Was wordt lijst Financiele verordening Dijk en Waard
Tekst van het document
Een overzicht van inhoudelijke wijzigingen van de artikelen uit de financiële verordening. Nieuwe nummering is hier niet in opgenomen. Artikel Artikel 3, lid 2 Kaders financieel beleid
Was De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma en de investeringen in het begrotingsjaar.
Wordt De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma en de nieuw opgenomen investeringen.
Artikel 5, lid 1 Inrichting begroting en jaarstukken
De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een programma-indeling voor die raadsperiode vast.
Artikel 5, lid 5 Inrichting begroting en jaarstukken
In de begroting wordt per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven. In de jaarrekening wordt een actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten gegeven.
De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een programma-indeling voor die raadsperiode vast. In het jaar voorafgaand aan de verkiezingen vindt een evaluatie plaats met het college en de raad en wordt waar nodig aanpassing van de programma-indeling voorbereid voor de bespreking met en besluitvorming na de verkiezingen door de Raad. In de begroting wordt per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven. In de jaarrekening wordt een overzicht van actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten gegeven.
Artikel 7, lid 2 Tussentijdse rapportages
De raad autoriseert met het vaststellen van de tussenrapportage bijgestelde baten en de lasten per programma, alsmede de gewijzigde en nieuwe investeringskredieten.
De raad autoriseert met het vaststellen van de tussenrapportage bijgestelde baten en de lasten per programma, reservemutaties alsmede de gewijzigde en nieuwe investeringskredieten.
Artikel 7, lid 4 Tussentijdse rapportages
De programma’s zijn opgebouwd uit taakvelden. In de tussenrapportages en de jaarrekening worden afwijkingen op de actuele begroting groter dan € 100.000 bij zowel de baten als de lasten op het niveau van taakvelden toegelicht.
De programma’s zijn opgebouwd uit taakvelden. In de tussenrapportages en de jaarrekening worden afwijkingen op de actuele begroting groter dan € 100.000 bij zowel de baten als de lasten op het niveau van taakvelden toegelicht alsmede reservemutsaties.
Artikel 7, lid 5 Tussentijdse rapportages
In de tussenrapportages worden afwijkingen op de investeringskredieten groter dan €100.000,- toegelicht.
In de tussenrapportages worden afwijkingen op de investeringskredieten groter dan 25 % van de omvang van het krediet danwel vanaf een afwijking van tenminste €250.000,- toegelicht waarbij tegelijkertijd tevens door het college waar nodig een voorstel voor een aangepast
1
Een overzicht van inhoudelijke wijzigingen van de artikelen uit de financiële verordening. Nieuwe nummering is hier niet in opgenomen. krediet én de wijze van dekking kosten wordt aangeboden aan de Raad. De volgende criteria zijn van toepassing voor overheveling van budgetten: - Budgetten kunnen alleen worden overgeheveld met toestemming van de raad; - Budgetten kunnen alleen overgeheveld worden bij de najaarsrapportage of de jaarrekening; - Overheveling kan alleen voor uitgaven die zijn vertraagd, maar nog steeds noodzakelijk zijn; - Het restant budget wordt niet ingezet voor nieuw beleid; - Overheveling van budgetten kan enkel als in het volgende jaar aantoonbaar onvoldoende budgetten voor het vastgestelde doel beschikbaar zijn; - Budgetten worden direct in het nieuwe jaar weer beschikbaar gesteld voor het vastgestelde doel; - Budgetten kunnen slecht eenmalig overgeheveld worden naar een nieuw boekjaar. - Het overhevelen van budgetten kan vanaf €100.000,-
Artikel 8 Budgetoverhevelingen
-
Artikel 11, lid 2 Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording
In de rechtmatigheidsverantwoording bij het jaarverslag rapporteren burgemeester en wethouders aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 3% van de totale lasten van de gemeente, inclusief de dotaties aan de reserves.
In de rechtmatigheidsverantwoording bij het jaarverslag rapporteren burgemeester en wethouders aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten van de gemeente, exclusief de dotaties aan de reserves.
Artikel 13 Begrotingscriterium
1. Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatiebudgetten en
1. Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatiebudgetten en
2
Een overzicht van inhoudelijke wijzigingen van de artikelen uit de financiële verordening. Nieuwe nummering is hier niet in opgenomen. investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen.
investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen.
2. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 5 lid 3
2. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 5 lid 3
3. Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaalbedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd.
3. Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaalbedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd.
4. Overschrijdingen van de actuele begroting, die een van de volgende oorzaken hebben, worden niet meegenomen in het rechtmatigheidsoordeel: • Begrotingsoverschrijdingen als gevolg van onvoorziene situaties binnen de kaders en limieten van artikel 6 lid 2 en 3 van deze verordening. • Begrotingsoverschrijdingen waarbij de hogere kosten gedekt worden door hogere opbrengsten en waarbij tussen kosten en opbrengsten een direct verband bestaat. • Begrotingsoverschrijdingen, waarover het college verantwoording aflegt in de jaarrekening. In artikel 7 van de financiële verordening zijn de spelregels opgenomen voor het inhoudelijk toelichten van de begrotingsverschillen t.o.v. de werkelijke realisatie. In het kader van de begrotingsrechtmatigheid is het tijdig als afwijkingen van de realisatie t.o.v. de actuele begroting in de jaarrekening worden gemeld en toegelicht.
4. Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Hierbij de onderstaande kanttekeningen: a. Overschrijdingen van baten en onderschrijdingen van lasten, investeringskredieten en baten worden als rechtmatig aangemerkt als deze tijdig aan de raad zijn gemeld. Deze afwijkingen zijn tijdig gemeld als de afwijkingen zijn opgenomen in een tussentijdse rapportage aan de raad en/of zijn gemeld in de jaarstukken over het betreffende jaar. Deze afwijkingen van de begroting worden niet opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. b. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: I. Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. II. Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling.
3
Een overzicht van inhoudelijke wijzigingen van de artikelen uit de financiële verordening. Nieuwe nummering is hier niet in opgenomen. 5. Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de raad, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering. Artikel 15 Beleidsnota’s
De uitgangspunten voor het financieel beleid worden nader vastgelegd in de volgende nota’s: • Nota activabeleid • Nota reserves en voorzieningen • Nota Weerstandsvermogen en risicomanagement • Garantstellingen beleid • Nota verbonden partijen • Grondbeleid
4
De uitgangspunten voor het financieel beleid worden nader vastgelegd in de volgende nota’s: • Nota activabeleid • Nota reserves en voorzieningen • Nota Weerstandsvermogen en risicomanagement
• • • 2.
Garantstellingen beleid Nota verbonden partijen Grondbeleid Minimaal één keer per raadsperiode wordt elk van de in artikel 15, lid 1 genoemde nota’s door het college geactualiseerd. Daar waar nodig vanwege veranderingen in wet- en regelgeving dan wel eigen beleid vindt aanvullend door het college een actualisatie plaats. De nota’s worden door het college aan de raad aangeboden. De raad stelt de nota’s vast. 3. In het eerste jaar van de nieuwe raadsperiode vindt overleg plaats tussen college en raad over de planning van de actualisaties gedurende de raadsperiode. 4. Afwijkingen van de bovengenoemde nota’s worden expliciet en tijdig door het college actief aan de raad toegelicht.
Een overzicht van inhoudelijke wijzigingen van de artikelen uit de financiële verordening. Nieuwe nummering is hier niet in opgenomen. Artikel 16 Onderhoud
-
1. De uitgangspunten voor het financieel beleid ten aanzien van onderhoud worden vastgelegd in de volgende meerjarenplannen: • Openbare ruimte • Gemeentelijk vastgoed • Stedelijk water en riolering 2. Door het college worden te minste éénmaal per raadsperiode de onderhoudsplannen Openbare ruimte en gemeentelijk vastgoed geactualiseerd. Voor Stedelijk water en riolering vindt actualisatie minimaal één keer per 6 jaar plaats. Daar waar nodig vanwege veranderingen in wet- en regelgeving dan wel eigen beleid vindt aanvullend door het college actualisatie plaats. De plannen worden door het college aangeboden aan de raad. De raad stelt de plannen vast. 3. De actualisatie van plannen voor Stedelijk water en riolering worden zo gepland dat zij halverwege de raadsperiode door het college aan de raad aangeboden. Gezien de complexiteit, het meerjarige karakter en de (financiële/inhoudelijke) impact streeft het college er naar om ook de onderhoudsplannen voor Openbare Ruimte en Gemeentelijk vastgoed in het tweede op derde jaar van de raadsperiode aan te bieden aan de raad. 4. De timing/planning van de actualisatie van de plannen wordt per raadsperiode door het college opgesteld en afgestemd met de auditcommissie. 5. In de jaarrekening, paragraaf onderhoud kapitaalgoederen informeert het college de raad over afwijkingen van de bovengenoemde plannen.
Daarbij wordt ook aangegeven in hoeverre actualisatie van de plannen wenselijk is. 5
Een overzicht van inhoudelijke wijzigingen van de artikelen uit de financiële verordening. Nieuwe nummering is hier niet in opgenomen. Artikel 17 – Meerjareninvesteringsplan (MIP)
Artikel 18, lid 6– Kostprijsberekening
6. Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijnde activa, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. De omslagrente wordt berekend als het gewogen gemiddelde rentepercentage van de leningenportefeuille naar verhouding Vreemd vermogen/Eigen vermogen. De uitkomst van dit percentage van de omslagrente wordt met maximaal een half procent verhoogd of verlaagd (met uitzondering van grondexploitaties; hier wordt gerekend met het werkelijk berekende percentage van de omslagrente).
6
1. Jaarlijks stelt het college een MeerjarenInvesteringsPlan (MIP) op die tegelijk (of eerder) met de Kadernota ter behandeling wordt aangeboden aan de raad. Het MIP wordt door de raad vastgesteld. 2. In het MIP worden de wijzigingen ten opzichte van het voorgaande (door de raad vastgestelde) MIP duidelijk zichtbaar gemaakt en toegelicht. Hierbij wordt ook aangegeven wat de reden en onderbouwing is van de doorgevoerde wijziging (raadsbesluit) dan wel voorgestelde wijzigingen. 6. Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijnde activa wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. De omslagrente wordt bij de begroting berekend door de werkelijk aan de taakvelden toe te rekenen rente te delen door de boekwaarde per 1 januari aan de vaste activa + voorraad gronden die integraal zijn gefinancierd. De omslagrente moet vervolgens op consistente en eenduidige wijze worden toegerekend aan de individuele activa en voorraad gronden. Het bij de begroting gecalculeerde omslagpercentage mag binnen een marge van 0,5% worden afgerond. De omslagrente wordt ook gebruikt voor de rentetoerekening aan de grondexploitaties.
Indien de werkelijke rentelasten die over een jaar aan taakvelden hadden moeten worden doorbelast afwijken van de rentelasten die op basis van de voorgecalculeerde renteomslag aan de taakvelden zijn toegerekend, dan kan worden besloten tot correctie. Correctie wordt verplicht gesteld indien deze afwijking groter is dan 25%.
Een overzicht van inhoudelijke wijzigingen van de artikelen uit de financiële verordening. Nieuwe nummering is hier niet in opgenomen.
7