B_B_ontwerp_1_toelichting_Bijlage 1 Historisch bodemonderzoek.PDF
Tekst van het document
Historisch bodemonderzoek Natura 2000 gebied Bergvennen & Brecklenkampse Veld Project 2019-0299
projectnummer
2019-0299
project
Natura 2000 gebieden Gemeente Dinkelland
versie
auteur
1.0 De heer B. Franke
datum
controle
17 oktober 2019 De heer R. Fieten
opdrachtgever
Gemeente Dinkelland
Inhoudsopgave 1.
Aanleiding ................................................................................................................................................. 3
2.
Locatiegegevens en werkwijze ................................................................................................................... 4 Algemeen .......................................................................................................................................................... 4 Werkwijze.......................................................................................................................................................... 4 Afwijkingen op gehanteerde werkwijze ............................................................................................................ 5
3.
Geraadpleegde bronnen ............................................................................................................................ 6
4.
Bodemgebruik ........................................................................................................................................... 7
5.
Bodeminformatie ...................................................................................................................................... 8 Bodeminformatie .............................................................................................................................................. 8 Bodemkwaliteitskaart ....................................................................................................................................... 9 Informatie gebiedskenners ............................................................................................................................... 9 Geohydrologische gegevens ........................................................................................................................... 10
6.
Conclusies en aanbevelingen ................................................................................................................... 11 Resultaten ....................................................................................................................................................... 11 Conclusies en aanbevelingen .......................................................................................................................... 12
Bijlagen
Pagina
1.
Omgevingskaart
2.
Gebiedskaart
3.
Informatie Provincie Overijssel
2 van 13
Datum
17-10-2019
1.
Aanleiding
In opdracht van de Gemeente Dinkelland heeft Lycens B.V. een historisch bodemonderzoek conform NEN 5725 uitgevoerd voor het Natura 2000 gebied Bergvennen & Brecklenkampse Veld welke zich ten oosten van Lattrop en direct tegen de Duitse grens bevindt. Voor de ligging van dit gebied wordt verwezen naar bijlage 1, de omgevingskaart.
De aanleiding voor het onderzoek wordt gevormd door het voornemen om in het gebied werkzaamheden te verrichten cq. maatregelen te nemen ter herstel van de aanwezige natuur en het daarmee behalen van Natura 2000 doelstellingen.
Het doel van het vooronderzoek is het op basis van beschikbare bodemrelevante informatie bepalen of sprake is van (ten aanzien van de bodemkwaliteit) risicovolle locaties en of de locatie (al dan niet gedeeltelijk) verdacht is ten aanzien van bodemverontreiniging.
Het onderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse Norm “Strategie voor het uitvoeren van milieuhygienisch vooronderzoek” (NEN 5725:2017) uitgevoerd.
In hoofdstuk 2 worden de locatiegegevens weergegeven en is een beschrijving van de werkwijze opgenomen. In hoofdstuk 3 is een weergave opgenomen van de geraadpleegde bronnen en in hoofdstuk 4 is het bodemgebruik beschreven. In hoofdstuk 5 is de beschikbare bodeminformatie opgenomen waarna in hoofdstuk 6 conclusies en aanbevelingen zijn opgenomen.
Pagina
3 van 13
Datum
17-10-2019
2.
Locatiegegevens en werkwijze Algemeen
In onderstaande tabel zijn de algemene locatiegegevens weergegeven. In bijlage 2 is een maatregelenkaart opgenomen welke beschikbaar is gesteld door de opdrachtgever. Het onderzoek zoals beschreven in onderhavig rapport is van toepassing op het gebied waarbinnen de maatregelen plaatsvinden.
Tabel 2.1: Locatiegegevens Locatie Ligging locatie Gebruik locatie - voormalig - huidig - toekomstig Opdrachtgever Overige belanghebbenden
Natura 2000 gebied Bergvennen & Brecklenkampse Veld In het buitengebied tussen Lattrop en de grens met Duitsland Natuur- en agrarisch gebied met aan de zuidzijde een camping Natuur- en agrarisch gebied met aan de zuidzijde een camping Natuur- en agrarisch gebied met aan de zuidzijde een camping Gemeente Dinkelland Geen
Op basis van de door de opdrachtgever beschikbaar gestelde gegevens verklaart Lycens B.V. dat de onderzoekslocatie geen eigendom is van Lycens B.V. of een aan Lycens B.V. gerelateerd bedrijf.
Werkwijze Conform NEN 5725:2017 bepaald de aanleiding van het onderzoek de minimale onderzoeksaspecten. In onderstaande tabel zijn deze onderzoeksaspecten per aanleiding weergegeven. In onderhavige situatie is sprake van aanleiding A.
Tabel 2.1: Onderzoeksaspecten in relatie tot aanleiding van het onderzoek
1
Locatiegegevens
2
Bodemopbouw en geohydrologie
3
Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
4
Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval
5
Terreinverkenning Optioneel
Pagina
4 van 13
Eigendomssituatie Hoogteligging Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. Bodemkwaliteitskaart O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken Voormalig Huidig Toekomst Asbestverdacht? Verplicht
Datum
17-10-2019
G: Tijdelijke uitplaatsing
F: Ontgraven of toepassen van grond
E: Opstellen bodemkwaliteitskaart
D: Partijkeuring
C: Toepassen grond of baggerspecie
B: Nul-/eindsituatie onderzoek
Aanleiding tot vooronderzoek
A: Bodemonderzoek
Onderzoeksaspecten
Afwijkingen op gehanteerde werkwijze In overleg met de opdrachtgever cq. op aangeven van de opdrachtgever is sprake van de volgende afwijkingen op de gehanteerde werkwijze (NEN 5725):
Het verkrijgen van detailinformatie per perceel is niet noodzakelijk. Hierdoor wordt geen contact opgenomen met alle afzonderlijke perceeleigenaren binnen het gebied;
Ter plaatse van het campingterrein binnen het gebied vinden geen (herstel)werkzaamheden plaats. Wel vinden direct buiten dit terrein werkzaamheden plaats. Het campingterrein vormt geen onderdeel van het onderzoek;
Gezien de omvang van het onderzoeksgebied en doordat geen onderzoek op perceelniveau plaatsvindt, wordt de kadastrale situatie van het gebied niet vastgelegd.
Pagina
5 van 13
Datum
17-10-2019
3.
Geraadpleegde bronnen
Om in relatie tot de aanleiding van het onderzoek (met in achtneming van de in hoofdstuk 2 genoemde afwijkingen) minimaal de informatie te verkrijgen zoals vermeld in tabel 2.1 op de vorige pagina zijn onderstaande bronnen geraadpleegd. Als uitgangspunt wordt gehanteerd dat de geleverde informatie juist en volledig is. Lycens B.V. is niet aansprakelijk voor onjuiste of onvolledige informatie welke door derden is verstrekt.
Bronnen:
Opdrachtgever: Gemeente Dinkelland, de heer W. Valk
Rapport: Vooronderzoek naar conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in de omgeving van de
Bergvennen en Brecklenkampse Veld, door Leemans Speciaalwerken B.V., S2018.164, d.d. 21 februari 2019
Pagina
Bodematlas Provincie Overijssel
Bodemkwaliteitskaart Regio Twente
Landschap Overijssel, de heer R. Staudt
www.bodemloket.nl
www.kadaster.nl
www.dinoloket.nl
https://bagviewer.kadaster.nl
www.topotijdreis.nl
6 van 13
Datum
17-10-2019
4.
Bodemgebruik
Historisch Op historisch kaartmateriaal vanaf medio 19e eeuw is zichtbaar dat het terrein onbebouwd en in gebruik is als natuurgebied. Verspreid door het terrein bevonden zich vennen met daar omheen heidegebied. Opgemerkt dient te worden dat in het Brecklenkampse Veld op dat moment geen tot nauwelijks vennen zichtbaar zijn. Op het momenteel agrarische perceel bevonden zich wel vennen. Het aantal vennen en de vorm daarvan wijkt af ten opzichte van de huidige situatie. Geconcludeerd wordt dat demping van vennen heeft plaatsgevonden. Rond medio 20e eeuw is zichtbaar dat een deel van het gebied, gelegen tussen de Bergvennen en het Brecklenkampse Veld, is gewijzigd naar agrarisch gebied.
In de eerste helft van de 20e eeuw is verder zichtbaar dat de Bergvennen zijn uitgegroeid tot de huidige vorm. Op dat moment lijkt ook de vorm van de huidige infrastructuur te zijn ontstaan. Aansluitend rondom medio 20 e eeuw is zichtbaar dat ook in het Brecklenkampse Veld de huidige vennen zijn ontstaan. Vanaf medio 20e eeuw is verder de eerste bebouwing zichtbaar behorend tot de huidige camping. Het kampeerterrein is als zodanig zichtbaar op kaartmateriaal vanaf medio jaren ’70 van de vorige eeuw.
Binnen het agrarische gebied tussen de Bergvennen en het Brecklenkampse Veld heeft in de tweede helft van de 20e eeuw vermoedelijk in lichte mate verkaveling plaatsgevonden. Niet uitgesloten kan worden dat daarbij watergangen zijn gedempt en/of elders watergangen zijn gerealiseerd. Met name in het Brecklenkampse Veld is zichtbaar dat het vengebied verder is uitgegroeid tot de huidige vorm. In mindere mate lijken ook de Bergvennen in omvang te zijn toegenomen. Behoudens het kampeerterrein met de daaromheen aanwezige bebouwing is geen bebouwing zichtbaar binnen het gebied.
Huidig Het gebied betreft een natuurgebied gelegen op de zandrug tussen de stroomgebieden van de Vecht en de Dinkel. In het gebied zijn door verstuiving vennen ontstaan. Rondom de vennen vindt een overgang naar heidegebied en/of (schrale) graslanden plaats. Tussen de Bergvennen en het Brecklenkampse Veld bevindt zich een (kleinschalig) agrarisch gebied bestaande uit meerdere akkers cq. weiden. Aan de zuidzijde van de Bergvennen bevindt zich de camping ‘De Bergvennen’. Op het kampeerterrein bevinden zich diverse vakantiewoningen en gebouwen. Direct ten zuiden van de camping bevindt zich een boerderij met een woning en diverse opstallen. Verder bevinden zich langs de westelijke rand van het gebied enkele boerderijen. Rondom zowel de camping als de boerderijen zijn enkele maatregelen gepland zoals het aanleggen van watergangen.
Toekomstig De functie van het gebied blijft in de toekomst ongewijzigd. Om Natura 2000 doelstellingen te halen worden echter diverse maatregelen genomen welke bijdragen aan de kwaliteit van het gebied. In het kader hiervan worden onder andere watergangen gerealiseerd, worden bestaande watergangen verontdiept en/of aangepast en/of vindt boskap plaats. Op de maatregelenkaart in bijlage 2 zijn de geplande maatregelen weergegeven.
Pagina
7 van 13
Datum
17-10-2019
5.
Bodeminformatie Bodeminformatie
Door de opdrachtgever is aangegeven dat bij de Gemeente Dinkelland geen bodemkwaliteitsgegevens bekend zijn van dit gebied en/of de directe omgeving daarvan. Wel is de rapportage van een explosievenonderzoek aangeleverd. Deze is in dit hoofdstuk samengevat beschreven.
Daarnaast zijn van de locatie Bergvennenweg 41, dit betreft de boerderij ten zuiden van de camping, tankcertificaten aangeleverd. Hiervan betreft één certificaat (met registratienummer I60201420.02) een tanksaneringscertificaat. In 2016 is op deze locatie een bovengrondse dieseltank met een inhoud van circa 1,2 m3 gesaneerd middels reinigen en afvoeren. Bodemonderzoek is daarbij niet uitgevoerd. Eveneens in 2016 is daarvoor in de plaats een nieuwe bovengrondse dieseltank geplaatst met een inhoud van circa 2,3 m3. De tank bevindt zich in een tankbak. Dit certificaat is geregistreerd onder nummer 160201283.
Verder is door de opdrachtgever aangegeven dat binnen het agrarische deel van het gebied, het gebied tussen de Bergvennen en het Brecklenkampse Veld, grond is aangevoerd. De herkomst van deze grond is niet bekend. Gezien het gebruik van de locatie bestaat er geen directe verwachting dat dit verontreinigde grond zou zijn. Tot slot is van de locatie Frensdorferweg 51, dit betreft de boerderij direct ten zuiden van de camping, vermoedelijk rond 2012/2013 een uitbreiding heeft plaatsgevonden. Verdere gegevens hiervan zijn niet bekend.
In het (digitale) archief van de Provincie Overijssel valt verder op te maken dat van locaties binnen de contouren van de maatregelenkaart eveneens geen bodemkwaliteitsgegevens bekend zijn. Van drie in de nabijheid gelegen locaties zijn wel kwaliteitsgegevens bekend. Deze locaties en de beschikbare resultaten zijn onderstaand samengevat beschreven. Rapportages van de uitgevoerde onderzoeken zijn (digitaal) niet aanwezig. De bij de Provincie bekende informatie is opgenomen in bijlage 3.
Dennenweg 10 Lattrop-Breklenkamp: De locatie bevindt zich direct langs de zuidwestelijke rand van het gebied. In 2009 is op deze locatie door ATKB een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 uitgevoerd. In zowel bovenals ondergrond zijn geen parameters verhoogd gemeten. In het grondwater zijn barium en zink licht verhoogd gemeten.
Kommiezendijk 4 Denekamp: De locatie bevindt zich op meer dan 100 meter ten (zuid)westen van het gebied. Op de locatie is een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 uitgevoerd door Geofox. Zintuiglijk zijn sporen puin waargenomen. Analytisch is in de bovengrond een licht verhoogd gehalte aan PAK gemeten. In de ondergrond zijn geen parameters verhoogd gemeten. In het grondwater zijn chroom en zink licht verhoogd gemeten.
Dennenweg 14 Lattrop Breklenkamp: De locatie bevindt zich op circa 140 meter ten zuiden van de kruising met de Frensdorferweg en daarmee op circa 140 meter afstand van het gebied. Op de locatie is een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 uitgevoerd door Twinnova. Hierbij is zintuiglijk een lichte puinfractie waargenomen. Analytisch is in de bovengrond een licht verhoogd gehalte aan PAK gemeten. EOX is in zowel de bovenals ondergrond in een gehalte boven de detectiegrens gemeten. In de ondergrond zijn geen overige parameters verhoogd gemeten. In het grondwater zijn chroom, koper en zink in licht verhoogde mate aangetoond.
Pagina
8 van 13
Datum
17-10-2019
Rapport: Vooronderzoek naar conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in de omgeving van de Bergvennen en Brecklenkampse Veld, door Leemans Speciaalwerken B.V., S2018.164, d.d. 21 februari 2019 Het onderzoek heeft betrekking gehad op hetzelfde gebied als waarvoor onderhavige rapportage is opgesteld. Uit het onderzoek blijkt dat de aanwezigheid van conventionele explosieven in delen van het gebied aannemelijk is. Geadviseerd is om verder onderzoek te verrichten alvorens er daadwerkelijk werkzaamheden gaan plaatsvinden in het gebied.
Bodemkwaliteitskaart Voor de regio Twente is één regionale bodemkwaliteitskaart opgesteld: Regionale bodemkwaliteitskaart Twente, door Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V., kenmerk: ES349-1/18-004.422, d.d. 23 maart 2018. Uit de ontgravingskaarten blijkt dat zowel de boven- als ondergrond van het onderzoeksgebied is ingedeeld in de kwaliteitsklasse Achtergrondwaarde.
Informatie gebiedskenners Door de opdrachtgever zijn contactgegevens aangeleverd van twee personen: een medewerker van Landschap Overijssel en een bewoner van het gebied.
Door de medewerker van Landschap Overijssel werd aangegeven dat in het gebied in het verleden een oude woning is gesloopt. Betreffende woning bevond zich op circa 190 meter ten oosten van de huidige bebouwing behorend tot de locatie Bergvennenweg 25. Betreffende locatie vormt momenteel onderdeel van een agrarisch perceel (weide). Nadere gegevens omtrent de sloop zijn niet bekend. Aan de zuidzijde van de voormalige woning, langs de Bergvennenweg, bestaat het voornemen om een watergang te verontdiepen.
Verder werd aangegeven dat zich in het noordwestelijk deel van het gebied de Japanse Duizendknoop bevindt. Deze exotische plant wordt vanwege schade die deze kan veroorzaken aan gebouwen en infrastructuur maar ook vanwege het feit dat deze zeer lastig te bestrijden is als ongewenste plant beschouwd. Verspreiding van grond waarin zich (sporen van) de Japanse Duizendknoop bevinden kan (onbedoeld) zorgen voor verspreiding van het groeigebied van deze plant. Het voornemen bestaat om in het gebied waar de plant zich momenteel bevindt bos te verwijderen en steenmeel toe te passen. Aan de randen van het gebied worden sloten gedempt en/of verontdiept.
Op figuur 1 op de volgende pagina is door Landschap Overijssel de locatie van de voormalige woning alsmede de locatie waar de Japense Duizendknoop zich momenteel bevindt aangegeven.
Tot slot is aangegeven dat een deel van het gebied in het verleden ten behoeve van de landbouw is ontgonnen. Vennen zijn daarbij gedempt. Niet bekend is met welk materiaal de vennen zijn gedempt. Wel bekend is dat in het verleden ongewenste materialen (zoals afval) werden gebruikt om gelijksoortige locaties te dempen. Het is echter niet bekend of deze materialen ook in dit gebied zijn gebruikt. Wel bekend is dat in het gebied sporadisch dumping van huisvuil heeft plaatsgevonden. Deze zijn altijd binnen afzienbare tijd opgeruimd. Van gevaarlijke stoffen was voor zover bekend geen sprake. Asbestdumpingen zijn onbekend. Verdere gegevens ten aanzien van mogelijke bodemkwaliteit zijn eveneens onbekend.
Pagina
9 van 13
Datum
17-10-2019
Figuur 1: Locatie voormalige woning en wortelgebied Japanse Duizendknoop
Uit informatie van de bewoner van het gebied blijkt verder dat bij deze persoon geen calamiteiten of overige bijzonderheden ten aanzien van bodemkwaliteit bekend zijn. De contactpersoon en familie daarvan zijn reeds sinds de eerste helft van de 20e eeuw bekend cq. woonachtig in het gebied.
Geohydrologische gegevens Uit de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst Grondwaterverkenning TNO) zijn de volgende (hydro)geologische gegevens afkomstig:
Ter plaatse van de onderzoekslocatie bevinden zich tot een diepte van ruim 6 m-mv middelfijne zandlagen behorend tot de Formatie van Boxtel. Vervolgens is sprake van een dunne (ca. 1 m1) zandige kleilaag, eveneens behorend tot de Formatie van Boxtel. Tot een diepte van circa 28 m-mv bestaat de bodem afwisselend uit zand- en kleilagen behorend tot de Formatie van Boxtel. Iedere afzonderlijke bodemlaag heeft een dikte van globaal 7 meter. Tot ruim 40 m-mv bestaat de bodem vervolgens uit middelgrof zand behorend tot de Formatie van Drente. Na een relatief dunne kleilaag (ca. 7 m 1) bestaat de bodem tot een diepte van circa 80 m-mv vervolgens opnieuw uit middelgrof zand.
De stroming van het freatische grondwater in het eerste watervoerende pakket is globaal in noordwestelijke richting. Lokaal kan de grondwaterstroming van deze richting afwijken. De onderzoekslocatie bevindt zich niet in een grondwaterbeschermingsgebied, waterwingebied en/of boringsvrije zone.
Pagina
10 van 13
Datum
17-10-2019
6.
Conclusies en aanbevelingen
In opdracht van de Gemeente Dinkelland heeft Lycens B.V. een historisch bodemonderzoek conform NEN 5725 uitgevoerd voor het Natura 2000 gebied Bergvennen & Brecklenkampse Veld welke zich ten oosten van Lattrop en direct tegen de Duitse grens bevindt
De aanleiding voor het onderzoek wordt gevormd door het voornemen om in het gebied werkzaamheden te verrichten cq. maatregelen te nemen ter herstel van de aanwezige natuur en het daarmee behalen van Natura 2000 doelstellingen.
Het doel van het vooronderzoek is het op basis van beschikbare bodemrelevante informatie bepalen of sprake is van (ten aanzien van de bodemkwaliteit) risicovolle locaties en of de locatie (al dan niet gedeeltelijk) verdacht is ten aanzien van bodemverontreiniging.
Op grond van de beschikbare gegevens kan het volgende worden geconcludeerd:
Resultaten Uit het vooronderzoek blijkt dat van het gebied geen bodemkwaliteitsgegevens bekend zijn. Op basis van de bodemkwaliteitskaart blijkt dat de locatie is gelegen in een gebied dat is ingedeeld in de kwaliteitsklasse achtergrondwaarde. Vanuit gebiedskenners blijkt dat zich in het gebied in het verleden een woning heeft bevonden welke (reeds lange tijd) is gesloopt. Nadere gegevens daarover zijn onbekend. Verder groeit in het noordwestelijk deel van het gebied de Japanse Duizendknoop. Verdere verspreiding daarvan dient als ongewenst te worden beschouwd. Gegevens ten aanzien van vermoedelijke bodemverontreinigingen zijn niet bekend. Het is echter niet bekend met welke materialen in het verleden vennen zijn gedempt. Daarnaast is niet bekend op welke wijze sloop van de voormalige woning in het gebied heeft plaatsgevonden. Voor zover bekend hebben zich in het gebied geen calamiteiten voorgedaan welke geleid zouden kunnen hebben tot bodemverontreiniging. In het verleden hebben met name binnen het agrarische deel van het gebied diverse verkavelingen plaatsgevonden. Daarnaast is bekend dat in het agrarische deel van het gebied in het verleden grond is opgebracht. De herkomst van deze grond alsmede eventueel opgebrachte grond in het kader van de verkaveling is niet bekend.
Op basis van de beschikbare gegevens bestaat er geen directe aanleiding om te verwachten dat de toegepaste grond verontreinigd is.
Uit voorgaande bodemonderzoeken in de (directe) omgeving van het gebied zijn met name in het grondwater licht verhoogde concentraties aan zware metalen aangetoond. Plaatselijk werden enkele parameters ook in de (boven)grond licht verhoogd gemeten. Sterke verontreinigingen en/of overige bijzonderheden zijn niet aangetoond.
Pagina
11 van 13
Datum
17-10-2019
Conclusies en aanbevelingen Op basis van de bekende gegevens worden geen directe risico’s verwacht ten aanzien van een eventuele bodemverontreiniging ter plaatse van de werklocaties. In het gebied bevinden zich echter diverse locaties waar in het verleden grond is toegepast, zoals dempingen, opgehoogde terreindelen en voormalige natuurgebieden welke momenteel in agrarisch gebruik zijn. Hoewel geen directe verwachting bestaat dat opgebrachte grond verontreinigd is of dempingen hebben plaatsgevonden met afvalmateriaal, wordt geadviseerd hier tijdens werkzaamheden zintuiglijk wel aandacht aan te (blijven) besteden. Voor alle werkzaamheden wordt overigens geadviseerd om altijd attent te blijven op een eventuele bodemverontreiniging.
Daarnaast is binnen het gebied in het verleden een woning gesloopt. Niet bekend is op welke wijze sloop heeft plaatsgevonden. De mogelijkheid bestaat dat slooppuin (gedeeltelijk) in de bodem terecht is gekomen. Mogelijk zijn daarbij ook asbesthoudende toepassingen in de bodem terechtgekomen. Op basis van de maatregelenkaart in bijlage 2 vinden op het perceel waar de woning zich heeft bevonden geen werkzaamheden plaats. Wel wordt langs de Bergvennenweg een sloot verontdiept. Mochten deze of andere werkzaamheden op het perceel van de voormalige woning worden verricht dan wordt geadviseerd om op dat terreindeel bodemonderzoek te verrichten waarbij asbest één van de te onderzoeken parameters dient te zijn.
Verder wordt geadviseerd rekening te houden met de aanwezigheid van de Japanse Duizendknoop in het gebied. Bekend is dat deze zich sowieso in het noordwestelijk deel van het gebied bevindt. Betreffende plant kan schade veroorzaken aan bouwwerken en/of infrastructuur. Verspreiding van deze plant dient om die reden als ongewenst te worden beschouwd. Bovendien is de plant niet of nauwelijks te bestrijden. De kleinste sporen van deze plant, zoals zaden, takken of worteldelen, kunnen er voor zorgen dat de plant opbloeit. Geadviseerd wordt daarom om eventueel vrijkomende grond uit gebieden waar zich de Japanse Duizendknoop bevindt niet te mengen met grond uit het overige gebied en/of elders in het gebied toe te passen. Geadviseerd wordt om de grond met (sporen van) de Japanse Duizendknoop separaat af te voeren naar een daarvoor geschikte locatie.
Indien tijdens de uitvoering van de (graaf)werkzaamheden het vermoeden bestaat dat sprake kan zijn van een bodemverontreiniging wordt geadviseerd om de werkzaamheden op dat terreindeel direct te staken en bodemonderzoek uit te laten voeren. Mochten werkzaamheden aan/door (halfverharde) wegen en/of inritten plaatsvinden dan wordt geadviseerd om daarbij extra attent te zijn op een eventuele verontreiniging met asbest in het verhardingsmateriaal en/of het fundatiemateriaal. Mocht asbestverdacht materiaal worden aangetroffen (ook buiten eventueel (halfverharde) wegen) dan wordt eveneens geadviseerd om de werkzaamheden direct te staken en onderzoek te laten verrichten. Op basis van het uitgevoerde (bodem)onderzoek kunnen eventuele vervolgstappen worden bepaald.
Pagina
12 van 13
Datum
17-10-2019
Geadviseerd wordt om bij toekomstig grondverzet zoveel mogelijk te werken met een gesloten grondbalans. Rekening dient echter gehouden te worden met de aanwezigheid van de Japanse Duizendknoop. Op basis van de bodemkwaliteitskaart mag vrijkomende grond uit het gebied in principe binnen ditzelfde gebied vrij worden toegepast. Een uitzondering hierop wordt gevormd doordat per 1 oktober 2019 bij ieder grondverzet inzicht dient te bestaan in de aanwezigheid van de stoffengroep PFAS in grond. Op dit moment maakt PFAS nog geen onderdeel uit van de bodemkwaliteitskaart waardoor voorafgaand aan grondverzet in ieder geval de kwaliteit van de grond ten aanzien van PFAS moet worden bepaald. Om die reden wordt geadviseerd om vrijkomende grond op basis van de bodemkwaliteitskaart op te bulken en voorafgaand aan herschikking van de grond een partijkeuring op minimaal de stoffengroep PFAS uit te voeren. Op basis van de resultaten van dat onderzoek en/of op basis van de bodemkwaliteitskaart kan bepaald worden of en waar de grond herschikt kan worden. Op basis van de resultaten van dit onderzoek kan het noodzakelijk zijn om de kwaliteit van de ontvangende bodem ten aanzien van PFAS vast te stellen. Dit geldt wanneer uit de resultaten blijkt dat de gekeurde grond (vrijgekomen uit het gebied) PFAS bevat.
Wanneer grondverzet actueel wordt, wordt geadviseerd na te gaan of PFAS op dat moment onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart. Op basis hiervan kunnen eventuele hergebruiksmogelijkheden worden bepaald. Dit kan mogelijk tot gevolg hebben dat geen onderzoek naar PFAS noodzakelijk is.
Pagina
13 van 13
Datum
17-10-2019
BIJLAGE I LOCATIEKAART
Onderdeel Schaal Projectnummer Opdrachtgever
: : : :
Locatiekaart 1:25.000 (Bron: Topografische kaart van Nederland) 2019-0299 Gemeente Dinkelland
BIJLAGE 2 GEBIEDSKAART
BIJLAGE 3 INFORMATIE PROVINCIE OVERIJSSEL
Bodeminformatie Omgevingsrapportage
Pagina 1 van 10
-
24-09-2019
Inhoudsopgave Voorblad Inhoudsopgave Inleiding Dennenweg 14 Kommiezendijk Dennweg 10 te Lattrop-Breklenkamp Kaarten Disclaimer Toelichting
Pagina 2 van 10
-
24-09-2019
Inleiding Indien er stoffen in de bodem voorkomen die van nature niet in de bodem zitten is sprake van bodemverontreiniging. De provincie Overijssel speelt een rol bij het saneren of beheersen van een bodemverontreiniging. De provincie Overijssel en vijf grote gemeenten in Overijssel (Almelo, Deventer, Enschede, Hengelo en Zwolle) zijn in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb) aangewezen als de instanties die toezien op het saneren van verontreinigde bodem en het voorkomen van nieuwe bodemverontreiniging (bevoegd gezag Wetbodembescherming). Zij sturen de bodemsaneringsoperatie en voeren zelf bodemsaneringen uit en beoordelen plannen en saneringen die door anderen (bedrijven, particulieren en gemeenten) worden uitgevoerd. Hierbij kan de provincie juridische en financiële instrumenten inzetten. In dit kader worden bodemgegevens verzameld in het bodeminformatiesysteem (BIS) van de provincie. In deze rapportage treft u gegevens aan die afkomstig zijn uit het BIS van de provincie Overijssel. Hiermee krijgt u een indruk van de aan- of afwezigheid van gegevens over mogelijke bodemverontreiniging in het geselecteerde gebied. De provincie is bevoegd gezag met betrekking tot ernstige bodemverontreiniging. Gemeenten zijn bevoegd voor wat betreft de niet ernstige bodemverontreiniging. Vaak werken gemeenten met hetzelfde BIS en zijn de gegevens opgenomen in de rapportage.
Welke gemeenten dat zijn kunt u vinden op: https://www.overijssel.nl/thema's/bodem/gemeenten/. Indien er bij de in deze rapportage vermelde locaties ook documenten met links zijn vermeld kunnen deze documenten vanuit deze rapportage gedownload worden. Deze documenten zijn zo zorgvuldig mogelijk geautomatiseerd geanonimiseerd. Desondanks kan het voorkomen dat deze documenten toch nog persoonsgegevens bevatten. Op verzoek zullen wij deze gegevens alsnog uit het document verwijderen. Als u vragen heeft over de in dit rapport vermelde gegevens of melding wilt maken van niet goed geanonimiseerde documenten dan kunt u contact opnemen met de provincie Overijssel via email postbus@overijssel.nl of telefonisch 038 499 8899 menukeuze 2.
Pagina 3 van 10
-
24-09-2019
Locatie: Dennenweg 14 Locatie Dennenweg 14 7635NS LATTROP BREKLENKAMP
Adres Locatiecode
AA177400402
Locatienaam
Dennenweg 14
Plaats
Dinkelland
Locatiecode bevoegd gezag WBB
OV177400402
Status Vervolg WBB
Voldoende onderzocht
Beoordeling
Status rapporten
Verkennend onderzoek NVN 5740
Beschikking
Status besluiten
Pot. verontreinigd
Status asbest
Is van voor 1987
Uitgevoerde onderzoeken Datum Type Verkennend onderzoek NVN 5740
Naam
Auteur
Dennenweg 14
Twinnova
Referentie Archief Gemeente
Conclusie overheid Hypothese geaccepteerd geschikt voorgen gebruik geen vervolg noodzakelijk. zw: licht puinfractie bg: PAK > s (uit puin?) eox > d og: eox > d gw: Cr Cu Zn > s (natuurlijk?)
Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar
Verontreinigende activiteiten Geen gegevens beschikbaar
Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar
Beschikbare documenten Geen gegevens beschikbaar
Besluiten Geen gegevens beschikbaar
Sanering Geen gegevens beschikbaar
Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar
Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar
Pagina 4 van 10
-
24-09-2019
Locatie: Kommiezendijk Locatie Adres
Kommiezendijk 4 DENEKAMP
Locatiecode
AA177400659
Locatienaam
Kommiezendijk
Plaats
Dinkelland
Locatiecode bevoegd gezag WBB
OV177400659
Status Vervolg WBB
Voldoende onderzocht
Beoordeling
Status rapporten
Verkennend onderzoek NVN 5740
Beschikking
Status besluiten
Pot. verontreinigd
Status asbest
Is van voor 1987
Uitgevoerde onderzoeken Datum Type Verkennend onderzoek NVN 5740
Naam
Auteur
kommiezendijk GEOFOX
Referentie Archief Gemeente
Conclusie overheid hypothese niet correct geschikt voorgen gebr geen vervolg zw sporen puin (bg) bg: pak > s og: - gw: Cr, Zn > s
Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar
Verontreinigende activiteiten Geen gegevens beschikbaar
Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar
Beschikbare documenten Geen gegevens beschikbaar
Besluiten Geen gegevens beschikbaar
Sanering Geen gegevens beschikbaar
Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar
Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar
Pagina 5 van 10
-
24-09-2019
Locatie: Dennweg 10 te Lattrop-Breklenkamp Locatie Dennenweg Lattrop-Breklenkamp
Adres Locatiecode
AA018308113
Locatienaam
Dennweg 10 te Lattrop-Breklenkamp
Plaats
Tubbergen
Locatiecode bevoegd gezag WBB
OV018308113
Status Vervolg WBB
Voldoende onderzocht
Beoordeling
Status rapporten
Verkennend onderzoek NEN 5740
Beschikking
Status besluiten
Niet ernstig, licht tot matig verontreinigd
Onverdacht op basis preHO
Status asbest
Is van voor 1987
Uitgevoerde onderzoeken Datum
Type
Naam
04-06-2009
Verkennend onderzoek NEN 5740
historisch en verkennend onderzoek volgens nvn 5725 en NEN 5740. ATKB Denneweg 10 te Lattrop-Breklenkamp
Auteur Referentie Archief
Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar
Verontreinigende activiteiten Geen gegevens beschikbaar
Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar
Beschikbare documenten Geen gegevens beschikbaar
Besluiten Geen gegevens beschikbaar
Sanering Geen gegevens beschikbaar
Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar
Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar
Pagina 6 van 10
-
24-09-2019
Gemeente
Conclusie overheid BG: - OG: - GW: Ba,Zn >S De locatie wordt geschikt geacht voor het beoogde gebruik
Pagina 7 van 10
-
24-09-2019
Disclaimer De bodeminformatie die je in deze rapportage aantreft is met zorg door gemeenten of de provincie in het bodeminformatiesysteem ingevoerd. Toch kan het voorkomen dat informatie is verouderd, onvolledig is of onjuistheden bevat. De provincie Overijssel is niet aansprakelijk voor enigerlei schade die het directe of indirecte gevolg is van of in verband staat met het gebruik van deze informatie. Het ontbreken van gegevens in het BIS of deze rapportage wil niet zeggen dat er geen bodemverontreiniging op een perceel of in een gebied aanwezig is. Indien er bij de in deze rapportage vermelde locaties ook documenten met links zijn vermeld kunnen deze documenten vanuit deze rapportage gedownload worden. Deze documenten zijn zo zorgvuldig mogelijk geautomatiseerd geanonimiseerd. Desondanks kan het voorkomen dat deze documenten toch nog persoonsgegevens bevatten. Op verzoek zullen wij deze gegevens alsnog uit het document verwijderen. Indien je fouten of onvolkomenheden in de rapportage aantreft kun je ons helpen door deze te mailen naar postbus@overijssel.nl
Pagina 8 van 10
-
24-09-2019
RapportToelichting
Toelichting Samenstelling van bodeminformatie in het bodeminformatiesysteem (BIS) Verontreinigende activiteiten (HBB) Dat verontreinigende stoffen toch in de bodem terecht komen is vaak het gevolg van bedrijfsactiviteiten. Maar er kan ook sprake zijn van bodemverontreiniging door bijvoorbeeld het ophogen van terreinen voor het bouwrijp maken, het lekken van een brandstoftank of een ongeval. Op basis van (archief)onderzoek zijn potentiële verontreinigingen op basis van (voormalige)bedrijfsactiviteiten (UBI’s) en de bekende bodemverontreinigingen in beeld gebracht, het zgn. landsdekkend beeld (LDB, 2004). De potentiële verontreinigingen vormen het zgn. HistorischBodemBestand (HBB). Deze gegevens vormen de basis voor de werkvoorraad van de provincie. Afhankelijk van de score van de UBI behoort een locatie tot de werkvoorraad (potentiële)bodemverontreiniging die voor 2030 gesaneerd danwel beheerst moet zijn of de spoedeisende werkvoorraad die voor 2015 gesaneerd danwel beheerst moet zijn. Ook voor het bewaken van de voortgang van de bodemsaneringsoperatie van de locaties waar de provincie bevoegd gezag is en de eigen werkprocessen maakt de provincie gebruikt van het BIS. Het Wbb-traject / vervolg Wbb (potentiële)bodemverontreinigingslocaties doorlopen een zgn. Wbb-traject van onderzoek en sanering totdat de locatie niet meer tot de werkvoorraad van de provincie behoort.
De locatie is dan voldoende onderzocht of gesaneerd. Indien op de locatie na sanering nog een restverontreiniging achterblijft (bijv. indien een verontreiniging wordt afgedekt met een verharding of leeflaag) dan is sprake van nazorg. Nazorgmaatregelen worden vastgelegd en gecontroleerd. In dit rapport wordt per locatie aangegeven in welke fase van het Wbb-traject een locatie zich bevindt (Vervolg Wbb-traject): Wbb traject starten (Wbb-vervolg=Uitvoeren historisch onderzoek) De locatie behoort op basis van vooronderzoek of vanuit het HBB tot de werkvoorraad van de provincie maar er is nog geen (historisch)onderzoek uitgevoerd. Op enig moment zal onderzoek plaats moeten vinden. Bodemonderzoek uitvoeren (Wbb-vervolg=Uitvoeren (aanvullend) OO, NO) Vooronderzoek of historisch onderzoek geeft aanleiding om bodemonderzoek te doen. Daarbij kan sprake zijn van verkennend of nader onderzoek. Saneringsonderzoek uitvoeren (Wbb-vervolg=Uitvoeren (aanvullend) SO) Op basis van nader onderzoek is bepaald dat gesaneerd moet worden. Het saneringsonderzoek is gericht op de inventarisatie van de mogelijke wijzen van sanering en zal uitmondend in een keuze van de wijze van sanering Verontreinigende activiteiten (HBB) Dat verontreinigende stoffen toch in de bodem terecht komen is vaak het gevolg van bedrijfsactiviteiten.
Maar er kan ook sprake zijn van bodemverontreiniging door bijvoorbeeld het ophogen van terreinen voor het bouwrijp maken, het lekken van een brandstoftank of een ongeval. Op basis van (archief)onderzoek zijn potentiële verontreinigingen op basis van (voormalige)bedrijfsactiviteiten (UBI’s) en de bekende bodemverontreinigingen in beeld gebracht, het zgn. landsdekkend beeld (LDB, 2004). De potentiële verontreinigingen vormen het zgn. HistorischBodemBestand (HBB). Deze gegevens vormen de basis voor de werkvoorraad van de provincie. Afhankelijk van de score van de UBI behoort een locatie tot de werkvoorraad (potentiële)bodemverontreiniging die voor 2030 gesaneerd danwel beheerst moet zijn of de spoedeisende werkvoorraad die voor 2015 gesaneerd danwel beheerst moet zijn. Ook voor het bewaken van de voortgang van de bodemsaneringsoperatie van de locaties waar de provincie bevoegd gezag is en de eigen werkprocessen maakt de provincie gebruikt van het BIS. Het Wbb-traject / vervolg Wbb (potentiële)bodemverontreinigingslocaties doorlopen een zgn. Wbb-traject van onderzoek en sanering totdat de locatie niet meer tot de werkvoorraad van de provincie behoort. De locatie is dan voldoende onderzocht of gesaneerd. Indien op de locatie na sanering nog een restverontreiniging achter blijft (bijv.
indien een verontreiniging wordt afgedekt met een verharding of leeflaag) dan is sprake van nazorg. Nazorgmaatregelen worden vastgelegd en gecontroleerd. In dit rapport wordt per locatie aangegeven in welke fase van het Wbb-traject een locatie zich bevindt (Vervolg Wbb-traject): Wbb traject starten (Wbb-vervolg=Uitvoeren historisch onderzoek) De locatie behoort op basis van vooronderzoek of vanuit het HBB tot de werkvoorraad van de provincie maar er is nog geen (historisch)onderzoek uitgevoerd. Op enig moment zal onderzoek plaats moeten vinden. Bodemonderzoek uitvoeren (Wbb-vervolg=Uitvoeren (aanvullend) OO, NO) Vooronderzoek of historisch onderzoek geeft aanleiding om bodemonderzoek te doen. Daarbij kan sprake zijn van verkennend of nader onderzoek. Saneringsonderzoek uitvoeren (Wbb-vervolg=Uitvoeren (aanvullend) SO) Op basis van nader onderzoek is bepaald dat gesaneerd moet worden. Het saneringsonderzoek is gericht op de inventarisatie van de mogelijke wijzen van sanering en zal uitmondend in een keuze van de wijze van sanering Saneringsplan opstellen (Wbb-vervolg= Opstellen/uitvoeren ( aanvullend) SP) Als op is vastgesteld dan sanering moet worden uitgevoerd dient een saneringsplan opgesteld te worden. Het saneringsplan wordt door het bevoegd gezag beschikt. In de beschikking op het saneringsplan kan het bevoegd gezag nadere eisen stellen aan de sanering.
De saneerder voert de sanering uit overeenkomstig het door het bevoegd gezag goedgekeurde saneringsplan en de voorschriften die zij aan de instemming hebben verbonden. Sanering en/of evaluatie uitvoeren (Wbb-vervolg=start sanering of uitvoeren (aanvullende) evaluatie) Als het bevoegd gezag heeft ingestemd met het saneringsplan kan de sanering worden uitgevoerd. Na afronding van de sanering stelt de saneerder een evaluatierapport op. Op basis van het evaluatierapport zal het bevoegd gezag beoordelen of een sanering voldoende is uitgevoerd. Voldoende gesaneerde locatie behoren daarmee niet meer tot de werkvoorraad van de provincie. Zorgmaatregelen uitvoeren (Wbb-vervolg=uitvoeren tijdelijke beveiliging, actieve nazorg, monitoring en registratie restverontreiniging) Na sanering kan sprake zijn van restverontreiniging (bijv. indien sprake is van een afdeklaag als saneringsmaatregel). Deze maatregelen kunnen bestaan uit beperkingen in het gebruik van de locatie of het voorkomen blootstelling aan of verspreiding van de restverontreiniging. Gesaneerd (Wbb-vervolg=voldoende gesaneerd) Indien een sanering is uitgevoerd wordt doo het bevoegd gezag het evaluatierapport beoordeeld. Indien met een beschikking wordt ingestemd met de uitgevoerde sanering (aan de saneringsdoelstelling is voldaan) behoort de locatie niet meer tot de werkvoorraad van de provincie.
Wel kan nog sprake zijn van nazorg zoals bijvoorbeeld het in stand houden van een afdeklaag of het verplicht melden van gewijzigd gebruik. Geen werkvoorraad (meer) (Wbb-vervolg=voldoende onderzocht of leeg) De locatie behoort op basis van de UBI score niet tot de werkvoorraad of is voldoende onderzocht of er is geen aanleiding tot onderzoek maar wel bodeminformatie beschikbaar. Toelichting op de gerapporteerde informatie Locatie Algemene gegevens waaronder de locatie in het BIS bekend is. Daarnaast wordt aangegeven of de locatie betrekking heeft op een verontreiniging die na 1 januari 1987 is ontstaan (een zorgplicht geval dat onmiddellijk ongedaan gemaakt moet worden/zijn). Status In de wet bodembescherming wordt onderscheid gemaakt tussen ernstige en niet ernstige verontreinigingen. Op basis daarvan wordt bepaald of een locatie door het bevoegd gezag wordt opgepakt. Voordat het bevoegd gezag hierover in een beschikking een uitspraak doet wordt de beoordeling op basis van historisch- en/of verkennend onderzoek vastgelegd (beoordeling). Indien er een uitspraak is van het bevoegd gezag dan wordt dat vermeld bij het veld ‘Beschikking’. Sanering In een saneringsplan wordt aangegeven hoe de sanering wordt uitgevoerd. Dit kan in fasen gebeuren of in delen van de verontreiniging.
Indien het bevoegd gezag een termijn heeft afgegeven voor het starten van de sanering dan wordt dat hier vermeld. Door het beoordelen van een evaluatierapport van de sanering wordt tevens de einddatum van de sanering bepaald. Uitgevoerde onderzoeken Een lijst van rapporten die betrekking hebben op de locatie. Deze rapporten worden in het geval van ernstige verontreiniging beoordeeld door het bevoegd gezag Wbb (provincie). Door uitwisseling van gegevens met gemeenten worden ook rapporten vermeld die in het bezit zijn van de betreffende gemeente maar die niet bij de provincie aanwezig zijn. (mogelijk) Verontreinigende activiteiten Dit is een overzicht van potentieel verontreinigende (bedrijfs)activiteiten die op de locatie (mogelijk) zijn uitgevoerd, worden vermoed (HBB) en/of zijn onderzocht. Met ‘vervallen’ wordt aangegeven of een activiteit werkelijk op de locatie heeft plaatsgevonden. Met ‘Benoemd’ wordt aangegeven of deze activiteit ook in de bodemonderzoeken zijn benoemd. Vervolgens wordt aangegeven of er een verontreiniging veroorzaakt door deze activiteit aanwezig is. Geconstateerde Verontreinigingen Indien verontreinigingen in de grond of het grondwater zijn aangetroffen wordt in deze tabel aangegeven in welke mate overschrijding van de normen heeft plaatsgevonden. Tevens wordt vermeld welke omvang de verontreiniging heeft en op welke diepte deze zit.
Besluiten Op basis van de aangeleverde rapporten doet het bevoegd gezag uitspraak over de mate van verontreiniging (ernst), de spoedeisendheid van saneren (spoed), te nemen maatregelen voor, na en
Pagina 9 van 10
-
24-09-2019
tijdens sanering, saneringsplannen en de uitvoering van de sanering (evaluatie). In dit overzicht worden de door de provincie genomen besluiten vermeld. Saneringscontouren Indien sprake is van sanering in delen of fasen dan worden meerdere contouren vermeld. Per fase of deel wordt aangegeven welke saneringsvariant voor de boven- of ondergrond uiteindelijk is uitgevoerd. Zorgmaatregelen Indien na sanering nog verontreiniging is achtergebleven zullen maatregelen worden genomen om blootstelling aan of verspreiding van de restverontreiniging te voorkomen. Deze maatregelen worden in het BIS geregistreerd. Het bevoegd gezag houdt toezicht op het in stand houden van deze maatregelen.
Pagina 10 van 10
-
24-09-2019