CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

Gemeenteraad 12 juli 2023, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Raadsvoorstel bestemmingsplan De Scheg12.416 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Op basis van het beoogde bouwkundige ontwerp hebben alle woningen een geluidluwe gevel. Uitzondering hierop zijn mogelijk de hoekwoningen. Voor deze woningen dienen in het definitieve bouwkundige ontwerp dan mogelijk extra maatregelen getroffen te worden, zodat ook deze woningen een geluidluwe gevel hebben. De extra maatregel kan bijvoorbeeld bestaan uit het realiseren van gesloten loggia’s of door toepassing van zogenaamde SilentAir schermen geplaatst voor enkele ramen van verblijfsruimten. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor bouwen dient dit nader te worden onderzocht. Na verlening van een hogere waarde dienen maatregelen in de gevels van de woningen getroffen te worden met een geluidwering die minimaal gelijk is aan het verschil tussen de geluidbelasting op de gevel en een binnenniveau in de verblijfsgebieden van ten hoogste 33 dB. Dit is als voorwaardelijke verplichting in de regels van de bestemming Wonen vastgelegd.

4.9

Luchtkwaliteit

De regels en grenswaarden voor luchtkwaliteit staan in de Wet milieubeheer (Wm), titel 5.2: luchtkwaliteitseisen. Uit artikel 5.16 lid 1 van de Wm blijkt dat het project toelaatbaar is indien het project aan één of een combinatie van de volgende voorwaarden voldoet: 1. er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; 2. een project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; De Scheg, Heerhugowaard Pagina 25 van 34

3. een project draagt alleen 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; 4. een project is opgenomen in, of past binnen, het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met een goede ruimtelijke ordening. Betekenis voor het project Op grond van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat sprake is van een 'klein project' welke niet of nauwelijks bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Op basis van deze gegevens kan worden geconcludeerd dat onderzoek naar luchtkwaliteit voor de ontwikkeling die met het voorliggende bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt niet nodig is en dat de ontwikkeling niet bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Uit de informatie die beschikbaar is via de Monitoringstool NSL blijkt dat de jaargemiddelde concentraties fijn stof en stikstofdioxide in 2017, 2020 en 2025 langs wegen in de nabijheid van het plangebied onder de 35 µg/m³ liggen. Ter plaatse van het gehele plangebied zal dan ook worden voldaan aan de grenswaarden omdat de concentraties luchtverontreinigende stoffen afnemen naarmate een locatie verder van de weg ligt. Met betrekking tot luchtkwaliteit is in het plangebied sprake van een goed woon- en leefklimaat.

4.10

Externe veiligheid

Externe veiligheid heeft betrekking op de gevaren die mensen lopen als gevolg van aanwezigheid in de directe omgeving van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Er kan onderscheid worden gemaakt tussen: bedrijven waar gevaarlijke stoffen worden bewaard en/of bewerkt; transportroutes (wegen, waterwegen, spoorwegen) waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd; ondergrondse buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen. De aan deze activiteiten verbonden risico's moeten tot een aanvaardbaar niveau beperkt blijven. Het wettelijk kader voor risicobedrijven is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). Voor LPG-tankstations geldt voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen tevens de circulaire effectafstanden externe veiligheid lpg-tankstations. Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoorwegen waterwegen is het wettelijk kader vastgelegd het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de Regeling Basisnet. De normen voor ondergrondse buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb).

Betekenis voor het project Aan de hand van de gegevens op de Risicokaart is nagegaan welke risicovolle activiteiten en bronnen in de nabijheid van het plangebied aanwezig zijn. Over de nabijgelegen spoorlijn vindt geen structureel transport plaats van gevaarlijke stoffen. De bebouwing binnen het plangebied is gesitueerd nabij de N242. Over deze weg vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de N242. Er is onderzoek uitgevoerd naar de externe veiligheidsrisico’s door het transport van gevaarlijke stoffen over de N242 berekend voor de bestaande en de toekomstige situatie (zie bijlage 9 Onderzoek externe veiligheid). Uit het onderzoek volgen onderstaande conclusies: Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Groepsrisico De woningen binnen het plangebied kunnen betrokken raken bij een ramp met een gevaarlijke

De Scheg, Heerhugowaard Pagina 26 van 34

stof. De toename aan bevolking (als gevolg van de ontwikkeling) heeft een beperkte invloed op het groepsrisico. Mogelijke scenario’s die van invloed zijn op het plangebied bestaan uit een giftige wolk en een BLEVE. De omvang van de giftige wolk is afhankelijk van de inrichting van de omgeving en de weersomstandigheden. De effecten van een BLEVE zijn hittestraling, overdruk en scherfwerking. Het plangebied bevindt zich op circa 45 meter van de transportroute. Bij het voltrekken van het scenario gaan alle brandbare materialen branden en kunnen draagconstructies, daken, muren en gevels ernstig beschadigd raken. Het groepsrisico is kleiner dan de oriëntatiewaarde en neemt door de voorgenomen ontwikkeling toe met minder dan 10%. De verdere verantwoording van het groepsrisico kan achterwege blijven. Door de Veiligheidsregio is advies uitgebracht. Hierbij is ingegaan op de aspecten bereikbaarheid, bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Met betrekking tot de bereikbaarheid adviseert de veiligheidsregio om een tweede ontsluiting te realiseren. Hier wordt invulling aangegeven door de realisatie van een calamiteitenontsluiting en spoortunnel naar de Abe Bonnemaweg op de locatie Westpoort. Mogelijk dat dit in de toekomst een volwaardige ontsluiting zal worden.

Gelet op de complexiteit van de aanleg van de spooronderdoorgang is deze naar verwachting niet gereed voordat de woningen worden opgeleverd. Vanwege deze reden vindt overleg met de provincie Noord-Holland plaats over een tijdelijke calamiteitenontsluiting op de N242. De brandweer zal betrokken worden bij de verdere uitwerking van het plan. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.11

Bedrijven en milieuzonering

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: woonfuncties nabij bestaande en opvolgende bedrijvigheid zijn alleen mogelijk als ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd; bestaande bedrijven worden niet onevenredig geschaad in hun bedrijfsvoering. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. Betekenis voor het project De VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' geeft indicatieve afstanden tussen bedrijven/functies en woningen met betrekking tot de aanvaardbaarheid van een plan vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening. Binnen gemengd gebied kunnen de richtafstanden met één afstandsstap worden verlaagd.

Omdat de ontwikkeling uitsluitend betrekking heeft op woningen is ter plaatse van de voorliggende locatie sprake van het omgevingstype 'rustig woongebied'. Ten zuiden van het plangebied is voorbij de spoorlijn het bedrijventerrein Beveland aanwezig. Op dit bedrijventerrein zijn aan het spoor bedrijven tot en met categorie 2 toegestaan. Meer zuidelijk zijn ook bedrijven in categorie 3 toegestaan. Voor categorie 2 bedrijven geldt een richtafstand van 30 meter tot woningen. Voor categorie 3 bedrijven betreft de richtafstand 100 meter (categorie 3.1: 50 meter, categorie 3.2: 100 meter). Aan deze richtafstanden wordt ruimschoots voldaan. Bedrijven en functies in de omgeving staan ter plaatse van het plangebied een goed woon- en leefklimaat niet in de weg. Tevens leidt de voorgenomen ontwikkeling niet tot beperkingen voor omliggende bedrijven.

De Scheg, Heerhugowaard Pagina 27 van 34

4.12

Trillingshinder

Voor de beoordeling van trillingen is in Nederland geen wetgeving van toepassing. Wel heeft de SBR (Stichting Bouwresearch) richtlijnen uitgebracht op het gebied van trillingen (meet- en beoordelingsrichtlijnen). Dit zijn landelijk geaccepteerde richtlijnen voor het meten en beoordelen van trillingen in gebouwen. De SBR richtlijn – deel A "schade aan gebouwen" geeft een procedure voor het meten van trillingen en geeft grenswaarden met betrekking tot schade. De SBR richtlijn – deel B "Hinder voor personen in gebouwen" geeft een procedure voor het meten van trillingen en geeft streefwaarden met betrekking tot hinder. De SBR richtlijn – deel C "Storing aan apparatuur" geeft een procedure voor het meten van trillingen aan opgestelde apparatuur en geeft streefwaarden met betrekking tot het voorkomen van storingen aan deze apparatuur. Betekenis voor het project Door middel van trillingsonderzoek is de mogelijke hinder van trillingen als gevolg van treinverkeer op het nabijgelegen spoortraject onderzocht. (zie Bijlage 10 Trillingsonderzoek). Uit het onderzoek volgt dat de kans op schade aan de geplande bebouwing door spoortrillingen verwaarloosbaar klein is (<1%).

Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan worden geconcludeerd dat de mate van hinder door spoortrillingen voor de bewoners/gebruikers van de nieuw te bouwen appartementen niet voldoen aan het gestelde in de meet- en beoordelingsrichtlijn SBR-B. Ter plaatse van een gedeelte van de twee oostelijke woongebouwen worden trillingssterkten hoger dan de streefwaarde verwacht. De berekening is uitgevoerd met dempings- en vergrotingsfactoren welke gebruikelijk zijn voor het type geplande nieuwbouw, waarbij is uitgegaan van een betonnen fundering op palen. Ter plaatse van het westelijke woongebouw wordt wel voldaan aan het gestelde in de SBR-B. Uitgangspunt is dat met het aanhouden van stijve vloeren, betonbouw en een paalfundering geen sprake zal zijn van een overschrijding van de streefwaarden. In de regels van dit bestemmingsplan is hiervoor een voorwaardelijke verplichting opgenomen.

4.13

Duurzaamheid

In de uitvoering van het bestemmingsplan zal aandacht worden besteed aan het aspect duurzaamheid. Duurzaam bouwen betreft een wijze van plannen, bestemmen, ontwerpen, bouwen, inrichten en beheren (inclusief slopen en hergebruik) van de te realiseren woningen. Duurzaamheidsaspecten waar bij de bouw van de woningen aan moet worden gedacht zijn: energiehuishouding, materiaalgebruik, watergebruik, gezondheid, comfort, toekomstbestendigheid, etc. In de Lokale Energie Strategie (zie paragraaf 3.4.5) is de ambitie op het gebied van duurzaamheid vastgelegd. Het streven is een energieneutraal Heerhugowaard in 2030. Daarnaast wordt gewerkt naar een klimaatrobuuste stad. Betekenis voor het project Uitgangspunt is dat de gebouwen worden gerealiseerd volgens het concept Fijn Wonen, een duurzaam bouwsysteem met modulaire elementen. Voor de inrichting van de openbare ruimte vormen klimaatadaptatie en biodiversiteit een belangrijk uitgangspunt. Het gebied wordt ingericht met een bloemrijk grasland (bonte bermconcept) dat zich richt op een grote diversiteit aan flora en fauna. Er komen vele soorten bomen die het gebied op zonnige dagen in de schaduw houden. Ook de auto’s worden geparkeerd onder bomen. In het gebied van De Scheg wordt het hemelwater zo veel mogelijk opgevangen. Hiervoor worden parkeerplaatsen bestraat met grasstenen en worden de paden uitgevoerd in halfverharding.

Er vindt onderzoek plaats naar de wijze waarop duurzaamheid in het project wordt vertaald. Dit vindt plaats aan de hand van het Puntensysteem Duurzame Nieuwbouw van de gemeente Dijk en Waard.

De Scheg, Heerhugowaard Pagina 28 van 34

4.14

M.e.r.-beoordeling

In Nederland is het verplicht om de effecten op het milieu volwaardig onderdeel te laten zijn van de voorbereiding en de besluitvorming over ruimtelijke plannen. Daarvoor is in de Wet milieubeheer de methodiek van de milieueffectrapportage (m.e.r.) opgenomen. De voorgenomen ontwikkeling is niet direct m.e.r. beoordelingsplichtig op basis van het onderdeel 'aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Echter, omdat de voorgenomen ontwikkeling wel valt onder de noemer van een 'stedelijk ontwikkelingsproject', is een vormvrije m.e.r.-beoordeling verplicht. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is in feite een beknopte opsomming van de beoordeling van de ontwikkeling op verschillende milieuaspecten. Betekenis voor het project Het Besluit m.e.r. en de Wet milieubeheer zijn per 7 juli 2017 gewijzigd. Gemeenten zijn thans verplicht om een expliciet besluit te nemen over het al dan niet opstellen van een milieueffectrapport (Mer). In dit kader is een aanmeldingsnotitie opgesteld (zie bijlage 11 Aanmeldnotitie m.e.r.). Gezien de omvang van de activiteiten in relatie tot de drempelwaarden en te verwachten effecten, zijn belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu uit te sluiten. Er is daarom geen nader onderzoek in een planMER noodzakelijk.

De Scheg, Heerhugowaard Pagina 29 van 34

Hoofdstuk 5

5.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de wijze waarop de gewenste ruimtelijke en functionele ontwikkeling van het plangebied juridisch is vertaald. Het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van deze gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De toelichting heeft geen juridisch bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en soms voor de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels.

5.2

Planregels

De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Per hoofdstuk zullen de diverse regels artikelsgewijs worden besproken. Hoofdstuk 1 Inleidende regels Dit zijn de inleidende bepalingen van de regels en hier komen de onderstaande artikelen in voor. Artikel 1: Begrippen Dit artikel geeft de betekenis aan een aantal in de regels voorkomende begrippen. Hierdoor wordt de interpretatie van de begrippen vastgelegd, waardoor de duidelijkheid wordt vergroot. Artikel 2: Wijze van meten Het tweede artikel geeft aan hoe bepaalde maten dienen te worden berekend. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor: Artikel 3: Groen De hoofdgroenstructuur in het plangebied is bestemd als Groen. Binnen deze bestemming is ook water toegestaan en mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd. Ter plaatse van de aanduiding 'parkeren' zijn parkeerplaatsen toegestaan. Artikel 4: Verkeer De gronden waar de ontsluitingsweg en parkeerplaatsen langs de deze weg in het plangebied zijn voorzien, zijn bestemd als Verkeer. Binnen deze bestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd.

Artikel 5: Water De bestaande waterlopen in het plangebied zijn als Water bestemd. Op of in deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd. Artikel 6: Wonen De woongebouwen zijn toegestaan binnen de bestemming Wonen. De maximale bouwhoogte bedraagt 18,5 meter. Het maximum aantal woningen bedraagt in totaal 345. Er zijn uitsluitend gestapelde woningen toegestaan.

De Scheg, Heerhugowaard Pagina 30 van 34

Artikel 7: Leiding - Riool Met deze dubbelbestemming is de instandhouding en bescherming van de aanwezige roolleiding geborgd. De bestemming Leiding – Riool prevaleert boven de onderliggende bestemmingen. Binnen deze bestemming mogen uitsluitend bouwwerken worden opgericht ten behoeve van de bestemming Leiding – Riool. Artikel 8: Waarde - Archeologie 3 De gronden van het plangebied zijn met de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 3 mede bestemd voor behoud en bescherming van mogelijk aanwezige archeologische waarden in de ondergrond. Aan de toekenning van deze bestemming ligt het archeologiebeleid Dijk en Waard ten grondslag. Artikel 9: Waarde - Archeologie 5 De gronden van het plangebied zijn met de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 5 mede bestemd voor behoud en bescherming van mogelijk aanwezige archeologische waarden in de ondergrond. Aan de toekenning van deze bestemming ligt het archeologiebeleid Dijk en Waard ten grondslag. Hoofdstuk 3 Algemene regels Deze artikelen bevatten algemene regels die op de bestemmingen van toepassing zijn. De diverse artikelen zullen hieronder kort worden toegelicht.

Artikel 8: Anti-dubbeltelregel Op grond van de antidubbeltelregel is bepaald dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing blijft (artikel 3.2.4 Bro). Deze bepaling voorkomt dat er meer kan worden gebouwd dan er wenselijk is indien een kavel wordt gesplitst en op grond daarvan een nieuw bouwperceel ontstaat. Elk bouwperceel heeft immers in principe recht op een bepaalde hoeveelheid bebouwing. Artikel 9: Algemene gebruiksregels In deze regels wordt aangegeven welk gebruik beschouwd wordt als strijdig met het bestemmingsplan en wordt geborgd dat voor de ingebruikname van gronden en bouwwerken in de parkeerbehoefte conform de geldende normering is voorzien. Artikel 10: Algemene afwijkingsregels Deze bepaling geeft de mogelijkheid om met een omgevingsvergunning af te wijken van de regels ten aanzien van het bouwen van het geringe overschrijdingen inzake goothoogte, hoogte, oppervlakte en inhoud van bouwwerken. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat de laatste bepalingen van de bestemmingsregels. Hieronder worden de verschillende artikelen toegelicht. Artikel 11: Overgangsregels Het overgangsrecht is tweeledig en heeft betrekking op bouwwerken en gebruik.

Artikel 12: Slotregel Dit artikel geeft de naam van het bestemmingsplan aan.

5.3

Handhaafbaarheid

Een van de uitgangspunten bij de ontwikkeling van een bestemmingsplan is dat de in het plan opgenomen regels handhaafbaar dienen te zijn. Handhaving van het ruimtelijk beleid verdient meer aandacht omdat het een voorwaarde is voor het behoud en de ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied. Bij de totstandkoming van het bestemmingsplan is aandacht besteed aan de handhaafbaarheid van de in het plan opgenomen regels. Ten behoeve van een goede handhaving van de regels zijn de volgende factoren van belang: De Scheg, Heerhugowaard Pagina 31 van 34

Voldoende kenbaarheid geven aan het plan; Voldoende draagvlak voor het beleid en de regelgeving in het plan; Inzichtelijke en realistische regeling; Handhavingsbeleid.

De Scheg, Heerhugowaard Pagina 32 van 34

Hoofdstuk 6

Financiële uitvoerbaarheid

Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient er in het kader van het bestemmingsplan een onderzoek te worden gedaan naar de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de financiële haalbaarheid van het plan. De maatschappelijke aspecten worden in hoofdstuk 7 toegelicht. In artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is voorgeschreven dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor de gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is de definitie van bouwplan gegeven, waarbij het onderhavige plan als bouwplan kan worden aangemerkt. Met het tweede lid van artikel 6.12 Wro kan worden afgeweken van de plicht een exploitatieplan vast te stellen, mits het verhaal van kosten anderszins is verzekerd. De kosten voor het bouwplan alsmede de plankosten worden gedragen door de ontwikkelaar van het bouwplan. Hetzelfde geldt voor eventuele kosten als gevolg van planschade. Hiervoor wordt een overeenkomst tussen de ontwikkelaar en de gemeente gesloten. De ambtelijke kosten voor de realisatie van het plan zijn voor de gemeente anderszins verzekerd in deze overeenkomst. Om deze reden is een exploitatieplan niet nodig. De financiële uitvoerbaarheid van het plan is voldoende gewaarborgd.

De Scheg, Heerhugowaard Pagina 33 van 34

Hoofdstuk 7

7.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Participatie en vooroverleg

Op 29 juni is er een avond georganiseerd waarin stakeholders, bewoners, participanten mee zijn genomen in de voortgang van de ontwikkeling Westpoort en De Scheg. Hierbij is de mogelijkheid geboden om input te levern om de Ruimtelijke Programmatische Verkenning verder aan te scherpen en te komen tot een Stedenbouwkundig Programma van Eisen. Belanghebbenden in de omgeving van het plangebied zijn voorafgaand aan de procedure door de initiatiefnemer en de gemeente geïnformeerd tijdens een informatieavond op 27 oktober 2022 Tevens is het voorontwerpbestemmingsplan vanaf 8 oktober 2022 voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd voor inspraak. Aan een ieder is de mogelijkheid geboden om een inspraakreactie in te dienen. Er zijn geen inspraakreacties ontvangen. Overeenkomstig het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) is bij de voorbereiding van dit bestemmingsplan vooroverleg gevoerd met de besturen van de instanties die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan betrokken zijn. In dit kader is het voorontwerpbestemmingsplan naar de vaste overlegpartners gezonden.

Van de volgende instanties is een overlegreactie ontvangen: Bedrijfskring Heerhugowaard Provincie Noord-Holland Veiligheidsregio Noord-Holland Noord ProRail De ontvangen reacties zijn in de Nota van antwoord overlegreacties 'De Scheg, Heerhugowaard' van beantwoording voorzien (zie Bijlage 12).

7.2

Procedure

Het ontwerpbestemmingsplan is met ingang van 8 april 2023 op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende 6 weken ter inzage gelegd, waarbij door een ieder zienswijzen bij de gemeenteraad konden worden ingediend. Er zijn 2 zienswijzen ingediend. De ontvangen zienswijzen zijn in de Nota van antwoord zienswijzen 'De Scheg, Heerhugowaard' van beantwoording voorzien (zie Bijlage 13). Naar aanleiding de zienswijzen is het trillingsonderzoek aangepast. Daarnaast is paragraaf paragraaf 4.10 aangevuld en paragraaf 3.2.4 toegevoegd. Er is één ambtelijke wijziging doorgevoerd. Dit betreft een aanpassing van het beeldkwaliteitsplan.,Naar aanleiding van de beoordeling door de welstandscommissie zijn aanpassingen in dit document doorgevoerd. Omdat het bestemmingsplan de bouw van meer dan 11 woningen mogelijk maakt, is de Crisis- en Herstelwet van toepassing. Dit betekent onder andere dat bij het instellen van beroep op dit bestemmingsplan het beroep versneld wordt behandeld door de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Daarnaast is indienen van een zogenaamd pro forma beroepschrift niet mogelijk en geldt een relativiteits-eis.

Dat betekent dat het bestemmingsplan niet wordt vernietigd wegens strijd met geschreven of ongeschreven rechtsregels of algemene rechtsbeginselen, indien deze kennelijk niet strekken tot bescherming van de belangen van diegene die zich erop beroept.

De Scheg, Heerhugowaard Pagina 34 van 34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=4dedf085-2a1e-4786-a666-e5efc77ab01e