2026-63 Memo meicirculaire Dinkelland 2026 (bijlage)
Tekst van het document
Memo meicirculaire 2026 gemeentefonds -> gemeente Dinkelland Algemeen Meestal verschijnen jaarlijks drie circulaires. In mei, september en december. Mei geeft de vertaling van de Voorjaarsnota van de rijksoverheid, september van de vertaling van de Miljoenennota, december rondt het uitkeringsjaar zoveel mogelijk af. Dit is dus de eerste circulaire van dit jaar. De belangrijkste onderwerpen in deze meicirculaire zijn: - | De hoogte, omvang en de groei (het accres) van de algemene uitkering. - | 16 nieuwe decentralisatie-uitkeringen en wijzigingen in bestaande decentralisatie-uitkeringen. Voor Participatie heeft loon- en prijsbijstelling plaatsgevonden en is een nieuwe verdeelsleutel voor Beschut werk geïntroduceerd. - | 13 taakmutaties (waaronder de huishoudelijke hulp uit de WMO vanaf 2029 en de vangnetregeling WMO). Uitstel van vervanging abonnementstarief WMO. - | Afrekening btw compensatiefonds 2025. - | Inkomensmaatstaven OZB; aanpassing verdeelmaatstaf.
Hoogte en omvang algemene uitkering De hoogte en omvang van de algemene uitkering uit de meicirculaire 2026 laat het volgende meerjarige verloop zien: gemeente Dinkelland | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 stand decembercirculaire 2025 | 52.133 | 52.273 | 52.331 | 53.972 | 55.952 stand meicirculaire 2026 | 52.611 | 54.205 | 53.404 | 53.657 | 55.627 Saldo | 478 | 1.933 | 1.074 | -315 | -325 Accres In de meicirculaire 2026 is een nieuwe raming voor het accres 2026 en verder opgenomen. Deze raming is gebaseerd op de actuele raming van de ontwikkeling van het bbp (bruto binnenlands product) door het Centraal Planbureau. Het volume accres wordt gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp. Het LPO (loon – en prijs ontwikkeling) accres wordt gebaseerd op de prijs bruto binnenlands product (pbbp). De indexatie voor inflatie volgt de prijs bbp van het lopende jaar. Voor de jaren 2026 (+0.41%), 2028 (+0,25%) en 2030 (+0,24%) zijn de ramingen voor de prijs bbp omhoog bijgesteld. Afrekening btw compensatiefonds 2025 Het BTW-compensatiefonds (BCF) is een landelijke regeling waarmee gemeenten de betaalde btw op veel uitgaven kunnen terugvragen. Voor dit fonds geldt een maximaal budget (het plafond). In 2025 hebben gemeenten gezamenlijk € 215 miljoen minder gedeclareerd dan het beschikbare plafond. Hierdoor bleef er geld over.
In september 2025 hadden gemeenten al een voorschot ontvangen van € 428 miljoen. Na de definitieve berekening blijkt dat dit voorschot te hoog was. Daarom wordt in 2026 landelijk € 213 miljoen teruggehaald via het gemeentefonds. Door deze verlaging de verwachte uitkering uit het gemeentefonds lager uit, wat een nadelig effect heeft op de meerjarenbegroting. Dit komt voor Dinkelland neer op een nadeel vanaf het jaar 2026 van € 140.000. Te ramen (stel)posten In onderstaande tabel wordt het effect van de meicirculaire op de diverse stelposten weergegeven: te ramen (stel)posten | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 - stelpost looncompensatie | -144 | 16 | -9 | 106 | 236 - stelpost prijscompensatie | -322 | -394 | -539 | -589 | -749 - stelpost loon en prijs verbonden partijen | - | - | -20 | -40 | -60 - uitstel vervanging abonnementstarief Wmo | -270 - HO uit de Wmo met vangnetregeling | 1.232 | 1287 - participatie | -142 | -135 | -219 | -256 | -92 Totaal te ramen (stel)posten | -608 | -783 | -787 | 453 | 622 Stelposten loon- en prijscompensatie en verbonden partijen Op basis van de indexcijfers uit de meicirculaire 2026 ten opzichte van de septembercirculaire 2025 hebben wij onze (meerjarige) stelposten aangepast aan de meest actuele cijfers. Dit betekent een verhoging van de stelpost prijscompensatie en een verlaging van de stelpost looncompensatie.
Daarnaast hebben we ook de stelpost voor onze verbonden partijen verhoogd omdat de totale omvang van de bijdrage aan deze verbonden partijen de laatste jaren is gestegen. Uitstel vervanging abonnementstarief WMO Het abonnementstarief in de Wmo 2015 wordt vervangen door een inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage. De invoering was gepland per 1 januari 2027, maar is uitgesteld naar 1 januari 2028. Daarom wordt voor 2027 € 266 miljoen (inclusief accres) vanuit de begroting van het ministerie van VWS overgeheveld naar het gemeentefonds. Dit betekent voor de gemeente Dinkelland een hogere algemene uitkering voor het jaar 2027 van € 272.000. Met dit extra bedrag kan de eerder opgenomen stelpost ten bedrage van € 270.000 worden afgeboekt. Hoe deze inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage er precies uit komt te zien en of de gemeenten daar ook inderdaad de geraamde bedragen mee incasseren is nog niet duidelijk. Vanaf het jaar 2028 blijven we voorlopig uitgaan van de verwachting dat de lagere algemene uitkering wordt goedgemaakt door de te incasseren eigen bijdragen. Hier ramen we een structureel bedrag van € 270.000 voor, gelijk aan de verlaging van de algemene uitkering.
Huishoudelijke hulp uit de WMO Zoals in het coalitieakkoord van het kabinet-Jetten is opgenomen vervalt per 1 januari 2029 de huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening binnen de Wmo voor mensen die dit zelf kunnen betalen. Hierdoor dalen de gemeentelijke uitgaven en wordt vanaf 2029 jaarlijks € 1,4 miljard uit het gemeentefonds gehaald. Dit betekent voor de gemeente Dinkelland een verlaging van de algemene uitkering vanaf het jaar 2029 van € 1,756 miljoen. Tegenover deze verlaging van de algemene uitkering ramen wij een stelpost voor eenzelfde bedrag in afwachting van meer duidelijkheid over de exacte uitwerking van deze wetswijziging en dan vooral de resterende gemeentelijke verantwoordelijkheid. Vangnetregeling huishoudelijke hulp uit de WMO Zoals in het coalitieakkoord van het kabinet-Jetten is opgenomen vervalt per 1 januari 2029 de huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening binnen de Wmo voor mensen die deze zelf kunnen betalen. Hierdoor wordt € 1,4 miljard bespaard. Voor inwoners die niet zelf in huishoudelijke hulp kunnen voorzien, blijft de gemeente ondersteuning bieden. Hiervoor blijft € 430 miljoen beschikbaar in het gemeentefonds wat voor Dinkelland neerkomt op een algemene uitkering van € 524.000 vanaf het jaar 2029.
Tegenover dit beschikbare bedrag in het gemeentefonds (en dus de algemene uitkering) ramen wij een stelpost voor eenzelfde bedrag in afwachting van meer duidelijkheid over de exacte uitwerking van deze wetswijziging en dan vooral de resterende gemeentelijke verantwoordelijkheid. Samenvattend leidt het voornemen om de huishoudelijke ondersteuning per 1 januari 2029 als maatwerkvoorziening uit de Wmo te halen voor mensen die dit zelf kunnen betalen tot een korting op het gemeentefonds van ongeveer € 1 miljard. Voor de gemeente Dinkelland komt dat neer op een verlaging van de algemene uitkering van € 1.232.000 (€ 1,75 miljoen -/- € 524.000). Zoals hiervoor aangegeven ramen we stelposten voor deze beide bedragen in afwachting van meer duidelijkheid over de exacte uitwerking van deze wetswijziging en dan vooral de resterende gemeentelijke verantwoordelijkheid. Uiteraard hebben wij overleg met onze toezichthouder (de provincie Overijssel) over deze wijze van verwerking. In de komende P&C documenten, te beginnen bij de begroting 2027, komen wij terug op de verdere verwerking van de huishoudelijke hulp “in de nieuwe vorm” Participatie De integratie-uitkering Participatie verandert door de loon- en prijsbijstelling 2026 (€ 84,1 miljoen in 2026, aflopend naar € 68,1 miljoen in 2031). Daarnaast wordt de rijksbijdrage voor beschut werk anders verdeeld vanwege een nieuwe verdeelsleutel.
Conform bestaand beleid voegen wij deze hogere uitkering met ingang van het jaar 2026 toe aan de raming voor participatie / sociale werkvoorziening. Taakmutaties Het saldo van de hogere algemene uitkering is geen pure “winst”. We dienen rekening te houden met de taakmutaties die benoemd zijn door het rijk. Taakmutaties zijn middelen die met een bepaald oogmerk aan het gemeentefonds zijn toegevoegd of onttrokken, maar waar geen bestedingsverplichting aan ten grondslag ligt. Wanneer ze nieuw zijn worden ze eenmalig afzonderlijk benoemd om inzicht te creëren waaraan het rijk meer of minder geld gaat besteden. Maar het uitgangspunt van de gehele algemene uitkering is en blijft dat de middelen vrij aanwendbaar zijn. Binnen de gemeente Dinkelland kennen we de lijn dat voor deze taakmutaties een stelpost wordt opgenomen in afwachting van te ontwikkelen beleid. Zodra door college en raad wordt ingestemd met het ontwikkelde beleid kan een beroep worden gedaan op deze stelpost(en). Indien ervoor wordt gekozen geen beleid te ontwikkelen dan kan de stelpost vrijvallen ten gunste van de algemene middelen.
De taakmutaties die in de meicirculaire 2026 zijn benoemd en die van toepassing zijn op de gemeente Dinkelland zijn: te ramen taakmutaties | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 Rijksvergoeding CDOKE | -870 Kinderopvang pleegouders | -16 | -16 jeugdhulp kinderen in een AZC | -6 | -6 | -6 | -6 | -6 Wet betaalbare huur | -1 | -1 | -1 | -1 | 0 Overheidsbrede dienstverlening | -3 | -3 | -3 | -3 | -3 Alleenverdienersproblematiek | -16 Aanvullende ondersteuning lokale energiehulp | -17 IBO Problematische schulden | -15 Re-integratiedienstverlening gericht op jongeren | -12 | -12 | -12 | -12 | -15 Ondersteuning lokale politieke partijen | -10 Gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen | -4 Totaal te ramen taakmutaties | -96 | -912 | -22 | -22 | -24 Toelichting per taakmutatie Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE) Voor 2027 ontvangen gemeenten € 671 miljoen voor de uitvoering van klimaat- en energiebeleid. Het grootste deel (€ 583 miljoen) wordt verdeeld volgens een verdeelsleutel die rekening houdt met gemeentelijke taken en kenmerken, zoals het aantal inwoners. Daarnaast is € 85,9 miljoen gereserveerd voor plannen rondom aardgasvrije wijken, wind- en zonne-energie en zero- emissiezones. Ook zijn hierin middelen opgenomen voor de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL).Voor de gemeente Dinkelland betreft het een bedrag van € 870.000.
Dit bedrag wordt functioneel geraamd. Kinderopvang pleegouders Bij de Voorjaarsnota 2025 heeft het Rijk extra middelen beschikbaar gesteld voor een bijdrage in de kosten van kinderopvang en buitenschoolse opvang (BSO) voor pleegkinderen. Deze bijdrage is bedoeld voor alle pleegouders die gebruikmaken van formele opvang, ook in het vrijwillig kader, en compenseert de eigen bijdrage die resteert na eventuele kinderopvangtoeslag. Voor 2025 is hiervoor € 10,7 miljoen toegevoegd aan het gemeentefonds; deze middelen worden ook in 2026 en 2027 beschikbaar gesteld. Gemeenten en pleegzorgaanbieders maken afspraken over de wijze waarop pleegouders aanspraak kunnen maken op deze bijdrage. Dit betekent voor de gemeente Dinkelland een hogere algemene uitkering van €16.000 in de jaren 2026 en 2027 Wij ramen een stelpost in afwachting van te ontwikkelen beleid / meer duidelijkheid over de te maken afspraken tussen gemeenten en pleegzorgaanbieders. Jeugdhulp kinderen in een AZC Sinds 2019 zijn gemeenten volledig verantwoordelijk voor de organisatie en financiering van jeugdhulp, inclusief jeugd-ggz voor kinderen in asielzoekerscentra (AZC's). Hiervoor is structureel € 5,1 miljoen beschikbaar. Dit betekent voor de gemeente Dinkelland een structureel hogere algemene uitkering van € 6.000 vanaf het jaar 2026. Dit bedrag voegen wij toe aan de functionele ramingen voor de jeugdzorg.
Wet betaalbare huur De Wet maximering huurprijsverhogingen geliberaliseerde huurovereenkomsten beperkt de jaarlijkse huurverhoging in de vrije sector. Sinds 1 juli 2024 houden gemeenten toezicht op de naleving en kunnen zij handhaven bij overtredingen. De wet loopt tot 1 mei 2029. Voor de uitvoering van deze taken ontvangen gemeenten in de periode 2026–2029 in totaal € 3,4 miljoen: € 1 miljoen in 2026, € 960.000 in 2027, € 1 miljoen in 2028 en € 416.000 in 2029. Deze middelen zijn bedoeld voor toezicht en handhaving. De hogere algemene uitkering bedraagt voor Dinkelland € 1.000 en voegen we toe aan de begroting van Noaberkracht omdat daar de betreffende werkzaamheden voor toezicht en handhaving plaatsvindt. Overheidsbrede dienstverlening De SPUK Informatiepunten Digitale Overheid (IDO) is vanaf 2026 omgezet in de decentralisatie- uitkering Overheidsbrede Dienstverlening. Hiermee kunnen gemeenten inwoners laagdrempelig ondersteunen bij zaken met de (digitale) overheid en hun regierol in het lokale netwerk versterken. Naar aanleiding van een aangenomen motie wordt de eerder doorgevoerde korting van 10% gecompenseerd. Daarom wordt vanaf 2026 structureel € 1,7 miljoen per jaar toegevoegd aan deze decentralisatie-uitkering. Dit komt voor de gemeente Dinkelland neer op een structureel hogere algemene uitkering van € 3.000.
Aangezien wij het betreffende informatiepunt (IDO) hebben belegd bij de bibliotheek voegen wij dit aanvullende bedrag toe aan de functionele raming voor het bibliotheekwerk Alleenverdienersproblematiek Gemeenten verstrekken in de periode 2025–2027 een vaste tegemoetkoming aan alleenverdienerhuishoudens die door samenloop van regelingen te weinig toeslagen ontvangen en daardoor onder het bestaansminimum uitkomen. Voor de uitvoering ontvangen gemeenten een budget gebaseerd op het aantal verwachte rechthebbenden, de hoogte van de tegemoetkoming en de uitvoeringskosten. Als later blijkt dat meer huishoudens recht hadden op de regeling, ontvangen gemeenten twee jaar later aanvullend budget. Het gaat hier voor de gemeente Dinkelland om een extra bijdrage van € 16.000 in 2026. We ramen een stelpost in afwachting van het in beeld krijgen van de daadwerkelijke (financiële) impact. Compensatie medewerkers sociaal ontwikkelbedrijven In de decembercirculaire 2025 is € 40 miljoen uitgekeerd aan gemeenten voor de decentralisatie- uitkering Compensatie medewerkers sociaal ontwikkelbedrijven. Door een omissie bij het Rijk hebben de gemeenten Dinkelland en Tubbergen geen budget ontvangen. Met een aanvulling van in totaal € 100.057 in deze circulaire voor 2026 wordt dit hersteld.
Omdat beide gemeenten samenwerken binnen één sociaal ontwikkelbedrijf, wordt het volledige bedrag aan de gemeente Dinkelland uitgekeerd. Hiervan is € 50.000 voor de gemeente Tubbergen. Dit is een vergoeding voor reeds gemaakte kosten en valt nu dus terug naar de algemene middelen. Aanvullende ondersteuning lokale energiehulp Gemeenten ontvangen deze decentralisatie-uitkering om hun lokale aanpak van energiearmoede verder te versterken. Hiervoor is een gezamenlijk portaal ontwikkeld door het ministerie van SZW, de Stichting Tijdelijk Noodfonds Energie (TNE) en de VNG. Via dit portaal kunnen gemeenten, met toestemming van de aanvrager, contactgegevens ontvangen van huishoudens die een aanvraag bij het TNE hebben ingediend. Hierdoor kunnen gemeenten huishoudens met een laag inkomen en hoge energiekosten gericht benaderen en passende ondersteuning bieden via het bestaande lokale hulpaanbod. Dit betekent voor de gemeente Dinkelland een eenmalig hogere algemene uitkering van € 17.000 in 2026. We ramen een stelpost in afwachting van de nadere uitwerking. IBO problematische schulden Het kabinet zet in op een verdere aanpak van problematische schulden. In 2026 worden bestuurlijke afspraken gemaakt om de vroegsignalering van schulden te versterken. Doel is om het bereik van de doelgroep tot en met 2029 te verdubbelen en de uitval te halveren.
Hiervoor stelt het ministerie van SZW in 2026 € 21,3 miljoen beschikbaar. Dit gaat voor Dinkelland om een extra eenmalig bedrag in 2026 van € 15.000. Hiervoor ramen wij een stelpost in afwachting van te ontwikkelen beleid. Re-integratiedienstverlening gericht op jongeren Er wordt structureel extra budget beschikbaar gesteld gericht op de arbeidsinschakeling van jongeren tot 27 jaar. In totaal gaat het om € 12,5 miljoen in 2026 oplopend tot € 44,3 miljoen structureel vanaf 2033. Voor de gemeente Dinkelland komt dit neer op een structureel hogere algemene uitkering vanaf het jaar 2026 van € 12.000 oplopend naar een structureel bedrag van € 15.000 vanaf het jaar 2030. Voor deze bedragen ramen we meerjarige stelposten in afwachting van te ontwikkelen beleid Ondersteuning lokale politieke partijen Voor 2026 is € 5,5 miljoen beschikbaar gesteld om lokale politieke partijen met een zetel in de gemeenteraad te ondersteunen. Gemeenten ontvangen deze middelen via een decentralisatie- uitkering. De verdeling is gebaseerd op het aantal raadszetels, waarbij het bedrag per zetel afhankelijk is van het inwoneraantal van de gemeente. Dit komt voor de gemeente Dinkelland neer op een eenmalig extra bedrag via de algemene uitkering in het jaar 2026 van € 10.000.
Dit extra bedrag voegen we, in overleg met de griffie, toe aan de betreffende ramingen voor de raad en raadscommissies Gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen Gemeenten ontvangen in 2027 opnieuw middelen om samen met antidiscriminatievoorzieningen extra in te zetten op preventie van discriminatie. Hiervoor is € 2,5 miljoen beschikbaar, verdeeld op basis van € 0,14 per inwoner. Dit komt voor de gemeente Dinkelland neer op een eenmalig extra bedrag in het jaar 2027 van € 4.000. Voor dit bedrag ramen we een stelpost in afwachting van te ontwikkelen beleid Budgettair effect Mei circulaire 2026 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 Hogere algemene uitkering | 478 | 1.933 | 1.074 | -315 | -325 Totaal te ramen (stel)posten | -608 | -783 | -787 | 453 | 622 Totaal te ramen taakmutaties | -96 | -912 | -22 | -22 | -24 Totaal | -226 | 238 | 265 | 116 | 273 Verklaring Het resterende voordelige meerjarige effect van deze meicirculaire is vooral een gevolg van een stijging van een aantal maatstaven. Het bleek dat we groei van ons inwoneraantal met daarbinnen ook de 75plussers harder zijn gestegen dan verwacht. Deze maatstaven zijn op basis van de gegevens van begin dit jaar naar boven toe bijgesteld. Vervolg De vertaling van de algemene uitkering en de voordelige budgettaire consequenties daarvan voor het jaar 2026 nemen we mee in het programmajournaal 2026.
De meerjarige consequenties vanuit de meicirculaire 2026 leveren vanaf het jaar 2027 een verbetering op van het gepresenteerde herziene meerjarige saldo uit de financiële tussenrapportage 2026-2030. Deze meerjarige consequenties voor onze meerjarige begroting betrekken we bij het opstellen van de begroting 2027. Zowel bij het programmajournaal 2026 als bij de begroting 2027 worden ook de overige (financiële) mutaties in beeld gebracht waarna een totaalbeeld van het herziene meerjarige saldo over de jaren 2026 tot en met 2030 ontstaat.