CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-36 Jaarverslag 2024 commissie bezwaarschriften (bijlage).pdf

Commissie Sociaal Domein & Bestuur 7 oktober 2025, gemeente DinkellandBij agendapunt: 5: Raadsbrief 2025-36 jaarverslag 2024 van de commissie Bezwaarschriften4.568 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Jaarverslag 2024 Commissie Bezwaarschriften 2023riften 2023 Dinkelland Tubbergen Titel document

17 april 2025 Versie: definitief

1. Inleiding In de gemeenten Dinkelland en Tubbergen worden jaarlijks veel besluiten genomen. Als een belanghebbende het niet eens is met een genomen besluit, kan hiertegen beroep worden ingediend. Voordat echter beroep kan worden ingediend, moet eerst bezwaar worden gemaakt bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. Het gaat om de volgende bestuursorganen: de raad, de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders. Overigens is het ook mogelijk om bezwaar in te dienen tegen besluiten genomen door het bestuur van Noaberkracht. Overigens kan ten aanzien van bepaalde besluiten direct beroep worden ingediend zonder dat eerst bezwaar moet worden gemaakt (rechtstreeks beroep). De gemeenten Dinkelland en Tubbergen hebben een adviescommissie (hierna: de commissie) ingesteld zoals is aangegeven in artikel 7:13 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). De bezwaarprocedure is in Awb geregeld. De werkwijze van de commissie is ook in de Awb beschreven en tevens in de Verordening behandeling bezwaarschriften 2021 Als een bezwaarschrift is ingediend, onderzoekt het bestuursorgaan in de meeste gevallen of een informele oplossing haalbaar is. Dit betreft de methode “andere aanpak”. Als duidelijk is dat de “andere aanpak” niet wordt ingezet of niet tot een oplossing heeft geleid dan vraagt het bestuursorgaan de commissie om advies over het bezwaarschrift uit te brengen.

Voordat de commissie een advies uitbrengt, vindt (meestal) een hoorzitting plaats. Tijdens een hoorzitting licht het bestuursorgaan het besluit toe en bezwaarmaker(s) het bezwaarschrift. Ook stelt de commissie vragen aan de aanwezige partijen. Nadat het advies is uitgebracht, is de taak van de commissie beëindigd. Wel dient het bestuursorgaan dan nog een beslissing op bezwaar te nemen. Het jaarverslag 2024 betreft een gezamenlijk verslag van de drie Kamers van de commissie. Het verslag geeft inzicht in de werkzaamheden van de commissie in het jaar 2024. Ook bevat het verslag cijfers over onder andere het aantal ontvangen bezwaarschriften, de verstrekte adviezen en de tijdigheid van de afhandeling. Als het mogelijk is, is hieromtrent ook een vergelijking met andere jaren gemaakt. Het jaarverslag bevat ook aandachtspunten, conclusies een aanbevelingen. Deze kunnen (mogelijk) een signaal zijn voor verbetering van de gemeentelijke besluitvorming. Het jaarverslag kan daarnaast de basis zijn voor het jaarlijkse (evaluatie)gesprek dat de drie voorzitters van de commissie hebben met de burgemeesters van Dinkelland en Tubbergen en de directeur van Noaberkracht. In 2024 heeft de commissie 79 bezwaarzaken ontvangen. Dit is een vermindering ten opzichte van 2023 (een afname van 23%). De afname komt door minder variazaken; een afname ten opzichte van 2023 van 34%.

Het aantal zorgzaken ten opzichte van 2023 nam juist toe met 43%. De commissie zelf kan hiervoor geen verklaring geven. De Variakamer Tubbergen had te maken met een groot aantal Woo-bezwaarzaken die veelal in dezelfde periode ter advisering aan de commissie werden voorgelegd. Deze zaken hadden allemaal betrekking op (de aangekondigde komst van) een AZC in Albergen. In de meeste gevallen ging het om complexe bezwaarprocedures waarbij zeer veel documenten veelal gedeeltelijk openbaar werden gemaakt. 2

Deze bezwaarprocedures vergen veel tijd; niet alleen van de commissie (inclusief het secretariaat), maar ook van diverse organisatieonderdelen van Noaberkracht. De commissie is van mening dat de bezwaarschriftenprocedure een toegankelijke manier is om een besluit nog eens te laten beoordelen door een onafhankelijk orgaan. De commissie ziet deze procedure als een kans om inwoners op een laagdrempelige manier nog een keer hun verhaal te laten doen en het bestuursorgaan het genomen besluit van een uitgebreidere toelichting te voorzien. De commissie begrijpt dat er altijd ruimte is voor verbetering en groei zowel vanuit de rol van de commissie als de rol van vertegenwoordiger van het bestuursorgaan. Tot slot wil de commissie een compliment uitdelen aan de secretarissen voor de verrichte werkzaamheden. De commissie is content met het tijdig ontvangen van de juiste informatie en de goede (concept)adviezen van de secretarissen.

2. Opzet en samenstelling van de commissie De commissie bestaat uit drie kamers. De eerste kamer is de Zorgkamer Dinkelland/Tubbergen. Deze kamer adviseert over bezwaarschriften met betrekking tot het sociaal domein (Jeugdwet, Wmo en Participatiewet). De tweede kamer is de Variakamer Dinkelland. Deze kamer adviseert over bezwaarschriften tegen besluiten genomen door bestuursorganen van de gemeente Dinkelland en Noaberkracht die betrekking hebben op onder andere Woo-besluiten, evenementenvergunningen, omgevingsvergunningen en alcoholvergunningen. De derde kamer is de Variakamer Tubbergen. De taken komen overeen met die van Variakamer Dinkelland, maar hebben dan betrekking op bezwaarschriften tegen besluiten genomen door bestuursorganen van de gemeente Tubbergen. In 2024 hebben zich geen wijzigingen voorgedaan in de samenstelling van de drie kamers. De kamers waren in 2024 als volgt samengesteld: Zorgkamer Dinkelland/ Tubbergen de heer B.G. Aaftink (voorzitter) de heer H.E. Nieboer (lid) mevrouw mr. M.A. Luttje (lid)

Variakamer Dinkelland

Variakamer Tubbergen

de heer S.B. ten Kate (voorzitter) de heer mr. E.E.J. Lastdrager MCD (lid) de heer drs. J.J. Nijrees (lid)

de heer G.J. Elbertsen (voorzitter) de heer drs. M.J.B. Dorenbusch (lid) de heer mr. B. Wildering (lid)

De commissie werd in 2024 bijgestaan door de volgende secretarissen: mevrouw I.R.M. Kuipers, mevrouw mr. A.G. Jansen en mevrouw mr. P. Weggemans.

3

3. Werkvoorraad De commissie begon het jaar met 27 openstaande bezwaarzaken. Openstaande bezwaarzaken betreffen bezwaarzaken waarbij de “andere aanpak” nog loopt. Ook kan het gaan om bezwaarzaken die ter advisering in handen van de commissie zijn gesteld, maar waarover de commissie nog geen advies heeft uitgebracht. Aan het einde van het jaar stonden 25 zaken open. Van de in 2024 binnengekomen bezwaarzaken heeft de commissie in 2024 in 26 zaken een advies uitgebracht.

Werkvoorraad 100 79 80

60 36 40

42

27

25

20 2

1

0 Openstaande Aantal Aantal Aantal zaken zaken per 01- binnengekomen afgehandelde doorgestuurd 01-2024 zaken zaken zonder naar een ander advies van de rechtsorgaan commissie

Aantal ingetrokken zaken

Aantal zaken waarover de commissie advies heeft uitgebracht

Aantal openstaande zaken per 0101-2025

4. Ingekomen bezwaarzaken in 2024 In 2024 zijn ten aanzien van 79 besluiten één of meerdere bezwaarschriften ingediend. Het betreffen 59 variazaken en 20 zorgzaken. Het percentage variazaken is ten opzichte van 2023 met 34% afgenomen. Het percentage zorgzaken is ten opzichte van 2024 met 43% toegenomen. De commissie zelf kan geen verklaring geven voor deze afname respectievelijk toename. De verdeling van deze 79 zaken per gemeente is als volgt: 34 Dinkellandse zaken, 44 Tubbergse zaken en één zaak van Noaberkracht. Het is opvallend dat er dit jaar meer Tubbergse dan Dinkellandse zaken zijn binnengekomen. De afgelopen jaren kwamen namelijk altijd meer Dinkellandse dan Tubbergse bezwaarzaken binnen. Voor het vervolg van dit jaarverslag wordt de Noaberkrachtse zaak meegeteld als een Dinkellandse zaak. Deze zaak is – op grond van de Verordening behandeling bezwaarschriften 2021 – ook door de commissie Dinkelland behandeld. Op 79 zaken zijn in totaal 102 bezwaarschriften binnengekomen. In de meeste gevallen (94% is bij één zaak ook één bezwaarschrift ingediend. Het hoogste aantal bezwaarschriften in één zaak was voor Dinkelland veertien en voor Tubbergen zes. 4

Ingekomen bezwaarzaken 16 14 12 10 8 6 4 2 0

14

13

11 9 6

5

5 2 0

10

9

2

0

Dinkelland

4 1

1

0

Tubbergen

1

5

10

6

4 4

6

4

1

1

Noaberkracht

2

3

4 1

Totaal

5. Aantal bezwaarschriften versus aantal besluiten Onderstaande tabel geeft een overzicht van de verhouding tussen het aantal genomen besluiten waartegen bezwaar kon worden ingediend en het aantal ontvangen bezwaarzaken. Het gaat hierbij om de verhouding tussen het aantal in 2024 genomen besluiten en het aantal in 2024 ontvangen bezwaarzaken. Categorie APV/Bijzondere wetten Afwijzen omgevingsplan AVG BRP Handhaving Huisnummer Jeugdwet Nadeelcompensatie Omgevingsvergunning Openbare ruimte/verkeer Participatiewet (en aanverwante wetten) Subsidie

Aantal besluiten 600 0 2 3.349 122 334 1.962 2 482 158 1.925 576

14

Aantal bezwaarzaken 11 0 0 2 14 1 0 1 9 4 10 3

Percentage 1,83% 0,00% 0,00% 0,06% 11,48% 0,30% 0,00% 50,00% 1,87% 2,53% 0,52% 0,52% 5

Wmo Woo

3.026 41 12.579

Totaal

10 14 79

0,33% 34,15% 0,63%

De gemeenten Dinkelland en Tubbergen hebben samen iets meer dan 48.000 inwoners. In 2024 hebben de bestuursorganen van Dinkelland, Tubbergen en Noaberkracht ruim 12.000 besluiten genomen waartegen bezwaar kon worden ingediend. Uit de tabel blijkt dat relatief gezien de meeste bezwaren worden ingediend tegen Woo-besluiten en handhavingsbesluiten.

6. Ontwikkeling ontvangen bezwaarzaken per categorie 2022-2024 Het aantal besluiten waartegen in 2024 één of meerdere bezwaarschriften is ingediend, is afgenomen ten opzichte van 2023. Het gaat om een afname van 23%. De commissie kan geen verklaring geven voor deze afname. Het aantal binnengekomen bezwaarzaken in 2024 was ook lager ten opzichte van 2022. Wel komt het aantal binnengekomen bezwaarzaken overeen met 2020 (79 bezwaarzaken) en 2021 (77 bezwaarzaken). In 2022 zijn 29 bezwaren ontvangen tegen besluiten die betrekking hebben op de Participatiewet. Dit hoge aantal kwam met name door de vele bezwaren (19) inzake afwijzen aanvragen eenmalige energietoeslag. In 2023 en 2024 was dit een stuk minder (één respectievelijk twee bezwaren). Het aantal bezwaren in de categorie handhaving en omgevingsvergunning is ten opzichte van 2023 met 50% respectievelijk 64% afgenomen. In de categorie APV/Bijzondere wetten is het aantal bezwaren daarentegen met 120% ten opzichte van 2023 toegenomen. De commissie kan voor deze afnames dan wel toename geen reden aanwijzen.

Ontwikkeling ontvangen bezwaarzaken 2022 - 2024 113 103

120 100

79

80 60 40 20

29 25

25 28 3 5

11

14

29 9

11 10

11

3

10

19 6

13

10 12 11

0

2022

2023

2024

6

7. Ontwikkeling ontvangen bezwaarzaken per kamer 20232024 Het aantal ontvangen bezwaarzaken bij de Variakamer Dinkelland en de Variakamer Tubbergen is ten opzichte van 2023 sterk afgenomen (een afname van 44% respectievelijk 25%). Bij de Zorgkamer Tubbergen is sprake van een toename ten opzichte van 2023. Dit betreft een toename van 500%. De Variakamer Tubbergen kreeg – net als in 2023 – te maken met diverse bezwaarzaken die te maken hebben met de (aangekondigde) komst van een AZC. In 2023 ging het om negen ontvangen bezwaarzaken en in 2024 om twaalf ontvangen bezwaarzaken.

Ontwikkeling ontvangen bezwaarzaken per kamer 2022-2024 120

113 103

100 79

80 60 45 40

28

43 44 34

29

25

20

12 10

13

10 2

0 Variakamer Dinkelland

Variakamer Tubbergen

Zorgkamer Dinkelland 2022

2023

Zorgkamer Tubbergen

Totaal

2024

7

8. Aantal vergaderingen per kamer In 2024 heeft de commissie in totaal 25 keer vergaderd. Dit aantal is nagenoeg gelijk aan 2023. Tijdens elke vergadering behandelt de commissie doorgaans één tot drie bezwaarzaken.

Aantal gehouden vergaderingen 2022-2024 28

30

26

25

25

20 15 10

14

12

11 7

11

8 5

5

6

5 0 Variakamer Dinkelland

Variakamer Tubbergen 2022

2023

Zorgkamer Dinkelland Tubbergen

Totaal

2024

De Variakamer Tubbergen heeft in het najaar van 2024 enkele extra vergaderingen ingelast. Dit om de bezwaren tegen Woo-besluiten die betrekking hebben op (de aangekondigde komst van) een AZC die veelal in eind juli 2024/begin augustus 2024 waren ingediend te kunnen behandelen.

9. Inzet “andere aanpak” Als voorloper van de bezwarenprocedure kijkt het bestuursorgaan of een informele oplossing alsnog mogelijk is. Door middel van het in gesprek gaan met bezwaarmakers en eventuele derde-belanghebbenden onderzoekt het bestuursorgaan of het geschil kan worden opgelost zonder tussenkomst van de commissie. Dit betreft de methode “andere aanpak”. De commissie is zelf niet betrokken bij de inzet van de “andere aanpak”. Ten aanzien van de zaken waartegen in 2024 één of meerdere bezwaarschriften zijn ingediend, zijn de cijfers ten aanzien van de inzet van de “andere aanpak” als volgt.

8

Inzet "andere aanpak" 35

33

30 25 25 20

18

15 11

11

10

10

10

9

10 7

6 4

5 0 Variakamer Dinkelland Aantal zaken

Variakamer Tubbergen

Zorgkamer Dinkelland

Aantal keer "andere aanpak" ingezet

Zorgkamer Tubbergen

Aantal keer "andere aanpak" gelukt

* In een aantal bezwaarzaken is de “andere aanpak” wel ingezet, maar is de uitkomst hiervan nog niet bekend. Het gaat om vier zaken van de Variakamer Tubbergen.

In bijna alle gevallen kijkt het bestuursorgaan eerst of de “andere aanpak” kan worden ingezet. Van de in 2024 ontvangen bezwaarzaken is 35% ingetrokken door de inzet van de “andere aanpak”. Dit percentage is hoger dan in 2023 (29%). Het “inzetpercentage” is van 42% in 2023 naar 62% in 2024 gestegen. De commissie stelt vast dat bij complexe bezwaarzaken en bezwaarzaken waarbij het gaat om repeterende bezwaarmakers de “andere aanpak” niet tot nauwelijks wordt ingezet. Bij zorgbezwaarschriften wordt bijna in alle gevallen wel contact met bezwaarmaker opgenomen. Het vaakst wordt een bezwaarschrift naar aanleiding van de inzet van de “andere aanpak” ingetrokken doordat een nieuw herziend (en voor bezwaarde positief) besluit is genomen of doordat het besluit is verduidelijkt door het geven van een toelichting. Dit is met name het geval bij zorgbezwaarschriften. Als de “andere aanpak” wordt ingezet dan leidt dat zeer vaak tot een oplossing van het geschil. In alle zaken waarin in 2024 de “andere aanpak” is ingezet, heeft dit in 58% van de bezwaarzaken tot een intrekking geleid. Dit is wel een daling ten opzichte van 2023. In 2023 was het slagingspercentage namelijk 70%.

9

10. Aard van de gegeven adviezen De commissie heeft in 2024 in totaal 59 adviezen uitgebracht. Deze adviezen hebben betrekking op 42 bezwaarzaken: 35 variazaken en 7 zorgzaken. In drie zaken is advies uitgebracht over meerdere bezwaarschriften. In 2023 heeft de commissie in 53 zaken een advies verstrekt. Als van de 59 uitgebrachte adviezen de adviezen waarbij de commissie heeft geadviseerd om deze (kennelijk) niet-ontvankelijk te verklaren niet worden meegeteld, dan heeft de commissie in 31% van de (inhoudelijk) uitgebrachte adviezen geadviseerd om het besluit in stand te laten zonder een aanpassing van het bestreden besluit of het uitvoeren van nader onderzoek. In 2023 was dit nog 56%. Het door de commissie gegeven advies is niet in alle gevallen bij de beslissing op bezwaar volledig door het bestuursorgaan overgenomen. In drie Tubbergse zaken die betrekking hebben op Woo-besluiten is het college in zekere mate contrair gegaan. In één zorgzaak heeft de commissie na de hoorzitting niet gelijk een advies uitgebracht, maar is het college in de gelegenheid gesteld om nader onderzoek uit te voeren. De commissie heeft vervolgens een advies uitgebracht zonder het houden van een nieuwe hoorzitting.

10

Aard van de gegeven adviezen 2022- 2024 50% 45% 42% 40% 33% 31% 30% 20%

22% 19%

20%

15%

14% 11% 8%

10% 3% 3%

1%0%0%

7% 0%

2%

0% 0%

6%

7% 6%

5%

2% 0%

0%

2022

2023

2024

11. Doorlooptijden Als een externe commissie is ingesteld, geldt een termijn van twaalf weken voor het behandelen van een bezwaarschrift. Een bezwaarschrift is tijdig afgehandeld als door het bestuursorgaan voor het verstrijken van de beslistermijn een beslissing op het bezwaarschrift is genomen. Bij het indienen van een onvolledig bezwaarschrift wordt een termijn gegeven om het bezwaarschrift aan te vullen. Hierdoor schuift de beslistermijn op. Het bestuursorgaan kan de beslistermijn ook met zes weken verdagen. Verder uitstel is ook mogelijk, maar dan moeten de betrokken partijen daar wel mee instemmen. Bij verdagen en verder uitstel schuift de beslistermijn ook op.

11

Doorlooptijden 2024 Variakamer Dinkelland

88%

Variakamer Tubbergen

12%

50%

50%

Zorgkamer Dinkelland

100%

Zorgkamer Tubbergen

100% 0%

10%

20%

30%

Binnen de termijn afgehandeld

40%

50%

60%

70%

80%

90%

100%

Buiten de termijn afgehandeld

De commissie heeft in 2024 in 42 bezwaarzaken een advies uitgebracht. Het advies van de commissie is tussen de 7 en 44 dagen na de dag waarop de hoorzitting is gehouden uitgebracht. Het gemiddelde is 19 dagen. Ter vergelijking: in 2022 was het gemiddelde 12 dagen en in 2023 14 dagen. Nadat het advies is uitgebracht, heeft het bestuursorgaan tussen de 6 en 80 dagen een beslissing op bezwaar uitgebracht. Het gemiddelde is 33 dagen. Ter vergelijking: in 2023 was het gemiddelde 38 dagen en in 2022 45 dagen. In 31 van de 42 zaken (74%) is door het bestuursorgaan voor het verstrijken van de wettelijke beslistermijn een beslissing op bezwaar genomen. Dit percentage is hoger dan in 2023 (66%). In twee zaken had door verdaging van de beslistermijn door het bestuursorgaan een overschrijding van de beslistermijn voorkomen kunnen worden. Opgemerkt dient te worden dat ten aanzien van de berekening inzake de doorlooptijden bij de Zorgkamer Dinkelland het om vier bezwaarzaken gaat en bij de Zorgkamer Tubbergen om drie zaken. Dit maakt dat de percentages al snel hoog of laag (kunnen) uitvallen.

12

Doorlooptijden 2022-2024 120% 100% 100% 80% 60%

100%

100%

100%

88% 71%

80% 69%

74% 68%66%

50%

48%

50%

40% 20% 0% 0% Variakamer Dinkelland

Variakamer Tubbergen

Zorgkamer Dinkelland

Binnen de termijn afgehandeld 2022

Zorgkamer Tubbergen

Gemiddelde van alle kamers

Binnen de termijn afgehandeld 2023

Binnen de termijn afgehandeld 2024

De conclusie is dat sprake is van een verbetering van het behalen van de doorlooptijden. Bij de Zorgkamer Dinkelland en Tubbergen zijn zelfs alle zaken voor het verstrijken van de beslistermijn afgehandeld. Alleen bij de Variakamer Tubbergen is sprake van een afname van het afhandelen van bezwaarzaken binnen de beslistermijn. Met name bezwaarzaken ten aanzien van Woo-besluiten zijn buiten de beslistermijn afgehandeld. Wat hierbij waarschijnlijk meespeelt is dat het hier veelal gaat om omvangrijke/complexe bezwaarzaken waarbij het geven van een advies en/of het nemen van een beslissing op bezwaar de nodige tijd kost.

12. Beroep Een belanghebbende kan in beroep gaan tegen een besluit op bezwaar. Daarvoor moet een beroepschrift worden ingediend bij de rechtbank Overijssel. Tegen de uitspraak van de rechtbank is hoger beroep mogelijk bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (variazaken) of bij de Centrale Raad van Beroep (zorgzaken). Naar aanleiding van adviezen die in 2024 door de commissie zijn verstrekt, is (tot nu toe) acht keer beroep ingesteld. Het gaat om zeven variazaken en één zorgzaak. De rechtbank heeft in één beroepszaak al uitspraak gedaan. Dit betreft een zorgzaak (beroep ongegrond). In deze zaak is door appellant ondertussen hoger beroep ingediend. Geconcludeerd kan worden dat in 19% van de bezwaarzaken waarover de commissie heeft geadviseerd beroep tegen de beslissing op bezwaar is ingesteld. Dit percentage is een stuk lager dan in 2023. In 2023 was dit namelijk 32%. In twee bezwaarzaken waarover de commissie in 2024 een advies heeft uitgebracht, is ook een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend. In beide gevallen heeft de voorzieningenrechter dit verzoek afgewezen. 13

13. Aandachtspunten, conclusies & aanbevelingen In voorgaande paragrafen heeft de commissie aan de hand van cijfers al een aantal conclusies getrokken. In deze paragraaf wil de commissie enkele aspecten aan de orde stellen die hiervoor nog niet aan de orde zijn geweest dan wel aspecten die extra aandacht nodig hebben. Dit op basis van de bezwaarschriften die in 2024 zijn ingediend, bezwaarschriften die in 2024 op zitting zijn geweest en/of bezwaarschriften waarover de commissie in 2024 advies heeft uitgebracht. Het is uiteraard aan de bestuursorganen om al dan niet iets met deze aandachtspunten, conclusies en aanbevelingen te doen, maar de commissie hoopt dat de bestuursorganen hiermee wel aan de slag gaan. Inzet van de “andere aanpak” De commissie stelt vast dat het “inzetpercentage” ten aanzien van de “andere aanpak” van 42% in 2023 naar 62% in 2024 is toegenomen. De commissie is content met deze toename. Dat bij zorgbezwaarschriften in bijna alle gevallen de “andere aanpak” is toegepast, is helemaal toe te juichen. De commissie complimenteert de bestuursorganen met de inspanningen die in dit kader worden gedaan. Wel is de commissie van mening dat bezwaren voorkomen kunnen worden door direct een correct besluit te nemen en door het besluit van een goede en duidelijke motivering te voorzien. Inzet op de informele afhandeling van bezwaarschriften is en blijft daarnaast zinvol.

Daarom ziet de commissie graag dat in bezwaarzaken scherp wordt gekeken of er mogelijkheden zijn om tot een oplossing te komen. Dit ook bij langslepende kwesties en/of bij repeterende bezwaarmakers. Wet open overheid (Woo) In 2024 heeft de commissie – net als in 2023 – veel Woo-bezwaarzaken behandeld. De meeste Woo-bezwaarzaken hadden betrekking op (de aangekondigde komst van) een AZC in Albergen. In de meeste gevallen ging het om omvangrijke Woo-verzoeken. De commissie begrijpt dat deze zaken veel tijd kosten en veel van de diverse afdelingen vergt, zeker nu de meeste Woo-bezwaarzaken zeer omvangrijk zijn, maar wil wel aandacht vragen voor een aantal zaken/aspecten die mogelijk anders kunnen of moeten. • Meer dan nu actief (gedeeltelijk) openbaar maken van documenten door het plaatsen van documenten op de gemeentelijke website, waarbij voor de overzichtelijkheid en gebruiksvriendelijkheid met een rubricering wordt gewerkt. • Bij elk ontvangen Woo-verzoek contact opnemen met de aanvrager om samen te komen tot een precisering van de zoekslag, zodat daar (later) geen discussie over kan ontstaan. Dit contact kan namelijk leiden tot meer begrip over de wijze van afhandeling.

• Maak – indien de Woo-verzoeker daarvoor open staat – afspraken wanneer documenten kunnen worden verwacht, waarbij tevens om instemming wordt gevraagd om meer tijd om het Woo-verzoek af te handelen als dit nodig is. • Het inzichtelijk maken van de zoekslag (op welke termen is gezocht, in welke systemen en wie/welke teams is/zijn gevraagd om te zoeken) en door dit bijvoorbeeld als bijlage bij het Woo-besluit bij te voegen. • Een Woo-verzoek (en ook een bezwaar op een genomen Woo-verzoek) bevat met enige regelmaat ook informatievragen. Deze vallen niet onder de Woo, maar het neemt niet weg dat het wel behoorlijk is dat het bestuursorgaan een reactie geeft op deze informatievragen. Dit ontbreekt nu in de meeste gevallen constateert de commissie. 14

•

In complexe en/of omvangrijke bezwaarzaken ziet de commissie graag dat een expert op het gebied van de Woo bij de hoorzitting aanwezig is voor het beantwoorden van vragen.

De commissie is verheugd dat ten aanzien van de Woo al een verbetertraject is ingezet. Aanleveren stukken bij de commissie Het bestuursorgaan dient alle op de zaak betrekking hebbende stukken inclusief een reactienota/verweerschrift tijdig bij de commissie aan te leveren. De secretaris van de commissie maakt hierover afspraken met de vertegenwoordiger van het bestuursorgaan. De commissie heeft hiervoor al vaker aandacht gevraagd, maar de commissie ontvangt deze stukken graag op chronologische volgorde en volledig. Het bestuursorgaan kan daarbij niet zelf bepalen wat relevant is. Alle stukken die relevant zijn voor het behandelen van de bezwaarzaak dienen bij de commissie te worden overgelegd. Ook stukken die betrekking hebben op gerelateerde (bezwaar)zaken die voor de commissie van belang zijn om tot een goed advies te komen, dienen hierbij te worden overgelegd. Als door derde-belanghebbenden inhoudelijke zienswijzen zijn ingediend – dit kan aan de orde zijn bij Woo-bezwaarzaken – dan dienen deze ook bij de stukken te worden gevoegd. Om de ontvankelijkheid te kunnen beoordelen dient het bezwaarschrift met de datumstempel van ontvangst of de e-mail met daarop het tijdstip van ontvangst van het bezwaarschrift bij de stukken te worden gevoegd. In de reactienota – die ook bezwaarde ontvangt – dient in te worden gegaan op alle ingebrachte bezwaargronden.

De reactienota dient ook duidelijk te zijn voor bezwaarde. Brieven/besluiten Participatiewet en Wmo De commissie constateert dat bij besluiten in het kader van de Participatiewet nog wel eens de wettelijke grondslag ontbreekt dan wel beter in het besluit kan worden opgenomen. De motivering van het besluit kan ook beter; deze is in de meeste gevallen summier/onvoldoende. Bij de bezwaarzaken die betrekking hadden op Wmo-besluiten stelt de commissie vast dat het verplichte stappenplan zoals deze door de Centrale Raad van Beroep is omschreven niet in het besluit was opgenomen. Bovenstaande aspecten kunnen bij de beslissing op bezwaar worden hersteld, maar de commissie zou graag zien dat het besluit zelf direct de wettelijke grondslag bevat en/of een deugdelijke motivering. Dit ook gelet op de (deels) kwetsbare doelgroep die onder de Participatiewet en de Wmo vallen. Als een onderzoek in het kader van een melding om in aanmerking te komen voor een Wmovoorziening is afgerond, ontvangt de melder een brief. Deze brief betreft een ondersteuningsadvies over de Wmo-hulpvraag. De commissie ziet graag dat in deze brief – zeker in het geval de melder het niet eens is met het advies – duidelijker wordt aangegeven dat alleen het ondertekend retourneren van deze brief als een aanvraag is aan te merken.

Daarnaast ziet de commissie graag dat in deze brief wordt aangegeven hoe de procedure, na het ontvangen van een aanvraag, verder verloopt en om het onderzoeksverslag altijd als bijlage bij deze brief toe te voegen. 15

Aanwezigheid bij de hoorzitting De commissie constateert dat bezwaarden zich af en toe afmelden voor de hoorzitting met als reden “alles is al gezegd” of “alles is al bekend”. De commissie vindt het spijtig dat een bezwaarde niet naar de zitting komt. Dit omdat een bezwaarde bij een hoorzitting zijn bezwaar kan toelichten en ook omdat de commissie bijna altijd wel vragen heeft voor zowel bezwaarde als de vertegenwoordiger van het bestuursorgaan. Als bezwaarde niet bij de hoorzitting aanwezig is, blijven de vragen onbeantwoord. Een vertegenwoordiger van het bestuursorgaan is altijd bij de hoorzitting aanwezig. De commissie is hiermee erg tevreden. De commissie waardeert in het algemeen de wijze waarop vertegenwoordigers van het bestuursorgaan tijdens de hoorzitting optreden. In de regel is sprake van een goede voorbereiding en kunnen de vragen veelal worden beantwoord. Wel wil de commissie meegeven om bij bepaalde bezwaarzaken (die vaak al langer spelen en/of waarbij meerdere afdelingen in meer of mindere mate bij betrokken zijn) bij de voorbereiding er rekening mee te houden dat de commissie ook vragen kan stellen over zaken die betrekking hebben op een ander vakgebied. Als een vertegenwoordiger geen mandaat heeft om die andere vragen te beantwoorden, dan is het verzoek om iemand mee te nemen die dit mandaat wel heeft.

De commissie begrijpt dat deze vragen de “eigen” bezwaarzaak overstijgen, maar om tot een goed onderbouwd advies te komen ziet de commissie graag dat ook deze vragen tijdens de hoorzitting worden beantwoord. Bezwaren subsidiebesluiten Een aanvraag om subsidie die te laat is ingediend, is op grond van de Algemene subsidieverordening van Dinkelland en Tubbergen een reden om de aanvraag te weigeren. Tegen een aantal “weigeringsbesluiten” is in 2024 bezwaar ingediend met als gevolg dat – na een gesprek met bezwaarmaker – de subsidie alsnog is verstrekt. De commissie vindt dit opmerkelijk. Als een bestuursorgaan in een dergelijke situatie toch coulant wil zijn, waarom pas als een bezwaar is ingediend. Waarbij de commissie zich tevens afvraagt hoe om wordt gegaan met een aanvraag die wordt geweigerd waartegen vervolgens geen bezwaar wordt ingediend. Adviseren als nader onderzoek door het bestuursorgaan nodig is In 2024 kwam de commissie in de beraadslaging een aantal keer tot het oordeel dat nader onderzoek nodig is. De commissie is hier vervolgens ten aanzien van de advisering op verschillende manieren mee omgegaan. In het vervolg gaat de commissie grondiger kijken wat in zo’n situatie wenselijk is.

Dit kan zijn dat de commissie – afhankelijk van hetgeen nader moet worden onderzocht – met een tussenadvies komt, het advies in het geheel aanhoudt in afwachting van de ontvangst van het nadere onderzoek of wel tot een (eind)advies komt. Het is echter niet mogelijk om vooraf hieromtrent één lijn aan te geven.

16

14. Lijst met afkortingen APV AVG Awb BRP Wmo Woo

Algemene plaatselijke verordening Algemene verordening gegevensbescherming Algemene wet bestuursrecht Basisregistratie Personen Wet maatschappelijke ondersteuning Wet open overheid

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/949/documents/24154