CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

VFL_bijlage2_AlgemeneToelichting

Gemeenteraad 5 juli 2022, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Raadsvoorstel Verordening Fysieke Leefomgeving4.234 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Algemene toelichting bij de Verordening fysieke leefomgeving Dijk en Waard 2022 Op 1 oktober 2022 of 1 januari 2023 treedt naar verwachting de Omgevingswet in werking. De Omgevingswet bundelt de wetgeving en de regels over onderwerpen die te maken hebben met de fysieke leefomgeving. Hieronder vallen de regels over ruimte, bouwen, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Tot de doelen van de Omgevingswet horen het verminderen van (overbodige) regels, het bundelen en toegankelijk maken van regelgeving, en het vereenvoudigen van regelgeving. Daarnaast heeft de wet als doel het bereiken en in stand houden van een gezonde en veilige leefomgeving. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet moeten de gemeentelijke regels over de fysieke leefomgeving samengebracht worden in één omgevingsplan voor het gehele grondgebied van de gemeente. Dit omgevingsplan bevat regels uit bestemmingsplannen, verschillende verordeningen en rijksregels die bij inwerkingtreding van de wet gedecentraliseerd worden. De gemeente heeft tijdens een overgangsfase, die loopt vanaf inwerkingtreding van de wet tot en met 2029, de tijd om al deze regels definitief in het omgevingsplan te integreren. Om voor te sorteren op deze overgang, is deze Verordening Fysieke Leefomgeving ontwikkeld om de regels uit de verschillende verordeningen eenvoudig in het omgevingsplan te kunnen integreren.

Gelijktijdig met het voorbereiden op de Omgevingswet loopt het traject van de gemeentelijke herindeling van de gemeenten Langedijk en Heerhugowaard naar de nieuwe gemeente Dijk en Waard. Deze herindeling geeft een extra dimensie aan de voorbereiding van de gemeentelijke regelgeving op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Naast de vernieuwing in structuur en het uitwerken van de doelen van de wet moeten de verordeningen van Langedijk en Heerhugowaard ook geharmoniseerd worden, zodat de gemeente Dijk en Waard gelijke regels heeft voor al zijn ingezetenen. De Verordening Fysieke Leefomgeving is zodanig opgesteld dat er in de eerste plaats voor is gezorgd dat alle regels geharmoniseerd zijn. In dit kader is ervoor gekozen om de regels beleidsarm om te zetten. Daar waar regels hetzelfde zijn in beide gemeenten is inhoudelijk niets gewijzigd. Bij verschillen tussen de gemeenten is gekozen voor een variant van de regelgeving binnen de bandbreedte van de bestaande regels in beide gemeenten. De keuze voor de variant is door werkgroepen die het beleid harmoniseren in samenspraak met de relevante portefeuillehouders bepaald. In geval van de Erfgoedverordening is ervoor gekozen om de modelverordening van de VNG uit 2016 als uitgangspunt te nemen, omdat in zowel Langedijk als Heerhugowaard de Erfgoedverordening nog niet was geactualiseerd na inwerkingtreding van de Erfgoedwet.

De Verordening Fysieke Leefomgeving is een tussenstap, waarin de regels die in Langedijk en Heerhugowaard in uiteenlopende verordeningen stonden, gebundeld en geharmoniseerd zijn, eenvoudig raadpleegbaar zijn gemaakt en in een structuur zijn gezet die integratie in het omgevingsplan vereenvoudigen. Met de Verordening Fysieke Leefomgeving wordt de regelgeving voor inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en ambtenaren overzichtelijker. De regels zijn eenvoudiger te raadplegen. In deze algemene toelichting wordt ingegaan op de uitgangspunten bij het opstellen van de Verordening Fysieke Leefomgeving. Ook wordt een toelichting gegeven op de verschillende verordeningen en regels die op gaan in deze verordening. Voor het overzicht is een transponeringstabel opgenomen en een artikelsgewijze toelichting.

Uitgangspunten Verordening Fysieke Leefomgeving In de Verordening Fysieke Leefomgeving is een aantal verordeningen en delen van verordeningen over de fysieke leefomgeving samengevoegd. Hierbij is hetzelfde criterium gehanteerd dat de Omgevingswet heeft voor de opname van gemeentelijke algemeen verbindende voorschriften in het omgevingsplan. Alleen verordeningen en regels die primair de fysieke leefomgeving als oogmerk hebben komen in aanmerking voor integratie in deze verordening. Regels met andere primaire motieven, zoals openbare orde, komen niet in aanmerking. Regels die aan de burgemeester bevoegdheden toekennen zijn ook niet opgenomen. De Omgevingswet kent aan de burgemeester geen bevoegdheden toe, en daarom zijn deze regels uitgesloten. Deze regels gaan bovendien meestal niet over de fysieke leefomgeving, maar over openbare orde. Een aantal verordeningen en regels die wel in aanmerking komen voor opname in de Verordening Fysieke Leefomgeving zijn niet opgenomen omdat eerst andere processen voltooid moeten worden voordat deze gereed zijn om ze op te nemen. Van deze verordeningen en regels is het uitgangspunt dat deze zullen worden opgenomen zodra deze gereed zijn.

In de Verordening fysieke leefomgeving worden de volgende verordeningen of onderdelen van verordeningen opgenomen: - De Algemene Plaatselijke Verordening Langedijk en de Algemene Plaatselijke Verordening Heerhugowaard, onder andere de onderdelen over het wijzigen van wegen en uitritten, het vellen van houtopstanden, geluidshinder en verontreiniging en het innemen van ligplaatsen; - De Afvalstoffenverordening Langedijk en de Afvalstoffenverordening Heerhugowaard, de onderdelen over afvaldumping en zwerfafval; - De Erfgoedverordening Langedijk en de Erfgoedverordening Heerhugowaard; - De Bouwverordening Langedijk en de Bouwverordening Heerhugowaard; - De Verordening Naamgeving en adressering Langedijk en de Verordening Naamgeving en nummering (adressering) Heerhugowaard, de onderdelen plaatsen van straatnaamborden en nummeringplaten. De volgende verordeningen of onderdelen van verordeningen worden later in de Verordening Fysieke Leefomgeving opgenomen of worden afhankelijk van een besluit van de rijksoverheid al dan niet opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving: - De Algemene Plaatselijke Verordening Langedijk en de Algemene Plaatselijke Verordening Heerhugowaard, de onderdelen standplaatsen en minimale afstand tot de erfgrens van een houtopstand.

Om de regels voor standplaatsen goed voor te bereiden voor het omgevingsplan is eerst een integratie van de regels over standplaatsen uit de APV en de Marktverordening noodzakelijk. Zodra deze integratie is voltooid worden deze regels opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving. Voor de minimale afstand tot de erfgrens van een houtopstand is eerst een besluit nodig van de rijksoverheid dat deze regel in het rechtsfiguur omgevingsplan mag worden opgenomen. - De Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren Langedijk en de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren Heerhugowaard. De regels uit deze verordeningen moeten voor 2029 in het omgevingsplan worden opgenomen voorzover het kabels en leidingen van nutsvoorzieningen betreft. Voor kabels en leidingen van telecommunicatienetwerken geldt dat eerst een besluit van de rijksoverheid genomen moet worden om dit in het rechtsfiguur omgevingsplan te regelen. Zolang dat besluit niet is genomen is het onwenselijk om de regels voor telecommunicatienetwerken en andere ondergrondse infrastructuren te scheiden. - Marktverordening Heerhugowaard, de onderdelen over de ruimtelijke aspecten van de markt en van standplaatsen. Om deze regels goed voor te bereiden voor het omgevingsplan is eerst een integratie van de regels uit de Marktverordening en de regels over standplaatsen uit de APV noodzakelijk.

Zodra deze integratie is voltooid worden deze regels opgenomen.

- Havenverordening Langedijk, de onderdelen over de aspecten over ruimtelijk gebruik, bescherming van het water en het plaatsen en gebruiken van bouwwerken. De Havenverordening moet geactualiseerd worden aan nieuwere wetgeving en de regels over de fysieke leefomgeving moeten goed gescheiden worden van de andere regels in de Havenverordening. Zodra dit is gebeurd worden deze regels in de Verordening Fysieke Leefomgeving opgenomen. De Brandbeveiligingverordening en de Exploitatieverordening maken ook onderdeel uit van regels over de fysieke leefomgeving. Met ingang van 1 juli 2008 is de Grondexploitatiewet, als onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening, in werking getreden, waarbij landelijke regels dezelfde kaders scheppen die in de Exploitieverordening zijn opgenomen. Met ingang van 1 januari 2018 gelden de landelijke regels voor de brandveiligheid van ‘overige plaatsen’ waarbij de Brandbeveiligingsverordening van rechtswege is komen te vervallen. Om geen overbodige regels te behouden worden deze verordeningen ingetrokken. Uitgangspunt bij het opstellen van de Verordening Fysieke Leefomgeving is om de regels waar mogelijk beleidsneutraal over te nemen, en waar nodig deze beleidsarm te harmoniseren. De onderdelen die niet volledig beleidsneutraal zijn overgenomen worden later specifiek toegelicht.

Bij het samenvoegen zijn de regels verder geüniformeerd, verduidelijkt en in een structuur geplaatst. Hierbij zijn redactionele en technische wijzigingen die de leesbaarheid en toepasbaarheid ten goede komen doorgevoerd. Opbouw Verordening Fysieke Leefomgeving In de verordening wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen hoofdstukken die elk een ander type regels bevat. Deze hoofdstukken zijn onderverdeeld in afdelingen die elk over een bepaald aspect van de fysieke leefomgeving gaan. De afdelingen zijn vervolgens onderverdeeld in paragrafen die over een specifiek onderwerp of activiteit gaan. Deze afdelingen zijn in elk hoofdstuk op dezelfde wijze ingedeeld, zodat verschillende typen regels over dezelfde onderwerpen gemakkelijk te vinden zijn. Deze structuur is in hoofdlijn vergelijkbaar met de structuur die het omgevingsplan zal krijgen. De regelgeving is hierdoor al zo optimaal mogelijk voorbereid op opname in het omgevingsplan. • Het eerste hoofdstuk bevat inleidende bepalingen. Dit zijn alleen de begripsbepalingen die in een bijlage zijn opgenomen. Deze bijlage kent een structuur van eerst begrippen die op meerdere plaatsen in de verordening voorkomen en vervolgens artikelsgewijs begripsbepalingen die in één afdeling voorkomen. • Het tweede hoofdstuk bevat de oogmerken van de verordening. Hierin staat wat de gemeente met deze regels beoogt te bereiken.

Deze oogmerken zijn dezelfde als de oogmerken die de gemeente in het omgevingsplan moet opnoemen. Onder de Omgevingwet wordt het gemakkelijker om een initiatief toe te staan als van de letter van de regelgeving wordt afgeweken maar aan de oogmerken wordt voldaan. De oogmerken staan al in de Verordening fysieke leefomgeving om op de structuur van het omgevingsplan voor te bereiden. • Het derde hoofdstuk is gereserveerd voor programma's die de gemeente onder de Omgevingswet opstelt. Dit is een hoofdstuk dat onder huidig recht nog niet gebruikt wordt, maar van toepassing kan worden als in programma's gebruik gemaakt wordt van de Verordening fysieke leefomgeving. Ook staat het op deze manier al in de structuur van het omgevingsplan. • Het vierde hoofdstuk bevat alle geografische aanwijzingen op grond van de Verordening Fysieke Leefomgeving. In het omgevingsplan worden alle geografische aanwijzingen gedefinieerd en verzameld als werkingsgebieden. Dit hoofdstuk geeft daarmee ook duidelijk weer welke gebieden er zijn aangewezen waar bepaalde regels gelden en maakt wijziging van deze gebieden overzichtelijk. Op een aantal onderwerpen is het college bevoegd om

•

•

•

•

•

• •

•

gebieden aan te wijzen maar heeft van deze bevoegdheid geen gebruik gemaakt. Om ruimte te maken voor eventuele toekomstige aanwijzingen zijn deze onderdelen gereserveerd. Het vijfde hoofdstuk bevat de inhoudelijke regels voor het uitvoeren van activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Dit zijn de regels die voor initiatiefnemers het meest van belang zullen zijn en daarom is het fijn dat deze gemakkelijk vindbaar zijn en niet tussen regels staan die wel met het onderwerp te maken hebben maar voor de gebruiker niet relevant zijn. In dit hoofdstuk wordt bepaald of activiteiten vergunningplichtig zijn en wat de beoordelingrsregels zijn, of welke algemene regels er voor een activiteit gelden. Voor elke afdeling zijn de oogmerken zoals bepaald in hoofdstuk twee nader gespecificeerd om duidelijker te maken wat er van initiatiefnemers verwacht wordt. Waar mogelijk is zoveel mogelijk voorgesorteerd op de nieuwe wijze van regels schrijven in het omgevingsplan. Dat betekent dat telkens de activiteit wordt beschreven waar regels over gelden, wie er aan moet voldoen en wat de algemene regels voor die activiteit zijn. Als er een vergunningplicht geldt is daarbij aangegeven welke gevallen vergunningplichtig zijn en wat de beoordelingsregels ervoor zijn. Hoofdstuk 6 bevat instandhoudingsbepalingen en gedoogplichten.

Dit zijn alle verboden en verplichtingen die noodzakelijk zijn om de fysieke leefomgeving in stand te houden en het gebruik ervan goed te laten functioneren. Dit zijn over het algemeen redelijk vanzelfsprekende regels, die toch noodzakelijk zijn om op te kunnen treden tegen gebruik dat schade aan de omgeving toebrengt of het gebruik ervan verstoort. Hoofdstuk 7 is gereserveerd voor financiële bepalingen. Van dit hoofdstuk zal in de Verordening fysieke leefomgeving geen gebruik worden gemaakt, maar in het omgevingsplan kunnen deze wel opgenomen worden. Door het hoofdstuk te reserveren komt de hoofdstukindeling overeen met die van het omgevingsplan. Hoofdstuk 8 bevat procedureregels. Daarbij gaat het met name om regels over adviescommissies en beslistermijnen. Deze regels zijn inhoudelijk niet relevant om te weten of iets mag of om aanvragen te beoordelen. Ze zijn vooral belangrijk om ervoor te zorgen dat de juiste procedures worden gevolgd door zowel de initiatiefnemer als de gemeente. Door deze regels te bundelen kunnen gebruikers gemakkelijker hun procedure begrijpen. In hoofdstuk 9 staan de handhavings- en strafbepalingen. Deze zijn overgenomen uit de bronverordeningen. Waar voor verschillende regels verschillende strafbepalingen stonden zijn deze neutraal overgenomen voor dezelfde regels in de Verordening Fysieke Leefomgeving.

Hoofdstuk 10 is gereserveerd voor monitorings- en informatiebepalingen in het omgevingsplan. In de Verordening fysieke leefomgeving komen deze nog niet voor. Hoofdstuk 11 bevat de overgangsbepalingen. Deze zien erop toe dat besluiten genomen krachtens de bronverordeningen worden gezien als besluiten genomen krachtens de Verordening fysieke leefomgeving. Hoofdstuk 12 bevat de slotbepalingen die bepalen wanneer de verordening in werking treedt en hoe deze moet worden aangehaald.

Door de structurele wijzigingen van de verordeningsregels is de opbouw van hoe een aantal onderwerpen is geregeld sterk veranderd. Waar eerst bepaalde onderdelen in hetzelfde artikel of zelfs in hetzelfde lid stonden is dit nu uitgewerkt in meerdere artikelen die elk een deel van het onderwerp regelen. Deze artikelen kunnen verspreid staan over meerdere hoofdstukken. Dit verbetert de begrijpelijkheid van de regels omdat de onderdelen van de regels die relevant zijn bij elkaar in hetzelfde hoofdstuk staan en je niet hoeft te zoeken binnen alle bepalingen over een onderwerp.

Beleidsluwe keuzes harmonisatie Bij het opstellen van deze verordening is op een aantal onderwerpen geharmoniseerd. Zoals eerder genoemd is het uitgangspunt geweest om dit beleidsluw te doen. Waar mogelijk is gekozen voor regels die binnen de huidige bandbreedte vallen van de regels in de bronverordeningen uit Langedijk en Heerhugowaard. In dit overzicht worden de keuzes die gemaakt zijn nader toegelicht. Over het algemeen wordt aangesloten bij de beleidsharmonisaties van gerelateerde onderwerpen. APV: Hoofdstuk 2: Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu Afdeling 2. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg In de APV's van Langedijk en Heerhugowaard waren de weigeringsgronden voor het aanleggen van uitwegen verschillend geformuleerd. In de APV Langedijk was een uitputtende lijst van weigeringsgronden opgenomen. In de APV Heerhugowaard was deze lijst niet uitputtend. In de praktijk was dit verschil niet relevant aangezien in Heerhugowaard niet geweigerd werd op afwijkende gronden. De weigeringsgronden zelf verschilden ook. In de APV Langedijk was het al ontsloten zijn van een perceel door een uitweg opgenomen als weigeringsgrond, indien aanleg van een tweede uitweg ten koste zou gaan van openbaar groen. Deze weigeringsgrond was in de APV Heerhugowaard niet opgenomen.

In de APV Heerhugowaard was het zonder noodzaak ten koste gaan van de bruikbaarheid van de weg opgenomen als weigeringsgrond. Deze weigeringsgrond was in de APV Langedijk niet opgenomen. In de Verordening Fysieke Leefomgeving is het al ontsloten zijn van een perceel door een uitweg opgenomen als weigeringsgrond. In beginsel is één uitweg per perceel voldoende en de aanleg van extra uitwegen kan nadelinge gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving. Het is daarom een redelijke weigeringsgrond. In de VFL is de weigeringsgrond wegens het ten koste gaan van de bruikbaarheid van de weg in een specifiekere vorm opgenomen. In de VFL is het ten koste gaan van een openbare parkeerplaats of andere voorzieing op of aan de weg als weigeringsgrond opgenomen, aangezien dit in de praktijk hetgeen is wat de nadelige gevolgen voor de bruikbaarheid van de weg is. Door dit expliciet te benoemen is de regelgeving duidelijker. Verder is in de VFL als weigeringsgrond het ten koste gaan van de waterhuishouding opgenomen. Deze weigeringsgrond was in de APV's van Langedijk en Heerhugowaard niet opgenomen. Deze weigeringsgrond beschermt putten, goten en straatkolken tegen demping wegens het aanleggen van een uitweg.

Afdeling 3. Evenementen Bij de harmonisatie van het evenementenbeleid is ervoor gekozen aan te sluiten bij de APV Heerhugowaard voor de regelgeving in Dijk en Waard. Voor de Verordening Fysieke Leefomgeving zijn de regels omtrent geluid en het plaatsen van voorwerpen op de weg relevant. Deze strekken zich tot bepalingen waarin evenementen vergunningsvrij of meldingsplichtig zijn. De voor de fysieke leefomgeving relevante onderdelen zijn voor vergunningsvrije en meldingsplichtige evenementen identiek. In de Verordening Fysieke Leefomgeving is er daarom voor gekozen om de gevallen die vergunningvrij of meldingsplichtig waren in de APV Heerhugowaard vergunningvrij te maken voor de voor de fysieke leefomgeving relevante onderdelen. Bij afwijking van deze gevallen is een vergunningplicht ingesteld. Afdeling 8. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade Hoofdstuk 4. Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente

Afdeling 1. Voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting Artikel 4:2 Collectieve festiviteiten De regels voor collectieve festiviteiten verschillen in de APV's van Langedijk en Heerhugowaard. In Langedijk zijn naast de gebruikelijke geluidsnormen in dB(a) ook geluidsnormen voor laagfrequent geluid (dB(C)) opgenomen. Bovendien zijn de festiviteiten in de APV Heerhugowaard tot latere tijdstippen toegestaan dan in de APV Langedijk. In de APV Heerhugowaard op dagen voorafgaand aan een werkdag tot uiterlijk 0:00 uur en op dagen voorafgaand aan vrije dagen tot uiterlijk 01:00 uur. In Langedijk op dagen voorafgaand aan een werkdag tot uiterlijk 23:00 uur en op dagen voorafgaand aan een vrije dag tot uiterlijk 00:30 uur. Artikel 4:3 Incidentele festiviteiten De regels voor incidenctele festiviteiten verschillen in de APV's van Langedijk en Heerhugowaard. In Langedijk is het ten behoeve van sportevenementen maximaal 4 keer toegestaan om de verlichting langer aan te houden per kalenderjaar per inrichting toegestaan, tegenover 6 in Heerhugowaard. In Langedijk is een extra normering opgenomen voor laagfrequent geluid (db(C)), en er is een regel opgenomen voor een maximale geluidsnorm in binnen- en aanpandige woningen. Voor incidentele festiviteiten gelden dezelfde uiterlijke tijdstippen in beide gemeenten als voor collectieve festiviteiten.

Artikel 4:5 Onversterkte muziek In de APV Langedijk is het laten horen van onversterkte muziek twee uur per week toegestaan. In de APV Heerhugowaard is dat tien uur per week. Artikel 4:5b Geluidhinder door dieren In de APV Langedijk is een artikel opgenomen dat bepaalt dat degene die buiten een inrichting zorg heeft voor een dier moet voorkomen dat dit dier geluidhinder voor omwonenden veroorzaakt. Dit artikel is niet opgenomen in de APV Heerhugowaard. Omdat het hierbij vooral zal gaan om dieren die buiten gehouden worden, zoals hanen, en deze dieren eerder in het voormalige grondgebied van Langedijk dan dat van Heerhugowaard gehouden zullen worden, is deze regel relevant voor de gemeente Dijk en Waard. Deze regel is daarom opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving. Afdeling 2. Bodem-, weg- en milieuverontreiniging Artikel 4:9a Verbod oplaten ballonnen De teksten van de artikelen wijken van elkaar af, maar komen inhoudelijk op hetzelfde neer. In de Verordening Fysieke Leefomgeving is ervoor gekozen de tekst van de APV Heerhugowaard over te nemen, omdat deze een aantal veelvoorkomende typen ballonnen specificeert die onder dit verbod vallen. Afdeling 3. Het bewaren van houtopstanden De APV's van Langedijk en Heerhugowaard wijken voor wat betreft het bewaren van houtopstanden van elkaar af.

De begripsbepalingen zoals gedefinieerd in de APV Heerhugowaard zijn vollediger en daarom zijn deze begrippen overgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving. Beide gemeenten hebben een verschillend systeem om beschermde houtopstanden aan te wijzen. Deze zijn in de VFL beide als mogelijkheid voor aanwijzing opgenomen, zodat gedurende het harmonisatietraject van het bomenbeleid alle bestaande beschermde houtopstanden beschermd blijven en er ook nieuwe aanwijzingen kunnen plaatsvinden. Ook zijn de weigeringsgronden voor de kapvergunning samengevoegd. Zo blijven alle bestaande weigeringsgronden uit de APV Langedijk en uit de APV Heerhugowaard bestaan. Verder zijn de artikelen die in de Verordening Fysieke Leefomgeving worden opgenomen identiek.

Hoofdstuk 5. Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente Afdeling 6. Openbaar water en waterstaatswerken Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven het water In de APV Langedijk is een artikel opgenomen over het plaatsen van voorwerpen in, op of boven het water. Dit artikel is niet opgenomen in de APV van Heerhugowaard. Omdat dit artikel relevantie heeft voor de waterrijke gebieden in Langedijk en daarmee Dijk en Waard is dit artikel opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving Dijk en Waard. Artikel 5:25 Ligplaats vaartuigen In de APV Heerhugowaard is ten opzichte van de APV een drietal leden toegevoegd, dat het college de bevoegdheid geeft om de rechthebbende van een ligplaats instructies te geven, dat de rechthebbende deze instructies moet opvolgen, en dat het artikel niet van toepassing is als in een situatie is voorzien door andere wet- of regelgeving. Deze bepalingen zijn relevant voor Dijk en Waard en worden opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving. Artikel 5:30 Veiligheid op het water, derde lid In de APV Langedijk is de bepaling opgenomen dat in Landschapsreservaat Oosterdel niet met mechanisch voortbewogen vaartuigen mag worden gevaren. Dit gebied komt in Dijk en Waard te liggen en wordt daarom opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving.

Bouwverordening: Artikel 5.1.2 Bodemonderzoek De Bouwverordening Heerhugowaard hanteert recentere NEN-normeringen. In de Verordening Fysieke Leefomgeving wordt aangesloten bij deze recente normeringen. Paragraaf 5. Voorschriften van stedenbouwkundige aard en bereikbaarheidseisen In de Bouwverordening Langedijk is deze paragraaf opgenomen. In de Bouwverordening Heerhugowaard is deze paragraaf ingetrokken. Deze voorschriften zijn ten gevolge van de Reparatiewet BZK komen te vervallen en staan nu in bestemmingsplannen. Omdat de voorschriften geen rechtswaarde meer hebben worden ze niet opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving. Artikel 7.3.1 Bepaling aantal personen nachtverblijf In de Bouwverordening is een artikel opgenomen dat het toegestane aantal personen in een nachtverblijf regelt. Hiermee kan worden afgeweken van het aantal dat is opgenomen in het Besluit omgevingsrecht. In de Bouwverordening Langedijk is deze bepaling niet opgenomen. Het aantal dat in Heerhugowaard is vastgesteld is gelijk aan het aantal dat is vastgesteld in het Besluit omgevingsrecht en heeft dus geen feitelijke wijziging van dit Besluit ten gevolg. Om onnodige regelgeving te voorkomen is deze regel niet opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving. Hoofdstuk 9.

Welstand De advisering over welstand is in Langedijk en Heerhugowaard overgedragen aan dezelfde commissie van Stichting MOOI Noord-Holland. Deze commissie adviseert over welstand voor zowel Langedijk als Heerhugowaard. De regelgeving over deze commissie is niet gelijk in beide gemeenten wegens veroudering van de regels. Dit is in beide verordeningen het geval. De regels over de samenstelling van de commissie verschilt. Deze is in Langedijk kleiner dan in Heerhugowaard. Bovendien is in de verordening in Heerhugowaard een ruimere mogelijkheid voor vervanging bij afwezigheid van commissieleden opgenomen. In Langedijk hebben belanghebbenden toelichtend spreekrecht. In Heerhugowaard hebben belanghebbenden geen spreekrecht.

Om recht te doen aan de huidige werkwijze van de commissie wordt van deze verschillen de ruimste bepaling genomen. Dat betekent dat de commissie minimaal een voorzitter en twee leden heeft, waarbij minimaal een is gespecialiseerd in architectuur, ruimtelijke kwaliteit, dan wel cultuurhistorie. Bij langdurige afwezigheid van een van de commissieleden kan een plaatsvervanger worden aangewezen. In de praktijk hebben belanghebbenden altijd toelichtend spreekrecht. Dit toelichtend spreekrecht wordt expliciet toegestaan in de Verordening Fysieke Leefomgeving. Erfgoedverordening: De Erfgoedverordeningen van Langedijk en Heerhugowaard zijn laatstelijk gewijzigd vóór inwerkingtreding van de Erfgoedwet. De Erfgoedwet is in 2016 van kracht geworden. De gedachte was destijds om de Erfgoedverordeningen gelijktijdig met inwerkingtreding van de Omgevingswet aan te passen, zodat de verordeningen niet twee keer vlak na elkaar gewijzigd hoefden te worden. De consequentie van die keuze is dat de bepalingen over erfgoed in de Verordening Fysieke Leefomgeving ook aan de Erfgoedwet moeten worden aangepast. In de basis is voor het stellen van regels over erfgoed in de Verordening Fysieke Leefomgeving daarom uitgegaan van de modelErfgoedverordening van de VNG. Deze is op inhoudelijke beleidsverschillen met de bestaande verordeningen vergeleken.

De verschillen tussen de Erfgoedverordeningen van Langedijk en Heerhugowaard strekken zich tot archeologie, de opname van de mogelijkheid tot het aanwijzen en beschermen van stads- en dorpsgezichten en karakteristieke panden, en een metaaldetectorverbod. De verschillen in regels over archeologie zijn technisch van aard en komen inhoudelijk overeen. Deze technische verschillen zijn door invoering van de Erfgoedwet bovendien achterhaald. Deze regels staan nu in bestemmingsplannen. In de Verordening Fysieke Leefomgeving wordt, naar de modelErfgoedverordening een vangnetbepaling voor archeologie opgenomen. De mogelijkheid tot het aanwijzen en beschermen van stads- en dorpsgezichten is overgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving. Dit is een mogelijkheid die voor Dijk en Waard relevant is. De mogelijkheid tot het aanwijzen van karakteristieke panden is niet overgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving. Karakteristieke panden worden aangewezen en beschermd in het bestemmingsplan. Opname van de regels in de Verordening Fysieke Leefomgeving is daarom overbodig. Het metaaldetectorverbod is niet opgenomen. Dit verbod wordt in de praktijk niet gehanteerd, en er zijn goede afspraken gemaakt met amateur-archeologen en hobbyisten, waardoor de regel overbodig is.

Afvalstoffenverordening: De Afvalstoffenverordening Langedijk en de Afvalstoffenverordening Heerhugowaard kennen een verschillende opzet. De belangrijkste verschillen zijn structureel. Dit komt doordat Langedijk de Afvalstoffenverordening heeft gebaseerd op de modelverordening van de VNG uit 2009. Heerhugowaard heeft de verordening gebaseerd op de recentere modelverordening uit 2015. Om zo actueel mogelijk te blijven is ervoor gekozen de regelgeving over zwerfafval uit de Afvalstoffenverordening Heerhugowaard als basis te nemen. De meest recente wijzigingen in de modelverordening zijn hierin meegenomen voor deze artikelen. Het gaat daarbij om technische aanpassingen en een bepaling dat ook het in de openbare ruimte achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen anders dan bedoeld in de Afvalstoffenverordening verboden is. Verordening naamgeving en nummering (adressering): De Verordening naamgeving en nummering (adressering) Heerhugowaard 2013 en de Verordening naamgeving en adressering Gemeente Langedijk 2007 verschillen op een aantal punten. Het gaat met name om technische tekstuele verschillen.

De inhoudelijke verschillen strekken zich ertoe dat in Heerhugowaard een rechthebbende een gedoogplicht heeft om ten hoogste twee maanden na een straatnaamwijziging of een nummering, beide straatnaamborden of nummerborden toe te staan, en een bepaling dat een object dat nog niet voltooid is, maar al wel een naam toegekend heeft gekregen, dat binnen vier weken na voltooiing het straatnaambord bevestigd moet zijn. Omdat de verordeningen geen grote inhoudelijke verschillen kennen is ervoor gekozen om de meest actuele verordening als uitgangspunt te nemen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=4f634383-4d43-46bf-99e0-00bca9063acd