2025-32 bijlage 4 Evaluatie ECNOT_.pdf
Tekst van het document
Evaluatie ECNOT December 2024
Bas Wolters
Inhoud 1. Inleiding.............................................................................................................. 3 2. Algemeen........................................................................................................... 4 3. Organisatie......................................................................................................... 8 4. Doel van de coöperatie ECNOT...........................................................................9 5. Financieel......................................................................................................... 10 6. Resultaat.......................................................................................................... 12 7. Conclusie.......................................................................................................... 16 8. Advies............................................................................................................... 19 9. Bijlagen............................................................................................................ 21
2
1.
Inleiding
Tijdens de bestuursvergadering van ECNOT op 7 juni 2024 is besloten dat de evaluatie van EC NOT iets moet zijn van gemeenten en coöperaties. Wat de LEI’s betreft staat centraal de vraag of en in hoeverre de oorspronkelijke doelstellingen en de manier waarop die te bereiken nog door de huidige bestuurders worden onderschreven. Allen gaan daarmee akkoord met toevoeging dat de LEI’s in de gelegenheid worden gesteld om daar zo nodig aanvullingen op te kunnen doen. Afgesproken wordt om evaluatie in oktober klaar te hebben voor verzending naar gemeenteraden. Op 8 oktober 2024 wordt de definitieve projectopdracht hiervoor door de programmamanager van EVNOT verzonden met daarin onderstaande planning: 5-11-2024 Het evaluatierapport wordt via de programmamanager ingebracht in het opdrachtgeversoverleg en daar door projectleider gepresenteerd. 13-11-2024 Het evaluatierapport wordt via de programmamanager ingebracht in het Bestuurlijk Overleg EVNOT en daar door projectleider gepresenteerd. 6-12-2024 Vervolgens wordt het definitieve rapport ingebracht in de bestuursvergadering ECNOT en daar door de projectleider gepresenteerd. Ondertussen is besproken dat de LEI’s, aanvullend op de planning uit de projectopdracht, in dezelfde periode als de gemeentelijke bestuurders, de mogelijkheid krijgen om het evaluatierapport in te zien en daar input op te geven.
Ten behoeve van deze evaluatie is gebruik gemaakt van onderstaande bronnen: 1. Afschrift akte van oprichting ECNOT 2. Projectplan 3. Concept jaarrekening 2023 4. Motie Tubbergen 19-1-2020 5. Motie Losser 4-2-2020 6. Motie Tubbergen 20-4-2021 7. Verslag gesprek met Olaf Lammersen en Maurice Hellemons (Noaberkracht) en Bas Wolters van (Losser) op 9 april over Evaluatie EC NOT 8. Verslag van Bestuursvergadering EC-NOT 7 juni 2024 12.30-14.00 uur 9. Projectopdracht EvNOT
3
2.
Algemeen
In moties van gemeenten Tubbergen (20-4-2021), Losser (4-2-2020) en Tubbergen (19-1-2020), worden de colleges gevraagd te onderzoeken op welke wijze gemeenten hun eigen duurzame energie kunnen opwekken, zelf windmolens kunnen realiseren en exploiteren en zich in te spannen voor de oprichting van een gemeentelijk energiebedrijf. De opbrengsten moeten daarbij ten goede komen aan de inwoners van de betreffende gemeenten. De moties van de NOT-gemeenten waren de aanleiding voor de uiteindelijke oprichting van ECNOT. Besluitvorming: Dinkelland Op 18 januari 2022 heeft het college van Dinkelland een voorgenomen besluit tot oprichting van het Regionaal Energie Bedrijf genomen. Op 8 maart 2022 is dit voorgenomen besluit ter kennisname voorgelegd aan de gemeenteraad van Dinkelland en voorgesteld om geen wensen of bedenkingen in te dienen: Raadsbesluit 8 maart 2022: Kennis te nemen van het voorgenomen besluit van het college om: 1. Een Regionaal Energiebedrijf Noordoost Twente (REB-NOT) op te richten samen met andere gemeenten en een aantal Lokale Energie Initiatieven (LEI’s); 2. Deel te nemen in de rechtspersoon REB-NOT voor een periode van vijf jaar; 3. In te stemmen met de concept-statuten en concept-ledenovereenkomst; 4. Subsidie te verlenen aan het REB-NOT voor de jaren 2022 en 2023, van € 1 per inwoner per jaar; 5.
Het subsidie voor 2022 en 2023 in 2022 in één keer ten laste brengen van de programmagelden duurzaamheid; 6. In het 2e halfjaar van 2024 een tussentijdse evaluatie uit te laten voeren en deze voor te leggen aan de gemeenteraad. Geen wensen of bedenkingen in te dienen op dit voorgenomen besluit. Vervolgens is op 24 mei 2022 het volgende collegebesluit genomen tot definitieve oprichting van het regionaal energiebedrijf: 1. Kennis te nemen van het feit dat de gemeenteraad geen wensen of bedenkingen heeft ingebracht ten aanzien van de oprichting en deelname in het Regionaal Energiebedrijf Noord Oost Twente (REB NOT); 2. In te stemmen met de concept-statuten en voorbeeld-ledenovereenkomst; 3. Te besluiten om over te gaan tot oprichting en deelname in het REB NOT; 4. Akkoord te gaan met het gewijzigde bedrijfsplan; 5. De Wethouder duurzaamheid aan te wijzen als vertegenwoordiger in het bestuur van het REB NOT; 6. De Wethouder financiën/ verbonden partijen aan te wijzen als vertegenwoordiger in de Algemene leden Vergadering van het REB NOT;
4
7. De gemeenteraad met bijgevoegde raadsbrief te informeren over het besluit tot oprichting en deelname in het REB NOT. Tubbergen Voor Tubbergen gelden dezelfde besluiten als in Dinkelland. Hierbij horen de volgende data: 18 januari 2022: voorgenomen besluit college 15 februari 2022: raadsbesluit (ter kennisname en geen wensen en bedenkingen) 24 mei 2022: collegebesluit tot definitieve oprichting regionaal energiebedrijf. Losser Op 25 januari 2022 heeft het college van Losser een voorgenomen besluit tot oprichting van het Regionaal Energie Bedrijf genomen. Op 8 maart 2022 is dit voorgenomen besluit ter kennisname voorgelegd aan de gemeenteraad van Losser en voorgesteld om geen wensen of bedenkingen in te dienen: Raadsbesluit 8 maart 2022: De volgende wensen en bedenkingen in te dienen met betrekking tot het voorgenomen besluit van het college van burgemeester en wethouders om het Regionaal Energiebedrijf Noordoost Twente (REB-NOT) samen met andere gemeenten en een aantal Lokale Energie Initiatieven (LEI’s) op te richten: -
Bedenking: Netcapaciteit - volgens website Enexis1 is in de gemeente Losser beperkt transportcapaciteit beschikbaar. Dat maakt (terug)levering aan het net geen vanzelfsprekendheid.
-
Bedenking/Wens: Rekening te houden met de plannen van het kabinet om de veestapel te verkleinen waardoor er ook in de NOT minder mest beschikbaar is, dat wil zeggen dus niet uit te gaan van de huidige mestcapaciteit.
-
Wens: De Lokale Energie Initiatieven draaien op vrijwilligers, er komt een directeur projectleider waar de LEI’s een beroep op kunnen doen. We vragen rekening te houden met het coöperatieve karakter, zodat het voor de LEI’s ook haalbaar is deze projectleider in te schakelen.
-
Bedenking: Er zou een vliegende start gemaakt moeten worden vanwege beschikbare subsidie en als nieuwe projecten werden genoemd projecten vanuit 5
agrariërs en het industrieterrein met zon op dak, maar dat moet nog worden uitgewerkt. De plannen zijn nog niet concreet en ook is de vraag of de huidige beperkingen van het netwerk geen problemen gaan opleveren. Wij vragen ons af hoe realistisch deze vliegende start is en of daardoor de beschikbaarheid van subsidies niet in het geding komt. -
Wens: Concretere uitwerking hoe de REB positieve exploitatie resultaten ten goede kunnen komen van ALLE inwoners, niet alleen aan hen die hier via Gebiedsfonds(en) in meedelen.
-
Wens: Concretere uitwerking inzetmogelijkheden van de REB bij energiearmoede.
6
Vervolgens is op 25 mei 2022 het volgende collegebesluit genomen tot definitieve oprichting van het regionaal energiebedrijf: 1. Onder voorbehoud van instemming van de gemeenteraad het Regionaal Energiebedrijf Noordoost Twente (REB-NOT) samen met andere gemeenten en een aantal Lokale Energie Initiatieven (LEI’s) op te richten. 2. Deel te nemen in de rechtspersoon REB-NOT voor een periode van minimaal vijf jaar. 3. Financieel bij te dragen aan REB-NOT voor de jaren 2022 en 2023, in de vorm van een bijdrage van € 1 per inwoner per jaar en deze ten laste te brengen van de begrotingspost duurzaamheid 133.6000082.KAD005.34370.0. 4. In het 2e halfjaar 2024 een tussentijdse evaluatie uit te laten voeren en deze voor te leggen aan de gemeenteraad. 5. Middels bijgevoegd raadsvoorstel de raad voor te stellen geen ‘wensen en bedenkingen’ met betrekking tot het voorgenomen besluit van het college van burgemeester en wethouders tot het oprichten van het Regionaal Energiebedrijf Noordoost Twente kenbaar te maken. Oldenzaal Op 8 maart 2022 het volgende collegebesluit genomen inzake een startsubsidie voor het regionaal energiebedrijf: 1. de oprichting van het REB-NOT te ondersteunen met een startsubsidie van € 31.701 (één euro per inwoner) vanuit de gemeente Oldenzaal; 2. dit te dekken uit de reserve Duurzaamheid; 3. de raad hierover te informeren middels een raadsinformatiebrief.
Vervolgens wordt op 19 augustus 2022 ECNOT opgericht door de heren Scholte Lubberink, Meulenbroek en Tijman op Smeijers, vertegenwoordigers van Greuner Coöperatie U.A. / Stichting Duurzaam Weerselo, Coöperatieve Sunne Energie u.a. en Coöperatie Duurzaam Singraven u.a.. Energiecoöperatie Noordoost Twente u.a. is een per 1 oktober 2022 gestarte samenwerking van een drietal gemeenten in Noordoost Twente en de Lokale Energie Initiatieven (zoals hieronder opgesomd) in dit gebied. Het betreffen de gemeenten Dinkelland, Losser en Tubbergen. De gemeente Oldenzaal heeft een eenmalige startsubsidie verstrekt en de overige gemeenten een startsubsidie voor de eerste twee jaar. Hiermee wordt invulling gegeven aan bovengenoemde moties en raadsbesluiten. De volgende Lokale Energie Initiatieven zijn betrokken: Coöperatieve Sunne Energie u.a. Greuner Coöperatie u.a. Coöperatie Duurzaam Singraven u.a. Stichting Essenkracht Energiecoöperatie Boeskoolstroom u.a. Stichting Duurzaam Noord-Deurningen Voor de bedrijfsvoering is een projectplan/bedrijfsplan opgesteld.
7
3.
Organisatie
Bestuur Het bestuur wordt gevormd door drie wethouders duurzaamheid van de gemeenten Dinkelland, Losser en Tubbergen en drie bestuurders die de zes lokale initiatieven vertegenwoordigen. Gemeenten en lokale initiatieven hebben elk de helft van de zeggenschap in de coöperatie. Voorzitter is Benno Meulenbroek (Sunne Energie), penningmeester Cel Severijn (wethouder Dinkelland), secretaris Jaimi van Essen (wethouder Losser). Voor het vervolg van de resultaatsbeschrijving is het van belang te benoemen dat het politiek-bestuurlijke landschap met de gemeenteraadsverkiezingen van 16 maart 2022 en de provinciale statenverkiezingen van 15 maart 2023 ingrijpend is gewijzigd, waarmee ook de start van ECNOT is gemarkeerd. Er wordt geconstateerd dat er inmiddels nieuwe gemeenteraden zijn gekozen en geen van de bij de oprichting van ECNOT betrokken wethouders nog hierin actief is. Deze zijn ondertussen vervangen door de huidige drie wethouders duurzaamheid van de gemeenten Dinkelland, Losser en Tubbergen. Leden Er zijn twee groepen leden die gelijkwaardig zijn. De eerste groep leden bestaat uit minimaal één en maximaal vier gemeenten in Noordoost Twente (Dinkelland, Losser, Oldenzaal en Tubbergen). Deze groep leden gaat het lidmaatschap met de coöperatie aan voor een periode van vijf jaar.
Na deze periode van vijf jaar eindigt het lidmaatschap van elke gemeente automatisch, tenzij zes maanden daarvoor een besluit wordt genomen door de desbetreffende gemeente om het lidmaatschap te verlengen. De tweede groep leden wordt gevormd door Lokale Energie Initiatieven (LEI’s), die zich als coöperatie van leden, afkomstig uit deze gemeenten actief bezighouden met het opwekken van duurzame energie. Zij gaan het lidmaatschap met de coöperatie aan voor onbepaalde tijd. Directie Directeur / projectleider is Henk Roosink. De directeur wordt extern ingehuurd. Medewerkers Geen.
8
4.
Doel van de coöperatie ECNOT
In de oprichtingsakte is het doel als volgt geformuleerd: Artikel 3 Doel 1. De Coöperatie heeft ten doel het bewerkstelligen van economische interactie tussen de Coöperatie en de Leden door middel van het sluiten van Ledenovereenkomsten teneinde: a. het op coöperatieve en ecologisch onschadelijke wijze produceren, doen produceren, leveren en doen leveren van energie, direct of indirect ten behoeve van de leden, alles in de ruimste zin; b. het beperken van fossiel energieverbruik en het stimuleren van het gebruik van duurzame energiebronnen; c. de verwerving, oprichting en exploitatie van een of meerdere duurzame Productie-installatie(s) met gebruik van de SCE, SDE of andere regelingen; d. het ondersteunen van projecten op het gebied van duurzaamheid in brede zin, inclusief sociale duurzaamheid en het bestrijden van energiearmoede; e. zomede al hetgeen met bovenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin.
In het projectplan staat het hoofddoel als volg omschreven: Het hoofddoel van de oprichting van het REB-NOT is om uitvoering te geven aan de moties van de gemeenteraden van Tubbergen en Losser en om ervoor te zorgen dat enerzijds de kwantitatieve afspraken met betrekking tot het aantal op te wekken aantal GWh in Noordoost Twente voor 2030 (en in een later stadium 2050) worden gehaald en anderzijds dat de opgewekte duurzame energie voor minimaal 50% in lokaal eigendom wordt gerealiseerd. De onderliggende doelstelling is daarbij dat zoveel mogelijk niet alleen de lasten, maar ook de lusten bij de inwoners van de deelnemende gemeenten terecht komen. Samengevat zou het doel omschreven kunnen worden als: “Het ontwikkelen, realiseren en exploiteren van projecten voor de opwek van duurzame elektriciteit, met ten minste 50% lokaal eigendom”.
9
5.
Financieel
Begroting Uit besluitvorming van destijds blijkt dat het de bedoeling was dat ECNOT in de eerste twee jaar gefinancierd zou worden door de 4 gemeenten, maar dat daarna de opbrengsten uit projecten de inkomsten voor ECNOT zouden moet gaan invullen. In de begroting uit het projectplan staat de verwachte opbrengsten en kosten als volgt: Begroting Totale bedrijfsopbrengsten Totale bedrijfskosten bedrijfsresultaat
2022 2023 € 148.760 € 181.883 € 122.015 € 116.656 € 26.745 € 65.227
De opbrengsten zijn als volgt begroot
Startsubsidie coöperatie Subsidie 1e 2 jaar Subsidie 1e 2 jaar Subsidie 1e 2 jaar Subsidie 1e 2 jaar Realisatie SCEprojecten Exploitatie SCEprojecten Grootschalige projecten
2022
2023
Overijssel of gemeenten
€ 40.000
€ 10.000
Dinkelland Losser Oldenzaal Tubbergen Kosten in investeringsbegroting Kosten in exploitatiebegroting Stroom/SDE++-subsidie
€ 26.606 € 22.888 € 31.701 € 21.315 € 6.250
€ 19.955 € 17.166 € 23.776 € 15.986 € 93.750
€ 0,025/Wp € 0,005/Wp nnb
€ 1.250 -
-
Jaarrekening ECNOT is per 19 augustus 2022 opgericht, maar had pas in februari 2023 een bankrekening. Daarna is een financiële administratie ingericht, tot die tijd zijn de gemaakte kosten voorgeschoten door samenwerkende NOT gemeenten. Deze voorgeschoten kosten zijn verrekend met de te innen gemeentelijke bijdrage. De accountant behoeft alleen een € 0 aangifte VPB en BTW te doen over 2022. De ALV heeft daarom in de Algemene Ledenvergadering van ECNOT d.d. 7 juni 2023 besloten geen jaarverslag en jaarrekening op te stellen. Jaarrekening 2023 is over een verlengd boekjaar. De drie in ECNOT deelnemende gemeenten hebben elk € 2 per inwoner als bijdrage verstrekt. Gemeente Oldenzaal neemt geen deel aan ECNOT, maar heeft wel een startbijdrage van € 1 per inwoner verstrekt. In totaal hebben de vier gemeenten met elkaar € 173.319 betaald. De 6 LEI’s hebben elk € 100 als lid bijgedragen, in totaal € 600. 10
Tot en met eind 2023 is volgens de jaarrekening 2023 € 54.935 uitgegeven, voor het overgrote deel personeelskosten (inhuur directeur, presentiegelden vrijwillige bestuurders namens de LEI’s ) en een klein deel kantoorkosten. Eind 2023 had ECNOT nog een eigen vermogen van bijna € 120.000.
Gedurende 2024 is tot en met oktober ruim € 30.000 uitgegeven, totaal uitgaven 2024 zullen naar schatting € 40.000 belopen. Voor de advisering en begeleiding vanuit ECNOT aan Sunne Energie op het zonproject Slangenbeek (550 kWp) wordt € 13.760 gefactureerd. Eind 2024 verwacht ECNOT nog ruim € 90.000 eigen vermogen te hebben. In 2025 verwacht ECNOT ruim € 5.000 voor advisering en begeleiding zonproject op manege De Zonnebeek (211 kWp) te kunnen declareren.
11
6.
Resultaat
Met de oprichting van ECNOT en aanstelling van de directeur/projectleider, houden van ALV en periodieke vergaderingen is invulling gegeven aan de moties en aan de raadsbesluiten in de bijlagen. - In relatie tot het doel In de periode van oprichting van ECNOT tot heden is er geen sprake geweest van invulling van de doelstelling door ECNOT als bedoeld in art. 3 a, b en c van de oprichtingsakte. Die doelstelling is in de aktes bewust heel ruim geformuleerd om in de werkzaamheden van EC NOT niet statutair beperkt te worden. Niet alle doelstellingen zijn een expliciete politieke opdracht. De doelstelling als bedoeld in art.3 d en e. zijn slechts ten dele ingevuld. Zo heeft de directeur/ projectleider van ECNOT in opdracht van het bestuur enkele projecten ondersteund ten behoeve van de opwekking van duurzame energie. ECNOT heeft Sunne Energie vergaand ondersteund bij realisering van het zon-opdak project Slangenbeek en het initiatief voor zonnepanelen op het dak van manege De Zonnebeek in Denekamp. Maar van eigen projecten op het gebied van sociale duurzaamheid en het bestrijden van energiearmoede is geen sprake. Hierbij kan de vraag gesteld worden of deze invulling is gegeven door ECNOT als organisatie, of persoonlijk door de directeur van ECNOT.
Ook aan het hoofddoel zoals beschreven staat in het projectplan van ECNOT, om uitvoering te geven aan de moties van de gemeenteraden van Tubbergen en Losser en om ervoor te zorgen dat de kwantitatieve afspraken (gezamenlijk RESbod) met betrekking tot het aantal op te wekken aantal GWh in Noordoost Twente voor 2030 (en in een later stadium 2050) worden gehaald, is geen invulling gegeven door ECNOT. Daarmee is ook geen invulling gegeven aan het doel om te komen tot 50% lokaal eigendom bij deze projecten. Hiervoor zijn meerder oorzaken aan te wijzen. a. Een belangrijk onderdeel bij de ontwikkeling van duurzame energieprojecten is het verwerven van locaties. Ondanks enkele pogingen, zijn de gemeenten en de LEI’s, (direct of middels de directeur van ECNOT) er niet in geslaagd om grondposities of daklocaties te verwerven, of gemeentelijk grondposities te benutten, waarop ECNOT duurzame energie projecten tot ontwikkeling kon brengen. Wat betreft grootschalige energieprojecten was oorspronkelijk bedacht dat ECNOT hier zelf initiatieven voor zou kunnen nemen. Weliswaar is vanuit de LEI vertegenwoordigers informeel naar voren gebracht dat het goed zou zijn om grondposities te verwerven, maar ECNOT heeft formeel geen actieve pogingen tot verwerving van grondposities gedaan, noch daarover besluiten genomen. Deels ook omdat de SDE++ subsidies zeer laag waren.
Voor de ontwikkeling van grootschalige groene energieprojecten, zeker windprojecten, is overigens behoorlijk kapitaal nodig. Wel is er vanuit ECNOT bemoeienis geweest met lokaal eigendom windpark De Lutte waar Prowind initiatiefnemer 12
is. Ook heeft ECNOT een verkennend overleg gehad met één van de initiatiefnemers van het windpark Langeveen en enige inbreng gehad in de discussie over lokaal eigendom van windprojecten in het ATT-gebied alsmede over invulling lokaal eigendom bij zonneweide Drieland in Overdinkel. Vanuit de LEI vertegenwoordiging is een memo ingebracht voor een meer specifieke duiding hoe lokaal eigendom in het NOT gebied nader in te vullen en een voorstel om vooruitlopend op het van kracht worden van artikel 6.12 lid 3 van de nieuwe Energiewet vanuit gemeenten een verordening te doen opstellen voor de motiveringsplicht m.b.t. lokaal eigendom. Dit heeft echter evenmin tot besluitvorming geleid. b. Wanneer de kans zich voordeed om ECNOT in positie te brengen voor een rol bij de ontwikkeling van een project, dan werden door de NOT gemeenten andere marktpartijen naar voren geschoven, of toegelaten om daar invulling aan te geven. Voorbeelden hiervan zijn Windpark de Lutte, zonneweide Drieland in Overdinkel, windproject ATT, windproject Langeveen, zonneproject Boomkwekerij Saasveld en zonneproject Manege Denekamp. c. De directeur van ECNOT werd op een later moment door leden van de coöperatie ECNOT gevraagd om met beschikbare expertise te ondersteunen bij bovengenoemde projecten.
Uitgangspunt van het Bedrijfsplan ECNOT was dat de uren die de directeur EC NOT maakt voor de ondersteuning aan lokale energiecoöperaties bij realisatie van de betreffende projecten in rekening zouden worden gebracht. Dat is niet in alle gevallen duidelijk gecommuniceerd. Inmiddels liggen daarover deels wel afspraken vast. Uren van de directeur die besteed worden aan projecten die niet tot realisatie komen, komen ten laste van de door gemeenten bijgedragen startsubsidies. d. Het veranderende overheidsbeleid en (markt-)omstandigheden, bijvoorbeeld het windbeleid in de NOT gemeenten, alsmede het aangepaste wind- en zonneveldenbeleid van de provincie, hebben het investeringsklimaat en het potentieel voor nieuwe duurzame energie projecten aanzienlijk moeilijker, zo niet onmogelijk gemaakt. Nieuw te ontwikkelen zonnevelden zijn ondertussen niet meer toegestaan op landbouwgronden en locaties voor windenergie zijn in het nieuwe provinciale beleid vastgelegd in clustergebieden, voorkeursgebieden en zoekgebieden. Projectontwikkelaars en grondeigenaren hebben in deze gebieden allemaal grondposities in kunnen nemen en het lijkt dan ook niet meer mogelijk om hier als ECNOT wat betreft die locaties nog tussen te komen.
*) - In relatie tot de financiën Zoals eerder al is beschreven, staat in besluitvorming van destijds dat het de bedoeling was dat ECNOT in de eerste twee jaar gefinancierd zou worden door de 4 gemeenten, maar dat daarna de opbrengsten uit projecten de inkomsten voor ECNOT zouden moet gaan invullen. Dat is niet gelukt en komt doordat lokale coöperaties (LEI’s) slechts enkele kleinschalige met SCE-subsidie te exploiteren projecten hebben aangedragen en dat wat betreft grootschalige met SDE-subsidie te exploiteren projecten de 13
doorlooptijd zo lang is dat niet binnen enkele jaren al inkomsten zijn te genereren uit deze projecten. *) Een situatie overigens, die voor wat betreft juridisch afdwingbare realiseringsmogelijkheden van lokaal eigendom al wordt beschreven door prof. M. A. M. Dieperink in een publicatie in het Tijdschrift voor Bouwrecht 2022/11.
14
Omdat er geen projecten zijn gerealiseerd die leiden tot een structurele bijdrage uit realisatie of exploitatie van SCE-projecten zoals in de begroting beschreven staat, worden er vooralsnog geen structurele opbrengsten gegenereerd door ECNOT. Tot nu toe is er slechts één kleinschalig dakgebonden zonproject gerealiseerd waarvoor ECNOT een factuur voor begeleidingskosten aan de lokale coöperatie stuurt. Dinkelland, Tubbergen en Losser hebben bij raadsbesluit vastgelegd dat de colleges de mogelijkheid hebben om via ECNOT garant te gaan staan voor een projectfinanciering van een coöperatie die lid is van ECNOT. Hiermee kan een coöperatie onder gunstigere voorwaarden geld lenen, zodat er meer revenuen overblijven voor de coöperatie en haar leden, zo is het idee. Dit houdt in dat alle bestuursleden (gemeenten en energie coöperaties) een stem hebben in de financiering van een project in een bepaalde NOT gemeente. Deze constructie vraagt om een samenwerking waarin elkaar wat gegund moet worden. Inmiddels is er, buiten ECNOT om, al een garantstelling verleend voor een zon-op-dak project in Saasveld door de gemeente Dinkelland en wordt er in Losser hard gewerkt aan een garantstelling voor het windproject in de Lutte. Ook hier zonder tussenkomst van ECNOT.
Ondanks dat in zijn algemeenheid de gestelde doelen onvoldoende zijn behaald, heeft ECNOT er wel toe geleid dat er veel kennis over lokaal eigendom (een relatief nieuwe ontwikkeling bij grootschalige duurzame energieprojecten) is opgedaan en gedeeld tussen gemeenten en LEI’s. Ook zijn vanuit ECNOT zijn meerder projecten ondersteund. Voorbeelden hiervan zijn: - Windpark de Lutte - Zonneveld Overdinkel - Windproject ATT - Windproject Langeveen - Zonneproject Boomkwekerij Saasveld - Zonneproject Manege Denekamp Nog altijd is de directeur van ECNOT betrokken bij deze projecten. Alleen niet in de rol zoals die oorspronkelijk bedoeld was vanuit ECNOT als initiatiefnemer en eigenaar van het project, maar in de rol van extern adviseur.
15
7.
Conclusie
Samenvattend kan geconcludeerd worden dat het ontwikkelen van duurzame energieprojecten in de constructie via ECNOT goed doordacht is, goed voorbereid is en mits er sprake is van een goede samenwerking, ook een prima medium is om versnelling te geven aan energieprojecten met een NOT lokaal coöperatief karakter. Er is echter om redenen die in het hoofdstuk Resultaat zijn benoemd, slechts op zeer beperkte wijze invulling gegeven aan de doelstelling van ECNOT zoals deze staat beschreven in de oprichtingsakte en in het projectplan. Tevens lijkt het niet mogelijk om in de toekomst invulling te gaan geven aan die doelstelling. Door gewijzigd overheidsbeleid, veranderd politiek-bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak voor grootschalige ontwikkeling van zon en wind na de lokale en provinciale verkiezingen in 2022 en 2023, alsmede gewijzigde marktomstandigheden, is het vrijwel onmogelijk voor ECNOT om nog nieuwe initiatieven te starten. Projecten zoals zon op dak zijn financieel niet meer aantrekkelijk. Zonnevelden zijn door ruimtelijke beperkingen niet meer mogelijk. Wind- en innovatieprojecten vergen een te grote (financiële) inspanning, kennen een te complexe afstemming en een zeer lange doorlooptijd. Het is gebleken dat samenwerking tussen gemeenten en LEI’s bij de ontwikkeling van de duurzame energieprojecten en garantstellingen complex is.
Door grootschalige projecten door te schuiven naar ECNOT kan de indruk ontstaan dat je eigenlijk lokale zeggenschap weggeeft, omdat je er als drie gezamenlijke gemeenten dan over gaat, terwijl de gemeenten bovendien de zeggenschap binnen ECNOT moeten delen met de lokale LEI’s (elke groep 50% zeggenschap). Een nadere invulling van wat te verstaan onder de reikwijdte van “lokaal eigendom” binnen NOT-verband is er bovendien niet van gekomen. Ambtelijk merkt men ook huiver bij wethouders om als bestuurder van ECNOT besluiten te nemen over grootschalige zon- of windprojecten in een andere gemeente. Met als resultaat dat geen gemeenschappelijk ECNOT beeld over lokaal eigendom tot stand is gekomen tussen NOT gemeenten en de LEI vertegenwoordiging, waardoor uiteindelijk alle partijen toch hun eigen koers zijn blijven varen op dit gebied. De opbrengsten komen vooral uit eenmalige bijdragen vanuit de gemeenten en enkele eenmalige vergoedingen vanuit lokale coöperaties voor begeleidingskosten van zon- en windprojecten. Er is geen zicht op structurele inkomsten vanuit projecten en daarmee lijkt er weinig financieel perspectief voor het voortbestaan van ECNOT. De gemaakte kosten zitten vooral in de gefactureerde uren van de extern ingehuurd directeur van ECNOT. De opbrengsten anders dan de subsidies vanuit de gemeente zijn niet toereikend om deze kosten structureel te dekken.
Wanneer de subsidie vanuit de gemeenten na twee jaar stopt is er dus onvoldoende dekking om de kosten voor de uren van de directeur van ECNOT te kunnen blijven betalen. 16
17
Tenslotte zijn nog van belang de raadsbesluiten van de gemeenten Dinkelland en Tubbergen van respectievelijk 18 juni 2024 en van 26 juni 2024 over hun Klimaatprogramma 2024 – 2050 (pag.15) waarin de ambitie wordt uitgesproken: ‘…de energiecoöperatie Noordoost Twente beter in positie brengen en verder professionaliseren, zodat deze coöperatie lokale initiatieven goed kan ondersteunen met kennis en ervaring, advies, capaciteit en middelen. Niet alleen voor zonne-energie, maar ook voor windenergie in de regio. De energiecoöperatie Noordoost Twente moet processen versnellen en lokaal eigendom vergroten…’ Deze ambitie is een afgezwakte versie van de hiervoor beschreven doelstellingen van ECNOT.
18
8.
Advies
Gelet op het zeer beperkte resultaat in relatie tot het doel van ECNOT, de beperkte mogelijkheden om dat doel in de (nabije) toekomst alsnog te behalen en het gebrek aan financiële middelen, lijkt er geen perspectief voor het voorbestaan van ECNOT in zijn huidige vorm te zijn. Als onderdeel van deze evaluatie heeft een grondige en fundamentele heroverweging van de feitelijke positie van ECNOT en de wijze waarop ECNOT die positie in de NOT gemeenten alsnog kan innemen plaatsgevonden. Daarbij zijn verschillende scenario’s met de bestuurders van ECNOT besproken. Het meest voor de hand liggende scenario is beëindiging van ECNOT in zijn geheel door ontbinding van de coöperatie. Eensgezindheid binnen het bestuur van ECNOT is daarbij van doorslaggevend belang. Ondertussen hebben alle bestuurders aangegeven de voorkeur te hebben voor dit scenario, waarbij de benodigde eensgezindheid bestuurlijk is uitgesproken. Een belangrijke voorwaarde bij dit scenario is dat samenwerking door het uitwisselen van kennis en kunde tussen NOT gemeenten én LEI’s blijft bestaan. Zo is en blijft ondersteuning van lokaal eigendom bij duurzame energieprojecten goed geborgd in de vorm van kennis, ervaring en advies. En zo kan, waar nodig, eventueel maartwerk worden geboden bij ondersteuning in capaciteit en middelen.
De coöperatie kan worden ontbonden door een daartoe strekkend besluit van de Algemene Ledenvergadering. Voor de regels omtrent de ontbinding van de coöperatie wordt verwezen naar artikel 29 van de statuten in de akte van oprichting. Daaraan voorafgaand zal ieder college onafhankelijk een besluit nemen en haar raad daarover informeren en zullen de drie LEI-bestuurders ook hun achterban daarover moeten informeren. Vervolgens kan de Directeur/projectleider van ECNOT de ontbinding effectueren. Andere scenario’s die zijn besproken met de bestuurders van ECNOT zijn: a. Beëindiging van het lidmaatschap door deelnemende gemeenten, waarbij ECNOT blijft voortbestaan, zij het in een andere structuur. b. Doorgaan met een andere doelstelling. De doelstelling in de oprichtingsakte zal herzien moeten worden en er zal een nieuw projectplan geschreven moeten worden, inclusief financiële paragraaf. c. De afgesproken deelname voor een periode van 5 jaar gestand doen. Gelet op de beperkte kansen op succes van bovenstaande scenario’s had geen van deze drie opties de voorkeur.
19
20
9.
Bijlagen
1. Afschrift akte van oprichting ECNOT 2. Projectplan 3. Concept jaarrekening 2023 4. Motie Tubbergen 19-1-2020 5. Motie Losser 4-2-2020 6. Motie Tubbergen 20-4-2021 7. Verslag gesprek met ambtenaren LEI’s en AGEM over evaluatie ECNOT 8. Verslag van Bestuursvergadering ECNOT 7 juni 2024 12.30-14.00 uur 9. Projectopdracht EvNOT 10.Raadsbesluit Losser 11.Raadsbesluit Dinkelland 12.Raadsbesluit Tubbergen 13.Collegebesluit Oldenzaal
21