CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-75 beantwoording schriftelijke vragen Progressief Dinkelland voortgang asielopvang

Gemeenteraad 22 september 2026, gemeente DinkellandBij agendapunt: 7: Vaststelling van de ingekomen stukkenlijst d.d. 8 september 20261.903 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de gemeenteraad van Dinkelland Zaaknummer 1536918 Bijlagen - Onderwerp Raadsbrief nr. 2026-75 Beantwoording schriftelijke raadsvragen met betrekking tot de voortgang asielopvang Verzenddatum 8 september 2026 Geachte raads- en commissieleden, Waarover gaat deze brief? In onze collegevergadering hebben wij gesproken over de schriftelijke vragen die gesteld zijn door Progressief Dinkelland met betrekking tot de voortgang asielopvang. Ons besluit In onze vergadering hebben we besloten de schriftelijke vragen middels deze raadsbrief te beantwoorden. Toelichting Hieronder vindt u de beantwoording van de vragen. Vraag 1: Kan het college aangeven welke concrete maatregelen sinds het aantreden van het nieuwe college zijn genomen om uitvoering te geven aan de gemeentelijke taakstelling voor asielopvang, en hoe deze zich verhouden tot de constatering van de minister dat sprake is van taakverwaarlozing en opschaling naar trede 3 van het interbestuurlijk toezicht? Antwoord vraag 1: Sinds het aantreden van het nieuwe college is de uitvoering van de asielopgave opnieuw actief opgepakt. In het raadsakkoord is vastgelegd dat Dinkelland wil voldoen aan de geldende wet - en regelgeving voor de opvang van asielzoekers, waaronder de Spreidingswet. Daarmee is de bestuurlijke situatie gewijzigd ten opzichte van de situatie zoals die op 29 april 2026 aan de minister is beschreven.

Concreet zijn inmiddels de volgende stappen gezet: · er is een projectleider aangesteld die specifiek met de asielopgave aan de slag is; · voor het najaar wordt ambtelijke capaciteit vrijgemaakt om het proces met de benodigde voortgang te kunnen uitvoeren; · er wordt gewerkt aan een plan van aanpak voor de uitvoering van de wettelijke opgave; · eerder vastgestelde uitgangspunten en eerder uitgevoerd onderzoek worden geactualiseerd en opnieuw beoordeeld; · eerdere voorbereidingen voor locaties en opvangconcepten worden betrokken bij de verdere planvorming; · verschillende mogelijkheden voor het realiseren van opvangcapaciteit worden in beeld gebracht; · het college bereidt zich voor op het bestuurlijke gesprek met het ministerie en wil daarin kunnen toelichten langs welke route Dinkelland aan zijn wettelijke verplichting gaat voldoen; · de gemeenteraad wordt bij de verdere planvorming en besluitvorming betrokken. Het college gaat ervan uit dat op basis van deze stappen binnen afzienbare tijd kan worden voldaan aan de wettelijke taakstelling. De constatering van de minister en de plaatsing op trede 3 zien op de situatie waarin de wettelijke taak nog niet wordt uitgevoerd en onvoldoende concrete voortgang kon worden aangetoond. Vanzelfsprekend wordt de urgentie van de minister door het college serieus genomen.

Vandaar dat wij inmiddels weer zijn gestart met uitvoeringswerkzaamheden en wordt hier bestuurlijke en ambtel ijke prioriteit aan gegeven.

Vraag 2: De minister concludeert dat Dinkelland niet op korte termijn aan zijn wettelijke taak zal voldoen en daarom onder actief toezicht wordt geplaatst. Deelt het college deze analyse? Zo nee, op welke punten wijkt het college daarvan af? Antwoord vraag 2: Het college constateert dat Dinkelland op dit moment nog niet volledig aan de wettelijke opvangopgave voldoet. Er is binnen de gemeente nog geen reguliere asielopvanglocatie gerealiseerd. De situatie is echter veranderd ten opzichte van het moment waarop de gemeente het ministerie op 29 april 2026 heeft geïnformeerd. Destijds was de uitvoering als gevolg van het raadsbesluit van 27 mei 2025 tijdelijk opgeschort en beschikte het college niet over het bestuurlijke mandaat om verdere concrete stappen te zetten. Met het nieuwe raadsakkoord is er opnieuw een bestuurlijke basis om uitvoering te geven aan de wettelijke opgave. Het college heeft die uitvoering inmiddels vanzelfsprekend hervat. Het college is dan ook van mening dat de kwalificatie “taakverwaarlozing” niet meer van toepassing is gezien het feit dat we actief bezig zijn. Het college wil niet vooruitlopen op de termijn waarbinnen uiteindelijk volledig aan de wettelijke opgave kan worden voldaan. Het eerste doel is nu om met voldoende voortgang te komen tot een realistisch en uitvoerbaar plan, met concrete stappen en besluitvormingsmomenten richting realisatie.

Het college zal hierover ook met het ministerie afspraken maken in het kader van het bestuurlijke overleg en het actieve toezicht. Vraag 3: In de reflectie op het Raadsakkoord kondigt het college aan eerder onderzoek te actualiseren, een noodopvang als optie te onderzoeken en een voorkeur uit te spreken voor een locatie in het buitengebied. Kan het college toelichten: • waarom een noodopvang nu als extra optie wordt toegevoegd; • waarom wordt afgeweken van de eerder door de gemeenteraad vastgestelde uitgangspunten voor locatiekeuze; en • of hiervoor opnieuw besluitvorming door de gemeenteraad noodzakelijk is? Antwoord vraag 3: Het college begint niet opnieuw zonder rekening te houden met eerdere besluitvorming. De uitgangspunten die in eerdere jaren door de gemeenteraad zijn vastgesteld, vormen relevante input voor het vervolg. Tegelijkertijd acht het college het zorgvuldig om deze uitgangspunten opnieuw tegen het licht te houden. Sinds de oorspronkelijke besluitvorming zijn de wettelijke opgave, de landelijke en regionale context en de lokale bestuurlijke situatie gewijzigd. Het college wil dit proces nadrukkelijk in samenwerking met de gemeenteraad doorlopen. Wanneer uit de actualisatie blijkt dat wijziging van door de raad vastgestelde uitgangspunten noodzakelijk of wenselijk is, wordt dit aan de gemeenteraad voorgelegd.

Ook bij de verdere locatiekeuze wordt bezien welke formele besluitvorming door de raad noodzakelijk is. Vraag 4: In de brief aan de minister van 29 april 2026 beschrijft het college dat een voorkeurslocatie was uitgewerkt, dat er vergevorderde afspraken lagen met het COA en de woningcorporatie en dat een concept - bestuursovereenkomst gereed was. Welke onderdelen van dit voorbereide traject zijn nog steeds bruikbaar en waarom kiest het college er desondanks voor opnieuw onderzoek te doen? Antwoord vraag 4: Er wordt niet volledig opnieuw begonnen. Voor de pauzering in mei 2025 was reeds een aanzienlijk voorbereidingstraject doorlopen. Ook waren uitgangspunten ontwikkeld voor de begeleiding en integratie van asielzoekers en statushouders. Deze werkzaamheden vertegenwoordigen kennis en voorbereiding die het college waar mogelijk wil benutten. Tegelijkertijd heeft het traject ruim een jaar stilgelegen en zijn de omstandigheden veranderd. Daarom moet worden vastgesteld: · of eerder onderzochte locaties nog beschikbaar en haalbaar zijn; · of eerdere ruimtelijke en financiële uitgangspunten nog actueel zijn; · of het eerder ontwikkelde opvang- en woonconcept nog uitvoerbaar is; · of het COA en de woningcorporatie nog op basis van de eerdere uitgangspunten verder kunnen en willen; · en hoe het eerdere traject zich verhoudt tot de huidige wettelijke opgave en planning.

Het actualiseren van het onderzoek is daarmee een noodzakelijke actualiteits - en haalbaarheidstoets van het reeds verrichte werk. Vraag 5: Kan het college aangeven of de eerder uitgewerkte voorkeurslocatie nog steeds beschikbaar is en of de gemaakte afspraken met het COA en de woningcorporatie nog steeds kunnen worden benut? Zo nee, welke consequenties heeft dit voor de planning en de realisatie van de opvangopgave? Antwoord vraag 5: Het college betrekt de eerder uitgewerkte voorkeurslocatie bij de actualisatie. Daarbij wordt opnieuw vastgesteld of de locatie nog beschikbaar is en of de eerder gemaakte afspraken en voorbereidingen met het COA en de woningcorporatie nog bruikbaar zijn. Het college wil niet vooruitlopen op de uitkomst daarvan. Wanneer blijkt dat de locatie en het eerder ontwikkelde concept nog uitvoerbaar zijn, kan dit mogelijk tijdwinst opleveren.

Vraag 6: Wat wordt precies verstaan onder het aangekondigde plan van aanpak? Gaat het om een plan dat leidt tot een concrete opvanglocatie of betreft het een plan om opnieuw tot een locatiekeuze te komen? Antwoord vraag 6: Het plan van aanpak moet leiden tot een locatiekeuze voor een concrete opvanglocatie en het moet onder andere duidelijkheid bieden over: · de actuele wettelijke opvangopgave; · de bestaande afspraken en reeds verrichte voorbereidingen; · de uitgangspunten voor opvang en locatiekeuze; · kansrijke locaties en opvangvormen; · de benodigde onderzoeken; · de rol van het COA en andere partners; · participatie en communicatie; · bestuurlijke beslismomenten; · planning en mijlpalen; · risico's en beheersmaatregelen. Het einddoel is een concrete en uitvoerbare locatie voor asielopvang. Het college wil dit traject zorgvuldig en - gezien de wettelijke opgave en het interbestuurlijk toezicht - ook met de nodige voortvarendheid doorlopen. Vraag 7: Wanneer verwacht het college de gemeenteraad een concreet voorstel voor een opvanglocatie, inclusief locatiekeuze, betrokken partners en de hoofdlijnen van de afspraken met het COA, ter besluitvorming voor te leggen? Antwoord vraag 7: Het college vindt het op dit moment te vroeg om een datum te noemen waarop een definitieve locatie aan de gemeenteraad kan worden voorgelegd. De projectleider is inmiddels gestart.

De eerste stap is het actualiseren van de uitgangspunten en het eerder verrichte werk. Vervolgens kan gericht worden toegewerkt naar een locatie en de daarvoor noodzakelijke afspraken en besluitvorming. Het college acht het, mede gelet op het interbestuurlijk toezicht, noodzakelijk dat hier voortgang in wordt gemaakt. Daarom is capaciteit vrijgemaakt. Het college zal in het plan van aanpak een planning opnemen met concrete stappen en bestuurlijke beslismomenten. Waarbij, gezien de urgentie die het college hieraan heeft gegeven, gewerkt wordt aan een bespreking met de gemeenteraad op korte termijn. Daarmee kan ook richting het ministerie concreet worden gemaakt hoe Dinkelland voornemens is uitvoering te geven aan zijn wettelijke verplichting. Vraag 8: De minister geeft aan dat bij onvoldoende voortgang opschaling naar trede 4 volgt, als vooraankondiging van indeplaatsstelling. Hoe schat het college dit risico in en welke concrete maatregelen worden genomen om te voorkomen dat het Rijk de regie overneemt? Antwoord vraag 8: De plaatsing op trede 3 betekent dat het ministerie de voortgang actief volgt. Het college acht het daarom noodzakelijk dat Dinkelland aantoonbaar laat zien dat de bestuurlijke stilstand is beëindigd en dat concrete stappen richting uitvoering worden gezet. Daarmee wordt opschaling naar trede 4 voorkomen.

Het college heeft de uitvoering met een versnelling laten opstarten. Met de besluitvorming in de gemeenteraad als bepalend moment voor de realisatie van de opvang. De inzet van het college is er nadrukkelijk op gericht om regie over de uitvoering bij de gemeente te houden. Vraag 9: Heeft het college inzicht in de bestuurlijke en financiële gevolgen van een eventuele indeplaatsstelling, waaronder de mogelijkheid dat de kosten van uitvoering voor rekening van de gemeente komen? Zo ja, kan het college deze inzichtelijk maken? Antwoord vraag 9: Het college heeft op hoofdlijnen inzicht in de mogelijke gevolgen van een indeplaatsstelling. Duidelijk is echter ook dat van een indeplaatsstelling op dit moment geen sprake is. De concrete bestuurlijke en financiële gevolgen zijn afhankelijk van de situatie op het moment waarop een eventuele indeplaatsstelling aan de orde zou zijn en van de maatregelen die het Rijk noodzakelijk acht. Het is daarom op dit moment niet mogelijk om deze gevolgen financieel te kwantificeren.

Vraag 10: Is het college bereid de gemeenteraad vóór het bestuurlijke overleg met de minister te informeren over de inzet van het college en de raad direct na afloop te informeren over de gemaakte afspraken, de daarbij behorende termijnen en de gevolgen daarvan voor de verdere besluitvorming in Dinkelland? Antwoord vraag 10: Het college hecht eraan dat de gemeenteraad betrokken blijft bij het vervolg. Het Ministerie heeft laten weten dat de uitnodiging met daarin de datum voor het bestuurlijke gesprek op korte termijn te versturen. Wanneer duidelijk is wanneer het gesprek plaatsvindt, wordt u hiervan op de hoogte gesteld. Na het bestuurlijke overleg zal de gemeenteraad worden geïnformeerd over de gemaakte afspraken, de termijnen die daarbij zijn afgesproken en de gevolgen daarvan voor het verdere proces en de besluitvorming in Dinkelland. Waarom deze raadsbrief? Op basis van artikel 35 van het Reglement van Orde kan een raadslid schriftelijke vragen stellen aan het college. Schriftelijke vragen worden door het college beantwoord middels een raadsbrief. Wij stellen u voor deze raadsbrief voor kennisgeving aan te nemen. Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met de raadsgriffier. Deze zal uw vragen aan ons college kenbaar maken. Burgemeester en wethouders van Dinkelland, de secretaris de burgemeester Drs. C.H.A.A. Luttikhuis J.G.J. Joosten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/1052/documents/25611