CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-58 Ambitieplan en Actieprogramma Corculaire Economie 2026-2027 (bijlage)

Gemeenteraad 22 september 2026, gemeente DinkellandBij agendapunt: 7: Vaststelling van de ingekomen stukkenlijst d.d. 8 september 20268.064 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente: openbare ruimte Gemeente: openbare ruimte Gemeente: gebiedsontwikkeling Gemeente: gebiedsontwikkeling CIRCULAIRE ECONOMIE Onze ambitie is een toekomst waarin we samen slimmer omgaan met wat we hebben. We hergebruiken materialen, voorkomen afval en maken bewuste keuzes. Als gemeente geven we het voorbeeld en werken we samen met inwoners, bedrijven en partners toe naar een circulaire samenleving in 2050. Inwoners Inwoners Bedrijven en organisaties Bedrijven en organisaties Gemeente: inkoop Gemeente: inkoop Lokaal ambitieplan met 5 invalshoeken Juni 2026 Inhoudsopgave 2 Lokaal Ambitieplan 3 1. Van lineair naar Circulair 3 1.1 De lineaire economie 3 1.2 Een circulaire economie 4 1.3 Nationale en regionale doelen 4 Circulair Materialenplan 4 3. Lokale koers 5 Dinkelland en Tubbergen Circulair in 2050 8 Koers per invalshoek 8 2. Samenwerken aan een Circulaire Economie 8 2.1 Samenwerking aan het Koersdocument 5 2.2 Samenwerking Twentse gemeenten 6 2.3 Samenwerking binnen Noaberkracht met de verschillende organisatie onderdelen 6 4.

Actieprogramma 2026 - 2027 11 4.1 Invalshoek 1: Inwoners 12 4.1.1 Circulair ambachtscentrum 12 4.1.2 Bouwkringloop 13 4.2 Invalshoek 2: Bedrijven en organisaties 15 4.2.1 Informeren en ondersteunen bedrijven 15 4.2.2 Werken aan circulaire bedrijventerreinen 15 4.2.3 Werken aan circulair voedsellandschap/kringlooplandbouw 16 4.3 Invalshoek 3: Gemeente, Inkoop 17 4.3.1 Maatschappelijk verantwoord opdrachtgeven en inkopen (MVOI) 17 4.4.3 Gemeentelijk vastgoed 23 4.3.3 Bewustwording en kennisopbouw 20 4.4 Invalshoek 4: Gemeente, Openbare ruimte 22 4.4.1 Re:Match:D Samen op weg om circulariteit regionaal de norm te maken 22 4.4.2 Toepassen Aanpak Duurzaam GWW 22 4.5 Invalshoek 5: Gemeente, Gebiedsontwikkeling 25 4.5.1 Stimuleren (regionale) ketens en toepassing van circulaire/biobased materialen 25 4.5.2 Prestatieafspraken en samenwerking met woningcorporaties 26 5. Financiën en Impact 27 6. Communicatie en bewustwording 29 7. Inventarisatie en monitoring 29 2.4 Samenwerking met ondernemers, inwoners en stichtingen 7 4.1.3 Bewustwording 13 3 Lokaal Ambitieplan Hoe krijgen we Nederland Circulair in 2050? Het document dat voor u ligt is een beschrijving van de koers hoe de gemeenten Dinkelland en Tubbergen de komende jaren gaan werken aan de transitie naar een circulaire economie.

Het beschrijft hoe de gemeenten aansluiting krijgen bij de regionaal en landelijke gestelde doelen voor de middel- en lange termijn. Vervolgens wordt in een actieprogramma beschreven hoe we de komende 2 jaar de eerste aanzet daar voor gaan maken. In de interne organisatie maar ook voor inwoners en lokale ondernemers en organisaties. In de transitie van een lineaire naar een circulaire economie ontstaan ook kansen voor ondernemers. 1. Van lineair naar Circulair Een onhoudbaar systeem Een lineaire economie is niet houdbaar omdat ze gebaseerd is op het principe van grondstof winning, maken van producten en daarna weg gooien, of laagwaardig recyclen. Dit leidt tot uitputting van natuurlijke hulpbronnen, toenemende vervuiling en grote CO ₂ -uitstoot. Bovendien maakt het systeem onze economie kwetsbaar, omdat grondstoffen schaarser en duurder worden. Ook veroorzaakt het sociale ongelijkheid, doordat productie vaak plaatsvindt onder slechte arbeidsomstandigheden in lagelonenlanden. De milieuschade en afvalproblemen worden afgewenteld op toekomstige generaties. Kritische grondstoffen Doordat grondstoffen steeds schaarser worden heeft de Europese Unie besloten regels op te stellen voor het borgen van onmisbare grondstoffen (Critical Raw Materials Act – CRMA).

Het hoofddoel is om de EU minder afhankelijk te maken van derde landen en een veilige, veerkrachtige en duurzame voorziening van deze materialen te waarborgen. 1.1 De lineaire economie De belangrijkste regels en doelstellingen van de CRMA zijn: Vaststellen van strategische doelstellingen: De verordening stelt duidelijke streefcijfers vast voor de interne capaciteit van de EU tegen 2030: Ten minste 10% van de jaarlijkse EU-behoefte aan strategische grondstoffen moet binnen de EU worden gedolven (winning). Ten minste 40% moet binnen de EU worden verwerkt (raffinage). Ten minste 25% moet worden gedekt door recycling binnen de EU. De afhankelijkheid van één enkel niet-EU-land voor een specifieke strategische grondstof mag niet groter zijn dan 65% van de jaarlijkse EU-behoefte. Vaststellen van lijsten: De CRMA bevat lijsten van zowel kritieke als strategische grondstoffen, die periodiek herzien kunnen worden op basis van economisch belang en leveringsrisico. 1.2 Een circulaire economie Een circulaire economie is een economisch systeem waarin grondstoffen, producten en materialen zo lang mogelijk in gebruik gehouden worden, waardeverlies voorkomen wordt en afval zoveel mogelijk wordt vermeden. De meest gehanteerde definitie van circulaire economie is afkomstig van de Ellen MacArthur Foundation.

Deze definitie maakt geen onderscheid tussen financieel, geproduceerd, menselijk, sociaal of natuurlijk kapitaal. Het uitgangspunt is dat de circulaire economie dit kapitaal wil herwaarderen en wil bouwen aan een andere economische systematiek.

4 1.3 Nationale en regionale doelen Het doel van de Rijksoverheid: Een 100% circulaire economie in 2050 Het regionaal Koersdocument geeft richting aan de Twentse circulaire transitie en bevat drie doelstellingen: De Twentse gemeenten zijn in 2050 volledig circulair als het gaat om het gebruik van materialen en grondstoffen; Binnen de Twentse gemeenten is in 2030 het gebruik van niet-hernieuwbare grondstoffen met 50% verminderd. Binnen de Twentse gemeenten wordt vanaf 2035 voor 50% van alle grondstoffen en materialen die in gemeentelijk bezit of onderhoud zijn, periodiek de (markt)waarde vastgesteld. De eerste twee van deze doelen komen dus overeen met de landelijke doelen, het derde doel is daar voor de regio aan toegevoegd. Om waarde toe te kunnen kennen aan alle grondstoffen en materialen in gemeentelijk bezit dienen materiaalpaspoorten opgesteld te worden. Hiermee wordt ons De definitie onderscheidt drie onderliggende uitgangspunten: 1.Behoud en verbetering van natuurlijk kapitaal door: beheersing van voorraden grondstoffen en hulpbronnen die op raken (eindige voorraden) en het in evenwicht houden van hernieuwbare hulpbronnen. 2.Optimalisatie van het beheer van grondstoffen en hulpbronnen door producten, componenten en materialen die in gebruik zijn, in omloop te houden in zowel technische als biologische cycli.

3.Stimulering van de effectiviteit van het systeem, door negatieve bijkomende effecten bloot te leggen en uit het systeem te verwijderen. fysieke bezit (vastgoed en openbare ruimte) een zogenaamde 'urban mine', waarmee de grondstoffen die nodig zijn voor de inrichting van de openbare ruimte uit ons bestaande bezit komen. De gemeenten Dinkelland en Tubbergen hebben zich in de collegevergadering van 5 november 2024 aan dit koersdocument gecommitteerd om vervolgens de gemeenteraad hierover te informeren. Regionaal wordt er in het ambtelijk overleg Circulaire Economie verder gewerkt aan de gestelde doelstellingen. Dit zodat lokaal regionaal kan versterken en andersom. Circulair Materialenplan Op 30 december 2025 is het Circulair Materialenplan (CMP) in werking getreden. Het CMP ondersteunt de transitie naar een circulaire economie. Het is de opvolger van het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP). Met het CMP biedt het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat praktische kennis en handvatten aan overheden en bedrijven. Overheden zijn verplicht om de toetsingskaders van het CMP te gebruiken. Het gaat dan bijvoorbeeld over besluiten met betrekking tot omgevingsvergunningen en het omgevingsplan. Voor bedrijven kan het betekenen dat vergunningen worden aangepast door het bevoegd gezag.

5 2. Samenwerken aan een Circulaire Economie Om te komen tot een gedragen lokaal koersdocument circulaire economie zijn een aantal denk sessies georganiseerd met lokale ondernemers, inwoners en collega’s. Het resultaat van deze sessies is onder meer een samenstelling van een vijftal invalshoeken voor het actieprogramma 2026 en 2027, hieronder een weergave van de invalshoeken: 2.1 Samenwerking aan het Koersdocument Inwoners Bedrijven en organisaties Gemeente: Inkoop Gemeente: Openbare ruimte Gemeente: Gebieds- ontwikkeling Van inzameling en verwerking tot hergebruik, afvalpreventie en duurzame consumptie Aanzetten en ondersteunen bij duurzame productie en sluiting grondstof- kringlopen Van goederen als meubilair en koffie tot diensten en werken als catering, vervoer en gebouwen. Van ontwerper en vormgever tot inrichter en beheerder van de openbare ruimte/ infrastructuur Van bestemmingsplan tot en met uitvoering van het gehele gebiedsplan Wat we voor de invalshoeken gaan doen staat beschreven in het actieprogramma 2026 – 2027.

6 Samen met 14 samenwerkende Twentse gemeenten is een regionaal koersdocument opgesteld, de gemeenten Dinkelland en Tubbergen hebben zich op 5 november 2024 aan dit koersdocument gecommitteerd. Bij dit koersdocument hoort een Regionaal Actie Plan die in het voorjaar van 2026 verder opgepakt wordt door verschillende werkgroepen per invalshoek. De projectleider Circulaire Economie neemt deel aan deze overleggen zodat er verbinding blijft bestaan tussen de andere Twentse gemeenten en Dinkelland en Tubbergen. 2.2 Samenwerking Twentse gemeenten Binnen Noaberkracht werken we samen met de organisatieonderdelen Openbare Ruimte, Fysieke Leefomgeving, Samenleving. Medewerkers die onderdeel uitmaken van team duurzaamheid zitten verweven in deze organisatie onderdelen. Deze onderdelen hebben de grootste potentie als het gaat om het behalen van de doelstellingen. Wanneer het circulair denken gemeengoed is geworden binnen deze onderdelen wordt het circulaire denken verder uitgerold naar de overige organisatieonderdelen. Openbare Ruimte Het organisatieonderdeel Openbare Ruimte heeft de training Asset Management gevolgd. In die training ligt de focus op waarde creëren op het moment dat een onderdeel in de Openbare Ruimte vervangen dient te worden of groot onderhoud nodig heeft.

2.3 Samenwerking binnen Noaberkracht met de verschillende organisatie onderdelen Om tot een optimale toegevoegde waarde te komen wordt er niet alleen gekeken naar de investering voor het 1 op 1 vervangen maar met name naar de levens cyclus en restwaarde maar ook naar een eventueel toe te voegen maatschappelijke waarde. Fysieke Leefomgeving Binnen de fysieke leefomgeving zijn er drie teams waar de focus op ligt, Ruimtelijke Ordening, Vergunningverlening en grondzaken. Onderzocht wordt of het mogelijk is om gebiedsgericht via een programma instrument een stimulering opgenomen kan worden. Samenleving Het organisatieonderdeel samenleving bestaat uit zeven onderliggende teams die allen op verschillende plekken en in verschillende mate in de maatschappij vertegenwoordigd zijn. Deels zitten we binnen dit organisatieonderdeel zelf aan het stuur met team vastgoed en deels hebben we een motiverende rol. Die motiverende en stimulerende rol kan uitgerold worden door onze buurtmannen en -vrouwen, bedrijfsconsulenten, dorpsondersteuners en adviseur economie. Voordat onze collega’s op pad gestuurd worden met dit thema moet helder zijn wat de mogelijkheden zijn, daar is eerst intern onderzoek voor nodig. We starten met een startbijeenkomst voor collega's en volgen daarna het communicatieplan.

Team Duurzaamheid Medewerkers uit team duurzaamheid zijn ondergebracht in de organisatieonderdelen Openbare Ruimte en Fysieke Leefomgeving. Doordat de medewerkers letterlijk naast de vakspecialisten werken zijn de lijnen kort, dit helpt in de transitie naar een circulaire economie als het gaat om de doelen voor de gemeenten.

7 Een circulaire economie ontstaat niet als we onze eigen ondernemers en inwoners buiten beschouwing zouden laten. De focus ligt hierbij op bedrijventerreinen en reststromen en op hergebruik van huisraad zodat dit niet bij het afval terecht komt. Binnen de land- en tuinbouwsector worden de ondernemers ondersteunt om te komen tot ketensamenwerking die significant moet bijdragen aan de bouw en verbouw sector die in onze gemeenten van oudsher ook sterk vertegenwoordigd is. Ondernemers De omgevingsdienst is een belangrijke partner als het gaat om normeren. Het normeren vindt momenteel plaats door het rapporteren op milieuprestaties van bedrijven. De omgevingsdienst helpt daarnaast met het opstellen van een dashboard om te kunnen monitoren en zijn ze bedrijventerreinen aan het inventariseren op reststromen. Daarnaast kunnen bedrijven gebruik maken van subsidieregelingen op het gebied van circulaire economie, nationaal maar ook Europees. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) heeft een loket met gidsen die adviseren over welke steun of regeling aangevraagd kan worden. Ook de gemeente zal helpen om onze lokale ondernemers wegwijs te maken in het aanvragen van mogelijke regelingen. Inwoners Voor onze inwoners is het met name belangrijk om te voorkomen dat producten eindigen als afval terwijl deze producten nog prima een gebruikscyclus mee kunnen, eventueel met een reparatie.

Steeds meer kringloopbedrijven beschikken over een repair shop voor kleine huishoudelijke apparaten. 2.4 Samenwerking met ondernemers, inwoners en stichtingen Een koploper in de sector van huishoudelijk hergebruik zou De Rondgang in Tubbergen kunnen zijn, hier kunnen inwoners alvorens ze naar het afvalbrengpunt gaan hun huisraad aanbieden om zo hoog mogelijk op de R-ladder hergebruikt te worden. Nader onderzoek moet uitwijzen of ook inwoners van Dinkelland van deze dienst gebruik zouden kunnen maken. Stichtingen Maatschappelijk vastgoed is vaak in eigendom van stichtingen, wanneer de gemeente eigendom is maken stichtingen gebruik van het vastgoed als middel om hun doelen te realiseren. Omdat er vaak een bestaande relatie is met de gemeente is de communicatie naar de stichting gemakkelijker te realiseren en is de kans groter om circulaire thema’s echt onder de aandacht te krijgen. Ook hier is de interne communicatie en doelstelling belangrijk zodat collega’s weten wat ze over kunnen brengen. Primair onderwijs is een stichting waarbij het vastgoed onder verantwoordelijkheid valt van die stichting. In Dinkelland is dat KONOT en in Tubbergen TOF. In Dinkelland worden momenteel een tweetal schoolgebouwen ontworpen waarbij Circulariteit een belangrijk thema is. De opgedane ervaring wordt weer meegenomen in vervolg projecten. De gemeente heeft hierin een adviserende rol.

8 3. Lokale koers In 2050 zijn de gemeenten Tubbergen en Dinkelland, in lijn met het nationale doel, geheel circulair. Een absoluut minimum aan niet-hernieuwbare grondstoffen komt de economie binnen, grondstoffen die binnenkomen worden op een zo hoogwaardig mogelijke manier hergebruikt en het verlies van grondstoffen wordt geminimaliseerd. Vanuit de gemeente is de houding ‘circulair, tenzij’. Door deze nieuwe wijze van denken en doen geven we onszelf een kans om binnen de ecologische grenzen van onze planeet te blijven. Binnen de circulaire economie werken inwoners(collectieven), bedrijven en de gemeente samen binnen lokale waardeketens met lokale verwerking van grondstoffen. Circulariteit zit verweven in alle onderdelen van de gemeente; in het gemeentelijk vastgoed, in de openbare ruimte, in de gebouwde omgeving, binnen de bedrijven en binnen de kennis die we aan elkaar doorgeven. Circulaire keuzes zijn bereikbaar en betaalbaar voor iedereen en dragen bij aan werkgelegenheid. De gemeente geeft het goede voorbeeld om de koers richting een circulaire economie in te zetten. De gemeentelijke organisatie koopt circulair in. Bewustwording en gedragsverandering, circulair tenzij, binnen gebiedsontwikkeling en openbare ruimte, het stimuleren van circulariteit binnen bedrijven worden allemaal uitgedragen door de gehele organisatie.

Tubbergen en Dinkelland werken hierbij samen met haar partners in de regio aan een circulaire economie van de toekomst. De mate waarin de gemeente invloed kan uitoefenen op de circulaire economie verschilt per invalshoek. Bij de thema’s inwoners en bedrijven & organisaties ligt de invloed meer bij samenwerking en stimulering, terwijl de gemeente bij inkoop, openbare ruimte en gebiedsontwikkeling een meer sturende en directe rol kan en zal vervullen. Dinkelland en Tubbergen Circulair in 2050. Invalshoek 4: Gemeente, openbare ruimte Invalshoek 4: Gemeente, openbare ruimte Invalshoek 5: Gemeente, gebiedsontwikkeling Invalshoek 5: Gemeente, gebiedsontwikkeling Invalshoek 1: Inwoners Invalshoek 1: Inwoners Invalshoek 2: Bedrijven en organisaties Invalshoek 2: Bedrijven en organisaties Invalshoek 3: Gemeente, inkoop Invalshoek 3: Gemeente, inkoop Koers per invalshoek

9 Invalshoek 1: Inwoners Visie De gemeente levert haar bijdrage aan de landelijke afvaldoelstellingen en het streven naar een volledig circulaire economie in 2050. Op het gebied van afval betekent dit dat uiterlijk 2050 geen afval en grondstoffen meer worden verbrand (0%), maar volledig worden hergebruikt. Doel Om dit stapsgewijs te realiseren heeft de gemeente in het Grondstoffenbeleidsplan 2025-2030 een tussendoelstelling voor 2030 vastgelegd. Een reductie van 50% te verbranden huishoudelijk restafval en grondstoffen ten opzichte van het referentiejaar 2023 (Dinkelland). Een reductie van 20% te verbranden huishoudelijk restafval en grondstoffen ten opzichte van het referentiejaar 2023 (Tubbergen). In Tubbergen wordt een subsidie verstrekt om een Circulair Ambachtscentrum te laten ontstaan, hier kunnen inwoners hun overbodige huisraad aanbieden voor hergebruik. Dinkelland volgt op het moment dat het Ambachtscentrum in Tubbergen draait. Invalshoek 2: Bedrijven en organisaties Visie Bedrijven en organisaties zijn van groot belang bij het realiseren van een circulaire economie. Hierbij kun je denken aan het voorkomen van onnodig grondstoffengebruik en modulair ontwerpen en innoveren. De gemeente heeft in de ontwerp- en innovatieprocessen geen (grote) rol. Daarom kiest de gemeente voor om verbindingen te leggen en bedrijven en organisaties te stimuleren.

Doel Ketensamenwerking op gang brengen. Zowel voor en op bedrijventerreinen als in de landbouwsector. Met name inzetten op hergebruik van sloopmateriaal door bouwbedrijven en bouwmaterialenhandelaren zodat de kring meer gesloten wordt. Toekomstbestendige landbouw door producten te verbouwen die gebruikt kunnen worden voor biobased bouwen

10 Invalshoek 3: Gemeente, Inkoop Visie De gemeente zet haar inkoopinstrument in als middel om het proces naar een circulaire economie te versnellen. Inkopen en opdrachtgeven zijn belangrijke middellen om tot een circulaire economie te komen. Door de juiste vragen te stellen kun je de markt in beweging zetten en kunnen meer circulaire producten ontstaan. Circulair inkopen wordt op termijn het nieuwe normaal. Dit betekent dat de gemeente in de toekomst maximaal circulaire criteria toepast en hier alleen gemotiveerd van kan afwijken. Deze grootschalige verandering ontstaat alleen bij een stevige ambitie vanuit de (politieke) leiding met een goede uitwerking in het eigen beleid, een heldere doorvertaling naar opdrachtgevers en ten slotte een goede inkoop en uitvoering (inclusief contractmanagement). De organisatie moet op alle niveaus en in alle fases betrokken worden om serieuze effecten te kunnen realiseren. Doel We passen vanaf 2026 circulaire criteria toe in 20% tot 50% van onze inkooptrajecten en aanbestedingen. We passen vanaf 2030 circulaire criteria toe in 50% tot 80% van onze inkooptrajecten en aanbestedingen. Invalshoek 4: Gemeente, Openbare ruimte Visie De openbare ruimte als toonbeeld van de circulaire economie, dit is waar we als gemeente uiteindelijk naar streven. De gemeente maakt bij realisatie- en renovatie gebruik van herbruikbare materialen.

Daarnaast gaan we het gemeentelijk vastgoed zien als een tijdelijke grondstofopslagplaats waar materialen tijdelijk een functie hebben tot ze worden toegepast op een nieuwe opslagplaats in een andere structuur. Doel Bij het ontwerpen en inrichtingen van de openbare ruimte bestaat in 2030 het gebruik van grondstoffen en materialen voor 50% uit hernieuwbare en/of reeds in kringloop zijnde niet-hernieuwbare grondstoffen en materialen. Invalshoek 5: Gemeente, gebiedsontwikkeling Visie De gemeente zet in op circulaire bouw die bijdraagt aan de ambities voor de circulaire economie. In samenwerking met woningbouwcorporaties stimuleert de gemeente de markt voor circulaire gebiedsontwikkeling en wordt optimaal gebruik gemaakt van de beschikbaarheid aan bouwmaterialen die in de regio aanwezig zijn. Doel Door samen te werken met woningbouwcorporaties en gebiedsontwikkeling te stimuleren op het gebied van circulaire economie wordt bijgedragen aan de behalen van de doelen zoals gesteld in het regionale koersdocument, namelijk volledig circulair in 2050 en een reductie van 50% van niet hernieuwbare grondstoffen in 2030.

11 4. Actieprogramma 2026 - 2027 Met dit actieprogramma geven we invulling aan de koers die is ingezet: Dinkelland en Tubbergen volledig circulair in 2050 met als richting in 2035 minimaal 82% van het afval gerecycled en minimaal 15% hoogwaardig recyclen. In invalshoek 1 en 2 heeft de gemeente een motiverende rol, bij invalshoeken 3 t/m 5 kan en zal de gemeente een sturende rol op zich nemen. De periode voor het dit uitvoeringsprogramma is twee jaar: 2026 tot en met 2027. In dit actieprogramma geven we aan hoe de vijf verschillende invalshoeken en thema’s van de Circulaire Economie in de komende twee jaar worden ingevuld met acties en resultaten. Het is een dynamisch actieprogramma. Dit betekent dat tussentijds op basis van de actuele situatie of specifieke kansen, acties kunnen worden toegevoegd of aangepast. Ook kunnen we niet alles tegelijk en zal het ene project meer voortgang boeken dan de ander. Daarnaast zijn ook de beschikbare middelen beperkt. We zetten nu in op de acties waarvan we denken dat die het meest bijdragen en het meeste effect hebben voor de lokale circulaire economie. Na twee jaar worden de invalshoeken geëvalueerd en eventueel bijgesteld. Het actieprogramma voor 2028-2029 zal opnieuw aan het college ter vaststelling aangeboden worden.

12 Wat gaan we doen De gemeente gaat activiteiten ondersteunen die consumentenproducten een tweede leven geven en gelijktijdig de betrokkenheid van inwoners bij de circulaire transitie verhoogd. Om een bijdrage te kunnen leveren aan ons doel gaan we in de periode 2026 – 2027 samenwerken met de verschillende kringloopbedrijven, circulaire ambachtscentra en repair cafés, zie 4.1.1. Ook zetten we in op bewustwording zoals aangegeven in 4.1.2. 4.1 Invalshoek 1: Inwoners In een circulair ambachtscentrum werken meerdere partijen samen aan het verminderen van afvalstromen door producten en materialen weer een nieuw leven te geven. In Tubbergen werken meerdere partijen samen aan het opzetten van het circulair ambachtscentrum ‘de Rondgang’. We willen graag dat het ambachtscentrum in 2026 in gebruik is genomen en dat inwoners het circulair ambachtscentrum weten te vinden. Dit doen we door: Financiële bijdrage van € 90.000 voor Stichting De Rondgang. Dit is een éénmalige bijdrage die de eerste jaren het exploitatietekort moet opvangen. Communicatie: via de gemeentelijke website/socials en de gemeentepagina in het weekblad ‘Op en Rond de Essen’ zal er aandacht worden besteed aan ‘De Rondgang’.

4.1.1 Circulair ambachtscentrum Om het hergebruik onder particulieren in Dinkelland een impuls te geven zal eenzelfde constructie als het circulair ambachtscentrum in Tubbergen worden onderzocht met bestaande afvalinzamelaars. Ondersteunen van lokale initiatieven We onderzoeken hoe we bewonersinitiatieven en maatschappelijke organisaties, die zich voor afvalreductie inzetten, kunnen ondersteunen. Dit doen we door: Ondersteunen Repaircafés In de gemeenten Dinkelland en Tubbergen zijn al Repaircafés in gebruik, onderdeel van de kringloopwinkel. In een Repaircafé repareren vrijwilligers met twee rechterhanden kapotte spullen. Bij een Repaircafé kun je terecht met elektrische apparaten, fietsen, meubels, speelgoed, etc.… De Repaircafes ondersteunen we door ze mee te nemen in de duurzaamheidsberichtgeving in het weekblad. Circulaire initiatievenkaart Natuur en Milieu Overijssel heeft voor negen Twentse gemeenten de circulaire burgerinitiatieven en circulaire ondernemers in beeld brengen, waaronder Dinkelland en Tubbergen. Hierdoor krijgen we een goed beeld van wat er binnen de eigen gemeente al aan circulaire activiteiten zijn en kunnen we dit gebruiken om dit verder uit te breiden en te versterken. Ook helpt het burgers en ondernemers om meer inzicht te krijgen en elkaar te vinden.

13 De lancering van de kaart heeft plaatsgevonden op 21 maart 2025. https://servicepunt-circulair.nl/initiatievenkaart/ Communicatie over de kaart vindt deels plaats via Natuur en Milieu Overijssel en deels via de gemeentelijke communicatiekanalen. Het beheer van de kaart is in handen van Natuur en Milieu Overijssel. Potentiële deelnemers kunnen zich zelf aanmelden of zich melden bij de gemeente of Natuur en Milieu Overijssel. De bouwkringloop voor Twente, en specifiek de gemeenten Dinkelland en Tubbergen, richt zich op het hergebruiken van vrijkomende bouwmaterialen uit sloop, renovatie en verbouwingen. Het doel is om waardevolle materialen zoals hout, deuren, dakpannen, stenen, sanitair en isolatiemateriaal niet als afval af te voeren, maar lokaal opnieuw in te zetten. Binnen deze kringloop kunnen particulieren bouwmaterialen aanbieden, opslaan en opnieuw gebruiken via een lokaal platform, depot of kringlooplocatie. Hierdoor blijven grondstoffen langer in gebruik, verminderen afvalstromen en daalt de CO2- uitstoot van nieuwbouw en renovatie. De aanpak stimuleert: Circulair bouwen in Twente; Betaalbaar hergebruik van materialen voor inwoners; Samenwerking tussen lokale ondernemers, organisaties en inwoners; Bewustwording rondom duurzaamheid en grondstoffengebruik.

4.1.2 Bouwkringloop Voor Tubbergen en Dinkelland biedt de Bouwkringloop kansen om lokale duurzaamheid concreet zichtbaar te maken, sociale betrokkenheid te vergroten en een regionale voorbeeldfunctie in circulair bouwen te vervullen. 4.1.3 Bewustwording We werken zowel binnen als buiten de gemeentelijke organisatie aan circulariteit. Als gemeente geven we het goede voorbeeld en maken inwoners meer bewust. Gedachtegoed circulariteit verspreiden De gemeente stelt een communicatieplan op om het gedachtegoed achter de circulaire economie te verspreiden. Het ‘waarom’ en ‘hoe’ worden behandeld en de R-ladder krijgt hierin extra aandacht. Deelconcepten stimuleren (deelauto’s van bijv. de gemeente) Delen is een effectieve manier om het gebruik van materialen en energie te reduceren. Met ‘Noaberschap’ als uitgangspunt binnen de samenleving van de gemeente Tubbergen en Dinkelland zijn deelconcepten een interessant middel om bewoners kennis te laten maken met circulariteit en de transitie van bezit naar gebruik te stimuleren.

14 Wat gaat invalshoek 1 kosten De middelen die nodig zijn om invalshoek in 2026 te ondersteunen en aan te jagen bedragen circa € 110.000 voor Tubbergen en € 20.000 voor Dinkelland. In het totaal voor Tubbergen is ook een subsidie opgenomen voor De Rondgang die gedekt wordt vanuit de Voorziening Afval. Aan capaciteit is ongeveer 200 uur per gemeente opgenomen, met name ingevuld door organisatieonderdeel Leefomgeving van de toekomst maar ook door afdeling Communicatie en Facilitair. Voor 2027 wordt er voor Tubbergen ingeschat dat er circa € 12.500 nodig is en voor Dinkelland circa € 102.500, uitgangspunt hierbij is éénzelfde subsidie voor een circulair ambachtscentrum in Dinkelland als voor Tubbergen in 2026. De capaciteit zal in 2027 voor Tubbergen ongeveer op 160 uur uitkomen en voor Dinkelland op 220. Dit in verband met meer focus op Dinkelland voor het circulair ambachtscentrum. Om dit te kunnen implementeren gaat de gemeente onderzoeken en inventariseren welke deelconcepten passen binnen de gemeente en bij de behoeften van de inwoners. Opvolgend gaan we in samenwerking met lokale partijen enkele pilots draaien met verschillende deelconcepten. Door te monitoren wordt in kaart gebracht welke deelconcepten actief gebruikt worden en eventueel extra ondersteuning van middelen uit de gemeente nodig hebben.

Terugwinnaars ROVA onder aandacht brengen De gemeente is samen met ROVA zijn het project Terugwinnaars gestart. Daarmee willen we inwoners stimuleren om hun afval nóg beter te scheiden. Want hoe beter we ons afval scheiden, hoe meer nieuwe producten we van de grondstoffen kunnen maken. En hoe beter het is voor het milieu. Dit project gaan we in onder aandacht brengen door middel van onze communicatiekanalen.

15 4.2 Invalshoek 2: Bedrijven en organisaties Wat gaan we doen Om een bijdrage te kunnen leveren aan ons doel gaan we in de periode 2026 - 2027 in ieder geval aan de slag met: 4.2.1 Informeren en ondersteunen bedrijven Verspreiden kennis We werken actief samen met ons netwerk om kennis actief te delen met bedrijven. Dit doen we via onze bedrijfsconsulenten en ondernemersnieuwsbrieven. Daarnaast gaan we bedrijven met een ‘circulair verhaal’ uitlichten in de lokale weekbladen. Aanbieden Circo tracks Tijdens een CIRCO Track maakt een ondernemer in een aantal dagen tijd uitgebreid kennis met de mogelijkheden van circulair ontwerpen en ondernemen voor zijn eigen business. De ondernemer gaat inzien waar circulaire kansen liggen en kan op basis daarvan concrete stappen zetten naar de ontwikkeling van nieuwe businessmodellen. We gaan via het ambtelijk overleg Circulaire Economie (AO CE) in gesprek met CIRCO Hub Oost-Nederland om te verkennen welke mogelijkheden er zijn om Circo tracks in Twente te organiseren. 4.2.2 Werken aan circulaire bedrijventerreinen Reststromenonderzoek: inventariseren van reststromen, energie en (menselijk) kapitaal om meerwaardecreatie(s) op bedrijventerreinen te (kunnen) creëren. Bedrijventerreinen vormen een belangrijke bron van reststromen die momenteel nog niet hoogwaardig (her)gebruikt worden.

Door bedrijven van elkaars reststromen te laten profiteren kunnen circulaire ketens worden opgezet. We gaan een reststromenonderzoek uitvoeren van één bedrijventerrein. Het realiseren van bedrijventerreinen op basis van circulaire principes De gemeente stimuleert bedrijven om circulair te bouwen – bijvoorbeeld door de nationale Richtlijn Standaardisatie Toekomstbestendig Bouwen toe te passen - en voor de gebruiksfase van het gebied wordt zichtbaar nagedacht over de manier waarop grondstoffen opnieuw hoogwaardig in de grondstofketen kunnen worden teruggebracht. Dit is conform de kwaliteitsambities uit de programmeringsafspraken van de Regio Twente.

16 4.2.3 Werken aan circulair voedsellandschap/kringlooplandbouw Gemeenten kunnen bijdragen aan het sluiten van kringlopen in de landbouwsector. Dit biedt vele voordelen voor boeren, consumenten, dieren, biodiversiteit, landschap, bodemvruchtbaarheid en milieu. We gaan de kringlopen lokaal meer sluiten door: Aan te sluiten bij de Twentse Bouwboeren; Te onderzoeken of woningcorporaties biobased materialen kunnen toepassen bij nieuwbouw of renovatie; In eigen vastgoed biobased materialen toe te passen bij renovatie of verduurzamen. Door op deze manier de vraag te vergroten ontstaan er kansen voor de agrarische sector, dit doen we niet alleen in Dinkelland en Tubbergen maar met alle Twentse gemeenten. Wat gaat invalshoek 2 kosten Het is nog niet helemaal duidelijk welke middelen exact nodig zijn voor deze invalshoek. Dit is mede afhankelijk van hoeveel bedrijven meedoen met de verschillende projecten. De inschatting is dat er per gemeente circa € 13.500 nodig is. De ambtelijke inzet wordt verzorgd door de organisatieonderdelen Samenleving, Communicatie, Fysieke Leefomgeving en Leefomgeving van de toekomst. Verwacht wordt dat een gezamenlijke inzet ongeveer rond de 240 uur per gemeente zal liggen.

17 Een MVOI actieplan kan dan opgezet worden aan de hand van de formats die ter beschikking zijn gesteld door PIANOo; het Expertisecentrum Aanbesteden van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Verder geeft het boek ‘Circulair Inkopen in 8 stappen’ een handleiding om een circulair inkooptraject op te starten en uit te voeren en kan de MVI- criteriatool worden gebruikt om de meest recente MVI-criteria voor inkooptrajecten te verzamelen. De inzet op een maatschappelijk doel kan verschillen per ambitieniveau. Het MVOI-manifest onderscheid vijf niveaus: afweging, pilots, verbreding, borging en leiderschap. 4.3 Invalshoek 3: Gemeente, Inkoop Wat gaan we doen Om een bijdrage te kunnen leveren aan ons doel/onze doelen gaan we in de periode 2026 - 2027 aan de slag met: 4.3.1 Maatschappelijk verantwoord opdrachtgeven en inkopen (MVOI) De gemeente gaat meer aan de slag met maatschappelijk verantwoord opdrachtgeven en inkopen waar circulair inkopen onderdeel van uitmaakt. MVOI biedt een breder perspectief op maatschappelijke doelen dan circulair inkopen. De maatschappelijke doelen betreffen: Milieu en biodiversiteit Klimaat Circulair (inclusief biobased) Ketenverantwoordelijkheid (ISV) Diversiteit en inclusie Social return Dit bredere perspectief kan ook een extra bijdrage leveren aan de totstandkoming van een circulaire economie.

De gemeente heeft al enige ervaring met maatschappelijk verantwoord inkopen. Met het uitvoeren van het Actieplan MVI Noaberkracht Dinkelland Tubbergen 2020 -2022 zijn twee pilots op het gebied van circulair aanbesteden uitgevoerd en wordt Social Return on Investment (SROI) structureel meegenomen bij aanbestedingen. We gaan onderzoeken of we met de 14 samenwerkende Twentse gemeenten het manifest opnieuw kunnen ondertekenen.

Leiderschap Bewustwording Stap 1 Afweging Stap 2 Pilots Stap 3 Verbreding Stap 4 Borging Stap 5 Leiderschap De organisatie neemt kennis van de mogelijkheden van maatschappelijk verantwoord opdrachtgeven en inkopen voor het bereiken van het desbetreffende maatschappelijke doel, legt deze naast de organisatiegebonden ambities en maakt de afweging of MVOI kansen biedt. 18 De organisatie gaat maatschappelijk verantwoord opdrachtgeven en inkopen in een beperkt aantal gevallen toepassen. De organisatie zet in op het flink vergroten van de toepassing van maatschappelijk verantwoord opdrachtgeven en inkopen. Daarbij horen ook een nulmeting en monitoring en activiteiten voor het bewustmaken en betrekken vanopdrachtgevers, beleidsmakers, inkopers en andere relevante personen in de organisatie. Aanvullend op de voorgaande drie niveaus veranktert de organisatie de toepassing van maatschappelijk verantwoord opdrachtgeven en inkopen verder in het eigen beleid en in de interne systemen of afspraken. De Partij zet in op het vergroten van de impact via inkoop. Aanvullend op de voorgaande drie niveaus, hanteert de organisatie standaard maatschappelijk verantwoord opdrachtgeven en inkopen waar dat mogelijk is en toont leiderschap richting de markt en/of andere partijen. Ambitieniveau Manifest

19 We zetten ons in voor MVOI door: Een MVOI-team te formeren waarbij medewerkers uit de teams/organisatieonderdelen inkoop, financiën, duurzaamheid, facilitair, openbare ruimte, sociaal en maatschappij, economie én vastgoed aansluiten. Dit team gaat zich bezig houden met de voorbereiding om het manifest Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen te ondertekenen, om daaropvolgend een actieplan MVOI op te stellen, maatschappelijk verantwoord opdrachtgeven en inkopen in te bedden in de organisatie en de voortgang te monitoren. Na het opzetten en inbedden van het actieplan zal team inkoop verantwoordelijk worden voor het coördineren en bewaken van MVOI in het inkoopproces én de voortgang monitoren. Deze inzet past bij ambitieniveau maatschappelijk doel Circulair: Stap 3 Verbreding. Aanhaken bij initiatieven voor regionale inkoopstrategie Door in samenwerkingsverbanden de inkoop te bundelen kan aan marktpartijen getoond worden dat de vraag naar een innovatief product of duurzaam materiaal groot genoeg is om tegen winst (of kostendekkend) te produceren. De gemeente kan dit doen door met nabije gemeenten in de regio Twente een gezamenlijke vraag in de markt te zetten. Een eventuele verkenning hiervoor zal worden ingebracht in het ambtelijk overleg Circulaire Economie (AO CE) dat onderdeel uitmaakt van de MDA-samenwerking van de 14 Twentse gemeenten.

Afvalscheiding Binnen het gemeentehuis wordt momenteel het afval gescheiden in papier, glas en restafval. Veel afval kan gerecycled worden en als grondstof gebruikt worden voor nieuwe producten. Zo draagt het scheiden van afval bij aan een circulaire toekomst. Wat gaan we doen: het PMD afval wordt gescheiden ingezameld en aangeboden, deze stroom kan gratis opgehaald worden door onze afval ophaaldienst. Dit scheelt ook weer in de kosten van afval maar zal meer kosten in de handeling van het gescheiden aanbieden. Afdeling facilitair heeft hier een belangrijke rol. Ook ons schoonmaakbedrijf moet hierover geïnstrueerd worden en medewerking verlenen. Als Noaberkracht Dinkelland Tubbergen moeten we op dit punt het goede voorbeeld geven. Circulair tenzij De lijfspreuk van het bedrijf Duspot is ‘circulair tenzij’. Het doel is (gemeentelijke) organisaties mee te nemen in de bewustwording dat de traditionele lineaire denk- en werkwijze dient te veranderen in een circulaire denk- en werkwijze én in de praktijk te leren hoe een circulair proces werkt. Leidse Ladder De gemeente Leiden heeft als doel om vanaf 2023 alle gemeentelijke bouwprojecten 100% circulair uit te vragen. Om de mate van circulariteit in de openbare ruimte te meten heeft de organisatie de Leidse Ladder ontwikkeld: een monitoringssysteem voor circulariteit in openbare ruimteprojecten.

Doel van het instrument is om circulariteit in de interne organisatie te borgen. Aan de hand van een vragenlijst wordt bepaald of een project voldoende scoort om als 100% aangemerkt te kunnen worden, waarbij de definitie van ‘100% circulair’ door te tijd wijzigt in relatie tot circulaire maatregelen die op dat moment mogelijk en realistisch zijn. We gaan via het ambtelijk overleg Circulaire Economie (AO CE) in gesprek met de gemeente Leiden om te verkennen hoe de Leidse Ladder kan bijdragen aan een circulaire openbare ruimte.

20 4.3.3 Bewustwording en kennisopbouw Visie De gemeente wil graag blijven leren over de circulaire economie en kansen blijven pakken om de circulaire economie vorm te kunnen geven. Deze kennis wil zij delen binnen en buiten de gemeentelijke organisatie. Tevens wil zij inzicht krijgen in de eigen bedrijfsvoering om handelingsperspectief te creëren voor het verkleinen van de eigen voetafdruk. Doel In 2030 heeft elke werknemer van Noaberkracht het gedachtegoed vanuit de Circulaire Economie omarmd en handelt hij/zij er naar. Wat gaan we doen Om een bijdrage te kunnen leveren aan ons doel gaan we in de periode 2026 - 2027 aan de slag met: Gedachtegoed circulariteit (intern) verspreiden Om de transitie naar een circulaire economie te kunnen maken is het van belang om het gedachtegoed erachter te verspreiden. De gemeente gaat daarom een communicatieplan opstellen, waarin duidelijk het ‘waarom’ en ‘hoe’ wordt behandeld. In het plan komen de ambities naar voren, maar ook de relatie tot de verschillende beleidsthema’s en vakgebieden. Daarnaast worden op regelmatige basis (bijvoorbeeld 6 keer per jaar) lunchsessies georganiseerd waar collega’s elkaar bijpraten over ontwikkelingen op het gebied van de circulaire economie. Koppeling duurzaamheid en openbare ruimte Binnen de gemeente liggen er heel veel mogelijkheden om verschillende opgaven aan elkaar te koppelen.

Wanneer de schop in de grond gaat voor bijvoorbeeld rioolvervanging liggen er ook circulaire kansen, denk aan maximaal hergebruik van het aanwezige materiaal. Om de mogelijkheden in beeld te krijgen dienen koppelkansen geïdentificeerd te worden en beleid, agenda’s en communicatie aan elkaar verbonden te worden. We hebben een begin met deze koppeling gemaakt door een medewerker zowel voor het team duurzaamheid te laten werken als voor team openbare ruimte. Deze koppeling zetten we door in 2026 en 2027. Deelname Ambtelijk Overleg Circulaire Economie Binnen de MDA-samenwerking van de 14 Twentse gemeenten wordt samengewerkt op de thema’s Milieu, Duurzaamheid, Afval en Circulaire economie. Het is een samenwerking op basis van vrijwilligheid. De gemeente Dinkelland/Tubbergen neemt binnen deze samenwerking ook deel aan het ambtelijk overleg Circulaire Economie (AO CE). De deelname bestaat uit deelnemen aan periodieke overleggen en het uitvoeren van het Actieplan dat onderdeel is van een in 2024 vastgesteld regionaal Koersdocument circulaire economie. Meewerken aan de Week van de Circulaire Economie De Week van de Circulaire Economie is een landelijke campagneweek. Door heel Nederland worden rondleidingen, excursies en workshops over de circulaire economie gegeven.

21 Inzicht verkrijgen in de voetafdruk en grondstofstromen van de eigen organisatie Om als de gemeente de transitie naar een circulaire economie te kunnen inzetten is het benodigd om inzicht te krijgen in de voetafdruk en grondstofstromen van de gemeentelijke organisatie. Door dit in kaart te brengen wordt duidelijk welke kansen voor reductie, hergebruik en recycling er zijn. Het zogenaamde data gedreven werken. Wat gaat invalshoek 3 kosten In 2026 gaat de gemeente Tubbergen een drietal projecten circulair uitvoeren, het bouwen van een overkapping en het slopen van een tweetal panden. Naar verwachting gaat dit een extra investering vergen ten opzichte van traditioneel aanbesteden. De middelen voor Tubbergen worden daarom geschat op € 22.500,- Voor Dinkelland gaat het met name over onderzoek met betrekking tot de eigen CO2 voetprint en worden de kosten geschat op € 2.500,- De ambtelijke inzet is in 2026 voor Tubbergen dan ook wat meer: 240 uur. Voor Dinkelland: 200 uur. Voor 2027 wordt er verder gewerkt aan samenwerking in de Regio op deze invalshoek, de kosten zullen dan naar verwachting gelijk zijn, € 2.500,- per gemeente en een ureninzet van circa 200 uur voor Inkoop, Openbare ruimte, Samenleving en Leefomgeving van de Toekomst.

22 4.4.2 Toepassen Aanpak Duurzaam GWW Voor de Grond-, Weg- en Waterbouw (GWW) sector is een werkwijze ontwikkeld om ‘duurzaamheid’ in GWW-projecten een plaats te geven. Dit is gebaseerd op de 5 basisprincipes: Vertaal duurzaamheidsdoelen van je organisatie naar projecten en opgaves. Neem duurzaamheid zo vroeg mogelijk mee, het liefste al in het integrale gebiedsontwikkeling stadium. Focus per project of opgave op thema’s met de meeste duurzaamheidswinst. Creëer ruimte voor innovaties en nieuwe duurzame oplossingen door ruimte te laten om zelf met oplossingen te komen. Maak gebruik van instrumenten als Omgevingswijzer, Ambitieweb, CO2-Prestatieladder en DuboCalc om duurzaamheid op uniforme wijze te toetsen Vanuit Infrafuturelabs, opgezet door Stichting Pioneering, Bouwend Nederland en Provincie Overijssel, worden Challenge’s opgezet de aanpak toe te passen op gemeentelijke projecten. Als gemeente gaan we hier aan mee doen. 4.4 Invalshoek 4: Gemeente, Openbare ruimte Wat gaan we doen in de openbare ruimte Om een bijdrage te kunnen leveren aan ons doel gaan we in de periode 2026 - 2027 in ieder geval aan de slag met: 4.4.1 Re:Match:D Samen op weg om circulariteit regionaal de norm te maken Op 17 februari 2026 hebben de gemeente Dinkelland en Tubbergen de overeenkomst ondertekend om mee te gaan doen aan het project Re:Match:D.

Het Re:Match.D project bestaat uit een consortium van doeners en denkers (maar liefst 23 partners) dat Twente circulair op de kaart gaat zetten. (en de geleerde lessen gaat delen met de regio Hart van Brabant). Het project moet antwoord gaan geven op: hergebruik van inframaterialen zoals klinkers, lichtmasten en rioolbuizen ontwikkelen van een netwerk van regionale hubs digitale ondersteuning voor vinden van matches tussen ‘donor’ en ‘doel’ standaardisatie van circulaire uitvraag bij gemeenten en andere publieke organisaties

23 Wat gaat invalshoek 4 kosten Het project Re:Match:D gaat een periode van 3 jaar beslaan. De ambtelijke inzet zal komen vanuit Openbare Ruimte en Leefomgeving van de Toekomst. Samen met de inzet op de aanpak duurzame GWW komt dit totaal op circa 120 uur per gemeente per jaar. De benodigde middelen zullen voor 2026 zo’n € 12.500,- per gemeente bedragen. Voor de jaren daarna ongeveer € 2.500,- per jaar per gemeente. 4.4.3 Gemeentelijk vastgoed Visie Het gemeentelijk vastgoed als toonbeeld van de circulaire bouweconomie, dit is waar we als gemeente uiteindelijk naar streven. De gemeente maakt bij nieuw- en verbouw gebruik van herbruikbare materialen. Daarnaast gaan we het gemeentelijk vastgoed zien als een tijdelijke grondstofopslagplaats waar materialen tijdelijk een functie hebben tot ze worden toegepast op een nieuwe opslagplaats in een andere structuur.

24 Doel Vanaf 2035 wordt voor 50% van alle grondstoffen en materialen die in gemeentelijk bezit of onderhoud zijn, periodiek de (markt)waarde vastgesteld – conform regionaal koersdocument. Wat gaan we doen Om een bijdrage te kunnen leveren aan ons doel gaan we in de periode 2026 - 2027 aan de slag met: Materiaalpaspoorten Materiaalpaspoorten zijn digitale documenten van gebouwen of bouwwerken, waarin de materiaalsamenstelling en onderlinge verbindingen tussen materialen omschreven staan. Deze gegevens kunnen afkomstig zijn uit een Building Information Model (BIM). BIM kan de basis voor het materialenpaspoort vormen: in BIM is immers opgeslagen welke materialen zich waar in het gebouw bevinden en hoe deze met andere materialen, producten en elementen zijn verbonden. Met die inzichten kan in de gebruiksfase beter gestuurd worden op onderhoud, én wordt hoogwaardig hergebruik aan het einde van de levensduur mogelijk. Dit doen we door: Team gebouwenbeheer en team duurzaamheid gaan met elkaar verkennen welke gebouwen en bouwwerken geschikt zijn om een materiaalpaspoort van te maken. Sloopprojecten zullen met het Certificaat Circulair slopen uitgevraagd worden. E.e.a. volgens de BRL SVMS-007. Daarnaast zal worden verkend welke mogelijkheden er zijn om via de indieningsvereisten materiaalpaspoorten uit te vragen bij vergunningaanvragen.

Nieuwbouwprojecten worden zoveel als mogelijk circulair opgericht met herbruikbare materialen. Circulair afschrijven Het niet meer afschrijven van het gemeentelijk vastgoed naar nul, maar het hanteren van een financiële restwaarde voor herbruikbaar materiaal, is een nieuwe innovatie binnen de circulaire economie. Door circulair af te schrijven ontstaat er financiële ruimte in de kapitaalslasten. We willen deze innovatie verder verkennen. Dit doen we door: Restwaarde Tool De Restwaarde tool geeft inzicht in de financiële restwaarde van een product. Dit geeft handvatten om op productniveau de hergebruikswaarde én op materieel niveau de recycling waarde berekenen. We gaan ons verdiepen in deze tool. Voorbeeld Leeuwarden De gemeente Leeuwarden heeft in 2023 als eerste gemeente in Nederland in de gemeentelijke verordening vastgelegd om alle eigen gebouwen niet meer ‘naar nul’ terug te rekenen, maar naar de restwaarde. We gaan via het ambtelijk overleg Circulaire Economie (AO CE) in gesprek met de gemeente Leeuwarden om te verkennen of circulair afschrijven een voor de gemeente wenselijke innovatie is.

25 4.5 Invalshoek 5: Gemeente, Gebiedsontwikkeling Wat gaan we doen Om een bijdrage te kunnen leveren aan ons doel gaan we in de periode 2026 - 2027 in ieder geval aan de slag met: 4.5.1 Stimuleren (regionale) ketens en toepassing van circulaire/biobased materialen Circulariteit in de bouw stimuleren door Toekomstbestendig Bouwen mee te nemen voor nieuwbouw. In maart 2025 is de woondeal Twente geactualiseerd. In het bijbehorende Actieprogramma Toekomstbestendig Bouwen is het thema Circulair Biobased bouwen opgenomen. Circulair bouwen fungeert als katalysator voor innovatie en de ontwikkeling van nieuwe duurzame materialen en bouwmethoden. Het opent de deur naar nieuwe economische kansen, waaronder kostenbesparingen op de lange termijn en het bevorderen van groene werkgelegenheid en circulaire bedrijfsmodellen. Circulair bouwen draagt dus op meerdere niveaus bij aan een duurzamere toekomst, waarbij ecologische, economische en sociale aspecten samenkomen. Binnen de context van het Actieprogramma worden de prestatieniveaus van Het Nieuwe Normaal gehanteerd. De speerpunten zijn: Milieu-impact: Dit omvat het evalueren van de totale milieu- impact gedurende de levensduur van een bouwwerk, inclusief energieverbruik, emissies en grondstofgebruik.

Losmaakbaarheid: Dit verwijst naar het vermogen van een gebouw om demontabel te zijn, wat op zijn beurt de aanpasbaarheid en toekomstige herbruikbaarheid ervan vergroot. Materiaalgebruik: De keuze van materialen is een kernaspect van circulair bouwen. Het gebruik van hergebruikte materialen voorkomt nieuwe productie en het gebruik van biobased materialen helpt bij het vastleggen van CO2. Het bepalen van het hergebruikpotentieel van materialen, producten en onderdelen aan het einde van hun levensduur is ook van groot belang en helpt bij het creëren van een meer gesloten kringloopsysteem. Onderzoek naar implementatie biobased bouwen Op 25 september 2023 hebben enkele tientallen organisaties de intentieverklaring “Biobased (ver)bouwen in Twente” van de Twentse Bouwboeren ondertekend. Deze organisaties zien biobased bouwen – bouwen met vezelgewassen die verwerkt worden tot bouwmaterialen – als een kans voor het opzetten van een regionale keten binnen de agrarische sector en de bouw. De vezelgewassen worden in Twente geteeld en verwerkt tot biobased bouwmaterialen. In de keten wordt er regionaal gewerkt en regionaal toegepast. Daarbij is de impact op het milieu aanzienlijk kleiner met biobased bouwen dan met conventionele bouwmaterialen.

De gemeente heeft de intentieverklaring (nog) niet ondertekend, maar gaat wel onderzoeken en verkennen hoe zij aan de ambities, intenties en doelstellingen van de Twentse Bouwboeren kan bijdragen.

26 Stimuleren circulariteit met de omgevingswetinstrumenten (omgevingsvisie, het omgevingsprogramma en het omgevingsplan). Er liggen kansen om circulariteit te stimuleren via het omgevingswetinstrumentarium. Dit laten meerdere studies zien, waaronder het onderzoek ‘Omgevingswet en circulaire economie’ van Platform31. De kansen die in deze studies naar voren komen worden verder verkend. 4.5.2 Prestatieafspraken en samenwerking met woningcorporaties In de Nationale Prestatieafspraken (NPA) tussen AEDES en de Rijksoverheid is afgesproken dat corporaties zich bezig gaan houden met het verlagen van de milieudruk bij renovaties, het verbeteren van milieuprestaties bij nieuwbouw en bevorderen van circulaire- en industriële bouw en klimaat adaptief bouwen, in balans met de kosten van de renovatie of de bouw. De gemeente gaat met de woningcorporaties in gesprek om circulair bouwen in de prestatieafspraken op te nemen. Opvolgend gaat de gemeente in samenwerking met de woningcorporaties onderzoeken hoe circulair bouwen het beste kan worden meegenomen bij nieuwbouw en renovatie. Wat gaat invalshoek 5 kosten De ambtelijke inzet voor invalshoek 5 komt voornamelijk uit de Leefomgeving van de Toekomst en de Fysieke Leefomgeving, de gevraagde inzet zal rond de 80 uur per jaar per gemeente liggen. Voor invalshoek 5 worden geen middelen gevraagd.

27 5. Financiën en Impact Hieronder volgen een tweetal overzichten die voor 2026 en 2027 weergeven wat de verwachte kosten en ureninzet zullen zijn, de financiële middelen worden gedekt uit de reeds hiervoor gereserveerde gelden vanuit Leefomgeving van de Toekomst (grootboeknummer 574072). De uren voor de projectleiding worden gedekt vanuit de tijdelijke regeling: Capaciteit Decentrale Overheden voor Klimaat- en Energiebeleid (CDOKE). De overige uren vanuit de oragnisatie worden opgevangen in de bestaande begroting.

28 Als er in 2027 en verder grip moet blijven op de voortgang van de doelen zoals gesteld door de gemeente zal er ook formatie beschikbaar moeten blijven voor de monitoring en aansturing van de verschillende onderdelen. Op de langere termijn zal circulaire economie gemeengoed moeten worden en verankerd in de maatschappij. Het is echter de verwachting dat dit tot 2030 nog niet het geval zal zijn, de transitie van lineair naar circulair is niet eenvoudig. De nodige uitdagingen liggen nog in de monitoring van de voortgang en te bouwen systemen hiervoor. Ook bestaat het risico op afbreuk in de motivatie van partijen als projecten en acties langer duren dan verwacht.

29 6. Communicatie en bewustwording De communicatie over de circulaire economie werken we uit in een apart communicatieplan. Intern informeren we ambtenaren en geven samen de verandering vorm. We creëren richting, stimuleren ambassadeurschap en verspreiden de olievlek vanuit collega’s die al gemotiveerd zijn. Na vaststelling van het ambitieplan organiseren we een openingsevent om bewustwording en betrokkenheid te vergroten. Extern vergroten we bewustwording, delen we kennis en stimuleren we samenwerking met inwoners, ondernemers en partners. We doen dit via gemeentelijke kanalen, lokale media en gerichte campagnes rond initiatieven zoals het circulair ambachtscentrum, repaircafés en de bouwkringloop. Samen met andere Twentse gemeenten en partners trekken we hierin op en via normering en ondersteuning helpen we bedrijven vooruit. Zo werken we toe naar een situatie waarin circulair denken en doen de norm wordt. 7. Inventarisatie en monitoring Er zijn diverse monitoring tools beschikbaar, echter is er niet 1 systeem voor het bewaken van de voortgang op circulaire economie. Wel gaan we aan de slag met de tools die er momenteel zijn. Te denken valt dan bijvoorbeeld aan de Zelf Evaluatie Tool van Maatschappelijk Verantwoord Inkopen van de Rijksoverheid (MVI-ZET).

In die monitoringstool worden momenteel alle Europese aanbestedingen opgenomen, de meervoudig onderhandse aanbestedingen willen we dan toevoegen zodat er een compleet beeld ontstaat van onze doelen op de ambities. Een zogenaamd ambitie web. Deze monitoringstool past dan bij invalshoek 3.1 gemeentelijke inkoop. Voor de invalshoek openbare ruimte, 4.1 volgt via het traject Re:Match:D een deelonderzoek wat antwoord moet gaan geven op de vraag hoe donor en vraag bij elkaar komen, hierin zal ook een stuk monitoring bij nodig zijn. Dit wordt samen met de Universiteit Twente en Pioneering opgepakt. De monitoring op de overige invalshoeken worden ook in regionaal verband onderzocht. In het ambtelijk overleg circulaire economie komt dit structureel voorbij op de agenda. Het is echter een illusie om te denken dat alles vanuit de verschillende invalshoeken nauwkeurig gemonitord kan worden. Dit moet ons echter niet weerhouden om aan de slag te gaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/1052/documents/25519