B_B_ontwerp_1_toelichting_Bijlage 8 Natuurtoets.PDF
Tekst van het document
Beoordeling juridische consequenties uitvoering interne herstelmaatregelen in Natura2000-gebied Bergvennen en Brecklenkampse Veld In het kader van de Wet natuurbescherming
Colofon Beoordeling juridische consequenties uitvoering hertselmaatregelen in Natura2000-gebied Bergvennen en Brecklenkampse Veld in het kader van de Wet natuurbescherming
Uitgevoerd door:
Natuurbank Overijssel
Opdrachtgever: Contactpersoon:
Gemeente Dinkelland W. Valk Postbus 11 7590AA Denekamp
Projectnummer en versie: 1421C, versie 1.0 Projectleider: Ing. P.Leemreise Naam projectgebied: Natura2000-gebied Bergvennen en Brecklenkampse Veld
Veldmedewerker(s): Ing. P.Leemreise
Status: Concept Rapportdatum: 13-3-2020
Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten E: Tel:
info@natuurbankoverijssel.nl 0543-451142 / 0614-435700
1
Inhoudsopgave 1 Inleiding ........................................................................................................................................................... 3 1.1 Inleiding .................................................................................................................................................... 3 1.2 Geraadpleegde bronnen .......................................................................................................................... 3 2 Het plangebied ................................................................................................................................................ 4 2.1 Situering ................................................................................................................................................... 4 2.2 Beschrijving van het plangebied............................................................................................................... 4 3 Voorgenomen activiteiten............................................................................................................................... 5 3.1 Algemeen .................................................................................................................................................
5 3.2 Voorgenomen activiteiten........................................................................................................................ 5 4 Verspreiding beschermde waarden ................................................................................................................ 7 4.1 Natuurnetwerk Nederland ....................................................................................................................... 7 4.2 Houtopstanden ........................................................................................................................................ 7 4.3 Soortbescherming .................................................................................................................................... 8 4.4 Natura2000 .............................................................................................................................................. 8 5 Analyse en toetsing gebiedsbescherming ....................................................................................................... 9 5.1 Inleiding .................................................................................................................................................... 9 5.2 Toetsing Natuurnetwerk Nederland ........................................................................................................
9 5.3 Houtopstanden ........................................................................................................................................ 9 5.4 Beschermde Habitattypen ....................................................................................................................... 9 5.5 Samenvattende conclusie ...................................................................................................................... 10 6 Analyse en toetsing soortbescherming ......................................................................................................... 11 6.1 Inleiding .................................................................................................................................................. 11 6.2 Voorkomen en effectbeoordeling van beschermde soorten ................................................................. 11 6.3 Wettelijke consequenties ....................................................................................................................... 16 7 Conclusies ...................................................................................................................................................... 17 7.1 Algemeen ...............................................................................................................................................
17 7.2 Conclusies en aanbevelingen ................................................................................................................. 17
2
1 Inleiding 1.1 Inleiding Voor het Natura2000-gebied Bergvennen en Brecklenkampse Veld hebben de provincie Overijssel en het Rijk een PAS-gebiedsanalyse met concrete maatregelen laten opstellen. Hierin staat wat de doelen zijn voor het gebied en welke herstelmaatregelen waar en wanneer nodig zijn. Herstelmaatregelen bestaan bijvoorbeeld uit het verontdiepen/dempen van sloten, het verwijderen van detailontwatering en het omvormen van grasland naar bos. Het is aannemelijk dat tijdens de uitvoering van de herstelmaatregelen, dat veelal gepaard gaat met de inzet van groot en zwaar materieel en grondverzet, de lokale flora & fauna, (tijdelijke) negatieve effecten ondervinden van deze werkzaamheden. Mogelijk worden (beschermde) planten beschadigd en vernield, worden (beschermde) faunasoorten verwond of gedood, worden (winter)rust- en voortplantingslocaties verstoord en vernield en worden abiotische processen beinvloed die effect hebben op Habitatsoorten of – typen. De gemeente Dinkelland, waarbinnen voorgenoemde Natura2000-gebied ligt, heeft Natuurbank Overijssel gevraagd om inzichtelijk te maken tot welke wettelijke consequenties de uitvoering van de voorgenomen maatregelen in het Natura2000-gebied in het kader van de Wet natuurbescherming leiden.
Dit inzicht is van belang in verband met wijzigingen van het bestemmingsplan (toets aan de uitvoerbaarheid) maar ook voor de uitvoering van de voorgenomen activiteiten om vast te stellen of er wel of geen ontheffing vereist is voor het mogen uitvoeren van de voorgenomen activiteiten. Bij de beoordeling van de wettelijke consequenties wordt onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming, soortbescherming, houtopstanden en het Natuurnetwerk Nederland. Voorliggend rapport moet beschouwd worden als een eerste verkenning, dat antwoord geeft of de vraag of er wel of geen vergunning/ontheffing vereist is, of er wel of geen nader onderzoek vereist is of dat verdere toetsing, zoals een voortoets of mogelijk zelfs een passende beoordeling vereist is, om de voorgenomen maatregelen uit te mogen voeren.
1.2 Geraadpleegde bronnen Voor de beoordeling zijn o.a. de volgende documenten geraadpleegd: Het Natura 2000-beheerplan (hierna aangeduid als beheerplan) en, waar nodig, de PAS gebiedsanalyse. Hierin staan immers de beschermde waarden benoemd waarvoor maatregelen worden genomen en waaraan effecten moeten worden getoetst; De Omgevingsverordening Overijssel waarin de regels ten aanzien van de bescherming van natuurwaarden (Wet natuurbescherming) en het Overijssels Natuurnetwerk (NNN; voormalige EHS) zijn gesteld. De verordening kan leiden tot vergunnings- of ontheffingsplicht voor de voorgenomen maatregelen; NDFF Verspreidingsatlas (augustus 2019) ;
3
2 Het plangebied 2.1 Situering Het Natura2000-gebied Bergvennen & Brecklenkampse Veld ligt circa 4 kilometer ten noorden van Denekamp. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging en begrenzing van het Natura2000-gebied weergegeven.
Ligging en begrenzing van het Natura2000-gebied Bergvennen en Brecklenkampse Veld (bron kaart: Aerius.nl).
Begrenzing van het Natura2000-gebied Bergvennen en Brecklenkampse Veld (bron kaart: Aerius.nl).
2.2 Beschrijving van het plangebied Het gebied Natura2000-gebied Bergvennen & Brecklenkampse Veld bestaat uit drie delen en omvat vennen, vochtige heiden en heischrale graslanden met jeneverbesstruwelen. De Bergvennen is een heidegebied op dekzandruggen met daarin een aantal grote zwakgebufferde vennen. De hydrologie van deze vennen wordt op kunstmatige wijze op orde gehouden: in de winter wordt grondwater opgepompt om de benodigde buffering te kunnen leveren. Langs de vennen liggen smalle gordels met overgangen van 4
natte naar droge heide. Langs één van de vennen groeit gagelstruweel. Het Brecklenkampse Veld ligt direct ten noorden van de Bergvennen en betreft een geaccidenteerd landschap met dekzandruggen waarin rijke gradiënten van heide naar schraallanden en laagten met oeverkruidbegroeiingen optreden. Ook komen hier vochtige eiken-berkenbossen voor. Hier zijn recentelijk succesvolle herstelmaatregelen uitgevoerd. Op de flanken van de ruggen ligt heischraalgrasland en blauwgrasland. Deze zone wordt gevoed door basenrijke kwel en wordt niet of kortstondig geïnundeerd (Bron; Synbiosys.Alterra)
3 Voorgenomen activiteiten 3.1 Algemeen Voor het Natuura2000-gebied Bergvennen & Brecklenkampse Veld zijn de meer algemene maatregelen vertaald naar concrete herstelmaatregelen welke ook op kaart zijn aangeduid. De lijst met uit te voeren maatregelen en de locaties waar de maatregelen uitgevoerd is niet definitief en kan in de loop van de tijd wijzigen. De lijst met voorgenomen maatregelen vormt wel een vrij volledige lijst van maatregelen. Voor detailinformatie per maatregelen, wordt verwezen naar de rapportage waarin de PAS-maatregelen nader besproken worden. 3.2 Voorgenomen activiteiten Voor dit Natura2000-gebied worden de volgende herstelmaatregelen voorgesteld : M1. Experiment Jeneverbes M2. Aanleg Duiker/stuwput/afsluiter/doorspuitput M3. Dempen watergang M4. Aanleg nieuw tracé watergang M5. Verontdiepen watergang M6 Aanleg slenk M7. Aanplant struweel M8. Aanbrengen leemhoudend zand M9. Omvormen bos en dempen sloten M10. Herstellen slenk M11. Boskap t.b.v. herstel heide en hydrologie M12. Aanleg drempel M13. Bekalken/steenmeel toepassen M14. Afgraven bouwvoor M15. Afgraven en geheel opvullen M16. Afgraven en geleidelijk oplopend opvullen M17. Buisdrainage dempen M18. Herprofileren slenk M19. Herstellen rug M20. Ven opschonen M21. Schrapen vegetatie Op onderstaande kaart worden de locaties van de te nemen maatregelen op kaart weergegeven.
5
Geactualiseerde maatregelenkaart Bergvennen en Brecklenkampse Veld (d.d. 3-9-2019).
6
4 Verspreiding beschermde waarden 4.1 Natuurnetwerk Nederland Het Natura2000-gebied Bergvennen en Brecklenkampse Veld bestaat uit gronden die binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland vallen en aangewezen zijn als ‘natuur’ en uit gronden die aangewezen zijn als ‘uitwerkingsgebied ontwikkelopgave Natuura2000’. Er is geen sprake van aanpassing van de bestemming van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren en er is geen Omgevingsvergunning nodig waarmee afbraak aan de bescherming van (oppervlakte en samenhang) van het Natuurnetwerk Nederland mogelijk wordt. Op basis van deze constateringen wordt geconcludeerd dat de effectbeoordeling Wet natuurbescherming of het Natura 2000-beheerplan voldoende inzicht biedt in de te verwachten effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN. Daarmee ontstaat geen strijd met de in de Omgevingsverordening beoogde bescherming van de NNN. Vervolgstappen ten aanzien van de NNN zijn niet noodzakelijk
Begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland rondom het Natura2000-gebied Bergvennen en Brecklenkampse Veld. Gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren worden met de groene kleur op de kaart aangeduid. Het Natura2000-gebied wordt met de rode lijn aangeduid.
4.2 Houtopstanden De Wet natuurbescherming beschermt bos van minimaal 10 are en bomenrijen van minimaal 21 bomen gelegen buiten de bebouwde kom (de zogenaamde 'houtopstanden'). Indien houtopstanden gekapt worden die onder de Wet natuurbescherming vallen dient een kapmelding gedaan te worden bij de Provincie. Er zijn enkele uitzonderingen waarbij een kapmelding niet is vereist, deze staan vermeld in art. 4.1 van de Wet natuurbescherming. In principe geldt een instandhoudingsverplichting voor het areaal bos. Bos dient heringeplant te worden, of elders gecompenseerd te worden.
7
4.3 Soortbescherming Voor het hele Natura 2000-gebied is middels een bureaustudie bepaald waar welke beschermde soorten aanwezig zijn. Tijdens de bureaustudie is gebruikgemaakt van diverse openbare bronnen, niet van de Nationale Databank Flora- en Fauna (NDFF). Ook is een veldbezoek aan het terrein uitgevoerd ter aanvulling op de bureaustudie. In onderstaande tabel worden beschermde soorten opgesomd waarvoor géén vrijstelling geldt in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling. Deze tabel is opgesteld op basis van openbare informatiebronnen en is mogelijk niet volledig.
Zoogdieren boommarter* steenmarter* eekhoorn grote bosmuis* waterspitsmuis* watervleermuis* rosse vleermuis* ruige dwergvleermuis*
Herpetofauna levendbarende hagedis poelkikker heikikker
Ongewervelden aardbeivlinder
Jaarrond beschermde nesten Planten buizerd havik sperwer* ransuil* boomvak* wespendief*
Vastgestelde soorten en mogelijk aanwezige soorten (deze worden met een *aangeduid) in het Natura2000-gebied waarvoor géén vrijstelling geldt in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling.
4.4 Natura2000 Voor het Natura2000-gebied Bergvennen en Brecklenkampse Veld zijn instandhoudingsdoelen voor elf verschillende Habitattypen vastgesteld (zie tabel onder). In de bijlage wordt de ligging van de verschillende Habitattypen in het gebied weergegeven.
Habitattypen waarvoor instandhoudingsdoelen in het Natura2000-gebied Bergvennen en Brecklenkampse Veld zijn vastgesteld.
8
5 Analyse en toetsing gebiedsbescherming 5.1 Inleiding Begin dit jaar is de spoedwet Aanpak Stikstof1 in werking getreden. In deze wet is o.a. een vrijstelling van vergunningplicht voor projecten die direct verbandhouden met of nodig zijn voor het beheer van een Natura 2000-gebied. Deze vrijstelling overruled een eventuele provinciale vrijstelling ; in dit geval de vrijstelling voor dergelijke werkzaamheden, zoals opgenomen in Omgevingsverordening Overijssel. In de wettelijke vrijstelling zijn geen voorwaarden opgenomen, hiermee komen de gestelde voorwaarden, zoals opgenomen in de provinciale vrijstelling te vervallen. 5.2 Toetsing Natuurnetwerk Nederland De voorgenomen activiteiten worden uitgevoerd op gronden die zijn aangewezen als Natuurnetwerk Nederland of uitwerkingsgebied ontwikkelopgave Natuura2000. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten worden de wezenlijke kenmerkende en waarden van de NNN en ontwikkelopgave Natuura2000 versterkt. Conclusie : Voorgenomen activiteiten zijn niet strijdig met de Omgevingsverordening Overijssel.
5.3 Houtopstanden Voorgenomen activiteiten leiden tot areaalverlies van bos. Voor het verwijderen van bos, in het kader van behoud, herstel of versterking van een Natura2000-gebied, geldt een vrijstelling van de herplantplicht. Conclusie : Voorgenomen activiteiten zijn niet strijdig met de Wet natuurbescherming
5.4 Beschermde Habitattypen Als gevolg van de spoedwet Aanpak stikstof, is er geen vergunningplicht (Natura2000-vergunning) voor het uitvoeren van werkzaamheden die direct verbandhouden met of nodig zijn voor het beheer van een Natura 2000-gebied. Dit geldt zowel door activiteiten met directe gevolgen, als voor indirecte gevolgen (zoals aanpassen waterpeil, maaien, begrazen, bekalken etc.) Er worden geen nadere eisen gesteld om te kunnen werken binnen de generieke vrijstelling van vergunningplicht. Deze vrijstelling geldt voor alle activiteiten die niet leiden tot een significant negatief effect op de instandhoudingsdoelen van een Natura2000-gebied. Maatregelen, gericht op herstel en versterking van de instandhoudingsdoelen leiden niet tot een significant negatief effect op Natura2000-gebied. Deze maatregelen vallen daarom om de generieke vrijstelling. Conclusie : Voorgenomen activiteiten zijn niet strijdig met de Wet natuurbescherming
Zorgplicht Wel geldt de zorgplicht (art. 1.11 Wet natuurbescherming). Om om goede wijze invulling te kunnen geven aan de zorgplicht dienen de voorgestelde maatregelen in detail bekeken te worden. Dit is pas mogelijk wanneer bekend is hoe de voorgestelde maatregelen uitgevoerd worden, en in welke volgorde in de tijd. Geadviseerd wordt een ecologisch werkprotocol op te stellen, waarin verwoord wordt op welke wijze invulling gegeven zal gaan worden aan de zorgplicht. De zorgplicht is als een open norm geformuleerd in het eerste lid van artikel 1.11. In het tweede lid wordt de zorgplicht iets geconcretiseerd door te bepalen dat de zorgplicht in elk geval inhoudt dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor in het wild levende dieren en planten: 1. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel,
1
https://wetten.overheid.nl/BWBR0042967/2020-01-01 9
2. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of 3. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.
5.5 Samenvattende conclusie De voorgesteld herstelmaatregelen in het Natuurnetwerk Nederland, passen binnen de doelstelling van het Natuurnetwerk Nederland. Door uitvoering van de werkzaamheden worden de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland versterkt. De Omgevingsverordening Overijssel vormt geen belemming voor uitvoering van de voorgenomen activiteiten in het Natuurnetwerk Nederland. Voor het verwijderen van areaal bos, geldt geen herplantplicht, omdat het bos verwijderd wordt in het kader van instandhoudingsdoelen van een Natura2000-gebied. Voor het uitvoeren van activiteiten in het Natura2000-gebied, die direct verbandhouden met of nodig zijn voor het beheer van een Natura 2000-gebied, geldt sinds de spoedwet Aanpak Stikstof van kracht is geen vergunningplicht (Natura2000-vergunning). Deze vrijstelling geldt voor activiteiten die niet leiden tot een significant negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura2000-gebied. Aangezien de werkzaamheden uitgevoerd worden in het kader van een herstelplan, is geen sprake van een significant negatief effect. De vrijstelling van de vergunningplicht is daarom van kracht. De Wet natuurbescherming en de Omgevingsverordening Overijsel, vormen geen belemmering voor uitvoering van de voorgenomen activiteiten.
10
6 Analyse en toetsing soortbescherming 6.1 Inleiding In het beheerplan Bergvennen en Brecklenkampse Veld is geen toetsing opgenomen ten aanzien van soorten en daarom dient het effect op beschermde soorten voor alle maatregelen te worden beoordeeld. Om het effect van de uit te voeren maatregel op een beschermde soort te kunnen beoordelen is gebruik gemaakt van openbaar toegankelijke bronnen (gepubliceerde rapporten en internet, zoals de NDFF Verspreidingsatlas), eigen kennis van habitateisen en verspreiding in NO-Twente en is een quickscan natuurwaardenonderzoek uitgevoerd in het gebied. Er is geen uitgebreide literatuuronderzoek uitgevoerd en er is geen uitdraai gemaakt van alle beschikbare data van de NDFF. De beschrijving van aanwezige beschermde soorten en doortgroepen zal daarom ook niet volledig zijn, maar volstaan voor de beoogde beoordeling van de wettelijke consequenties. In het kader van het natuurwaardenonderzoek is het Natura2000-gebied op 14 maart 2018 tijdens de daglichtperiode te voet bezocht. Alle locaties binnen het Natura2000-gebied waar fysieke maatregelen voorsteld worden zijn bezocht en visueel beoordeeld op de mogelijke negatieve effecten op de aanwezige flora- en faunawaarden. Tijdens het veldbezoek is gebruik gemaakt van een verrekijker (Swarovski 12x60) en zijn de in dit rapport opgenomen afbeeldingen gemaakt. Het veldbezoek is uitgevoerd door Ing.
P.Leemreise (specialist vogels, vleermuizen en zoogdieren). Op 14 maart was het half tot zwaar bewolkt met een temperatuur van 8⁰C. De wind was zwak (2-3 Bft).
6.2 Voorkomen en effectbeoordeling van beschermde soorten Vaste planten Het gebied vormt de groeiplaats voor verschillende zeldzame- en bijzondere planten. Er groeien in het Natura2000-gebied Bergvennen en Brecklenkampse Veld echter geen beschermde plantensoorten. Verschillende plantensoorten, die wel beschermd waren via de Flora- en faunawet, zijn niet langer beschermd in de Wet natuurbescherming (o.a. jeneverbes).
Vogels Het gebied behoort tot het functionele leefgebied van verschillende vogelsoorten. Vogels benutten het gebied als foerageergebied, sommige soorten bezetten er een gemeenschappelijke slaapplaats en er nestelen vogels in boomholten, in bomen, struiken, oever, op het water en dichte vegetatie op de grond (waaronder de oeverzone van de vennen). Er zijn geen bezette of oude nesten van roofvogels in het gebied aangetroffen, maar het is echter niet uitgesloten dat soorten als buizerd, ransuil, boomvalk en wespendief wel in het gebied nestelt. Effectbeoordeling Omdat vliegvlugge vogels doorgaans tijdig wegvluchten bij onraad, is het niet aannemelijk dat volwassen vogels verwond of gedood worden. Afhankelijk van de periode van het jaar waarin de werkzaamheden uitgevoerd worden, kunnen bezette vogelnesten beschadigd en vernield worden, waardoor eieren beschadigd of vernield worden en/of jonge vogels verwond of gedood kunnen worden. Vogels kunnen nestplaatsen bezetten in de periode januari-augustus. De meeste vogels hebben een bezet nest in de periode maart-half juli, maar bosuilen kunnen soms al in januari op de eieren zitten en de laatste jonge wespendieven vliegen pas medio augustus uit. Ook nachtzwaluwen kunnen tot eind juli nog eieren en/of kleine, niet vliegvlugge jongen hebben.
Nachtzwaluwen kunnen nestelen in open heidevegetatie, maar ook op kleine open plekken in het bos en in dicht naaldbos (pers. Ervaring auteur). Zorgplicht Ondanks de vrijstelling van de verbodsbepalingen, geldt de zorgplicht. De zorgplicht verplicht uitvoerders om de werkzaamheden op een zo diervriendelijke wijze uit te voeren, ter voorkoming van het doden en 11
verwonden van dieren en het onnodig beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingsplaatsen. De zorgplicht leidt tot consequenties voor de volgende maatregelen : Boskap ; Herstellen rug ; Schrapen vegetatie ; Wettelijke consequenties Bij het naleven van de zorgplicht, leiden de voorgenomen activiteiten tot de volgende wettelijke consequenties : Sparen jaarrond beschermde nesten ; Werken buiten de broedtijd ;
Grondgebonden zoogdieren Er zijn tijden het veldbezoek verschillende grondgebonden zoogdieren waargenomen zoals haas en ree en zijn er sporen gevonden van de ree, veldmuis, bosmuis, mol, eekhoorn en vos. Het plangebied behoort vermoedelijk tevens tot het functionele leefgebied van verschillende andere algemene- en weinig kritische beschermde grondgebonden zoogdiersoorten als das, aardmuis, rosse woelmuis, dwergmuis, gewone bosspitsmuis, tweekleurige bosspitsmuis, egel, steenmarter, boommarter, bunzing, hermelijn, wezel. Het plangebied wordt als ongeschikte habitat voor de veldspitsmuis beschouwd, maar mogelijk heeft de grote bosmuis het plangebied inmiddels bezet. Er zijn geen directe aanwijzingen gevonden, maar mogelijk behoort het gebied tot het functioneel leefgebied van de waterspitsmuis en das. Er zijn tijdens het veldbezoek echter geen dassenburchten in het plangebied waargenomen. Grondgebonden zoogdieren bezetten hoofdzakelijk een rust- en voortplantingslocatie in holen in de grond, maar sommige soorten bezetten een rust- en voortplantingslocatie in de vegetatie (dwergmuis), in bomen (eekhoorn) of onder takkenbossen (marterachtigen). Soorten als haas en ree werpen hun jongen op de grond, meestal in hoge grazige vegetatie.
Met uitzondering van mol, veldmuis en haas, vormen de agrarische cultuurgronden een ongeschikte rust- of voortplantingsplaats voor grondgebonden zoogdieren. Effectbeoordeling Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten worden mogelijk grondgebonden zoogdieren verwond of gedood. Sommige grondgebonden zoogdieren zullen vluchten, maar een aantal zal zich stil houden in holen en gaten in de grond en zal als gevolg van het berijden van het terrein met zwaar materieel of het vergraven van grond, verwond of gedood worden. Ook zullen rust- en voortplantingslocaties beschadigd en vernield worden. Zorgplicht Ondanks de vrijstelling van de verbodsbepalingen, geldt de zorgplicht. De zorgplicht verplicht uitvoerders om de werkzaamheden op een zo diervriendelijke wijze uit te voeren, ter voorkoming van het doden en verwonden van dieren en het onnodig beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingsplaatsen. De zorgplicht leidt tot consequenties voor de volgende maatregelen : Grondverzet (zowel in het Natura2000-gebied als erbuiten) ; Kappen van bomen ; Wettelijke consequenties Bij het naleven van de zorgplicht, leiden de voorgenomen activiteiten tot de volgende wettelijke consequenties : Bijvoorkeur werken buiten de voortplantingsperiode ; Géén takkenbossen verwijderen tijdens de winterrustperiode van de egel ;
12
Vleermuizen Verblijfplaatsen Er zijn geen vleermuizen waargenomen en er zijn geen directe aanwijzingen gevonden dat vleermuizen een verblijfplaats bezetten in het plangebied. Gelet op het areaal bos en het percentage dode en vervallen bomen en de aanwezigheid van spechten die jaarlijks nieuwe holen in bomen hakken, is het aannemelijk dat boombewonende soorten als gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis er een zomer- en mogelijk paarverblijfplaats bezetten. De functie van de aanwezige holenbomen als winterverblijfplaats is onduidelijk, maar vanwege de beperkte omvang van de bomen, wordt verondersteld dat de bomen ongeschikt zijn als winterverblijfplaats voor vleermuizen. Foerageergebied Het veldbezoek is uitgevoerd buiten de periode van de dag waarop vleermuizen foerageren. Op basis van een beoordeling van de inrichting, het gevoerde beheer en de ligging in het landschap kan wel een goede inschatting gemaakt worden van de betekenis van het plangebied als foerageergebied. Behalve de aanwezigheid van verblijfplaatsen, is het aannemelijk dat het gebied door verschillende vleermuissoorten worden benut als foerageergebied tijdens de actieve periode (april-half oktober). Soorten die mogelijk in het plangebied foerageren zijn watervleermuis, gewone grootoorvleermuis, gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis.
Het is niet uitgesloten dat sommige andere, meer zeldzame vleermuissoorten als bosvleermuis, vale vleermuis en franjestaart het plangebied ook benutten als foerageergebied. Vliegroute Het veldbezoek is uitgevoerd buiten de periode van de dag waarop vleermuizen gebruik maken van vliegroutes. Op basis van een beoordeling van de inrichting, het gevoerde beheer en de ligging in het landschap kan wel een goede inschatting gemaakt worden van de betekenis van het plangebied als foerageergebied. Sommige vleermuissoorten benutten lijnvormige elementen als geleiders tijdens het foerageren en om van verblijfplaats naar foerageergebied te vliegen (en van foerageergebied naar verblijfplaats). Lijnvormige elementen die benut worden als vliegroute kunnen bestaan uit houtopstanden en wateren, maar ook een rij lantarenpalen, rasterpalen en gevels van woningen. Het plangebied vormt geen verbindend element in een lijnvormig landschapselement en vormt daarom geen essentiële schakel in een vliegroute voor vleermuizen. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten worden vliegroutes van vleermuizen niet negatief beïnvloed. Effectbeoordeling Alleen door het rooien van bomen met holen en gaten in de stam of een holle ruimte achter schors, worden mogelijk vleermuizen verwond of gedood en worden mogelijk verblijfpaatsen beschadigd of vernield.
Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt geen vliegroute of foerageergebied aangetast. Zorgplicht Ondanks de vrijstelling van de verbodsbepalingen, geldt de zorgplicht. De zorgplicht verplicht uitvoerders om de werkzaamheden op een zo diervriendelijke wijze uit te voeren, ter voorkoming van het doden en verwonden van dieren en het onnodig beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingsplaatsen. De zorgplicht leidt tot consequenties voor de volgende maatregelen : Kappen van bomen
13
Wettelijke consequenties Bij het naleven van de zorgplicht, leiden de voorgenomen activiteiten tot de volgende wettelijke consequenties : Te vellen bomen onderzoeken op functie als verblijfplaats voor vleermuizen ;
Amfibieën Het onderzoek is uitgevoerd buiten de periode in het jaar waarin amfibieën actief zijn, maar op basis van een beoordeling van het landschap en bekende verspreidingsgegevens, kan de functie van het plangebied als functioneel leefgebied voldoende goed ingeschat worden. Het plangebied behoort vermoedelijk tot het functionele leefgebied van algemene- en weinig kritische amfibieënsoorten als bruine kikker, kleine watersalamander, bastaardkikker, gewone pad, poelkikker en heikikker. Amfibieën benutten deze habitats als foerageergebied, voortplantingslocatie en bezetten er ook (winter)rustplaatsen. Amfibieen benutten poelen als voortplantingslocatie en bezetten (winter)rustplaatsen in holen in de grond, in slib onder water, onder takkenhopen en strooisellaag. De intensief gebruikte agrarische percelen in het plangebied behoren tot een ongeschikt functioneel leefgebied voor amfibieën. Effectbeoordeling Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten worden mogelijk amfibieen verwond en gedood. Amfibieen zijn doorgaans te traag om te vluchten bij onraad tijdens de actieve periode of verschuilen zich overdag in holen en gaten in de grond of onder strooisel/takken of in waterenn. Amfibieen bezetten een winterrustplaats in holen en gaten in de grond tijdens de winterrustperiode (oktober-maart).
Als gevolg van het berijden van het terrein met zwaar materieel of het vergraven van grond, kunnen amfibieen verwond of gedood worden en kunnen rust- en voortplantingslocaties beschadigd en vernield worden. Er wordt geen voortplantingsbiotoop aangetast. Zorgplicht Ondanks de vrijstelling van de verbodsbepalingen, geldt de zorgplicht. De zorgplicht verplicht uitvoerders om de werkzaamheden op een zo diervriendelijke wijze uit te voeren, ter voorkoming van het doden en verwonden van dieren en het onnodig beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingsplaatsen. De zorgplicht leidt tot consequenties voor de volgende maatregelen :
Grondverzet ; Ven opschonen ; Schrapen vegetatie ;
Wettelijke consequenties Bij het naleven van de zorgplicht, leiden de voorgenomen activiteiten tot de volgende wettelijke consequenties : Ven opschonen buiten de voortplantingsperiode ; Grondverzet buiten de winterrustperiode ; Géén takkenbossen verwijderen tijdens de winterrustperiode van amfibieeën ;
Reptielen Het onderzoek is uitgevoerd buiten de periode in het jaar waarin amfibieën actief zijn, maar op basis van een beoordeling van het landschap en bekende verspreidingsgegevens, kan de functie van het plangebied als functioneel leefgebied voldoende goed ingeschat worden. Er zijn geen actuele verspreidingsgegevens, die er op duiden dat het plangebied tot het functionele leefgebied van de hazelworm, gladde slang of ringslang behoort. Het plangebied behoort wel tot het functionele leefgebied van de levendbarende hagedis. Deze bezet grote delen van het plangebied met grazige vegetatie, zoals droge heide, verboste heide en wegbermen. De soort komt vermoedelijk voor langs 14
wegbermen buiten het Natura2000-gebied. De agrarische percelen vormen een ongeschikt leefgebied voor reptielen.
Functioneel leefgebied van de levendbarende hagedis.
Effectbeoordeling Afhankelijk van de periode van jaar, waarin de vegetatie geschraapt wordt, en waarin grondverzet plaats vindt in functioneel leefgebied van de levendbarende hegedis, kunnen levendbarende hagedissen verwond en gedood worden en kunnen winterrustplaatsen beschadigd en vernield worden. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten neemt het areaal functioneel leefgebied toe. Zorgplicht Ondanks de vrijstelling van de verbodsbepalingen, geldt de zorgplicht. De zorgplicht verplicht uitvoerders om de werkzaamheden op een zo diervriendelijke wijze uit te voeren, ter voorkoming van het doden en verwonden van dieren en het onnodig beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingsplaatsen. De zorgplicht leidt tot consequenties voor de volgende maatregelen : Grondverzet in het verspreidingsgebied van de levendbarende hagedis buiten de actieve periode ; Vegetatie schrapen buiten de actieve periode ; Grondverzet bij voorkeur tijdens de actieve periode ;
Ongewervelden Dagvlinders Het Natura2000-gebied behoort tot het functionele leefgebied van de kleine ijsvogelvlinder, grote weerschijnvlinder en aardbeivlinder. Deze vlinders overwinterten niet als volwassen dier, maar afgezette eieren op waardplanten vormen de basis voor de nieuwe generatie. Effectbeoordeling Met uitzondering van het verwijderen van opgaande vegetatie, zullen de voorgenomen activiteiten geen negatief effect hebben op kleine ijsvogelvlinder of grote weerschijnvlinder. Mogelijk worden half volgroeide rupsen afgevoerd wanneer waardplanten (grote weerschijnvlinder : wilg, kleine ijsvogelvinder : wilde kamperfolie) verwijderd worden. De aardbeivlinder overwinterd als pop in de strooisel van open, grazige vegetaties. Zorgplicht Ondanks de vrijstelling van de verbodsbepalingen, geldt de zorgplicht. De zorgplicht verplicht uitvoerders om de werkzaamheden op een zo diervriendelijke wijze uit te voeren, ter voorkoming van het doden en verwonden van dieren en het onnodig beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingsplaatsen. De zorgplicht leidt tot consequenties voor de volgende maatregelen : Vergraven grond ; 15
Maaien, plaggen ; Aanbrengen steenmeel ; Verwijderen houtige opstand ;
Libellen Er zijn meldingen van de gevlekte witsnuitlibel. Vermoedelijk betreft het waarnemingen van dwaalgasten en is er nog geen populatie aanwezig in het gebied. Effectbeoordeling Met uitzondering van het opschonen van vennen, zullen de voorgenomen activiteiten geen negatief effect hebben op libellenpopulaties. Zorgplicht Ondanks de vrijstelling van de verbodsbepalingen, geldt de zorgplicht. De zorgplicht verplicht uitvoerders om de werkzaamheden op een zo diervriendelijke wijze uit te voeren, ter voorkoming van het doden en verwonden van dieren en het onnodig beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingsplaatsen. De zorgplicht leidt tot consequenties voor de volgende maatregelen : Gefaseerd uitvoeren van werkzaamheden, zodat slechts een deel van de nimfen/eieren negatief beïnvloed kunnen worden. Het gefaseerd opschonen heeft uitsluitend betrekking op het verwijderen van (onder)watervegetatie ;
6.3 Wettelijke consequenties Algemeen Omdat alle werkzaamheden uitgevoerd worden in overeenstemming met het Beheerplan, geldt er een vrijstelling van de verbodsbepaling doden en het beschadigen en vernielen van bezette nesten, jaarrond beschermde nesten en essentieel leefgebied, vaste rust- en voortplantingsplaatsen. Ongeact of een soort wel of niet beschermd is, voor alle in ons land voorkomende dier- en plantensoort geldt de zorgplicht. Artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming voorziet in een algemene verplichting voor een ieder om voldoende zorg te dragen voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De zorgplicht is als een open norm geformuleerd in het eerste lid van artikel 1.11. In het tweede lid wordt de zorgplicht iets geconcretiseerd door te bepalen dat de zorgplicht in elk geval inhoudt dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor in het wild levende dieren en planten: 1. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, 2. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of 3. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.
Om invulling te geven aan de zorgplicht, dient een ecologisch werkprotocol opgesteld te worden. Het ecologisch werkprotocol heeft als doel om de voorgenomen activiteiten op een dusdanige wijze uit te voeren dat de negatieve effecten van de voorgenomen activiteiten, tot een minimum beperkt blijven. Tot het ecologisch werkprotol hoort ook een juiste planning van de werkzaamheden in tijd, mogelijke fasering van werkzaamheden, inzet van specialistisch materieel en kennis omtrent het voorkomen van soorten en belangrijke rust- en voortplantingsplaatsen. Deze kennis is veelal aanwezig bij de terreinbeheerder of beschikbaar in publicaties. 16
In aanvulling op het voorgaande wordt geadviseerd om roofvogelnesten in kaart te brengen zodat daar tijdens de uitvoering voloende rekening mee gehouden kan worden. Voor de overige soortgroepen worden geen specifieke maatregelen voorgesteld.
7 Conclusies 7.1 Algemeen Er zijn concrete plannen voor herstel en versterking van de natuur- en landschappelijke waarden van het Natura2000-gebied Bervennen en Brecklenkampse Veld. Deze maatregelen zijn gericht op duurzaam behoud en/of versterking van Habitattypen en Habitatsoorten waarvoor een instandhoudingdoelstelling is vastgesteld. Er worden maatregelen voorgesteld die tot doel hebben negatieve effecten uit het verleden weg te nemen (verdroging, verzuring, vermesting), bepaalde Habitattypen in omvang toe te laten nemen (zoals rooien van bos) en om het gebied robuuster te maken (zoals maatregelen t.b.v. waterhuishouding en uitbreiding areaal natuur). Als gevolg van de uitvoering van de maatregelen worden waarschijnlijk beschermde dier- en plantensoorten negatief beïnvloed. Indien beschermde dier- of plantensoorten, als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden negatief beinvloed worden, geldt een vrijstellen van de verbodsbepalingen, zoals verwoord in de Wet natuurbescherming (onderdeel soortenbescherming) omdat de werkzaamheden uitgevoerd woden in het kader van een herstelplan. Als gevolg van de spoedwet Aanpak stikstof, hoeft geen ‘Natura2000-vergunning’ aangevraagd te worden voor voorgenomen activiteiten. Wel geldt de zorgplicht.
Om invulling te geven aan de zorgplicht, dienen de voorgesteld maatregelen in detail beoordeeld worden op een mogelijk negatief effect op planten en dieren (ongeacht of ze beschermd zijn).
7.2 Conclusies en aanbevelingen Er is geen vergunningplicht voor het uitvoeren van inrichting- en herstelmaatregelen die verband houden met of nodig zijn voor het beheer van het Natura2000-gebied Bergvennen en Brecklenkampse Veld. Hieraan zijn geen voorwaarden opgenomen om gebruik te mogen maken van deze generieke vrijstelling. Ook is geen ontheffing van de Wet natuurbescherming vereist voor activiteiten die een negatief effect op beschermde soorten. Ook geldt een vrijstelling voor de herplant van bos dat verdwijnt en geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen voor beschermde dier- en plantensoorten omdat de voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden in het kader van een herstelplan voor het Natura2000-gebied. Afstemmen werkzaamheden met provincie Overijssel Uit overleg met de provincie Overijssel is gebleken dat de provincie wel graag geïnformeerd wil worden over de voorgenomen werkzaamheden. Gevraagd is vooraf de afdeling Handhaving, actief met de Wet natuurbescherming, te informeren. Dit is een informele melding. De provincie wil graag de volgende informatie ontvangen :
Aanhef: Melding vrijgestelde Natura 2000-herstelmaatregelen Contactgegevens indien er vragen zijn m.b.t. de melding of wanneer een derde belt over de melding/werkzaamheden. Samenvatting van de werkzaamheden (wie, wat, waar en wanneer) in 5 zinnen. Kaart waarop de werkzaamheden zijn weergegeven met legenda (geen vlakken maar details) 17
Natuurtoets/effectbeoordeling (behorende bij planuitwerking), geen aeriusberekening Ecologisch werkprotocol Inrichtingsplan of planuitwerking of korte notitie waarin is aangegeven dat aan de voorwaarden wordt voldaan. Let hierbij op dat (privacy)gevoelige informatie niet wordt aangeleverd.
Zorgplicht Ondanks de vrijstelling in het kader van de spoedwet Aanpak Stikstof, geldt de zorgplicht. Geadviseerd wordt een ecologisch werkprotocol op te stellen voor de uit te voeren werkzaamheden. Een ecologisch werkprotocol kan opgesteld worden wanneer alle te nemen maatregelen tot in detail bekend zijn.
18
Bijlagen : Bijlage 1. Geraadpleegde bronnen Bijlage 2. Ligging van de verschillende Habitattypen, waarvoor een intandhoudingsdoelstelling geldt in het gebied.
Bijlage 1. Geraadpleegde bronnen:
Rapporten : Tauw. 2009. Beheerplan Natura2000-gebied Bergvennen en Brecklenkampse Veld. Eigen uitgave Tauw, Deventer.
Internet: https://www.geoportaaloverijssel.nl/ https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/ https://www.regelink.net/kenniscentrum/beschermde-soorten-wet-natuurbescherming/ https://www.verspreidingsatlas.nl/ https://waarneming.nl/
19
Bijlage 2. Ligging van beschermde Habitattypen in Natura2000-gebied
Verspreiding Habitattype H2320-Binnenlandse kraaiheidebegroeiiingen
Verspreiding Habitattype H3110-Zeer zwakgebufferde vennen
20
Verspreiding Habitattype H3130 -Zwakgebufferde vennen
Verspreiding Habitattype H4010A - Vochtige heiden (hogere zandgronden)
Verspreiding Habitattype H4030- Droge heiden
21
Verspreiding Habitattype H5130- Jeneverbesstruwelen
Verspreiding Habitattype H6230- Heischrale graslanden
Verspreiding Habitattype H6410- Blauwgraslanden 22
Verspreiding Habitattype H7150- pioniervegetatie met snavelbiezen
Verspreiding Habitattype H7230- Kalkmoerassen
23
Verspreiding Habitattype H91D0 (Hoogveenbossen)
24