CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

18042023 VBP Buitengebied, Reimerweg 12 definitief.pdf

Commissie Omgeving & Economie 16 mei 2023, gemeente DinkellandBij agendapunt: 7: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan “Buitengebied, Reimerweg 12”38.876 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

De beleidsnota vervangt de voorheen geldende Rood voor Rood-regeling, Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving, Schuur voor Schuur-beleid en het VAB+ beleid. Hoewel het plan niet voldoet aan de voorwaarden van de beleidsnota 'Buitengebied met kwaliteit' ten aanzien van de omschakeling van een agrarisch bedrijf naar een niet-agrarisch bedrijf (artikel 4.7.2.) is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen (artikel 9.2), waarmee het plan mogelijk gemaakt kan worden. In de afwijkingsbevoegdheid van artikel 9.2 is opgenomen dat van de beleidsnota kan worden afgeweken indien de specifieke omstandigheden van een concreet geval hiertoe aanleiding geven. Dit kan het geval zijn indien niet aan de geldende voorwaarden wordt voldaan, maar de ontwikkeling van voldoet aan de doelstelling van het beleid. In paragraaf 3.3.2 wordt dit nader beschreven. Met het voorgenomen plan wordt een voormalig agrarisch erf herontwikkeld naar een aannemersbedrijf. De landschapsontsierende voormalige agrarische bebouwing wordt gesloopt en vervangen door een nieuw bedrijfsgebouw en een kapschuur, welke zorgvuldig worden ingepast in het geldende landschapstype. Daarnaast wordt een bijdrage geleverd door het voornemen landschappelijk in te passen. Op basis van de KGO-berekening geldt dat de KGO-bijdrage €71.300,- bedraagt, zie de KGO-berekening uit Bijlage 2.

Op grond van het KGO-beleid van de gemeente Dinkelland geldt dat het aannemersbedrijf aangemerkt moet worden als een niet functioneel aan het buitengebied gebonden functie. Derhalve is er sprake van een niet functioneel aan het buitengebied gebonden grootschalige ontwikkeling en dient 100% van de waardevermeerdering te worden geïnvesteerd (naast de basisinspanning). Dat betekent dat het totale bedrag van €71.300,- geïnvesteerd dient te worden in de ruimtelijke kwaliteit. Echter, ten aanzien van de investering van de berekende KGO bijdrage, mogen reële, werkelijke kosten voor het opstellen van het KGO-landschapsplan tot een percentage van 10 % van het berekende KGO bedrag met een absoluut maximum van €15.000,-, worden meegenomen. De advieskosten ten aanzien van het KGO-plan (10%) mogen in mindering worden gebracht op de KGO-investering (€7.130,00). Daarnaast geldt dat er van het percentage van 100% kan worden afgeweken conform de maatwerkclausule omdat er sprake is van specifieke omstandigheden die een verlaging van het percentage rechtvaardigen. De volgende aspecten gelden: sociale kwaliteit, werkgelegenheid, veiligheid, ruimtegebrek en logistiek als items ter onderbouwing om (per item) het percentage te verlagen met 5 (met een maximum van 25%). De aspecten worden hieronder toegelicht: sociale kwaliteit: De initiatiefnemers streeft naar een gezonde werksfeer.

Werknemers werken zelfstandig 24

bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 12

aan werkzaamheden die zij graag zelf willen doen. Samen werken aan mooie initiatieven zodat ze elkaar kunnen versterken en van elkaar kunnen leren. Veiligheid: in vergelijking met de huidige locatie in de kern Rossum wordt de veiligheid verbeterd. Op de locatie aan de Reimerweg kan voorzien worden in een ruime bedrijfsopzet waardoor de kans op ongevallen, onder andere vanwege ruimtegebrek, verminderd wordt. Werkgelegenheid: De initiatiefnemer biedt werkgelegenheid aan timmerlieden en vakwerklieden in de bouw. Het gros van het personeel is afkomstig uit Rossum en de nabije omgeving waardoor het een lokale werkgever in de gemeente Dinkelland betreft. Ruimtegebrek: zoals hierboven beschreven ervaart de initiatiefnemer ruimtegebrek op het perceel. De huidige locatie in de kern Rossum is te klein en leidt derhalve tot gevaarlijke (bedrijfs)situaties. Logistiek: de nieuwe locatie is beter te bereiken met groot vrachtverkeer ten behoeve van de bevoorrading van het bedrijf. Vanwege de ruime erfopzet is het mogelijk om de draaibewegingen van het vrachtverkeer op het nieuwe erf plaats te laten vinden en zal het vrachtverkeer ten behoeve van het aannemersbedrijf niet meer in het dorp plaatsvinden. Op basis van de bovengenoemde aspecten wordt de KGO-investering verlaagd met de advieskosten van het KGO-plan (€7.130,00) en tevens met een percentage van 25% van het KGO-bedrag: €17.825,-.

Daarnaast worden de kosten van het Kwaliteitsteam in mindering gebracht (€ 500,-). Derhalve bedraagt het definitieve investeringsbedrag €45.845,-. In Bijlage 2 is de KGO-investering verwerkt. De KGO investering vindt onder andere plaats door: realisatiekosten van het landschapsontwerp exclusief de basisinspanning; het vervangen van een eiken zitbank (tafel en bank) op de kruising Wolfsbergweg - Nijenkampweg te Agelo; vervangen van vier klaphekjes op de es in Rossum, aan de Sandermanweg. De bovengenoemde investeringen komen bij elkaar opgeteld uit op € 10.664,56 excl. BTW. De resterende KGO-investering wrodt middels stortingen in het gemeentelijke KGO-fonds uitgevoerd, waarbij de bedragen voor maximaal 5 jaar worden gelabeld. Concreet wordt het als volgt gelabeld: Resterend bedrag van €35.180,44 excl. BTW wordt gestort in het landschapsfonds van de gemeente Dinkelland met een 5-jarig label "Landschapsstructuren/landschapsversterkende structuren omgeving Rossum (voor de periode van 5 jaar)". Onder dit label vallen de onderstaande landschapsstructuren (in figuur 12 van Bijlage 2 is een impressie/weergave te zien van de landschapsstructuren): houtwallen (€ 11.000,- per 100 meter); houtsingels/geriefbosjes (€ 6.500,- per 100 meter); bomenrijen/laanbeplanting (€ 375,- per stuk) struweelhaag (€ 2.000,- per 100 meter).

Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat het plan voldoet aan de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Om aanspraak te maken op het landschapsfonds kan een derde partij een aanvraag indienen voor een subsidiebijdrage. Dit kan een particulier zijn, maar ook een stichting, vereniging, dorpsraad, (agrarisch) bedrijf, Landschap Overijssel, waterschap etc.. De toetsing van een aanvraag voor het versterken van de landschapsstructuren in het buitengebied van Rossum wordt gedaan op basis van het cascobeleid van de gemeente Dinkelland. In het cascobeleid zijn bouwstenen opgenomen die aangeven welke structuren in combinatie met landschapstypen en dynamiek wenselijk zijn en een meerwaarde bieden aan het landschap ter plaatse. Met de initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst gesloten waarin de investering in de ruimtelijke kwaliteit en het KGO-fonds is geborgd. Derhalve wordt voldaan aan de doelstellingen van het beleid: verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied en het mogelijk maken van een economische ontwikkeling. Het plan is in overeenstemming met artikel 2.1.6 van de Omgevingsverordening Overijssel.

Artikel 2.6.4 Nieuwe ontwikkelingen Nationale Landschappen Bestemmingsplannen voorzien alleen in nieuwe ontwikkelingen binnen gebieden die in artikel 2.6.2 begrensd zijn als Nationaal Landschap als die bijdragen aan het behoud of de ontwikkeling van de kernkwaliteiten als benoemd in artikel 2.6.3 (kernkwaliteiten Nationaal Landschap Noordoost-Twente) en zoals nader uitgewerkt in bijlage 7 van deze verordening. De kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Noordoost-Twente zijn: 1. het samenhangende complex van beken, essen, kampen en moderne ontginningen; 2. de grote mate van kleinschaligheid; 3. het groene karakter. Doorwerking voor voorliggend plan: Het plangebied behoort tot het Essenlandschap. Het essenlandschap bestaat uit een samenhangend systeem van essen, flanken, lager gelegen maten en fliergronden, - voormalige - heidevelden en kenmerkende bebouwing rond de es (esdorpen en verspreide erven). Als ontwikkelingen plaats vinden in het essenlandschap, dan krijgen bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 12

25

deze in de flanken een plaats, met respect voor en bijdragend aan de aanwezige bebouwingsstructuren (lint, erf) en versterking van het landschappelijk raamwerk. Aan de Reimerweg wordt de voormalige agrarische bebouwing gesloopt en vervangen door een nieuwe bedrijfshal en kapschuur ten behoeve van het aannemersbedrijf. Het erf wordt als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling landschappelijk ingepast. Vanaf de Reimerweg wordt de zichtlijn richting de es behouden en de esrand zal aan de oostzijde van het plangebied worden hersteld. De bestaande fruitboomgaard wordt versterkt door de aanplant van nieuwe appel-, pruim,- en kersenbomen. Om de nieuwe bebouwing vanaf de Reimerweg af te schermen wordt langs de westzijde voorzien in een nieuwe houtsingel over een lengte van 35 meter en een breedte van 4 meter. Aan de achterzijde van de nieuwe kapschuur worden twee nieuwe bomengroepen aangeplant bestaande uit Zwarte els. Op deze manier wordt het groene karakter van het Nationaal Landschap Noordoost-Twente verder versterkt. De ruimtelijke kwaliteit van het gebied blijft behouden en er is geen sprake van aantasting van het landschap. Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving.

In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de landelijke omgeving van belang. De ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke laag kunnen derhalve buiten beschouwing worden gelaten. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.

Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel, de locatie is omlijnd (bron: provincie Overijssel) Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. In dit ontwikkelingsperspectief zijn ook plekken waar, door de ruimtelijke structuur van het landschap, de beschikbare milieuruimte of reeds aanwezige bebouwing, de ontwikkelruimte van agrarische bedrijven beperkt is. Hier liggen ontwikkelkansen voor andere vormen van bedrijvigheid (denk aan dienstverlenende zelfstandigen zonder personeel) die de ruimtelijke structuur versterken. Binnen dit ontwikkelingsperspectief kunnen nieuwe functies een plek krijgen op bestaande vrijkomende erven waar dit tevens maatschappelijke opgaven als behoud en ontwikkeling van cultuurhistorie, natuur en landschap ondersteunt. Zo worden vitaliteit en omgevingskwaliteit in samenhang versterkt. Als gevolg van het voorgenomen plan wordt een voormalig agrarisch bedrijf herontwikkeld waarbij een aannemersbedrijf gevestigd wordt.

Daarmee wordt een vrijkomend agrarisch erf voorzien van een nieuwe functie die landschappelijk wordt ingepast. Daarmee wordt een nieuwe functie gerealiseerd die een bijdrage levert aan het behoud en de versterking van de natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten en tevens aan het 26

bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 12

behoud van de mix van functies in het kleinschalige mixlandschap. Het voorgenomen plan doet derhalve geen afbreuk aan het eigen karakter van het gebied en levert geen extra belemmeringen op voor de aanwezige functies in de omgeving. Gebiedskenmerken Natuurlijke laag Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Het plangebied is gelegen in het landelijke gebied. In het gebied zijn de kenmerken van de stedelijke laag niet aanwezig. Daarom kan toetsing van het plan aan dit gebiedskenmerk achterwege blijven. Natuurlijke laag De natuurlijke laag geeft aan het gebied het kenmerk 'dekzandvlakte en ruggen' (zie figuur 3.3).

Figuur 3.3: Natuurlijke laag, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Als gevolg van het plan worden de voormalige agrarische schuren gesloopt en vervangen door nieuwe bedrijfsgebouwen ten behoeve van het aannemersbedrijf. Aangezien de specifieke kenmerken van de dekzandvlakten en ruggen niet meer aanwezig zijn in het plangebied, heeft de herontwikkeling van het perceel geen negatieve effecten voor de natuurlijke laag. Laag van het agrarisch cultuurlandschap De laag van het agrarisch cultuurlandschap kent het kenmerk 'essenlandschap.' aan het gebied toe. In figuur 3.4 is een fragment van de betreffende kaart weergegeven.

bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 12

27

Figuur 3.4: Laag van het agrarische cultuurlandschap, omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Het essenlandschap bestaat uit een samenhangend systeem van essen, flanken, lager gelegen maten en fliergronden, - voormalige - heidevelden en kenmerkende bebouwing rond de es (esdorpen en verspreide erven). Het landschap is geordend vanuit de erven en de essen, de eeuwenoude akkercomplexen die op de hogere dekzandkoppen en flanken van stuwwallen werden aangelegd. Eeuwenlange bemesting - met heideplaggen en stalmest - heeft geleidt tot een karakteristiek reliëf met soms hoge stijlranden. Onder en in de es heeft zich op deze wijze een waardevol archeologisch archief opgebouwd. De dorpen en erven lagen op de flanken van de es, op overgang naar het lager gelegen maten- en flierenlanden. Zo lagen ze droog en werden tegelijkertijd de werklijnen zo kort mogelijk gehouden. Als ontwikkelingen plaats vinden in het essenlandschap, dan krijgen deze in de flanken een plaats, met respect voor en bijdragend aan de aanwezige bebouwingsstructuren (lint, erf) en versterking van het landschappelijk raamwerk. De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats op een bestaand erf waar reeds bebouwing aanwezig was. De voormalige agrarische bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en vervangen door nieuwe bedrijfsgebouwen ten behoeve van het aannemersbedrijf.

Aangezien er op grond van het vigerende bestemmingsplan reeds bebouwing is toegestaan vormt dit plan geen bedreiging voor het open karakter van de es. De nieuwbouw vindt namelijk plaats op een bestaand erf. Als gevolg van het plan wordt de ruimtelijke kwaliteit van het plangebied versterkt. De zichtlijnen richting de es blijven behouden. De esrand aan de oostzijde van het plangebied wordt hersteld en wordt een nieuwe houtsingel/erfbeplanting aangeplant om de bebouwing vanaf de Reimerweg af te schermen. Ter plaatse van de te herstellen esrand zijn de gronden bestemd als 'Agrarisch - 2'. Op grond van de regels van het bestemmingsplan zijn die gronden onder andere bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke, geomorfologische en cultuurhistorische waarden. Daarmee is de bescherming van het essenlandschap geborgd en kan geconcludeerd worden dat het plan geen onevenredige afbreuk doet aan de kenmerken van het essenlandschap. Laag van de beleving Op grond van de laag van de beleving geldt voor het plangebied het kenmerk donkerte. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige ‘donkere’ gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d.

en verkennen waar deze ‘s nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op de kenmerken van de donkere gebieden. De bedrijfsactiviteiten worden over het algemene gedurende de reguliere werktijden (07.00 tot 18.00) uitgevoerd. Na werktijd geldt het uitgangspunt dat de verlichting in de bedrijfsgebouwen gedimd worden/uit wordt gezet. Er worden geen grote lichtbronnen in het plangebied gerealiseerd die kunnen leiden tot negatieve effecten voor de 'donkerte'. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig 28

bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 12

in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1

MijnOmgevingsvisie Dinkelland

De gemeenteraad van de gemeente Dinkelland heeft op 31 maart 2021 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' vastgesteld. Deze visie gaat over de toekomst van de leefomgeving van de gemeente Dinkelland, waarbij wordt ingegaan op diverse thema's (o.a. leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid). De visie geeft aan hoe de gemeente Dinkelland en samenleving willen sturen. Wat moet er behouden worden, wat moet er versterkt worden en wat moet er worden ontwikkeld. De omgevingsvisie 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' gaat uit van vier kernprincipes. Dit zijn manieren van werken: werkwijzen die altijd gelden. De vier principes zijn: 1. We doen het samen; 2. We geven het goed voorbeeld; 3. We wentelen niet af op volgende generaties; 4. We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. De gemeente Dinkelland wil een economische sterk buitengebied met veel verschillende functies, waarin alle bewoners en gebruikers aan hun trekken komen. Het Twentse landschap van Dinkelland is een uniek coulisselandschap met houtwallen, singels, essen, ontginningen, natuurgebieden en landgoederen. Dit landschap draagt in grote mate bij aan de identiteit van de streek. De houtwallen en singels vormen verbindingen van natuurgebied naar natuurgebied die voor veel planten en dieren belangrijk zijn. Kortom zowel mensen als dieren voelen zich hier thuis.

Het is voor iedereen belangrijk om een sterk en mooi buitengebied te behouden. In het buitengebied van Dinkelland komen veel verschillende functies voor die allemaal ruimte nodig hebben. Zoals landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en ook wonen. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Dit zijn bijvoorbeeld de hernieuwbare opwekking van energie en de vraag naar voldoende waterberging. Al deze functies leggen samen veel druk op het buitengebied. Daarom het uitgangspunt: de goede functies op de goede plek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen. De gemeente Dinkelland streeft naar een buitengebied met een mooie balans tussen het landgebruik, de leefbaarheid en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht. Daarbij wordt gewerkt aan speerpunten. Voor het 'Buitengebied in balans' zijn dat: toekomstgerichte agrarische sector; goede staat van natuur en landschap; kwalitatief toerisme. In figuur 3.5 is een fragment van de waardenkaart opgenomen.

Figuur 3.5: Uitsnede waardenkaart MijnOmgevingsvisie Dinkelland (bron: gemeente Dinkelland)

bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 12

29

Toets Op grond van MijnOmgevingsvisie Dinkelland valt het plangebied onder de aanduiding 'gericht op ontwikkeling door lage waarde en hoge dynamiek'. Hier wordt aangegeven om in te spelen op onder andere de schaal van het landschap, gemengde functies, bouwwijze en inrichting die in de directe omgeving gebruikelijk is, opgeruimd landschap, geclusterde bebouwing en heldere structuren. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling wordt een aannemersbedrijf verplaatst van het bedrijventerrein naar het voormalig agrarisch bedrijfsperceel aan de Reimerweg 12 in het buitengebied van Rossum. De initiatiefnemer is voornemens om de voormalige varkenschuur en kapschuur te slopen. Ter vervanging van de sloop is de initiatiefnemer voornemens om een bedrijfshal en een kapschuur op het perceel te realiseren. Het plan wordt landschappelijk ingepast en is qua bedrijfsactiviteiten geschikt om in het buitengebied in te passen. Als gevolg van het plan wordt een bijdrage geleverd aan de combinatie van functies in het buitengebied, aangezien een voormalig agrarisch erf wordt gewijzigd in een aannemersbedrijf. Daarnaast wordt een bijdrage geleverd aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit door de zichtlijn vanaf de Reimerweg richting de es behouden en door de esrand aan de oostzijde van het plangebied te herstellen.

Daarmee wordt de zichtbaarheid en toegankelijkheid van waardevolle gebieden op het gebied van landschap (essenlandschap) hersteld en versterkt. Tot slot wordt de bestaande fruitboomgaard versterkt door de aanplant van nieuwe appel-, pruim,- en kersenbomen. Daarmee wordt extra variatie in beplanting aangebracht waardoor het past binnen 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland'. 3.3.2

Buitengebied met kwaliteit

Het buitengebied van Dinkelland kenmerkt zich door een mix van functies als landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en wonen, al deze functies vragen om ruimte. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Al deze functies leggen samen veel druk op ons buitengebied. Daarom wordt ook voor de toepassing van deze beleidsregel het uitgangspunt gehanteerd: de goede functies op de goede plek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen. De gemeente Dinkelland streeft naar een aantrekkelijk en vitaal buitengebied waar een goede balans is tussen landgebruik, ruimtelijke kwaliteit, leefbaarheid en economische activiteiten. Om dit te kunnen bereiken beschikte de gemeente over diverse beleidsregelingen zoals bijvoorbeeld Rood voor Rood, Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving, Schuur voor Schuur en het VAB+ beleid. Alle beleidsregelingen hebben de afgelopen jaren op hun eigen wijze een bijdrage geleverd aan een aantrekkelijk en vitaal buitengebied en de doelstellingen van deze regelingen sluiten nog prima aan bij de speerpunten voor het buitengebied zoals geformuleerd in MijnOmgevingsvisie Dinkelland.

De afgelopen jaren is echter ook geconstateerd dat het ruimtelijk beleid voor het buitengebied op onderdelen onnodig ingewikkeld is geworden en is zowel vanuit aanvragers en hun adviseurs als gemeente de wens geuit voor eenvoudiger en overzichtelijker beleid voor het buitengebied. In de beleidsnota 'Buitengebied met kwaliteit' zijn de eerdergenoemde beleidsregels en de beleidsregels ten aanzien van plattelandswoningen en nieuwe landgoederen vervat in één vereenvoudigde regeling die mede vanwege de opgaven in het buitengebied op onderdelen geactualiseerd en aangevuld is. Doelstelling Het doel van deze beleidsregel is meervoudig. Enerzijds is deze beleidsregeling bedoeld om de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied in stand te houden en te verbeteren. Anderzijds is het doel van deze beleidsregeling om (economische) ontwikkelingen in het buitengebied mogelijk te maken om zo een bijdrage te leveren aan een vitaal en leefbaar buitengebied. Reikweidte De beleidsnota 'Buitengebied met kwaliteit' is uitsluitend van toepassing op het buitengebied van de gemeente en de regels en voorwaarden uit deze notitie zijn een nadere gemeentelijke uitwerking van het provinciaal beleid waaronder artikel 2.1.6 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) van de Omgevingsverordening Overijssel.

Deze beleidsregel is niet van toepassing op de planologische mogelijkheden die de geldende bestemmingsplannen/ het omgevingsplan bij recht of met toepassing van een binnenplanse afwijking/ binnenplanse omgevingsplanactiviteit biedt. Ook is deze beleidsregel niet van toepassing op o.a. de uitbreiding van bestaande bedrijventerreinen en bestaande woningbouwlocaties die binnen of direct grenzend aan de bebouwde kom zijn gelegen en richting het buitengebied worden uitgebreid en op zonne- en windparken. Afhankelijk van de wijze waarop een ontwikkeling juridisch-planologisch geborgd moet worden, moet voor de toepassing van deze beleidsregel een procedure herziening bestemmingsplan/ omgevings-plan of een buitenplanse afwijking/omgevingsplanactiviteit worden doorlopen.

30

bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 12

Algemene randvoorwaarden Voor elke ontwikkeling in het buitengebied gelden bepaalde algemene randvoorwaarden waar aan voldaan moet worden. Naast dat voldaan moet worden aan het van toepassing zijnde Rijks- en provinciaal beleid en de van toepassing zijnde wet- en regelgeving, betreffen dit bijvoorbeeld randvoorwaarden die zijn opgesteld met het oog op ‘een goede ruimtelijke ordening’ of een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ ingeval de Omgevingswet inwerking is getreden. Daarnaast moet bij de toepassing van deze beleidsregel in elk geval voldaan worden aan de algemene randvoorwaarden: 1. Elke ontwikkeling moet per saldo leiden tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit; 2. Bij elke ontwikkeling hoort een basisinspanning in de vorm van een goede ruimtelijke en landschappelijke inpassing: vorm en situering van gebouwen en erfbeplanting (uiteengezet in locatie, sortiment, aantallen, plantmaat en indien van toepassing plantverband/ onderlinge afstand); 3. De geboden ontwikkelingsruimte dient in balans te zijn met de investeringen in de ruimtelijke kwaliteit; 4. De ontwikkeling dient naar aard en omvang passend te zijn op de locatie en de gebiedskenmerken van het type landschap; 5. De bestaande infrastructuur moet in principe toereikend zijn voor de nieuwe activiteit, er mag geen sprake zijn van een onevenredige toename van verkeer.

Indien een aanpassing van de infrastructuur benodigd en aanvaardbaar is, komen de kosten hiervoor voor rekening van aanvrager; 6. Parkeren dient op eigen erf plaats te vinden; 7. De ontwikkeling mag niet leiden tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat; 8. Er mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de in de omgeving aanwezige functies en waarden; 9. Er mag gaan onevenredige afbreuk worden gedaan aan de belangen van derden; 10. Indien dit nodig wordt geacht, kan een bedrijfsplan worden gevraagd ter onderbouwing van een verzoek; 11. In het bestemmingsplan/ het omgevingsplan/ de omgevingsvergunning worden verplichtingen opgenomen voor de aanleg en instandhouding van de verplichte landschappelijke inpassing. Daarnaast worden in een overeenkomst aanvullende voorwaarden opgenomen die van belang zijn voor de gemeentelijke juridische borging; 12. Een gecombineerde toepassing van de in deze beleidsregel opgenomen onderdelen is mogelijk, mits hierbij voldaan wordt aan de daarbij behorende voorwaarden; 13. Vergunningen die niet meer actueel zijn of die nog niet zijn benut, kunnen niet ingezet worden ter compensatie voor (extra) ontwikkelingsruimte en worden onherroepelijk ingetrokken. In hoofdstuk 4.7 zijn de voorwaarden voor de functiewijziging van een agrarisch bedrijf beschreven.

Bij functiewijziging gaat het om het wijzigen van de functie ‘Agrarisch bedrijf’ in één van de andere functies die genoemd worden in deze beleidsregeling. Niet elk nieuwe functie wordt wenselijk en/of aanvaardbaar gevonden. Dit zal van geval tot geval beoordeeld moeten worden waarbij onder meer de aard en invloed van de nieuwe functie op de omgeving een rol speelt. Bij functiewijziging gaat het om het hergebruik van het bestaande erf en de daarop aanwezige bebouwing. In paragraaf 4.7.2 wordt concreet ingegaan op de functiewijziging van 'Agrarisch bedrijf' naar de functie 'Bedrijf (niet-agrarisch)'. Voor deze functiewijziging gelden de volgende (voor dit plan) relevante voorwaarden: De legaal opgerichte gebouwen moeten vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen zijn die minimaal 5 jaar als zodanig in gebruik zijn geweest; Indien de bestaande legaal opgerichte gebouwen niet meer functioneel te gebruiken zijn voor de nieuwe activiteit, is vervangende nieuwbouw mogelijk. Voor de berekening van de terug te bouwen oppervlakte geldt de volgende bouw-/sloopverhouding:

Extra m2 bebouwing wordt uitsluitend toegestaan indien elders binnen de gemeente Dinkelland of Tubbergen landschap ontsierende gebouwen worden gesloopt. Voor het toestaan van extra m2 bebouwing geldt bovengenoemde bouw-/sloopverhouding. Toets bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 12

31

De initiatiefnemer is voornemens om de bedrijfsactiviteiten te verplaatsen van het Pierikspad 3-A naar de Reimerweg 12 te Rossum. Als gevolg van het plan wordt de voormalige varkensschuur en kapschuur gesloopt en vervangen door een nieuwe bedrijfshal (kapschuurmodel) en een kapschuur ten behoeve van het aannemersbedrijf. Concreet wordt een schuur van 280 m2 en 350 m2 gesloopt. De bedrijfshal heeft een oppervlakte van circa 570 m2 en de kapschuur heeft een oppervlakte van circa 480 m2. Daarnaast bestaat het voornemen om de authentiek kippenschuurtje aan de voorzijde van het erf met een oppervlakte van 90 m2 te slopen en te vervangen door een nieuw kantoor (130 m2). De gezamenlijke oppervlakte aan bebouwing bedraagt circa 1.180 m2 (nieuwe bedrijfshal, nieuwe kapschuur en kantoor). Op basis van de beleidsnota 'Buitengebied met kwaliteit' moet voor de bouw van 1.180 m2 aan nieuwe bebouwing 2.940 m2 aan landschapsontsierende bebouwing met asbest en 5.200 m2 aan landschapsontsierende bebouwing zonder asbest gesloopt worden. Op het perceel is 718 m2 aan landschapsontsierende bebouwing aanwezig (voormalige agrarische bebouwing) die gesloopt wordt. Dat betekent dat nog een aanzienlijke sloopoppervlakte elders aangekocht moet worden.

Aangezien er als gevolg van de beleidsnota 'Buitengebied met kwaliteit' ruimere mogelijkheden voor sloopmeters zijn, zal de handelsprijs die betaald moet worden door initiatiefnemers voor sloopmeters, aanzienlijk stijgen. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken dient een dusdanig groot aantal sloopmeters aangekocht worden waardoor de bedrijfsverplaatsing financieel onhaalbaar is. Daarnaast dienen tevens de daadwerkelijke sloopkosten (zowel op de locatie Reimerweg 12 in Rossum als de slooplocatie elders) en de kosten voor de landschappelijke inpassing betaald te worden. Daarboven op komen nog de kosten voor de algehele bedrijfsverplaatsing van het aannemersbedrijf, de nieuwbouw van de bedrijfsgebouwen en de aankoop van het perceel, waardoor er een dusdanige sprake is van kapitaalsvernietiging dat een algehele bedrijfsverplaatsing onmogelijk wordt geacht. Tot slot moet ook worden opgemerkt dat de planvorming van de verplaatsing van het aannemersbedrijf net voor de inwerkingtreding van het nieuwe beleid in een zeer vergevorderd stadium verkeerde. Gelet hierop wordt aanspraak gemaakt op artikel 9.2 van de beleidsnota Buitengebied met kwaliteit. In artikel 9.2 is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen waarmee van de beleidsregels kan worden afgeweken indien specifieke omstandigheden van een concreet geval hiertoe aanleiding geven.

Dit kan het geval zijn wanneer niet aan de voorwaarden voldaan wordt maar een ontwikkeling wel voldoet aan de doelstellingen van het beleid. Het hoofddoel van de beleidsnota is enerzijds om de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied in stand te houden en te verbeteren. Anderzijds is het doel van deze beleidsregeling om (economische) ontwikkelingen in het buitengebied mogelijk te maken om zo een bijdrage te leveren aan een vitaal en leefbaar buitengebied. Hoewel het plan niet voldoet aan de genoemde voorwaarden sluit het plan naadloos aan bij de doelstellingen van het beleid, aangezien: Er circa 718 m2 aan landschapsontsierende bebouwing wordt gesloopt. Het betreft een voormalige varkensschuur en een vervallen kapschuur die een verfrommelde uitstraling geven. Daarnaast wordt een kippenschuur vervangen door een kantoor ten behoeve van het aannemersbedrijf. Op basis van het KGO-plan (welke is gebaseerd op de voorheen geldende Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) wordt de voorgenomen ontwikkeling landschappelijke ingepast conform de geldende gebiedskenmerken. Er worden nieuwe bomenrijen en hagen aangeplant en de esrand wordt hersteld. Het plan voorziet in een aanzienlijke verfraaiing van het erf, het aanzicht van het erf en een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het landschap. Er wordt een ruimtelijk/maatschappelijk probleem op het perceel aan de Reimerweg 12 opgelost.

Sinds de jaren '80 van de vorige eeuw zijn de agrarische gebouwen verkocht en vervreemd van de voormalige agrarische bedrijfswoning. De voormalige agrarische bedrijfswoning werd jarenlang gebruikt als reguliere burgerwoning. De agrarische schuren, die vervreemd waren van de voormalige agrarische bedrijfswoning, werden gebruikt door een derde, die de schuren agrarisch wenste te gebruiken. Planologisch gezien was er daardoor sprake van een ongewenste situatie c.q. conflictsituatie aangezien de woning enerzijds beschermd werd tegen de agrarische bedrijfsactiviteiten (aangezien er geen sprake was van bij de bedrijfswoning behorende agrarische bebouwing) en anderzijds de agrarische bedrijfsactiviteiten leiden tot ongewenste hinder bij de woning. Door de voorgenomen ontwikkeling is een nieuwe passende functie voor het perceel gevonden, waardoor de ruimtelijke kwaliteit verbeterd (zowel landschappelijk als qua bebouwing) en de één erfgedachte weer hersteld is. Tot slot voorziet de voorgenomen ontwikkeling in een nieuwe economische drager in het buitengebied. Daarbij gaat het specifiek om een lokaal gevestigd en aan Rossum verbonden aannemersbedrijf, welke belangrijk is voor de werkgelegenheid van timmerlieden, vakwerklieden en jonge mensen die worden opgeleid tot metselaar, timmerman of restauratietimmerman.

Vanwege de beperkte en onhandige omvang van het huidige bedrijfsperceel aan het Pierikspad 3-A en de geringe uitbreidingsmogelijkheden bestaat de wens om het bedrijf te verplaatsen naar de Reimerweg 12. Op basis van vorenstaande kan geconcludeerd worden dat het plan voldoet aan de doelstelling van het beleid en dat de specifieke omstandigheden van het plan aanleiding geven 32

bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 12

om van de beleidsnota af te wijken en aansluiting te zoeken bij het voorheen geldende VAB+ beleid en KGO-beleid van de gemeente Dinkelland. Derhalve wordt het plan in paragraaf 3.3.3 getoetst aan het VAB+ beleid en in paragraaf 3.3.4 aan de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. 3.3.3

VAB+ beleid

Voorheen gold het VAB+ beleid van de gemeente Dinkelland. Het VAB+ beleid heeft o.a. een sociaal economisch hoofddoel. Het beleid moet bijdragen aan het realiseren van nieuwe economische dragers en ruimte bieden voor een verbreding van bestaande economische dragers. Een belangrijke economische drager in het landelijk gebied is landbouw, recreatie, natuur. Daarnaast dient het VAB beleid ter voorkoming van verval en verkrotting van agrarische bedrijfsgebouwen in het landelijk gebied. De bedrijvigheid die onderdak heeft gevonden binnen het VAB beleid is onder te verdelen in 2 categorieën. Bedrijvigheid & activiteiten gelieerd aan het buitengebied (recreatie, agrarisch aanverwante bedrijven , educatie, natuurbeheer) en bedrijvigheid die geen enkele binding heeft met het landelijk gebied (bv. timmerbedrijven, hoveniersbedrijven, aannemers etc.). Voor de categorie 'niet aan het buitengebied gebonden activiteiten' geldt dat deze categorie primair thuis hoort (op de bedrijfsterreinen) in de kernen en het is niet wenselijk voor deze categorie het VAB beleid aan te passen. Uitgangspunt hierbij is dat deze activiteiten in het landelijk gebied kleinschalig. Gelet hier blijft 500 m2 hiervoor de maximaal toegestane oppervlakte. Hierdoor blijft het buitengebied een “kraamkamer” voor bedrijvigheid welke bij groei een plek op het bedrijventerrein moeten zoeken.

Indien de bedrijven een groei doormaken (> 500 m2) zullen zij zich primair moeten vestigen op de bedrijfsterreinen. Bij de beoordeling van verzoeken staan de ruimtelijke gevolgen van een initiatief centraal. Om verzoeken te beoordelen wordt onderscheid gemaakt in een 3 tal stappen: een zoneringstoets; een voorwaarden toets; een kwaliteitstoets. Hieronder wordt het plan aan de hand van de zoneringstoets, de voorwaardentoets en de kwaliteitstoets getoetst aan het VAB+ beleid van de gemeente Dinkelland. Toets Zoneringstoets In de zoneringstoets wordt gekeken naar welke locatie de aanvrager op het oog heeft en welke gebiedsdoelstelling geldt hier. Daarbij wordt gekeken naar de ontwikkelingsperspectieven uit de omgevingsvisie en daarnaast naar het gemeentelijke beleid. Aan de hand van deze zoneringtoets moet beoordeeld worden of het type bedrijvigheid niet bij voorbaat strijdig is met de gebiedsdoelstelling ongeacht de voorwaarden. Op basis van het provinciale beleid behoort het plangebied tot het ontwikkelingsperspectief 'wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. Het plangebied ligt daarmee in het buitengebied waar het accent ligt op veelzijdige gebruiksruimte. In dit ontwikkelingsperspectief is sprake van verweging van functies. In de zoneringtoets dient dit ontwikkelingsperspectief onderverdeeld te worden in kernrandzone, hoofdwegen en overig.

Voor de overige gebieden geldt dat het aantal verkeersbewegingen beperkt dient te blijven tot 100 voertuigbewegingen per dag. Om de verkeersgeneratie van het plan te bepalen wordt aangesloten bij de CROW-kencijfers voor verkeersgeneratie zoals opgenomen in de CROW-publicatie 317 (deze dient ook als basis voor de Beleidsnota 'Bouwen & Parkeren 2018'). Hoewel in paragraaf 4.11 wordt uitgegaan van de maximale verkeersgeneratie, geldt dat voor het VAB+ beleid uitgegaan kan worden van de gemiddelde verkeersgeneratie, aangezien wordt aangegeven dat voor hoofdwegen wordt uitgegaan van activiteiten met een verkeersaantrekkende werking van meer dan 100 voertuigbewegingen gemiddeld per dag. In de overige gebieden geldt daarom dat de verkeersbewegingen beperkt dienen te blijven tot gemiddeld 100 voertuigbewegingen per dag. Het bestemmingsvlak voor het bedrijf heeft een oppervlakte van circa 4750 m2. Hoewel het bedrijfsperceel een groot oppervlak beslaat, bestaat de bedrijfsbebouwing uit de nieuw te bouwen bedrijfshal, de kapschuur en de nieuw te bouwen vakwerkschuur (kantoor). De gezamenlijke oppervlakte bedraagt 1.180 m2. De oppervlakte van de werkruimte, niet zijnde opslag, bedraagt daarentegen maximaal 473 m2.

Om de verkeersgeneratie te bepalen wordt er voor de werkuimte uitgegaan van een bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief (werkplaats) en voor de opslag wordt uitgegaan van bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief. De verkeersgeneratie is als volgt: bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief (buitengebied): gemiddeld 10 verkeersbewegingen per 100 m2 bvo.

bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 12

33

Aangezien de werkruimte in de bedrijfsgebouwen 473 m2 bedraagt, bedraagt de verkeersgeneratie afgerond 47 verkeersbewegingen (10 * 4,73 = 47,3). bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief (buitengebied): gemiddeld 4,8 verkeersbewegingen per 100 m2 bvo. De oppervlakte van de bedrijfsgebouwen ten behoeve van de opslag bedragen 708 m2. De verkeersgeneratie van de opslag bedraagt derhalve afgerond 34 verkeersbewegingen (4,8 * 7,08 = 33,984). De gemiddelde verkeersgeneratie van het plan bedraagt derhalve 81 verkeersbewegingen per dag. De maximale verkeersgeneratie bedraagt (zoals is opgenomen in paragraaf 4.11) 93 verkeersbewegingen per dag. Derhalve kan geconcludeerd worden dat het aannemersbedrijf gevestigd kan worden in de 'overige gebieden' aangezien zowel gemiddeld aantal verkeersbewegingen als het maximale aantal verkeersbewegingen minder dan 100 per dag bedraagt. Randvoorwaardentoets Indien een activiteit in principe op de voorgestelde locatie mogelijk is, dient de vraag beantwoord te worden of die activiteit op korte en lange termijn aan de navolgende voorwaarden kan voldoen. Hierbij wordt opgemerkt dat de voorwaarden zo objectief mogelijk zijn vastgesteld, teneinde op voorhand duidelijk te stellen wat wel en wat niet mogelijk is. Hieronder wordt nader op de relevante - van toepassing zijnde - criteria ingegaan.

Aard en omvang De aard en de omvang van het bedrijf moeten passen binnen de bestaande bebouwing. Buitenopslag is niet toegestaan. Ook als voor de aard van de activiteit buitenopslag nodig is is dit niet toegestaan. Een uitzondering hierop is een kleinschalig terras. Het plan gaat uit van de sloop van de bestaande voormalige agrarische bedrijfsgebouwen en het vervangen van deze gebouwen door nieuwbouw. Het VAB+ beleid biedt hier mogelijkheden voor en in combinatie met met KGO-beleid kan tevens een uitbreiding van bebouwing worden toegestaan. Middels het landschapsplan is aangetoond dat er sprake is van één erf dat landschappelijk is ingepast. De omvang van een activiteit dient beperkt te zijn tot 500 m2, in de overige gebouwen mag wel opslag plaatsvinden. Dit geldt niet voor activiteiten gericht op het be- en of verwerken van agrarische producten, dag en verblijfsrecreatie. Zoals reeds beschreven wordt de bestaande varkensschuur (280 m2) en een bestaande kapschuur (350 m2) gesloopt en vervangen door een nieuwe bedrijfshal (570 m2) en een nieuwe kapschuur (480 m2). De kapschuur wordt volledig benut voor de opslag van materieel ten behoeve van het aannemersbedrijf. In de bedrijfshal wordt zowel als werkruimte als voor opslag gebruikt. Daarnaast wordt de kippenschuurtje (90 m2) gesloopt en vervangen door een kantoor met een oppervlakte van 90 m2.

De totale oppervlakte aan werkruimte komt uit op circa 473 m2. Daarmee wordt voldaan aan de eis dat maximaal 500 m2 (met uitzondering van opslag) gebruikt mag worden voor de bedrijfsactiviteiten. Vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen die in aanmerking komen voor een andere functie zijn gebouwen behorend bij een erf. Er zal dan ook altijd sprake moeten zijn van bij het gebouw behorende woning. De gebouwen dienen daarnaast minimaal 3 jaar aantoonbaar voor de agrarische functie in gebruik te zijn geweest. Solitaire gebouwen komen niet in aanmerking voor deze regeling. Een erf wordt aangemerkt als een bouwblok. Het moet gaan om gebouwen die behoren tot hetzelfde bouwblok als de woning. Indien er sprake is van vervangende nieuwbouw moet het nieuwe gebouw op maximaal 25 meter afstand staan van de bij het erf behorende woning. Gebouwen die niet in gebruik zijn geweest voor de aan het gebouw gegeven bestemming komen niet voor dit beleid in aanmerking. Op deze manier wordt voorkomen dat er onder de noemer van de agrarische bestemming andere gebouwen worden gebouwd. Op 14 maart 2017 is een melding Activiteitenbesluit ingediend door de (destijds) eigenaar van de agrarische bedrijfsgebouwen aan de Reimerweg 12 voor de verandering van de inrichting in verband met de te houden dieren. Hieruit volgt in feite dat sprake is van een functionerend agrarisch bedrijf.

Het nieuwe plan heeft betrekking op de sloop van de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing en de bouw van nieuwe bedrijfsgebouwen ten behoeve van het aannemersbedrijf. De afstand van de kapschuur tot aan de bedrijfswoning bedraagt circa 14 meter en de afstand van het nieuwe bedrijfsgebouw tot aan de bedrijfswoning bedraagt circa 24 meter. Er wordt voldaan aan de afstandseis van 25 meter. De nieuwe activiteit mag geen beperking opleveren voor omliggende agrarische bedrijven. Daarnaast moet het Vrijkomende Agrarisch Gebouw (VAB) op minimaal 50 meter afstand staan van de grens van het bouwperceel van het naburige perceel." In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de relevante omgevings-/milieuaspecten. In paragraaf 4.2 en 4.3 wordt onder andere ingegaan op bedrijven en milieuzonering en de geuraspecten als gevolg van agrarische bedrijven. Aangezien het bedrijfsperceel op minimaal 55 meter afstand van het agrarisch bouwvlak van het agrarisch bedrijf aan de Ootmarsumsestraat 9 is gelegen en minimaal op 116 meter afstand van het agrarisch bouwvlak van het perceel Reimerweg 17 geldt dat voldaan wordt aan de minimale afstandseis van 34

bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 12

50 meter. Op basis van bovenstaande wordt voldaan aan de zonerings- en milieukundige randvoorwaardentoets. Ruimtelijke kwaliteitstoets Ten aanzien van de ruimtelijke kwaliteitstoets geldt dat de nieuwe functie moet leiden tot behoud of verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en mag geen toename van verstedelijking of aantasting van het landschap tot gevolg hebben. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling is een landschapsplan opgesteld om de ruimtelijke kwaliteit te versterken. In het landschapsplan zijn de kenmerken van het essenlandschap leidend. Aangezien er op grond van het vigerende bestemmingsplan reeds bebouwing ten behoeve van een niet grondgebonden agararisch bedrijf is toegestaan geldt dat er geen sprake is van een toename van verstedelijking in het buitengebied. De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats op een bestaand erf. Landschapsontsierende gebouwen moeten zoveel mogelijk worden gesloopt. Vervangende nieuwbouw ten behoeve van de nieuwe functie is alleen toegestaan onder strikte kwaliteitscriteria voorwaarden. Tot 2000 m3 mag 2000 m3 worden teruggebouwd. Indien het gewenst is meer terug te bouwen dan 2000 m3 dan is daarvoor een zogenaamde saneringsregeling van toepassing. Boven de 2000 m3 sloop van ontsierende bedrijfsgebouwen mag 25% van de gesloopte inhoud worden teruggebouwd.

De varkwerkschuur (gesloopt en opnieuw opgebouwd en in gebruik genomen als kantoor) en de bestaande woonboerderij blijven als gevolg van het plan behouden. De landschapsontsierende varkensschuur en kapschuur worden gesloopt. In de huidige situatie kennen de varkensschuur, de kapschuur en het kippenschuurtje een inhoud van 2590 m3 (kapschuur en varkensschuur zijn gezamenlijk 2318 m3 en het kippenschuurtje 272 m3). Gelet op de inhoud van de varkensschuur, de kapschuur en de kippenschuur mogen de gebouwen één op één worden vervangen. Echter wordt er als gevolg van dit plan een grotere inhoudsmaat van de nieuwbouw gewenst. De nieuwe bedrijfshal heeft een inhoudsmaat van 3.090 m3, de nieuwe kapschuur een inhoudsmaat van 2.350 m3 en het kantoor een inhoud van 715 m3. Een dergelijke vergroting van de inhoudsmaat is mogelijk middels toepassing van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (paragraaf 3.3.4). Het erf moet worden voorzien van een adequate landschappelijke inpassing. Een plan voor de landschappelijke inpassing van het erf dient betrokken te worden bij de aanvraag. Vooral op het erf te realiseren parkeerplaatsen dienen goed te worden ingepast. Het erfinrichtingsplan is als Bijlage 1 bij de toelichting opgenomen. Vanaf de Reimerweg wordt de zichtlijn richting de es behouden en de esrand zal aan de oostzijde van het plangebied worden hersteld.

De bestaande fruitboomgaard wordt versterkt door de aanplant van nieuwe appel-, pruim,- en kersenbomen. Om in de parkeerbehoefte te voorzien worden naast de nieuw te bouwen kapschuur 11 parkeerplaatsen aangelegd die worden ingepast in het groen. Bij deze parkeerplaats wordt een nieuwe bomenrij aangeplant en wordt het parkeren afgeschermd door middel van een gemengde haag. Langs de parkeerplaatsen wordt tevens een nieuwe zaksloot gerealiseerd ten behoeve van de waterberging in het plangebied. Daarnaast worden tussen de nieuwe kapschuur en bedrijfshal langs de perceelgrens 9 parkeerplaatsen gerealiseerd. Om de nieuwe bebouwing vanaf de Reimerweg af te schermen wordt langs de westzijde voorzien in een nieuwe houtsingel over een lengte van 35 meter en een breedte van 4 meter. Aan de achterzijde van de nieuwe kapschuur worden twee nieuwe bomengroepen aangeplant bestaande uit Zwarte els. Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het voornemen voldoet aan het VAB+ beleid van de gemeente Dinkelland. 3.3.4

Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving gemeente Dinkelland

Zoals reeds aan bod is gekomen in paragraaf 3.2.1 en 3.2.2 zijn de Omgevingsvisie Overijssel en de Omgevingsverordening Overijssel vastgesteld. De Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving maakt hier onderdeel van uit. Op basis van het provinciaal beleid ten aanzien van dit instrument is het mogelijk om op gemeentelijk niveau beleidskaders vast te stellen. De gemeenten Dinkelland heeft op 8 oktober 2013 het beleidskader 'Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving' vastgesteld. Het beleidskader dient als toetsingskader voor de gemeente om aangevraagde ontwikkelingen in het landelijke gebied te kunnen beoordelen op basis van de kwaliteitsimpuls. Tegelijkertijd biedt het beleidskader aanvragers handvatten om hun aanvraag vorm te geven in combinatie met de kwaliteitsimpuls. Het kader streeft na om dit nieuwe instrument zoveel mogelijk te objectiveren en eenduidig toe te passen. Voor het gemeentelijk KGO-beleid gelden de volgende uitgangspunten: 1. Elke ontwikkeling dient beoordeeld te worden vanuit het aspect ruimtelijke kwaliteit; bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 12

35

2. Bij grootschalige ontwikkelingen (nieuw of uitbreiding van bestaand) wordt naast een investering in de ontwikkeling zelf tegelijkertijd geïnvesteerd in de omgevingskwaliteit. 3. De ontwikkelingsruimte die men krijgt dient in evenwicht te zijn met investeringen (prestaties) in de ruimtelijke kwaliteit. 4. De principes van ruimtelijke kwaliteit gelden voor elk planproces en dienen bij elk initiatief/ontwerp/opgave te worden toegepast. Aard van de ontwikkeling In het gemeentelijke KGO beleid is vastgesteld dat afwijking van bestaande regels van het vigerende bestemmingsplan mogelijk is ten behoeve van economische ontwikkelingen die naar aard en omvang passend zijn op de locatie, mits passend binnen het provinciaal- en rijksbeleid (zoals zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), deze passen bij de gebiedskenmerken en bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Het begrip “aard en omvang” is bewust gekozen. Hiermee is aangegeven dat er sprake dient te zijn van maatwerk. Niet alle ontwikkelingen kunnen per definitie. Per ontwikkeling dient beoordeeld te worden of de voorgestane ontwikkeling past in de omgeving. Kwaliteitsimpuls of basisinspanning In het beleid wordt onderscheid gemaakt tussen een basisinspanning en de kwaliteitsimpuls. Dit onderscheid komt voort uit de omgevingsvisie van de provincie Overijssel.

Hierin staat het volgende: “Bij grootschalige ontwikkelingen (nieuw of uitbreiding van het bestaande) wordt naast een investering in de ontwikkeling zelf, tegelijkertijd geïnvesteerd in de omgevingskwaliteit (aanvullende inspanning).” Bij elke ontwikkeling op een bestaand bouwblok waarbij meer dan 500m3 bebouwing wordt toegevoegd, geldt op basis van de regels van het bestemmingsplan Buitengebied en het gemeentelijk beleid, de noodzaak tot landschappelijke inpassing. Zodra sprake is van een grootschalige ontwikkeling, geldt een meer gebiedsgerichte benadering. De Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving is dan van toepassing, náást de basisinspanning. Dat geldt voor nieuwe functies en grootschalige uitbreiding van bestaande functies in het buitengebied. Van een grootschalige ontwikkeling is sprake als er een bestemmingsplanprocedure nodig is. Dit geldt ook voor een partiële herziening in de vorm van een verandering van de bestemming of een aanduiding. Evenwicht Er is een basis gevonden voor het bereiken en meten van het evenwicht tussen ontwikkelingsruimte en kwaliteitsprestaties. Bij elke ontwikkeling hoort een basisinspanning in de vorm van een goede ruimtelijke (landschappelijke) inpassing: vorm en situering van gebouwen, erfbeplantingen. Voor het bepalen van de hoogte van de aanvullende kwaliteitsprestaties zijn drie variabelen te hanteren: 1.

is de ontwikkeling gebiedseigen of gebiedsvreemd; 2. wat is de schaal van de impact op de omgeving; Als er sprake is van een niet functioneel aan het buitengebied gebonden grootschalige ontwikkeling, dient 100% van de waardevermeerdering (van de gronden als gevolg van aanpassing van de bestemming) te worden geïnvesteerd (naast de basisinspanning). Als er sprake is van een functioneel aan het buitengebied gebonden grootschalige ontwikkeling zal er naast de basisinspanning 25% van de waardevermeerdering moeten worden geïnvesteerd in ruimtelijke kwaliteit. Van het bovenstaande percentage van 100% kan in bepaalde omstandigheden worden afgeweken. Dit is de maatwerkclausule. Als er sprake is van specifieke omstandigheden die een verlaging van het toe te passen percentage rechtvaardigen, dan kan het college hiertoe een besluit nemen. Alsdan gelden aspecten als sociale kwaliteit, werkgelegenheid, veiligheid, ruimtegebrek en logistiek als items ter onderbouwing om (per item) het percentage te verlagen met 5 (met een maximum van 25%). Waardering Bij het bepalen van de hoogte van de kwaliteitsimpuls voor de groene omgeving wordt uitgegaan van de waardevermeerdering van de gronden die door de planologische verandering zal ontstaan. Daarbij wordt opgemerkt dat de gemeenteraad van Dinkelland bij de vaststelling van het KGO-beleid een motie heeft aangenomen.

Strekking van deze motie is dat op VAB+ locaties meer dan 500 m2 aan bedrijvigheid kan worden toegestaan indien geen sprake is van afbreuk aan de ruimtelijke kwaliteit en de gewenste uitbreiding van bebouwing binnen het bestaande bouwblok plaatsvindt. Concreet betekent dit dat voor elke m3 extra ten opzichte van het VAB+ beleid een KGO-bijdrage geldt. Hierbij wordt een standaard bouwkostentabel gehanteerd waarbij wordt uitgegaan van een standaardbedrag van € 20,- per m3. Voor voorliggend plan is door Borgerink Groendesign B.V. een KGO-plan opgesteld. Het KGO-plan is als Bijlage 2 bij de toelichting van dit bestemmingsplan opgenomen. 36

bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 12

Toets Het voorliggend plan voorziet in de herontwikkeling van een voormalig agrarisch erf naar een aannemersbedrijf. De voormalige varkensschuur en kapschuur worden gesloopt (gezamenlijke oppervlakte 630 m2 met een inhoud van 2.318 m3) en vervangen door een nieuwe bedrijfshal en een nieuwe kapschuur met een oppervlakte van respectievelijk 570 m2 en 480 m2. Daarnaast wordt de vakwerkschuur gesloopt en nieuwgebouwd en in gebruik genomen als kantoor (130 m2). De gezamenlijke inhoud van de nieuwe bedrijfshal (3.090 m3), de nieuwe kapschuur (2.350 m3) en het kantoor (715 m3) bedraagt 6.155 m3. Daarmee neemt de totale inhoud aan bebouwing toe met 3.565 m3. Op basis van de KGO-berekening geldt dat de KGO-bijdrage €71.300,- bedraagt, zie de KGO-berekening uit Bijlage 2. Op grond van het KGO-beleid van de gemeente Dinkelland geldt dat het aannemersbedrijf aangemerkt moet worden als een niet functioneel aan het buitengebied gebonden functie. Derhalve is er sprake van een niet functioneel aan het buitengebied gebonden grootschalige ontwikkeling en dient 100% van de waardevermeerdering te worden geïnvesteerd (naast de basisinspanning). Dat betekent dat het totale bedrag van €71.300,- geïnvesteerd dient te worden in de ruimtelijke kwaliteit.

Echter, ten aanzien van de investering van de berekende KGO bijdrage, mogen reële, werkelijke kosten voor het opstellen van het KGO-landschapsplan tot een percentage van 10% van het berekende KGO bedrag met een absoluut maximum van €15.000,-, worden meegenomen. De advieskosten ten aanzien van het KGO-plan (10%) mogen in mindering worden gebracht op de KGO-investering (€7.130,00). Daarnaast geldt dat er van het percentage van 100% kan worden afgeweken conform de maatwerkclausule omdat er sprake is van specifieke omstandigheden die een verlaging van het percentage rechtvaardigen. De volgende aspecten gelden: sociale kwaliteit, werkgelegenheid, veiligheid, ruimtegebrek en logistiek als items ter onderbouwing om (per item) het percentage te verlagen met 5 (met een maximum van 25%). De aspecten worden hieronder toegelicht: sociale kwaliteit: De initiatiefnemers streeft naar een gezonde werksfeer. Werknemers werken zelfstandig aan werkzaamheden die zij graag zelf willen doen. Samen werken aan mooie initiatieven zodat ze elkaar kunnen versterken en van elkaar kunnen leren. Veiligheid: in vergelijking met de huidige locatie in de kern Rossum wordt de veiligheid verbeterd. Op de locatie aan de Reimerweg kan voorzien worden in een ruime bedrijfsopzet waardoor de kans op ongevallen, onder andere vanwege ruimtegebrek, verminderd wordt.

Werkgelegenheid: De initiatiefnemer biedt werkgelegenheid aan timmerlieden en vakwerklieden in de bouw. Het gros van het personeel is afkomstig uit Rossum en de nabije omgeving waardoor het een lokale werkgever in de gemeente Dinkelland betreft. Ruimtegebrek: zoals hierboven beschreven ervaart de initiatiefnemer ruimtegebrek op het perceel. De huidige locatie in de kern Rossum is te klein en leidt derhalve tot gevaarlijke (bedrijfs)situaties. Logistiek: de nieuwe locatie is beter te bereiken met groot vrachtverkeer ten behoeve van de bevoorrading van het bedrijf. Vanwege de ruime erfopzet is het mogelijk om de draaibewegingen van het vrachtverkeer op het nieuwe erf plaats te laten vinden en zal het vrachtverkeer ten behoeve van het aannemersbedrijf niet meer in het dorp plaatsvinden. Op basis van de bovengenoemde aspecten wordt de KGO-investering verlaagd met de advieskosten van het KGO-plan (€7.130,00) en tevens met een percentage van 25% van het KGO-bedrag: €17.825,-. Daarnaast worden de kosten van het Kwaliteitsteam in mindering gebracht (€ 500,-). Derhalve bedraagt het definitieve investeringsbedrag €45.845,-. In Bijlage 2 is de KGO-investering verwerkt.

De KGO investering vindt onder andere plaats door: realisatiekosten van het landschapsontwerp exclusief de basisinspanning; het vervangen van een eiken zitbank (tafel en bank) op de kruising Wolfsbergweg - Nijenkampweg te Agelo; vervangen van vier klaphekjes op de es in Rossum, aan de Sandermanweg. De bovengenoemde investeringen komen bij elkaar opgeteld uit op € 10.664,56 excl. BTW. De resterende KGO-investering wrodt middels stortingen in het gemeentelijke KGO-fonds uitgevoerd, waarbij de bedragen voor maximaal 5 jaar worden gelabeld. Concreet wordt het als volgt gelabeld: Resterend bedrag van €35.180,44 excl. BTW wordt gestort in het landschapsfonds van de gemeente Dinkelland met een 5-jarig label "Landschapsstructuren/landschapsversterkende structuren omgeving Rossum (voor de periode van 5 jaar)". Onder dit label vallen de onderstaande landschapsstructuren (in figuur 12 van Bijlage 2 is een impressie/weergave te zien van de landschapsstructuren): houtwallen (€ 11.000,- per 100 meter); houtsingels/geriefbosjes (€ 6.500,- per 100 meter); bomenrijen/laanbeplanting (€ 375,- per stuk) struweelhaag (€ 2.000,- per 100 meter). Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat het plan voldoet aan de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Om bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 12

37

aanspraak te maken op het landschapsfonds kan een derde partij een aanvraag indienen voor een subsidiebijdrage. Dit kan een particulier zijn, maar ook een stichting, vereniging, dorpsraad, (agrarisch) bedrijf, Landschap Overijssel, waterschap etc.. De toetsing van een aanvraag voor het versterken van de landschapsstructuren in het buitengebied van Rossum wordt gedaan op basis van het cascobeleid van de gemeente Dinkelland. In het cascobeleid zijn bouwstenen opgenomen die aangeven welke structuren in combinatie met landschapstypen en dynamiek wenselijk zijn en een meerwaarde bieden aan het landschap ter plaatse. Naast de KGO-investering wordt het plangebied ook landschappelijk ingepast. Het landschapsplan is opgenomen als Bijlage 1 bij de toelichting. In onderstaande figuur 3.6 is tevens een impressie van het landschapsplan weergegeven.

Figuur 3.6: Impressie landschapsplan (bron: Borgerink Groendesign B.V.) Op basis van vorenstaande kan geconcludeerd worden dat het plan voldoet aan het beleid zoals dat is verwoord in het beleidskader 'Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving'.

38

bestemmingsplan Buitengebied, Reimerweg 12

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/784/documents/19521