CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Achtergrondinformatie oprichting REB NOT.pdf

Commissie Sociaal Domein & Bestuur 15 februari 2022, gemeente DinkellandBij agendapunt: 6: Voorstel inzake oprichting Regionaal Energie Bedrijf REB-NOT2.270 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Achtergrond informatie bij: Oprichting REB-NOT Het oprichten van een REB-NOT is het middel om de kwantitatieve doelstellingen van de vier gemeenten in Noordoost Twente te realiseren met tenminste 50 % Lokaal Eigendom. Om op die manier ervoor te zorgen dat inwoners van de vier gemeenten niet alleen de lasten ervaren van met name grootschalige productie-installaties van duurzame energie, maar ook de lusten. De schaal van een Gemeentelijk Energiebedrijf wordt als te klein ervaren. Bovendien is in de statuten opgenomen dat de lusten van een grootschalige productie-installatie worden gestort in een gebiedsfonds per productie-installatie. Dit betreft niet alleen een bijdrage van € 1 per MWh per jaar, maar ook het exploitatieresultaat van die productie-installatie. Op die manier kan zowel geprofiteerd worden van de grotere schaal van het REB-NOT als het ten goede laten komen van de lusten aan de direct betrokkenen. Door de keuze om het REB-NOT te realiseren samen met de Lokale Energie Initiatieven (LEI’s) in de vier gemeenten en de insteek dat de gemeenten in principe slechts voor een aantal jaren deelnemen in het REB-NOT, is er feitelijk slechts één rechtsvorm die hierbij goed past. Een coöperatie is van oudsher de rechtsvorm voor het vergroten van economische macht en het behalen van schaalvoordelen.

In de moderne coöperatie is het belangrijk dat elk lid of een groep leden één stem heeft. Bovendien heeft de rechtsvorm coöperatie een aantal fiscale voordelen en is de coöperatie op een aantal punten flexibeler. Door het oprichten van een REB-NOT en het verstrekken van een garantstelling voor een lening kunnen alle inwoners, ongeacht hun inkomen en vermogen, meedoen en meeprofiteren. Profijt is er zowel voor de leden van de coöperaties, de inwoners die deelnemen aan leningen, de daken locatie-eigenaren als de omwonenden rond een grootschalige productie-installatie. Via de projecten die vanuit het gebiedsfonds worden gerealiseerd profiteren de inwoners van een bepaald gebied gezamenlijk. Tot slot ontvangt de gemeente voor het verstrekken van de garantstelling een garantstellingsprovisie. De financiële bijdrage van de gemeente bedraagt gedurende 2 jaar € 1 per inwoner, waarbij het inwoneraantal per 1 januari 2022 bepalend is. In de vijf-jarenbegroting van het REB-NOT is uitgegaan van de projecten die in ieder geval in de komende jaren gerealiseerd kunnen worden, namelijk de SCE-projecten die samen met de coöperaties uitgevoerd worden. In deze begroting zijn nog geen kosten en inkomsten vanuit grootschalige productie-installaties begroot. Uitgangspunten voor het realiseren van deze projecten is dat deze als er sprake is van uitvoering altijd rendabel dienen te zijn.

Het besluit tot oprichting van een REB-NOT dient door de betrokken colleges te worden genomen, waarna door de gemeenteraden wensen en bedenkingen worden geuit, alvorens de colleges een definitief besluit nemen. Het verstrekken van de benodigde exploitatiesubsidie en het aanwijzen als publieke taak zijn voorbehouden aan de gemeenteraden. Indien besluitvorming in de gemeenteraden en de colleges in februari en maart 2022 kan plaatsvinden, kan het REB-NOT begin 2e kwartaal 2022 worden opgericht.

Een belangrijke overweging is het realiseren van het uitgangspunt dat de inwoners van Noordoost Twente niet alleen de lasten moeten ervaren (denk aan de windturbines van Duitsland in het grensgebied), maar ook de lusten. Om dit laatste te bereiken is het noodzakelijk dat inwoners niet alleen invloed hebben op het proces of financieel kunnen participeren, maar ook dat zij in belangrijke mate het eigendom en dus de zeggenschap hebben over de grootschalige vormen van duurzame energie. Op dit moment is de praktijk dat in alle gemeenten binnen Noordoost Twente marktpartijen actief zijn, die grootschalige projecten te realiseren. Deze marktpartijen hebben door hun kennis, kunde en financiële buffers een grote voorsprong op de LEI’s die in het gebied actief zijn. Bovendien zijn de LEI’s nog niet zo lang geleden opgericht en worden de werkzaamheden uitgevoerd door vrijwilligers. Om tot een meer evenwichtig speelveld te komen is het noodzakelijk als lokale partijen om samen te werken en samen te ontwikkelen. Op die manier kan invulling worden gegeven aan de doelstelling om 50 % van de duurzaam opgewekte energie in Lokaal Eigendom te krijgen. Dit is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat bewoners niet alleen de lasten ervaren, maar ook profiteren van de lusten.

Deze samenwerking strekt zich niet uit tot alleen de gemeenten, maar omvat ook de samenwerking met en tussen de LEI’s in het gebied. Volgens landelijke belangenorganisaties voor lokale duurzame energie zijn er in diverse regio’s vergelijkbare ontwikkelingen gaande en worden de mogelijkheden onderzocht. Voor zover bekend is er tot op heden slechts één Regionaal Energiebedrijf gerealiseerd. In 2013 is in de Achterhoek de Agem opgericht door acht Achterhoekse gemeenten. Zij wilden samenwerken op het gebied van het verstrekken van informatie (energieloketten), leveren van energie (als wederverkoper) en het opwekken van duurzame energie. In de jaren na de oprichting bleek er een spanningsveld te ontstaan tussen Agem en de LEI’s die in het gebied steeds actiever werden. Men kwam elkaar tegen als concurrent als het ging om het realiseren van projecten. Vanaf 2018 is Agem daarom uitgebreid met LEI’s, momenteel nemen 15 LEI’s en 8 gemeenten deel en hebben ze een gelijkwaardige stem.

Argumentatie 1.1 Verbonden partijen zijn primair de verantwoordelijkheid van het college Het college is in de gemeentewet het orgaan dat privaatrechtelijke besluiten neemt. Hiertoe behoort ook het aangaan van een samenwerkingsverband met nieuwe of bestaande rechtspersoon. Het REB-NOT valt onder privaatrechtelijke participaties. Het huidige voorstel past binnen het afwegingsschema zoals opgenomen in het Beleidskader verbonden partijen uit 2019. Er is sprake van een duidelijk doel, van een publiek belang, het vraagt gedurende een periode van 5 jaar een actieve betrokkenheid van de gemeente en gezien de samenwerking met de LEI’s is gekozen voor een privaatrechtelijke rechtspersoon. Het is niet noodzakelijk dat de gemeente deelneemt in het risicodragend vermogen. Het REB-NOT betreft een Coöperatie U.A. Deelname in het risicodragend vermogen is wel mogelijk bij grootschalige projecten. Indien dit het geval is, zal hierover een afzonderlijk besluit worden genomen. 1.2 Duurzaamheid is voor de gemeente een belangrijk speerpunt. Stimuleren van duurzaamheid en betrokkenheid van inwoners daarbij vinden wij belangrijk. Vanuit de internationale klimaatakkoorden, het landelijke Energieakkoord en de RES Twente hebben we gezamenlijk een aanbod gedaan voor de kwantitatieve opgave als NOT-gemeenten.

Tevens onderschrijven we de kwalitatieve taakstelling van minimaal 50 % van de opwekking van duurzame energie als lokaal eigendom te realiseren. Dit vanuit het principe dat niet alleen de lasten maar ook de lusten van groene energie lokaal moeten worden gehouden. 1.3 Vorming REB-NOT belangrijke schakel in het realiseren van de doelstellingen. De vorming van het REB-NOT zien wij als een belangrijke schakel in het realiseren van zowel de kwantitatieve als de kwalitatieve taakstelling vanuit de RES Twente. Als inwoners met elkaar een coöperatie oprichten om samen lokaal energie op te wekken, dan is dat een positief signaal. People, planet, profit gaan hier samen. Als gemeenten en inwoners dit gezamenlijk oppakken in een regionaal energiebedrijf biedt dit meer kansen voor het behouden van de opbrengsten voor de lokale gemeenschap. En kunnen daarmee ook mogelijkheden worden gegenereerd voor het bestrijden van energiearmoede en nieuwe initiatieven. 1.4 Samenwerking en schaalvergroting bieden voordelen. Op dit moment zijn er in Noordoost Twente verschillende LEI’s actief. Zij hebben als kenmerk dat ze allemaal relatief jong zijn en qua projecten nog gering van omvang. Tevens worden alle werkzaamheden uitgevoerd door vrijwilligers.

Geen van de LEI’s wordt op dit moment in staat geacht om een groot aantal kleinere projecten in korte tijd te realiseren of grootschalige projecten te realiseren. Door onderling de krachten te bundelen en samen te werken met de gemeenten worden de LEI’s in staat gesteld meer ervaring op te doen, hun kennis te vergroten en de organisatie te professionaliseren. 2.1 Deelname gemeente voor in principe 5 jaar Aangezien het REB-NOT voor de gemeenten een middel is om de kwantitatieve en kwalitatieve doelen vanuit RES Twente voor haar gebied te bereiken, is het logisch om uit te gaan van een beperkte deelname in tijd als het gaat om deelname in de rechtspersoon vanuit de gemeenten. Beëindiging van de deelname van de gemeenten na een periode van vijf jaar ligt daarmee voor de hand. Gemeenten hebben immers een regietaak bij de energietransitie en niet per definitie een uitvoerende taak. 2.2 Betrokkenheid van gemeenten kan na 5 jaar op een andere manier ingevuld worden

Het beëindigen van de deelname in de rechtspersoon na een periode van 5 jaar betekent niet dat de gemeente vanaf dat moment niet meer betrokken is bij het REB-NOT. Zowel de financiële als de personele betrokkenheid kan zonder problemen voortgezet worden, maar ook kan gedacht worden aan het opnemen van gemeenten in een Raad van Toezicht van het REB-NOT. Daarnaast bieden de statuten de mogelijkheid om alsnog te besluiten om ook na 5 jaar de deelname in de rechtspersoon voort te zetten. 3.1 Financiële bijdrage gemeente in het REB-NOT is de eerste twee jaar noodzakelijk Gezien de huidige situatie rond het realiseren van projecten is het noodzakelijk om de kosten voor de eerste twee jaren als gemeenten voor te financieren. Van het samen ontwikkelen van projecten, waarbij de directeur/projectleider van het REB-NOT de LEI’s ondersteunt bij het ontwikkelen en voorbereiden van projecten, tot het realiseren daarvan kost in de praktijk één tot twee jaar. De werkelijke tijd wordt in hoofdzaak bepaald door de tijd die het kost om een KV-aansluiting of een GV-aansluiting door de netbeheerders (Enexis en Coteq) gerealiseerd te krijgen. Voordat er stroom geleverd kan worden, dient de aansluiting gereed te zijn.

De tijd van het verlenen van opdracht voor het maken van de aansluiting tot uitvoering, ligt op dit moment op 9 tot 14 maanden voor een KV-aansluiting en op 12-18 maanden voor een GV-aansluiting. 4.1 Financiële dekking van € 1 per inwoner per jaar voor eerste twee jaar is beschikbaar Voor een financiële bijdrage hoeft er geen begrotingswijziging plaats te vinden. In de programmagelden Duurzaamheid (Dinkelland 574059 en Tubbergen 674059) zijn voldoende middelen aanwezig om deze financiële bijdrage te betalen. Vanuit de door de raad aangenomen moties begin 2020 is met een dergelijke bestemming al rekening gehouden. 5.1 Nieuwe ontwikkeling tussentijds evalueren om ook de gemeenteraad actief betrokken te houden Het oprichten van een Regionaal Energiebedrijf van gemeenten en LEI’s is nieuw in Overijssel en ook vrij nieuw in Nederland. Gezien de steeds luider wordende roep om meer betrokkenheid van de bevolking bij de energietransitie is het op dit moment ook een logische stap om te zetten als we de doelen die we als Noordoost Twentse gemeenten samen hebben gesteld willen bereiken.

Aangezien het voor alle betrokkenen, inclusief de gemeenteraad, een nieuwe ontwikkeling is en de energietransitie een steeds belangrijkere plaats gaat innemen in het beleid, vinden wij het gewenst om halverwege de termijn van vijf jaar een tussentijdse evaluatie uit te voeren en deze te bespreken met de gemeenteraad.

Marktwerking Sinds 2004 is er in Nederland sprake van een geliberaliseerde energiemarkt, waarbij afnemers van energie zelf hun energieleverancier kunnen kiezen. Eind 2006 is de Wet Onafhankelijk Netbeheer, de zogenaamde splitsingswet aangenomen. Netbeheer, productie en levering van energie zijn sindsdien gesplitst. Het hoogspanningsnet wordt beheerd door TenneT, die 100 % in handen is van de Nederlandse overheid, de netbetheerders van het midden- en laagspanningsnet zijn in handen van provincies en gemeenten. Sinds de liberalisering van de energiemarkt zijn er voor wat betreft de levering van energie circa 60 bedrijven actief. Sinds 2013 zijn er ook 2 coöperatieve energieleveranciers actief. De productie van energie was in eerste instantie in handen van een aantal grote producenten (de eigenaren van de gas- en kolencentrales en de kerncentrale). Door de besluiten inzake de terugdringing van CO2 en daarmee de volledige vervanging van fossiele energie door duurzame, hernieuwbare energie in de periode tot 2030/2050 is de productie van energie verandert. De centrale opwekking van fossiele energie wordt steeds meer vervangen door de decentrale opwekking van duurzame energie. Het aantal producenten is daardoor enorm gestegen, in feite is elke eigenaar van zonnepanelen een kleinschalige producent van duurzame, hernieuwbare energie.

De opwekking van grootschalige, duurzame energie werd in eerste instantie opgepakt door marktpartijen. Inwoners van gebieden waar deze energie werd opgewekt kregen daarmee alleen de lasten en niet de lusten. De weerstand tegen grootschalige energieopwekking door wind en zon werd onder andere hierdoor groter. Steeds vaker werden er LEI’s actief die zelf energie gingen opwekken, in eerste instantie alleen kleinschalige projecten op daken. Inmiddels ook via zonne- en windparken die in collectief eigendom zijn. Inmiddels heeft de landelijke overheid in het Klimaatakkoord vastgelegd dat er gestreefd dient te worden naar 50 % Lokaal Eigendom als het gaat om duurzame, hernieuwbare energie op land.

Ook de RES Twente heeft dit vastgelegd door uit te gaan van minimaal 50 % Lokaal (=Collectief) Eigendom. Gemeenten hebben de regierol gekregen in het realiseren van de afgesproken GWh duurzame, hernieuwbare energie in het kader van de energietransitie, ofwel ze hebben de regie in het realiseren van voldoende productiecapaciteit voor wat betreft duurzame, hernieuwbare energie in het algemeen en het realiseren van 50 % productiecapaciteit in Lokaal (Collectief) Eigendom in het bijzonder. Het zorgen van voldoende productiecapaciteit aan duurzame, hernieuwbare energie in Lokaal Eigendom is daarmee feitelijk een publieke taak geworden. Naast de marktpartijen en de Lokale Energie Initiatieven (collectief eigendom) is er in Twente nog een belangrijke speler (Twence) actief in het realiseren van duurzame, hernieuwbare energie. Hoewel Twence geen productielocaties in collectief eigendom realiseert, kan zij wel een belangrijke rol spelen om samen met de LEI’s grootschalige projecten te realiseren met 50 % Lokaal Eigendom.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/577/documents/17177