijlers van de vrijwillige Twentse milieusamenwerking en is als zodanig vastgelegd in het samenwerkingsprogramma Milieu, Duurzaamheid en Afval (MDA) 2023 en in de gezamenlijke bestuursopdracht MDA 2020-2025. Er is een ‘Startnotitie Circulaire Economie Twentse gemeenten’ opgesteld dat de basis is voor een Koersdocument en Uitvoeringsplan. Het Koersdocument wordt begin 2024 aan de gemeenten voor besluitvorming voorgelegd. Op 18 juli 2023 heeft de gemeenteraad een motie aangenomen op een plan van aanpak op te stellen om de circulaire economie in de gemeente Dinkelland te bevorderen. Het koersdocument vormt de basis voor invulling en concretisering van het plan van aanpak circulaire economie voor de gemeente Dinkelland. Deze wordt begin 2024 voor vaststelling voorgelegd aan het college. Uitvoering van het plan van aanpak moet leiden tot het vaststellen van de ambities en bijbehorende inspanningen voor circulaire economie in de gemeente Dinkelland, inclusief de financiële consequenties. Koppelkansen Doelstellingen uit het klimaatakkoord staan niet op zichzelf en hebben in veel gevallen ook een relatie hebben met opgaven in andere domeinen.

We zetten daarom in op koppelkansen om zowel de opgaven vanuit het klimaatakkoord maar ook andere opgaven te versterken of te versnellen. 42

We zetten onder andere in op koppelkansen met opgaven uit de agrarische sector, openbare ruimte en de fysieke leefomgeving (wonen, nieuwbouw en bestaande (bedrijfs)gebouwen). We realiseren een kansenkaart waarbij we nagaan hoe we bij bestaande ontwikkelingen en plannen met kleine aanpassingen een groot effect kunnen bereiken.

Actielijn 1 werken

Verduurzamen - Op weg naar energieneutraal en aardgasvrij wonen en

In 2030 zijn twee miljoen Nederlandse woningen van het aardgas af. In 2050 verwarmt, kookt of doucht geen enkel huishouden meer met aardgas. We stappen over op duurzame warmte. Dit is afgesproken in het Nederlandse Klimaatakkoord. Ook bedrijven maken deze ommezwaai, met als doel dat Nederland in 2050 klimaatneutraal is. Gemeenten in Nederland, zo ook gemeente Dinkelland, hebben een grote rol in de overstap naar duurzame warmte. Om de opgave te laten slagen, werken we samen met inwoners aan haalbare en betaalbare oplossingen. We zetten daarbij ook maximaal in op het nemen van energiebesparende maatregelen.

Ons doel In 2050 wonen en werken we energieneutraal en aardgasvrij. In 2030 willen we de eerste stappen hebben gezet richting aardgasvrije wijken. Geen uitstoot van broeikasgassen vanuit bedrijven in de gemeente Dinkelland in 2050.

Hoe leveren we een bijdrage aan Verduurzamen – Op weg naar energieneutraal en aardgasvrij wonen en werken We werken met de volgende pijlers om ons doel te bereiken: 1. Bewustwording en informatievoorziening: Creëren van meer bewustzijn, besef van urgentie en draagvlak voor de warmtetransitie door gerichte communicatie met inwoners, ondernemers en maatschappelijke instellingen. Het energieloket is de basis van onze informatievoorziening. Daarnaast werken we actief samen met lokale groepen (zoals energiecoöperaties) om de kennis actiever en vooral persoonlijker bij de inwoners en ondernemers onder de aandacht te brengen. 2. Advies en afweging: Er komt veel op onze inwoners, ondernemers en instellingen af. De stap om daadwerkelijk te verduurzamen is voor velen ingewikkeld: welke keuzes kun/moet je maken, wat kost het en wat levert het op? We willen inwoners en ondernemers adviseren en ontzorgen in het proces naar haalbare en betaalbare oplossingen in het verduurzamen van hun woning. We bieden verschillende instrumenten en een stappenplan, passend bij de eigen specifieke woning en situatie. De instrumenten kunnen op wijkniveau worden ingezet en gemeentebreed. Speciale aandacht is er voor het terugdringen van energiearmoede en het nemen van maatregelen voor de doelgroep die dit het meeste treft. 3.

Uitvoering en buurtgerichte aanpak (wijkuitvoeringsplannen): We zetten samen met inwoners en ondernemers het proces in de wijken in (of voort) om bestaande woningen/gebouwen van het aardgas af te halen en waar nodig intensiveren we dit. Daarbij kijken we hoe we slim een buurtgerichte aanpak kunnen combineren met individueel gerichte maatregelen voor alle woningeigenaren in de gemeente. 4. Herijken ambitie en rolbepaling: Op basis van kennis en ervaring uit de afgelopen jaren herijken we de warmtevisie naar een warmteprogramma en aanpak om bestaande woningen/gebouwen van het aardgas af te halen 5. Faciliteren en stimuleren bij verduurzamen bedrijven en bedrijventerreinen: We willen ondernemers stimuleren en faciliteren om hun bedrijven te verduurzamen. Ook stimuleren wij duurzame initiatieven waardoor schaalvergroting en/of een gezamenlijke aanpak mogelijk is.

43

Actuele ontwikkelingen Warmtetransitie: Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) en Warmteprogramma Op 23 april 2024 is het wetvoorstel ‘Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw)’ aangenomen in de Tweede Kamer. Deze geeft gemeenten de bevoegdheden om de regie over de lokale warmtetransitie te pakken. Met de Wgiw wordt een verplichting aan B&W opgelegd om een Warmteprogramma vast te stellen (een zogenaamd verplicht programma) gericht op verduurzaming van bestaande gebouwen. Het Warmteprogramma zal worden opgenomen in het omgevingsplan waardoor het juridisch bindend wordt. De Eerste Kamer moet nog instemmen met de wet. Getracht wordt om het besluit op 1 januari 2025 in werking te laten treden. De herziening van de Warmtevisie naar Warmteprogramma voor de Noordoost-Twentse gemeenten staat voor 2026/2027 op de planning. Het is de juridische vertaling van de warmtevisie waarin de gemeente per gebied de potentieel beschikbare duurzame warmtealternatieven in beeld per gebied het tijdspad van verduurzaming met de bijbehorende maatregelen en (financiële) consequenties. Voor dit moment zijn deze nog niet te overzien en mede ook afhankelijk van de middelen en kaders vanuit het Rijk.

Actielijn 2

Opwek - Duurzame energievoorziening

In Nederland hebben we als doel om in 2030 met zon en wind op land 35 TWh aan elektriciteit op te wekken. Binnen de RES Twente hebben de partners een gezamenlijk doel van 1,5 TWh gesteld voor de opwek van elektriciteit op basis van wind- en zonne-energie. In de gemeente Dinkelland werken wij samen met de gemeenten Tubbergen, Losser en Oldenzaal om onze doelstellingen te bereiken. In de RES Twente 1.0 is afgesproken dat deze gemeenten samen 225 GWh aan duurzame energie willen opwekken in 2030.

Ons doel In 2030 willen we 50% van onze elektriciteit duurzaam opwekken. Wij zetten maximaal in op zon op dak, windenergie binnen voor Dinkelland acceptabele (gezondheids)normen, biogas en nieuwe technieken voor energieopwekking.

Hoe leveren we een bijdrage aan Opwek - Duurzame energievoorziening We werken met de volgende pijlers om ons doel te bereiken: 1. Maatschappelijke acceptatie. Creëren van verdergaand bewustzijn onder onze inwoners over de opgave in de energietransitie. Dit doen we door inwoners meer eigenaar te laten zijn van zowel het probleem als de oplossing. Eigenaarschap van inwoners bereik je niet vanzelf. Goede voorlichting (vergroten van kennis, delen van kennis, voorbeelden en ervaringen), betrekken van inwoners bij processen en projecten en het creëren van handvatten om gedrag te veranderen en inwoners te ontzorgen, zijn noodzakelijk. 2. Bronnen voor opwek van energie. We zetten allereerst volop in op zoveel mogelijk zon op dak. Daarnaast richten we ons ook op inzet van biogas. We willen de potentie van biogas in Noordoost Twente optimaal benutten door in te zetten op een coöperatieve samenwerking met boeren. We onderzoeken de mogelijkheden van geothermie en waterstof en benutten waar mogelijk de kansen. We volgen nieuwe ontwikkelingen en technieken op de voet en stellen onze acties bij als zich reële kansen voordoen. 3. Lokale initiatieven in the lead. We faciliteren en ondersteunen kansrijke lokale duurzame initiatieven ten behoeve van opwek.

De energiecoöperatie Noordoost Twente is (in samenwerking met lokale coöperaties) de motor van ontwikkeling van lokale projecten en initiatieven. Lasten lokaal, dan ook lusten lokaal is een belangrijk uitgangspunt, we streven naar een maximale participatiegraad van inwoners/omgeving binnen eventuele toekomstige projecten (minimaal 50%, bij voorkeur 100%). We benutten de kennis en mogelijkheden van partners in het veld om realisatie van projecten tot stand te brengen. 44

4. Regionale en grensoverschrijdende samenwerking. We staan als (NOT-)gemeenten allemaal voor dezelfde forse opgave. Vanuit de krachtenbundeling, kennisdeling en coördinatie in de opgaven waar we gezamenlijk voor staan, bereiken we meer dan wanneer iedere gemeente dit voor zich zou doen. Vanuit het samenwerkingsverband Energie van Noordoost Twente bundelen we de krachten richting de opgaven vanuit de Regio Twente en de Regionale Energie Strategie. 5. Opslag van energie. In de verduurzaming van onze energiebehoefte zijn de huidige technieken afhankelijk van niet continue aanwezige hernieuwbare energiebronnen. Energieopslag kan een middel zijn om vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen. De gemeente wil initiatieven voor energieopslag met een maatschappelijk nut stimuleren.

Actuele ontwikkelingen Biogas Er is definitief besloten om niet deel te nemen in Boerengas B.V. De ervaringen uit de eerste fase worden meegenomen in het vervolgtraject waarin de NOT-gemeenten aan het onderzoeken zijn hoe ze de beschikbare biogaspotentie het best kan benutten. De bedoeling is dat de biogaspotentie zo ruim mogelijk en gebiedsoverstijgend benut wordt. Er wordt gezocht naar één of meerdere instrumenten om dit doel te bereiken. Het reeds gereserveerde budget zal worden ingezet om deze instrumenten nader uit te werken en in te zetten. Motie alternatieve invulling van opgave CO2-reductie: nieuwe technieken en ontwikkelingen De gemeenteraad heeft in december 2023 een motie aangenomen waarin het college opgeroepen om er bij de provincie Overijssel op aan te dringen dat de gemeente meer vrijheid krijgt om de energiestrategie samen met inwoners invulling te geven, waarbij de wettelijke doelstelling van 55% CO2 reductie tot 2030 centraal moet staan en niet het opleggen van de manieren waarop broeikasreductie tot stand moet komen. Dat betekent dat we de komende jaren nog sterker inzetten op het benutten van kansen die zich voordoen ten aanzien van nieuwe technieken en ontwikkelingen op dit gebied: •

Geothermie: De kansen voor diepe geothermie bevinden zich in de Tubbergen formatie (zandlaag uit het Carboon tijdperk). Deze aardlaag is in het noorden van Twente aangetroffen en is dus ook aanwezig in noordoost Twente. Geothermie is een van de mogelijke alternatieve oplossingen voor de levering van duurzame energie, naast andere duurzame energiebronnen. Deze techniek gaat echter gepaard met significante investeringen, risico’s en technische uitdagingen, maar vooral ook onbekendheid. Daarom worden alle aspecten in kaart te brengen, zodat weloverwogen keuzes gemaakt kunnen worden. Onderzoek en een proefboring zijn nodig. Indien nodig en mogelijk zal gemeente Dinkelland hierin meer een voortrekkersrol innemen. Mogelijk brengt dit aanvullende onderzoekskosten met zich mee.

•

Waterstof: Waterstof is een energiedrager, die voor de verdere toekomst wellicht kansen biedt voor het verwarmen van woningen en gebouwen. Via de RES Twente sluiten we aan bij de H2Hub Twente We volgen de ontwikkelingen en zullen in spelen op kansen die zich voordoen.

•

Kernenergie: Op verzoek van de provincie is op basis van de kennissessie, een notitie over de toepassing van kernenergie in Nederland en de perspectieven voor SMRs geschreven. Deze kleine kerncentrales bevinden zich nu in de ontwikkelfase en moeten de zogenaamde ‘demonstratiefase’ nog doorlopen. Hoewel realisatie nog niet direct op korte termijn te verwachten is, volgen we de ontwikkelingen rondom de SMRs . Zodra een volgend concreet stadium bereikt wordt, wordt dit thema weer actief besproken in de Provinciale Staten.

Actielijn 3

Duurzame Mobiliteit

Ons doel Beter organiseren van slimme, duurzame en zorgeloze mobiliteit zonder uitstoot 45

Hoe leveren we een bijdrage aan Duurzame mobiliteit & (Maatschappelijk verantwoord) Inkopen We willen toewerken naar duurzame mobiliteit, zonder uitstoot. Dit doen we door zelf het goede voorbeeld te geven als gemeente en voorop te lopen in de transitie naar duurzame mobiliteit. Ook faciliteren we onze inwoners bij de overgang naar duurzaam vervoer. We werken met de volgende pijlers om ons doel te bereiken: 1. Voorbeeldfunctie. Als gemeente horen we het goede voorbeeld te geven door onze eigen mobiliteit te verduurzamen. Onder meer stellen we een duurzaam mobiliteitsplan met een route voor het verduurzamen van ons eigen vervoer. 2. Versterken laadinfrastructuur. Op basis van de laadvisie proberen we in alle kernen de mogelijkheid te bieden voor mensen om op een openbare locatie hun elektrische voertuig uit te laden. Op zoveel mogelijk openbare parkeerterreinen in alle kernen willen we de mogelijkheid bieden om elektrisch te laden. We gaan inzetten op het overdekken parkeerplaatsen met zonnepanelen en laadpunten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/851/documents/22592