Ruimtelijke onderbouwing met (milieu)onderzoeken
Tekst van het document
Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie.
DUURZAAMHEID Algemeen Het duurzame beleid van de Nederlandse overheid is vastgesteld in onder andere de Energieagenda (2016). Het doel van deze agenda is om de transitie naar een CO2-arme energievoorziening in 2050 te bewerkstelligen. In het Klimaatakkoord van Parijs is vastgelegd de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder de twee graden Celsius, met het streven een maximale temperatuurstijging van anderhalve graad Celsius te realiseren. Dat vraagt om een drastische reductie van het gebruik van fossiele energie, tot dichtbij nul in het jaar 2050. Elektriciteit wordt dan duurzaam opgewekt, gebouwen worden voornamelijk verwarmd door aardwarmte en elektriciteit, bedrijven hebben hun productieprocessen aangepast, er wordt niet langer op aardgas gekookt en er rijden vrijwel alleen maar elektrische auto’s. Tot 2020 neemt de CO2-uitstoot fors af. Doorzetten van het huidige beleid is na 2020 echter onvoldoende om een geleidelijke transitie mogelijk te maken. Zonder aanvullend beleid zal de CO2-uitstoot zelfs weer kunnen toenemen. Voor de bestaande woningvoorraad betekent een geleidelijke transitie dat jaarlijks 170.000 woningen aangepast dienen te worden. Voor de nieuwbouw van woningen bepaalt de Europese EPBD-richtlijn de ambitie om tot bijna energie-neutrale gebouwen te komen. Vanaf 2021 moeten alle nieuwe gebouwen voldoen aan overeenkomstige wettelijke vereisten.
Nieuwe woningen moeten worden voorzien van warmtepompen, zonnecollectoren en extra isolatie en eisen worden gesteld aan de maximum vervuiling van auto’s. Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO
Pagina | 28
Daarnaast heeft gemeente Dijk en Waard een beleidsprogramma Klimaatadaptatie 2021 – 2026 (zie paragraaf 3.4.5).
Relatie tot ontwikkeling De nieuw te bouwen appartementen worden conform de laatste wettelijke eisen ten aanzien van duurzaamheid ontworpen. Dit betekent onder andere gasloze woningen, het realiseren van PV-panelen en het bouwwerk zal voldoen aan de BENG eisen. Er wordt LED verlichting toegepast in de algemene ruimtes en er wordt duurzaam gebouwd door het gebruik van FSC hout. Daarnaast wordt aandacht besteed aan klimaatadaptie en het versterken van de biodiversiteit door de buitenruimte zoveel mogelijk groen in te richten met een diversiteit aan beplanting (hagen, bomen, grassoorten en beplanting met ecologische kwaliteit). In het kader van klimaatadaptie wordt er waterberging op het eigen terrein toegepast met een range van 40 – 70 mm per uur. In het plan zijn warmtepompen met buitenunits opgenomen. In dit kader wordt bij de aanvraag omgevingsvergunning activiteit bouwen een geluidsonderzoek gevoegd om aan te tonen dat aan de geluidseisen voor warmtepompen in het kader van het Bouwbesluit wordt voldaan.
Conclusie De beoogde ontwikkeling voorziet in diverse duurzaamheidsmaatregelen en voldoet daarmee aan de ambities van gemeente Dijk en Waard.
EXTERNE VEILIGHEID Algemeen Externe veiligheid gaat over de risico's voor mens en milieu bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Ook de risico's die luchthavens geven vallen onder externe veiligheid. De aan deze activiteiten verbonden risico’s moeten tot een aanvaardbaar niveau beperkt blijven. Het wettelijk kader voor risicobedrijven is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en voor het vervoer van gevaarlijke stoffen in de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. Normen voor ondergrondse buisleidingen zijn vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Bij de beoordeling van de externe veiligheidssituatie zijn twee begrippen van belang: • Plaatsgebonden risico (PR): Inwoners van een bepaald gebied kunnen te maken krijgen met plaatsgebonden risico (PR). Dit is de kans per jaar dat één persoon overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof. In theorie zou die persoon zich onafgebroken en onbeschermd op één bepaalde plaats moeten bevinden. Deze kans mag niet groter zijn dan 1 op de miljoen. Het PR wordt ‘vertaald’ als een risicocontour rondom een risicovolle activiteit, waarbinnen geen kwetsbare objecten (bijvoorbeeld woningen) mogen liggen. • Groepsrisico (GR): Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers en is een maatstaf voor de verwachte omvang van een ramp.
Rondom een risicobron wordt een invloedsgebied gedefinieerd, waarbinnen grenzen worden gesteld aan het maximaal aanvaardbaar aantal personen, de zogenaamde oriëntatiewaarde (OW). Dit is een richtwaarde, waarvan het bevoegd gezag, mits afdoende gemotiveerd door middel van een gedegen verantwoording, kan afwijken. Dit betreft de zogeheten verantwoordingsplicht. De verantwoordingsplicht geldt voor elke toename van het GR. Het Ipo (Interprovinciaal overleg) heeft een risicokaart ontwikkeld waarop verschillende risicobronnen inclusief bijbehorende relevante gegevens zijn weergegeven. De risicokaart vormt een hulpmiddel bij het beoordelen van het aspect externe veiligheid bij ruimtelijke ontwikkelingen. Daarnaast kan ook het risicoregister worden geraadpleegd. Vanwege werkzaamheden aan de risicokaart van BIJ12 is de veiligheidskaart van Atlas Leefomgeving geraadpleegd op 8 april 2021.
Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO
Pagina | 29
Relatie tot ontwikkeling Op de risicokaart is te zien dat: • Het projectgebied niet ligt binnen het invloedsgebied van een Bevi-inrichting; • Het projectgebied niet ligt binnen de veiligheidsafstanden van andere stationaire risicobronnen; • Het projectgebied niet ligt binnen het invloedsgebied van een nabij gelegen transportroute; • Het projectgebied niet ligt binnen het invloedsgebied van een buisleiding voor het transport van gevaarlijke stoffen. Figuur 10. Uitsnede veiligheidskaart, plangebied oranje omcirkeld (bron: Atlas Leefomgeving).
Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie.
GELUID Algemeen In het kader van de Wet geluidhinder moeten geluidsgevoelige objecten voldoen aan de wettelijk bepaalde normering als het gaat om de maximale geluidsbelasting op de gevels. De limitatieve lijst geluidsgevoelige gebouwen bestaat uit: • woningen; • onderwijsgebouwen; • ziekenhuizen; • verpleeghuizen; • verzorgingstehuizen; • psychiatrische inrichtingen; • kinderdagverblijven. Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO
Pagina | 30
Relevante geluidbronnen in het kader van de Wet geluidhinder zijn wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai. Op het moment dat een van bovenstaande functies ontwikkeld wordt in de nabijheid van voornoemde geluidbronnen of binnen de zones daarvan, zal middels een geluidsonderzoek aangetoond moeten worden of er voldaan wordt aan de wettelijke voorkeursgrenswaarde. Daarnaast kan het als het gaat om bijvoorbeeld logiesruimtes (hotelkamers, recreatieve verblijven) wenselijk zijn om een goed en aangenaam binnenklimaat te kunnen waarborgen.
Relatie tot ontwikkeling De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van geluidsgevoelige functies in het kader van de Wet geluidhinder, namelijk woningen. In dit kader is door M+P een akoestisch uitgevoerd naar de geluidsbelasting op de gevels. De rapportage d.d. 8 februari 2023 is terug te vinden in de bijlagen bij onderhavige ruimtelijke onderbouwing. In deze rapportage wordt ook ingegaan op geluidsaspecten in het kader van de nabijgelegen supermarkt en gymzaal. Deze aspecten zijn al behandeld in paragraaf 4.3 milieuzonering, in voorliggende paragraaf wordt enkel ingegaan op wegverkeerslawaai. Het plangebied ligt binnen de zone van de Krusemanlaan en de Middenweg. De geluidsbelasting van deze wegen wordt getoetst aan de Wet geluidhinder. Daarnaast worden in het kader van een goede ruimtelijke ordening de omliggende 30 km/uur wegen beschouwd. De geluidsbelasting vanwege de Krusemanlaan en de Middenweg bedraagt na aftrek maximaal Lden = 39 en Lden = 37 dB. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder. De geluidsbelasting vanwege de Berckheidelaan-Rembrandtstraat bedraagt na aftrek maximaal Lden = 50 dB. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde met maximaal 2 dB overschreden. Omdat het om een 30 km/uur weg gaat is het niet noodzakelijk om hogere waarden vast te stellen.
Wel wordt de overschrijding van de voorkeursgrenswaarde beschouwd in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Recent zijn nieuwe emissiekentallen voor wegverkeer gepubliceerd. Deze behoren bij het nieuwe reken- en meetvoorschrift dat met de Omgevingswet wordt ingevoerd. De emissiekentallen zijn bij lage rijsnelheden enkele dB’s lager dan in het huidige reken- en meetvoorschrift. Het geluid wordt daarmee lager dan de voorkeursgrenswaarde. Uitgaande van een standaard gevelwering van 20- 25 dB voor de nieuwbouwwoningen en de nieuwe emissiekentallen voor wegverkeer kan overal ruimschoots voldaan worden aan een binnenniveau van 33 dB(A). Gezien de beperkte overschrijding van de voorkeursgrenswaarde wordt de situatie als acceptabel geacht.
Conclusie Het plangebied ligt binnen de zone van de Krusemanlaan en de Middenweg en bevinden zich op korte afstand 30 km/uur wegen. De geluidsbelasting vanwege bovengenoemde wegen is berekend. Uit de resultaten kan het volgende worden geconcludeerd: • De geluidsbelasting vanwege de Krusemanlaan en de Middenweg voldoet ruimschoots aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder. • Vanwege de nabijgelegen 30 km/uur wegen voldoet het geluid aan de gebruikelijke grenswaarde voor niet-gezoneerde wegen, waarmee sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie.
KABELS EN LEIDINGEN Algemeen Voor sommige kabels en leidingen is het belangrijk deze op te nemen in het bestemmingsplan of te toetsen in een ruimtelijke onderbouwing. Het gaat dan niet om de algemene nutsleidingen, maar om de leidingen waarbij bijvoorbeeld een veiligheidszone geldt of leidingen die een risico zijn als ze bij werkzaamheden Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO
Pagina | 31
geraakt worden. Bepaalde leidingen moeten vanuit regelgeving of rijksbeleid in een bestemmingsplan worden opgenomen. Dit is het geval bij bovengrondse hoogspanningslijnen en buisleidingen. Bij andere leidingen bepaald bevoegd gezag of dit wenselijk is, dit is bijvoorbeeld steeds vaker het geval bij ondergrondse hoogspanningsverbindingen. Dergelijke leidingen kunnen beperkingen opleggen aan het gebruik van de omgeving. De (planologische relevante) leidingen dienen als zodanig te worden bestemd en daarbij dient de afstand die moet worden vrijgehouden van bebouwing ter bescherming van de leiding, te worden aangeduid. Dit betreft de zogeheten beschermingszone.
Relatie tot ontwikkeling Het plangebied is op circa 575 meter van de ondergrondse hoogspanningslijn 150 kV OterleekHeerhugowaardkabel gelegen. Het betreft een hoogspanningslijn in het beheer van Liander. Deze kabel kent een beperkingzone van 30 meter aan weerszijde van de kabel. Het projectgebied ligt ruim buiten deze zone en ondervindt geen hinder van de hoogspanningslijn. Figuur 11. Uitsnede Hoogspanningskaart, plangebied oranje omcirkeld.
Conclusie Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
LUCHTKWALITEIT Algemeen In bijlage 2 van de Wet milieubeheer zijn de luchtkwaliteitseisen opgenomen. Daarnaast zijn er luchtkwaliteitseisen opgenomen in het Besluit niet in betekende mate bijdragen (Besluit NIBM) en de bijbehorende ministeriële Regeling niet in betekende mate bijdragen (Regeling NIBM). In het Besluit NIBM en de Regeling NIBM zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze
Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO
Pagina | 32
gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project niet in betekenende mate bijdraagt, kan toetsing van de luchtkwaliteit achterwege blijven. De definitie van ‘niet in betekenende mate’ is 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. De 3% komt overeen met 1,2 microgram/m3 (µg/m3). Als een project voor één stof de 3%-grens overschrijdt, dan verslechtert het project 'in betekenende mate' de luchtkwaliteit. De 3%-norm is in de Regeling NIBM uitgewerkt in concrete voorbeelden, waaronder: • woningbouw: 1.500 woningen netto bij één ontsluitende weg en 3.000 woningen bij twee ontsluitende wegen; • kantoorlocaties: 100.000 m2 brutovloeroppervlak bij één ontsluitende weg en 200.000 m 2 brutovloeroppervlak bij twee ontsluitende wegen.
Relatie tot ontwikkeling In onderhavig geval is sprake van de realisatie van 29 woningen. Op basis van bovenstaande voorbeelden mag geconcludeerd worden dat de ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt. Voor de volledigheid is op basis van de berekende verkeersgeneratie (zie paragraaf 4.11) de NIBM-rekentool gebruikt. Op basis daarvan kan eveneens geconcludeerd worden dat de grenswaarde van 3% niet wordt overschreden en de ontwikkeling daarmee niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een luchtkwaliteitsonderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Figuur 12. NIBM-rekentool (geraadpleegd op 10 januari 2023).
In aanvulling op het bovenstaande wordt opgemerkt dat binnen de ontwikkeling geen gevoelige bestemmingen zoals bedoeld in het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) mogelijk worden gemaakt. Het gaat hier dan om scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Ook om deze reden is een aanvullend luchtkwaliteitsonderzoek niet nodig. Goed woon- en leefklimaat In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient een goed woon- en leefklimaat te worden gewaarborgd. Op basis van de NSL Monitoringstool kan worden beoordeeld wat de huidige grootschalige achtergrondconcentratie voor een bepaald jaar is ter plaatse van een specifieke locatie. Aan de hand daarvan kan worden beoordeeld of sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de projectlocatie. De grenswaarden voor toetsing van deze jaargemiddelde concentraties zijn: 40 µg/m3 voor stikstofdioxide NO2, 40 µg/m3 voor fijnstof PM10 en 25 µg/m3 voor fijnstof PM2,5. Onderstaande tabel toont de grootschalige achtergrondconcentraties ter plaatse van het dichtstbijzijnde rekenpunt nabij de projectlocatie (geraadpleegd via NSL Monitoringstool op 2 augustus 2022). Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO
Pagina | 33
Tabel 2. Jaarlijkse achtergrondconcentraties NO2, PM10 en PM 2,5 ter plaatse van de projectlocatie (bron: nsl-monitoring.nl). Jaar GCN-achtergrondconcentratie locatie ID 10742 NO2 (µg/m3)
PM10 (µg/m3)
PM2,5 (µg/m3)
2020
13,8
15,6
7,6
2030
8,1
13,5
6,2
Grenswaarden
40
40
25
Uit de tabel blijkt dat de grenswaarden ter plaatse van de projectlocatie, van zowel fijnstof als stikstofdioxide, niet worden overschreden. De maximale bijdrage van het extra verkeer als gevolg van de beoogde ontwikkeling, is niet van zodanige omvang dat een overschrijding van de grenswaarden hierdoor te verwachten is.
Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie.
NATUUR Algemeen Sinds 1 januari 2017 is één wet van toepassing die de natuurwetgeving in Nederland regelt: de Wet natuurbescherming. De wet ligt in de lijn van Europese wetgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De Wet natuurbescherming vervangt de Boswet, de Flora- en Faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998. Wet natuurbescherming Via de Wet natuurbescherming wordt de soortenbescherming en gebiedsbescherming geregeld. De soortenbescherming heeft betrekking op alle, in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, op een aantal vissen, libellen en vlinders, op enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde diersoorten en op een honderdtal vaatplanten. Welke soorten planten en dieren wettelijke bescherming genieten, is vastgelegd in de bijlage van de Wet natuurbescherming. Dat houdt in dat, bij planvorming, uitdrukkelijk rekening gehouden moet worden met gevolgen, die ruimtelijke ingrepen hebben, voor instandhouding van de beschermde soort. Gebiedsbescherming wordt geregeld middels de Natura 2000-gebieden. In het kader van de Wet natuurbescherming moet uitgesloten worden dat significante negatieve effecten optreden in Natura 2000gebieden.
Hier kan sprake van zijn wanneer een ontwikkeling binnen een Natura 2000-gebied plaatsvindt, maar ook stikstofdepositie kan verslechterende gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden die als Natura 2000-gebied zijn aangewezen. Deze gevolgen kunnen significant zijn wanneer een plan, project of handeling leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden die overbelast zijn. Voorheen gold hier de regeling Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) voor, maar naar aanleiding een tweetal belangrijke uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (mei 2019) is deze regeling komen te vervallen. Als gevolg hiervan dient in Nederland voor elk project een stikstofdepositieberekening uitgevoerd te worden. Wanneer uit de rekenresultaten een hogere depositie dan 0,00 mol/ha/jaar, kan al sprake zijn van een significant negatief effect. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. NNN is tevens opgenomen in het streekplan van de provincie. Indien het projectgebied in het NNN
Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO
Pagina | 34
gelegen is, verlangt de provincie een ‘nee-tenzij-toets’. Afhankelijk van de provincie kan dit ook gelden voor projectgebieden in de nabijheid van het NNN.
Relatie tot ontwikkeling De projectlocatie bestaat op dit moment uit een grasveld. De opstallen en verharding van de voormalige basisschool is reeds geruime tijd gesloopt en verwijderd. Het grasveld wordt bestendig onderhouden en gemaaid en vormt op dit moment geen geschikte biotoop voor beschermde soorten. Natuurlijk blijft de algemene zorgplicht van toepassing, maar vooralsnog vormt het aspect flora en fauna geen belemmering voor de realisatie van de appartementen. Wel dient in het kader van gebiedsbescherming onderzoek worden verricht naar de gevolgen van de aanlegen gebruiksfase van de nieuwbouw ten aanzien van de stikstofeffecten op nabijgelegen Natura 2000 gebieden. In dit kader is door MBH consultants een stikstofberekening uitgevoerd. De realisatie van het plan kan negatieve gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen binnen omliggende beschermde natuurgebieden. Er is onderzoek verricht naar de stikstofdepositiebijdrage op de omliggende Natura 2000-gebieden. Het meest nabij gelegen(stikstofgevoelige) Natura 2000-gebied is (natura2000.nl) Schoorlse Duinen op circa 6 kilometer afstand van de projectlocatie. Alle vergaarde gegevens zijn in de AERIUS Calculator ingevoerd.
Het projecteffect bedraagt op alle rekenpunten ten hoogste 0,00 mol/ha/j, Bij een dergelijke projectbijdrage treden er geen significant negatieve effecten op binnen de omliggende Natura 2000-gebieden. Een vergunning in het kader van de Wet Natuurbescherming is voor het plan niet noodzakelijk. Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van het aspect stikstofdepositie er geen belemmeringen zijn voor de realisatie van het plan.
Conclusie Het aspect natuur vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie.
VERKEER EN PARKEREN Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen dienen verkeer- en parkeeraspecten in kaart te worden gebracht. Daarbij is de parkeerbehoefte, verkeersgeneratie en de ontsluiting van belang. Hierdoor kan de realisatie van voldoende parkeerplaatsen worden gewaarborgd en worden ongewenste of onveilige verkeerssituaties tegengegaan. De genoemde verkeersaspecten worden hierna achtereenvolgens behandeld.
Relatie tot ontwikkeling Parkeren Auto Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en/of wijzigingen in het gebruik van gronden en opstallen worden parkeernormen/parkeerkencijfers gebruikt om het benodigde aantal parkeerplaatsen te bepalen. Hiermee wordt ervoor gezorgd dat de parkeerdruk zoveel mogelijk wordt verspreid. Op 20 december 2022 heeft de gemeenteraad van Dijk en Waard de Nota Parkeernormen 2022 vastgesteld. Gemeente Dijk en Waard hanteert parkeernormen die zijn beschreven in de Nota Parkeernormen 2022. Aan de hand van deze normen is vooraf een beeld geschetst van de toename in parkeerdruk die door de ontwikkeling wordt veroorzaakt. Daarbij is de theoretische parkeerbehoefte van functies in het gebied op de verschillende maatgevende momenten afgezet tegen de theoretische parkeerbehoefte van de toekomstige functies op deze momenten. De projectlocatie ligt binnen de zone C “Stedelijk’. De parkeernorm op basis van de parkeernota betreft 1,1 parkeerplaatsen per woning voor studio’s in de sociale huur en 1,2
Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO
Pagina | 35
parkeerplaatsen per woning voor sociale huurappartementen <75 m 2 en 1,3 parkeerplaats per woning voor sociale huurappartementen >75 m2 binnen deze zone. De bezoekersnorm is 0,3 per woning en zit in de gehanteerde normen. Op basis van het programma, de normen en het aanwezigheidspercentage is de volgende parkeerbalans opgesteld.
Op basis van deze parkeerbalans is er op het maatgevende moment (werkdagavond) een parkeerbehoefte van 31,9 parkeerplaatsen. In het totaal worden er 29 parkeerplaatsen op het binnenterrein gerealiseerd en 3 parkeerplaatsen in het openbaar gebied. Met de aanleg van deze 32 parkeerplaatsen wordt voorzien in de parkeerbehoefte van het nieuwbouwplan. Fiets Naast het voorzien in voldoende parkeerplaatsen voor de auto dient ook te worden voorzien in genoeg stallingsruimte voor de fiets. In voorliggend project is op de begane grond voorzien in bergingen voor stalling van fietsen. In de buitenruimte komt eveneens stallingsruimte voor bezoekers. Verkeersgeneratie Voor het berekenen van de verkeersgeneratie is de CROW publicatie 381 geraadpleegd. Hierbij hebben de volgende invoergegevens als uitgangspunt gediend: hoofdgroep wonen – rest bebouwde kom, sterk stedelijk gebied Heerhugowaard, appartementen midden/goedkoop. Dit levert een maximale verkeersgeneratie van 4 bewegingen per woning op. •
29 x 4 = 116 motorvoertuigen per etmaal.
De verkeersgeneratie van de woningen kan goed opgevangen worden door de bestaande wegenstructuur.
Conclusie De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie.
WATER Algemeen Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening is het doorlopen van de watertoets verplicht voor alle ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is, om in overleg tussen de initiatiefnemer en de waterbeheerder aandacht te besteden aan de waterhuishoudkundige aspecten, zodat de waterhuishoudkundige doelstellingen worden gewaarborgd. De uitgangspunten voor het watersysteem dienen op een juiste wijze in het plan te worden verwerkt.
Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO
Pagina | 36
Relatie tot ontwikkeling De projectlocatie is gelegen binnen het beheergebied van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Ten behoeve van deze ontwikkeling is op 9 januari 2023 de digitale watertoets doorlopen. Op basis daarvan is op 9 januari 2023 het plan toegestuurd aan het Hoogheemraadschap. Het Hoogheemraadschap heeft op 6 februari 2023 per mail een positief advies gegeven op de wijze waarop omgegaan wordt met de wateraspecten. In deze paragraaf worden de wateraspecten nader beschouwd. Waterkwaliteit Bij de totstandkoming van het project worden uitloogbare materialen, zoals lood, koper en zink, niet toegepast, zodat schoon hemelwater hier niet mee in aanraking kan komen. Zo heeft de ontwikkeling geen negatief effect op de (grond)waterkwaliteit ter plaatse. Waterkwantiteit Het betreft hier een herstructurering van een voormalige basisschoollocatie. Destijds was sprake van een vrijwel volledig verharde situatie, zie figuur 13. Deze bebouwing is gesloopt en de verharding is verwijderd waardoor op dit moment enkel een grasveld aanwezig is. De nieuw te bouwen appartementen hebben een voetprint van 694 m2. Daarnaast wordt het terrein gedeeltelijk verhard met een rijweg (baksteenklinkers), buitenruimte (terrassen op de begane grond). De parkeerplaatsen worden halfverhard aangelegd. Figuur 13. Luchtfoto oude situatie met basisschool (bron: Bing.nl) .
Ondanks de extra verharding ten opzichte van de huidige feitelijke situatie, betreft dit een locatie die in het verleden vrijwel volledig verhard was en op basis van het geldende bestemmingsplan (zie paragraaf 2.3) ook volledig verhard mag worden.
Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO
Pagina | 37
Figuur 14. voorlopige terreinindeling en verharding (bron: CH|NL) .
Woningcorporatie Woonwaard heeft een belangrijke sociaal maatschappelijke verantwoording bij de realisatie van dit project, zowel voor onze eigen bewoners als voor de omgeving. Ook als het om duurzaamheid, klimaatadaptie en water gaat. Woonwaard heeft met de gemeente Dijk en Waard afgesproken dat zij zorgen voor minimaal 40mm met een range tot 70mm, waterberging op locatie. Er wordt dus minimaal 40mm waterberging gerealiseerd door: • mos-sedum dakbedekking/ afwerking in combinatie met waterberging in of onder de bestrating van het parkeerterrein. Hoe we dit gaan doen is nog onderwerp van onderzoek. Hierbij denken wij aan infiltratiekratten of grindkoffers of dergelijke. • standaard dakbedekking met waterberging onder de bestrating zoals hierboven beschreven. (wel groter uiteraard) Daarnaast is het de wens om waterdoorlatende bestrating toe te passen zonder straatkolken en dergelijke. Dit wijkt vooralsnog af van de halfverharding die nu op tekening staat (figuur 14). Feitelijk wordt alle bestrating voor de rijweg en parkeerplaatsen dus waterdoorlatend uitgevoerd. Er wordt een integraal ontwerp inclusief realisatie uitvraag in de markt gezet waarbij de gemeente wordt betrokken. Indien gewenst / nodig kan ook het Hoogheemraadschap betrokken worden. Beschermde gebieden Het projectgebied is niet gelegen binnen een beschermingszone van een primaire of secundaire waterloop.
Riolering De beoogde ontwikkeling zal aansluiten op de bestaande riolering. Op de locatie is enkel een gemengd rioolstelsel aanwezig. Met de gemeente is afgesproken dat het hemelwater wordt aangesloten op de put nabij de supermarkt die vervolgens weer is aangesloten op de duiker. Het hoogheemraadschap heeft per mail aangegeven hiermee akkoord te zijn.
Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie.
Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO
Pagina | 38
(VORMVRIJE) M.E.R-BEOORDELING Algemeen De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU-richtlijn m.e.r. Deze richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r. bestaat een belangrijk onderscheid tussen bijlage C en bijlage D. Voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit bijlage C geldt een m.e.r.-plicht. In bijlage D staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.beoordelingsplicht geldt: er moet beoordeeld worden of sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden, geldt alsnog een m.e.r.-plicht. In bijlage D worden in kolom 2 drempelwaarden gegeven. Indien een ontwikkeling boven de drempelwaarden uitkomt, geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Op het moment dat een ontwikkeling genoemd staat in bijlage D, maar onder de drempelwaarden valt, dient te worden beoordeeld of sprake kan zijn van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze beoordeling vindt plaats middels de zogeheten ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’.
Sinds 16 mei 2017 dient het bevoegd gezag een m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen teneinde vast te stellen of voor een ruimtelijke ontwikkeling kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Hiertoe dient een aanmeldnotitie te worden opgesteld door de initiatiefnemer. Dit volgt uit de implementatie van artikel 1, vierde lid, onder a en b, van Richtlijn 2014/52/EU.
Relatie tot ontwikkeling De ontwikkeling omvat de realisatie van 29 appartementen. Een dergelijke ontwikkeling kan worden getypeerd als stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. Een stedelijk ontwikkelingsproject staat genoemd in bijlage D, onderdeel D11.2 en is m.e.r.-beoordelingsplichtig wanneer het betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Onderhavige ontwikkeling valt daarmee ruim onder de drempelwaarden. Er geldt geen directe m.e.r.-beoordelingsplicht, een vormvrije m.e.r.-beoordeling is wel noodzakelijk. Indien hieruit blijkt dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu niet kunnen worden uitgesloten, geldt alsnog een m.e.r.-beoordelingsplicht. Aanmeldnotitie m.e.r. Ten behoeve van de ontwikkeling is een aanmeldnotitie opgesteld. De aanmeldnotitie met daarin opgenomen de vormvrije m.e.r.-beoordeling van 11 april 2023 is toegevoegd aan de bijlagen bij voorliggende ruimtelijke onderbouwing. Geconcludeerd wordt dat de realisatie van 29 woningen geen significant negatieve milieueffecten met zich meebrengt. Een m.e.r.-beoordeling is derhalve niet noodzakelijk. Op basis van de aanmeldnotitie neemt het bevoegd gezag een m.e.r.-beoordelingsbesluit.
Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO
Pagina | 39
5
BESCHRIJVING UITVOERBAARHEID ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Het project wordt door initiatiefnemer uitgevoerd. De kosten in verband met de realisatie zijn voor rekening van initiatiefnemer. Er is geen aanleiding om aan de economische haalbaarheid van het plan te twijfelen. Ten behoeve van de herontwikkeling aan de Berckheidelaan te Heerhugowaard is een overeenkomst gesloten tussen gemeente Dijk en Waard en initiatiefnemer. Hierin wordt overeengekomen dat op het moment er sprake is van planschade, voortvloeiend uit voorliggende planologische mutatie, deze schade in zijn geheel ten laste komt aan initiatiefnemer.
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID Participatie In februari 2022 is een eerste informatieavond gehouden voor de buurt waarin de plannen zijn getoond. Ook is er contact geweest met de naastgelegen Aldi over onze plannen. Op 12 april 2023 is een tweede informatieavond gehouden in de gymzaal gelegen aan de Rembrandtstraat te Heerhugowaard (grenzend aan het projectgebied). Zowel gemeente Dijk en Waard als Woonwaard zijn hier aanwezig geweest om vragen van belanghebbenden te beantwoorden. Er werden vragen gesteld betreffende zaken als parkeren, bouwhoogte en bezonning. Over deze aspecten worden in de voorliggende ruimtelijke onderbouwing uitgebreid ingegaan. Daarnaast zijn vragen gesteld over de wijze van bouwen (heien) en geluid van installaties/warmtepompen. Hierover is in ieder geval het volgende afgesproken: 1. Funderingssysteem; zorgen over trillingen en schade omdat veel woningen in de omgeving ‘op staal’ zij n gefundeerd. Hierover is toegezegd en afgestemd met de constructeur dat er met grondverdringende boorpalen (DPA palen), wordt gewerkt. 2. Geluid van installaties/ warmtepompen; hierover zijn vragen gesteld m.b.t. welk systeem etc. Wij hebben hierbij aangegeven dat er een warmtepomp systeem in elke woning wordt geplaatst van ± 600 x 600 x 1800 hoog. Deze unit heeft een lucht aanzuig- en een lucht-afblaaskanaal in de gevel.
Hiermee wordt er dus geen geluid aan de buitenzijde van het gebouw geproduceerd.
Planologische procedure Voor deze ontwikkeling wordt tevens de uitgebreide planologische procedure doorlopen. Het is daarom in eerste instantie voor een ieder mogelijk door middel van een inspraakreactie of zienswijze te reageren op het ontwerpbesluit, dat gedurende zes weken ter inzage ligt. Vervolgens staat nog de gang naar de rechtbank en daarna de Raad van State open. Met bovenstaande procedures wordt de maatschappelijke betrokkenheid afdoende gewaarborgd.
Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO
Pagina | 40
6
CONCLUSIE RUIMTELIJKE EN FUNCTIONELE INPASBAARHEID De initiatiefnemer heeft als doel 29 sociale huurwoningen te realiseren. Voor deze ontwikkeling dient een planologische procedure te worden doorlopen. De planologische procedure wordt aan de hand van een omgevingsvergunning doorlopen. Middels voorliggende rapportage is het project gemotiveerd aan relevante beleidskaders en omgevingsaspecten. Tevens is de uitvoerbaarheid van het initiatief getoetst aan de diverse omgevingsaspecten en de bijbehorende regelgeving. Hieruit blijkt dat er geen belemmeringen zijn voor voorgenomen ontwikkeling. De ruimtelijke en functionele inpasbaarheid is daarmee gewaarborgd.
Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO
Pagina | 41
PROJECT 12010 VERKENNEND BODEMONDERZOEK BERCKHEIDELAAN 2 TE HEERHUGOWAARD
Vestiging Kamerik Nijverheidsweg 7 3471 GZ Kamerik t 0348 402103 Vestiging Heerhugowaard Galileistraat 69 1704 SE Heerhugowaard t 072 5729457 Vestiging Steenwijk Oevers 16 8331 VC Steenwijk t 0521 521924 www.grondslag.nl
bodemonderzoek | saneringsbegeleiding | partijkeuringen | waterbodemonderzoek | arbo/veiligheid | wegenbouwadvies
Project 12010
Titel
Verkennend bodemonderzoek Berckheidelaan 2 te Heerhugowaard
Projectleider
Dhr. ing. M.J. Hoedjes
Adviseur
Dhr. C.C. Borst, MSc
Datum rapport
18 oktober 2022
Opdrachtgever
Gemeente Dijk en Waard Parelhof 1 1703 EZ Heerhugowaard
Contactpersoon
Dhr. R. Zwagerman
Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen die zijn opgesteld in de BRL SIKB 2000. Grondslag is door KIWA gecertificeerd voor het verrichten van “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” conform deze BRL. Grondslag BV is als opdrachtnemer onafhankelijk van de opdrachtgever. Tussen beide bestaat geen relatie als bedoeld in paragraaf 3.2.7 van de BRL SIKB 2000.
Project 12010
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING EN DOEL
1
2
TERREINGEGEVENS 2.1 Afbakening onderzoekslocatie 2.2 Historie tot op heden 2.3 Voorgaand onderzoek 2.4 Hypothese en onderzoeksopzet
2 2 2 3 3
3
VELDWERK 3.1 Uitvoering 3.2 Resultaten 3.2.1 Grond 3.2.2 Grondwater
4 4 4 4 4
4
CHEMISCHE ANALYSES 4.1 Analyses grond 4.2 Analyses grondwater
5 5 5
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
6
BIJLAGEN BIJLAGE I BIJLAGE II BIJLAGE III BIJLAGE IV BIJLAGE V
: Kaartmateriaal : Boorbeschrijvingen : Toetsingstabellen : Analysecertificaten : Toetsingskader & Verklarende woordenlijst
1
1
Project 12010
INLEIDING EN DOEL Door Gemeente Dijk en Waard is aan Grondslag opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek op het perceel Berckheidelaan 2 te Heerhugowaard. De aanleiding voor het onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen verkoop van de locatie en tevens de aanvraag van een omgevingsvergunning (bouw). Men is voornemens om een appartementencomplex te realiseren. Het bodemonderzoek is verricht volgens de richtlijnen uit de vigerende versie van de NEN 5740 (Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek) en de onderliggende norm NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek).
2
2
Project 12010
TERREINGEGEVENS Voorafgaand aan het bodemonderzoek is een vooronderzoek conform NEN 5725 verricht. De resultaten van het vooronderzoek zijn verwerkt in dit hoofdstuk. Het vooronderzoek richt zich tevens op de direct aangrenzende percelen.
2.1
Afbakening onderzoekslocatie De locatie staat kadastraal bekend als perceel N-6868. De onderzoekslocatie betreft het gehele perceel en heeft een oppervlak van 2.090 m2. Het perceel is onbebouwd en begroeit met gras. De begrenzing van de onderzoekslocatie is weergegeven op de tekening in bijlage I.
2.2
Historie tot op heden Voor de gegevens zijn de volgende bronnen geraadpleegd: - opdrachtgever - bodeminformatiesysteem omgevingsdienst Noord-Holland Noord o gegevens over ondergrondse tanks o de bodemkwaliteitskaart (BKK) o overzicht bodemonderzoeksrapporten locatie en naaste omgeving - oud kaartmateriaal (www.topotijdreis.nl) - archief Grondslag De locatie bevindt zich in de Schilderswijk te Heerhugowaard. Deze wijk is in de jaren ’70 ontwikkeld. Daarvoor had de locatie een agrarische bestemming (weiland). Vanaf de jaren ’80 tot en met ca. 2011 was er een school aanwezig op het perceel. Op of nabij de locatie zijn, voor zover bekend bij de omgevingsdienst, geen ondergrondse brandstoftanks aanwezig (geweest). Uit historisch kaartmateriaal blijkt dat in de jaren ’60 enkele sloten zijn gedempt ter hoogte van de west-, zuid- en oostgrens van de onderzoekslocatie. Zover bekend is er niet structureel afval gestort of verbrand en is het maaiveld niet opgehoogd. Voor zover bekend zijn er geen (grote) obstakels, zijnde puin, funderingsresten, slakken, sintels en/of asfalt in de bodem aanwezig. Voor zover bekend hebben zich op of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie geen calamiteiten voorgedaan, waardoor mogelijk bodemverontreiniging zou kunnen zijn ontstaan. In de nabije omgeving zijn geen grootschalige gevallen van bodemverontreiniging bekend.
Voor zover bekend hebben er op de locatie geen gebouwen gestaan waar asbesthoudende materialen in zijn verwerkt, hierdoor geldt geen verdenking voor een asbestverontreiniging van de bodem. De locatie bevindt zich binnen zone “Overige woongebieden, bedrijven en buitengebied (B6/O5)” van de bodemkwaliteitskaart van de gemeenten Alkmaar, Bergen, Castricum, Heerhugowaard en Heiloo (oktober 2020). In de bovengrond van deze zone overschrijdt de 95-percentielwaarde voor barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, nikkel, zink, minerale
3
Project 12010
olie, PAK en PCB de (generieke) achtergrondwaarde. In de ondergrond overschrijdt de 95-percentielwaarde voor kobalt, koper, kwik, lood, nikkel, zink, minerale olie, PAK en PCB de (generieke) achtergrondwaarde. 2.3
Voorgaand onderzoek In 2007 en 2010 zijn verkennende bodemonderzoeken uitgevoerd op de onderhavige onderzoekslocatie (Grondslag, kenmerk: 12010, d.d. 05-04-2007; Grondslag, kenmerk: 16914, d.d. 23-11-2010). De aanleidingen voor de onderzoeken waren respectievelijk de aanvragen van een sloop- en bouwvergunning. Met deze onderzoeken zijn in zowel grond als grondwater hooguit lichte verhogingen gemeten. Bij het onderzoek uit 2010 zijn de gedempte sloten onderzocht. Hierbij zijn in het dempingsmateriaal geen verhogingen boven de achtergrondwaarden gemeten. Daarnaast is er in 2013 een partijkeuring uitgevoerd op een groot deel van onderhavige onderzoekslocatie (Grondslag, kenmerk: 16914, d.d. 07-11-2013). De bovengrond is ter plaatse gekeurd tot een diepte van 0,6 m-mv over een oppervlakte van circa 1.160 m². Uit de partijkeuring blijkt dat de gekeurde partij (bovengrond) is beoordeeld als Altijd toepasbaar (schone grond). Het is onbekend of de gekeurde partij grond ooit is ontgraven, maar op basis van het huidige maaiveld bestaat het vermoeden dat dit niet het geval is.
2.4
Hypothese en onderzoeksopzet Voorafgaand aan het bodemonderzoek wordt geen verontreiniging verwacht boven de lokale achtergrondwaarden als opgenomen in de bodemkwaliteitskaart. De locatie wordt aangemerkt als onverdacht. Het onderzoek volgt de "Onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL)" van de NEN 5740. Omdat de slootdempingen reeds in 2010 al zijn onderzocht worden deze nu niet meegenomen in onderhavig (actualiserend) bodemonderzoek. Voor de locatie geldt op basis van het vooronderzoek geen verdenking op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging met asbest. Er wordt geen asbestonderzoek conform NEN 5707 uitgevoerd. Tijdens het veldwerk wordt visueel wel gelet op het voorkomen van asbestverdachte materialen. Opgemerkt dient te worden dat een verkennend bodemonderzoek volgens een steekproefsgewijze opzet wordt uitgevoerd. Tevens dient het bodemonderzoek beschouwd te worden als een tijdelijk vastgestelde status van de bodemkwaliteit ter plaatse. Derhalve kan in bepaalde situaties (bijvoorbeeld bij een toekomstige bestemmingswijziging of aanvraag van een omgevingsvergunning) de geldigheidsduur van het onderzoek beperkt zijn.
Project 12010
4
3
VELDWERK
3.1
Uitvoering Het verrichten van de boringen en het plaatsen van de peilbuis heeft plaatsgevonden op 3 oktober 2022 onder leiding van dhr. R. Dijkstra. Het grondwater is op 12 oktober 2022 bemonsterd door dhr. P.N.M. Boots. Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn twaalf boringen verricht (nrs. 101 t/m 112). De boringen zijn verspreid over de onderzoekslocatie verricht. Boring 106 is voorzien van een peilbuis. De ligging van de boringen en de peilbuis is weergegeven in bijlage I. Alle boringen zijn uitgevoerd tot een minimale diepte van 0,5 m-mv. De boringen 103 en 112 zijn doorgezet tot een diepte van 1,50 m-mv. Boring 106 is doorgezet tot een diepte van 2,40 m-mv.
3.2
Resultaten
3.2.1 Grond Bodemopbouw Vanaf het maaiveld tot een minimale diepte van 2,40 m-mv bestaat de bodem uit zand. De boorprofielen zijn weergegeven in bijlage II. NB: Opgemerkt wordt dat voor dit milieuhygiënisch onderzoek de profielbeschrijvingen gebaseerd zijn op zintuiglijke beoordeling en ‘puntwaarnemingen’ betreffen. In een geroerde bodem kan het profiel soms sterk verschillen in het horizontale en verticale vlak. De profielbeschrijving heeft plaatsgevonden conform de NEN-EN-ISO 14688. Dit kan in sommige situaties een andere classificatie opleveren dan volgens de standaard RAW-bepalingen. Er gelden bijvoorbeeld verschillende definities voor o.a. zand en klei. Hiermee dient rekening te worden gehouden bij het opstellen van bestekken en andere voorbereiding van civieltechnische werkzaamheden. Geadviseerd wordt om zo nodig aanvullend onderzoek te doen conform de standaard RAW-bepalingen, bijvoorbeeld door middel van aanvullende zeefproeven.
Zintuiglijke waarnemingen In de bovengrond ter plaatse van boringen 103 t/m 106 en 110 zijn sporen baksteen waargenomen. Op een diepte van 0,60-0,80 m-mv zijn ter plaatse van boring 112 sporen slib waargenomen. Er is visueel geen asbestverdacht materiaal in of op de bodem aangetroffen. 3.2.2 Grondwater In onderstaande tabel zijn de gegevens vermeld die zijn verzameld tijdens de monstername van het grondwater. Tabel 3.1: Veldwerkgegevens grondwater peilbuis
filterstelling (m-mv)
grondwaterstand (m-mv)
pH
EC (µS/cm)
troebelheid (NTU)
106
1,40-2,40
0,92
6,6
1.800
26,7
Project 12010
5
4
CHEMISCHE ANALYSES De analyses en bewerkingen zijn uitgevoerd door een RvA-geaccrediteerd laboratorium. De analyseresultaten zijn getoetst aan de normwaarden uit de ‘Circulaire Bodemsanering per juli 2013’ en Bijlage B van de ‘Regeling Bodemkwaliteit’. Het toetsingskader is bijgevoegd in bijlage V.
4.1
Analyses grond De analyseresultaten zijn weergegeven in tabel 4.1. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage IV, de toetsing aan de normwaarden in bijlage III. Tabel 4.1: Overschrijdingstabel grond Code Boringen met diepte (m-mv)
Waarnemingen
Analyseparameters
Overschrijding
MM1 103 (0,00-0,50) 104 (0,00-0,50) 105 (0,00-0,50) 106 (0,00-0,50) 110 (0,00-0,50)
baksteen+ baksteen+ baksteen+ baksteen+ baksteen+
Indicatieve toetsing BBK en ‘voorlopige’ veiligheidsklasse (vhk)*
>AW
>T
>I
NEN-g
-
-
-
altijd toepasbaar, geen vhk
MM2 101 (0,00-0,40) 102 (0,00-0,40) 107 (0,00-0,30) 108 (0,00-0,50) 111 (0,00-0,20)
NEN-g
Co, Ni
-
-
altijd toepasbaar, geen vhk
MM3 106 (0,60-1,10) 106 (1,10-1,60) 112 (0,60-0,80)
NEN-g
-
-
-
altijd toepasbaar, geen vhk
slib+
waarneming : + (sporen/zwak), ++ (matig), +++ (sterk), ++++ (uiterst) vhk* : voor de definitieve veiligheidsklasse is het oordeel van een veiligheidskundige noodzakelijk
Mengmonsters van de boven- en ondergrond zijn geanalyseerd op het standaard NEN-pakket. Door middel van dit analysepakket wordt een breed beeld verkregen van de kwaliteit van de grond. In de mengmonsters MM1 van de zwak baksteenhoudende bovengrond en MM3 van de ondergrond zijn geen verhogingen boven de achtergrondwaarden gemeten. In het mengmonster MM2 van de zintuigelijk schone bovengrond zijn lichte verhogingen aan kobalt en nikkel gemeten. 4.2
Analyses grondwater De analyseresultaten van het grondwater zijn weergegeven in tabel 4.2. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage IV, de toetsing aan de normwaarden in bijlage III. Tabel 4.2: Overschrijdingstabel grondwater Peilbuis
Filtertraject (m-mv)
Analyseparameters
Overschrijding >S
>T
>I
106
1,40-2,40
NEN-gw
-
-
-
Het grondwater is geanalyseerd op het standaard NEN-pakket. Op deze wijze wordt een breed beeld verkregen van de grondwaterkwaliteit. In het grondwater zijn geen verhogingen van boven de streefwaarden gemeten.
6
5
Project 12010
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie perceel N-6868, voormalig Berckheidelaan 2 te Heerhugowaard, is vastgelegd. De gestelde hypothese dat geen verontreiniging wordt verwacht boven de lokale achtergrondwaarden als opgenomen in de bodemkwaliteitskaart is bevestigd. In de grond zijn hoogstens lichte verhogingen aan kobalt en nikkel gemeten. In het grondwater zijn geen verhogingen van boven de streefwaarden gemeten. Er is geen aanleiding om een aanvullend onderzoek te verrichten. De onderzoeksresultaten vormen ons inziens geen belemmeringen voor de afgifte van een omgevingsvergunning. De afgifte van de omgevingsvergunning blijft echter een beleidsmatige afweging van de gemeente zelf. Tijdens het onderzoek zijn geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van een verontreiniging met asbest. De hypothese van een asbestonverdachte locatie wordt gehandhaafd.
BIJLAGE I
12
3 N 1606
N 1589
N 4481
24E N 1624
24G
24I N 1653 N 1654N 2459 N 2460N 1656 N 1657
6
8
N 1578
24H
N
24J
N 1642
N 3706
10
24F
12
12L
10
8
12
N 1641
1
12J
N 1623
1
N 1588
12K N 6073N 607412I 12M N 3808N 2457 N 2458N 1619 N 1620 12H
14
3 12G
10
Weenixlaan
1577
N 1640
N 1625
N 1590 N 1594
N 4480
N 1596
6 N 1597
6
15
17
19
7
Berckheidelaan
21
23
19B N 1630
N 1584
N 1633
Overzichtskaart
N 1628
6
13
N 1627
N 1631
4
N 1595
N 1629
N 1632
2
N 1592 N 1593
N 1634
N 1626
11
4
9
2
7
Bloemaertlaan
5
2
4
3
8
N 1598
1
N 1591
Berckheidelaan
N 4824
112 111
108
N 6831
6-6A
110
109
N 3322
N 6069
4
N 5303
107 N 6868
26
N 4927
28
N 1562
1556 N 1558 N 1557
N 1563 N 3777
47
N 1559
106
105 104
Rembrandtstraat
N 1561
51
24
49
22
53
N 1560
N 6939
101
102
103
N 3778
N 7016
- boorpunt - boorpunt met peilbuis - onderzoekslocatie - perceelsgrens N 6868 - perceelsgrens
44
N 1565
Legenda
45
N 1564
43
19
0
5
10
N 1566
41
17
BOORPUNTENKAART
15
20m
Schaal : 1:500
Formaat : A3
Opdrachtgever: Gemeente Dijk en Waard
N 5301
Project : Berckheidelaan 2 te Heerhugowaard Project nummer: 12010
Naam : 12010tek.dwg
Initialen : MM
Datum : 10/10/2022
N 7017
van Goghstraat Kamerik van Goghstraat
0348-402103 P:\10000-19999\12000-12099\12010\2022-09-VO\4 kaartmateriaal\12010tek.dwg
Heerhugowaard 072-5729457
Steenwijk 0521-521924
BIJLAGE II
Meetpunt: 101
Meetpunt: 102
Opmerking: Maaiveld “braak” hier hebben rijplaten gelegen Type: boring 0
0
2
40 50
Zand, matig grof, zwak siltig, neutraalgrijs
Meetpunt: 103 Type:
Type:
0
gras
50
3
40 50
Zand, matig grof, zwak siltig, grijsbeige
boring 0
0
Zand, zeer fijn, matig humeus, matig siltig, sporen roest, sporen baksteen, grijsbruin
1
2
2
50
gras Zand, zeer fijn, matig humeus, matig siltig, sporen roest, grijsbruin
1
Type:
50
0
0
Meetpunt: 104
boring
0
boring
Zand, zeer fijn, matig humeus, matig siltig, sporen roest, grijsbruin
1 50
braak
70 90
gras Zand, zeer fijn, matig humeus, matig siltig, sporen roest, sporen baksteen, grijsbruin, Geroerd
1 50
50 Zand, matig grof, zwak siltig, grijsbeige Zand, zeer fijn, zwak roesthoudend, licht grijsbruin Zand, zeer fijn, sterk siltig, lichtgrijs
100 4
150
150
Meetpunt: 105 Type:
Meetpunt: 106
boring
Type: 0
0
50
peilbuis 0
0
Zand, zeer fijn, matig humeus, matig siltig, sporen roest, sporen baksteen, grijsbruin
1 50
gras
Zand, zeer fijn, matig humeus, matig siltig, sporen roest, sporen baksteen, grijsbruin
1 50
gras
60
Zand, matig grof, zwak siltig, licht grijsbeige 3 100
110
Zand, zeer fijn, matig siltig, lichtgrijs 4 150 170
Zand, zeer fijn, matig siltig, grijs 200
6
7
Projectnaam: Berckheidelaan 2 te Heerhugowaard
240
Projectnummer:
12010
getekend volgens NEN-EN-ISO 14688
Meetpunt: 107 Type:
Meetpunt: 108
boring
Type:
0
0
gras
30
Zand, matig fijn, matig humeus, matig siltig, sporen roest, donker grijsbruin
1 2 50
50
Zand, zeer fijn, matig siltig, sporen roest, licht grijsbruin
Meetpunt: 109 Type:
0
gras
50
50
3
gras Zand, zeer fijn, matig humeus, matig siltig, sporen roest, sporen baksteen, sporen grind, grijsbruin
1
Type:
2
0
0
50
Meetpunt: 112
boring
1
boring
50
Meetpunt: 111
0
50
50
Zand, zeer fijn, matig humeus, matig siltig, sporen roest, sporen schelpen, grijsbruin
1
Type:
gras Zand, zeer fijn, matig humeus, matig siltig, sporen roest, sporen schelpen, grijsbruin
1
Type:
50
0
0
Meetpunt: 110
boring
0
boring
0
gras
20
Zand, zeer fijn, matig humeus, matig siltig, donker grijsbruin
40 50
Zand, matig fijn, matig siltig, sporen roest, grijsbeige, Geroerd
boring
0 1
0
gras
20
Zand, matig fijn, matig humeus, matig siltig, donker grijsbruin
2 50
Zand, zeer fijn, matig siltig, grijs
60
3
80
Zand, zeer fijn, matig siltig, sporen roest, licht grijsbruin Zand, matig fijn, matig siltig, sporen slib, grijs Zand, zeer fijn, matig siltig, lichtgrijs
100
4
5 150
Projectnaam: Berckheidelaan 2 te Heerhugowaard
150
Projectnummer:
12010
getekend volgens NEN-EN-ISO 14688
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand
bentoniet afdichting
filter
BIJLAGE III
Project
12010-Berckheidelaan 2 te Heerhugowaard
Certificaten
1421297
Toetsing
T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb
Toetsversie
BoToVa 3.1.0
Toetsdatum: 12 oktober 2022 14:12
Monsterreferentie
7357966
Monsteromschrijving
MM1 103 (0-50) 104 (0-50) 105 (0-50) 106 (0-50) 110 (0-50)
Analyse
Eenheid
Analyseres.
Gestand.Res. Toetsoordeel
AW
T
I
920
Lutum/Humus Organische stof
% (m/m ds)
4.7
10
Lutum
% (m/m ds)
2.2
25
%
77.6
77.6
@
Droogrest droge stof
Metalen ICP-AES barium (Ba)
mg/kg ds
30
110
@
190
555
cadmium (Cd)
mg/kg ds
< 0.2
< 0.21
-
0.6
6.8
13
kobalt (Co)
mg/kg ds
3.5
12
-
15
102.5
190
koper (Cu)
mg/kg ds
6
11
-
40
115
190
kwik (Hg) (niet vluchtig)
mg/kg ds
0.08
0.11
-
0.15
18.075
36
lood (Pb)
mg/kg ds
14
21
-
50
290
530
molybdeen (Mo)
mg/kg ds
< 1.5
< 1.0
-
1.5
95.75
190
nikkel (Ni)
mg/kg ds
10
29
-
35
67.5
100
zink (Zn)
mg/kg ds
41
90
-
140
430
720
mg/kg ds
< 35
< 52
-
190
2595
5000
naftaleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fenantreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
anthraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fluoranteen
mg/kg ds
0.06
0.06
benzo(a)antraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
chryseen
mg/kg ds
0.05
0.05
benzo(k)fluoranteen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(a)pyreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
indeno(1,2,3-cd)pyreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
mg/kg ds
0.39
0.39
-
1.5
20.75
40
PCB - 28
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0015
PCB - 52
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0015
PCB - 101
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0015
PCB - 118
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0015
PCB - 138
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0015
PCB - 153
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0015
PCB - 180
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0015
mg/kg ds
0.005
< 0.010
-
0.02
0.51
1
Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)
Polycyclische koolwaterstoffen
Sommaties som PAK (10)
Polychloorbifenylen
Sommaties som PCBs (7)
Pagina 1 van 3
Pagina 2 van 3 Monsterreferentie
7357967
Monsteromschrijving
MM2 101 (0-40) 102 (0-40) 107 (0-30) 108 (0-50) 111 (0-20)
Analyse
Eenheid
Analyseres.
Gestand.Res. Toetsoordeel
AW
T
I
920
Lutum/Humus Organische stof
% (m/m ds)
6.6
10
Lutum
% (m/m ds)
5.3
25
%
74.2
74.2
@
Droogrest droge stof
Metalen ICP-AES barium (Ba)
mg/kg ds
34
93
@
190
555
cadmium (Cd)
mg/kg ds
< 0.2
< 0.19
-
0.6
6.8
13
kobalt (Co)
mg/kg ds
5.9
15
1.0 AW
15
102.5
190
koper (Cu)
mg/kg ds
7.3
12
-
40
115
190
kwik (Hg) (niet vluchtig)
mg/kg ds
0.07
0.09
-
0.15
18.075
36
lood (Pb)
mg/kg ds
16
22
-
50
290
530
molybdeen (Mo)
mg/kg ds
< 1.5
< 1.0
-
1.5
95.75
190
nikkel (Ni)
mg/kg ds
16
37
1.0 AW
35
67.5
100
zink (Zn)
mg/kg ds
57
110
-
140
430
720
mg/kg ds
< 35
< 37
-
190
2595
5000
naftaleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fenantreen
mg/kg ds
0.08
0.08
anthraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fluoranteen
mg/kg ds
0.13
0.13
benzo(a)antraceen
mg/kg ds
0.06
0.06
chryseen
mg/kg ds
0.13
0.13
benzo(k)fluoranteen
mg/kg ds
0.06
0.06
benzo(a)pyreen
mg/kg ds
0.06
0.06
benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
0.07
0.07
indeno(1,2,3-cd)pyreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
mg/kg ds
0.7
0.70
-
1.5
20.75
40
PCB - 28
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0011
PCB - 52
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0011
PCB - 101
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0011
PCB - 118
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0011
PCB - 138
mg/kg ds
0.001
0.0015
PCB - 153
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0011
PCB - 180
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0011
mg/kg ds
0.005
0.0079
-
0.02
0.51
1
Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)
Polycyclische koolwaterstoffen
Sommaties som PAK (10)
Polychloorbifenylen
Sommaties som PCBs (7)
Pagina 2 van 3
Pagina 3 van 3 Monsterreferentie
7357968
Monsteromschrijving
MM3 106 (60-110) 106 (110-160) 112 (60-80)
Analyse
Eenheid
Analyseres.
Gestand.Res. Toetsoordeel
AW
T
I
920
Lutum/Humus Organische stof
% (m/m ds)
1.3
10
Lutum
% (m/m ds)
1.6
25
%
79.4
79.4
@
Droogrest droge stof
Metalen ICP-AES barium (Ba)
mg/kg ds
< 20
< 54
@
190
555
cadmium (Cd)
mg/kg ds
< 0.2
< 0.24
-
0.6
6.8
13
kobalt (Co)
mg/kg ds
<3
< 7.4
-
15
102.5
190
koper (Cu)
mg/kg ds
<5
< 7.2
-
40
115
190
kwik (Hg) (niet vluchtig)
mg/kg ds
< 0.05
< 0.05
-
0.15
18.075
36
lood (Pb)
mg/kg ds
< 10
< 11
-
50
290
530
molybdeen (Mo)
mg/kg ds
< 1.5
< 1.0
-
1.5
95.75
190
nikkel (Ni)
mg/kg ds
6
18
-
35
67.5
100
zink (Zn)
mg/kg ds
< 20
< 33
-
140
430
720
mg/kg ds
< 35
< 120
-
190
2595
5000
naftaleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fenantreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
anthraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fluoranteen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(a)antraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
chryseen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(k)fluoranteen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(a)pyreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
indeno(1,2,3-cd)pyreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
mg/kg ds
0.35
< 0.35
-
1.5
20.75
40
PCB - 28
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
PCB - 52
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
PCB - 101
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
PCB - 118
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
PCB - 138
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
PCB - 153
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
PCB - 180
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
mg/kg ds
0.005
< 0.024
-
0.02
0.51
1
Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)
Polycyclische koolwaterstoffen
Sommaties som PAK (10)
Polychloorbifenylen
Sommaties som PCBs (7) Legenda @
Geen toetsoordeel mogelijk
-
<= Achtergrondwaarde
x AW
x maal Achtergrondwaarde
N.B.
De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
Pagina 3 van 3
Project
12010-Berckheidelaan 2 te Heerhugowaard
Certificaten
1421297
Toetsing
T.1 - Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de bodem BoToVa 3.1.0
Toetsversie Monsterreferentie
7357966
Monsteromschrijving
MM1 103 (0-50) 104 (0-50) 105 (0-50) 106 (0-50) 110 (0-50)
Analyse
Eenheid
Analyseres.
Gestand.Res. Toetsoordeel
Toetsdatum: 12 oktober 2022 14:13
AW
WO
IND
Lutum/Humus Organische stof
% (m/m ds)
4.7
10
Lutum
% (m/m ds)
2.2
25
%
77.6
77.6
@
Droogrest droge stof
Metalen ICP-AES barium (Ba)
mg/kg ds
30
110
@
cadmium (Cd)
mg/kg ds
< 0.2
< 0.21
-
0.6
1.2
4.3
kobalt (Co)
mg/kg ds
3.5
12
-
15
35
190
koper (Cu)
mg/kg ds
6
11
-
40
54
190
kwik (Hg) (niet vluchtig)
mg/kg ds
0.08
0.11
-
0.15
0.83
4.8
lood (Pb)
mg/kg ds
14
21
-
50
210
530
molybdeen (Mo)
mg/kg ds
< 1.5
< 1.0
-
1.5
88
190
nikkel (Ni)
mg/kg ds
10
29
-
35
39
100
zink (Zn)
mg/kg ds
41
90
-
140
200
720
mg/kg ds
< 35
< 52
-
190
190
500
naftaleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fenantreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
anthraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fluoranteen
mg/kg ds
0.06
0.06
benzo(a)antraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
chryseen
mg/kg ds
0.05
0.05
benzo(k)fluoranteen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(a)pyreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
indeno(1,2,3-cd)pyreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
mg/kg ds
0.39
0.39
-
1.5
6.8
40
PCB - 28
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0015
PCB - 52
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0015
PCB - 101
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0015
PCB - 118
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0015
PCB - 138
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0015
PCB - 153
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0015
PCB - 180
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0015
mg/kg ds
0.005
< 0.010
-
0.02
0.04
0.5
Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)
Polycyclische koolwaterstoffen
Sommaties som PAK (10)
Polychloorbifenylen
Sommaties som PCBs (7)
Toetsoordeel monster 7357966:
Pagina 1 van 3
Altijd toepasbaar
Pagina 2 van 3 Monsterreferentie
7357967
Monsteromschrijving
MM2 101 (0-40) 102 (0-40) 107 (0-30) 108 (0-50) 111 (0-20)
Analyse
Eenheid
Analyseres.
Gestand.Res. Toetsoordeel
AW
WO
IND
Lutum/Humus Organische stof
% (m/m ds)
6.6
10
Lutum
% (m/m ds)
5.3
25
%
74.2
74.2
@
@
Droogrest droge stof
Metalen ICP-AES barium (Ba)
mg/kg ds
34
93
cadmium (Cd)
mg/kg ds
< 0.2
< 0.19
-
0.6
1.2
4.3
kobalt (Co)
mg/kg ds
5.9
15
WO
15
35
190
koper (Cu)
mg/kg ds
7.3
12
-
40
54
190
kwik (Hg) (niet vluchtig)
mg/kg ds
0.07
0.09
-
0.15
0.83
4.8
lood (Pb)
mg/kg ds
16
22
-
50
210
530
molybdeen (Mo)
mg/kg ds
< 1.5
< 1.0
-
1.5
88
190
nikkel (Ni)
mg/kg ds
16
37
WO
35
39
100
zink (Zn)
mg/kg ds
57
110
-
140
200
720
mg/kg ds
< 35
< 37
-
190
190
500
naftaleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fenantreen
mg/kg ds
0.08
0.08
anthraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fluoranteen
mg/kg ds
0.13
0.13
benzo(a)antraceen
mg/kg ds
0.06
0.06
chryseen
mg/kg ds
0.13
0.13
benzo(k)fluoranteen
mg/kg ds
0.06
0.06
benzo(a)pyreen
mg/kg ds
0.06
0.06
benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
0.07
0.07
indeno(1,2,3-cd)pyreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
mg/kg ds
0.7
0.70
-
1.5
6.8
40
PCB - 28
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0011
PCB - 52
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0011
PCB - 101
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0011
PCB - 118
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0011
PCB - 138
mg/kg ds
0.001
0.0015
PCB - 153
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0011
PCB - 180
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0011
mg/kg ds
0.005
0.0079
-
0.02
0.04
0.5
Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)
Polycyclische koolwaterstoffen
Sommaties som PAK (10)
Polychloorbifenylen
Sommaties som PCBs (7)
Toetsoordeel monster 7357967:
Pagina 2 van 3
Altijd toepasbaar
Pagina 3 van 3 Monsterreferentie
7357968
Monsteromschrijving
MM3 106 (60-110) 106 (110-160) 112 (60-80)
Analyse
Eenheid
Analyseres.
Gestand.Res. Toetsoordeel
AW
WO
IND
Lutum/Humus Organische stof
% (m/m ds)
1.3
10
Lutum
% (m/m ds)
1.6
25
%
79.4
79.4
@
Droogrest droge stof
Metalen ICP-AES barium (Ba)
mg/kg ds
< 20
< 54
@
cadmium (Cd)
mg/kg ds
< 0.2
< 0.24
-
0.6
1.2
4.3
kobalt (Co)
mg/kg ds
<3
< 7.4
-
15
35
190
koper (Cu)
mg/kg ds
<5
< 7.2
-
40
54
190
kwik (Hg) (niet vluchtig)
mg/kg ds
< 0.05
< 0.05
-
0.15
0.83
4.8
lood (Pb)
mg/kg ds
< 10
< 11
-
50
210
530
molybdeen (Mo)
mg/kg ds
< 1.5
< 1.0
-
1.5
88
190
nikkel (Ni)
mg/kg ds
6
18
-
35
39
100
zink (Zn)
mg/kg ds
< 20
< 33
-
140
200
720
mg/kg ds
< 35
< 120
-
190
190
500
naftaleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fenantreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
anthraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fluoranteen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(a)antraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
chryseen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(k)fluoranteen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(a)pyreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
indeno(1,2,3-cd)pyreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
mg/kg ds
0.35
< 0.35
-
1.5
6.8
40
PCB - 28
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
PCB - 52
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
PCB - 101
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
PCB - 118
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
PCB - 138
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
PCB - 153
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
PCB - 180
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
mg/kg ds
0.005
< 0.024
-
0.02
0.04
0.5
Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)
Polycyclische koolwaterstoffen
Sommaties som PAK (10)
Polychloorbifenylen
Sommaties som PCBs (7)
Toetsoordeel monster 7357968: Legenda @
Geen toetsoordeel mogelijk
-
<= Achtergrondwaarde
WO
Wonen
Pagina 3 van 3
Altijd toepasbaar
Project
12010-Berckheidelaan 2 te Heerhugowaard
Certificaten
1426375
Toetsing
T.13 - Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb
Toetsversie
BoToVa 2.1.0