CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

18042023 VBP Buitengebied, Reimerweg 12 definitief.pdf

Commissie Omgeving & Economie 9 mei 2023, gemeente DinkellandBij agendapunt: 7: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan “Buitengebied, Reimerweg 12”38.876 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Bestemmingsplan

Buitengebied, Reimerweg 12

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld 18 april 2023 NL.IMRO.1774.ROSBPREIMERWEG12-VG01

Buitengebied, Reimerweg 12

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer

7 7 7 8 9 9

Hoofdstuk 2 Het plan 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

11 11 13

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.3 Gemeentelijk beleid

15 15 19 29

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.2 Milieuzonering 4.3 Geur 4.4 Bodem

39 39 40 41 42

4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11

43 44 45 46 48 53 54

Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Water Ecologie Archeologie en Cultuurhistorie Verkeer / parkeren

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Planopzet en systematiek 5.2 Toelichting op de regels

57 57 57

Hoofdstuk 6

61

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg 7.2 Zienswijzen

63 63 63

Bijlagen bij de toelichting

65

Bijlage 1

Landschapsplan

66

Bijlage 2

KGO-plan

68

Bijlage 3

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

87

Bijlage 4

Besluit vormvrije m.e.r.-beoordeling

100

2

bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 12

Bijlage 5

Verkennend (asbest)bodemonderzoek

108

Bijlage 6

Watertoets

200

Bijlage 7

Quickscan natuurwaarden

208

Bijlage 8

AERIUS-rapportage

240

Bijlage 9

Reactienota zienswijzen

294

Regels

305

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

307 307 312

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4

Bestemmingsregels Agrarisch - 2 Bedrijf - Voormalig agrarisch

313 313 315

Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

319 319 320 321 322 323

Hoofdstuk 4 Artikel 10 Artikel 11

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

325 325 326

Bijlagen bij de regels

327

Bijlage 1

Landschapsplan

328

Bijlage 2

Situatietekening parkeren

330

bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 12

3

4

bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 12

Toelichting

bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 12

5

6

bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 12

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding Bouwbedrijf Oude Moleman B.V. (hierna: initiatiefnemer) is sinds jaar en dag gevestigd aan het Pierikspad 3-A op het bedrijventerrein van Rossum. De locatie voldoet niet meer aan de omvang van het bedrijf. Daarnaast zijn er geen mogelijkheden om op de huidige locatie uit te breiden waardoor gezocht is naar een passende locatie in de nabijheid van Rosssum, bij voorkeur op een voormalig agrarisch erf. De reden hiervoor is dat een groot deel van de werkzaamheden van Aannemersbedrijf Oude Moleman B.V. betrekking hebben op de boerderijbouw en restauratie. Als gevolg van de wens om uit te breiden heeft Aannemersbedrijf Oude Moleman B.V. het voormalig agrarische erf aan de Reimerweg 12 te Rossum aangekocht. Op het erf staat een boerderijwoning met een authentiek schuurtje (kippenhok), een voormalige varkensschuur en een kapschuur. De initiatiefnemer is voornemens om de voormalige varkensschuur en kapschuur te slopen en te vervangen door twee nieuwe bedrijfshallen ten behoeve van het aannemersbedrijf. Daarnaast zal het kippenschuurtje vervangen worden door een kantoor. Vanwege het ontbreken van de juiste bouw- en gebruiksregels is de voorgenomen ontwikkeling op grond van het vigerende bestemmingsplan niet mogelijk. Een herziening van het bestemmingsplan is noodzakelijk om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied Ligging Het plangebied is gelegen aan de Reimerweg 12 en ligt ten noorden van de kern Rossum in het landelijke gebied van de gemeente Dinkelland. Rossum is een kerkdorp en ligt ongeveer in het midden van de gemeente Dinkelland. De plaatsen Oldenzaal aan de zuidkant en Ootmarsum aan de noordkant, liggen op ongeveer 5 km afstand. Verder ligt Rossum ten oosten van Weerselo en ten zuidwesten van Denekamp. Met uitzondering van Oldenzaal maken de andere genoemde plaatsen onderdeel uit van de gemeente Dinkelland. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Weerselo, sectie Q, nummers 640 en 641 en heeft een oppervlakte van 7.035 m2. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.

Figuur 1.1: Ligging plangebied (bron: Atlas van Overijssel) Begrenzing De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 weergegeven (rood omkaderd). Het plangebied betreft de percelen aan de Reimerweg 12 te Rossum, kadastraal bekend als gemeente Weerselo, sectie Q, nummers 640 en 641. Het plangebied wordt aan de noord-, west- en oostzijde begrensd door agrarische (weide)grond. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door de Reimerweg.

bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 12

7

Figuur 1.2: Begrenzing plangebied (bron: Atlas van Overijssel)

1.3 Vigerend bestemmingsplan Het plangebied is gelegen binnen de grenzen van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2010', vastgesteld door de gemeenteraad van Dinkelland op 18 februari 2010 en voorzien van de enkelbestemming 'Agrarisch - 2' met functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - bouwperceel niet grondgebonden agrarisch bedrijf'. Daarnaast geldt het 'Facetbestemmingsplan parkeren Dinkelland', vastgesteld op 29 mei 2018. Dit facetbestemmingsplan is opgesteld om de regels ten aanzien van parkeren te reguleren. In figuur 1.3 is een uitsnede van de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan opgenomen.

Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied 2010' (bron: ruimtelijkeplannen.nl) De voor 'Agrarisch - 2' aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor het agrarische gebruik, de uitoefening van een agrarisch bedrijf met een in hoofdzaak niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - bouwperceel niet grondgebonden agrarisch bedrijf', het wonen ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering al dan niet in combinatie met mantelzorg, dagbesteding en educatie met de daarbij behorende bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen. Op grond van de bouwregels geldt dat de gebouwen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd op de gronden die zijn voorzien van een bouwperceel. Er mogen uitsluitend bedrijfsgebouwen en overkappingen ten behoeve van het agrarische bedrijf worden gebouwd. De initiatiefnemer is voornemens om de voormalige agrarische schuren te slopen en twee nieuwe bedrijfshallen te realiseren ten behoeve van het aannemersbedrijf. Op grond van de bouwregels mogen enkel gebouwen ten behoeve van een agrarisch bedrijf worden gebouwd. Vanwege het ontbreken van de juiste gebruiks- en 8

bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 12

bouwregels is de vestiging van het aannemersbedrijf en de bouw van de bedrijfshallen niet mogelijk. Een herziening van het bestemmingsplan is noodzakelijk om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken.

1.4 De bij het plan behorende stukken Het onderhavige bestemmingsplan 'Buitengebied, Reimerweg 12' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.1774.ROSBPREIMERWEG12-VG01); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels.

1.5 Leeswijzer De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.

bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 12

9

10

bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 12

Hoofdstuk 2

Het plan

2.1 Huidige situatie Aannemersbedrijf Oude Moleman B.V. werkt vanuit Rossum aan verschillende bouwprojecten in de regio. De bouwwerkzaamheden hebben betrekking op nieuwbouw, verbouw, restauratie en renovatie van woningen, boerderijen, industriële erfgoederen en monumentale gebouwen. Het aannemersbedrijf heeft op dit moment 17 timmerlieden en/of metselaars in dienst die hun vak verstaan. Daarnaast zijn er ook leermeesters in het bedrijf actief zodat jonge mensen worden opgeleid tot metselaar, timmerman of restauratietimmerman. Het gros van de medewerkers komt uit de nabije omgeving van Rossum waar het bedrijf is gevestigd aan het Pierikspad 3-A op het bedrijventerrein van Rossum. Het bedrijfsperceel heeft een oppervlakte van 1354 m2 en is gelegen achter een bedrijfswoning en tussen meerdere bedrijfsgebouwen. Op het bedrijfsperceel zijn twee bedrijfshallen met een gezamenlijke oppervlakte van circa 440 m2 aanwezig. Vanwege de vorm van het bedrijfsperceel is er maar beperkt ruimte voor de opslag en stalling van materieel ten behoeve van het bedrijf. In figuur 2.1 is een luchtfoto van de huidige bedrijfslocatie weergegeven. Het bedrijfsperceel is rood omkaderd.

Figuur 2.1: Luchtfoto bedrijfsperceel Pierikspad 3-A Rossum (bron: Cyclomedia) Vanwege de beperkte en onhandige omvang van het bedrijfsperceel en de geringe uitbreidingsmogelijkheden heeft de initiatiefnemer het voormalige agrarische erf aan de Reimerweg 12 gekocht. Het erf aan de Reimerweg 12 te Rossum ligt in het essenlandschap. Het essenlandschap bestaat uit een samenhangend systeem van essen, flanken, lager gelegen maten en fliergronden, – voormalige – heidevelden en kenmerkende bebouwing rond de es. Het landschap is geordend vanuit de erven en de essen, de eeuwenoude akkercomplexen die op de hogere dekzandkoppen en flanken van stuwwallen werden aangelegd. Eeuwenlange bemesting - met heideplaggen en stalmest - heeft geleidt tot een karakteristiek reliëf met soms hoge steilranden. De dorpen en erven lagen op de flanken van de es, op overgang naar het lager gelegen maten- en flierenlanden. Zo lagen ze droog en werden tegelijkertijd de werklijnen zo kort mogelijk gehouden. Op het perceel aan de Reimerweg 12 is een voormalige agrarische bedrijfswoning met authentiek schuurtje (kippenschuurtje) van 90 m2 aanwezig. Naast deze voormalige bedrijfswoning bevinden zich op het aangrenzende perceel twee schuren. Het betreft een varkensschuur en een kapschuur, met een oppervlakte van respectievelijk 280 m2 en 350 m2.

In onderstaande figuur 2.2 is een luchtfoto van het erf aan de Reimersweg 12 weergegeven. In figuur 2.3 is een aanzicht van de woning en het bijgebouw weergegeven en in figuur 2.4 is een aanzicht van de voormalige varkensschuur en kapschuur weergegeven.

bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 12

11

Figuur 2.2: Huidige situatie plangebied Reimersweg 12 (bron: Atlas van Overijssel)

Figuur 2.3: Aanzicht bedrijfswoning en erf (bron: Oude Moleman B.V.)

12

bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 12

Figuur 2.4: Aanzicht voormalige varkensschuur en kapschuur (bron: Cyclomedia)

2.2 Toekomstige situatie De initiatiefnemer is voornemens om de bedrijfsactiviteiten te verplaatsen van het Pierikspad 3-A naar de Reimerweg 12 te Rossum. Als gevolg van het plan wordt de voormalige varkensschuur en kapschuur gesloopt en vervangen door een nieuwe bedrijfshal (kapschuurmodel) en een kapschuur ten behoeve van het aannemersbedrijf. Concreet wordt een schuur van 280 m2 en 350 m2 gesloopt. De bedrijfshal heeft een oppervlakte van circa 570 m2 en de kapschuur heeft een oppervlakte van circa 480 m2. Daarnaast bestaat het voornemen om de bestaande varkensstal aan de voorzijde van het erf een authentieke schuur (kippenschuurtje) met een oppervlakte van 90 m2 te slopen en te vervangen door een kantoor met een oppervlakte van 130 m2. De gezamenlijke oppervlakte aan bebouwing bedraagt circa 1.180 m2 (nieuwe bedrijfshal, nieuwe kapschuur en nieuw te bouwen kantoor). Om de bedrijfsgebouwen en de bedrijfsactiviteiten voor nu en in de toekomst goed uit te kunnen voeren is de initiatiefnemer voornemens om het huidige bouwperceel van het voormalige niet grondgebonden agrarische bedrijf te wijzigen in die zin dat een oppervlakte van 992 m2 aan de oostzijde wordt verplaatst naar de westzijde van het perceel. Daardoor ontstaat er ruimte om enige afstand te creëren tussen de woning en de bedrijfsgebouwen.

Daardoor ontstaat er op het erf voldoende ruimte om te manoeuvreren zodat er geen gedraai van vrachtverkeer op de Reimerweg plaatsvindt. Het parkeren vindt plaats tussen de woning en de bedrijfsbebouwing en aan de westzijde van het perceel. In figuur 2.5 is de toekomstige situatie weergegeven. In figuur 2.6 is tevens een maquette (3D-situatie) van de voorgenomen ontwikkeling weergegeven. De toekomstige situatie is tevens als Bijlage 1 bij de toelichting opgenomen.

Figuur 2.5: Toekomstige situatie (bron: Borgerink Groendesign)

bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 12

13

Figuur 2.6: 3D-maquette toekomstige situatie (bron: Aannemersbedrijf Oude Moleman B.V.) De initiatiefnemer is voornemens om op grond van de beleidsnota 'Buitengebied met kwaliteit' een bijdrage te leveren aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit. De beleidsnota 'Buitengebied met kwaliteit' is enerzijds bedoeld om de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied in stand te houden en te verbeteren. Anderzijds is het doel van deze beleidsregeling om (economische) ontwikkelingen in het buitengebied mogelijk te maken om zo een bijdrage te leveren aan een vitaal en leefbaar buitengebied. De beleidsnota vervangt oude beleidsregelingen zoals Rood voor Rood, Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving, Schuur voor Schuur en het VAB+ beleid (zie paragraaf 3.3.2 voor de toets aan de beleidsnota Buitengebied met kwaliteit). Om een bijdrage te leveren aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit wordt de zichtlijn vanaf de Reimerweg richting de es behouden en zal de esrand aan de oostzijde van het plangebied worden hersteld. Daarnaast zal de bestaande fruitboomgaard worden versterkt door de aanplant van nieuwe appel-, pruim,- en kersenbomen (6 in figuur 2.5). Op de hoek van het perceel wordt tevens een nieuwe bomengroep aangeplant (7) bestaande uit drie zomereiken.

Om in de parkeerbehoefte te voorzien worden naast de nieuw te bouwen kapschuur 11 parkeerplaatsen aangelegd die worden ingepast in het groen (A). Bij deze parkeerplaats wordt een nieuwe bomenrij aangeplant die bestaat uit vier berken (4) en wordt het parkeren afgeschermd door middel van een gemengde haag (5). Langs de parkeerplaatsen wordt tevens een nieuwe zaksloot gerealiseerd ten behoeve van de waterberging in het plangebied. Om in de overige parkeerbehoefte te voorzien worden aan de westzijde van het perceel 10 parkeerplaatsen gerealiseerd tussen de nieuw te bouwen bedrijfshal en de nieuw te bouwen kapschuur. Om de nieuwe bebouwing vanaf de Reimerweg af te schermen wordt langs de westzijde voorzien in een nieuwe houtsingel (2) over een lengte van 35 meter en een breedte van 4 meter. Tevens worden er nieuwe bomengroepen aangeplant (3). In Bijlage 1 is het landschapsplan opgenomen.

14

bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 12

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1 Rijksbeleid 3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de vestiging van een nieuwe economische functie (aannemersbedrijf) in het buitengebied (landelijk gebied) van Rossum. Daarmee is de vierde pijler "toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied" relevant voor de voorgenomen ontwikkeling. In de NOVI wordt voor het landelijk gebied aangegeven dat een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied vraagt om een verantwoorde herinrichting van het landelijk gebied en een verbetering van de milieukwaliteit.

Bij ontwikkelingen in het landelijk gebied moet cultureel erfgoed en unieke landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten behouden en versterkt worden. Waar mogelijk en gewenst dienen nieuwe kwaliteiten toegevoegd te worden. Voor een landelijk gebied dat zich toekomstbestendig kan ontwikkelen, is nodig dat de bereikbaarheid, de economische kracht en de beschikbaarheid van voorzieningen ook voldoende worden meegenomen in het Nationaal Programma Landelijk gebied. Vrijkomende agrarische bebouwing kan gebruikt worden voor het ontwikkelen van nieuwe functies en woonconcepten. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling worden voormalige agrarische opstallen gesloopt en vervangen door nieuwe bedrijfsgebouwen ten behoeve van een nieuwe economische functie (aannemersbedrijf). De voorgenomen ontwikkeling wordt landschappelijk ingepast waardoor de ruimtelijke kwaliteit van het erf verbeterd. De voorgenomen ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt op basis van het gemeentelijke beleid voor het buitengebied (Buitengebied met kwaliteit). Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat de voorgenomen ontwikkeling binnen de prioriteiten van de NOVI past. Er wordt een bijdrage geleverd aan de toekomst van het landelijk gebied.

bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 12

15

3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling.

Onderhavig plan Het vestigen van een aannemersbedrijf op een (voormalig) agrarisch bouwperceel betreft een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid Bro. Hoewel in de overzichtsuitspraak met jurisprudentie met betrekking tot de Ladder van 28 juni 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1724) is bepaald dat de uitbreiding van bedrijfsbebouwing kleiner dan 500 m2 in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt, moet het voorgenomen plan wel worden aangemerkt als een planologische functiewijziging van zodanige aard en omvang dat er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ECLI:NL:RVS:2016:1075). Het voorgenomen plan voorziet in de functiewijziging van een voormalig agrarisch bedrijfsperceel naar een aannemersbedrijf. Als gevolg van de functiewijziging wordt de bestaande voormalige agrarische bedrijfsbebouwing (varkensschuur en kapschuur) gesloopt en wordt een nieuwe bedrijfshal en een nieuwe kapschuur gerealiseerd. De te slopen bebouwing heeft een gezamenlijke oppervlakte van 630 m2. De nieuw te bouwen bedrijfsgebouwen hebben een oppervlakte van 570 m2 en 480 m2 (gezamenlijke oppervlakte bedraagt 1.050 m2). Daarnaast wordt een voormalige authentieke kippenschuur met een oppervlakte van 90 m2 gesloopt en vervangen door een kantoor met een oppervlakte van 130 m2. De totale nieuwbouw bedraagt derhalve 1.180 m2.

Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat gelet op de feitelijk aanwezige bebouwing de toename aan bebouwing 460 m2 bedraagt. Ten aanzien van de gebruiksmogelijkheden is het perceel in het bestemmingsplan Buitengebied 2010 voorzien van de bestemming 'Agrarisch - 2' en mochten deze gronden worden gebruikt voor het agrarisch gebruik. Daarnaast moet er een agrarisch bedrijf worden uitgeoefend met een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - bouwperceel grondgebonden agrarisch bedrijf'. De grootte van dit agrarisch bouwperceel was ongeveer 4.763 m2. In het ontwerpbestemmingsplan is een deel van de gronden nog steeds voorzien van de bestemming 'Agrarisch 1'. Daarnaast is er geen sprake meer van een agrarisch bouwperceel, maar de bestemming 'Bedrijf - Voormalig agrarisch'. Specifiek is hier alleen een aannemersbedrijf toegelaten. De grootte van dit bestemmingsvlak is ongeveer 4.394 m2. Derhalve dient te worden geconcludeerd dat er sprake is van een planologische functiewijziging die vanwege de nieuwe bouwmogelijkheden van dusdanige aard en omvang is dat er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling dient de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte aan de ontwikkeling te bevatten.

Als de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en gepland is binnen bestaand stedelijk gebied dan wordt voldaan aan de Ladder. Als de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied is gepland, moet volgens artikel 3.1.6 lid 2 Besluit ruimtelijke ordening gemotiveerd worden waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Hieronder wordt het plan getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Bestaand stedelijk gebied Zoals is beschreven voldoet een ontwikkeling aan de Ladder als de behoefte is aangetoond en de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd wordt. In artikel 1.1.1. onder h van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip 'bestaand stedelijk gebied' vastgelegd. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Het plangebied betreft een voormalig agrarisch bouwperceel met voormalige agrarische bedrijfsbebouwing. Er is 16

bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 12

geen sprake van een bestaand stedenbouwkundig stelsel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid etc. waardoor het plangebied niet aangemerkt kan worden als bestaand stedelijk gebied. Als de stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied is gepland, moet volgens artikel 3.1.6 lid 2 Bro gemotiveerd worden dat binnen bestaand stedelijk gebied niet in die behoefte kan worden voorzien. Verzorgingsgebied In de beschrijving dient inzichtelijk te worden gemaakt dat het plan niet tot onnodig nieuw ruimtebeslag leidt en geen zodanige leegstand tot gevolg zal hebben dat dit tot een uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening onaanvaardbare situatie in het verzorgingsgebied van de voorziene ontwikkeling zal leiden (uitspraak van 27 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2095 (Eindhoven)). Uit de Nota van toelichting (2017) blijkt dat de aard en omvang van de ontwikkeling bepalend zijn voor de reikwijdte van het onderzoek naar, de beschrijving van en het overleg over de behoefte, waarvan de uitkomsten dienen te zijn opgenomen in de plantoelichting.

Daaruit blijkt voorts dat het primair aan de bestuursorganen is om op basis van het ruimtelijke verzorgingsgebied van de nieuwe stedelijke ontwikkeling te bepalen hoe uitgebreid het onderzoek moet plaatsvinden, met welke bestuursorganen en diensten het overleg over de nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt gevoerd en tot welk gebied de onderbouwing van de behoefte zich uitstrekt. Dit gebied kan verschillen naar gelang de aard en de omvang van de voorziene stedelijke ontwikkeling in relatie tot de context. Van geval tot geval zal moeten worden bezien welk schaalniveau past bij de behoefte, in de leniging waarvan de door het plan mogelijk gemaakte stedelijke ontwikkeling voorziet, gelet op de aard en omvang daarvan (uitspraken van 11 maart 2015, ECLI:NL:RVS:2015:715 (Beek), van 23 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:798 (Asten) en van 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2921 (Geldermalsen)). De werkzaamheden van het aannemersbedrijf zijn bepalend voor de locatiekeuze. Het betreft een aannemersbedrijf dat momenteel aan het Pierikspad 3-A in Rossum is gevestigd. Het aannemersbedrijf voorziet vooral in nieuwbouw, verbouw, renovatie en restauratie van monumentale panden. Het gaat om zowel woningen, utiliteitsbouw en kantoren. De vakwerklieden en leerlingvakwerklieden zijn allen afkomstig uit de directe omgeving van Rossum.

Het klantenbestand en opdrachtenportefeuille van het aannemersbedrijf bevindt zich hoofdzakelijk in de regio Twente. De regio zuidoost Twente (Oldenzaal, Enschede, Denekamp, Rossum en Losser) vertegenwoordigd daarin het grootste gedeelte van de opdrachtenportefeuille. Vanwege economische gronden (korte rijafstanden) is het logisch dat een aannemersbedrijf zich in de nabijheid van het bepalende werkgebied bevindt. Anderzijds is het voor particulieren/opdrachtgevers ook aantrekkelijker en gemakkelijker als de aannemer zich in de nabijheid van de bouw- c.q. woonplaats bevindt, zodat het aannemersbedrijf voor (ver)bouw- en restauratiewerkzaamheden kan worden ingeschakeld. Gelet hierop kent het aannemersbedrijf een zeer grote mate van lokale gebondenheid aan de regio Dinkelland en zuidoost Twente (Oldenzaal, Enschede, Rossum en Losser). De huidige vestigingsplaats Rossum is hierdoor een zeer goede uitvalsbasis. Daarom kan de regio Dinkelland vanwege de herkomst van het personeel en werkgebied aangemerkt worden als verzorgingsgebied. Behoefte Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro verplicht het betrokken bestuursorgaan om in de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling te beschrijven.

Deze verplichting geldt voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen en buiten het bestaand stedelijk gebied. Bij deze behoefte gaat het niet alleen om de kwantitatieve behoefte. Het kan ook gaan om de kwalitatieve behoefte, zijnde de behoefte aan het specifieke karakter van de voorziene stedelijke ontwikkeling (uitspraak van 11 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3444 (Rozendaal)). In deze beschrijving dient tot uitdrukking te komen dat deze behoefte is afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij ook de planologische capaciteit een factor van belang kan zijn (uitspraken van 11 maart 2015, ECLI:NL:RVS:2015:715 (Beek) en van 11 februari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:345 (Kampen)). Zoals in Hoofdstuk 2 reeds is aangegeven ondervindt Aannemersbedrijf Oude Moleman B.V. ruimtegebrek in de uitbreidingsmogelijkheden op het huidige perceel. Vanwege de opzet/vormgeving van het perceel en de reeds aanwezige bebouwing is het op het huidige perceel niet mogelijk om verder uit te breiden. Op grond van het vigerende bestemmingsplan op de huidige bedrijfslocatie aan het Pierikspad 3-A mogen bedrijfsgebouwen uitsluitend binnen het bouwvlak gerealiseerd worden. De oppervlakte van het bouwvlak van Aannemersbedrijf Oude Moleman B.V. aan het Pierikspad 3-A bedraagt circa 925 m2. Van die oppervlakte is reeds 447 m2 bebouwd met bedrijfsgebouwen.

Tevens zijn er circa 50 m2 aan overkappingen gerealiseerd op het bedrijfsperceel. Derhalve bedraagt de bebouwde oppervlakte circa 497 m2. Hoewel er op grond van het bouwvlak en de bouwregels nog 428 m2 aan bebouwing opgericht kan worden, is dit gelet op het bedrijfsperceel bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 12

17

en de bedrijfsvoering niet logisch aangezien er ook buitenopslag van materieel (o.a. containers, bouwmateriaal etc.) plaatsvindt. Op basis van het huidige bedrijfsperceel is het niet mogelijk om het bedrijf toekomstbestendig te kunnen uitbreiden. Derhalve is door aannemersbedrijf Oude Moleman naar een alternatieve locatie gezocht. Het aannemersbedrijf richt zich zowel op de nieuw- en verbouw van woningen en utiliteitsgebouwen als op de restauratie en herbestemming van (monumentale) boerderijen, kerken en landhuizen. Deze waardevolle gebouwen vertellen vaak het verhaal van de stad of het dorp. Aannemersbedrijf Oude Moleman hecht waarde aan het behoud en restauratie van monumentale en historische panden. Deze specialismen zijn een grote uitdaging en kwaliteit van het aannemersbedrijf. Vanuit die gedachte heeft Oude Moleman het plan opgevat om het voormalig agrarisch erf met boerderij aan de Reimerweg 12 aan te kopen, waarbij de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en er passende nieuwbouw wordt gerealiseerd met respect voor de boerderij die in gebruik genomen wordt als bedrijfswoning. Het aannemersbedrijf voorziet voor de toekomst een groei tot maximaal 25 medewerkers, zodat het aannemersbedrijf bestaat uit een vast team aan vakmensen met ieder gespecialiseerde kennis van nieuwbouw, verbouw en restauratie.

Door de realisatie van een bedrijfsgebouw met een oppervlakte van 570 m2, een kapschuur met een oppervlakte van 480 m2 en de realisatie van een kantoor (gerestaureerde vakwerkschuur) van 130 m2 wordt voorzien in een toekomstbestendig bedrijfsperceel voor de toekomst. Op de locatie Reimerweg 12 in Rossum kan derhalve voorzien worden in een specifieke en concreet voordoende behoefte van een lokaal gevestigd aannemersbedrijf om het bedrijf toekomstbestendig te maken en te houden. Voorts is van belang dat middels onderhavig bestemmingsplan uitvoering wordt gegeven aan het gemeentelijk beleid ten aanzien van het buitengebied (Buitengebied met kwaliteit). Het doel van deze beleidsregel is meervoudig. Enerzijds is deze beleidsregeling bedoeld om de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied in stand te houden en te verbeteren. Anderzijds is het doel van deze beleidsregeling om (economische) ontwikkelingen in het buitengebied mogelijk te maken om zo een bijdrage te leveren aan een vitaal en leefbaar buitengebied. Beschikbaarheid en geschiktheid locaties binnen bestaand stedelijk gebied Als de stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied is gepland, moet volgens artikel 3.1.6 lid 2 Bro worden gemotiveerd waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Daarbij spelen de beschikbaarheid en geschiktheid van locaties binnen bestaand stedelijk gebied een rol. Argumenten dat binnen bestaand stedelijk gebied geen mogelijkheden zijn voor de nieuwe stedelijke ontwikkeling kunnen bijvoorbeeld gaan over: kwalitatieve aspecten van de behoefte (hierbij kan gedacht worden aan bedrijvigheid die niet binnen bestaand stedelijk gebied in voorzien kan worden door bijvoorbeeld de kavelgrootte of milieucategorie) Andere functies die ter plaatse al aanwezig zijn of (volgens ruimtelijk beleid, zoals een structuurvisie) worden beoogd (voorbeelden zijn onder andere maatschappelijke voorzieningen, groenvoorzieningen en bedrijven die aanwezig zijn of later worden beoogd in een gebied/locatie); Aanzienlijke investeringen die eerst nodig zijn voor de inbreidingsplekken, bijvoorbeeld vanwege negatieve milieuaspecten als gevolg van de nieuwe functie. Zoals is aangegeven behoort de regio Dinkelland, gelet op de herkomst van het personeelsbestand en werkgebied, tot het verzorgingsgebied van het aannemersbedrijf. Ten aanzien van de ruimtelijke uitstraling van het aannemersbedrijf geldt dat het bedrijf op grond van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' tot milieucategorie 3.1 behoort, waarvoor een richtafstand geldt van 50 meter in verband met het aspect geluid.

Daarnaast heeft het bedrijf een behoorlijke ruimtebehoefte om in haar bedrijfsactiviteiten te kunnen voorzien. Op basis daarvan geldt dat de vestiging van dit bedrijf binnen bestaand stedelijk gebied enkel op het bedrijventerrein kan plaatsvinden om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te garanderen. Op basis hiervan dient voor de beschikbaarheid en geschiktheid van locaties binnen bestaand stedelijk gebied binnen het verzorgingsgebied van het bedrijf gekeken te worden naar bedrijventerreinenlocaties in Rossum, Weerselo, Ootmarsum en Denekamp. Op het moment van aankoop van het perceel Reimerweg 12 door Aannemersbedrijf Oude Moleman (aankopende en verkopende partij hebben in september 2021 overeenstemming bereikt over de aankoop) waren er geen geschikte en beschikbare kavels op de bedrijventerreinen in de gemeente Dinkelland aanwezig. Daarnaast zijn ook tegenwoordig op het bedrijventerrein in Rossum geen bedrijfspercelen beschikbaar die kunnen voorzien in de algehele bedrijfsverplaatsing van Aannemersbedrijf Oude Moleman om de bedrijfsactiviteiten optimaal te kunnen uitvoeren. Tevens zijn er in de overige verzorgingskernen van de gemeente Dinkelland (Weerselo en Denekamp) geen bedrijfspercelen en/of nieuwe bedrijfskavels beschikbaar en/of te koop op de bestaande bedrijventerreinen Echelpoel in Weerselo en Sombeek in Denekamp.

Hoewel in de kern Ootmarsum tegenwoordig wel twee beschikbare kavels aanwezig zijn (bedrijventerrein De Mors in Ootmarsum) zijn deze op dit moment ongeschikt aangezien aannemersbedrijf Oude Moleman reeds de planologische procedure heeft doorlopen voor het aangekochte perceel Reimerweg 12. Daarnaast is het perceel Reimerweg 12 tevens aangekocht aangezien er op het moment van aankoop (september 2021) geen 18

bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 12

beschikbare kavels aanwezig waren. Een verplaatsing van de Reimerweg 12 naar één van de geschikte kavels op bedrijventerrein De Mors in Ootmarsum leidt dan ook tot een dusdanige kapitaalsvernietiging dat een algehele bedrijfsverplaatsing niet meer rendabel is in relatie tot de investering die teniet wordt gedaan. Op korte termijn zijn er geen concrete plannen van de gemeente Dinkelland voor de uitbreiding van de bestaande bedrijventerreinen. Gelet op de kwalitatieve aspecten (de bedrijvigheid hoort thuis op een bedrijventerrein) en het ontbreken van beschikbare ruimte op de bestaande bedrijventerreinen in de gemeente Dinkelland, kan geconcludeerd worden dat de beschikbaarheid en geschiktheid van locaties binnen bestaand stedelijk gebied ontbreekt om de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied mogelijk te maken. Tot slot moet worden opgemerkt dat het aannemersbedrijf sinds jaar en dag gevestigd is in de kern Rossum. Vanuit een vast team bestaande uit 21 personen (wonende in de nabije omgeving van Rossum) werkt het aannemersbedrijf aan diverse projecten in de regio Twente. Het aannemersbedrijf is daarmee een zeer belangrijke lokale werkgever die tevens nauw betrokken is bij de maatschappij (onder andere sponsoring van (lokale) sportverenigingen en dorpsinitiatieven in Rossum. Daarmee heeft het bedrijf een zeer sterke binding en gebondenheid met Rossum.

Aangezien er binnen bestaand stedelijk gebied - ten tijde van de aankoop van het perceel Reimerweg 12 - geen locaties beschikbaar waren om in de uitbreidingsbehoefte van het aannemersbedrijf te voorzien, is de herontwikkeling van het voormalig agrarisch erf aan de Reimerweg 12 een logische keuze gelet op de kwalitatieve aspecten, het ontbreken van beschikbare bedrijfspercelen op bestaande bedrijventerreinen en de lokale binding met de kern Rossum. Conclusie Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het plan niet gerealiseerd wordt binnen bestaand stedelijk gebied. Gelet op het feit dat de behoefte is aangetoond en de beschikbaarheid en geschiktheid van locaties binnen bestaand stedelijk gebied ontbreken, kan geconcludeerd worden dat het plan voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.

3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. 3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 12

19

gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving.

Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

20

bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 12

Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. Hieronder wordt het plan getoetst aan de van belang zijnde artikelen uit de omgevingsverordening van de provincie Overijssel. Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik lid 1 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.

lid 2 Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Doorwerking voor voorliggend plan: De eis van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik is erop gericht om onnodig nieuw ruimtebeslag – zowel ondergronds als bovengronds – te voorkomen. De provincie wil het onderscheid tussen het bestaande bebouwde gebied en de onbebouwde groene omgeving scherp houden. Het voorkomen van onnodig ruimtebeslag begint bij de vraag of er wel een maatschappelijke behoefte is aan de beoogde ontwikkeling. Voor de beantwoording van de vraag naar nut en noodzaak, gelden voor sommige functies op grond van het provinciale beleid specifieke motiveringseisen. Dit geldt in ieder geval voor wonen, de ontwikkeling van bedrijventerreinen, kantoren en detailhandel. Vanuit het principe 'inbreiding gaat voor uitbreiding' moeten bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling eerst waar mogelijk locaties benut worden binnen gebieden die al een stedelijke functie hebben, voordat een claim mag worden gelegd op gebieden die nu nog een groene functie hebben.

Het bestaand bebouwd gebied wordt gedefinieerd als de gronden die op basis van geldende omgevingsplannen benut kunnen worden voor stedelijke functies. Het benutten van mogelijkheden binnen bestaand bebouwd gebied betekent dat niet alleen gekeken moet worden naar onbebouwde terreinen die zich lenen voor bebouwing. Er kan ook ruimte gemaakt worden door sloop, herbestemming en transformatie van de fysieke leefomgeving. Het is overigens niet de bedoeling om door toepassing van het principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik alle open ruimten en het bestaand stedelijk groen op te vullen. De eis van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik moet zo gelezen worden dat pas een uitleglocatie benut mag worden als het in redelijkheid niet mogelijk is om voor de opgave een locatie te vinden binnen bestaand bebouwd gebied. Ook voor ontwikkelingen in de Groene Omgeving gelden de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Bij nieuwvestigingen en uitbreidingswensen waarvoor binnen het bestaand bebouwde gebied in redelijkheid geen ruimte te vinden is, moet zoveel mogelijk eerst de ruimte benut worden binnen bestaande erven, voordat beslag mag worden gelegd op de onbebouwde Groene Omgeving. Dit geldt niet alleen voor agrarische bedrijven, maar voor alle functies in de Groene Omgeving. Ook bij/voor hergebruik en transformatie geldt dat zij moet bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit.

Wanneer het plan aan artikel 2.1.3 wordt getoetst ontstaat het volgende beeld: Ten aanzien van de gebruiksmogelijkheden is het perceel in het bestemmingsplan Buitengebied 2010 voorzien van de bestemming 'Agarisch-2' en mochten deze gronden worden gebruikt voor het agrarisch gebruik. Daarnaast moet er een agrarisch bedrijf worden uitgeoefend met een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch – bouwperceel grondgebonden agrarisch bedrijf'. De grootte van dit agrarisch bouwperceel was ongeveer 4.763 m2. In dit bestemmingsplan is een deel van de gronden in plangebied nog steeds voorzien van de bestemming bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 12

21

'Agrarisch – 1'. Daarnaast is er geen sprake meer van een agrarisch bouwperceel, maar de bestemming 'Bedrijf – Voormalig agrarisch'. Specifiek is hier alleen een aannemersbedrijf toegelaten. De grootte van dit bestemmingsvlak is ongeveer 4.394 m2. Op basis van de bouwmogelijkheden op grond van het bestemmingsplan Buitengebied 2010 was er geen maximale oppervlakte of inhoudsmaat opgenomen voor de bedrijfsbebouwing. De bedrijfswoning is gemaximaliseerd op 750 m3 en de bijgebouwen bij deze woning mogen maximaal 100 m2 bedragen. Gelet op de planologische mogelijkheden kon er meer worden gebouwd dan dat er feitelijk aanwezig is op het perceel. In het ontwerpbestemmingsplan is de oppervlakte van het aantal bedrijfsgebouwen gemaximaliseerd op 1.180 m2. Voor de bedrijfswoning en daarbij behorende bijgebouwen is de toegelaten bebouwing ongewijzigd ten opzichte van het bestemmingsplan Buitengebied 2010. Primair is de conclusie dat het perceel, waarbinnen bebouwing mag worden opgericht, wordt verkleind. Ook de toegelaten hoeveelheid bebouwing is afgenomen. Per saldo is er geen sprake van een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden in de Groene omgeving. Ter onderbouwing van deze uitleg wordt ook verwezen naar de uitspraak van de Raad van State van 6 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:915.

Subsidiair is ook nog getoests aan het principe voor zuinig en zorgvuldig zuinig gebruik gelet op de feitelijke toename aan bebouwing. Op de huidige locatie van het aannemersbedrijf op het bedrijventerrein van Rossum is geen ruimte beschikbaar om toekomstige uitbreiding van het bedrijf mogelijk te maken. Op grond van het vigerende bestemmingsplan geldt op de huidige bedrijfslocatie aan het Pierikspad 3-A dat bedrijfsgebouwen uitsluitend binnen het bouwvlak gerealiseerd mogen worden. De oppervlakte van het bouwvlak van Aannemersbedrijf Oude Moleman B.V. aan het Pierikspad 3-A bedraagt circa 925 m2. Van die oppervlakte is reeds 447 m2 bebouwd met bedrijfsgebouwen. Tevens zijn er circa 50 m2 aan overkappingen gerealiseerd op het bedrijfsperceel. Derhalve bedraagt de bebouwde oppervlakte circa 497 m2. Hoewel er op grond van het bouwvlak en de bouwregels nog 428 m2 aan bebouwing opgericht kan worden, is dit gelet op het bedrijfsperceel en de bedrijfsvoering niet logisch aangezien er ook buitenopslag van materieel (o.a. containers, bouwmateriaal etc.) plaatsvindt. Op basis van het huidige bedrijfsperceel is het niet mogelijk om het bedrijf toekomstbestendig te kunnen uitbreiden. Derhalve is door aannemersbedrijf Oude Moleman naar een alternatieve locatie gezocht.

Het aannemersbedrijf richt zich zowel op de nieuw- en verbouw van woningen en utiliteitsgebouwen als op de restauratie en herbestemming van (monumentale) boerderijen, kerken en landhuizen. Deze waardevolle gebouwen vertellen vaak het verhaal van de stad of het dorp. Aannemersbedrijf Oude Moleman hecht waarde aan het behoud en restauratie van monumentale en historische panden. Voor de toekomst voorziet het aannemersbedrijf een groei tot maximaal 25 medewerkers, zodat het bestaat uit een vast team aan vakmensen met ieder gespecialiseerde kennis van nieuwbouw, verbouw en restauratie. Door de realisatie van een bedrijfsgebouw met een oppervlakte van 570 m2, een kapschuur met een oppervlakte van 480 m2 en de realisatie van een kantoor (gerestaureerde vakwerkschuur) van 130 m2 wordt voorzien in een toekomstbestendig bedrijfsperceel voor de toekomst. Op de locatie Reimerweg 12 in Rossum kan derhalve voorzien worden in een specifieke en concreet voordoende behoefte van een lokaal gevestigd aannemersbedrijf om het bedrijf toekomstbestendig te maken en te houden. Vanwege de ruimtelijke uitstraling en bedrijfsactiviteiten geldt dat het bedrijf op grond van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' tot milieucategorie 3.1 behoort, waarvoor een richtafstand geldt van 50 meter in verband met het aspect geluid.

Op basis daarvan geldt dat de vestiging van dit bedrijf binnen bestaand stedelijk gebied enkel op het bedrijventerrein kan plaatsvinden om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te garanderen. Op basis hiervan kan het aannemersbedrijf binnen bestaand stedelijk gebied enkel op een bedrijventerrein gevestigd worden om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de omgeving te garanderen. Aangezien er - zoals in de toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking in paragraaf 3.1.2 is aangetoond op het moment van aankoop van het perceel Reimerweg 12 in september 2021 geen beschikbare bedrijfspercelen beschikbaar waren op de bestaande bedrijventerreinen Echelpoel in Weerselo, De Mors in Ootmarsum en Sombeek in Denekamp kan geconcludeerd worden dat er binnen bestaand stedelijk gebied geen ruimte is/was om in de behoefte van het aannemersbedrijf te voorzien. Hoewel er tegenwoordig in de kern Ootmarsum wel twee beschikbare kavels aanwezig zijn (bedrijventerrein De Mors in Ootmarsum) zijn deze op dit moment ongeschikt aangezien aannemersbedrijf Oude Moleman reeds de planologische procedure heeft doorlopen voor het aangekochte perceel Reimerweg 12 en tevens de benodige investeringen (aankoop van het perceel inclusief opstallen, milieuonderzoeken, ruimtelijk kwaliteitsplan, bestemmingsplan etc.).

Een verplaatsing naar Ootmarsum heeft een dusdanige kapitaalsvernietiging tot gevolg dat een bedrijfsverplaatsing niet meer rendabel is in relatie tot de investeringen die reeds gedaan zijn en daarmee teniet worden gedaan. Het perceel Reimerweg 12 betreft een voormalig agrarisch erf dat voorzien is van een bouwvlak en een functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch – bouwperceel niet grondgebonden agrarisch bedrijf'. Het perceel is voorzien van bestaande (voormalige agrarische) bebouwing. Ten aanzien van de 22

bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 12

gebruiksmogelijkheden is het perceel in het bestemmingsplan Buitengebied 2010 voorzien van de bestemming 'Agrarisch – 2' en mochten deze gronden worden gebruikt voor het agrarisch gebruik. Daarnaast moet er een agrarisch bedrijf worden uitgeoefend met een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch – bouwperceel grondgebonden agrarisch bedrijf'. De grootte van dit agrarisch bouwperceel was ongeveer 4763 m2. In voorliggend bestemmingsplan is een deel van de gronden in het plangebied nog steeds voorzien van de bestemming 'Agrarisch – 2'. Daarnaast is er geen sprake meer van een agrarisch bouwperceel, maar de bestemming 'Bedrijf – Voormalig agrarisch'. Specifiek is hier alleen een aannemersbedrijf toegelaten. De grootte van dit bestemmingsvlak is ongeveer 4394 m2 en de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen is planologisch vastgelegd op 1.180 m2.

Daarmee is er grotendeels sprake van het herbenutten van een een bestaand erf op grond van de Omgevingsverordening Overijssel: bestaande en/of als zodanig bestemde bouwvlakken ten behoeve van woningen, voorzieningen en bedrijven in de Groene Omgeving, daarbij inbegrepen de bouwvlakken voor dergelijke functies die voorzien zijn in voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Door middel van de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 2.1.3) wordt de verplichting opgelegd om voor stedelijke functies eerst de mogelijkheden te benutten binnen gebieden die al een stedelijke functie hebben, voordat een claim mag worden gelegd op gebieden die nu nog een groene functie hebben. Voor de Groene Omgeving geldt een variant op de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik die erop gericht is om eerst zoveel mogelijk bestaande erven en bebouwing te gebruiken voordat meegewerkt mag worden aan nieuw ruimtebeslag op de Groene Omgeving. Artikel 2.1.3 is gericht op alle ontwikkelingen, die leiden tot extra ruimtebeslag op de Groene Omgeving door bouwen en verharden. Daarbij geldt dat eerst bezien moet worden of door optimaal gebruik van bestaande erven niet tegemoet gekomen kan worden aan de wens voor meer ontwikkelingsruimte.

Artikel 2.1.3 is gericht op alle ontwikkelingen, die leiden tot extra ruimtebeslag op de Groene Omgeving door bouwen en verharden. Daarbij geldt dat eerst bezien moet worden of door optimaal gebruik van bestaande erven niet tegemoet gekomen kan worden aan de wens voor meer ontwikkelingsruimte. Aangezien de bestaande (voormalige) agrarische bebouwing sterk verouderd is en niet toereikend is om een vervolgfunctie te vervullen voor het aannemersbedrijf wordt de bebouwing gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Op basis van de bouwmogelijkheden op grond van het bestemmingsplan Buitengebied 2010 was er geen maximale oppervlakte of inhoudsmaat opgenomen voor de bedrijfsbebouwing. De bedrijfswoning is gemaximaliseerd op 750 m3 en de bijgebouwen bij deze woning mogen maximaal 100 m2 bedragen. Gelet op de planologische mogelijkheden kon er fors meer worden gebouwd dan dat er feitelijk aanwezig is op het perceel. In het ontwerpbestemmingsplan is de oppervlakte van het aantal bedrijfsgebouwen gemaximaliseerd op 1.180 m2. Voor de bedrijfswoning en daarbij behorende bijgebouwen is de toegelaten bebouwing ongewijzigd ten opzichte van het bestemmingsplan Buitengebied 2010. De uitbreiding van de oppervlakte aan bebouwing wordt ten opzichte van de bestaande, feitelijk aanwezige bebouwing, uitgebreid door toepassing van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving.

Daarmee wordt een bestaand erf grotendeels herbenut. Echter, opgemerkt moet worden dat het bestaande erf niet volledig herbenut kan worden (bouwperceel van de agrarische bestemming) niet volledig herbenut kan worden voor het plan. Immers, als gevolg van het plan wordt het bouwvlak van de bedrijfsbestemming gewijzigd ten opzichte van het agrarische bouwvlak. Er is geen sprake van vergroting maar enkel van een gewijzigde vormgeving. Om de ruimtelijke kwaliteit en de opzet van de bebouwing te versterken is vanuit landschappelijk oogpunt gekozen om het bouwvlak te wijzigen in die zin dat het bouwvlak wordt verplaatst aan de westzijde ten opzichte van het huidige agrarische bouwvlak. Deze wijziging van de vorm van het bouwvlak is noodzakelijk om een betere landschappelijke inpassing te bewerkstelligen, waardoor geconcludeerd kan worden dat de volledige herbenutten van het bestaande erf niet in redelijkheid mogelijk was. Immers, vanuit landschappelijk oogpunt is een gewijzigde vormgeving van het bouwvlak (en daarmee het beslag op de Groene Omgeving) noodzakelijk. Omdat er binnen het huidige bouwvlak (bestaand erf) in redelijkheid geen volledige mogelijkheden zijn voor herbenutting wordt vanuit landschapsoverwegingen nieuw beslag gelegd op de Groene Omgeving.

De principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik hebben tot doel om onnodig ruimtebeslag op de Groene Omgeving tegen te gaan. Vanuit landschappelijk oogpunt is dus gekozen om wel een minimaal beslag te leggen op de Groene Omgeving, maar die wordt in voldoende mate gecompenseerd door toepassing van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Dat er voldoende wordt gecompenseerd moet blijken uit een ruimtelijke onderbouwing. Dit is uitgewerkt in het ruimtelijk kwaliteitsplan (KGO-plan) dat als Bijlage 2 bij de toelichting van dit bestemmingsplan is opgenomen. In het ruimtelijk kwaliteitsplan is aangetoond dat er sprake is van een versterking van de ruimtelijke kwaliteit en dat het ecologisch en landschappelijk kapitaal in voldoende mate wordt gecompenseerd. Derhalve wordt voldaan aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel. bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 12

23

Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Doorwerking voor voorliggend plan: Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling is een landschapsplan opgesteld om te borgen dat de herontwikkeling van het voormalig agrarisch bedrijfsperceel leidt tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Daarbij zijn de kenmerken van het essenlandschap leidend en worden de zichtlijnen op de es behouden en waar nodig herstelt. Tevens wordt de esrand aan het zuiden van het plangebied hersteld. Op grond van het vigerende bestemmingsplan is reeds een niet grondgebonden agararisch bedrijf met bijbehorende bedrijfsgebouwen mogelijk. Gelet op de bouwmogelijkheden die het vigerende bestemmingsplan biedt wordt het open karakter van de es niet bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling. Het landschapsplan is als Bijlage 1 bij de toelichting van dit bestemmingsplan opgenomen.

Artikel 2.1.6 Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3 en artikel 2.1.4 en het bepaalde in artikel 2.1.5 – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene Omgeving, uitsluitend indien hier sociaal-economische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Doorwerking voor voorliggend plan: De gemeente Dinkelland heeft het beleid voor het buitengebied vervat in de beleidsnota 'Buitengebied met kwaliteit'. Het doel van deze beleidsregel is meervoudig. Enerzijds is deze beleidsregeling bedoeld om de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied in stand te houden en te verbeteren. Anderzijds is het doel van deze beleidsregeling om (economische) ontwikkelingen in het buitengebied mogelijk te maken om zo een bijdrage te leveren aan een vitaal en leefbaar buitengebied. Deze beleidsregel is uitsluitend van toepassing op het buitengebied van de gemeente en de regels en voorwaarden uit deze notitie zijn een nadere gemeentelijke uitwerking van het provinciaal beleid waaronder artikel 2.1.6 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) van de Omgevingsverordening Overijssel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/704/documents/19485