CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

B_B_ontwerp_1_toelichting_Bijlage 4 Explosieven.PDF

Commissie Omgeving & Economie 7 december 2021, gemeente DinkellandBij agendapunt: 8: Voorstel inzake ontwerp provinciaal inpassingsplan Bergvennen en Brecklenkampse Veld12.740 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

21-02-2019

S2018.164_DKL_BERGVENNEN_vA

Pagina 28 van 61

Conclusie 17: De aanwezigheid van CE afkomstig van militair gebruik, in een deel van het onderzoeksgebied en in de directe omgeving daarvan, is aannemelijk. Het betreft kleinkalibermunitie en hand- en geweergranaten.

13.9

Getuigen

Er is geen onderzoek gedaan naar getuigen die wellicht informatie zouden kunnen hebben over de mogelijke aanwezigheid van CE in het onderzoeksgebied en in de directe omgeving daarvan. Conclusie 18: Uit deze informatie kunnen geen indicaties en/of contra-indicaties worden afgeleid over de mogelijke aanwezigheid van CE, anders dan elders genoemd in hoofdstuk 13, in het onderzoeksgebied en in de directe omgeving daarvan.

13.10

Specifieke informatie onderzoeksgebied, (inclusief voor- en naoorlogs)

In dit hoofdstuk is onder andere gekeken naar de ontwikkelingen in het onderzoeksgebied en in de directe omgeving daarvan tussen 1945 en heden. Om goed inzicht te krijgen in deze ontwikkelingen, is de situatie ter plaatse vergeleken vanaf de luchtfoto’s als genoemd in hoofdstuk 9.6 met recente luchtfoto’s en satellietbeelden. Ook zijn vergelijkingen gemaakt met behulp van informatie van het Kadaster 6 en andere topografische kaarten. 7 Een recente luchtfoto van het onderzoeksgebied is bijgevoegd als bijlage 08. Bij deze vergelijkingen is geen informatie aangetroffen die relevant is voor dit vooronderzoek. Conclusie 19: Uit deze informatie kunnen geen indicaties en/of contra-indicaties worden afgeleid over de mogelijke aanwezigheid van CE, anders dan elders genoemd in hoofdstuk 13, in het onderzoeksgebied en in de directe omgeving daarvan.

6 Bron: www.topotijdreis.nl

7 Bron: Grote Atlas van Nederland 1930-1950, november 2005.

21-02-2019

S2018.164_DKL_BERGVENNEN_vA

Pagina 29 van 61

14

ONDERZOEK OP DUITS GRONDGEBIED

Leemans heeft geen verdere onderzoeksinspanning geleverd in Duitse archieven dan reeds vermeld in hoofdstuk 12. De reden hiervoor is als volgt. •

•

•

De luchtfoto’s als beschreven in hoofdstuk 13.8 geven het gehele onderzoeksgebied weer. Bij de interpretatie van deze luchtfoto’s zijn op het deel van het onderzoeksgebied dat gelegen is op Duits grondgebied, geen aanwijzingen aangetroffen die duiden op mogelijke oorlogshandelingen. In het gehele onderzoeksgebied en omgeving hebben gedurende de Tweede Wereldoorlog geen grondgevechtshandelingen plaatsgevonden. Dit houdt in dat ook op het in Duitsland gelegen deel van het onderzoeksgebied geen grondgevechtshandelingen hebben plaatsgevonden. Met uitzondering van drie locaties waar vliegtuigbommen zijn neergekomen (zie hoofdstuk 13.8), hebben in het gehele onderzoeksgebied geen verdere oorlogshandelingen plaatsgevonden.

15

LEEMTEN IN KENNIS

Bij dit vooronderzoek is de volgende leemte in kennis vastgesteld. • • •

Er is geen informatie bekend over ruimingen van CE in de periode van 1947 tot en met 1971. Van de aangevraagde UO’s is UO 19720519 niet geleverd. Een deel van de aangetroffen relevante bronneninformatie heeft betrekking op het onderzoeksgebied, maar is niet te herleiden naar specifieke locaties binnen het onderzoeksgebied.

16

CHRONOLOGISCH OVERZICHT VAN GEBEURTENISSEN

Bij het bronnenonderzoek is informatie verzameld over gebeurtenissen die mogelijk hebben geleid tot het achterblijven van CE in het onderzoeksgebied en de directe omgeving daarvan. Bij de beoordeling en evaluatie van dit bronnenmateriaal in deel 3 van dit document, zijn aan deze gebeurtenissen indicaties toegekend. Deze indicaties hebben een gebeurtenis-ID gekregen. De lijst met gebeurtenissen is bijgevoegd als bijlage 09.

21-02-2019

S2018.164_DKL_BERGVENNEN_vA

Pagina 30 van 61

17

VERMOEDELIJKE AANWEZIGE CE EN VERSCHIJNINGSVORM

Op basis van de beoordeling en evaluatie van het aangetroffen relevante bronnenmateriaal wordt vastgesteld dat de aanwezigheid van CE in het onderzoeksgebied en in de directe omgeving daarvan, aannemelijk is. Het betreft hier CE zoals weergegeven in onderstaande tabel. CE

Kans op aantreffen

Vermoedelijk aantal

Hoofdsoort:

Kleinkalibermunitie

ja

niet bekend

hoofdsoort: subsoort: hoofdsoort: subsoort: kaliber:

Hand- en geweergranaten brisant Afwerpmunitie brisant 250 lb. en 1000 lb.

ja

niet bekend

ja

niet bekend

De verschijningsvorm is van invloed op de risico’s die CE met zich meebrengen en vormt daarmee een belangrijk gegeven voor de risicoanalyse. De CE zoals genoemd in de vorige tabel kunnen in het onderzoeksgebied in de volgende verschijningsvormen worden aangetroffen. Het WSCS-OCE beschrijft in paragraaf 2. Verschijningsvorm van CE als volgt: Verschijningsvorm van CE De wijze waarop CE in het verleden in de (water)bodem zijn terechtgekomen, waarbij onderscheid kan worden gemaakt in: afgeworpen, verschoten/gegooid/gelegd/weggeslingerd, opgeslagen/gedumpt/begraven (inclusief redepositie), als restanten uit springputten of explosie en als onderdeel van (vliegtuig)wrakken en/of gezonken vaartuigen.

De verschijningsvorm is van invloed op de risico’s die CE met zich meebrengen en vormt daarmee een belangrijk gegeven voor de risicoanalyse. De CE zoals genoemd in de vorige tabel kunnen in het onderzoeksgebied in de volgende verschijningsvormen worden aangetroffen. CE

Verschijningsvorm

Kleinkalibermunitie

begraven / gedumpt

Hand- en geweergranaten

gegooid / verschoten / begraven / gedumpt

Afwerpmunitie

21-02-2019

afgeworpen

S2018.164_DKL_BERGVENNEN_vA

Pagina 31 van 61

18

CONCLUSIE, VERDACHT GEBIED, NIET-VERDACHT GEBIED EN AANBEVELINGEN

18.1

Conclusie

Op basis van de beoordeling en evaluatie van het aangetroffen relevante bronnenmateriaal wordt geconcludeerd dat de aanwezigheid van CE in delen van het onderzoeksgebied aannemelijk is.

18.2

Verdacht gebied

Enkele delen van het onderzoeksgebied zijn verdacht van de aanwezigheid van CE. Deze delen zijn verder in dit hoofdstuk beschreven en horizontaal weergegeven op de CE-bodembelastingkaart in Deel 5.

18.2.1

Horizontale afbakening verdacht gebied

De horizontale afbakening van het verdacht gebied wordt indien mogelijk gespecificeerd per hoofdsoort vermoedelijk aanwezige CE. Hierbij wordt Bijlage 03 van het WSCS-OCE als richtlijn gehanteerd. De horizontale afbakening is mede vastgesteld met behulp van luchtfoto’s. Het projecteren van luchtfoto’s uit de Tweede Wereldoorlog op de huidige topografie kan door enkele factoren worden beïnvloed. Door veranderde omstandigheden binnen het onderzoeksgebied, afwijkingen in de opnamen veroorzaakt door de kromming van de aarde, de parallax en de nauwkeurigheid van de gebruikte ondergrond, kunnen afwijkingen ontstaan in de georeferentie. Ter compensatie van dergelijke afwijkingen past Leemans een buffer toe van 10 meter.

18.2.1.1

Kleinkalibermunitie

In hoofdstuk 17 is vastgesteld dat in delen van het onderzoeksgebied, de aanwezigheid van CE in de vorm van kleinkalibermunitie aannemelijk is. Het betreft het militair oefenterrein en de twee wapenopstellingen. Deze gebieden zijn weergegeven op de CE-bodembelastingkaart in Deel 5. De horizontale afbakening wordt als volgt vastgesteld. Het WSCS-OCE schrijft in bijlage 3. Vaststellen verdacht gebied en afbakening in vooronderzoek, het volgend voor. Indicatie

Algemene omschrijving

Uitgangspunt conclusie verdacht

Wapenopstelling

21-02-2019

Opstelling van handvuurwapen, machinegeweer of ander (semi)automatisch wapen, niet zijnde onderdeel van een verdedigingswerk.

Uitgangspunt voor afbakening verdacht gebied

onverdacht

X

S2018.164_DKL_BERGVENNEN_vA

Locatie van de wapenopstelling.

Pagina 32 van 61

Voor een locatie als het militair oefenterrein geeft het WSCS-OCE geen instructie voor het vaststellen van de horizontale afbakening van het verdacht gebied. Leemans stelt de horizontale afbakening vast op de omgevingscontouren van het oefenterrein, zoals weergegeven op de CE-bodembelastingkaart in Deel 5.

18.2.1.2

Hand- en geweergranaten

In hoofdstuk 17 is vastgesteld dat in delen van het onderzoeksgebied, de aanwezigheid van CE in de vorm van hand- en geweergranaten aannemelijk is. Het betreft het militair oefenterrein en de twee wapenopstellingen. Deze gebieden zijn weergegeven op de CE-bodembelastingkaart in Deel 5. De horizontale afbakening wordt als volgt vastgesteld. Het WSCS-OCE schrijft in bijlage 3. Vaststellen verdacht gebied en afbakening in vooronderzoek, het volgend voor. Indicatie

Algemene omschrijving

Uitgangspunt conclusie verdacht

Wapenopstelling

Opstelling van handvuurwapen, machinegeweer of ander (semi)automatisch wapen, niet zijnde onderdeel van een verdedigingswerk.

Uitgangspunt voor afbakening verdacht gebied

onverdacht

X

Locatie van de wapenopstelling.

Voor een locatie als het militair oefenterrein geeft het WSCS-OCE geen instructie voor het vaststellen van de horizontale afbakening van het verdacht gebied. Leemans stelt de horizontale afbakening vast op de omgevingscontouren van het oefenterrein, zoals weergegeven op de CE-bodembelastingkaart in Deel 5.

21-02-2019

S2018.164_DKL_BERGVENNEN_vA

Pagina 33 van 61

18.2.1.3

Locaties bomkraters Bergvennenweg en Frensdorferweg

In hoofdstuk 17 is vastgesteld dat in delen van het onderzoeksgebied, de aanwezigheid van CE in de vorm van afwerpmunitie aannemelijk is. Het betreft de locaties van de bomkraters aan de Bergvennenweg en de Frensdorferweg. Deze locaties zijn verdacht van de aanwezigheid van vliegtuigbommen van 250 lb. Voor de locaties van de bomkraters wordt de horizontale afbakening van het verdacht gebied als volgt vastgesteld en horizontaal weergegeven op de bodembelastingkaart in Deel 5. Gelet op het kraterpatroon gaat Leemans er van uit dat de bommen zijn afgeworpen door een jachtbommenwerper. Het WSCS-OCE schrijft in bijlage 3. Vaststellen verdacht gebied en afbakening in vooronderzoek, het volgend voor. Algemene omschrijving

Indicatie

Uitgangspunt conclusie verdacht

Duikbombardement op zgn. ‘Pin Point Target’.

Gebied dat is getroffen door een bombardement met jachtbommenwerpers, met als doel een vooraf speciefiek object te treffen.

Uitgangspunt voor afbakening verdacht gebied

onverdacht

X

Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 181 meter gemeten vanuit het hart van het doel.

Bij het indringen van afwerpmunitie in de bodem zal een horizontale ondergrondse verplaatsing van de vliegtuigbom plaatsvinden. In onderstaande tabel is een overzicht van deze maximale horizontale ondergrondse verplaatsing weergegeven. 8 Horizontale ondergrondse verplaatsing na indringen Gewicht vliegtuigbom in lb.

Maximale afstand in meters (afgerond)

100

5,45 (6,00)

250

5,48 (6,00)

500

7,10 (8,00)

1000

8,00 (8,00)

2000

9,50 (10,00)

≥ 2000

11,66 (12,00)

De straal van het verdacht gebied is 181 meter gemeten vanuit het hart van het doel. Deze afstand wordt vermeerderd met 6 meter voor de horizontale ondergrondse verplaatsing na indringen en met nog eens 10 meter ter compensatie van de afwijkingen zoals vermeld in hoofdstuk 18.2.1. Totaal 197 meter.

8 Bron: SARICON, A.H. Meijers, Offset vliegtuigbommen (z.p.).

21-02-2019

S2018.164_DKL_BERGVENNEN_vA

Pagina 34 van 61

18.2.1.4

Locaties bomkraters Dennenweg

In hoofdstuk 17 is vastgesteld dat in delen van het onderzoeksgebied, de aanwezigheid van CE in de vorm van afwerpmunitie aannemelijk is. Het betreft de locatie van de bomkraters aan de Dennenweg. Deze locaties is verdacht van de aanwezigheid van vliegtuigbommen van 1000 lb. Voor de locaties van de bomkraters wordt de horizontale afbakening van het verdacht gebied als volgt vastgesteld en horizontaal weergegeven op de bodembelastingkaart in Deel 5. Gelet op het kraterpatroon gaat Leemans er van uit dat de bommen zijn afgeworpen door een of meerdere bommenwerpers. Het WSCS-OCE schrijft in bijlage 3. Vaststellen verdacht gebied en afbakening in vooronderzoek, het volgend voor. Algemene omschrijving

Indicatie

Uitgangspunt conclusie verdacht

Tapijtbombardement

Gebied dat is getroffen door een bombardement met middelzware en/of zware bommenwerpers, met als doel om schade aan te richten over een groot gebied.

Uitgangspunt voor afbakening verdacht gebied

onverdacht

X

Op basis van een analyse van het inslagenpatroon 9 wordt de maximale afstand tussen twee opeenvolgende inslagen binnen een inslagpatroon bepaald. Het verdachte gebied wordt afgebakend door deze afstand te projecteren op de buitenste inslagen van het inslagenpatroon. Dat is exclusief de eventuele horizontale verplaatsing van de buitenste blindganger binnen het inslagenpatroon.

Bij het indringen van afwerpmunitie in de bodem zal een horizontale ondergrondse verplaatsing van de vliegtuigbom plaatsvinden. In onderstaande tabel is een overzicht van deze maximale horizontale ondergrondse verplaatsing weergegeven. 10 Horizontale ondergrondse verplaatsing na indringen

9

Gewicht vliegtuigbom in lb.

Maximale afstand in meters (afgerond)

100

5,45 (6,00)

250

5,48 (6,00)

500

7,10 (8,00)

1000

8,00 (8,00)

2000

9,50 (10,00)

≥ 2000

11,66 (12,00)

Verzameling van de locaties van inslagen van één bepaald toestel of één bepaald bombardement.

10 Bron: SARICON, A.H. Meijers, Offset vliegtuigbommen (z.p.).

21-02-2019

S2018.164_DKL_BERGVENNEN_vA

Pagina 35 van 61

De maximale afstand tussen twee opeenvolgende inslagen binnen het inslagpatroon bedraagt 36,5 meter. Deze afstand wordt vermeerderd met 8 meter voor de horizontale ondergrondse verplaatsing na indringen en met nog eens 10 meter ter compensatie van de afwijkingen zoals vermeld in hoofdstuk 15.2.1. Totaal 54,5 meter.

18.2.2

Verticale afbakening

Voor de verticale afbakening van het verdacht gebied wordt hoofdstuk 6.5.2. sub 5 van het WSCSOCE als richtlijn gehanteerd. Van de uitgangspunten verticale afbakening is geen verdere informatie bekend.

18.2.2.1

Kleinkalibermunitie en hand- en geweergranaten

Voor de locaties van het militair oefenterrein en de wapenopstellingen wordt op basis van ervaringsgegevens een verticale afbakening vastgesteld van 2,0 meter min m/v 1945.

18.2.2.2

Afwerpmunitie

Voor het vaststellen van de verticale afbakening is geotechnische bodeminformatie nodig. De bodemopbouw en de conusweerstand zijn hierbij de belangrijkste factoren. Het is bekend dat bij het indringen van blindgangers van vliegtuigbommen in de bodem, deze worden afgeremd door de weerstand van de bodem. Uit ervaringsgegevens blijkt dat als vliegtuigbommen bij het indringen een weerstand ondervinden van 10 MPa of meer, deze tot stilstand komen. Dit is wel afhankelijk van de dikte van deze hardere bodemlagen en de diepte waarop deze zijn gelegen. Van locatie waar de vliegtuigbommen zijn neergekomen is geen geotechnische informatie als conusweerstand beschikbaar. Op de website www.diniloket.nl is informatie aangetroffen waaruit blijkt dat ter plaatse de bovenste laag bestaat uit een zandpakket uit de Formatie van Boxtel, tweede zandige eenheid tot circa 7 meter diep (Appelboor REGIS II v2.2) bestaande uit zandige eenheid, bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind. Uit ervaringsgegevens bij eerdere opsporing wordt afgeleid dat vliegtuigbommen van 250 lb. in deze grond niet verder indringen dan circa 3 meter –mv. De verticale afbakening voor deze delen van het verdacht gebied wordt hierbij vastgesteld op 3 meter –mv. Uit ervaringsgegevens bij eerdere opsporing wordt afgeleid dat vliegtuigbommen van 1000 lb.

in deze grond niet verder indringen dan circa 4 meter –mv. De verticale afbakening voor dit deel van het verdacht gebied wordt hierbij vastgesteld op 4 meter –mv.

18.3

Niet-verdacht gebied

Het overige deel van het onderzoeksgebied wordt aangemerkt als niet-verdacht van de aanwezigheid van CE.

21-02-2019

S2018.164_DKL_BERGVENNEN_vA

Pagina 36 van 61

18.4

Aanbeveling

18.4.1

CE verdacht gebied

Voor de gebieden verdacht van de aanwezigheid van CE geldt de volgende aanbeveling: Uit oogpunt van veiligheid is het van essentieel belang dat het verdachte gebied wordt onderzocht op de aanwezigheid van CE. De hierbij mogelijk aan te treffen CE dienen door de EOD te worden geruimd, alvorens aan te vangen met enige vorm van (water)bodemroerende werkzaamheden. Indien onderzoek naar de aanwezigheid van CE niet mogelijk is, bijvoorbeeld door de aanwezige bebouwing, ondergrondse infrastructuur en dergelijke, dan dienen de werkzaamheden, bijvoorbeeld het amoveren van bestaande bebouwing, te worden uitgevoerd onder regime van het WSCS-OCE. Daarna dient alsnog uit oogpunt van veiligheid het verdacht gebied te worden onderzocht op de aanwezigheid van CE. De hierbij mogelijk aan te treffen CE dienen door de EOD te worden geruimd, alvorens verder te gaan met enige vorm van (water)bodemroerende werkzaamheden.

18.4.2

Niet-verdacht gebied

Voor het niet-verdacht gebied in het onderzoeksgebied geldt de volgende aanbeveling: De kans op aantreffen van CE is niet anders dan op elke ander plaats in Nederland onder gelijke omstandigheden. Indien tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden onverhoopt toch een of meerdere CE worden aangetroffen, dienen deze direct gemeld te worden bij de plaatselijke politie. Deze zal melding van het aantreffen van CE doen bij de EOD, die dan voor de ruiming van de CE zorg zal dragen. Hoewel er geen aanwijzingen zijn die de kans op het aantreffen van explosieven onderbouwen, adviseert Leemans u wel om het uitvoerend personeel voorafgaand aan bodemroerende werkzaamheden in de te bewerken gebieden altijd te instrueren om bij het onverhoopt aantreffen van munitieverdachte objecten de volgende acties te ondernemen: • • • • •

21-02-2019

Beroer het CE nooit; Stop onmiddellijk met de werkzaamheden ter plaatse; Houd iedereen uit de omgeving van het CE; Meld het aantreffen van het CE onmiddellijk bij de plaatselijke politie; Volg de instructies van de plaatselijke politie strikt op.

S2018.164_DKL_BERGVENNEN_vA

Pagina 37 van 61

DEEL 4: BIJLAGEN

21-02-2019

S2018.164_DKL_BERGVENNEN_vA

Pagina 38 van 61

BIJLAGE 01.1

Overzicht gebiedsmaatregelen onderzoeksgebied

(Bron: Opdrachtgever)

21-02-2019

S2018.164_DKL_BERGVENNEN_vA

Pagina 39 van 61

BIJLAGE 01.2

Tekening onderzoeksgebied

(Bron: Leemans)

21-02-2019

S2018.164_DKL_BERGVENNEN_vA

Pagina 40 van 61

BIJLAGE 02.1

21-02-2019

Certificaat WSCS-OCE: 2012, versie 1

S2018.164_DKL_BERGVENNEN_vA

Pagina 41 van 61

BIJLAGE 02.2

21-02-2019

Certificaat NEN-EN ISO 9001:2015

S2018.164_DKL_BERGVENNEN_vA

Pagina 42 van 61

BIJLAGE 02.3

21-02-2019

Certificaat VCA** 2008/5.1

S2018.164_DKL_BERGVENNEN_vA

Pagina 43 van 61

BIJLAGE 03

Hoofdsoorten CE

(Bron: WSCS-OCE) Hoofdsoort

Beschrijving

Kleinkalibermunitie

Munitie voor handvuurwapens en mitrailleurs met een kaliber tot 20 mm.

Geschutmunitie

Munitie voor vuurmonden met een kaliber van 20 mm of groter.

Handgranaten

Munitie bedoeld om met de hand te werpen.

Geweergranaten

Munitie bedoeld om met behulp van een geweer te verschieten.

Munitie voor granaatwerpers

Munitie die met een daarvoor bestemd wapensysteem wordt verschoten, gelanceerd of weggeslingerd. Munitie die worden afgevuurd en/of voortgestuwd door een raketmotor.

Raketten 11 Afwerpmunitie Submunitie

Onderwatermunitie Landmijnen

Valstrikken

Explosieve stoffen Vuurwerken Vernielingsmiddelen Ontstekingsinrichtingen Toebehoren van munitie

Munitie bedoeld om van een vliegtuig te worden losgelaten, uitgestoten of geworpen. Munitieartikelen opgenomen in een ander munitieartikel, die op enig moment vrijkomen, worden uitgestoten of verschoten, zelfstandig hun weg vervolgen en op het gewenste tijdstip en/of plaats worden ontstoken zodat deze tot werking komen. Munitie bedoeld om onder water te gebruiken. Munitie met een hoeveelheid springstof, al of niet in een omhulsel, voorzien van een ontsteker, in of op een terrein of gebied aangebracht om te hinderen, schade toe te brengen of buiten gevecht te stellen en door het te treffen doel wordt geactiveerd. Munitie die fabrieksmatig is aangemaakt en die al dan niet op een geïmproviseerde wijze is geplaatst met als doel te vernietigen, te verminken, te verwonden, brand te stichten, te kwellen en/of paniek te zaaien. Ze wordt geactiveerd door een ogenschijnlijk onschuldige handeling. Een explosieve stof zonder dat deze is voorzien van een ontstekingsinrichting en waarbij het oorspronkelijke gebruiksdoel onbekend is. Munitie voorzien van pyrotechnische mengsels voor speciale effecten zoals vlam, licht, geluid, rook en / of gas. Munitie bedoeld om schade toe te brengen aan constructies, vernielingen of vernietigingen mee uit te voeren.

Inrichtingen die op of in een munitieartikel zijn of kunnen worden geplaatst en op een gewenst tijdstip en / of plaats de verlangde uitwerking veroorzaken. Voorwerp dat onderdeel uitmaakt van of toebehoort aan een munitieartikel, geen explosieve stoffen bevat, maar wel een sterke aanwijzing vormt voor de mogelijke aanwezigheid van munitie.

11 Met inbegrip van Duitse V-wapens: V1 en V2.

21-02-2019

S2018.164_DKL_BERGVENNEN_vA

Pagina 44 van 61

BIJLAGE 04

Overzicht geraadpleegde literatuur en internet

Auteur

Titel

H. Amersfoort en P. Kamphuis H. J. Asma e.a.

Mei 1940, de strijd op Nederlands grondgebied. (Amsterdam, 2012)

H. Bollen en P. Vroemen

Canadezen in actie. Nederland najaar ’44 – voorjaar ’45. (z.p. 1994)

Th.J.M. Eversteijn

Chronologisch overzicht van bombardementen, raketbeschietingen, neergekomen V-wapens en militaire vliegtuigverliezen met betrekking tot de periode 10 mei 1940 – 5 mei 1945 in Nederland. (niet gepubliceerd – april 2018) • Huzaren van de Nacht Deel 1 (Almelo, 2006), • Van Grasmat tot Fliegerhorst (Oldezaal, 1998). Storm uit het Noorden, Mobilisatie en Duitse inval in Twente 1939 – 1940 (Oldenzaal, 1985). In de Schaduw van de adelaar (Oldenzaal, 1982)

C. Cornelissen C.B. Cornelissen C.B. Cornelissen en J. Slettenhaar Jelle Hooiveld L. de Jong C. Klep en B. Schoenmaker Koers. A. G. J. I. Kokhuis

Denekampers vertellen over de Tweede Wereldoorlog (Denekamp, 1990).

Operatie Jedburgh, Geheime geallieerde missies in Nederland 1944 – 1945 (Amsterdam, 2014). Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 3, Mei 1940 ( Den Haag 1970) De bevrijding van Nederland 1944 - 1945, oorlog op de flank. (’s-Gravenhage, 1995) Twente en de Tweede Wereldoorlog (Enter, 2015).

B. Koning

• Van V-1 tot ruimtevaart (zp, zj) • Twente 1940 – 1945 (Enschede, 1969) Bevrijding van Nederland 1944-1945. (Nijkerk 1960).

J.J. Luizink

In Losser is niets gebeurd 1940-1945 (Losser 1995).

B. de Pater e.a.

Grote atlas van Nederland. (’s-Gravenhage, 2005)

Studiegroep Luchtoorlog 1939 - 1945

• •

G. Zwanenburg Internet

21-02-2019

Airwar bulletin, meerdere jaargangen. Verliesregister 1939-1945. Alle militaire vliegtuig-verliezen in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. (z.p. 2008) • V-1 en V-2 inslagen in Nederland. (z.p. z.j.) En nooit was het stil. Kroniek van een luchtoorlog, deel 1 en 2. (Baarn 1990) Bijlagen, En nooit was het stil. (’s-Gravenhage 1993) http://www.topotijdreis.nl/ http://www.go2war2.nl/default.asp http://www.historischekringlosser.nl/orgaan/teksten/2012-4.pdf http://www.vergeltungswaffen.nl/ http://www.Gemeente%20Dinkelland/Literatuur/Jaargang%203%20nr%20 1%20januari%202016%20%20Heemkunde%20Lattrop%20Breklenkamp.html https://www.lgln.niedersachsen.de/startseite/kampfmittelbeseitigung/luft bildauswertung/kampfmittelbeseitigungsdienst-niedersachsen163427.html https://www.landschapoverijssel.nl/organisatie/onzemensen/rick-staudt http://www.heemkundedenekamp.nl/

S2018.164_DKL_BERGVENNEN_vA

Pagina 45 van 61

BIJLAGE 05

Overzicht geraadpleegde archieven

Archief Archief gemeente Dinkelland Provinciaal Historisch Centrum Overijssel Nederlands Instituut voor Militaire Historie Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie Explosieven Opruimingsdienst Defensie Luchtfotocollectie Bibliotheek Universiteit Wageningen Luchtfotocollectie Kadaster Zwolle National Archives, London Nationaal Archief Semi-statische archiefdiensten van Ministerie van Defensie Bedrijfsarchief Leemans Speciaalwerken

De in deze archieven geraadpleegde stukken zijn vermeld in hoofdstuk 9.

21-02-2019

S2018.164_DKL_BERGVENNEN_vA

Pagina 46 van 61

BIJLAGE 06

Brief van de Luchtbeschermingsdienst d.d. 21-02-1944

(Bron: Gemeentearchief Dinkelland)

21-02-2019

S2018.164_DKL_BERGVENNEN_vA

Pagina 47 van 61

BIJLAGE 07.1

Luchtfoto 106G-3280-3100 d.d. 07-10-1944

(Bron: Kadaster)

Afbeelding 1: Het onderzoeksgebied is gelegen in de rode rechthoek.

21-02-2019

S2018.164_DKL_BERGVENNEN_vA

Pagina 48 van 61

BIJLAGE 07.2

Luchtfoto 106G-3280-3199 d.d. 07-10-1944

(Bron: Kadaster)

21-02-2019

S2018.164_DKL_BERGVENNEN_vA

Pagina 49 van 61

BIJLAGE 07.3

Luchtfoto 106G-4423-4187 d.d. 21-02-1945

(Bron: Kadaster)

21-02-2019

S2018.164_DKL_BERGVENNEN_vA

Pagina 50 van 61

BIJLAGE 07.4

Luchtfoto 106G-4423-4189 d.d. 21-02-1945

(Bron: Kadaster)

21-02-2019

S2018.164_DKL_BERGVENNEN_vA

Pagina 51 van 61

BIJLAGE 07.5

Uitsnede van luchtfoto’s locatie nabij Frensdorferweg en Bergvennenweg.

(Bron: Kadaster)

Afbeelding 2: Uitsnede uit luchtfoto 106G-3280-3100 d.d. 07-10-1944. Twee kraters in het rode ovaal.

Afbeelding 3: Uitsnede uit luchtfoto 106G-4423-4187 d.d. 21-02-1945. Twee kraters in het rode ovaal.

21-02-2019

S2018.164_DKL_BERGVENNEN_vA

Pagina 52 van 61

BIJLAGE 07.6

Uitsnede van luchtfoto’s locatie nabij Dennenweg 4.

(Bron: Kadaster)

Afbeelding 4: Uitsnede uit luchtfoto 106G-3280-3100 d.d. 07-10-1944. Nog geen kraters zichtbaar.

Afbeelding 5: Uitsnede uit luchtfoto 106G-4423-4187 d.d. 21-02-1945. Acht kraters duidelijk zichtbaar. 21-02-2019

S2018.164_DKL_BERGVENNEN_vA

Pagina 53 van 61

BIJLAGE 07.7

Uitsnede van luchtfoto’s locatie nabij Dennenweg 4.

(Bron: Kadaster)

Afbeelding 6: Uitsnede uit luchtfoto 106G-3280-3100 d.d. 07-10-1944. Nog geen wapenopstellingen.

Afbeelding 7: Uitsnede uit luchtfoto 106G-4423-4187 d.d. 21-02-1945. Twee wapenopstellingen in het rode ovaal.

21-02-2019

S2018.164_DKL_BERGVENNEN_vA

Pagina 54 van 61

BIJLAGE 07.8

Uitsnede van luchtfoto’s locatie nabij Bergvennenweg 45a.

(Bron: Kadaster)

Afbeelding 8: Uitsnede uit luchtfoto 106G-3280-3100 d.d. 07-10-1944. Nog geen kraters zichtbaar.

Afbeelding 9: Uitsnede uit luchtfoto 106G-4423-4189 d.d. 21-02-1945. Drie kraters in het rode ovaal.

21-02-2019

S2018.164_DKL_BERGVENNEN_vA

Pagina 55 van 61

BIJLAGE 07.9

Uitsnede van luchtfoto’s locatie nabij Frensdorferweg en Kommiezendijk.

(Bron: Kadaster)

Afbeelding 10: Uitsnede uit luchtfoto 106G-3280-3100 d.d. 07-10-1944. Militair oefenterrein aan de Frensdorferweg / Kommiezendijk .

Afbeelding 11: Uitsnede uit luchtfoto 106G-4423-4189 d.d. 21-02-1945. Uitbreiding militair oefenterrein aan de Frensdorferweg / Kommiezendijk .

21-02-2019

S2018.164_DKL_BERGVENNEN_vA

Pagina 56 van 61

BIJLAGE 08

Luchtfoto huidige situatie

(Bron: Leemans) Deze luchtfoto is ingevoegd als volgende pagina.

21-02-2019

S2018.164_DKL_BERGVENNEN_vA

Pagina 57 van 61

Seise

Komm iezend ijk

weg

mie Kom ijk zend

Kommiezendijk

Vleierweg

Poolweg

Poolweg

Kommiezend

ijk

Poolweg

Kommiezendijk

Bre kke lerw eg

Kommiezendijk

eg

enne

Bergv

Bergvennenw

nweg

Kommiezendijk

enne Bergv nweg

Kommiezendijk

g

er We

O

rsum otma

g

Ko m

m

ie

ze

nweg

nd

ijk

enne Bergv

Fre

e rw rfe o nsd

Frensdorferweg Dennenweg

g we

rfer sdo

n

Fre

Ra

mm

elb

ee

kw

eg

De

rweg

rfe Frensdo

nn en

g

La

ttr

up

er

W

eg

we

De

nn en we

g

Ra

mm e

lbe

ek we g

De n

ne

0

nw

eg

400 200

Ram

Meters

mel be

ekw

eg Opdrachtgever:

Legenda Onderzoeksgebied NL Onderzoeksgebied DE

Gemeente Dinkelland Projekt:

wijziging

Vooronderzoek Bergvennen-Breklenkampseveld

A.

datum

get.

paraaf

B.

Betreft:

C.

Huidige Situatie Bergvennen-Breklenkampseveld D. E. getekend : C.A.

schaal : 1:4500

formaat : A1

datum : 15-02-2019

status

: Definitief

werknr. : S2018.164

bladnr. : 1

van

1

BIJLAGE 09

Chronologisch overzicht gebeurtenissen

(Bron: Leemans) Dit overzicht is ingevoegd als volgende pagina.

21-02-2019

S2018.164_DKL_BERGVENNEN_vA

Pagina 58 van 61

Vooronderzoek S2018.164

Gebeurtenissenlijst - DKL

Gebeurtenis ID

Datum

Locatie

Soort gebeurtenis

Omschrijving gebeurtenis

DKL-01

24-10-1944

Dennenweg te Lattrop

Luchtaanval

Uit het onderzoek is gebleken dat gedurende de Tweede Wereldoorlog op 24-10-1944 bommen zijn neergekomen nabij Nabij de boerderij van Steenkamp aan afwerpmunitie / de Dennenweg te Lattrop. 1000 lb. brisant de boerderij van Steenkamp in het Lattropperveld.

DKL-02

07-10-1944 en 21-02-1945

Frensdorferweg te Militair gebruik Lattrop

DKL-03

21-2-1945

Bergvennenweg hoek Frensdorferweg

luchtaanval

DKL-04

21-2-1945

Dennenweg te Lattrop

Luchtaanval

DKL-05

21-2-1945

Frensdorferweg te Militair gebruik Lattrop

DKL-06

21-2-1945

Bergvennenweg te Lattrop

DKL-07

07-10-1944 en 21-02-1945

Frensdorferweg te Militair gebruik Lattrop

21-02-2019

Luchtaanval

Getroffen locatie

Aantal CE

Land

Hoofdstuk rapport

Naam Bron

Beschrijving bron

n.b.

n.b.

13.2

Eversteijn

Th.J.M. Eversteijn, Chronologisch overzicht van bombardementen, raketbeschietingen, neergekomen V-wapens en militaire vliegtuigverliezen met betrekking tot de periode 10 mei 1940 – 5 mei 1945 in Nederland (niet gepubliceerd – versie april 2018).

kleinkalibermunitie, hand- en n.b. geweergranaten

n.b.

13.7

Luchtfoto

Kadaster: 106G-4423-4189 d.d. 21-02-1945

afwerpmunitie / 250 lb. brisant

n.b.

n.b.

13.8

Luchtfoto

Kadaster: Luchtfoto 106G-4423-4187 d.d. 21-021945

Nabij de boerderij van Steenkamp aan afwerpmunitie / de Dennenweg te Lattrop. 1000 lb. brisant

n.b.

n.b.

13.8

Luchtfoto

Kadaster: Luchtfoto 106G-4423-4187 d.d. 21-021945

kleinkalibermunitie, hand- en n.b. geweergranaten

n.b.

13.8

Luchtfoto

Kadaster: Luchtfoto 106G-4423-4187 d.d. 21-021945

afwerpmunitie / 250 lb. brisant

n.b.

n.b.

13.8

Luchtfoto

Kadaster: Luchtfoto 106G-4423-4189 d.d. 21-021945

kleinkalibermunitie, hand- en n.b. geweergranaten

n.b.

13.7

Luchtfoto

Kadaster: Luchtfoto 106G-4423-4189 d.d. 21-021945

Gebied noord van de Frensdorferweg Op de luchtfoto 106G-3280-3100 d.d. 07-10-1944 en 106G-4423-4187 en 4189 d.d. 21-02-1945 is een afgebakend gebied zichtbaar waarin duidelijk rijsporen, vergravingen, schuttersputten, een kleine loopgraaf en dergelijke zichtbaar tussen de Kommiezendijk en de Bergvennenweg. zijn. Op de luchtfoto’s van 21-02-1945 is duidelijk waar te nemen dat het gebied is uitgebreid ten opzichte van de situatie op luchtfoto van 07-10-1944. Uit het totaal aan sporen trekt Leemans de conclusie dat het hier een militair oefenterrein betreft. Bergvennenweg hoek Frensdorferweg Twee kraters van gedetoneerde bommen nabij de hoek van de Bergvennenweg en de Frensdorferweg. De kraters zijn ook zichtbaar op luchtfoto 106G-3280-3100 d.d. 07-10-1944. De kraters hebben een doorsnede van 4,5 m. De ondergrond bestaat uit zand tot circa 7 m –mv. Op basis van deze informatie gaat Leemans uit van vliegtuigbommen van 250 lb. Acht kraters van gedetoneerde bommen nabij perceel Dennenweg 4 te Lattrop-Breklenkamp. De kraters zijn nog niet zichtbaar op luchtfoto 106G-3280-3100 d.d. 07-10-1944. De kraters hebben een doorsnede van 8,6m, 9,0m, 10,0m, 11,1m, 12,0m, 13,0m en 13,5m. De ondergrond bestaat uit zand tot circa 7 m –mv. Op basis van deze informatie gaat Leemans uit van vliegtuigbommen van 1000 lb.

Twee wapenopstellingen aan de Frensdorferweg nabij perceel Dennenweg 14 te Lattrop-Breklenkamp. De wapenopstellingen zijn nog niet zichtbaar op luchtfoto 106G-3280-3100 d.d. 07-10-1944.

Aan de Frensdorferweg nabij perceel Dennenweg 14 te LattropBreklenkamp.

Drie kraters van gedetoneerde bommen nabij perceel Bergvennenweg 25a te Lattrop-Breklenkamp. Op luchtfoto 106G- Nabij perceel Bergvennenweg 25a 3280-3100 d.d. 07-10-1944 zijn deze kraters nog niet zichtbaar. De kraters hebben een doorsnede van 4,8 m, 2,8 m en te Lattrop-Breklenkamp. 4,1 m. De ondergrond bestaat uit zand tot circa 7 m –mv. Op basis van deze informatie gaat Leemans uit van vliegtuigbommen van 250 lb. Een militair oefenterrein gelegen noord van de Frensdorferweg tussen de Kommiezendijk en de Bergvennenweg. In dit Gebied noord van de Frensdorferweg tussen de Kommiezendijk en de terreindeel zijn veel rijsporen, vergravingen, schuttersputten, een kleine loopgraaf en dergelijke zichtbaar zijn. Een vergelijking met luchtfoto 106G-3280-3100 d.d. 07-10-1944 laat zien dat het terrein in de periode tot 21-02-1945 flink is Bergvennenweg. uitgebreid. Deze locatie wordt door Leemans verdacht van de aanwezigheid van kleinkalibermunitie en hand- en geweergranaten.

S2018.164_DKL_BERGVENNEN_Bijlage_09_vA

Soort / subsoort CE

pagina 1 van 1

DEEL 5: CE-BODEMBELASTINGKAART

21-02-2019

S2018.164_DKL_BERGVENNEN_vA

Pagina 59 van 61

CE-BODEMBELASTINGKAART Het WSCS-OCE beschrijft in hoofdstuk 6.5.4 de bodembelastingkaart als volgt: Op de CE bodembelastingkaart wordt het verdachte en niet-verdachte gebied (horizontaal) binnen het onderzoeksgebied weergegeven. De kaart dient te zijn geprojecteerd in het Rijksdriehoekstelsel. De kaart bevat te minste een titel, auteur, noordpijl, schaal, datum van opmaak/versie/kenmerk en legenda. De cartografische weergave van analoge reproducties van de kaart(en) dient te waarborgen dat de coördinaten van ingetekende geometrische objecten nauwkeurig kunnen worden afgelezen. Het rapport en de CE bodembelastingkaart dienen te worden geaccordeerd door een door het management bevoegd persoon.

De CE-bodembelastingkaart is ingevoegd als volgende pagina en bijgevoegd in de formats PDF en DWG.

21-02-2019

S2018.164_DKL_BERGVENNEN_vA

Pagina 60 van 61

Seise

Komm iezend ijk

weg

mie Kom ijk zend

Kommiezendijk

Vleierweg

Poolweg

Poolweg

Kommiezend

ijk

Poolweg

Kommiezendijk

Bre kke lerw eg

Kommiezendijk

eg

enne

Bergv

Bergvennenw

nweg

Kommiezendijk

enne Bergv nweg

Kommiezendijk

g

er We

O

rsum otma

g

Ko m

m

ie

ze

nweg

nd

ijk

enne Bergv

Fre

e rw rfe o nsd

Frensdorferweg Dennenweg

g we

rfer sdo

n

Fre

Ra

mm

elb

ee

kw

eg

De

rweg

rfe Frensdo

nn en

g

La

ttr

up

er

W

eg

we

De

nn en we

g

Ra

mm e

lbe

ek we g

De n

ne

0

nw

eg

400 200

Ram

Meters

mel be

ekw

eg Opdrachtgever:

Legenda Onderzoeksgebied NL Onderzoeksgebied DE Militair Oefenterrein Wapenopstelling - Verdacht op kleinkalibermunitie, hand- en geweergranaten. Verdacht op afwerpmunitie

Gemeente Dinkelland Projekt:

wijziging

Vooronderzoek Bergvennen-Breklenkampseveld

A.

datum

get.

paraaf

B.

Betreft:

C.

CE Bodembelastingkaart Bergvennen-Breklenkampseveld D. E. getekend : C.A.

schaal : 1:4500

formaat : A1

datum : 15-02-2019

status

: Definitief

werknr. : S2018.164

bladnr. : 1

van

1

21-02-2019

S2018.164_DKL_BERGVENNEN_vA

Pagina 61 van 61

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/502/documents/16736