2024-89 Position Paper toekomst landelijk gebied Noordoost-Twente (bijlage).pdf
Tekst van het document
POSITION PAPER TOEKOMST LANDELIJK GEBIED NOORDOOST-TWENTE Van Opsteller Datum Onderwerp
: Wethouders buitengebied van Dinkelland (Richard de Way) , Losser (Jan Engels & Milad Lahdo) , Oldenzaal (Rob Christenhusz) en Tubbergen (Ursula Bekhuis) : Violette van Heek (programmaregisseur Buitengebied in Balans) : 8 november 2024 : Position Paper toekomst landelijk gebied Noordoost-Twente
Vooraf De position paper is op 24 oktober 2024 geagendeerd en besproken op de bestuurlijke gebiedstafel Noordoost-Twente. De input van de overige gebiedspartners zoals LTO, OPG, Landschap Overijssel, het waterschap Vechtstromen en de zogenaamde groene organisaties is in deze versie grotendeels verwerkt. De gebiedspartners onderschrijven de noodzaak van de in deze position paper beschreven gebiedsgerichte aanpak. Ook onderschrijven zij de wenselijkheid van een integrale werkwijze en de enorme urgentie om door te gaan op de daartoe via het PPLG ingeslagen weg. De position paper wordt ingediend uit naam van de vier gemeenten in Noordoost-Twente die daartoe, vanuit haar rechtstatelijke positie en de daaraan verbonden integrale verantwoordelijkheid, de meest voor de hand liggende partij zijn. Zoals hiervoor aangegeven onderschrijven de gebiedspartners de noodzaak van de beschreven aanpak maar zijn zij vanuit hun initiële doelstelling en/of diversiteit van de achterban geen mede-indiener en hebben zij zich gecommitteerd om (pro)actief te (blijven) bijdragen en participeren. Bestuurlijk standpunt toekomst landelijk gebied Noordoost-Twente Gezien alle huidige ontwikkelingen, nemen we als de vier gemeenten van Noordoost-Twente (NOT) de volgende standpunten in: 1.
We trekken als gebiedspartners in NOT bestuurlijk in gezamenlijkheid op, zoeken elkaar actief op en ondersteunen elkaar en kijken steeds naar mogelijkheden. Daarbij is ook de samenwerking, steun en betrokkenheid van de provincie van cruciaal belang. 2. We onderstrepen gezamenlijk dat door de stapeling, de opgaven voor Noordoost-Twente uitermate complex zijn en blijven, en derhalve juist provinciale middelen, capaciteit en steun benodigd blijven. De leefbaarheid, en daarmee een gezonde toekomst van ons buitengebied, staat op het spel. Het afbouwen van wat van de Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG en de gebieden is opgestart en opgebouwd, is desastreus. 3. We roepen op tot continuering van de integrale en gebiedsgerichte samenwerking met de daarbij passende middelen en capaciteit. Het opgebouwde netwerk en samenwerkingsvormen dienen behouden te blijven, zoals een gebiedsteam en de gebiedstafels. Het gebied heeft hierbij een cruciale rol en stem. 4. We vragen de provincie haar grondbeleid dusdanig te wijzigen dat het de brede transitie van ons buitengebied en de extensivering van melkveehouders mogelijk maakt. Grondmobiliteit is immers een belangrijke sleutel in de opgaven in ons gebied.
We zoeken met provincie en gebiedspartners naar mogelijkheden om de ongewenste neveneffecten op biodiversiteit, bodem- en waterkwaliteit tegen te gaan, die het gevolg kunnen zijn van wanneer vrijkomende agrarische gronden gebruikt alleen gaan worden voor teelten waarbij (nietbiologische) gewasbeschermingsmiddelen worden benut. We richten ons op meervoudig resultaat waarbij niet alleen de pachtopbrengst leidend is maar ook het perspectief van
Pagina 1 van 11
POSITION PAPER TOEKOMST LANDELIJK GEBIED NOORDOOST-TWENTE aangrenzende agrariërs, biodiversiteit, de bodem- en waterkwaliteit en de kwaliteit van het karakteristieke landschap worden meegewogen. 5. Verandering van ons landelijk gebied is een proces en laat zich slecht vangen in formats en blauwdrukken. We vragen hiervoor nadrukkelijk aandacht bij de verdeling van middelen en capaciteit in Overijssel en in Nederland. Maatwerk, vertrouwen en in verbinding zijn, zijn essentieel. Het gebiedsteam en de gebiedstafels NOT hebben hierin een grote rol. Aanleiding Aanleiding voor deze position paper is onder meer het wegvallen van het NPLG in het nieuwe regeerakkoord en daarmee ook het stopzetten van het PPLG in Noordoost-Twente (NOT). Met deze position paper willen we het belang benadrukken van het voortzetten van de integrale en gebiedsgerichte samenwerking in NOT, van de faciliterende rol die provincie door onder andere gebiedsteam biedt en het continueren van ingezette beweging en projecten in het gebied . Er is immers geld beschikbaar gesteld aan de provincie om aan de slag te gaan met de landbouwsector en gebiedsprocessen. Daarnaast zijn er ook provinciale financieringsbronnen voor natuur en landschap. We willen de provinciale 3x3-aanpak 1 continueren omdat de opgaven in NOT onveranderd groot blijven met een evenredig grote impact op ons buitengebied.
Een andere aanleiding vormen de agrarische gebiedsanalyses van de gemeenten in NOT, die dit najaar gepubliceerd zijn/worden. Daarin blijkt dat de komende jaren naar verwachting veel agrariërs zullen stoppen gezien hun leeftijd en het ontbreken van een bedrijfsopvolger. Voor meer informatie over en uit deze analyses, wordt verwezen naar de links in de bijlagen. Overige relevante ontwikkelingen en de betekenis daarvan voor het landelijk gebied van onze vier NOT-gemeenten, zijn te vinden in de bijlage in het laatste deel van deze position paper. Ons doel Het is ons doel om in NOT in goede verbinding te blijven met provincie, waterschap, de agrarische sector, natuurorganisaties en andere stakeholders in het landelijk gebied, met als inzet de verbetering van sociaaleconomisch perspectief, een duurzame landbouwsector en het herstel van natuur, watersystemen en klimaat. Daarom moeten wij als gebiedspartners elkaar vasthouden om samen te blijven werken aan onze doelen met medefinanciering vanuit het rijk en de provincie. Het is zaak daarbij de energie te benutten die de afgelopen vier jaar tot stand is gekomen. Het is tijd dat de vele ideeën en gedachten geconcretiseerd worden in haalbare maatregelen. Hoe verder in Noordoost-Twente? Omdat de wettelijke doelen overeind blijven, is het onverantwoord om te wachten op nieuw landelijk beleid.
Door onder meer de acute mestproblematiek en het aantal agrariërs zonder bedrijfsopvolgers vermoeden we dat veel agrarische bedrijven stoppen, ook gezonde bedrijven met perspectief. Dat baart ons zorgen. Het heeft direct invloed op de daaraan gelieerde economische activiteiten, het onderhoud en aanzien van erven (leegstand) en ons landschap en op het sociaalmaatschappelijke leven op en rondom onze kernen. We hebben voor een vitale toekomst van ons buitengebied en woonkernen een toekomstbestendige agrarische sector, een gezonde natuur en een kwalitatief hoogwaardig landschap nodig. 1
3 doelen, 3 randvoorwaarden en maatwerk voor 3 categorieën boeren. De 3 doelen zijn:1) sterk sociaaleconomisch platteland, 2) toekomstbestendige agrarische sector, 3) natuur versterken.
Pagina 2 van 11
POSITION PAPER TOEKOMST LANDELIJK GEBIED NOORDOOST-TWENTE Als NOT gemeenten zijn wij van mening dat we samen met onze gebiedspartners zo goed mogelijk moeten anticiperen op de doelen die gehaald moeten worden en dat we ons moeten richten op de kansen en moeten aansluiten bij de energie en urgentie die aanwezig is om tot veranderingen te komen. Het is van belang om nu concrete maatregelen te initiëren die zichtbare beweging geven in de omvorming van ons landelijk gebied. Om focus aan te brengen moeten we voor de korte termijn onze strategie veranderen en aanknopingspunten zoeken in bestaande financieringsstructuren. Er lopen belangrijke programma’s lopen in ons gebied die de complexiteit typeren en de uitdagingen vormen maar die, naast bedreiging, ook kansen creëren en ons helpen beweging te creëren, zoals: N2000 en de verbeteropgaven (NNN), de bossenstrategie (provincie Overijssel) KRW / waterkwaliteit en -kwantiteit (waterschap) Haarvaten op Peil / klimaatmaatregelen voor landbouw en natuur (waterschap) en in samenhang daarmee de EU-grond- en drinkwaterrichtlijn Beheervergoedingen (gebiedscollectief) 50 tinten groen (Landschap Overijssel) Stoppersregelingen waaronder de LBV (Rijk) Koploperprojecten PPLG (Provincie). We willen als gemeenten hetgeen we nu doen zo goed mogelijk voort te zetten: 1. Grondmobiliteit is cruciaal voor de gewenste transitie.
Het huidig provinciaal grondbeleid heeft verwerving voor natuur als primair doel maar dat kan een negatief effect hebben op het verbeteren van de waterkwaliteit en draagt niet bij aan kansen voor de blijvende agrariërs om te kunnen extensiveren. We zien dat door het generieke beleid landbouwbedrijven stoppen, maar de gronden niet beschikbaar komen voor blijvende bedrijven in de omgeving. Gronden blijken logischerwijze verpacht te worden aan de hoogste bieder, veelal akkerbouwers en siertelers, ook van buiten deze streek. In die gevallen verdwijnt blijvend grasland. Een ander gevolg is dat dit vaak teelten oplevert die een averechtse effect sorteren omdat hier veelal (niet-biologische) gewasbeschermingsmiddelen gebruikt worden die een negatief effect kunnen hebben om de kwaliteit van bodem, water en natuur 2. Sommige van die teelten tasten ook de kwaliteit van ons Twentse landschap aan. In het kader van het algemeen belang (volksgezondheid, agrarisch perspectief, milieu, water, bodem) en de inspanningen die verricht worden om de water- en bodemkwaliteit en biodiversiteit te verbeteren is dit onwenselijk. Bij vrijwillige kavelruil zal naast de agrarische sector ook gekeken moeten worden naar hoe andere opgaven in een gebied verder geholpen kunnen worden.
We dringen aan op een grondstrategie voor Noordoost-Twente, in samenwerking met de provincie en het waterschap die aansluit bij de 3x3 aanpak. We zullen de grondposities van de verschillende overheden, waar nodig, moeten zien te verbinden. En verkend moet worden of/hoe meerjarige pacht ingezet kan worden om agrariërs die door willen gaan, de kans te bieden te extensiveren en tevens de waterkwaliteit te laten verbeteren. Daarbij moet ook onderzocht worden hoe gronden gebiedsgericht ter beschikking gesteld kunnen worden aan agrariërs met ambitie en perspectief en tegelijkertijd rekening gehouden kan worden met het Didam arrest. 2
Zie onder meer de recente uitspraak van de rechtbank van Leeuwarden: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details? id=ECLI:NL:RBNNE:2024:4141&showbutton=true&keyword=bestrijdingsmiddelen&idx=1
Pagina 3 van 11
POSITION PAPER TOEKOMST LANDELIJK GEBIED NOORDOOST-TWENTE 2.
We stellen een integrale gebiedsambitie Noordoost-Twente op om aan te geven hoe complex en ingrijpend de opgaven voor Noordoost-Twente zijn, om meer impact te hebben in dit grote speelveld en om beter keuzes te kunnen maken in de veelheid van ontwikkelingen. Deze gebiedsambitie zal zich baseren op onder andere de agrarische gebiedsanalyses die in de vier gemeenten worden/zijn uitgevoerd en bestaand beleid. 3. Onze stroomgebieden en beekdalen vormen een wezenlijk kenmerk van ons gebied en derhalve een belangrijk kader (Kaderrichtlijn Water KRW) voor vraagstukken en kansen in het gebied. Wij pleiten ervoor dit kader te benutten om zo veel mogelijk kansen en andere vraagstukken eraan te koppelen, zowel kwantitatief als kwalitatief. We zetten daarom in op een stevige link met het Twents Waternet, waarin alle relevante partijen rond water (provincie, gemeenten, waterschap en Vitens) zijn vertegenwoordigd. 4. We grijpen grote projecten aan als vliegwiel voor transitie Denk daarbij aan onder meer de volgende projecten en onderzoeken (in willekeurige volgorde): a. Natura2000 gebieden als AVAS, Bergvennen, Lemselermaten en Springendal. b. Koploperproject toekomstbestendige (landbouw in) Beekdalen c. Koploperproject ManderEsch d. Koploperproject Oud Ootmarsum e. Koploperproject Beuningen f.
KRW project Geelebeek à (als opstap voor) verbetering extensivering landbouw/landbouwstructuurverbetering, verbeteren watersysteem/klimaat adaptieve maatregelen, NNN. g. KRW-project Tilligterbeek à koppelen aan NNN en onderdeel van blauw groene dooradering, bebossingstrategie, landbouwbedrijf kopen, inzet voor gecontroleerde extensivering landbouw. h. KRW Herinrichting Beneden-Dinkelgebied/NNN. i. Zijbeken Dinkel (WKW/NNN). j. Beeksystemen omgeving Weerselo en Geesteren (KRW) als onderdeel van groenblauwe dooradering, beheervergoedingen, 50 tinten groen) / cascobeleid Noaberkracht. k. Ontwikkeling / sturing op extensivering (landbouwgrond inzetten voor overblijvende landbouw). l. Het nog te verschijnen onderzoek van de WUR naar beekdalen en de effecten van derogatie m. De Natura 2000 Natuurdoelanalyses n. Programma Natuur fase 2. 6. Gezien de stapeling van opgaven in ons gebied, is het noodzakelijk dat de voor transitie beschikbare provinciale middelen naar rato beschikbaar komen voor NOT, om zo kansen te kunnen benutten, projecten te kunnen voortzetten en meerdere kleine gebiedsprocessen te laten ontstaan. Denkbaar is een percentage van de verschillende provinciale financieringsbronnen (zowel op het gebied van de agrarische sector als van natuur en leefbaarheid) aan gebieden te koppelen, uiteraard voorzien van doelstellingen.
Het is dus noodzakelijk dat die middelen breder dan alleen voor koploperprojecten kunnen worden ingezet. 5. We blijven inzetten op het versterken van ons netwerk en de verbinding met het gebied. Zo zetten we (inloop)spreekuren PPLG in gewijzigde vorm en frequentie voort, maar nu met een meer gemeentelijke insteek en een bredere doelgroep. Het label PPLG laten we los. Pagina 4 van 11
POSITION PAPER TOEKOMST LANDELIJK GEBIED NOORDOOST-TWENTE
6.
7.
8.
9.
10.
11.
Het zo goed en objectief mogelijk informeren van onze inwoners is immers van groot belang. We blijven de boodschap uitdragen dat wettelijke doelen wel gehaald moeten gaan worden en dat veranderingen onontkoombaar zijn. Of we het wel of niet eens zijn met die wettelijke doelen, is daarbij irrelevant. Het overstijgend belang is de leefbaarheid van onze gemeenten; de daarin gelegen kleine kernen en een vitaal en mooi buitengebied met kwalitatief hoogwaardige natuur dat ook voor toekomstige generaties en gebruikers behouden blijft. Waar zich kansen aandienen voor gecombineerde, integrale opgaven, kijken we of we ondanks alle beperkingen toch tot kleine, integrale gebiedsprocessen kunnen komen. Kleine stappen kunnen uiteindelijk tot grote veranderingen leiden. We werken integraal samen en stemmen beleid af met onze huidige gebiedspartners zoals het waterschap, de provincie, vertegenwoordigers de agrarische sector en van TBO’s (zoals het gebiedsteam en gebiedstafels). De vlag waaronder we dat doen is niet zo relevant. We hebben een gemeenschappelijk belang. Onze manier van werken en de stappen die we kunnen zetten, inclusief successen, sluiten aan bij de gewenste gebiedsgerichte aanpakken samen met alle partners. Hiervoor zijn de beschikbaarheid van een gebiedsregisseur met ondersteuning en het in stand houden van de bestaande overlegstructuren essentiële voorwaarden.
Voor beweging en verandering, is het belangrijk om te blijven inspireren, informeren en faciliteren. Daartoe zullen we kennis en goede voorbeelden moeten delen. Dat doen we onder andere door informatie- of netwerkbijeenkomsten met specifieke doelgroepen te organiseren. Stoppende boeren3 moet bijtijds en zo goed mogelijk ondersteund worden zodat recht gedaan wordt aan de sociaalemotionele kant en aan landschap en omgeving maar ook dat zij ervaren dat stoppen kansen kan bieden voor henzelf maar ook voor de directe omgeving. We gaan voort op de weg van het vergroten van de kwaliteit van natuur en landschap en het behouden van een toekomstbestendige agrarische sector. Het is belangrijk dat gewerkt wordt aan een duurzaam systeem van langjarige vergoedingen voor het beheer van groenblauwe dooradering. Met de Stichting Groenblauwe Diensten staat een geschikt systeem klaar waar we als gemeenten NOT ook financieel in participeren. We geloven erin dat natuur en agrariërs geen tegenstelling vormen maar elkaar juist kunnen versterken. We gaan door met ambtelijke en bestuurlijke gesprekken en bedrijfsbezoeken. Daarbij hebben we oog voor de brede opgaven en belangen, en dus ook de belangen van andere gebiedsbewoners (niet agrarisch). We blijven met de betrokkenen opzoek naar passende, economische verdienmodellen in het buitengebied en initiëren beleidsruimte om daarin te faciliteren.
Wat is nu dus nodig? Als we in NOT recht willen doen aan de hierboven genoemde opgaven en de ingenomen bestuurlijke standpunten, zullen we in ieder geval op korte termijn de volgende zaken moeten borgen: a. De bestaande integrale overlegstructuren zoals het gebiedsteam, de ambtelijke en bestuurlijke gebiedstafel. Over het mandaat, taken/rollen/bevoegdheden, de frequentie en samenstellingen zal nog gesproken moeten worden. b. De beschikbaarheid van de gebiedsregisseur met ondersteuning. c. Gezamenlijke inbreng van alle gebiedspartners , onder andere door de inzet van uren. 3
Hier worden stoppende boeren in de breedste zin bedoeld, dus stoppers die vee wegdoen en dus stoppen met uitstoot van stikstof, maar ook stoppers die helemaal stoppen en wat anders op het erf gaan doen.
Pagina 5 van 11
POSITION PAPER TOEKOMST LANDELIJK GEBIED NOORDOOST-TWENTE d. e. f. g.
Beschikbaarheid van provinciale middelen om de beweging, projecten en initiatieven te kunnen faciliteren. Een concrete uitvoeringsagenda voor de korte termijn, gebaseerd op deze position paper, met concrete maatregelen om invulling te geven aan (heldere en begrijpelijke) doelen. Een gezamenlijke grondstrategie voor ons gebied. Standpunt hoe om te gaan met niet wettelijke opgaven die het gebied raken zoals de zoektocht van Defensie naar ruimte en het veilig stellen van drinkwater voor de toekomst.
Pagina 6 van 11
BIJLAGE
BIJLAGE Ontwikkelingen Door onder meer het nieuwe kabinet, nieuw rijksbeleid en andere ontwikkelingen, dient de vraag zich aan waar we als gemeenten in Noordoost-Twente staan en hoe we verder willen met de transitie van ons landelijk gebied. Hieronder een onvolledige opsomming van de ontwikkelingen die tot deze vragen leiden: 1. De minister van LVVN (voorheen LNV) heeft in de eerste week van september te kennen gegeven te stoppen met het NPLG. Dit was niet geheel onverwacht aangezien de middelen daarvoor (het Transitiefonds) al eerder waren weggestreept. Ze heeft aangegeven zich te willen richten op innovaties, doelsturing en emissiebeleid. Voor agrarische natuurbeheer komen de komende jaren stapsgewijs de middelen (500 mln. per jaar) beschikbaar, die naar het lijkt ook een gebiedsgerichte inzet krijgt. Bestaande opkoopregelingen blijven van kracht. Voor het einde van het jaar komt ze met een verdere uitwerking van haar aanpak. 2. Daarnaast is heeft de minister de zogenaamde Mestbrief aan de Tweede Kamer gestuurd, waarin zij beschrijft hoe ze de mestproblematiek wil aanpakken. Daarbij grijpt zij terug op het voorgenomen beleid van haar voorganger en blijkt ze niet te ontkomen aan maatregelen om de mestproductie te verminderen en daarmee dus de veestapel te laten krimpen.
Voor de korte termijn zijn echter geen oplossingen voor de agrariërs die op dit moment in acute (mest)problemen verkeren. 3. In het onlangs bekend gemaakte Regeerprogramma staat onder meer dat het rijk uitvoeringsgerichte en gebiedsspecifieke aanpakken in de plaats stelt van het NPLG. Het rijk wil direct via normen per agrarisch bedrijf(stype) sturing geven aan de ontwikkeling van het landelijk gebied. Middelen voor agrarisch natuurbeheer worden ingezet daar waar de gebiedsspecifieke opgaven en uitdagingen voor de agrarische sector het grootst zijn, in samenhang met nationale ruimtelijke keuzen uit de Nota Ruimte. De sturing zal vermoedelijk minder integraal en bottom up plaatsvinden. Er zal niet langer gestuurd worden via de drie bestuurslagen (rijk – provincie – gemeente) maar directer en sectoraal op basis van rijkskeuzes. Er lijkt hier sprake te zijn van een tegenstelling tussen gebiedsspecifieke aanpakken enerzijds en meer rijkssturing anderzijds. 4. In reactie op deze rijksontwikkelingen heeft gedeputeerde in de pers kenbaar gemaakt wel door te willen gaan met de Overijsselse gebiedsgerichte plannen. Deze richten zich op sociaaleconomisch perspectief, een duurzame landbouwsector en het herstel van natuur, watersystemen en klimaat.
Echter, de 234 miljoen die de provincie daarvoor in juni van het rijk heeft gekregen, is te weinig om ook alle 36 koploperprojecten in Overijssel te bedienen. De gedeputeerde wil daarom focus aanbrengen en dit aantal beperken tot maximaal zes gebieden/projecten waarvan de plannen in concept gereed zijn. Een dergelijke focus sluit de gebieden/projecten in Noordoost Twente uit, wat een zeer ongewenste ontwikkeling is. 5. Op Europees niveau is de Strategische Dialoog voor de toekomst van de landbouw in de EU 4 gepresenteerd aan Ursula von der Leyen. Het is een initiatief van haar geweest naar aanleiding van onder andere de boerenprotesten. Het visiedocument is opgesteld door vertegenwoordigers van natuur- en milieuorganisaties, consumenten, landbouw en de voedselindustrie. Hierin wordt onder andere gepleit voor een Europese voedsel zekerheid, van natuur- en klimaatvriendelijke landbouw, van evenwichtige, duurzame en gezonde voeding, 4
https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/nl/ip_24_4528
Violette van Heek
7
BIJLAGE een verbeterde en duurzame voedselketen en het creëren van beweging. Von der Leyen neemt deze input meer in haar beleidsplannen voor de komende vijf jaar. 6. In het voorjaar heeft de EU de Natuur Herstel Wet aangenomen. Deze omvat herstelmaatregelen die ervoor moeten zorgen dat in 2030 ten minste 20% van de land- en zeegebieden van de EU hersteld is, en in 2050 alle aangetaste ecosystemen. Medio 2026 moet Nederland haar herstelplannen indienden bij de EU, waarin zij uitlegt hoe zij de doelstellingen gaat halen. Hoe de herstelplannen eruit komen te zien, is nog niet helder. Wat betekent dit alles voor ons buitengebied in Noordoost-Twente? In willekeurige volgorde: a. Hoewel het kabinet een streep heeft gezet door de middelen en de aanpak (NPLG), blijven de wettelijke doelen op het gebied van natuur, water, klimaat en lucht overeind. Aan die wettelijke doelen zitten deadlines vast die niet verschoven kunnen worden. Dat betekent enerzijds dat de overheid met meer rechtszaken te maken kan gaan krijgen, aangespannen door natuur- en milieuorganisaties, wanneer ze niet aan die wettelijke afspraken en normen voldoet. Anderzijds blijft minder tijd over voor een nieuwe aanpak om die doelen te halen. Dit betekent mogelijk dat straks de doelen alleen met dwingende, generieke maatregelen behaald kunnen worden.
Voor onze gemeenten betekent dit dat er geen ruimte en tijd meer zal zijn voor maatwerk en bottom up initiatieven. Het risico is daardoor groot dat door een stapeling van opgaven en het vervolgens inzetten van generiek beleid de agrarische sector (dierhouderij) in ons buitengebied geen toekomst meer heeft met alle gevolgen van dien voor de leefbaarheid en het landschap. b. Integraal (rijks)beleid gaat plaats maken voor directer en meer sectoraal beleid vanuit het rijk. Integrale en gecombineerde aanpakken worden daardoor lastiger, zo niet onmogelijk. Zo zal het waterschap alleen verder moeten gaan om haar doelen voor 2027 te halen zonder nog te kunnen zoeken naar een gecombineerde, integrale aanpak met andere gebiedspartners. Voor inwoners van ons buitengebied kan het zijn dat ze op verschillende momenten met verschillende projecten en doelstellingen te maken krijgen waarin weinig sprake van samenhang zal zijn en wat veel frustraties zal opleveren. c. Tegelijkertijd staat in het Regeerprogramma dat dit kabinet uitvoeringsgerichte en gebiedsspecifieke aanpakken in de plaats stelt van het NPLG. Het rijk wil sturen door middel van normen per agrarisch bedrijf(stype). Dus van middel- naar doelsturing. Dit suggereert dat er wel ruimte zal zijn voor bottom up ontwikkelingen en maatwerk en dat agrariërs zelf weer aan het stuur komen te zitten.
Hoe dit er precies uit komt te zien is nog onhelder. d. Als de provincie zich beperkt tot het voorzetten slechts een aantal koploperprojecten, zullen naar alle waarschijnlijkheid geen of onvoldoende middelen overblijven voor de projecten en (gebiedsgerichte) initiatieven in Noordoost-Twente. Dit doet geen recht aan de gestapelde opgaven die hier zullen landen en aan de impact die dit nu al heeft. Wij vragen met deze position paper nadrukkelijk om door middel van een uitgebreider programma de uitdagingen in de deelgebieden tegemoet te treden. e. Veel agrariërs zullen op korte termijn stoppen bijvoorbeeld omdat ze geen perspectief meer zien in de buurt van een Natura2000 gebied, van een beëindigingsregeling gebruik maken of omdat ze de mest niet afgevoerd krijgen. Dit gebeurt al op vele plekken en bij agrariërs waarvan het niet verwacht wordt. In sommige delen van onze gemeenten is er al bijna geen melkveehouder meer over. Dit heeft direct gevolgen voor het aanzien van ons landschap en de Pagina 8 van 11
BIJLAGE leefbaarheid van ons buitengebied. De hoeveelheid ‘stoppers’ zal het nodige aan ambtelijke capaciteit vragen, onder andere van ruimtelijke ordening en vergunningverlening. f. Stoppende agrariërs in onze gemeenten zijn gehecht aan hun grond en zullen deze niet per definitie verkopen ten behoeve van de extensivering van naburige veehouders. Fiscaal is dit voor hen ongunstig. In veel gevallen verpachten ze hun grond aan de hoogste bieder. Dat kan betekenen dat er akkerbouw of sierteelt komt waarbij voor deze teelten gebruik gemaakt wordt van (niet-biologische) gewasbeschermingsmiddelen, die potentieel de biodiversiteit, bodem- en waterkwaliteit verslechteren en in sommige gevallen ook kwaliteit van ons landschap aantasten. g. De gewenste extensivering van de melkveehouders in ons landelijk gebied is uitermate lastig. Dit kent enkele oorzaken. Allereerst is het verkrijgen van meer grond onder het bedrijf voor de meeste agrariërs de enige manier op te extensiveren. Alleen zijn in ons gebied de grondbeschikbaarheid laag en de grondkosten hoog. Ten tweede maakt wet- en regelgeving het moeilijk om als overheid aangekochte grond gericht aan een specifieke agrarische ondernemer te verkopen (zie het Didam arrest). De overheid kent evenmin de mogelijkheid van langjarige verpachting aan agrariërs.
Banken zijn onder de huidige omstandigheden vaak niet bereid grondaankoop te financieren of slechts onder strenge voorwaarden. Dit alles maakt dat het praktisch onmogelijk is om te extensiveren in Noordoost-Twente. h. De impuls voor agrarisch natuurbeheer zal ons buitengebied ten goede komen, zowel aan de agrariërs als aan de natuur en het landschap. We hopen dat dit onze resterende agrariërs in hun bestaan ondersteunt. Hoe die langjarige vergoedingen eruit komen te zien, geborgd worden en toegekend worden is vooralsnog onhelder. i. Wij ervaren dat door het ontbreken van een (korte termijn)oplossing voor de mestafzet problematiek in combinatie met de andere opgaves, melkveehouders zich genoodzaakt zien hun bedrijf te staken. De minister hoopt het probleem op te lossen door in gesprek te gaan met Brussel over een aanpassing van Europese regelgeving zoals de Nitraatrichtlijn. Dit biedt echter geen soelaas op de korte termijn en dit wordt door deskundigen als weinig kansrijk gezien. In de tussentijd nemen de kosten voor agrariërs toe of wordt hun mest simpelweg niet opgehaald. Deze vorm van koude sanering heeft voor ons gebied een enorme impact op de leefbaarheid. j. Zolang er geen gedegen stikstofaanpak is, is er geen oplossing voor de PAS-melders in onze gemeenten. Ook heeft het gebrek aan stikstofruimte gevolgen voor de woningbouw en infrastructurele projecten. k.
Ten aanzien van natuur lijkt het rijksbeleid op gespannen voet te staan met de Europese ontwikkelingen (Natuur Herstel Wet en het onlangs gepresenteerde Strategische Dialoog voor de toekomst van de landbouw in de EU). Dit kabinet maakt natuur ondergeschikt aan landbouw. Doordat het behalen van natuur- en waterdoelen wordt uitgesteld, wordt een langere periode van achteruitgang van natuurkwaliteit gecreëerd, met als resultaat een (nog) grotere restopgave. Tegelijkertijd moet Nederland medio 2026 haar natuur herstelplannen bij Brussel indienen waarin aangeven moet worden hoe Nederland de doelstellingen uit die wet gaat halen. Dat die herstelplannen gevolgen gaan hebben op de taken en werkzaamheden van onze gemeenten, is helder. Alleen is nog niet helder wat die precies zullen zijn. l. Het wisselende rijksbeleid en de voortdurende onzekerheid, heeft tot veel wantrouwen in de landelijke en provinciale overheid geleid. Hiervan krijgen wij als gemeenten ook last maar doordat wij dicht bij onze inwoners staan zien wij voldoende vertrouwensbasis om bovengenoemde aanpak met onze gebiedspartners in te zetten.
Pagina 9 van 11
BIJLAGE
Pagina 10 van 11
BIJLAGE Links naar de agrarische gebiedsanalyses NOT Dinkelland: https://geoportaal.vwinfra.nl/portal/apps/experiencebuilder/experience/? id=0af60e45d56f411882c9c97edc70b05c Tubbergen: https://geoportaal.vwinfra.nl/portal/apps/experiencebuilder/experience/? id=f724a37f49244f8396a8cde73f8c7c08 Losser: de analyse wordt eind november aan de gemeenteraad gepresenteerd. De link is derhalve nog niet beschikbaar. Oldenzaal: de analyse is niet als link gepubliceerd maar wordt als uitgangspunt meegenomen in het nog op te stellen omgevingsplan.
Pagina 11 van 11