CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

210308_voorlopig-ontwerp-RES-Twente1.pdf

Commissie Omgeving & Economie 6 april 2021, gemeente DinkellandBij agendapunt: 9: Voorstel inzake voorontwerp RES 1.030.092 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Systeemefficiëntie Het is van belang dat de keuzes en afspraken die we maken in de RES 1.0 haalbaar zijn en bijdragen aan een efficiënt energiesysteem. Dit betekent onder andere dat vraag en aanbod van energie op elkaar moeten zijn afgestemd. Ook moet worden nagedacht over de energie-infrastructuur, betaalbaarheid, inpasbaarheid, uitvoerbaarheid en planning van het systeem.

Voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 d.d. 08/03/21 23

Maatschappelijke acceptatie De energietransitie heeft invloed op inwoners en bedrijven van Twentse gemeenten en de communicatie en betrokkenheid hierover is vanzelfsprekend van groot belang. We maken in de participatieaanpak onderscheid in beleids- en projectparticipatie. Beleidsparticipatie gaat in op het informeren en betrekken van de samenleving bij de beleidskeuzes en visie ten aanzien van de gezamenlijke opgave. Dit is gebeurd zowel op regionaal als lokaal niveau. Iedere gemeente in Twente geeft daar op eigen wijze invulling aan. Dat heeft per gemeente geleid tot verschillende aanpakken en uitkomsten richting het opstellen van de RES Twente 1.0. Echter stopt de beleidsparticipatie niet bij het afronden van de RES Twente 1.0. In veel gevallen zal de betrokkenheid alleen maar toenemen nu de eerste richting op papier is gezet. Projectparticipatie gaat in op het betrekken van de samenleving bij concrete energieprojecten, gespecificeerd naar een gebied of locatie. Deze vorm van participatie heeft de focus op het project en wordt per project uitgewerkt. Bij beleidsparticipatie ligt de focus op de totstandkoming van beleidsuitgangspunten. Naast lokale communicatie en participatie heeft de RES-organisatie via regionale participatieprocessen een rol gespeeld in het informeren en betrekken van de Twentse samenleving en stakeholders.

De focus hierbij lag met name op de integrale en gemeentegrensoverschrijdende aanpak, het benutten en koppelen van opgaven en het in beeld brengen van de gezamenlijke belangen. De RES Twente had hierbij de taak om de lokale en regionale processen goed te laten verlopen door te faciliteren en verbinden. Vanuit het NP RES en de RES Twente zetten we in op lokaal eigendom omdat dit bij kan dragen aan de maatschappelijke acceptatie. Twente legt de ambitie vast op minimaal 50% lokaal eigendom. Zie voor de verdere uitwerking hiervan ook hoofdstuk 5.

Voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 d.d. 08/03/21 24

Hoofdstuk 4. Duurzame opwek elektriciteit Wie de ontwikkelingen in Twente volgt, ziet dat er op het gebied van duurzame opwek van elektriciteit ontzettend veel gebeurt en staat te gebeuren. Na de grove inventarisatie in de concept-RES Twente waarbij de mogelijkheden en onmogelijkheden in kaart zijn gebracht voor duurzame opwek in Twente is een behoorlijke slag gemaakt. 4.1 Uitgangspunten duurzame opwek elektriciteit De gezamenlijke uitgangspunten voor duurzame opwek elektriciteit zijn: - Het bod per gemeente in GWh is een zwaarwegende inspanningsverplichting. De opbrengst in GWh is leidend. Bij alternatieve invulling van het bod, is het dringende verzoek om rekening te houden met de gewenste verschuiving in de verhouding wind/zon van 40/60 naar 60/40 in verband met de maatschappelijke kosten. - Zon op dak heeft de eerste voorkeur. Binnen de randvoorwaarden van het Nationaal Klimaatakkoord wordt zon op dak (> 300 vierkante meter/meer dan 15 KW opgesteld vermogen) meegerekend binnen de RES. Met alleen zon op dak kunnen we onze doelen niet halen. - Volgens de analysekaarten 2.0 van de NP RES een maximum van 30% van het totaal aan daken wordt ingeschat als realistich voor opwek van zonne-energie.

- Als landelijk in 2030 meer dan 7 TWh aan energie wordt opgewekt uit kleinschalig zonne-installaties op daken (<15 KW opgesteld vermogen), kan dit worden meegerekend in het regionale bod. Vooralsnog nemen we dit niet mee in de RES 1.0. In de RES 2.0 en daaropvolgend zal een inschatting worden gegeven of en hoeveel dit kan bijdragen aan het bod. - Het waait in Nederland vaker dan dat de zon schijnt. De effectieve (jaar)opbrengst van een windturbine is daarom groter dan die van zonnepanelen. - Windturbines zijn veel zichtbaarder in het landschap (ook van ver) en dat roept reacties op in de omgeving. Wij houden rekening met behoud van de landschappelijke kwaliteit. In het proces is veel aandacht voor landschappelijke inpassing, zowel bij zonnevelden als windturbines. - Spreiding van kleinschalige opweklocaties voor zonne- en windenergie is niet wenselijk als we de kwaliteiten van het Twentse landschap zoveel mogelijk willen behouden, maar ook niet voor een haalbaar en betaalbaar energienetwerk. - Als een bestaand netwerkstation nog over aansluit- en transportcapaciteit beschikt, dan is het wenselijk in de nabijheid van dat station zoekgebieden voor zonne- en windenergie aan te wijzen.

Dat is niet alleen goed voor de rentabiliteit van energieprojecten die daar kunnen worden gerealiseerd, omdat de aansluitkosten laag kunnen blijven, maar het voorkomt ook dat de netbeheerder onnodig in een verzwaring van het elektriciteitsnet hoeft te investeren. - Bij het vinden van de zoeklocaties voor windturbines houden we rekening met de afstand tot kwetsbare objecten, zoals woningen. Hiervoor volgen we de nationale normen en wet- en regelgeving. Buurgemeenten betrekken we vroegtijdig bij planvorming in zoekgebieden nabij gemeentegrenzen. In dat geval pakken we financiële participatie ook gemeentegrensoverschrijdend op.

Voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 d.d. 08/03/21 25

4.2 Tussenstand duurzame opwek elektriciteit Twente We hebben gezamenlijk afgesproken dat we in Twente 1,5 TWh in 2030 duurzaam willen opwekken. In totaal gaat het om: - 382 ha zon op dak - 688 ha zonnevelden - 48 windturbines - 12 dorpsprojecten (wind/zon) De gemeenten dragen ieder bij aan de totale opgave van 1,5 TWh. Om aan 1500 GWh te voldoen zal nog 142 GWh gevonden moeten worden. 142 GWh komt overeen met circa 14 windturbines van 3 MW. Op weg naar de RES Twente 2.0 is het wenselijk voor besparing van maatschappelijke kosten en ruimte (grondbeslag) om de verhouding te verschuiven richting 60% wind en 40% zonne-energie. Twence draagt op dit moment met zonneprojecten bij aan de doelstelling (42 GWh). In de toekomst gaat Twence mogelijk inzetten op windprojecten. In 2030 gaan de gemeenten in totaal 1358 GWh (=1,358 TWh) aan duurzame energie opwekken. Dat is inclusief de bijdrage van Twence.

Voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 d.d. 08/03/21 26

Ambities duurzame opwek van elektriciteit via zon en wind d.d. 08/03/21. Twente is al lang geen onbeschreven blad meer, daar waar het gaat om de realisatie van productiecapaciteit voor hernieuwbare energie. Verschillende zonneparken dragen inmiddels bij aan de nationale klimaatdoelen. En uit de gesprekken die met alle Twentse gemeenten zijn gevoerd, blijkt dat er diverse energieprojecten worden verkend. In de monitor is de stand van zaken opgenomen. De monitor wordt twee keer per jaar geactualiseerd. 4.3 Uitgangspunten ruimtelijke kwaliteit duurzame opwek elektriciteit De ruimtelijke implicaties van de energietransitie kunnen groot zijn. Het meest zichtbare onderdeel vormt de opwekking van elektriciteit met wind en zon. De provincie Overijssel heeft voor de inpassing van zonnevelden in het landschap een handreiking zonnevelden van de provincie Overijssel (d.d. 21/04/20) heeft opgesteld. Deze handreiking is gebaseerd op de regels voor ruimtelijke ontwikkeling in de provinciale omgevingsverordening en geeft daarmee scherpte aan de toepassing van de verordening. Volgens de provinciale omgevingsverordening is meervoudig ruimtegebruik een vereiste. Als gemeenten dit niet hebben vastgelegd in lokaal beleid, zal dit toch aan de orde zijn, omdat dit een provinciaal sturend uitgangspunt is.

Gemeenten hebben bij de uitwerking van het aspect ruimtelijke kwaliteit in hun plannen bovendien gebruik kunnen maken van:

-

het adviesrapport ’Energie-opwekking in de landschappen van Overijssel’ van HNS Landschapsarchitecten (d.d. 10/04/2019)

-

de ‘Wegwijzer energie in het Overijsselse landschap’ van Landschap Overijssel, Staatsbosbeheer, het Overijssels Particulier Grondbezit (OPG) en Natuur en Milieu Overijssel (NMO).

Voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 d.d. 08/03/21 27

Kleinschalige landschappen Ten aanzien van zoekgebieden worden kwetsbare kleinschalige landschappen gemeentegrensoverschrijdend ontzien. Aan de randen van het Nationaal Landschap Noordoost Twente worden wel windturbines voorzien. Het gaat daarbij om locaties waar de specifieke landschappelijke kenmerken van het Nationaal Landschap Noordoost Twente minder nadrukkelijk zichtbaar zijn. Vooral de grootschalige landschappen, zoals de veenontginningsgebieden, bieden vanuit landschappelijk oogpunt mogelijkheden voor windenergie, volgens de landschapsdeskundigen van HNS. Aansluiting op landschappelijk patroon en bestaande infrastructuur De hoofdinfrastructuur A1 en A35, N35, N36 en de N18 loopt door het karakteristieke landschap. Langs (A35 en A1) en op verschillende bedrijventerreinen zijn zoekgebieden aangedragen. Hierdoor ontstaat een ruimtelijk beeld van bakens die aansluit op het landschappelijke patroon en de bestaande infrastructuur. Die bakens markeren verschillende kernen en hebben onderling voldoende afstand waardoor ze herkenbaar zijn als markeringspunt. De opwekking van windenergie wordt grotendeels in clusters van twee à drie turbines gerealiseerd. Dit voorkomt ruimtelijke versnippering en verrommeling. Bij zoeklocaties nabij gemeentegrenzen wordt rekening gehouden met behoud van de ruimtelijke kwaliteit door samenwerking tussen de betreffende gemeenten.

Lees meer over de ontwerpprincipes voor Overijssel in bijlage 2. 4.4 Uitgangspunten systeemefficiëntie De energietransitie vraagt om een uitbreiding en verzwaring van onze elektriciteitsnetten, om aanpassing van gasnetten en de aanleg van warmtenetten. Het is van belang dat de keuzes en afspraken die we maken in de RES 1.0 haalbaar zijn en bijdragen aan een efficiënt energiesysteem. Dit betekent onder andere dat vraag en aanbod van energie op elkaar moeten zijn afgestemd. Ook moet worden nagedacht over de energieinfrastructuur, betaalbaarheid, inpasbaarheid, uitvoerbaarheid en planning van het systeem. Vanuit het oogpunt van systeemefficiëntie draaien we in Twente aan de volgende knoppen:

-

Energiemix: voor het realiseren van onze ambities (1,5 TWh in 2030) is een combinatie nodig van zonneen windenergie o Zonne-energie vereist hogere kosten voor transport, en 50% hogere productiekosten per kWh. Elke vervanging van zonne-energie door windenergie levert een voordeel op in het kader van de invulling van het hoekpunt kosteneffectiviteit/systeemefficiëntie. o Bestaande en nieuwe aansluit- en transportcapaciteit benutten. Clusteren is doorgaans efficiënt.

-

Clustering: bronnen voor het opwekken van elektriciteit willen we bij voorkeur clusteren in het landschap. o Bij kleine zonnevelden (< 10 ha) worden kabels deels onbenut en zijn netaansluitkosten relatief hoog. De grotere projecten worden aangesloten op stations met grotere capaciteit, waardoor er minder verzwaringen nodig zijn, kabels beter worden benut en de kosten lager zijn.

-

Bundeling van bronnen: de opwek van zonne-energie en windenergie bij elkaar. o betere benutting kabels en aansluitkosten lager.

-

Efficiëntie en kostenbesparing transport: vraag en aanbod dichtbij elkaar. o We benutten dezelfde infrastructuur voor zowel vraag als aanbod. Bovendien betekent weinig transport ook dat minder uitbreidingen nodig zijn. o Duurzame opwek nabij een netwerkstation is vanuit systeemefficientie kostenbesparend.

Voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 d.d. 08/03/21 28

Doorrekening van het bod Enexis, Coteq en TenneT hebben in januari 2021 in beeld gebracht waaruit de gevolgen bestaan van de in de RES 1.0 gemaakte keuzes. De nieuwe inzichten uit de RES Twente 1.0 helpen, nu we de feiten beter kennen, om beter samen te werken en constructief het overleg aan te gaan waar ontwikkelingen gefaciliteerd kunnen worden, en waar met welke prioriteit uitbreidingen gedaan kunnen en moeten worden. Zowel door Enexis en Coteq als TenneT. Dit zal ook een goede basis vormen voor het integraal plannen. Op weg naar RES Twente 2.0 gaan samen aan de slag om de locaties voor grootschalige opwek en uitbreidingen van infrastructuur, te concretiseren en realisaties te plannen in de tijd. Aanbeveling voor systeemefficiëntie: 1. Uit een vooranalyse van alternatieve scenario’s die in het najaar van 2020 is uitgevoerd door de netbeheerders is gebleken dat het aantal uitbreidingen significant kan verminderen met het verschuiven van de verhouding wind/zon van 40/60 richting 60/40. 2. Uit dezelfde vooranalyse blijkt ook dat het optimaal benutten van bestaande en nieuwe capaciteit die ontstaat door uitbreidingen ook het aantal uitbreidingen kan verminderen. Dit kan gedaan worden door de locaties voor duurzame opwek af te stemmen op stations met capaciteit of waar uitbreidingen gepland staan. Aanbeveling voor uitvoering/proces 1.

Een volledig beeld van de locaties van duurzame opwek is van groot belang voor het bepalen van de netimpact en het plannen van de juiste investeringen. Hoe concreter en zekerder de locaties voor duurzame opwek worden, hoe beter deze opgenomen kunnen worden in de investeringsplannen van de netbeheerders. 2. Een uitvoerbare RES vraagt ook om integraal plannen van ontwikkelingen in de tijd. Uitbreiding van de energie-infrastructuur kent langere doorlooptijden dan de ontwikkeling van duurzame opwek. Het is belangrijk om in gezamenlijkheid te bepalen waar gestart moet worden met uitbreidingen van de energieinfrastructuur. 3. Het tijdig starten met benodigde planprocedures voor de energie-infrastructuur en onderzoeken hoe planprocedures versneld kunnen worden kan de impact op de haalbaarheid vergroten. Hiermee kunnen de doorlooptijden van benodigde uitbreidingen verkort worden. 4. Tussen het RES-bod en aanvragen uit de markt bestaat een verschil in fasering. Marktpartijen lijken nu al meer plannen voor duurzame energieproductie te hebben dan door de RES-regio wordt voorzien. Het is belangrijk om deze met elkaar in lijn te brengen om zo meer helderheid te scheppen over welke uitbreidingen wanneer nodig zijn en welke plannen beter inpasbaar zijn. Het is ook belangrijk dat we afspraken maken hoe we omgaan met afwijkingen in de marktontwikkelingen ten opzichte van het RES bod. 5.

Het is in de meeste gevallen verstandig om de ruimte direct aangrenzend aan stations vrij te houden voor netuitbreidingen. Bij uitbreidingen van stations is deze ruimte mogelijkerwijs nodig, bijvoorbeeld om extra kabeltracés te kunnen realiseren. Het vergeven van deze ruimte kan daarom een beperkend effect hebben op de uitbreidingsmogelijkheden van een station. 6. De tijd om stations te bouwen/uit te breiden loopt niet synchroon met het aansluiten van duurzame initiatieven. De netbeheerders opteren ervoor om het bestemmen en vergunnen van de initiatieven voor duurzame energieproductie gelijk op te laten lopen met de realisatie van de daarvoor benodigde infrastructuur. Neem uitbreiding en aanleg van energie-infrastructuur, ten behoeve van de energietransitie, mee in omgevingsvisies en -plannen van gemeenten. Vervolgstappen De nieuwe inzichten uit de RES Twente 1.0 helpen, nu we de feiten beter kennen, om beter samen te werken en constructief het overleg aan te gaan waar ontwikkelingen gefaciliteerd kunnen worden, en waar met welke Voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 d.d. 08/03/21 29

prioriteit uitbreidingen gedaan kunnen en moeten worden. Zowel door Enexis en Coteq als TenneT. Dit zal ook een goede basis vormen voor het integraal plannen. We gaan samen aan de slag om de locaties voor grootschalige opwek en uitbreidingen van infrastructuur, te concretiseren en realisaties te plannen in de tijd. Efficiëntie van het Twentse bod Daarnaast is de efficiëntie van het Twentse bod afgemeten aan de hand van een aantal indicatoren. Uit de analyse van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) blijkt dat de Twentse energiemix niet afwijkt van het landelijke beeld en dat de maatschappelijke kostenefficiëntie nog sterk kan verbeteren. Zo blijkt onder meer dat kostenvoordelen kunnen worden behaald als projectlocaties meer worden geclusterd. Verder blijkt uit de doorrekening van Enexis dat de ambitie uit de RES Twente 1.0 gerealiseerd kan worden door de beschikbare aansluit- en transportcapaciteit uit te breiden. De investeringen voor het uitbreiden van de capaciteit zijn groot, maar we hebben geen nieuw station nodig en dat is in de meeste regio’s wel het geval. Er is in Twente nog vrije capaciteit die geen investeringen vergt. Inefficiënte keuzes in de RES Twente 1.0 maken het realiseren van meer duurzame elektriciteit na 2030 duurder. Lees meer over de doorrekening van het bod en een toelichting op de efficiëntie in bijlage 3.

Systeemstudie Overijssel Eind 2020 zijn de resultaten beschikbaar gesteld van een systeemstudie waarin vier toekomstscenario’s voor het energiesysteem in Overijssel in 2050 uitgewerkt. De systeemstudie voor Overijssel heeft laten zien dat de voornaamste uitdagingen voor de infrastructuur in Overijssel liggen op het gebied van het elektriciteitsnet. Bij een stevige ambitie op de opwek van hernieuwbare elektriciteit (die vanwege weersafhankelijkheid een vrij grillig opwekpatroon heeft) neemt de vraag naar transportcapaciteit substantieel toe. Dit vraagt veel meer uitbreiding van de transportcapaciteit dan de verwachte sterke stijging van de vraag naar elektriciteit als gevolg van de elektrificatie bij onder andere de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de industrie en de verduurzaming van de mobiliteit. De systeemstudie laat ook zien dat er nog een groot aantal onzekerheden zijn die de toekomst kunnen beïnvloeden (wat wordt de rol van waterstof? Kiezen we voor zelfvoorzienendheid en zo ja op welke schaal?). De systeemstudie heeft de volgende inzichten opgeleverd die in gedachten gehouden kunnen worden bij de formulering van de Twentse RES 1.0.

- Voorkom mogelijk onnodige netverzwaringen: gezien de onzekere toekomst is het relatief spijtvrij als we capaciteitsuitbreidingen ten behoeve van (liefst geconcentreerde) grootschalige opwek eerst overwegen voor rond Hoogspanning (HS)/Middenspanning (MS)-stations die vanuit de lange termijn vraagontwikkeling ook verzwaard moeten worden. - Pas op met een ambitieniveau: de keuze om lokaal/regionaal de eigen elektriciteitsvraag zelf op te wekken heeft grote impact op infrastructuur (je importeert en exporteert nog steeds veel). Formuleer een ambitie met een verstandige verhouding in relatie tot verwachte vraag en beschikbare infra voor elektriciteit. - Maak verstandige keuzes met betrekking tot de energiemix: een groot aandeel zon vraagt relatief veel netverzwaring. Dezelfde hoeveelheid elektriciteit is met wind op te wekken met veel minder netverzwaring, waardoor zowel de tijdige realisatie als de betaalbaarheid sterk verbeteren. Mede doordat het aandeel zon in elektriciteitsproductie groot is, is er veel onbalans tussen aanbod en vraag en is er dus sprake van veel uitwisseling van elektriciteit met de omgeving. - Daarnaast kunnen er afspraken met bedrijven gemaakt worden die veel energie verbruiken of grote pieken in het verbruik veroorzaken om kortdurend een deel van die energievraag uit te schakelen.

Voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 d.d. 08/03/21 30

4.5 Stand van zaken lokaal beleid voor wind- en zonne-energie Vrijwel alle Twentse gemeenten hebben in de RES Twente 1.0 gekozen voor een mix van zonne- en windenergie. Alleen Hellendoorn, Hof van Twente en Wierden besloten vooralsnog af te zien van windenergie. In Borne ligt de productie van windenergie als optie op tafel. Voor de meeste gemeenten geldt dat er inmiddels ruimtelijk beleid voor het opwekken van zonne-energie is vastgesteld, in concept beschikbaar is, of wordt geactualiseerd. Uit de verschillende beleidsvisies blijkt dat de Twentse gemeenten de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving serieus nemen. Zo is de ruimtelijke kwaliteit van het landschap vrijwel altijd in belangrijke mate bepalend of een aanvraag kan worden gehonoreerd. Ook voor windenergie geldt dat de meeste gemeenten al ruimtelijk beleid bestuurlijk hebben vastgesteld, in concept beschikbaar hebben, of aan het voorbereiden zijn. In vrijwel geen enkel geval staat de beoogde bouwlocatie van de windturbines vast, maar is sprake van de aanwijzing van zoekgebieden, uitsluitingsgebieden of de intentie om projectlocaties vast te stellen. Bij het vaststellen van deze locaties wordt rekening gehouden met criteria, zoals laagvliegroutes, afstand tot de bebouwde kom en kwaliteiten van het landschap.

4.6 Gemeentegrensoverschrijdende samenwerking We zetten in Twente ‘samen de stap’ om bij te dragen aan het Nationaal Klimaatakkoord. We kunnen de ambities alleen halen door samen te werken vanuit één totaalbeeld en één Twentse gedachte. We zien dat in Twente verschillende samenwerkingsverbanden zijn ontstaan tussen gemeenten die gemeentegrensoverschrijdend werken aan deze opgave. Voorbeelden van deze grensoverschrijdende samenwerkingen en clustergebieden van verschillende gemeenten zijn: - Samenwerking Energie van Noordoost Twente (Oldenzaal, Tubbergen, Dinkelland, Losser). Hier is een gebiedsregisseur aan de slag gegaan. - In het grensgebied met Duitsland werken de gemeenten Dinkelland en Losser samen met de inzet van een gebiedsregisseur. Daarnaast is de Duitse buurgemeente Bad Bentheim via de gemeente Losser betrokken om de mogelijkheden van een grensoverschrijdend energiepark te onderzoeken. - Uitwerking zoekgebied gemeenten Almelo, Tubbergen en Twenterand (Vriezenveen Zuidoost). Daar is een gebiedsregisseur inmiddels aan de slag gegaan. - Gesprekken tussen gemeenten over eventuele samenwerking, al dan niet op projectniveau binnen clustergebieden zijn gestart. Voor de samenwerking tussen gemeenten in Zuidoost Twente is een bestuurlijke samenwerking gestart (Enschede, Hengelo, Borne, Hof van Twente, Haaksbergen) is daarin het meest concreet.

- RES Twente is deelnemer in de landelijke werkgroep zon op dak waarin experts van diverse overheden (landelijk en regio’s) en relevante stakeholders knelpunten formuleren op basis van meldingen uit de RESregio’s en daarvoor oplossingsrichtingen aangeven met fasering en de voor de benodigde oplossing benodigde actoren. Afstemming buurgemeenten Meerwaarde van de RES is interbestuurlijk samenwerken aan de energietransitie en zo komen tot afstemming op regionale schaal over gemeentegrenzen heen. Zo’n regionale samenwerking vraagt van gemeenten dat zij buurgemeenten vroegtijdig betrekken en informeren over potentiele zoeklocaties en de uiteindelijke invulling. Deze samenwerkingsafspraken horen een plek te krijgen in de RES. Dit ontbreekt nu nog.

Voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 d.d. 08/03/21 31

4.7 Zoekgebieden In de definitieve RES Twente 1.0 wordt een voorstel opgenomen met zoekgebieden voor duurzame opwek van elektriciteit en de beoogde mix van wind- en zonne-energie. De meeste gemeenten stellen in deze periode, al dan niet in afstemming met hun omgeving, voor duurzame opwek zoekgebieden vast. Dit wordt veelal geborgd in een energievisie en/of een visie op zon- en/of windbeleid. Het kan ook zijn dat de gemeenteraad een toetsingskader heeft vastgesteld. In dat geval wordt veelal gesproken over kansgebieden. Enkele gemeenten stellen geen zoekgebieden vast, maar stellen uitsluitingsgebieden vast of gaan direct over op projectlocaties. De werkkaart met zoekgebieden wordt de komende periode aangevuld. Deze kaart is als werkkaart openbaar, maar maakt geen deel uit van het voorlopig ontwerp RES Twente 1.0. 4.8 Aandachtspunten duurzame opwek electriciteit In hoeverre hebben alle gemeenten (zoek)gebieden aangewezen voor zon en wind of maken we procesafspraken voor de juiste balans tussen het bod, ruimtelijke kwaliteit, systeemefficiëntie en maatschappelijke acceptatie? In dit proces zijn de volgende aandachtspunten van belang: De gezamenlijke ambities voor duurzame opwek elektriciteit (1,5 TWh) worden op basis van de huidige tussenstand nog niet geheel gehaald.

Vanuit rendement en kosteneffectiviteit: de verhouding zon/wind in het bod kan knelpunten veroorzaken voor de beschikbare netcapaciteit: o Door meer opwek via windenergie zijn de investeringskosten lager. Grotere windturbines leveren meer rendement, waardoor we op minder locaties windturbines hoeven te plaatsen. Deze zijn dan wel groter. Sommige inwoners hebben voorkeur voor lagere windturbines. Opwekken van windenergie heeft ook invloed op de ruimtelijke kwaliteit en het (kleinschalig) landschap en beleving: o Windenergie is zichtbaarder aan de landschappelijke horizon. o Zoeklocaties voor wind moeten op gepaste afstand uiteen liggen om niet met elkaar te interfereren of juist in samenhang met elkaar gepositioneerd worden volgens het advies van HNS. o We realiseren een gezamenlijk regionaal bod, dat subregionaal is afgestemd. Investeringen in het net voor energie-opwek nabij een station is haalbaar en betaalbaar. o Zoekgebieden op grotere afstand van een netwerkstation moeten robuust genoeg zijn om financieel haalbaar te zijn. We kiezen voor een bod dat haalbaar schaalbaar en betaalbaar is om inefficiënte keuzes na 2030 te voorkomen die duurder zijn. Tijdspad van investeringen in de vernieuwing van het netwerk is medebepalend voor het tempo en de mogelijkheden van de grootschalige opwek elektriciteit.

Twente stelt als gezamenlijke ambitie om bij te dragen aan het Nationaal Klimaatakkoord om 95% CO₂ reductie in 2050 te realiseren. Een volledig energieneutraal Twente in 2050 is volgens de systeemstudie in opdracht van provincie Overijssel, Enexis en de RES Twente en West Overijssel (Berenschot en Quintel) niet haalbaar.

Voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 d.d. 08/03/21 32

Hoofdstuk 5. Gebouwde omgeving (warmte) De RES Twente 1.0 behandelt naast de opwek van duurzame elektriciteit ook de ontwikkeling van Twente als significante warmteregio. Binnen de RES Twente 1.0 stellen we een Regionale Structuur Warmte (RSW) op die inzicht geeft in de warmtevraag en het warmteaanbod en de bovengemeentelijke warmte-infrastructuur die nodig is om de beschikbare warmtebronnen te benutten. Onze ambitie is om steeds meer wijken duurzaam te verwarmen, zonder gebruik van fossiele brandstoffen. Belangrijkste uitgangspunt hierbij is dat het haalbaar en betaalbaar is. Via de RSW vindt afstemming plaats over de inzet van regionale duurzame warmtebronnen die de Transitievisies Warmte van gemeenten kan ondersteunen. In een Transitievisie Warmte (TVW) is opgenomen hoe de gemeenten in 2030 stapsgewijs gebouwen en woningen met de beschikbare bronnen verwarmen en wijken aardgasvrij of ‘aardgasvrij-ready’ gaan maken. Daarvoor stellen gemeenten een wijkuitvoeringsplan op waarin de keuze wordt gemaakt voor de warmtebron als alternatief voor aardgas en de benodigde infrastructuur. Het tijdspad van de Transitievisie Warmte (TVW) en de wijkuitvoeringsplannen lopen niet gelijk aan die van de RES Twente. De RES Twente 1.0 geeft daarom nog geen volledig beeld over de verdeling van de duurzame bronnen en de warmtevraag in de wijken.

De RES 2.0 en de RES-sen die daarop volgen, geven een steeds completer beeld. Daarbij kijken we ook naar de totale systeemefficiëntie voor warmte. Keuzes moeten in samenhang met elkaar gemaakt worden als er sprake is van een bovenlokaal verdeelvraagstuk.

Regionale Structuur Warmte (RSW)

Lees meer in bijlage 4a over de TVW en wijkuitvoeringsplannen.

Voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 d.d. 08/03/21 33

5.1 Optimaal benutten warmtebronnen In deze fase is het van belang om dat een goede verkenning plaatsvindt van de bovenlokale en lokale warmtebronnen, zodat deze in 2030 optimaal kunnen worden benut. Warmtevraag Verreweg het grootste deel van de warmtevraag komt van woningen en gebouwen. Bovendien wordt deze in Twente grotendeels bijna volledig ingevuld met aardgas. Het is dan ook extra belangrijk om de warmtevraag te verminderen door energiebesparende maatregelen en het isoleren van woningen en gebouwen. De warmtevraag in het stedelijk gebied van Twente kan in de toekomst ingevuld worden via collectieve oplossingen, zoals een warmtenet. In het landelijk gebied zijn er minder collectieve alternatieven voor aardgas beschikbaar.

Warmteaanbod Door de diversiteit aan warmtebronnen zijn er meerdere kansen voor het verduurzamen van de gebouwde omgeving met de inzet van warmtebronnen. In theorie kan 88% van de warmtevraag van woningen in Twente worden verduurzaamd met de beschikbare warmtebronnen. Geen van de bronnen afzonderlijk biedt voldoende potentieel om alle woningen in Twente te verwarmen. Voor Twente is dus een gecombineerde inzet van de warmtebronnen nodig. Om de transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving betaalbaar te houden, moeten alle beschikbare warmtebronnen zo effectief en efficient mogelijk worden ingezet. In het stedelijk gebied zijn veel restwarmtebronnen aanwezig die benut kunnen worden via een regionaal warmtenet. Op het platteland zijn biomassa en biogas duurzame warmtebronnen.

5.2 Regionaal Warmtenet Twente Voor het stedelijk gebied realiseren we een regionaal warmtenet door bestaande warmtenetten te verbinden en onderzoeken we de mogelijkheden voor uitbreiding met nieuwe warmtenetten. In de stedelijke gebieden van Twente is veel industriële (rest)warmte beschikbaar. Op dit moment is er via Twence additioneel 1800 Tj (Terajoule) beschikbaar die veel potentie biedt om in het stedelijk gebied van Almelo, Borne, Enschede, Hengelo, Oldenzaal en mogelijk ook Haaksbergen woningen en gebouwen van warmte te voorzien. Daarnaast zijn er andere voornamelijk laag- en midden-temperatuur restwarmtebronnen. Om al deze warmte optimaal te kunnen benutten is (regionale) warmte-infrastructuur nodig.

Voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 d.d. 08/03/21 34

Het antwoord op de vraag of en onder welke voorwaarden een regionaal warmtenet ontwikkeld kan worden, is niet eenvoudig. Er zijn veel vraagstukken die moeten worden opgelost om tot een eindconclusie te kunnen komen. Een coalitie van de zes genoemde gemeenten verkent onder begeleiding van de provincie onder welke voorwaarden de ontwikkeling van een regionaal warmtenet wenselijk en mogelijk is. De coalitie focust zich op dit moment op: De gewenste sturing door gemeenten in het ontwikkeltraject. Het zoekgebied en een maatschappelijk kostenefficiënte verdeling van de warmte over de regio. Belangstellingsregistratie om de interesse vanuit de markt om het regionale net te ontwikkelen te peilen. Consortium van drie regionale markpartijen Een consortium van drie regionale marktpartijen (Twence, Cogas en Ennatuurlijk) heeft het initiatief genomen de technische en economische haalbaarheid van een regionaal stedelijk warmtenet te verkennen. Het consortium onderzoekt voornamelijk de afnamepotentie en wat mogelijke tracés zijn voor de hoofdinfrastructuur van het warmtenet. De verwachting is dat de eerste beelden van de mogelijkheden en randvoorwaarden rond de zomer 2021 ontstaan. Vervolgens kan een coalitie van gemeenten toewerken naar een intentieovereenkomst met de ontwikkelende partijen.

In deze intentieovereenkomst staan afspraken over de totstandkoming van het regionale warmtenet in Twente en wie welke rol daarin heeft. De provincie trekt het proces tot aan de ondertekening van de intentieovereenkomst. Hoge Temperatuurwarmte (HT) Energie- en grondstoffenproducent Twence is ook de grootste producent van HT in Twente. Met deze restwarmte en de restwarmte van andere bedrijven in het stedelijk gebied van Twente kunnen meer dan 100.000 woningequivalenten in Twente worden verwarmd. De restwarmte van bedrijven, diverse houtgestookte installaties en biogasinstallaties kunnen stedelijke warmtenetten voeden. In de toekomst kunnen de regionale warmtebronnen mogelijk worden aangevuld met warmte van geothermie en waterstof. Lees meer in bijlage 4b over het Regionaal Warmtenet Twente en het stimuleringsprogramma warmtenetten. 5.3 Biogas/groengas Vanuit de routekaart Groengas (30 maart 2020) blijkt dat gasvormige energiedragers, door hun unieke karakteristieken, een onvervangbare rol hebben in de verduurzamingsopgave van de Nederlandse samenleving. Om de toekomstige gasbehoefte duurzaam in te kunnen vullen, is de ontwikkeling van CO₂-vrije gassen als alternatief voor aardgas essentieel. Twente is een regio met veel verschillende landschapsstijlen en wijdverspreid liggende dorpen, dorpskernen en een groot stedelijk gebied.

De afstanden tussen warmtevragers en warmtebronnen variëren sterk, waardoor duurzaam gas, gecombineerd met de al aanwezige gasinfrastructuur, kansen biedt voor verwarming van woningen en bedrijven in plattelandsgemeenten, het buitengebied en andere gebouwen die niet op een andere betaalbare wijze verwarmd kunnen worden, zoals de ‘oudere’ woningen (bouwjaar voor 1992). Momenteel wordt nog geen 5% van de mest ingezet voor biovergisting, waardoor er in potentie nog veel voor de warmtetransitie te winnen valt. Twente ziet deze kans en wil die ook graag benutten. In de mestvergisting kan onderscheid gemaakt worden tussen kleinschalige en grootschalige vergisting. Rundveemest leent zich voor kleinschalige vergisting, varkens en kippenmest voor grootschalige. In de regio zijn diverse samenwerkingsverbanden bezig met gebalanceerde oplossingen voor duurzame opwek van energie en stikstofreducties vanuit de kringlooplandbouw. Samenwerking met programma’s en gebiedsontwikkelingen, zoals Mineral Valley Twente en de Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof zijn daarbij van belang. Voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 d.d. 08/03/21 35

Met de juiste randvoorwaarden kan de potentie worden vergroot en organisatorisch en economisch haalbaar gemaakt. Wel is het van belang om duurzame gassen voor de warmtetransitie alleen toe te passen waar alternatieven niet haalbaar zijn, zoals woningen waar isoleren moeilijk is en warmtenetten geen oplossing zijn. Verhoging van de biogas/groengasproductie met zowel kleinschalige mono-mestvergisters, als grootschalige bio-vergisters is hiervoor nodig. Twentse gemeenten zijn vanuit een coalitie i.o. samen met netbeheerders, lokale initiatieven en ander stakeholders al bezig om die kansen te verkennen en te vergoten middels de verbinding met de kringlooplandbouw. Lees meer in bijlage 4b over de inzet van biogas/groengas als warmtebron. 5.4 Biomassa Met relatief veel buitengebied in onze regio is er houtachtige biomassa beschikbaar via regulier onderhoud van bossen en groen. De biomassa-installaties in Twente gebruiken alleen duurzame biomassa die voldoet aan de landelijke duurzaamheidseisen en bestaat hoofdzakelijk uit snoei- en afvalhout uit de regio. Dit sluit aan bij het advies van de SER dat biomassa bijdraagt aan de gewenste transitie, mits biomassa duurzaam wordt geproduceerd en zo hoogwaardig mogelijk wordt toegepast.

De SER adviseert daarbij wel om de inzet van houtachtige biomassa voor laagtemperatuur, zoals ruimteverwarming, af te bouwen en voor hoogtemperatuur warmtenetten om te bouwen als er alternatieven aanwezig zijn. Houtachtige biomassa wordt gezien als een noodzakelijke transitiebron in de overbruggingsfase voor de langere termijn en heeft een blijvende rol voor hoogwaardige toepassingen ook na 2030. Vanwege de uitstoot van fijnstof en stikstofoxide is er veel discussie over de inzet van houtige biomassa voor de warmtetransitie. Dat vraagt om een zorgvuldige afweging hoe de beschikbare bron wordt ingezet. Daarbij moet rekening worden gehouden dat er ook CO₂ vrijkomt als gevolg van het rottingsproces van hout. De verschillende biomassabronnen in Twente hebben een potentie om in 2050 in totaal 140.000 woningen en gebouwen van duurzame warmte te voorzien. Hierbij is de aanname gedaan dat de gemiddelde gasvraag in 2050 gehalveerd is ten opzichte van nu, door bijvoorbeeld isolatie. Door in de toekomst te sturen op een combinatie van de inzet van biogas/groengas met een hybridewarmtepomp en isolerende maatregelen is het aantal woningen en gebouwen dat kan worden voorzien van duurzaam gas, met een factor drie te verhogen. Daarnaast is de bijdrage van Twence groot als het gaat om het opwekken van energie vanuit afvalstromen en biomassa die niet geschikt zijn voor materiaaltoepassingen.

5.5 Toekomstige warmtebronnen voor het regionale warmtenet De restwarmte van bedrijven, diverse houtgestookte installaties en biogasinstallaties kunnen stedelijke warmtenetten voeden. In de toekomst kunnen de regionale warmtebronnen mogelijk worden aangevuld met warmte van geothermie en waterstof. Geothermie Geothermie is een duurzame warmtebron met een theoretische grote potentie. De aarde is op diepte van nature warm. Deze warmte kan uit watervoerende lagen in de ondergrond gewonnen worden. Geothermie is een relatief nieuwe techniek waarin nog volop innovatie plaatsvindt. Daarnaast is de ondergrond van Twente niet overal even goed bekend. Door de voormalige gaswinning in Noord Twente zijn de kansen in dit gebied relatief goed in beeld. In Zuid Twente is echter minder data beschikbaar waardoor er een grote onzekerheid bestaat over de potentie voor geothermie. Als gevolg van ontwikkelingen in de techniek, ervaring in de uitvoering en kennis over de Twentse ondergrond kan geothermie in de toekomst wel kansrijk worden. Voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 d.d. 08/03/21 36

Waterstof Waterstof is een energiedrager (en dus geen energiebron) die aardgas kan vervangen met beperkte aanpassingen aan het bestaande gasnet en de bestaande apparatuur. Anno 2021 wordt waterstof vooral gemaakt uit aardgas, dit noemen we grijze waterstof. In de toekomst zal dit naar verwachting meer en meer gebeuren door elektrolyse met hernieuwbare stroom. Voor het gebruik van groene waterstof op grote schaal is zeer veel duurzame elektriciteit nodig. In de periode tot 2030 wordt dat zeker niet gehaald. Aquathermie In sommige steden en dorpskernen ontbreken substantiële industriële restwarmtebronnen, terwijl er bronnen van oppervlaktewater, zandwinplassen en RWZI’s aanwezig zijn. In deze gevallen kan aquathermie een duurzame oplossing bieden in de warmtevraag. Water is een betrouwbare en stabiele bron, die in de meeste gevallen voor lange periode beschikbaar is. Aquathermie kan worden ingezet als duurzame bron voor warmtevoorziening en koeling waar het regionale warmtenet geen kansen biedt. De bron kan middels een lokaal warmtenet of rechtstreeks in projecten worden toegepast ten behoeve van bestaande bouw, nieuwbouw, woningen, kantoren, scholen en ziekenhuizen.

Er worden drie vormen van aquathermie onderscheiden: Warmte uit oppervlaktewater (TEO) Warmte uit afvalwater en riool (TEA) Warmte uit drinkwater (TED) Aquathermie kan hierbij worden ingezet als warmtebron voor een lokaal warmtenet of als warmtebron voor een individuele toepassing. Binnen Twente worden inmiddels op een viertal locaties in Almelo, Hellendoorn, Losser en Oldenzaal nadere studies uitgevoerd voor het ontwikkelen van aquathermie projecten voor het verwarmen van de gebouwde omgeving. Aquathermie kan ook positief bijdragen aan andere ruimtelijke thema’s, zoals het verlagen van de hittestress in stedelijk gebied en het verlagen van de watertemperatuur waardoor algenbloei en botulisme kan worden voorkomen of beperkt (Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie). Het is van belang om de nieuwe ontwikkelingen te volgen. In de Twentse Energie Agenda is opgenomen welke technologieën we volgen. In bijlage 4c is meer informatie opgenomen over de toekomstige warmtebronnen, zoals geothermie en waterstof en aquathermie. 5.6 Gemeentegrensoverschrijdende samenwerking warmteprojecten We zien verschillende samenwerkingsverbanden tussen gemeenten die gemeentegrensoverschrijdend werken aan deze opgave.

Voorbeelden van gemeentegrensoverschrijdende samenwerkingen zijn: Zes gemeenten verkennen gezamenlijk onder welke voorwaarden de ontwikkeling van een regionaal warmtenet in Twente mogelijk en wenselijk is. Het consortium van Twence, Cogas en Ennatuurlijk verkent de technische en economische haalbaarheid en de randvoorwaarden van een regionaal warmtenet. Om het potentieel voor biogas/groengas te benutten, werken zeven gemeenten samen met het Bioenergiecluster Oost Nederland (BEON), Twence en Cogas. Om een regionaal warmtenet mogelijk te maken en de productie biogas/groengas te koppelen aan de kringlooplandbouw zoekt de RES Twente afstemming met andere RES-regio’s, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), Interprovinciaal Overleg (IPO) en het stedennetwerk G40 en P10gemeenten. Ook zoekt de RES Twente afstemming tussen de processen om de RES-opgave en de TVW te realiseren. Voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 d.d. 08/03/21 37

-

Vanaf 2021 nemen de gemeenten Borne, Dinkelland, Enschede, Haaksbergen, Hellendoorn, Hengelo, Hof van Twente, Losser, Tubbergen en Wierden duurzame opgewekte energie af van Twence. Daarbij is afgesproken dat Twence de helft van het aardgasverbruik duurzaam in de toekomst op gaat wekken via groengas. Samen willen ze de productie van opgewekte duurzame energie in de Twentse regio aanjagen.

5.7 Aandachtspunten warmteopgave: Bestuurlijke afwegingen voor warmte (governance)

Twente wil zich ontwikkelen tot een warmteregio door het grote aanbod aan warmte maximaal te benutten. Daarvoor worden de mogelijkheden verkend van een regionaal warmtenet dat de productie van biogas/groen gas bevordert. Hier wordt ook het ruimtelijke beleid op afgestemd. Om dit te realiseren zijn binnen de Regionale Structuur Warmte (RSW) de volgende aandachtspunten van belang: - Vanuit de wisselwerking tussen de TVW’s met de RSW maximaal inzetten op besparing van de warmtevraag en vervolgens het maximaal benutten van warmtebronnen om onnodige elektrificatie te voorkomen. Er wordt een integrale afweging gemaakt van de totale duurzame warmtesysteemefficiëntie. - Verkenning om een regionaal warmtenet te realiseren om de beschikbare (rest)warmtebronnen te benutten: o Uitspraak over het verdeelvraagstuk vanuit maatschappelijke kostenefficiëntie als belangrijkste criterium. o Invulling regierol van gemeenten in het ontwikkeltraject. o Duidelijkheid over de partijen die de regionale warmte-infrastructuur mogen en willen ontwikkelen, rekening houdend met toekomstige regelgeving onder andere rond aanbesteding en marktordening. o Duidelijkheid over technische en economische haalbaarheid en ruimtelijke inpasbaarheid van een regionaal warmtenet.

- Belangrijke afwegingen voor de inzet van biogas/groengas: o Organiseren van een toereikende SDE++ voor de combinatie van hubs van kleinschalige boerderijvergisters met centrale opwaarderingsinstallaties via hubs voor groen gas (huidige SDE++ is uitsluitend toereikend voor middelgrote tot grote boerderijvergisters met groen gas productie) o Verbinding leggen met de kringloop landbouw door verduurzaming van de landbouw handen en voeten te geven en stikstof en fosfaat te beprijzen (en niet alleen voor boeren die stoppen) o Er moet een rendabele businesscase ontstaan voor verduurzaming van de landbouw, netbeheerders en leveranciers van biogas/groengas. o Ruimtelijk beleid van gemeente moet faciliterend zijn t.o.v. kleinschalige en middelgrote boerderijvergisters en de bijbehorende distributie. o Faciliteren van opwaarderingsinstallaties om biogas naar groengas op te werken (in clusters van meerdere boerderijvergisters) en het vervolgens in te voeden op het bestaande aardgasnet (welke mogelijk uit te breiden is met onbenutte of nieuwe leidingen) o Afstemmen hoe en waar we duurzaam gas willen inzetten. Voor welke woningtypen / gebieden etc. Deze afstemming moet op systeemniveau plaatsvinden. Daarbij volgt de Provincie het SER-advies, duurzaam gas alleen maar inzetten waar echt geen andere bron beschikbaar is.

Duurzaam gas is bij uitstek geschikt voor HT-toepassingen en te schaars om als laagwaardige warmte te gebruiken. o Onderzoeken hoe biogas/groengas te bufferen en de afzetcapaciteit op het aardgasnet. o Vormen van een coalitie met de Noordoost Twentse gemeenten, Twenterand, Hof van Twente en ander gemeenten die interesse hebben om hierbij aan te sluiten, Cogas en Twence

Voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 d.d. 08/03/21 38

-

Aquathermie wordt op plaatsen waar alternatieve warmtebronnen ontbreken, als relevante warmtebron aangemerkt. Voor TEA, TEO en TED liggen in Twente versnellingsmogelijkheden voor bijdrage aan de realisatie van Twente als warmteregio.

-

Potentie van Geothermie als bron voor de regionale warmtestructuur. o onderzoek naar geschiktheid ondergrond voor geothermie, in afstemming met het rijk. o Interessante locaties mogelijkheden voor een warmtenet onderzoeken en een bronnenstrategie uitwerken, rekening houdend met de warmtevraag. o bij gebleken potentie samenwerking zoeken met partijen die willen investeren, bijvoorbeeld bij de regionale warmteketen om aardwarmte op te nemen in de bronnenstrategie als mogelijke toekomstige warmtebron, bijvoorbeeld door partijen te interesseren in een proefboring. Lokale energie initiatieven o De LEIs kunnen een rol vervullen in de warmtetransitie. Gemeenten ondersteunen en faciliteren dit.

-

Voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 d.d. 08/03/21 39

Hoofdstuk 6. Maatschappelijk acceptatie en lokaal eigendom Voor de uitvoering van de RES is maatschappelijke acceptatie van groot belang. Het informeren en betrekken van de samenleving vindt op lokaal en regionaal plaats. Hierbij hebben we de benadering vanuit de methode van de stakeholderanalyse gebruikt. Met een stakeholdersanalyse breng je de diverse belanghebbenden, hun belangen én invloed vooraf in beeld en kijk je hoe je hier het beste mee om kunt gaan. In de bijlage is de stakeholdermatrix opgenomen. De RES Twente faciliteert en verbindt om de lokale en regionale processen goed te laten verlopen. Hierbij hebben we aandacht voor de belanghebbenden: inwoners, ondernemers belangenbehartigers en natuurlijk de jongeren, maar we richten ons als RES Twente in deze fase specifiek ook op beslissers (raadsleden, AB-leden waterschappen en Statenleden) en Lokale Energie Initiatieven (LEI). We maken onderscheidt in twee vormen van participatie: - Beleidsparticipatie: Deze vorm van participatie is erop gericht om de lokale samenleving én regionale stakeholders te betrekken bij de totstandkoming van de beleidskeuzes en visie ten aanzien van de transitieopgave. Dit gebeurt zowel op regionaal niveau als lokaal niveau. In de navolgende paragrafen wordt hier nader inzicht in gegeven.

In de bijlagen is een overzicht (PM) opgenomen waarbij inzichtelijk wordt gemaakt op welke intensieve wijze op lokaal niveau inwoners zijn geïnformeerd en geraadpleegd zijn in het kader van de beleidsparticipatie. Binnen diverse gemeente heeft dit in een vergaande vorm plaatsgevonden. Bij de verdere vormgeving van de RES 1.0 naar RES 2.0 wordt er op beide niveaus verder invulling gegeven aan deze vorm van participatie. - Projectparticipatie: Hierbij betreft het de betrokkenheid van de samenleving bij concrete uitwerking en vormgeving van energieprojecten. Deze vorm van participatie is erop gericht om in een specifiek projectgebied de samenleving te informeren en raadplegen tot en met het betrekken bij co-produceren. De invulling van deze vorm van participatie wordt opgepakt bij concrete initiatieven. 6.1 Gebiedsgericht werken aan acceptatie Voor de realisatie van grootschalige energieprojecten streven de partners naar een gebiedsgerichte en grensontkennende aanpak. Dit betekent dat vanaf de start van de uitvoering naar een energieproject alle omwonenden in een zoekgebied of in een brede omtrek rondom een projectlocatie actief worden uitgenodigd om mee te praten en mee te doen en dat dit gebeurt over gemeentelijke, RES- of landsgrenzen heen.

Voorafgaand aan de start van participatietrajecten maken buurgemeenten afspraken over het betrekken van inwoners bij energieprojecten in de grensgebieden van hun gemeente. Het is aan de samenwerkende gemeenten in een bovenlokaal zoekgebied om te bepalen hoe die gebiedsgerichte en grensontkennende aanpak precies wordt ingericht. 6.2 Bijeenkomsten, communicatiemiddelen en participatietools Het informeren en betrekken van inwoners vindt plaats via lokale participatieprocessen. De invulling hiervan verschilt per gemeente. Naast lokale communicatie en participatie informeren en betrekken we de Twentse samenleving ook op regionaal niveau. De focus ligt hier met name op integrale en gemeentegrensoverschrijdende aanpak. Lees meer in bijlage 5a.

Voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 d.d. 08/03/21 40

6.3 Informeren en betrekken beslissers De RES Twente 1.0 wordt in mei/juni 2021 vastgesteld door de raadsleden van de veertien Twentse gemeenten, de leden van het Algemeen Bestuur van het waterschap en Provinciale Staten. Het is dan ook van belang dat deze beslissers goed op de hoogte zijn van het hoe en waarom van de RES Twente, de lokale stand van zaken, maar ook van de ontwikkelingen bij hun buurgemeenten en op regionaal niveau. Lees meer in bijlage 5b. 6.4 Jongeren en de RES Twente De Jong RES Twente wil jongeren actief betrekken bij de energietransitie. Zij doen dat in samenwerking met de Jonge Klimaatbeweging (JKB) en de Klimaat Energie Koepel (KEK). Ook vindt afstemming plaats met het NP RES en de RES Twente. Op 21 oktober 2020 is het onderzoeksrapport Jongeren en de energietransitie van I&O Research overhandigd aan Ed Nijpels als voorzitter van het voortgangsoverleg Nationaal Klimaatakkoord. In dit rapport is opgenomen hoe jongeren actief willen meedenken over de energietransitie. Wat Twente betreft kunnen jongeren een aanjaagrol spelen in de energietransitie. De resultaten uit deze regio zijn opgenomen in de factsheet Twentse jongeren en de RES. De Jong RES zet zich in om de stem van de toekomst mee te laten klinken in de RES. Jong RES heeft daarvoor een jongerenvertegenwoordiger aangewezen voor de regio Twente.

Deze vertegenwoordiger behartigt de belangen van jongeren en jong werkenden in de regio. Elke vertegenwoordiger heeft een community van jongeren uit het bedrijfsleven, overheid en maatschappelijke sector om zich heen. Op deze manier worden zowel de belangen behartigt van jongeren en jong werkenden, en worden ze direct betrokken bij het proces om tot de RES te komen. De jongerenvertegenwoordiger is aangehaakt bij de diverse bijeenkomsten en bij diverse dialoogmomenten. 6.5 Informeren en betrekken Lokale Initiatieven Energie & Duurzaamheid De energietransitie is groot, complex en een verantwoordelijkheid van ons allen. In de realisatie van de doelstellingen, de gevolgen voor de leefomgeving en de oplossingskeuzes die hierin gemaakt worden is maatschappelijke gedragenheid een must. Dat doen we samen met vertegenwoordigers vanuit de Lokale Energie Initiatieven Twente (LEIT). De lokale initiatiefnemers op het gebied van energie en duurzaamheid vervullen een belangrijke rol in de uitvoering van energieprojecten en vooral ook om minimaal 50% lokaal eigendom te kunnen realiseren. Bovendien denken betrokkenen vanuit de LEIT mee binnen de diverse werkgroepen van de RES Twente. Enkele Twentse LEI’s willen hun aandachtsgebied verbreden en zijn ook geïnteresseerd om warmte en groengas te leveren.

RES Twente stimuleert samenwerking met de LEI bij de realisatie van kleinschalige warmte- en biogas-/groengasinstallaties. En ook in lokale zelfstandige warmtenetwerken in een woonwijk kunnen LEI’s een bijdrage leveren. Alle initiatieven die efficiënt bij kunnen dragen aan deze doelen verdienen een kans en aandacht. Dit houdt tevens in dat er niet alleen naar grote oplossingsmogelijkheden gekeken moet worden, maar ook naar de kleine oplossingsmogelijkheden. In Twente zijn inmiddels circa 25 lokale energie-initiatieven actief. In 2020 wekten deze samen 8 MWp zonne-energie op. De komende jaren stijgt dit volume sterk. Ook wordt groengas opgewekt.

Voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 d.d. 08/03/21 41

Kansrijke efficiënte kleine initiatieven kunnen met de goede begeleiding als voorbeeld dienen voor massalere opvolging. De verschillende belanghebbenden willen we graag onderling met elkaar verbinden om met elkaar in gesprek te gaan, maar vooral ook om kennis uit te wisselen. De LEI’s kunnen hier in samenwerking met de gemeenten een sterk stimulerende en faciliterende rol in nemen. In de stedelijke gebieden met een omvangrijk warmtenetwerk ligt een uitdaging om warmte te leveren en zo bij te dragen aan maatschappelijke acceptatie. Dit kan in een joint venture met een integraal verantwoordelijk warmtebedrijf, zoals in het concept van de Wet Collectieve Warmtevoorziening is opgenomen. Om de LEI’s de mogelijkheid te geven om invulling te geven aan hun opgave is er commitment vanuit de lokale overheid nodig én is betrokkenheid met de lokale overheid noodzakelijk. Het advies is om lokale LEI’s proactief betrekken bij de realisatie van de opgaves. De stadia waarin de verschillende energiecoöperaties variëren van rijp tot groen, van planvorming tot realisatie. Het onderstaande overzicht geeft alle initiatieven in Twente weer die op dit moment bekend zijn.

6.6 Lokaal eigendom Lokaal eigendom betekent dat bewoners en/of bedrijven uit de lokale gemeenschap eigenaar of medeeigenaar zijn van een zonneveld of windmolen. Dat eigendom is vaak een collectief eigendom, meestal in de vorm van een coöperatie of en andere passende rechtsvorm. Soms is het collectief van bewoners en/of bedrijven voor 100% eigenaar van het zonneveld of windmolen, soms voor een gedeelte, waarbij er wordt samengewerkt met een commerciële projectontwikkelaar. Door te streven naar minimaal 50% lokaal eigendom geven we lokale gemeenschappen zeggenschap over de energietransitie en houden we de opbrengsten lokaal. Hun aanpak is er vaak op gericht om de omgeving goed te betrekken bij het project en de lusten en de lasten zo eerlijk mogelijk te verdelen. Dat schept vertrouwen en is de basis voor goed overleg. Daardoor ontstaat er meer draagvlak voor de energietransitie. Om te zorgen dat de ambitie van lokaal eigendom ook geborgd is, wordt lokaal eigendom in (energie/duurzaamheids) lokaal beleid verankert. Waarbij ingezet wordt op actieve participatie ten aanzien van lokaal eigendom en het betrekken van aanwezige LEI’s. Lees meer in bijlage 5c over Lokaal eigendom.

Voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 d.d. 08/03/21 42

Hoofdstuk 7. Monitoring Monitoring is van cruciaal belang om zicht te krijgen op het verloop van de energietransitie in Twente. De Twentse monitor heeft de stand van zaken in kaart gebracht op het gebied van energieverbruik van woningen en bedrijven, de duurzame energieopwekking, het gasverbruik van woningen en bedrijven, de productie van warmte en biogas/groengas en de aanleg van een stedelijk warmtenet en een biogasnetwerk. De monitor van de RES Twente is online beschikbaar via www.energiestrategietwente.nl/monitor. Het is een monitor die tot stand is gekomen in samenwerking met Kennispunt Twente, op basis van cijfers vanuit het CBS, RVO, Klimaatmonitor, netbeheerders etc. Belangrijk voor de totstandkoming van de monitor zijn ook de gehouden monitoringsgesprekken met de veertien Twentse gemeenten. Zo ontstaat een goed beeld van de voortgang en wat er in Twente nog gerealiseerd moet worden om duurzaam energie op te wekken of wat er nodig is om energie te besparen. Zo wordt het aanbod en het toekomstig verbruik van elektriciteit en warmte in balans gebracht. 7.1 Monitoring lokale plan- en beleidsvorming Alle Twentse gemeenten zijn bezig om hun plannen richting de RES 1.0 te concretiseren, maar het tempo en de werkwijze verschillen per gemeente. Dat betekent dat de huidige stand van zaken verschillende snelheden laat zien.

We zien dat er veel projecten in de pijplijn zitten en dat er hard gewerkt wordt aan plan- en beleidsvorming om de uitvoering van projecten in gemeenten mogelijk te maken.

Blauw: nog opstarten, niet gestart of zeer prille beginfase (opdachtverstrekking) Warmtevisie Oranje: in ontwikkeling, door college goedgekeurd, nog niet door de gemeenteraad Groen: visie is actueel en vastgesteld door college en raad

7.2 Monitoring duurzame opwek elektriciteit De monitor geeft een zo actueel mogelijk beeld van het verbruik en de besparing van elektriciteit en warmte in Twente, maar ook de stand van zaken ten aanzien van het realiseren van onze doelen voor het opwekken van elektriciteit en de warmtetransitie kunnen worden gevolgd. De monitor geeft inzicht in de cijfers per gemeente en voor Twente als geheel. We mogen in Twente trots zijn op de voortvarende manier waarop we de processen inrichten. Zo timmeren we flink aan de weg met de beleidsvorming, participatie- en besluitvormingsprocessen om onze plannen voor duurzame opwek en de warmtetransitie te realiseren. Hierbij wordt opgemerkt dat elke gemeente zijn eigen (tijds)pad kiest en gebruik kan maken van goede voorbeelden van de andere gemeenten. In Twente leren we van elkaar en helpen we elkaar waar het mogelijk is (Noaberschap). Verschil in tempo is mede afhankelijk van de beschikbare ambtelijke capaciteit voor deze enorme transitie-opgave, wat voor met name de kleinere gemeenten een uitdaging blijkt. De monitor die online staat is bedoeld om actueel inzicht te geven aan bestuurders, raadsleden, vakambtenaren en professionals. Halfjaarlijks wordt de monitor bijgewerkt nadat er weer een nieuwe gespreksronde heeft plaatsgevonden met alle veertien gemeenten.

Deze gespreksronden vinden plaats in april en november, waarna in juni en december de aangepaste monitor kan worden gepresenteerd. Hiervan wordt ook een eenvoudige samenvatting gegeven aan inwoners en media.

Voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 d.d. 08/03/21 43

Weergave monitor (d.d. 08/03/21): - Huidige duurzame opwek in Twente 90 GWh (6%) - Zon op dak in pijplijn: 130 GWh (8,7%) - Zon in veld in pijplijn: 439 GWh (29,3%) - Windenergie in pijplijn: 139 GWh (9,3%)

7.3 Monitoring warmte De werkgroep monitoring werkt ook aan het monitoren van de ontwikkeling van Twente tot warmteregio. Als eind 2021 de Transitievisies Warmte (TVW’s) en de wijkuitvoeringsplannen gereed zijn, zal de monitor ook een actueel beeld laten zien op gemeenteniveau van welke wijken worden aangesloten op welke warmtebronnen. Het tijdspad van de RES Twente 1.0 (oplevering juli 2021), inclsusief de Regionale Structuur Warmte (RWS) en de TVW’s (oplevering eind 2021) lopen hierbij niet geheel parallel. De warmtevraag brengen we in kaart op basis van het huidig verbruik. Deze gegevens worden jaarlijks geactualiseerd in de monitor. 7.4 Thema’s rondom de energietranstie in de monitor Omdat de energietransitie niet op zichzelf staat, maar raakt aan diverse andere vakgebieden en daarmee een sterke wisselwerking kent, worden er themanummers ontwikkeld door vakspecialisten rondom bijvoorbeeld arbeidsmarkt en onderwijs, mobiliteit en opslag en circulaire landbouw. Het themanummer Mobiliteit zal in het voorjaar 2021 voor het eerst uitkomen. Mede op initiatief van de Universiteit Twente is er een Human Capital Agenda voor de energietransitie ontwikkeld. In deze Human Capital Agenda werken het ROC, hogeschool Saxion én de Universiteit samen om het onderwijs te faciliteren voor de nieuwe banen die gaan ontstaan in de energietransitie.

De samenhang en nieuwe ontwikkelingen op deze beleidsterreinen worden via de themanummers gekoppeld aan de monitor in 2021.

Voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 d.d. 08/03/21 44

7.5 Doorontwikkeling monitor De cijfers voor de duurzame opwekking op (grootschalige) daken behoeft nog een actualisatieslag voor 2019/2020. Dit wordt gedaan aan de hand van luchtfoto’s vanuit het project “zonnedakje” van de provincie Overijssel. Verwacht wordt dat een veel hoger percentage dakoppervlak (> 300m2) momenteel al is belegd met zonnepanelen in de Twentse gemeenten. Ook moet het onderdeel warmte nog verder worden uitgewerkt naar aanleiding van de ontwikkeling van de warmtetransitievisies van gemeenten. Dit gebeurt in samenwerking met de energie-atlas vanuit de VNG. Deze wordt ondere andere aangevuld met een vlekkenkaart waarop per wijk wordt aangegeven voor welke vervangende warmtebron gekozen wordt om het aardgas in de toekomst te vervangen.

Voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 d.d. 08/03/21 45

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/470/documents/15103