Vast te stellen BP Deimoslaan 1-5 20220202
Tekst van het document
4.7
Verkeer en parkeren
In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient een bestemmingsplan inzicht te geven in de gevolgen van de ontwikkeling op het gebied van verkeer en parkeren. Betekenis voor het project Verkeer De CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ geeft kencijfers voor de te verwachten verkeersgeneratie per functie. In de toekomstige situatie zijn 80 appartementen in het plangebied voorzien in de categorie ‘huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur)’ en 2 in de categorie ‘huur, appartement, duur’. De verkeersgeneratie is bepaald op grond van de kencijfers in de CROW-publicatie 381 waarbij is uitgegaan van het omgevingstype ‘sterk stedelijk' en de ligging in de categorie ‘schil centrum’. De CROW hanteert voor de huurwoningen in de categorie midden/goedkoop een gemiddelde verkeersgeneratie van minimaal 3,2 autoverkeersbewegingen per dag. Voor de duurdere huurappartementen betreft dit 4,7 autoverkeersbewegingen per dag. Dit leidt tot circa 266 autoverkeersbewegingen per dag voor de woningen. Indien de maisonnettes als bedrijfsruimte worden ingezet is de verkeersgeneratie vergelijkbaar. De locatie wordt goed ontsloten op de Westtangent waardoor geen knelpunten in de verkeersafwikkeling worden verwacht.
Bovendien kan op grond van het huidige gebruik en de mogelijkheden binnen de bedrijfsbestemming ook enige verkeersgeneratie worden verwacht. Parkeren Voor de parkeernorm wordt in Heerhugowaard aangesloten bij de kencijfers van de CROW, zoals vastgelegd in de CROW-publicatie 381. Heerhugowaard is 'sterk stedelijk', het gebied bevindt zich in de categorie ‘schil centrum’. De parkeerberekening is als bijlage bij dit bestemmingsplan opgenomen6. Er is uitgegaan van het minimum in de bandbreedte van de kencijfers van de CROW. Het hanteren van deze minimum kencijfers is verantwoord gelet op de huisvesting voor specifieke doelgroepen, over het algemeen kleinere huishoudens, waardoor de woningen ook een beperkte omvang hebben. Door de ligging van de locatie in de nabijheid van het stationsgebied is het bovendien kansrijk om vanuit het gebied andere mobiliteitsvormen dan de auto te benutten. In de ontwikkeling zullen alternatieve mobiliteitsvormen gestimuleerd worden. Hierdoor kan een toekomstbestendige en duurzame binnenstedelijke ontwikkeling tot stand gebracht worden, waarbij uitgegaan wordt van relatief lage parkeernormen. Mogelijk dat de twee maisonnettes als woon-werkwoningen of volledige bedrijfsruimte worden ingezet. Omdat de grootste parkeerdruk voor bedrijven op andere tijden plaatsvindt dan het parkeren voor de woningen, zal dit een positieve invloed hebben op de parkeerdruk.
Voor bewoners worden in het plan 38 parkeerplaatsen aangelegd. Deels onder een dek en deels in de eerste bouwlaag. Deze parkeerplaatsen zullen worden toegewezen aan bewoners. Voor bezoekers worden rondom het plan 20 openbare parkeerplaatsen aangelegd.
6
Parkeervraagberekening project Deimoslaan 1-5 in Heerhugowaard, Groen en Groen Vastgoed, 6 april 2021
DNS Planvorming BV
24/54
Milieu- en omgevingsaspecten
Deelauto Voor bewoners wordt een deelauto aangeboden. Een deelautosysteem heeft een reducerend effect op de parkeervraag. Dit aspect is dan ook meegenomen in de parkeerberekeningen. Het principe van een deelauto is dat meerdere mensen gebruik maken van een deelauto. Het voordeel van autodelen is dat bewoners wel gebruik kunnen maken van een auto, maar deze niet hoeven te bezitten. Fietsparkeren Fietsparkeren voor elektrische fietsen is mogelijk in de bergingen, die zullen worden voorzien van elektrapunten voor het opladen van fietsen. Daarnaast zal een elektrisch fietsenplan beschikbaar komen. Dit houdt in dat bewoners in het pand tegen relatief lage kosten een elektrische fiets kunnen gaan gebruiken. Beide maatregelen dragen bij aan stimulering van de fiets als vervoersmiddel. De ligging binnen 5 minuten fietsen van het station zorgt ervoor dat ook de combinatie tussen de fiets, bus en de trein een goed alternatief voor autovervoer is vanaf de locatie.
4.8
Geluid rail- en wegverkeer
In het kader van geluid is de Wet geluidhinder van toepassing. Doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidhinder in de toekomst. In dit geval is wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en geluid van bedrijven in de omgeving van belang. Betekenis voor het project Wegverkeer De voorgenomen woningbouw ligt binnen de geluidszone van verschillende nabijgelegen wegen. Ten behoeve van het bestemmingsplan is een akoestisch onderzoek7 uitgevoerd waarbij de geluidbelasting in het toekomstig maatgevende jaar is bepaald ten gevolge van de genoemde wegen ter plaatse van de gevels van het nieuwbouwplan. De optredende geluidsbelasting is getoetst worden aan de voorkeurs- en uiterste grenswaarden uit de Wet geluidhinder. De geluidsbelasting vanwege de Westtangent bedraagt maximaal 57 dB. Vanwege de Deimoslaan bedraagt de geluidsbelasting maximaal 54 dB. De geluidsbelasting vanwege de Westtangent is hoger dan het ambitieniveau van de gemeente Dijk en Waard. Toepassing van een geluidsscherm zorg voor onvoldoende geluidreductie in verband met de hoogte van de nieuwbouw. Toepassing van stil asfalt is vanuit verkeerskundig en stedenbouwkundig oogpunt niet wenselijk. De afschermende maatregelen en geluidisolatie van de gevel worden afgestemd op de berekende geluidsbelasting.
Er is sprake van compenserende factoren op zowel akoestisch als niet akoestisch gebied. Door de vorm van de bebouwing wordt een geluidluwe binnentuin gecreëerd. Verder kunnen de balkons aan de geluidsbelaste zijde worden voorzien van een dichte balustrade en een absorberend plafond. Railverkeer De maximale geluidsbelasting ten gevolge van het railverkeer bedraagt Lden = 56 dB ter plaatse van de bovenste verdieping van het westelijk bouwdeel. Twee woningen ondervinden deze geluidsbelasting. De geluidsbelasting is minder dan het ambitieniveau van Lden = 60 dB en voldoet daarmee aan de Wet geluidhinder en het gemeentelijk geluidbeleid. Geluid bedrijven
7
Akoestisch onderzoek plan Deimoslaan 1-5 te Heerhugowaard, M+P raadgevende ingenieurs BV, 6 juli 2021
DNS Planvorming BV
25/54
Milieu- en omgevingsaspecten
In paragraaf 4.11 wordt ingegaan op de geluidbelasting van bedrijven in de omgeving. Hieruit volgt dat de woningen niet binnen de richtafstand (voor gemengd gebied) van omliggende bedrijven worden gerealiseerd. Desondanks is in het akoestisch onderzoek een geluidberekening uitgevoerd voor het stemgeluid bij het kinderdagverblijf aan de Deimoslaan 4. Hieruit volgt dat het stemgeluid vanwege spelende kinderen rond de gebruikelijke grenswaarde van het Activiteitenbesluit ligt. Daarmee kan geconcludeerd worden dat er geen sprake is van een ontoelaatbare situatie in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Cumulatie De cumulatieve geluidsbelasting vanwege beide wegen zonder maatregelen bedraagt 61 dB. De maximaal benodigde hogere waarde vanwege wegverkeer bedraagt Lden = 57 dB (62 dB exclusie aftrek art. 110g Wgh). De cumulatieve geluidsbelasting is minder dan de hoogste geluidsbelasting vanwege wegverkeer en voldoet aan het gemeentelijk beleid. Hogere waarden De geluidsbelasting is hoger dan het ambitieniveau van de gemeente Dijk en Waard. Om een hogere waarde te kunnen vaststellen moet worden gekeken naar compenserende factoren (beleidsdoelstelling 5 hoofdstuk 4.4). Compenserende factoren zijn bijvoorbeeld de aanwezigheid van een stille gevel of een geluidsluwe buitenruimte. Voor de relatief kleine appartementen is in veel gevallen sprake van slechts één buitengevel.
Voor een aantal appartementen is deze buitengevel geluidbelast. Daarentegen schermt een gedeelte van het gebouw ook weer de overige woningen in hetzelfde gebouw af van het verkeerslawaai. Ook de balkons van deze appartementen zijn aan de geluidsbelaste zijde gesitueerd. De geluidsbelasting bedraagt maximaal Lden = 57 dB. Door de balustrade van de balkons gesloten uit te voeren en ook de plafonds van bovengelegen balkons absorberend te bekleden, voor zover de balkons boven elkaar zijn gelegen, is een reductie mogelijk van circa 3 dB en daarmee wordt op het balkon zelf voldaan aan het ambitieniveau. De collectieve binnentuin tussen beide gebouwen is geluidsluw en kan als compenserende factor worden genoemd. Daarbij is de bereikbaarheid tot het openbaar vervoer goed te noemen. De loop/fietsafstand tot aan het NS station bedraagt ruim 1 km. In de directe omgeving zijn voorzieningen in de vorm van scholen, kinderdagverblijf, sporthal e.d. aanwezig. De maximaal vast te stellen hogere waarde bedraagt Lden = 57 dB vanwege de Westtangent. Vanwege de Deimoslaan bedraagt de maximaal vast te stellen hogere waarde Lden = 54 dB. Voor de gevels waar sprake is van een verhoogde geluidsbelasting zijn mogelijk maatregelen nodig om aan het Bouwbesluit 2012 te voldoen.
4.9
Luchtkwaliteit
De regels en grenswaarden voor luchtkwaliteit staan in de Wet milieubeheer (Wm), titel 5.2: luchtkwaliteitseisen. Uit artikel 5.16 lid 1 van de Wm blijkt dat het project toelaatbaar is indien het project aan één of een combinatie van de volgende voorwaarden voldoet: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt alleen ‘niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; een project is opgenomen in, of past binnen, het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met een goede ruimtelijke ordening. Betekenis voor het project
DNS Planvorming BV
26/54
Milieu- en omgevingsaspecten
Op grond van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat sprake is van een ‘klein project’ welke niet of nauwelijks bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Op basis van deze gegevens kan worden geconcludeerd dat onderzoek naar luchtkwaliteit voor de ontwikkeling die met het voorliggende bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt niet nodig is en dat de ontwikkeling niet bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Uit de informatie die beschikbaar is via de Monitoringstool NSL blijkt dat de jaargemiddelde concentraties fijn stof en stikstofdioxide in 2017, 2020 en 2025 langs wegen in de nabijheid van het plangebied onder de 35 µg/m³ liggen. Ter plaatse van het gehele plangebied zal dan ook worden voldaan aan de grenswaarden omdat de concentraties luchtverontreinigende stoffen afnemen naarmate een locatie verder van de weg ligt. Met betrekking tot luchtkwaliteit is in het plangebied sprake van een goed woon- en leefklimaat.
4.10
Externe veiligheid
Externe veiligheid heeft betrekking op de gevaren die mensen lopen als gevolg van aanwezigheid in de directe omgeving van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Er kan onderscheid worden gemaakt tussen: bedrijven waar gevaarlijke stoffen worden bewaard en/of bewerkt; transportroutes (wegen, waterwegen, spoorwegen) waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd; ondergrondse buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen. De aan deze activiteiten verbonden risico’s moeten tot een aanvaardbaar niveau beperkt blijven. Het wettelijk kader voor risicobedrijven is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). Voor LPG-tankstations geldt voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen tevens de circulaire effectafstanden externe veiligheid lpg-tankstations. Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoorwegen waterwegen is het wettelijk kader vastgelegd het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de Regeling Basisnet. De normen voor ondergrondse buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb).
Betekenis voor het project Aan de hand van de gegevens op de Risicokaart is nagegaan welke risicovolle activiteiten en bronnen in de nabijheid van het plangebied aanwezig zijn. Hieruit volgt dat in de nabijheid van het plangebied een buisleiding voor het transport van gevaarlijke stoffen is gelegen (hoge druk aardgas buisleiding). Transportroutes over de weg van gevaarlijke stoffen (N242) en risicovolle inrichtingen zijn op grotere afstand gelegen.
DNS Planvorming BV
27/54
Milieu- en omgevingsaspecten
Afbeelding 4.1: Uitsnede Risicokaart met plangebied omcirkeld Risicovolle activiteiten binnen inrichtingen Voor risicovolle activiteiten is het wettelijk toetsingskader voor externe veiligheid bij ruimtelijke besluiten opgenomen in het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Het plangebied bevindt zich niet in de directe nabijheid van risicovolle activiteiten binnen inrichtingen. De meest dichtbij zijnde risicovolle inrichting is het gasontvangstation van Gasunie (gelegen op 180 meter afstand). Dit gasontvangststation valt niet onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen en heeft geen wettelijk bepaald invloedsgebied waarmee rekening moet worden gehouden. De aanwezigheid van risicovolle activiteiten binnen inrichtingen vormt geen belemmering voor de ontwikkelingen in het plangebied. Transport van gevaarlijke stoffen over (spoor)wegen Voor transportroutes voor gevaarlijke stoffen over (spoor)wegen is het wettelijk toetsingskader voor externe veiligheid bij ruimtelijke besluiten opgenomen in het Besluit externe veiligheid transportroutes. Het plangebied bevindt binnen 200 meter van de spoorweg. Over de betreffende spoorvakken vindt echter geen bulktransport plaats van gevaarlijke stoffen. Het plangebied is gelegen op ca. 480 meter afstand van de provinciale weg N242. Over de N242 vindt transport plaats van gevaarlijke stoffen in tankwagens.
De N242 is gelegen op meer dan 200 meter van het plangebied. Een verantwoording en berekening van het groepsrisico is op grond van het Besluit externe veiligheid transportroutes niet vereist. De aanwezigheid van de N242 vormt geen belemmering voor de ontwikkelingen in het plangebied. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor buisleidingen voor het transport voor gevaarlijke stoffen is het wettelijk toetsingskader voor externe veiligheid bij ruimtelijke besluiten opgenomen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen. Het plangebied is gedeeltelijk gelegen binnen het invloedsgebied en de 100% letaliteitscontour van hoge druk aardgasbuisleiding A-551-05 van Gasunie. De voorgenomen ontwikkelingen zijn getoetst aan de normen in het Bevb8:
8 Groepsrisicoberekening Buisleidingen A-551-05 t.b.v. locatie Deimoslaan/Hectorlaan te Heerhugowaard, Prevent Adviesgroep, 2 december 2020
DNS Planvorming BV
28/54
Milieu- en omgevingsaspecten
Plaatsgebonden risico: buisleiding A-551-05 beschikt ter hoogte van het plangebied niet over een PR=10-6 contour, de normen voor het plaatsgebonden risico vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling; Belemmeringenstroken: het plangebied is gelegen buiten de belemmeringenstroken van buisleidingen. De normen voor de belemmeringenstroken in het Bevb vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling; Groepsrisico: de ontwikkeling van de personendichtheid in het plangebied heeft geen effect op de hoogte van het groepsrisico. Voor de bestaande bestemde situatie en de nieuwe situatie wordt een groepsrisico berekend van maximaal 0,039 maal de oriëntatiewaarde. Op grond van het Bevb kan volstaan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Deze verantwoording is hieronder beschreven.
De Veiligheidsregio heeft advies uitgebracht over de ontwikkeling. Het advies is verwerkt in de onderstaande verantwoording. De Veiligheidsregio adviseert om de brandweer te betrekken bij de verdere uitwerking van de plannen zodat inzichtelijke wordt met welke (on)mogelijkheden de brandweer te maken kan krijgen bij de bestrijdbaarheid van een brand en de impact voor de omgeving. Beperkte verantwoording groepsrisico Scenario fakkelbrand buisleiding Maatgevend scenario is een breuk van een hoge druk aardgas buisleiding. Het aardgas stroomt onder hoge druk continu uit. Het gas ontsteekt waardoor een fakkelbrand optreedt die duurt totdat na inblokken van de leiding de druk afneemt. Deze fakkel kan bij een totale leidingbreuk tot een hoogte van enkele tientallen meters reiken. Deze fakkelbrand leidt tot hittestraling in de omgeving (uitgedrukt in kW/m²). De fakkelbrand is gedurende de eerste paar minuten het hoogst en neemt na verloop van tijd in hoogte af. De tijdsduur van de aanwezigheid van de fakkel is afhankelijk van de locaties van afsluiters en hoe snel deze zijn dichtgestuurd door de leidingeigenaar. Nadat de afsluiters zijn gesloten duurt het nog enige minuten voordat de fakkelbrand vrijwel gedoofd is. Bij een totale leidingbreuk bij buisleiding A-551-05 kan een fakkelbrand optreden.
Als deze breuk optreedt in het plangebied zal de optredende warmtestraling van deze fakkelbrand in een klein deel van het plangebied meer dan 35 kW/m2 bedragen (de 35 kW/m2 contour is gelegen op een afstand van ca. 60 meter van de leidingbreuk). Bij een dergelijke warmtestraling biedt een gebouw geen of slechts gedurende zeer korte tijd bescherming aan de personen in het gebouw. Binnen een afstand van 60 meter is vluchten van de bron af de enige optie. Vanaf 60 meter afstand van de leidingbreuk is schuilen binnen/achter een gebouw mogelijk. Na verloop van tijd is brandoverslag naar het gebouw mogelijk en moeten aanwezige personen alsnog het gebouw ontvluchten. Bestrijdbaarheid Bij optreden van een fakkelbrand in de buisleiding zijn er vanuit bestrijdbaarheidsperspectief geen mogelijkheden om dit scenario te voorkomen of te bestrijden zolang door de leidingbeheerder de afsluiters in de buisleiding nog niet zijn gesloten. Na het optreden van een fakkelbrand bij de buisleiding kunnen in het plangebied branden ontstaan die door de brandweer kunnen worden geblust nadat de afsluiters in de buisleiding zijn gesloten. Hierbij is het van belang dat het plangebied goed bereikbaar is voor hulpdiensten. Het plangebied is bereikbaar vanaf drie richtingen waardoor er sprake is van een goede bereikbaarheid. De primaire en secundaire bluswatervoorziening is op orde.
Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten. Binnen het plangebied zijn geen nieuwe functies voorzien die specifiek gericht zijn op minder zelfredzame personen. De planvorming betreft de realisatie van woningen en bedrijfsruimten. Uitgangspunt is dat de betreffende personen zelfredzaam zullen zijn.
DNS Planvorming BV
29/54
Milieu- en omgevingsaspecten
Bij incidenten zal een afweging gemaakt moeten worden tussen schuilen of vluchten. Bij een volledige breuk van een buisleiding zal vrijwel direct een fakkelbrand ontstaan waardoor er geen gelegenheid is om het gebied te ontruimen. Bij het optreden van een fakkelbrand bij de buisleiding is binnen een afstand van 60 meter vluchten van de bron af de enige optie. Het gebouw aan de oostzijde van het plangebied (zijde Westtangent) is grotendeels binnen deze 60 meter contour gelegen. Vanaf 60 meter afstand van de leidingbreuk is schuilen binnen/achter een gebouw mogelijk. Na verloop van tijd is brandoverslag naar het gebouw mogelijk en moeten aanwezige personen alsnog het gebouw ontvluchten. Vanaf 90 meter afstand van de leidingbreuk valt geen brandoverslag naar gebouwen meer te verwachten. Het gebouw aan de westzijde is gelegen buiten de 60 meter contour en is voor een klein gedeelte gelegen binnen deze 90 meter contour waarbinnen brandoverslag nog mogelijk is. Conclusie De normen voor externe veiligheid zoals aangegeven in het Bevi, het Bevt en het Bevb vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.11
Bedrijven en milieuzonering
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: woonfuncties nabij bestaande en opvolgende bedrijvigheid zijn alleen mogelijk als ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd; bestaande bedrijven worden niet onevenredig geschaad in hun bedrijfsvoering. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype.
Betekenis voor het project De VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ geeft indicatieve afstanden tussen bedrijven/functies en woningen met betrekking tot de aanvaardbaarheid van een plan vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening. Binnen gemengd gebied kunnen de richtafstanden met één afstandsstap worden verlaagd. Een 'gemengd gebied' is een gebied met een matige tot sterke functiemenging (direct naast woningen komen ook functies als kantoor, bedrijvigheid of horeca voor) of een gebied dat gelegen is nabij hoofdinfrastructuur. Het plangebied is gelegen in een gebied met verscheidene functies, waaronder bedrijvigheid en wonen en grenst aan de doorgaande weg Westtangent. Kenmerkend voor het omgevingstype 'gemengd gebied' is dat sprake is van een zekere verstoring en dus van een relevant andere omgevingskwaliteit dan in een rustig woongebied. Gelet op de aanwezige functies en infrastructuur is ter plaatse van de voorliggende locatie sprake van het omgevingstype 'gemengd gebied', waardoor de richtafstand op basis van de VNG-brochure terug kan worden gebracht met één afstandsstap. Bedrijven In de omgeving van het plangebied zijn verschillende bedrijven en functies aanwezig. In tabel 1 zijn de richtafstanden weergegeven die behoren bij de betreffende bedrijven.
Uit de tabel volgt dat in alle gevallen de werkelijke afstand groter is dan de richtafstand uit de VNG handreiking.
DNS Planvorming BV
30/54
Milieu- en omgevingsaspecten
In de handreiking wordt uitgegaan van gemiddelde bedrijven. Er zijn ter plaatse geen omstandigheden waarom voor de betreffende functies een grotere richtafstand moet worden aangehouden. Met betrekking tot de in de omgeving op basis van het bestemmingsplan toegestane bedrijven, is van belang dat op een deel van het nabijgelegen bedrijventerrein Zandhorst maximaal categorie 4 bedrijven zijn toegestaan. Voor categorie 4.2 bedrijven geldt tot woningen in gemengd gebied een richtafstand een richtafstand van 200 meter. Er zijn geen categorie 4.2 bedrijven aanwezig. Daarnaast worden bedrijven niet beperkt door de onderhavige ontwikkelingen omdat er langs het spoor diverse percelen met een maatschappelijke bestemming aanwezig zijn, waar gevoelige objecten zijn toegestaan. De bedrijven staan een goed woon- en leefklimaat in het plangebied niet in de weg. Daarnaast worden bedrijven niet beperkt in de bedrijfsvoering als gevolg van de ontwikkeling.
Tabel 1: Inventarisatie bedrijven en richtafstanden binnen gemengd gebied De dienstverlenende bedrijven en instellingen die worden toegestaan in de eerste en tweede bouwlaag zijn functies gevestigd die zich goed verenigen met woningen.
Rioolgemaal Ten zuiden van het plangebied is een rioolgemaal van het hoogheemraadschap aanwezig. Voor een rioolgemaal geldt in gemengd gebied een maximale richtafstand van 10 meter ten opzichte van woningen. Aan deze richtafstand wordt voldaan. Bedrijven en functies in de omgeving staan ter plaatse van het plangebied een goed woon- en leefklimaat niet in de weg. Tevens leidt de voorgenomen ontwikkeling niet tot beperkingen voor omliggende bedrijven.
4.12
Trillingshinder
Voor de beoordeling van trillingen is in Nederland geen wetgeving van toepassing. Wel heeft de SBR (Stichting Bouwresearch) richtlijnen uitgebracht op het gebied van trillingen (meet- en beoordelingsrichtlijnen). Dit zijn landelijk geaccepteerde richtlijnen voor het meten en beoordelen van trillingen in gebouwen. De SBR richtlijn – deel A "schade aan gebouwen" geeft een procedure voor het meten van trillingen en geeft grenswaarden met betrekking tot schade. De SBR richtlijn – deel B "Hinder voor personen in gebouwen" geeft een procedure voor het meten van trillingen en geeft streefwaarden met betrekking tot hinder. De SBR richtlijn – deel C "Storing aan apparatuur" geeft een procedure voor het meten van trillingen aan opgestelde apparatuur en geeft streefwaarden met betrekking tot het voorkomen van storingen aan deze apparatuur. Betekenis voor het project
DNS Planvorming BV
31/54
Milieu- en omgevingsaspecten
Door middel van trillingsonderzoek9 is de mogelijke hinder van trillingen als gevolg van treinverkeer op de nabijgelegen spoortrajecten Heerhugowaard-Schagen en Heerhugowaard-Hoorn onderzocht. Uit het onderzoek volgt dat ter plaatse van de locatie Deimoslaas-Hectorlaan en ook bij dichterbij het spoor gelegen bestaande gebouwen geen trillingshinder te verwachten valt.
4.13
Duurzaamheid
In de uitvoering van het bestemmingsplan zal aandacht worden besteed aan het aspect duurzaamheid. Duurzaam bouwen betreft een wijze van plannen, bestemmen, ontwerpen, bouwen, inrichten en beheren (inclusief slopen en hergebruik) van de te realiseren woningen. Duurzaamheidsaspecten waar bij de bouw van de woningen aan moet worden gedacht zijn: energiehuishouding, materiaalgebruik, watergebruik, gezondheid, comfort, toekomstbestendigheid, etc. In de Lokale Energie Strategie (zie paragraaf 3.4.7) is de ambitie op het gebied van duurzaamheid vastgelegd. Het streven is een energieneutraal Heerhugowaard in 2030. Daarnaast wordt gewerkt naar een klimaatrobuuste stad.. Betekenis voor het project Hieronder wordt ingegaan op het energieconcept, klimaatadaptatie, de groenstructuur en water. Energieconcept De woningen worden gasloos gebouwd. De woningen in het plan zullen beschikken over een goed geïsoleerde schil en energiezuinige installaties. Hierdoor is de energievraag van de woningen laag. De energie die nodig is voor het verwarmen (en eventueel koelen) van de woning, wordt op duurzame wijze opgewekt via warmte- en koudeopslag, eventueel in combinatie met zonnepanelen. Door de toepassing van dit energieconcept zijn de kosten voor energieverbruik en vastrecht voor de bewoners significant lager dan bij appartementen die zijn aangesloten op aardgas of stadverwarming.
Klimaatadaptatie Het klimaat verandert. De stijging van de gemiddelde temperatuur brengt extremer weer met zich mee: natter, droger en heter. De inrichting van de buitenruimte zal zo groen mogelijk worden zodat er zo veel als mogelijk wateropname door de bodem plaatsvindt. Op het collectieve terras wordt ook groen toegepast. Daarnaast wordt extra water in het plangebied gegraven dat leidt tot meer waterberging en een verkoelende werking. Groenstructuur In het kader van de bestrijding van hittestress, maar ter bevordering van woonomgeving is de inpassing van de groenstructuur rondom het plan vanuit de start al meegenomen in het ontwerp. Rondom het plan zijn groenelementen te vinden in de vorm van groenstroken, bomen, struiken en opgaande begroeiing tegen het gebouw. Ook het dek, waarmee de geparkeerde auto’s van bewoners uit het zicht worden gehaald zal onderdeel worden van de groenstructuur. Water Aan de zuidzijde van de ontwikkeling bevindt zich tussen de Westangent en het gebouw een forse waterpartij. Dit water zal worden uitgebreid en tot aan de voet van de bebouwing worden gebracht. Hiermee kan voorzien worden in waterbuffering alsmede een watervoorziening voor planten.
4.14
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
9 Nieuwbouw Deimoslaan en Hectorlaan te Heerhugowaard - trillingen vanwege railverkeer, M+P raadgevende ingenieurs BV, 12 juli 2021
DNS Planvorming BV
32/54
Milieu- en omgevingsaspecten
In Nederland is het verplicht om de effecten op het milieu volwaardig onderdeel te laten zijn van de voorbereiding en de besluitvorming over ruimtelijke plannen. Daarvoor is in de Wet milieubeheer de methodiek van de milieueffectrapportage (m.e.r.) opgenomen. De voorgenomen ontwikkeling is niet direct m.e.r. beoordelingsplichtig op basis van het onderdeel ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Echter, omdat de voorgenomen ontwikkeling wel valt onder de noemer van een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’, is een vormvrije m.e.r.-beoordeling verplicht. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is in feite een beknopte opsomming van de beoordeling van de ontwikkeling op verschillende milieuaspecten. Het Besluit m.e.r. en de Wet milieubeheer zijn per 7 juli 2017 gewijzigd. Gemeenten zijn thans verplicht om een expliciet besluit te nemen over het al dan niet opstellen van een milieueffectrapport (Mer). In dit kader is een aanmeldingsnotitie opgesteld10. Hieruit volgt dat de kenmerken van de activiteit en de mogelijke gevolgen voor het milieu geen aanleiding geven voor het opstellen van een milieueffectrapportage.
4.15
Conclusie milieu- en omgevingsfactoren
Uit bovenstaande paragrafen kan worden geconcludeerd dat er geen belemmeringen bestaan voor de woningbouwontwikkeling in het plangebied.
10
Aanmeldnotitie m.e.r. Deimoslaan 1 – 5 Heerhugowaard, DNS Planvorming BV, 27 januari 2021
DNS Planvorming BV
33/54
Juridische planbeschrijving
5
Juridische planbeschrijving
5.1
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de wijze waarop de gewenste ruimtelijke en functionele ontwikkeling van het plangebied juridisch is vertaald. Het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van deze gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De toelichting heeft geen juridisch bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en soms voor de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels.
5.2
Planregels
De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Per hoofdstuk zullen de diverse regels artikelsgewijs worden besproken. Hoofdstuk 1 Inleidende regels Dit zijn de inleidende bepalingen van de regels en hier komen de onderstaande artikelen in voor. Artikel 1: Begrippen Dit artikel geeft de betekenis aan een aantal in de regels voorkomende begrippen. Hierdoor wordt de interpretatie van de begrippen vastgelegd, waardoor de duidelijkheid wordt vergroot. Artikel 2: Wijze van meten Het tweede artikel geeft aan hoe bepaalde maten dienen te worden berekend. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor: Artikel 3: Groen De hoofdgroenstructuur in het plangebied is bestemd als Groen. Binnen deze bestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd. Artikel 4: Verkeer De gronden waar de wegen en parkeerplaatsen in het plangebied zijn voorzien, zijn bestemd als Verkeer. Binnen deze bestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd. Artikel 5: Water Voor de toekomstige waterpartij die aan het gebouw zal grenzen is de bestemming Water opgenomen.
Op of in deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd.
DNS Planvorming BV
34/54
Juridische planbeschrijving
Artikel 6: Wonen De gronden met de bestemming Wonen toegepast waarbinnen een bouwvlak is opgenomen. Het maximaal aantal woningen en de maximale bouwhoogte is op de verbeelding weergegeven. Het maximum aantal woningen bedraagt 82. Voor de woongebouwen bedraagt de maximale bouwhoogte 22 meter. Voor het tussenliggende deel bedraagt de maximale bouwhoogte 5 meter. Uitsluitend in de eerste en tweede bouwlaag is in totaal 400 m2 aan dienstverlenende bedrijven of/of instellingen toegestaan. Hoofdstuk 3 Algemene regels Deze artikelen bevatten algemene regels die op de bestemmingen van toepassing zijn. De diverse artikelen zullen hieronder kort worden toegelicht.
Artikel 7: Anti-dubbeltelregel Op grond van de antidubbeltelregel is bepaald dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing blijft (artikel 3.2.4 Bro). Deze bepaling voorkomt dat er meer kan worden gebouwd dan er wenselijk is indien een kavel wordt gesplitst en op grond daarvan een nieuw bouwperceel ontstaat. Elk bouwperceel heeft immers in principe recht op een bepaalde hoeveelheid bebouwing. Artikel 8: Algemene gebruiksregels In deze regels wordt aangegeven welk gebruik beschouwd wordt als strijdig met het bestemmingsplan en wordt geborgd dat voor de ingebruikname van gronden en bouwwerken in de parkeerbehoefte conform de geldende normering is voorzien. Artikel 9: Algemene afwijkingsregels Deze bepaling geeft de mogelijkheid om met een omgevingsvergunning af te wijken van de regels ten aanzien van het bouwen van het geringe overschrijdingen inzake goothoogte, hoogte, oppervlakte en inhoud van bouwwerken. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat de laatste bepalingen van de bestemmingsregels. Hieronder worden de verschillende artikelen toegelicht. Artikel 10: Overgangsregels Het overgangsrecht is tweeledig en heeft betrekking op bouwwerken en gebruik.
Artikel 11: Slotregel Dit artikel geeft de naam van het bestemmingsplan aan.
5.3
Handhaafbaarheid
Een van de uitgangspunten bij de ontwikkeling van een bestemmingsplan is dat de in het plan opgenomen regels handhaafbaar dienen te zijn. Handhaving van het ruimtelijk beleid verdient meer aandacht omdat het een voorwaarde is voor het behoud en de ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied. Bij de totstandkoming van het bestemmingsplan is aandacht besteed aan de handhaafbaarheid van de in het plan opgenomen regels. Ten behoeve van een goede handhaving van de regels zijn de volgende factoren van belang: Voldoende kenbaarheid geven aan het plan; Voldoende draagvlak voor het beleid en de regelgeving in het plan; Inzichtelijke en realistische regeling; Handhavingsbeleid.
DNS Planvorming BV
35/54
Financiële uitvoerbaarheid
6
Financiële uitvoerbaarheid
Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient er in het kader van het bestemmingsplan een onderzoek te worden gedaan naar de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de financiële haalbaarheid van het plan. De maatschappelijke aspecten worden in hoofdstuk 7 toegelicht. In artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is voorgeschreven dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor de gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is de definitie van bouwplan gegeven, waarbij het onderhavige plan als bouwplan kan worden aangemerkt. Met het tweede lid van artikel 6.12 Wro kan worden afgeweken van de plicht een exploitatieplan vast te stellen, mits het verhaal van kosten anderszins is verzekerd. De kosten voor het bouwplan alsmede de plankosten worden gedragen door de ontwikkelaar van het bouwplan. Hetzelfde geldt voor eventuele kosten als gevolg van planschade. Hiervoor wordt een overeenkomst tussen de ontwikkelaar en de gemeente gesloten. De ambtelijke kosten voor de realisatie van het plan zijn voor de gemeente anderszins verzekerd in deze overeenkomst. Om deze reden is een exploitatieplan niet nodig. De financiële uitvoerbaarheid van het plan is voldoende gewaarborgd.
DNS Planvorming BV
36/54
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7.1
Participatie en vooroverleg
Belanghebbenden in de omgeving van het plangebied zijn voorafgaand aan de procedure door de initiatiefnemers geïnformeerd. Op 9 juni 2021 heeft een (digitale) informatieavond plaatsgevonden. Het plan voor de locatie Deimoslaan 1-5 is tijdens deze avond in combinatie met de plannen voor de locaties Hectorlaan 17-19 en Hectorlaan 21-31 door de initiatiefnemers gepresenteerd. Vragen zijn tijdens deze avond beantwoord. Op 21 december 2021 heeft een tweede bijeenkomst plaatsgevonden. De verslagen van de informatieavonden zijn als bijlage bij dit bestemmingsplan opgenomen. Tevens is het voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd voor inspraak. Aan een ieder wordt de mogelijkheid geboden om een inspraakreactie in te dienen. Het voorontwerpbestemmingsplan is vanaf 12 juni 2021 voor 6 weken ter inzage gelegd. Een ieder is in de gelegenheid gesteld om een inspraakreactie in te dienen. Er zijn geen inspraakreacties ontvangen. Overeenkomstig het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) is bij de voorbereiding van het bestemmingsplan vooroverleg gevoerd met de besturen van de instanties die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan betrokken zijn.
Van de volgende instanties is een overlegreactie ontvangen: Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Veiligheidsregio Noord-Holland Noord ProRail Omgevingsdienst Noord-Holland Noord Van de provincie Noord-Holland is geen reactie ontvangen. Door TenneT, Liander, de gemeente Hollands Kroon en de gemeente Koggenland is aangegeven dat zij geen opmerkingen hebben. De ontvangen reacties zijn hieronder van beantwoording voorzien. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) Het project is met het HHNK voorbesproken en in de waterparagraaf van het bestemmingsplan is op juist wijze het resultaat van die besprekingen weergegeven. HHNK verzoekt om nog één opmerking uit het vooroverleg te verwerken. De locatie bevindt zich dicht nabij een waterloop welke bij hevige neerslag een verhoogd waterpeil kan hebben. Aangezien er bij de Deimoslaan sprake is van een garage onder het gebouw, is meegegeven dat de gevels die grenzen aan de waterpartij geen (ventilatie-)gaten kunnen bevatten. Als veilig niveau is aangegeven dat eventuele (ventilatie-) gaten in de gevels boven het bestaande maaivelniveau moeten worden aangebracht zodat er geen kans is op instroming van oppervlaktewater bij peilstijgingen. HHNK wil deze opmerking nog graag toegevoegd zien worden aan de waterparagraaf.
Reactie gemeente De door HHNK gegeven opmerking over (ventilatie-)gaten in de garage onder het gebouw is verwerkt in de waterparagraaf (paragraaf 4.2). Veiligheidsregio Noord-Holland Noord Door de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord is advies uitgebracht over het plan. Dit advies geeft inzicht in de bereikbaarheid, bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid in geval van een calamiteit en kan worden gebruikt bij de beperkte verantwoording van het groepsrisico door het
DNS Planvorming BV
37/54
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
bevoegd gezag. Het plan beïnvloedt de omvang van een eventuele ramp in enige mate. Veiligheidsregio Noord-Holland Noord kan de gevolgen van een eventuele ramp in het plangebied en de omgeving bestrijden en adviseert om de brandweer te betrekken bij de verdere uitwerking van het plan zodat inzichtelijk gemaakt kan worden met welke (on)mogelijkheden de brandweer te maken kan krijgen bij de bestrijdbaarheid van een brand en de impact voor de omgeving. Het advies heeft betrekking op bereikbaarheid, bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Reactie gemeente Het advies van de Veiligheidsregio is verwerkt in paragraaf 4.10 van het bestemmingsplan. ProRail Omdat de in het voorontwerpbestemmingsplan "Deimoslaan 1-5” beoogde nieuwe woningen/gebouwen dichtbij het spoor zijn gepland kan trillinghinder voor de toekomstige bewoners/gebruikers ontstaan als gevolg van treinverkeer. Hoewel er geen wettelijke normen bestaan voor trillinghinder dient het aspect trillingen in het kader van de goede ruimtelijke ordening en de zorgvuldige voorbereiding van besluiten wel te worden afgewogen indien een trillingsbron aanwezig is. ProRail verzoekt om het aspect trillinghinder te onderzoeken en af te wegen.
ProRail adviseert om de conclusies uit het trillingonderzoek uitgebreid op te nemen in de conclusie van een separate paragraaf Trillingen in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan en (indien nodig) door te laten werken in de planregels. Tevens is door ProRail een opmerking gemaakt over het akoestisch onderzoek. Op 2 maart 2021 is in Staatscourant Nr. 10055 is het Ontwerp Tracébesluit van Programma Hoogfrequent Spoorvervoer Alkmaar – Amsterdam (OTB) gepubliceerd. Hierin is aangegeven dat ter plaatse van de Deimoslaan 1-5 het geluidproductieplafond verhoogd zal worden. ProRail verzoekt om het akoestisch onderzoek te actualiseren en daarbij rekening te houden met het gepubliceerde OTB. Hiernaast verzoekt ProRail u om in het akoestisch onderzoek ook aandacht te geven aan artikel 2.3 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 waarin is beschreven dat de datum waarop het geluidregister is geraadpleegd c.q. het versienummer van het gebruikte bestand dient te worden toegevoegd aan het akoestisch rapport. Reactie gemeente Er is onderzoek uitgevoerd naar trillingshinder als gevolg van het treinverkeer. Uit het onderzoek volgt dat ter plaatse van de locatie Deimoslaas-Hectorlaan en ook bij dichterbij het spoor gelegen bestaande gebouwen geen trillingshinder te verwachten valt.
In de toelichting van het bestemmingsplan is een paragraaf over trillingshinder toegevoegd (paragraaf 4.12) waarin de resultaten van het onderzoek zijn beschreven. In het akoestisch onderzoek zijn de voorgestelde aanpassingen verwerkt. De aanpassingen leiden niet tot andere berekeningsresultaten. Omgevingsdienst Noord-Holland Noord Door de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord is advies uitgebracht over de aspecten bedrijven en milieuzonering, bodem, externe veiligheid, geluid rail- en wegverkeer, luchtkwaliteit en natuur. Door de Omgevingsdienst wordt geadviseerd om de tekst over bedrijven en milieuzonering aan te vullen. De overige teksten zijn, behoudens enkele tekstuele aanpassingen en aanvullingen, akkoord. Met betrekking tot het aspect externe veiligheid is advies gevraagd aan de Veiligheidsregio. Reactie gemeente Paragraaf 4.11 Bedrijven en milieuzonering is naar aanleiding van het advies van de Omgevingsdienst aangevuld met een beschouwing van de maximale planologische mogelijkheden. Daarnaast zijn enkele tekstuele aanpassingen en aanvullingen gedaan in paragraaf 4.3 (bodem) en paragraaf 4.6 (natuur). Zoals hiervoor aangegeven is het advies van de Veiligheidsregio in paragraaf 4.10 verwerkt.
DNS Planvorming BV
38/54
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7.2
Procedure
Het ontwerpbestemmingsplan is met ingang van 12 juni 2021 op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende 6 weken ter inzage gelegd, waarbij door een ieder zienswijzen bij de gemeenteraad konden worden ingediend. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Door de provincie Noord-Holland heeft aangegeven dat het plan goed aansluit op de Omgevingsvisie NH2050 waarin gestreefd wordt naar het zoveel mogelijk binnenstedelijk opvangen van de woningbouwopgave om zodoende het omliggende landelijke gebied te ontzien. De provincie Noord-Holland heeft geen verdere op- en/of aanmerkingen op het bestemmingsplan. Omdat het bestemmingsplan de bouw van meer dan 11 woningen mogelijk maakt, is de Crisisen Herstelwet van toepassing. Dit betekent onder andere dat bij het instellen van beroep op dit bestemmingsplan het beroep versneld wordt behandeld door de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Daarnaast is indienen van een zogenaamd pro forma beroepschrift niet mogelijk en geldt een relativiteits-eis. Dat betekent dat het bestemmingsplan niet wordt vernietigd wegens strijd met geschreven of ongeschreven rechtsregels of algemene rechtsbeginselen, indien deze kennelijk niet strekken tot bescherming van de belangen van diegene die zich erop beroept.
DNS Planvorming BV
39/54
REGELS
REGELS
DNS Planvorming BV
40/54
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
Artikel 1 1.1
Begrippen
plan:
het bestemmingsplan ‘Deimoslaan 1 – 5’ met identificatienummer NL.IMRO.1980.BP02DEIMOSLAAN15-VA01 van de gemeente Dijk en Waard. 1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
aan-huis-gebonden beroep
een dienstverlenend beroep, dat in of bij een woonhuis wordt uitgeoefend, waarbij het woonhuis in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijk effect of ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.4
aanbouw
een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat qua vorm, ligging en omvang ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.5
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.6
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.7
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.8
bed en breakfast
een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt. Een bed & breakfast is gevestigd in een woonhuis of bijgebouw en wordt gerund door de eigenaren van het betreffende huis 1.9
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak. 1.10
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
DNS Planvorming BV
41/54
Hoofdstuk 1
1.11
Inleidende regels
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.12
bouwgrens
de grens van een bouwvlak. 1.13
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder. 1.14
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.15
bouwperceelgrens
de grens van een bouwperceel. 1.16
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.17
bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.18
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, zulks met uitzondering van horeca activiteiten. 1.19
dienstverlenend bedrijf en/of dienstverlenende instelling
bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio’s en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting. 1.20
dienstverlening
het bedrijfsmatig verlenen van diensten. 1.21
eerste bouwlaag
de bouwlaag op de begane grond. 1.22
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.23
hoofdgebouw
een gebouw, dat door zijn constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken.
DNS Planvorming BV
42/54
Hoofdstuk 1
1.24
Inleidende regels
huishouden
persoon of groep personen die een afzonderlijk huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan; bedrijfsmatige kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen. 1.25
nutsvoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. 1.26
peil
a. voor bouwwerken, waarvan de hoofdingang direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven; c. indien in of op het water wordt gebouwd: het waterpeil. 1.27
prostitutie
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.28
perceelsafscheiding
constructie voor het afscheiden van een perceel of een gedeelte daarvan zonder dat er sprake is van een relatie tot bebouwing. 1.29
seksinrichting
een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotische/pornografische aard plaatsvinden, waaronder in ieder geval worden verstaan een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.30
voorgevel
de naar de openbare weg gerichte gevel van een gebouw / het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.31
voorgevelrooilijn
alle naar de naastgelegen wegen toegekeerde bouwgrenzen van het hoofdgebouw en het denkbeeldig verlengde daarvan. 1.32
wonen
het bewonen van een woning door één afzonderlijke huishouden. 1.33
woning
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
DNS Planvorming BV
43/54
Hoofdstuk 1
Artikel 2
Inleidende regels
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
2.1
de dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.2
de goothoogte van een bouwwerk:
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c. q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.3
de inhoud van een bouwwerk:
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.4
de bouwhoogte van een bouwwerk:
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, valbeveiligingen voor dakterrassen en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.6
ondergeschikte bouwdelen:
bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van hoofdgebouwen worden ondergeschikte bouwdelen als goot- en dakoverstekken, plinten, pilasters, kozijnen, ventilatiekanalen, liftschachten en/of airco-units, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, balkons en daarmee gelijk te stellen voorwerpen buitenbeschouwing gelaten, onder voorwaarde dat de breedte van de overschrijding van de bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 0,6 meter bedraagt danwel 2 meter voor balkons.
DNS Planvorming BV
44/54
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Artikel 3
3.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. bermen en beplantingen; c. paden; d. speelvoorzieningen; met daaraan ondergeschikt: e. verhardingen; f. waterlopen en waterpartijen; met de daarbij behorende: g. nutsvoorzieningen h. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; i. kunstobjecten. 3.2
Bouwregels
3.2.1 Algemeen Op de gronden zijn ten behoeve van de bestemming uitsluitend toegestaan: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 5 meter bedragen.
DNS Planvorming BV
45/54
Hoofdstuk 2
Artikel 4
4.1
Bestemmingsregels
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, straten en paden; b. voet- en fietspaden; c. parkeerplaatsen; d. groenvoorzieningen; e. water; met de daarbij behorende: f. nutsvoorzieningen g. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; h. kunstobjecten. 4.2
Bouwregels
4.2.1 Algemeen Op de gronden zijn ten behoeve van de bestemming uitsluitend toegestaan: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 5 meter bedragen.
DNS Planvorming BV
46/54
Hoofdstuk 2
Artikel 5
5.1
Bestemmingsregels
Water
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterberging; b. waterhuishouding; c. waterlopen; d. groenvoorzieningen; met de daarbij behorende: e. bouwwerken, geen gebouw zijnde, waaronder bruggen, steigers, dammen en/of duikers; f. kunstobjecten. 5.2
Bouwregels
5.2.1
Algemeen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 5.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling: a. de hoogte van kunstobjecten mag niet meer dan 5 meter bedragen; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 1 meter bedragen.
DNS Planvorming BV
47/54
Hoofdstuk 2
Artikel 6
6.1
Bestemmingsregels
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. een gebouwde parkeervoorziening; c. uitsluitend in de eerste en tweede bouwlaag: dienstverlenende bedrijven en dienstverlenende instellingen waarbij het oppervlak in totaal niet meer dan 400 m² mag bedragen; met de daarbij behorende: d. bergingen; e. entreeruimten en overige collectieve ruimten die ten dienste staan van het gebruik van het gebouw; f. verkeers- en parkeervoorzieningen, waaronder geluidbeperkende voorzieningen; g. sport- en speelvoorzieningen; h. groenvoorzieningen; i. water; j. nutsvoorzieningen k. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; l. tuinen en erven; m. verhardingen; n. kunstwerken; o. kunstobjecten. 6.2
Bouwregels
6.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. het aantal woningen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ is aangegeven; c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bouwhoogte (m)’ is aangegeven. 6.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en perceelsafscheidingen mag ten hoogste 2 meter bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn ten hoogste 1 meter mag bedragen; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 6 meter. 6.3
Specifieke gebruiksregels
6.3.1 Aan huis verbonden beroep/bedrijf Naast een gebruik van de woning voor wonen zijn de volgende gebruiksmogelijkheden toegestaan: a. de uitoefening van een aan huis verbonden beroep en/of dienstverlenend bedrijf of dienstverlenende instelling, een webwinkel of gastouderopvang onder de voorwaarden dat: 1. niet meer dan 1/3e deel van de als verblijfsgebied aan te merken vloeroppervlakte van de woning, met een maximum van 45 m², voor de uitoefening van het beroep of bedrijf wordt gebruikt; 2. geen omgevingsvergunning of meldingsplicht op grond van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer of andere milieuwetgeving vereist is; 3. ondergeschikte detailhandel uitsluitend is toegestaan in producten en diensten die op het betreffende perceel zijn vervaardigd;
DNS Planvorming BV
48/54
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
4. bij een webwinkel opslag van goederen binnen het maximum toegestane oppervlak voor de bedrijfsmatige activiteit blijft, geen afhaaladres en geen uitstalling ten verkoop aanwezig is; 5. bij gastouderopvang het maximum aantal op te vangen kinderen 6 bedraagt. b. bed en breakfast: voor ten hoogste 2 kamers en maximaal 4 slaapplaatsen in de woning voor een maximum oppervlakte van 50 m². 6.3.2 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning; b. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; c. het gebruik van de woning voor meer dan één huishouden.
DNS Planvorming BV
49/54
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Artikel 7
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
DNS Planvorming BV
50/54
Hoofdstuk 3
Artikel 8 8.1
Algemene regels
Algemene gebruiksregels
Strijdig gebruik
Tot een gebruik, strijdig met in het plan aan de grond gegeven bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. een gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; b. een gebruik van gronden als stallings- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; c. een gebruik van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting dan wel ten behoeve van prostitutie. 8.2
Parkeren
Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken geldt dat: a. het gebruik van gronden of bouwwerken, zoals bedoeld in hoofdstuk 2, uitsluitend is toegestaan indien op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid voor het parkeren of stallen van auto's en fietsen in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het gebouw hoort wordt aangelegd en in stand gehouden overeenkomstig de CROW-normering (Toekomstbestendig parkeren, publicatienummer 381, 2018) en diens rechtsopvolgers. b. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sub a en toestaan dat de parkeergelegenheid niet (volledig) op eigen terrein bij de ontwikkeling wordt gerealiseerd, mits dit geen onevenredige afbreuk doet aan de parkeersituatie ter plaatse en wordt voldaan aan de CROW-normering (Toekomstbestendig parkeren, publicatienummer 381, 2018) en diens rechtspopvolgers).
DNS Planvorming BV
51/54
Hoofdstuk 3
Artikel 9
Algemene regels
Algemene afwijkingsregels
Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, afwijken van de bouwregels en toestaan dat: a. de bij recht op de verbeelding en/of in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages worden vergroot; b. het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of de intensiteit daartoe aanleiding geven; c. bouwgrenzen worden overschreden indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; d. de bestemmingsregels en toestaan dat de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot niet meer dan 10,00 meter; e. de hoogte ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot niet meer dan 40,00 meter; f. de maximale (bouw)hoogte van gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen, wordt vergroot, mits: 1. de oppervlakte van de plaatselijke verhoging niet meer dan 10 m² bedraagt; 2.