Technische vragen over activabeled DOP 29032022 (1).doc
Tekst van het document
Technische vragen
Datum indiening: Registratienummer:
Aan het college Onderwerp: Nota activabeleid Dijk en Waard 2022
Inleiding Op de agenda voor de raad staat onder 6 e deze bovengenoemde nota als hamerstuk. Bij het doornemen van o.a. de motivering en de toelichting, zijn er diverse verwijzingen naar o.a. onderzoek en cijfers. Het stuk is niet aangevuld met de bijbehorende informatie. Dat betekent concreet dat voor dit kaderstellend stuk (wat overigens zeer politieke keuzes in zich heeft.)voor mij, er voor zorgen, dat ik hier geen afgewogen besluit over kan nemen. Het raadsvoorstel is wat mij betreft niet compleet.
Vragen Kunt u de volgende zaken toevoegen en/of aangeven wat de reden hiervan is dat die er niet zijn en eventueel op laten maken 1. Rapport met de mening van de Concerncontroller over de gekozen methode van het verlengen van de afschrijvingstermijnen, het lage niveau van de activatiegrens en de gevolgen op lange en korte termijn inclusief rente component. 2. Kort inzicht vanuit de visie van de accountant 3. De genoemde motie toevoegen aan het stuk, het is onderdeel van uw afweging. 4. Graag een overzicht van de gemiddelde afschrijvingstermijn onder de oude gemeentes Langedijk en Heerhugowaard en van Dijk en Waard. Kunt u de grootste verschillen in kaart brengen u benoemt er een aantal echter niet de daadwerkelijke verschillen
In uw motivering, noemt u een aantal zaken waar ik ook vragen bij heb: U noemt bij het opstellen van de afschrijvingstermijn, wat wenselijk is,
1
U verwoordt dat als volgt: “wat wenselijk is: Dat het afschrijvingen over een langere periode zorgt voor een structureel lagere lasten in de meerjarenbegroting (voor de komende 4 jaar). Met reëel bedoelen wij dat de afschrijvingstermijn in verhouding staan tot de technische levensduur.” Daar horen van mij de vragen bij: 5. Voor wie is dit wenselijk en wanneer is dat uitgesproken, vastgelegd? 6. Zorgt de optelsom van al die langere afschrijvingstermijnen, door de langdurige stapeling ook voor een hoger bedrag aan leningen in de toekomst en hoe hoog is dat bedrag dan? 7. Beweert u hiermee dat de kortere afschrijvingstermijnen niet in verhouding tot de technische levensduur stond? 8. Bent u met mij van mening, dat het opnieuw aangaan van een afschrijvingsinvestering, te maken heeft met de technische levensduur en tegelijkertijd ook met de bruikbaarheid en dat daarom afschrijvingstermijnen korter kunnen zijn.
Onder Toelichting uitgangspunten per 1 januari 2022,: ‘Wijziging afschrijftermijnen. U geeft daar aan: In het geval van verschillende afschrijvingstermijnen is gekozen voor de hoogste afschrijvingstermijn, want dit levert lagere kapitaallasten op in de begrotingsperiode van 4 jaar (2022t/m 2025. Over de totale looptijd van de investering heeft het wijzigen van de afschrijvingstermijn geen gevolgen.” 9. Mag ik er van uitgaan dat u hier bedoeld de langste afschrijvingstermijn? 10. Heeft het verlengen van de afschrijvingstermijn, de consequentie dat wij langer rente betalen over die investering? Zo ja, wilt u daar een overzicht van maken, zodat die consequentie ook duidelijk is? 11. Heeft het verlengen van de afschrijvingstermijn mogelijk tot gevolg dat een goed sneller aan zijn technische en of bruikbare einde is en wij de resterende waarde als extra des investering moeten opnemen bij afschrijving van de vervanging? 12. Neemt hierdoor de te investeren bedragen en daar aangekoppelde rente toe? 13. Wie gaat uiteindelijk deze vooruitgeschoven en verhoogde afschrijvingen en het hogere bedrag aan rente betalen? 14. Wat is de noodzaak om kapitaallasten te verlagen voor slechts deze periode 2022 t/m 2025? U geeft aan dat voor de afschrijvingstermijnen is gekeken welke afschrijvingstermijnen omliggende en vergelijkbare gemeenten hebben. 15.
Kunt u het overzicht geven, welke gemeenten u vergeleken heeft en een bijbehorend overzicht van de geconstateerde verschillen en overeenkomsten? De activeringsgrens, U stelt voor deze op €15.000,00 te stellen, met als onderbouwing, dat dit over een langere periode leidt tot gelijkmatiger verloop van de begroting. 16. Kunt u aangeven welke langere periode u hiermee bedoeld? U meld ook dat er onderzoek is waaruit blijkt dat de hogere administratieve last, wat betreft meer beheers behandelingen, minimaal zijn. 2
17. Kunt u het onderzoek overzicht daarvan aanleveren 18. Welke noodzaak is er om deze grens zo laag mogelijk te legen? U spreekt over meer pieken in de begroting, bij een hogere activeringsgrens van bijvoorbeeld € 50.000,-?. 19. Op welke manier zou u met het inzetten van een korte en lange termijn investeringsplanning dit kunnen voorkomen? 20. Kunt u voorbeelden aanleveren van overheden die de activatie grens hoog hebben gesteld en op welke manier zij de hoge pieken hebben ervaren en opgevangen hebben? In afwachting van uw antwoord, Raadslid Jan Kramer Dijkenwaardse Onafhankelijke Partij
Antwoord van het college
Antwoord 1. De Concerncontroller is betrokken bij te harmoniseren onderwerpen waaronder het activabeleid. Hij heeft daarbij een toetsende rol die vooral bestaat om na te gaan dat de te maken keuzes passen binnen vigerende weten regelgeving. Een rapport is niet opgesteld over de keuzes voor afschrijvingstermijnen en activeringsgrens en gevolgen daarvan. De concerncontroller is het eens met het voorgestelde activabeleid. 2. De externe accountant Astrium heeft meegekeken met de te hanteren afschrijvingstermijnen en activeringsgrens. Specifiek is aan de accountant gevraagd een advies uit te brengen over de wijze waarop inhaal afschrijvingen zijn te verwerken. 3. Zie bijlage Motie 2021 DOP Onderzoek afschrijvingstermijnen 4. We hebben geen gemiddelde afschrijvingstermijn gehanteerd. De afschrijvingstermijnen van Langedijk en Heerhugowaard zijn met elkaar vergeleken. In de stukken is een overzicht opgenomen van de afschrijvingstermijnen van de gemeente Langedijk en Heerhugowaard. Bij verschillende afschrijvingstermijnen is het uitgangspunt de langste afschrijvingstermijn toegepast. De grootste verschillen zijn: Semi-permanente gebouwen (Langedijk 25 jaar en Heerhugowaard 5 jaar). Tunnels, viaducten en bruggen (Langedijk 40 jaar en Heerhugowaard 80 jaar).Afzetcontainers (Langedijk 15 jaar en Heerhugowaard 8 jaar)
3
5. Aansluitend bij de intentie van motie (BIJ21-0288) bestaat wenselijk eruit dat door reële, langere afschrijvingstermijnen de jaarlijkse lasten dalen. Dit heeft een positief op het financiële meerjarenperspectief van de komende jaren. 6. Nee. Het investeringskrediet voor de initiële uitgave voor de investering blijft gelijk, dus er hoeven geen hogere leningen aangetrokken te worden. Er wordt alleen over een langere periode afgeschreven. 7. Bij de beoordeling van te hanteren afschrijvingstermijnen is steeds uitgangspunt dat dit in verhouding staat tot de technische en economische levensduur van een actief. Bij de beoordeling zijn we categorieën tegen gekomen waarbij op basis van de ingeschatte economische en technische levensduur een langere afschrijvingstermijn reëel is. 8. De afschrijvingstermijnen in de afschrijvingstabel zijn gekozen op basis van de ingeschatte technische en economische levensduur van een soort actief. Als bij een specifieke investering de verwachting is dat de levensduur afwijkt van de afschrijvingstermijn in de Nota activabeleid 2022 dan kan de raad bij het voteren van het betreffende investeringskrediet besluiten tot een andere afschrijvingstermijn die aansluit bij de verwachte levensduur van die investering. 9. Ja met hoogste wordt de langste afschrijvingstermijn bedoeld. 10.
Nee, er is geen directe relatie tussen de werkelijke te betalen rente en de doorbelaste rente van het actief omdat er geen gebruik wordt gemaakt van projectfinanciering. 11. Zoals aangegeven is bij de bepaling van de afschrijvingstermijnen aansluiting gezocht met de ingeschatte technische en economische levensduur van een actief. Het kan voorkomen dat een actief eerder is te vervangen dan de afschrijvingstermijn. In dat geval wordt de restant boekwaarde afgeboekt en dat betekent extra lasten voor de exploitatie. Het kan ook voorkomen dat een actief langer mee gaat dan de afschrijvingstermijn en een vervangingsinvestering nog niet nodig is. Dit zal een verlichting van de exploitatie betekenen omdat er geen kapitaallasten meer zijn voor dat actief. 12. Zie antwoord 11 en in aanvulling daarop: het te investeren bedrag voor de vervangingsinvestering en de daar aan gekoppelde rente neemt hierdoor niet toe. 13. De budgettaire consequenties van mogelijke verschillen van levensduur van een actief ten opzichte van de vastgestelde afschrijvingstermijn moeten opgevangen worden binnen de begroting van het betreffende jaar. 14. De kapitaallasten worden niet alleen voor de periode 2022 t/m 2025 verlaagd, maar de kapitaallasten worden verlaagd over de gehele periode van afschrijving. De afschrijvingstermijn wordt ook langer. 15.
Zie bijlage 2 voor een overzicht van de gemeenten waarmee de afschrijvingstermijnen zijn vergeleken. 16. Dat is afhankelijk van wanneer het actief vervangen moet worden. B.v. Stel de activeringsgrens is € 50k. Als 5 actieven na 5 jaar vervangen moeten worden en de investering is € 40k dan heb je na deze 5 jaar een piek van € 200k in de exploitatie die opgevangen moet worden. 17. Met het begrip onderzoek wordt bedoeld dat er afstemming is geweest met de functioneel beheerders van de financiële applicatie hoeveel tijd er gemoeid is met het inrichten van een vast actief in de activa module. 18. Vanwege een gelijkmatigere verdeling van de lasten in de exploitatie. Bij een hogere activeringsgrens krijg je te maken met pieken in de exploitatie. Bij een hogere activeringsgrens is de eenmalige afboeking ook veel hoger. Bij een activeringsgrens van € 50k dan moet eenmalig € 3,2 mln. 4
worden afgeboekt. Het structurele voordeel is ook hoger, maar daar tegenover staat tegen het nadeel van de incidentele afboeking. 19. Deze pieken zijn, ondanks een korte of lange investeringsplanning, niet te voorkomen bij een hogere activeringsgrens. 20.Amersfoot en Haarlem hebben beide een activeringsgrens van € 100k. Er is geen nadere informatie over de wijze waarop de pieken in de begrotingen van deze gemeenten zijn opgevangen.
5