CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Rekenkameronderzoek Voorbereiden op extreme regenval

Gemeenteraad 16 juni 2026, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Rekenkamerrapport Waterveiligheid - Gemeenteraad19.826 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Conclusies en aanbevelingen en bevindingenrapport Definitief 3.0

Voorbereiden op extreme regenval Rekenkameronderzoek gemeente Dijk en Waard

Rekenkamer gemeente Dijk en Waard 16 maart 2026

Rekenkameronderzoek Extreme regenval

Colofon Rapporttitel

Voorbereiden op extreme regenval. Rekenkameronderzoek gemeente Dijk en Waard

Opdrachtgever 

Rekenkamer gemeente Dijk en Waard

Adviseur(s) 

Marthe van Russen Groen, m.vanrussengroen@ambient.nl

Gert Dekker, g.dekker@ambient.nl

Kwaliteitscontrole 

Gert Dekker

Ons projectnummer 

P25042

Datum 

16 maart 2026

Versie 

Definitief 3.0

Ambiënt Advies BV

Arthur van Schendelstraat 550, 3511 MH Utrecht Postbus 255, 3500 AG Utrecht Website: http://www.ambient.nl/

Pagina 2 van 59

Rekenkameronderzoek Extreme regenval

Inhoudsopgave Deel II 1

Inleiding ........................................................................................................... 4

2

Opgave: omgaan met extreme regenval ............................................................. 10

3

Landelijke beleidskaders ................................................................................... 11

4

Wie doet wat: preventie .................................................................................... 13

5

Wie doet wat: de overige vier lagen van meerlaagsveiligheid ................................. 16

Deel II 6

Inzicht in kwetsbaarheden ................................................................................. 19

7

Ambities en beleid ............................................................................................ 26

8

Uitvoering en praktijk ....................................................................................... 33

Conclusies en aanbevelingen Conclusies

………………………………………………………………………………………………………………………………42

Aanbevelingen .......................................................................................................... 45

Bijlagen Bijlage 1 – Maatlat Klimaatadaptieve Bouw .................................................................. 48 Bijlage 2 – Verantwoording Rekenkameronderzoek ....................................................... 51 Bijlage 3 – Deelvragen en normenkader rapportdeel II .................................................. 54 Bijlage 4 – Doelen en maatregelen gemeente Dijk en Waard (zelfstandig of aansluitend bij partners) op thema’s extreme neerslag en overstroming................................................ 56

Pagina 3 van 59

Rekenkameronderzoek Extreme regenval

1

Inleiding

1.1 Aanleiding en hoofdvraag Door klimaatverandering neemt de kans op extreme regenval toe. Extreme regenval kan leiden tot wateroverlast, overstromingen en schade. De gemeente Dijk en Waard is hier kwetsbaar voor: de lage ligging, de bodemgesteldheid (kleigrond) en de bevolkingsdichtheid vergroten het risico op wateroverlast en overstromingen1. De Rekenkamer van de gemeente Dijk en Waard wil weten in hoeverre de gemeente zich voorbereidt op extreme regenval volgens het concept van meerlaagsveiligheid (uitgelegd in Hoofdstuk 3 van dit rapport). In hoeverre voert de gemeente beleid om haar inwoners te beschermen tegen de gevolgen van extreme regenval?

1.2 Rapportage en werkwijze Deze rapportage geeft de bevindingen van het rekenkameronderzoek, met de volgende opbouw.

Deel I Het eerste rapportdeel is inleidend. Het geeft een beschrijving van de opgave van extreme regenval (Hoofdstuk 2) en van het wettelijk en organisatorisch kader: wat is meerlaagsveiligheid (Hoofdstuk 3)? Welke verantwoordelijkheden hebben de gemeente en andere partijen hierin (Hoofdstuk 4 en Hoofdstuk5)? Deel I is geschreven aan de hand van een analyse van gedocumenteerd landelijke beleid, wet- en regelgeving. Deel I vormt een opstap naar het tweede deel, waarin specifiek de beoordeling van het beleid van de gemeente Dijk en Waard plaatsvindt.

Deel II Het tweede deel vormt de kern van het rekenkameronderzoek. Het onderzoekt de inzet van de gemeente Dijk en Waard op het vlak van waterveiligheid bij extreme regenval. In hoeverre heeft de gemeente inzicht in de mogelijke gevolgen van extreme regenval (Hoofdstuk 6)? Welke ambities en beleid heeft de gemeente vastgesteld (Hoofdstuk 7)? Hoe geeft de gemeente hier uitvoering aan (Hoofdstuk 8)? We gaan hierbij in op een aantal deelvragen en normen waaraan we het beleid van de gemeente toetsen (zie voor het complete overzicht Bijlage 3). Deze vragen en normen heeft Ambient samen met de Rekenkamer van de gemeente vastgesteld.

Methode Om tot de bevindingen van dit onderzoek te komen, heeft Ambient in de periode mei en juni 2025 opgevraagde documenten bestudeerd en betrokken medewerkers van de gemeente en van partnerorganisaties (waterschap en veiligheidsregio) geïnterviewd. Voor een volledig overzicht van onze onderzoeksmethode en -bronnen, zie Bijlage 2.

Volgens provinciale gegevens uit 2024 heeft Dijk en Waard het hoogste overstromingsrisico van de provincie Noord-Holland (cijfers.noord-holland.nl): namelijk gemiddeld 9,4 getroffen inwoners per hectare bij een overstroming van een middelgrote kans (1/100 jaar). Belangrijke kanttekening is dat dit cijfer niet meer actueel is, omdat de gemeente in 2024 een nieuw gemaal heeft aangelegd (zoals besproken in H8). Niettemin blijft de gemeente risicovol voor wateroverlast en overstromingen in een mate die geldt voor alle verstedelijkte laaggelegen gebieden in Noord-Holland en Zuid-Holland (zie d e risicokaart overstromingen 2025). 1

Pagina 4 van 59

Rekenkameronderzoek Extreme regenval

Acties en beleid van de gemeente van na juni 2025 zijn niet meegenomen in het bevindingenrapport (Deel I en Deel II van dit rapport). Voor zover wij op de hoogte zijn van relevante ontwikkelingen van na juni 2025, benoemen we dit in voetnoten. De laatste ontwikkelingen zijn wel meegenomen in de conclusies en aanbevelingen, die in maart 2026 samen met de Rekenkamer zijn opgesteld.

1.3 Doel De aanbevelingen zijn gericht aan het college van B&W en de raad van de gemeente Dijk en Waard. Het doel van het rekenkameronderzoek is namelijk het opleveren van leereffecten voor het college en voor de raad. Het gaat erom hen inzicht te bieden in de mate waarop de gemeente voorbereid is op extreme regenval, en handvatten te geven voor (bij)sturing voor de toekomst.

1.4 Leeswijzer Dit rapport heeft de volgende opbouw. Het begint met een samenvatting van Deel I en een samenvatting van Deel II van het bevindingenrapport. Dan volgt het bevindingenrapport Deel I (H 2 t/m 5), en het bevindingenrapport Deel II (H6 t/m 8). Direct daarna presenteren we de conclusies en aanbevelingen die we op basis van de bevindingen geformuleerd hebben. Tot slot volgen de bijlagen.

Pagina 5 van 59

Rekenkameronderzoek Extreme regenval

S AMENVATTING D EEL I: L ANDELIJKE KADERS Opgave: omgaan met extreme regenval (Hoofdstuk 2) Met klimaatverandering neemt de kans op extreme regenval toe. Extreme regenval kan leiden tot wateroverlast, bijvoorbeeld door binnendringend regen- of grondwater in woningen. Of erger, door volledig overstroomde wijken of gebieden. Samen met andere overheden en burgers staan gemeenten voor de opgave zich hierop voor te bereiden. Landelijke beleidskaders (Hoofdstuk 3) Overheden werken al sinds 2011 aan deze opgave middels het Deltaprogramma. Wateroverlast bij extreem zware regen, zoals destijds in Limburg, is niet volledig te voorkomen. Deze mate van regenval overschrijdt de grens van wat het watersysteem kan verwerken. Wel kan men proberen met goede voorbereiding de schade en slachtoffers te beperken, door naast preventie te werken aan waterbewustzijn, gevolgbeperking, crisisbeheersing en duurzaam herstel. Samen vormen deze de vijf lagen van meerlaagsveiligheid, zoals in 2022 geïntroduceerd door De Beleidstafel Wateroverlast en Hoogwater. Wie doet wat: preventie (Hoofdstuk 4) Preventie betreft het voorkomen van wateroverlast door een slimme inrichting van het watersysteem en de ruimtelijke ordening. Hierin hebben de overheden een eigen wettelijke taak: 

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de inrichting van het bebouwd gebied (riolering en stedelijke inrichting). Gemeenten kunnen de openbare ruimte zelf inrichten en privaat terrein beïnvloeden met regels, contracten, subsidies en campagnes (§4.1).

Particulieren zijn in beginsel zelf verantwoordelijk voor de verwerking van overtollig regenwater op eigen terrein en bescherming tegen wateroverlast. Pas als een perceeleigenaar redelijkerwijs het regen- en grondwater niet meer kan verwerken, moet de gemeente het afvoeren (§4.2).

Waterschappen zijn verantwoordelijk voor de inrichting en het waterpeil van het regionale watersysteem (incl. oppervlaktewater in de gebouwde omgeving). Dit betekent onder meer: het aanleggen en onderhouden van keringen en watergangen (§4.3).

Provincies leggen normen op aan waterschappen. Normen die aangeven tot welke overstromingskans (door regen en hoogwater) een gebied beschermd moet zijn tegen overstroming (§4.4).

Het Rijk is verantwoordelijk voor de inrichting van het hoofdwatersysteem (kust, IJsselmeer en grote rivieren en kanalen) en het voorkomen van overstroming hiervan (§4.5).

Wie doet wat: de overige vier lagen van meerlaagsveiligheid (Hoofdstuk 5) Voor de overige vier lagen zijn de verantwoordelijkheden en taken minder afgebakend: 

Waterbewustzijn: het bewustzijn onder overheden, burgers en bedrijven van de risico’s van wateroverlast en overstroming en de mogelijke voorbereidingen op die risico’s. Met name het Rijk, waterschappen en gemeenten zetten hierop in (§5.1).

Gevolgbeperking: de ruimte slim inrichten om schade door wateroverlast te beperken. Denk aan belangrijke voorzieningen toewijzen aan veilige locaties, of gebouwen verhoogd construeren. Gemeenten hebben hiervoor dezelfde instrumenten als voor preventie. Ook provincies en particulieren hebben verantwoordelijkheden (§5.2).

Crisisbeheersing: de actie tijdens of net voor een situatie van extreme wateroverlast. Beperkt de crisis zich tot één gemeente dan heeft de gemeente zelf de regie – met ondersteuning van mensen en middelen van het waterschap en de Veiligheidsregio (§5.3).

Herstel: het herstellen van schade door wateroverlast, op zo’n manier dat de kans op schade afneemt. Bijvoorbeeld, een beschadigde parketvloer vervangen door een tegelvloer. Hierin hebben de diverse partijen opnieuw een verantwoordelijkheid (§5.4).

Pagina 6 van 59

Rekenkameronderzoek Extreme regenval

S AMENVATTING D EEL II: BEVINDINGEN GEMEENTELIJK BELEID Inzicht in kwetsbaarheden (Hoofdstuk 6) De gemeente Dijk en Waard heeft inzicht in de kwetsbaarheden voor extreme regenval door eigen analyses: de hydrologische modellen en de stresstesten (uit 2019 en 2025). Verder heeft de gemeente toegang tot regionale en bovenregionale analyses van het waterschap en van de Veiligheidsregio. De gemeenteraad wordt geïnformeerd over inzichten in risico’s middels de stresstesten (elke zes jaar) en op projectbasis (bij gebiedsplannen). Ambities en beleid (Hoofdstuk 7) De gemeente Dijk en Waard heeft duidelijke doelen en maatregelen die passen bij de preventie en waterbewustzijn. Voor gevolgbeperking en crisisbeheersing heeft de gemeente geen expliciete doelen en maatregelen opgesteld, hoewel ze wel acties neemt die hierbij passen (zie Hoofdstuk 8). De gemeente zet momenteel niet in op doelen of maatregelen die passen bij de herstel. Het beleid is goed afgestemd binnen de regio, en is voorzien van passend budget en middelen. De gemeenteraad heeft het beleid formeel vastgesteld. Raadsleden dienen echter betrekkelijk weinig vragen of verzoeken in op het onderwerp extreme regenval of klimaatverandering in brede zin.

Uitvoering en praktijk (Hoofdstuk 8) Het beleid dat past bij de lagen waterbewustzijn, preventie en gevolgbeperking wordt met name uitgevoerd door teams onder het domein “Ruimte” van de gemeente (§8.3). Het beleid dat past bij de laag crisisbeheersing wordt uitgevoerd door het team “Veiligheid” uit een ander domein. Voor waterbewustzijn en communicatie is het team “Communicatie” eveneens belangrijk. De voortgang is als volgt (§8.2):

Eigen medewerkers. Bewustzijn van klimaatadaptatie wordt uitgedragen en groeit binnen de organisatie. In de praktijk komt het wel nog vaak aan op koplopers, om 0. Water bewustzijn

klimaatadaptatie zo goed mogelijk in planontwikkelingen te borgen. Burgers en ondernemers. In de pers en op de website staat informatie over wat inwoners zelf kunnen doen aan hun eigen woning/gebouw. Voor dergelijke maatregelen aan particuliere huizen is sinds juli een subsidie beschikbaar. Verder was er een festival/campagne over het belang van water, hoewel het bereik hiervan beperkt was. Openbare ruimte en stedelijk watersysteem. Klimaatadaptatie is vast onderdeel van gebiedsvisies. Klimaatadaptief ontwerp is geborgd in normen in het Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR). Deze normen geven soms echter dilemma’s in de uitvoering, en niet alle projectleiders hebben er volledig begrip van en aandacht voor. Ook is er nog geen monitoringssysteem waarin klimaatadaptieve infrastructuur (en de effecten daarvan) wordt bijgehouden. Beïnvloeding private ruimte. Een subsidieregeling is beschikbaar voor klimaatadaptieve

1. Preventie

maatregelen voor particulieren. Regels voor in het omgevingsplan zijn in voorbereiding. Ook is er een nieuw format voor privaatrechtelijke overeenkomsten met klimaateisen. Voor oude lopende contracten gelden klimaateisen niet of minder, en is de gemeente meer aangewezen op overtreding en afstemming. Nog niet uitgevoerd is het opstellen van een toezicht- en handhavingsstrategie, en de gemeente heeft weinig personeel voor VTH.

2. Gevolg beperking

De klimaatadaptieve normen uit het handboek openbare ruimte (HIOR) richten zich naast preventie ook op gevolgbeperking. Verder heeft de gemeente inbreng geleverd aan gesprekken met netbeheerders die het waterschap en de Veiligheidsregio voeren. En de gemeente betrekt adviseurs risicobeheersing van de Veiligheidsregio bij complexe herinrichtingsprojecten.

Pagina 7 van 59

Rekenkameronderzoek Extreme regenval

Adviseurs veiligheid van de gemeente werken nauw samen met de Veiligheidsregio, en

Herstel

4.

3. Crisis beheersing

zijn bekend met de rampscenario’s en calamiteitenplannen. Al deze adviseurs zijn afgelopen jaren opgeleid op het vlak van crisisbeheersing. Zij bereiden de gemeente voor op de eigen taken tijdens crisis, en oefenen hiervoor. De oefeningen onderschrijven het belang om als gemeente over eigen expertise en middelen te beschikken, en niet te veel te leunen op waterschap en Veiligheidsregio. De gemeente heeft geen maatregelen of acties die passen bij deze laag. Een verklaring hiervoor is dat de gemeente sinds 2009 geen (grote) wateroverlast heeft gehad.

De samenwerking met andere partijen (waterschap, Veiligheidsregio, en DPRA-werkregio) verloopt goed (§8.3). De voortgang van maatregelen en het doelbereik wordt niet systematisch bijgehouden en gerapporteerd (§8.4), dus de gemeenteraad is hier (nog) niet over geïnformeerd (§8.5).

Pagina 8 van 59

Rekenkameronderzoek Extreme regenval

DEEL I Deel I van deze rapportage gaat in op het landelijk beleidskader. Dit deel introduceert de opgave extreme regenval, het concept van meerlaagsveiligheid en de verdeling van verantwoordelijkheden over gemeenten en andere partijen. Inhoudsopgave Deel I 2

Opgave: omgaan met extreme regenval ............................................................. 10

3

Landelijke beleidskaders ................................................................................... 11

4

5

3.1

Stresstesten en risicodialoog ..................................................................... 11

3.2

Meerlaagsveiligheid ................................................................................. 11

Wie doet wat: preventie .................................................................................... 13 4.1

Preventie door gemeente.......................................................................... 13

4.2

Preventie door particulieren ...................................................................... 14

4.3

Preventie door waterschap........................................................................ 15

4.4

Preventie door provincie ........................................................................... 15

4.5

Preventie door het Rijk ............................................................................. 15

Wie doet wat: de overige vier lagen van meerlaagsveiligheid ................................. 16 5.1

Waterbewustzijn...................................................................................... 16

5.2

Gevolgbeperking ..................................................................................... 16

5.3

Crisisbeheersing ...................................................................................... 17

5.4

Herstel ................................................................................................... 17

Pagina 9 van 59

Rekenkameronderzoek Extreme regenval

2

Opgave: omgaan met extreme regenval

Met het veranderende klimaat nemen de weersextremen toe. Zowel periodes van droogte als extreme regenval komen vaker voor. Extreme regenval kan leiden tot wateroverlast, met schade aan bijvoorbeeld wegen, gebouwen, landbouwgewassen en natuur. Afhankelijk van het tijdsbestek kan extreme regenval zich uiten in twee vormen. De eerste vorm betreft hevige regenbuien: de intensiteit (hoeveelheid neerslag/minuut) is erg hoog. De tweede vorm is langdurige regenval: de intensiteit is lager, maar de regen houdt aan over een lange periode. Hevige regenbuien zijn doorgaans lokaal van aard en vooral problematisch in stedelijk gebied, waar veel oppervlakte verhard is. Op het verharde oppervlak kan de regen snel afstromen en zich gaan verzamelen. Dat gebeurt als er per minuut meer water bijvalt dan er via de bodem, oppervlaktewater en afvoervoorzieningen (zoals riolering) kan wegstromen. Het water komt op straat te staan en kan gebouwen binnendringen. Dit komt overeen met wateroverlast type 3 in onderstaand figuur (Figuur 1). Ook wateroverlast type 1 en type 4 (Figuur 1) houden verband met hevige buien. Langdurige regenval betreft meestal een groter gebied en biedt uitdagingen aan het regionale watersysteem als geheel. De (grond)waterstanden stijgen gestaag tot een niveau waar mogelijk watergangen, keringen en gemalen de hoeveelheid water niet meer kunnen reguleren.

Dit komt overeen met wateroverlast type 2, type 4 en type 5 in onderstaand figuur (Figuur 1). Ook hoge buitenwaterstanden (zoals de zee en het IJsselmeer) kunnen leiden tot overstromingen en schade (type 6 en 7, Figuur 1). Figuur 1: Faalmechanismen in het watersysteem van lage gebieden in Nederland (Klopstra & Kok, 2009)

Type Faalmechanisme dat leidt tot wateroverlast of overstroming

Oorzaak

1

binnendringende neerslag in huis

piekbui

2

hoge grondwaterstanden in kruipruimten en tuinen

langdurige regen

3

hemelwater kan niet snel genoeg afstromen en komt op straat te staan

piekbui

4

buiten de oevers treden van watergangen (inundatie regionaal watersysteem)

beide

5

overstromen/bezwijken van regionale waterkering bij boezemstelsel en kanalen.

divers*

6

overstromen/bezwijken van primaire kering langs de kust en de grote rivieren

divers*

7

overstromen van buitendijks gebied door hoge peilen van rivieren of Waddenzee divers*

*divers: diverse factoren spelen hier vaak een rol, over een groot regio-overstijgend gebied: naast neerslag, ook factoren zoals getijde, smeltwater, opstuwing door stormen of juist droogte (waardoor dijken bezwijken).

Gezien de verantwoordelijkheden van gemeenten (H4 en H5), richt dit onderzoek zich met name op overlast uit typen 2 t/m 4, en in mindere mate op typen 1 en 5 t/m 7.

Pagina 10 van 59

Rekenkameronderzoek Extreme regenval

3

Landelijke beleidskaders

3.1 Stresstesten en risicodialoog Sinds 2011 wordt cyclisch gewerkt aan een Deltaprogramma, dat inzet op aangepast wateren landbeheer om Nederland klimaatbestendig te maken. De opgave van extreme regenval valt onder het onderdeel “Ruimtelijke Adaptatie”. Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie schrijft voor dat regio’s klimaatstresstesten uitvoeren, die in beeld brengen hoe kwetsbaar de regio is voor wateroverlast, hitte, droogte en de gevolgen van overstromingen. Met de uitkomst van de stresstesten gaan partners uit de regio (o.a. gemeenten, waterschap, provincie en eigenaren van vitale infrastructuur en objecten) risicodialogen aan, waarin zij bespreken welke risico’s (zie Kader 1) zij wel of niet aanvaardbaar vinden. Die dialogen worden vervolgens vertaald naar een strategie en uitvoeringsagenda van de betrokken overheden. Dit herhaalt zich in een cyclus van zes jaar. Kader 1: Definitie risico Risico wordt benaderd als kans x gevolg. Dus een kleine kans met grote gevolgen kan eenzelfde mate van risico vormen als een grote kans met kleine gevolgen.

Het eindadvies (2022) van de Beleidstafel Wateroverlast en Hoogwater, ingericht naar aanleiding van de crisis in Limburg in 2021, concludeert dat stresstesten ook bovenregionaal uitgevoerd moeten worden. De reden is dat de extreme buien in Limburg in 2021 zo grootschalig waren dat ze meerdere regio’s tegelijk besloegen.

3.2 Meerlaagsveiligheid Dezelfde Beleidstafel adviseert eveneens een uitbreiding van het concept ‘meerlaagsveiligheid’, dat in 2009 geïntroduceerd werd in het Nationaal Waterplan 20092015. Dit concept verwees destijds naar drie lagen die passen bij risicobeheersing: preventie, gevolgbeperking en crisisbeheersing. Preventie gaat om het voorkómen van wateroverlast en overstromingen. Het richt zich op het verkleinen van de kans hierop (zie Kader 1). Dit betekent met name het waterhuishoudkundige systeem op orde maken: het aanleggen en onderhouden van keringen, watergangen, gemalen en riolering. En daarnaast een slimme ruimtelijke inrichting kiezen, zodat water in de bodem kan infiltreren, kan afvloeien naar oppervlaktewater of tijdelijk wordt opgevangen. Aanvullend kan men inzetten op het beperken van de gevolgen (zie Kader 1). Dus schade en slachtoffers beperken als wateroverlast zich toch voordoet door structurele maatregelen vooraf (gevolgbeperking) of maatregelen tijdens de crisis (crisisbeheersing) te treffen. Dit is belangrijk, want het watersysteem volledig inrichten op preventie is vrijwel onmogelijk. De extreme en grootschalige buien van Limburg in 2021 toonden dat aan. Deze mate van neerslag overschrijdt de grens van wat het watersysteem verwerken kan.

Vandaar dat de Beleidstafel (zie §3.1) in hun eindadvies “Voorkomen kan niet, voorbereiden wel’’ overheden vraagt meer in te zetten op gevolgbeperking en crisisbeheersing. Maar dan nog blijft er een resterend risico, die gevolgbeperking en crisisbeheersing niet kunnen ondervangen. Daarom voegt de Beleidstafel nóg twee lagen toe. Namelijk enerzijds klimaatrobuust herstel: voorsorteren op het herstel van eventueel ontstane schade. En anderzijds waterbewustzijn: besef onder burgers en organisaties van het belang zichzelf

Pagina 11 van 59

Rekenkameronderzoek Extreme regenval

en hun omgeving aanvullend te beschermen tegen risico’s. Hiermee komt meerlaagsveiligheid uit op vijf lagen (zie Figuur 2). Figuur 2: De vijf lagen van meerlaagsveiligheid 0

Waterbewustzijn basis voor het handelen van burgers, bedrijven en overheden voor en tijdens klimaatextremen

1

Preventie wateroverlast voorkomen, door slim ontwerp en onderhoud van watersysteem en ruimtelijke ordening

2

Gevolgbeperking de gevolgen (schade en ontwrichting) beperken door aanpassingen in de ruimtelijke inrichting

3

Crisisbeheersing het voorkomen van maatschappelijke schade en ontwrichting tijdens crisis

4

Klimaatrobuust herstel schade op een klimaatrobuuste manier herstellen, nadat een crisis is opgetreden.

De Beleidstafel adviseert om meerlaagsveiligheid toe te passen op hele stroomgebieden: dus naast het hoofdwatersysteem, ook de regionale watersystemen. Dit betekent dat naast het Rijk, tevens decentrale overheden hiermee aan de slag moeten. In het navolgende hoofdstuk bespreken we per laag, wat de verantwoordelijkheid is van de gemeente en van andere partijen. Vanuit het Rijk zijn een aantal handreikingen opgesteld, die regionale overheden helpen invulling te geven aan de uitvoering van meerlaagsveiligheid (Kader 2). Kader 2: Relevante handreikingen vanuit het beleid Kamerbrief Water en bodem sturend 2022 (Harbers & Heijnen, 25-11-2022) noemt uitgangspunten over de rol van water en bodem in de ruimtelijke ordening. Zo is het streven: bodem zo min mogelijk afdekken en afgraven, zorgvuldig afwegen op basis van waterrisico’s waar (een functie) wel of niet gebouwd kan worden, en de gebouwde omgeving klimaatadaptief inrichten.

Deze zijn verder uitgewerkt in handreikingen:  Ruimtelijk afwegingskader klimaatadaptieve gebouwde omgeving 2023 (Bijlage bij Kamerbrief minister Harbers, 9-4-2024)  Maatlat groene klimaatadaptieve locatie gebouwde omgeving 2023 (Bijlage bij Kamerbrief ministers De Jonge, Harbers en Van der Wal-Zeggelink, 23-3-2023)  Ontwerp-Nota Ruimte 2025 (Bijlage bij Kamerbrief minister Keijzer, 26-9-2025) Ook is een nieuwe Kamerbrief over wateroverlast door grootschalige extreme regenval (Tieman, 30-102025) uitgekomen waarin een Nationale Aanpak Wateroverlast wordt aangekondigd.

Pagina 12 van 59

Rekenkameronderzoek Extreme regenval

4

Wie doet wat: preventie

Het Nederlands beleid is traditioneel gezien gericht op preventie: voorkómen van wateroverlast en overstroming door het weren, afvoeren en bergen van water. De verdeling van verantwoordelijkheden voor de laag ‘preventie’ is daarom sterk in wetgeving verankerd. Gemeente, waterschap, provincie, Rijk en particulier staan elk aan de lat voor een onderdeel van het watersysteem, en voorkómen daarmee een bepaald type wateroverlast (Tabel 1). Tabel 1: Verantwoordelijkheden preventie bij de zeven typen wateroverlast uit Figuur 1 (H2) Verdeling verantwoordelijkheden en plichten Type wateroverlast 1

binnendringende neerslag in huis

2

overlast uit hoge grondwaterstanden

3

water op straat bij hevige regenval

4

inundatie van watergangen

5

overstromen regionale waterkeringen

6

overstromen van primaire keringen

7

overstromen van buitendijks gebied

Particulier

Gemeente

Waterschap Provincie Rijk & RWS

Legenda De partij heeft een eigen wettelijke zorgtaak in de preventie van dit type wateroverlast De partij heeft (door andere partijen opgelegde) plichten in de preventie van dit type wateroverlast Type wateroverlast houdt meestal direct verband met extreme neerslag Type wateroverlast kent meestal meerdere oorzaken, waar extreme neerslag er één van kan zijn

In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van die taakverdeling.

4.1 Preventie door gemeente Taken gemeente Een gemeente heeft een eigen wettelijke verantwoordelijkheid in het voorkomen van wateroverlast type 2 t/m 4 (Tabel 1), die dus direct verband houdt met extreme neerslag (Figuur 1). Een gemeente heeft namelijk de volgende wettelijke watertaken (Kader 3). Met name de grond- en hemelwatertaak zijn relevant voor wateroverlast. Kader 3: Gemeentelijke watertaken

Grondwatertaak: “gemeenten moeten maatregelen nemen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand te voorkomen, voor zover de maatregelen doelmatig zijn en niet tot taken van waterschap, provincie of Rijk behoren” [Omgevingswet art. 2.16 lid 1 deel 2].

Hemelwatertaak: “gemeenten zijn verantwoordelijk voor het inzamelen en afvoeren van regenwater, voor zover een perceeleigenaar het regenwater niet zelf in de bodem of op het oppervlaktewater kan laten afvloeien” [Omgevingswet art. 2.16 lid 1 deel 1]. “Beheer van watersysteem voor zover dit aan de gemeente is toebedeeld door de provinciale Omgevingsverordening of bij ministeriële regeling” [Omgevingswet art. 2.16 lid 1 deel 4]. Afvalwatertaak: betreft het inzamelen en verwerken van afvalwater [Omgevingswet art. 2.16 lid 1 deel 4]. Dit houdt enkel verband met extreme regenval, in zover gemengd riool (voor afval- en

 

regenwater) berekend moet zijn op beide stromen.

Gemeenten vervullen taken middels de volgende instrumenten: eigen uitvoeringsprogramma’s enerzijds, en regels en stimuleringsacties richting burgers en bedrijven anderzijds. En hierbij hebben ze steeds twee “systemen” waar ze op kunnen inspelen: het stedelijk watersysteem (o.a. riolering, wadi’s) en de ruimtelijke ordening. Dit is weergegeven in Tabel 2. Pagina 13 van 59

Rekenkameronderzoek Extreme regenval

Tabel 2: Instrumenten van de gemeente voor de preventie van wateroverlast Invloed: publieke ruimte Domein

Riool- en watersysteem publieke ruimte

Ruimtelijke Ordening publieke ruimte

Instrument

Water- en rioleringsprogramma

Andere gemeentelijke programma’s

Taak

Hemelwatertaak

Grondwatertaak

aanleggen en onderhouden van rioleringen en andere afvoervoorzieningen

Groene en blauwe zones aanleggen in

aanleggen en onderhouden van

de publieke ruimte

afvoervoorzieningen overtollig grondwater

Invloed: privaat terrein Domein

Riool- en watersysteem privaat terrein

Ruimtelijke Ordening privaat terrein

Instrument

Regels in omgevingsplan

Regels en contractuele voorwaarden

Hemelwatertaak

Voorbeeld: voorwaarden voor lozingen van

Taak

regenwater op de riolering Grondwatertaak

voorwaarden voor lozingen grondwater op de riolering

Instrument Hemelwatertaak

Stimuleringsacties

Taak

projectontwikkelaars verplichten tot aanleg groene zones bij nieuwbouw Stimuleringsacties

Voorbeeld: subsidies voor watertonnen of hulp bij afkoppelen regenpijp

Grondwatertaak

Voorbeeld:

Voorbeeld: campagne voor impregneren kelderwanden

Voorbeeld: campagne voor groene tuinen

Plichten gemeente In de preventie van overstromingen (type 5 t/m 7, Tabel 1) heeft de gemeente geen wettelijke taken, maar vervult ze een andere rol. Zo moet de gemeente plichten nakomen en beleid voeren dat aansluit op de taak van het waterschap en Rijk om keringen in stand te houden.

4.2 Preventie door particulieren Taak particulieren

Gebouw en -perceeleigenaren en bouwbedrijven hebben een eigen verantwoordelijkheid in de preventie van wateroverlast door lekkage via dak, muren of kelders (type 1 en 2, Tabel 1). Het is aan hen ervoor te zorgen dat daken en kelders waterdicht zijn. Voor nieuwbouw gelden de eisen uit de Omgevingswet [Omgevingswet, Besluit Bouwwerken Leefomgeving art. 4.118].

Ook hebben particulieren een taak voor de afvoer van zowel grond- als hemelwater op hun eigen perceel (overlast type 2 en 3, Tabel 1) [Omgevingswet, art. 2.16]. Dat geldt ook voor de gemeente als eigenaar van de openbare ruimte. Mogelijke schade op eigen terrein is dus in de basis een zorg voor de eigenaar. Pas als perceeleigenaren hemelwater redelijkerwijs niet kunnen lozen op bodem of oppervlaktewater, is de gemeente formeel aan zet en is verplicht het hemelwater via de riolering af te voeren (zie §4.1). Plichten particulieren

In de praktijk echter voeren particulieren vaak nog onbeperkt regenwater af via de riolering. Dit leidt eerder tot overstroming van de riolering tijdens piekbuien (type 3, Tabel 1). Een gemeente kan dit voorkomen door gebouweigenaren te verbieden om regenwater te lozen op gemengde riolering, of door specifieke lozingsroutes voor te schrijven. Ook andere regels voor particulieren kunnen bijdragen aan preventie van wateroverlast en overstroming, zoals gebruiksbeperkingen op terreinen die nodig zijn voor het onderhoud van keringen. Pagina 14 van 59

Rekenkameronderzoek Extreme regenval

4.3 Preventie door waterschap Taak waterschap

Waterschappen hebben een algemene zorgtaak voor afwatering en het voorkomen en beperken van wateroverlast en overstromingen [Waterschapswet art. 1.1]. Hierbij ligt de focus vooral op mogelijke overlast vanuit het regionaal watersysteem (type 4 en 5, Tabel 1). Waterschappen zijn namelijk verantwoordelijk voor het op orde brengen en onderhouden van het regionaal watersysteem binnen hun beheergebied [Omgevingswet art. 2.17 & Waterschapswet art. 1.1]. Zij kunnen hiertoe regels opleggen aan gemeenten en particulieren.

Verhouding tot gemeente Gemeenten en waterschappen moeten daarom afstemmen over de waterhuishoudkundige inrichting [Omgevingswet art. 2.2]. Wat gemeenten aan overtollig regen- en grondwater afvoeren komt immers terecht in het regionaal watersysteem, waarvan de waterschappen de peilen beheren. Ook moeten zij afstemmen over regels die zij opleggen aan bedrijven en burgers en aan elkaar. Plicht waterschap Voor de bouw van secundaire keringen2 zijn zij gebonden aan de ontwerpnormen die de provincie hen oplegt, en voor primaire keringen aan normen vanuit het Rijk.

4.4 Preventie door provincie Taak provincie De provincies zijn betrokken bij preventie van wateroverlast en regionale overstromingen (type 2 t/m 5, Tabel 1) door vast te leggen tot welk niveau een gebied hiertegen beschermd moet worden. Dit zijn de zogeheten inundatienormen en veiligheidsnormen die steunen op kansberekeningen. De norm kan stellen dat een gebied beschermd moet zijn tegen overstromingen met een kans van bijvoorbeeld 1 in de 100 jaar. Hoe streng de provincie de norm stelt voor een bepaald gebied, is een kosten-batenafweging: wegen de kosten van maatregelen voor extra bescherming op tegen de baten (de schade die eventueel voorkomen wordt)? Zo kunnen de normen voor weilanden minder streng zijn dan voor een woonkern. Verhouding tot waterschap De norm die de provincie vastlegt, geeft een verplichting richting het waterschap. Het waterschap moet zorgen dat het regionaal systeem aan die norm voldoet (zie hiervoor).

4.5 Preventie door het Rijk De verantwoordelijkheid voor preventie van overstromingen uit het hoofdwatersysteem (buitenwater2 en Rijkskanalen) ligt bij het Rijk: ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, en uitvoerdingdienst Rijkswaterstaat. De overstromingsnormen hiervan zijn wettelijk vastgelegd. Samen met waterschappen is Rijkswaterstaat verantwoordelijk voor aanleg en onderhoud van primaire keringen en het peilbeheer van peilgestuurde Rijkskanalen.

2

Primaire keringen: kering die direct beschermt tegen buitenwater. Dit is de zee, het IJsselmeer, Markermeer, de grote rivieren (Rijn, Maas en IJssel). Secundaire keringen: alle overige keringen, binnen een gebied omgeven door primaire keringen (o.a. keringen van het boezemwater rondom polders). Pagina 15 van 59

Rekenkameronderzoek Extreme regenval

5

Wie doet wat: de overige vier lagen van meerlaagsveiligheid

Dit hoofdstuk gaat in op de verdeling van de verantwoordelijkheden voor de meerlaagsveiligheid-lagen waterbewustzijn, gevolgbeperking, crisisbeheersing en herstel.

5.1 Waterbewustzijn Voorbereiding op extreme regenval begint ermee dat iedereen bekend is met de risico’s van extreme regenval en de mogelijkheden om die te verkleinen. In het Beleidsadvies uit 2022 (§3.1) wordt dit ‘Waterbewustzijn’ genoemd. Het is belangrijk dat naast overheden, ook burgers en bedrijven waterbewust worden. Zij moeten inzien dat van hen een zekere zelfredzaamheid wordt verwacht, en dat ze ook een eigen bijdrage te leveren hebben aan het voorkomen van wateroverlast. Middels publiekscommunicatie en educatie kunnen overheden dit bewustzijn bevorderen. Hierin is geen formele aanwijzing van verantwoordelijkheden. In de praktijk zullen vooral het Rijk, waterschappen en gemeenten zich hiervoor inzetten. Dit omdat zij zelf met name aan de lat staan voor preventie (zie §3.3), en dus ook hun eigen beperkingen daarin willen communiceren. Zo loopt vanuit het Rijk momenteel de campagne “Leven met Water” (levenmetwater.nl), waaraan regionale overheden een eigen invulling kunnen geven.

5.2 Gevolgbeperking Deze laag richt zich op het beperken van de gevolgen van wateroverlast of overstroming, middels structurele maatregelen in de fysieke ruimte. Partijen die gaan over ruimtelijke ordening en bouwvormen zijn in deze laag aan zet: gemeenten, particulieren en provincies. Gevolgbeperking door de gemeente

Gemeenten hebben twee voorname instrumenten voor de fysieke ruimte (Tabel 3): eigen inrichting van de openbare ruimte, en regels en contracten om privaat terrein te beïnvloeden. Vaak zijn deze instrumenten primair gericht op preventie (zie §4.1). Toch kunnen deze ook inzetten op gevolgbeperking, zoals: gebruik van planten en materialen die waterbestand zijn, verhoogd vloerpeil in nieuwbouw, vluchtroutes en verhoogde schuillocaties inbouwen. Of simpelweg: het niet toestaan te bouwen in zones waar een bepaald risico op overstroming of wateroverlast geldt. Gevolgbeperking door particulieren

Dit is vergelijkbaar met wat is opgenomen bij preventie (§4.1): een particulier is zelf verantwoordelijk voor het beperken van schade aan eigen woning, terrein of andere bezittingen. Wel is het zo dat de particulier ervan uit kan gaan dat de kans op bepaalde vormen van wateroverlast klein is, doordat er al sprake is van een collectieve bescherming. Met name voor het resterend risico is de particulier zelf aan zet. Mogelijke maatregelen zijn bijvoorbeeld het verhogen van vloerpeil, stopcontacten en ventilatiegaten, of het plaatsen van waterkerende schotten in deurposten. Gevolgbeperking door provincie

De provincie kan bijdragen aan gevolgbeperking, door in de provinciale verordening gebieden aan te wijzen waar geen verstedelijking of vitale functies mogen plaatsvinden. Dit kan zij middels instructieregels laten doorwerken in de omgevingsplannen van gemeenten.

Pagina 16 van 59

Rekenkameronderzoek Extreme regenval

5.3 Crisisbeheersing Crisisbeheersing gaat over de actie tijdens of vlak voor het plaatsvinden van extreme vormen van wateroverlast om schade, ontwrichting en slachtoffers te beperken. De volgende instrumenten zijn hierbij denkbaar: 

Waarschuwingen en adviezen afgeven richting publiek, zodat het publiek zich tijdig kan voorbereiden en beschermen.

Noodinfrastructuur optuigen, zoals pompen of waterwering met zandzakken, schotten en opblaaskeringen.

Ontruiming en evacuatie van personen en goederen.

Naast de gemeenten hebben hierin een voorname rol: Watermanagementcentrum Nederland (WMCN) en de Veiligheidsregio’s. Crisisbeheersing door WMCN

WMCN is een samenwerking van Rijkswaterstaat, KNMI, de waterschappen en Defensie. Het WMCN verzorgt de berichtgeving over hoogwaterdreiging richting belanghebbenden van het (hoofd)watersysteem. Crisisbeheersing op landelijk niveau loopt via het WMCN. Crisisbeheersing door de gemeente

Als een crisis zich beperkt tot één gemeente, is de burgemeester formeel verantwoordelijk voor de aanpak. In het geval van extreme regenval zal dit gaan om een lokale stortbui, of mogelijk een lokaal falen van de waterinfrastructuur. De burgemeester neemt dan de besluiten over inzet van instrumenten en hulpdiensten (van de Veiligheidsregio), en over eventuele evacuatie van het gemeentelijk gebied [Gemeentewet art. 175&176]. Crisisbeheersing door de veiligheidsregio

Voor het voorbereiden op, coördineren en beheersen van crises in het algemeen – waaronder hoogwater – werken gemeenten samen in Veiligheidsregio’s. Diensten zoals de meldkamer en brandweer zijn onderdeel van de Veiligheidsregio. Vanuit de Veiligheidsregio zijn impactanalyses en draaiboeken voor diverse crises opgesteld. Betreft een crisis (zoals hoogwater) meerdere gemeenten binnen de regio, dan is de voorzitter van de veiligheidsregio tevens formeel verantwoordelijk voor de aanpak. Betreft de crisis slechts één gemeente, dan is de burgemeester verantwoordelijk, maar kunnen diensten van de Veiligheidsregio in hun uitvoerende rol betrokken worden.

5.4 Herstel Klimaatrobuust herstel gaat om het treffen van maatregelen gebaseerd op lessen uit de crisis (“build back better”). Bijvoorbeeld, na schade een parketvloer vervangen door een tegelvloer, zodat de kans op nieuwe schade kleiner wordt. Zulke maatregelen gericht op het voorkomen van herhaling kunnen vormen aannemen die in elk van de andere meerlaagsveiligheidslagen passen: waterbewustzijn, preventie, gevolgbeperking en crisisbeheersing met de betreffende partijen. Wel is bij herstel een bijzondere rol weggelegd voor verzekeraars en herstelbedrijven. Hier liggen nog vragen open, zoals: in hoeverre zijn verzekeraars bereid particuliere schade te vergoeden? Wat stellen zij als eisen voor “klimaatrobuust” herstel? Zijn herstelbedrijven zich bewust van deze eisen? Hierin ontbreken duidelijke landelijke kaders en afspraken. Daarnaast heeft het Rijk een bijzondere rol in het kader van de Wet tegemoetkoming schade bij rampen (Wts). Middels een kabinetsbesluit kan een gebied als rampengebied worden aangewezen. De gedupeerden in het gebied krijgen dan op basis van deze wet een deel van de schade vergoed. De tegemoetkoming is toegepast op de crisis in Limburg in 2021. Pagina 17 van 59

Rekenkameronderzoek Extreme regenval

DEEL II Deel II van deze rapportage betreft de kern van het rekenkameronderzoek. Dit deel onderzoekt hoe de gemeente Dijk en Waard zich voorbereidt op extreme regenval. Hierbij de volgende vragen: 

In hoeverre heeft de gemeente inzicht in de kwetsbaarheden voor extreme regenval? (H6)

In hoeverre heeft de gemeente beleid gemaakt om zich voor te bereiden op extreme regenval? (H7)

Hoe geeft de gemeente uitvoering aan dat beleid? (H8)

Ieder hoofdstuk eindigt met de toetsing van normen. Inhoudsopgave Deel II 6

7

8

Inzicht in kwetsbaarheden ................................................................................. 19 6.1

Hydrologische analyses ............................................................................ 19

6.2

Analyses van de maatschappelijke gevolgen ............................................... 19

6.3

Informering van de gemeenteraad ............................................................. 24

6.5

Toetsing aan normen ............................................................................... 25

Ambities en beleid ............................................................................................ 26 7.1

Gestelde doelen, strategieën en maatregelen .............................................. 26

7.2

Afstemming van beleid binnen de regio ...................................................... 29

7.3

Budget ................................................................................................... 30

7.4

Rol van de gemeenteraad ......................................................................... 31

7.5

Toetsing aan normen ............................................................................... 31

Uitvoering en praktijk ....................................................................................... 33 8.1

Organisatie van de uitvoering ................................................................... 33

8.2

Voortgang, successen en belemmeringen in de uitvoering ............................ 34

8.3

Samenwerking met partners in de uitvoering .............................................. 38

8.4

Monitoring van doelbereik......................................................................... 39

8.5

Betrokkenheid van de gemeenteraad ......................................................... 39

8.6

Toetsing aan normen ............................................................................... 40

Pagina 18 van 59

Rekenkameronderzoek Extreme regenval

6

Inzicht in kwetsbaarheden

Dit hoofdstuk richt zich op de vraag in hoeverre de gemeente inzicht heeft in de kwetsbaarheden voor extreme regenval. Hierbij komt aan bod in hoeverre: -

de gemeente in beeld heeft wat de verwachte waterhoogtes en knelpunten in het watersysteem zijn (§6.1) bij extreme regenval;

-

de gemeente deze hydrologische inzichten heeft vertaald naar een analyse van de mogelijke maatschappelijke gevolgen (§6.2);

-

de gemeenteraad geïnformeerd is over deze (maatschappelijke) kwetsbaarheden (§6.3).

Paragraaf 6.4 beschrijft de normen waaraan we het gemeentelijk inzicht toetsen (§6.4). Voor zowel de hydrologische analyse als de analyse van de maatschappelijke gevolgen zijn verschillende schaalniveaus relevant (Figuur 3). Figuur 3: Schaalniveaus watersysteem Riolering en

Systeem stedelijk

Regionaal

Bovenregionaal

inrichting maaiveld

oppervlaktewater

watersysteem

watersysteem

Bron figuur: Stowa 2024

1.

2.

3.

4.

Betreft hier het gebied:

Dijk en Waard

Analyse waterhoogten en knelpunten watersysteem Analyse maatschappelijke kwetsbaarheden

Watermodel gemeente

Dijk en Waard en buurtgemeenten Watermodel gemeente en waterschap Stresstest werkregio gemeenten

Werkgebied HHNK Watermodel waterschap

Stroomgebied ARK-NZK Watermodellen waterschappen en Rijkswaterstaat Bovenregionale stresstest

Stresstest gemeente

Stresstest beheergebied waterschap

6.1 Hydrologische analyses Het watersysteem kan op meerdere schaalniveaus bekeken worden (Figuur 3). Knelpunten op een hogere schaal vertalen zich door naar de lagere schaal: bijvoorbeeld, als hoofdwateren overstromen kunnen regionale en lokale watergangen hier niet langer naar afvoeren. Naar aanleiding van de extreme regen in Limburg in 2021, is landelijk de lijn ingezet dat aanvullend op de lokale en regionale analyse van de kwetsbaarheid bij hevige regenval, ook bovenregionale analyse worden gemaakt (“waterbeelden”)3: voor het geval extreme regenval een groot gebied beslaat. Deelvraag: In hoeverre heeft de gemeente in beeld wat de mogelijke waterhoogtes en knelpunten in het watersysteem zijn (op de verschillende schaalniveaus van het watersysteem)?

Zoals genoemd in de Kamerbrief over wateroverlast door grootschalige extreme regenval (Tieman, 30-10-2025) 3

Pagina 19 van 59

Rekenkameronderzoek Extreme regenval

Verkort antwoord deelvraag De gemeente heeft hydrologische modellen, die de verdeling van water tijdens extreme regenval voorspellen tot aan adresniveau. Voor de impact vanuit het regionale watersysteem heeft de gemeente toegang tot informatie uit de hydrologische modellen van het waterschap HHNK. De bovenregionale analyse is in 2025 voor het eerst uitgevoerd en die uitkomsten zijn ook met de gemeente gedeeld. Hydrologische analyse op lokaal niveau (Schaalniveau 1 uit Figuur 3)

De gemeente beschikt over eigen (grond)watermodellen. Deze modellen simuleren o.a. de waterhoogtes op straat en tegen de gevel van gebouwen, bij hevige regen. Momenteel zijn er nog aparte modellen voor Langedijk en voor Heerhugowaard, beide met verschillende rekenmodellen/software. Eén van de acties uit het water- en rioleringsprogramma voor de komende periode 2022-2027 is: deze twee modellen samenvoegen tot één gezamenlijk model voor Dijk en Waard, en deze verder verfijnen. Uit de interviews blijkt dat dit nog niet is gebeurd, maar wel op stapel staat voor komende jaren. De gemeentelijke hydrologische modellen zijn niet altijd even actueel en precies, blijkt uit de interviews. Nieuwe herinrichtingen van straten worden niet direct opgenomen in het hydrologische model. Pas bij een actualisatie worden wijzigingen in de inrichting van de boven- en ondergrond in het model verwerkt. Hydrologische analyse op regionaal niveau (Schaalniveau 2 en 3 uit Figuur 3)

Het waterschap HHNK heeft hydrologische modellen voor het eigen beheergebied, en rekent hierbij diverse klimaatscenario’s door. Bij de klimaatscenario’s kijkt het waterschap onder meer hoe het water zich verdeelt indien bepaalde gemalen of keringen niet meer zouden functioneren. De modelresultaten zijn publiek toegankelijk (klimaatmonitor.hhnk.net). Hydrologische analyse op bovenregionaal niveau (Schaalniveau 4 uit Figuur 3) Op bovenregionaal niveau gaat het hier om het stroomgebied Amsterdam-Rijnkanaal en Noordzeekanaal. De vier waterschappen HHNK, Amstel Gooi en Vecht, Stichtse Rijnlanden en Rijnlanden hebben in 2025 samen met Rijkswaterstaat gewerkt aan het waterbeeld voor dit stroomgebied. De vier waterschappen bekijken de belasting van extreme bovenregionale regenval op bijvoorbeeld het Noordzeekanaal en hoofdkanalen. Vervolgens kijken zij wat die belasting betekent voor de (on)mogelijkheid vanuit de wetenschapsgebieden om water te kunnen afvoeren.

6.2 Analyses van de maatschappelijke gevolgen Vanuit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) worden gemeenten gestimuleerd om elke zes jaar lokale stresstesten uit te voeren. Een stresstest brengt in beeld wat de maatschappelijke kwetsbaarheden zijn voor diverse aspecten van klimaatverandering, waaronder de toenemende kans op extreme regenval. Dit vraagt om het combineren van de hydrologische informatie met andere ruimtelijke informatie, zodat een beeld wordt gevormd van de mogelijke gevolgen van extreme regenval in termen van schade en maatschappelijke ontwrichting. Ook hiervoor zijn de verschillende schaalniveaus relevant (afhankelijk van de omvang van de wateroverlast), en dan niet alleen van het watersysteem maar ook van andere zaken zoals het wegennet en energienet. Pagina 20 van 59

Rekenkameronderzoek Extreme regenval

Deelvraag: In hoeverre heeft de gemeente in beeld wat de kwetsbaarheden zijn (op basis van analyses van verschillende schaalniveaus)? Verkort antwoord deelvraag In lokale stresstesten heeft de gemeente in kaart gebracht wat de kwetsbaarheden zijn: welke buurten, wegen en voorzieningen worden geraakt door overstroming of extreme regenval. De eventuele (crisis)gevolgen heeft de gemeente uitgewerkt in rampscenario’s. De gevolgen heeft de gemeente niet gekwantificeerd in termen van financiële schade of aantal slachtoffers. Op regionaal niveau bestaat een analyse van het waterschap: welke elementen uit het watersysteem zijn het meest cruciaal in termen van maatschappelijke risico’s. En er is een analyse van de mogelijke maatschappelijke ontwrichting van wateroverlast en overstroming door de Veiligheidsregio. Ook bij de bovenregionale waterbeelden zijn de Veiligheidsregio’s betrokken voor de duiding van mogelijke maatschappelijke ontwrichting. De gemeente heeft hiervan kennisgenomen. Kwetsbaarheden op gemeentelijk niveau (Schaalniveau 1 en 2 uit Figuur 3) Stresstest gemeente De gemeente Dijk en Waard heeft een stresstest uitgevoerd in 2019, gerapporteerd als “Basisinventarisatie Klimaatkwetsbaarheden Langedijk & Heerhugowaard”.

Volgens de interviews werkt de gemeente in 2025 aan de actualisatie van deze stresstest - conform de zesjarige DPRA-cyclus.4 Deze is uitgevoerd door een extern bureau en georganiseerd vanuit het samenwerkingsverband regio Noord-Kennemerland (destijds geheten: regio Alkmaar, zie Kader 4). De stresstest is gebaseerd op eigen hydrologische modellen en input van analyses van het regionaal watersysteem (van waterschap HHNK).

Op de bijbehorende kaarten uit het rapport van de stresstest is op buurt- en straatniveau te zien welke locaties kwetsbaar zijn. Hierbij worden zaken uitgelicht als: welke wegen worden onbegaanbaar, welke panden krijgen opstaand water, welke van deze wegen en panden zijn vanwege hun functie essentieel en verdienen extra bescherming. De analyse is samengevat in Tabel 3 (zie hieronder). De stresstest hanteert voor de analyse van kwetsbare panden (Tabel 3) categorieën van gebruiksfuncties uit de landelijke Risicokaart (risicokaart.nl): gebouwen met bijeenkomst-, gezondheid-, onderwijsfunctie, enz. Dit is in algemene termen geformuleerd en het rapport van de stresstest geeft geen uitputtende opsomming van alle locaties die als essentieel worden beschouwd. Rampscenario’s Voor de eigen gemeente-specifieke kwetsbare locaties, heeft de gemeente wel aandacht in de rampscenario’s die gemeente uitwerkt in het kader van crisisbeheersing. Hiervoor brengt de gemeente kwetsbare plekken in beeld – zoals zorginstellingen en de penitentiaire inrichting. Alle mogelijke (cascade-)effecten van een scenario (zoals extreme regenval, mogelijk in combinatie met andere calamiteiten) worden geïnventariseerd. Zo is bij extreme

4

Na afloop van het onderzoek (in februari 2026) hebben wij vernomen dat de gemeente in het samenwerkingsverband regio Noord-Kennemerland de nieuwe stresstesten in oktober 2025 heeft afgerond. Het rapport (“Actualisatie stresstest Noord-Kennemerland”, Sweco, oktober 2025) hebben wij ingezien. Pagina 21 van 59

Rekenkameronderzoek Extreme regenval

regenval en grote waterdiepten de kans op stroomuitval reëel – wat weer uitdagingen geeft voor hulpdiensten, enz. Tabel 3: Samenvatting van de onderdelen overstromingsrisico en risico op wateroverlast uit “Basisinventarisatie Klimaatkwetsbaarheden Langedijk & Heerhugowaard – 1 augustus 2019” Factor of risico

Score

Toelichting

schaal 0 tot 100

Overstromings

L*

H*

30

25

kans 2050

Langedijk en Heerhugowaard vallen beide geheel in de klassen “zeer kleine kans (1 op 3.000 tot 1 op 30.000 jaar) en “kleine kans” (1 op 300 tot 1 op 3.000 jaar) op overstroming met een bepaalde impact.

Overstromings

60

80

Diepte

Bij een bepaald overstromingsscenario (dijkdoorbraak) is de waterdiepte in Langedijk maximaal 0,5 m of max. 1 m. In Heerhugowaard is dit veelal 1,5 tot 2 m en plaatselijk nog meer.

Overstromings

55

70

risico (totaal) Water op straat

Voor de eindscore in kwetsbaarheid voor overstroming weegt de overstromingsdiepte zwaarder (80%) dan de overstromingskans (20%).

50

70

De omvang van gebieden met meer dan 10 cm water op straat bij extreme regenbuien (van 70 mm in 1 uur, of 100 mm in 2 uur) betreft in Heerhugowaard het centrum en het industrieterrein. In Langedijk gaat het om enkele straten in een viertal buurten.

Water in

50

60

kwetsbare panden

In beide woonplaatsen bevinden zich een vijftal gebouwen met een hoge kwetsbaarheid: combinatie van belangrijke functie (onderwijs, zorg, e.d.) met kans op water in het pand bij extreme regenval. En daarnaast nog meerdere gebouwen met een matige kwetsbaarheid.

Begaanbaar

60

70

heid wegen

In het noorden van Langedijk worden meerdere wegen bij extreme regenval (100 mm in 2 uur) slecht (15 cm water) of niet (30 cm water) begaanbaar. In Heerhugowaard gaat het om meerdere wegen verspreid over de gemeente, waaronder tevens een paar hoofdwegen.

Grondwater-

40

50

overlast

De zijstraten van de Dorpstraat in Langedijk zijn gevoelig voor grondwateroverlast. In Heerhugowaard zijn met name de buitenste wijken gevoelig voor grondwateroverlast.

Risico water

50

65

overlast (totaal)

Voor de eindscore in kwetsbaarheid voor wateroverlast wegen water in panden en begaanbaarheid wegen iets zwaarder (beide 30%) dan water op straat en grondwateroverlast (beide 20%).

*L: Langedijk; H: Heerhugowaard.

Kwetsbaarheden op regionaal niveau

(Schaalniveau 3 uit Figuur 3) Risicoanalyse door het waterschap Vanuit de interviews is bekend dat het waterschap HHNK verleden jaar samen met het bureau Sweco een analyse heeft uitgevoerd van de knelpunten in het beheergebied in bepaalde klimaatscenario’s. Dit is dus een soort “regionale stresstest”. Het gebied van HHNK valt samen met het gebied van DPRA-werkregio Noorderkwartier (zie Kader 4 hieronder). Het waterschap heeft de risicoanalyse zelfstandig uitgevoerd met weinig inbreng van de gemeenten. Wel zijn er gesprekken geweest tussen het waterschap, gemeenten en netwerkbeheerders over de kwetsbaarheden en het belang van specifieke voorzieningen (assets) in het watersysteem: welke gemalen zijn het meest kwetsbaar voor uitval en welke gemalen zijn in maatschappelijk opzicht het meest cruciaal? Hierbij is met gemeenten besproken welke vitale functies (toegangswegen, ziekenhuis, e.d.) er zijn. Tevens is met netwerkbeheerders (zoals Liander) besproken welke objecten (transformatorhuisjes) kunnen uitvallen als er bijvoorbeeld 20 cm water tegenaan staat. Pagina 22 van 59

Rekenkameronderzoek Extreme regenval

Deze gesprekken zijn niet uitgewerkt in een rapport, maar wel meegenomen in de analyse van het waterschap van de eigen assets. Zo kan het waterschap prioriteren welke gemalen als eerste in aanmerking komen voor vervanging of uitbreiding, en welke gemalen in het geval van stroomuitval draaiende gehouden worden op noodstroom. Het aantal noodaggregaten is te klein om alle elektrische gemalen draaiende te houden. Risicoanalyse Veiligheidsregio Noord-Holland Noord Dijk en Waard valt in de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord. Dit gebied komt geografisch grotendeels overeen met de werkregio Noorderkwartier (Kader 4 hieronder), maar is iets kleiner (zo vallen Zaanstreek-Waterland en een deel van Kennemerland in het zuiden erbuiten). De Veiligheidsregio heeft analyses voor de mogelijke gevolgen van allerlei rampscenario’s. De overstromingsrisico’s zijn voor het gebied geschaard onder categorie B (onwaarschijnlijk, maar met een zeer ernstige tot catastrofale impact). De risico’s voor extreem weer (waaronder extreme regenval) zijn ingedeeld in categorie C (waarschijnlijk, met aanzienlijke tot ernstige impact). De risicoanalyses zijn gericht op de fase van crisisbeheersing en gaan in op effecten, zoals stroomuitval en onbereikbaarheid van voorzieningen.

Risicoanalyse door DPRA-regio Noord-Kennemerland Vanuit de DPRA-regio Noord-Kennemerland (Kader 4 hieronder), zijn de lokale stresstesten in 2019uitgevoerd (zoals op vorige pagina benoemd). Verder heeft de regio een strategie voor klimaatadaptatie (zie hoofdstuk 7) en benoemt daarin vijf gebiedstypologieën in de regio, die iets zeggen over de mate van kwetsbaarheid. Dijk en Waard valt onder deze twee: 

Stedelijk Hart (Alkmaar en Heerhugowaard). Gebiedstype: dichtbebouwd. Risico op

Waterrijk (Langedijk en noorden Heerhugowaard). Gebiedstype: agrarisch en waterrijk.

wateroverlast en overstroming in bebouwde omgeving; risico op onbegaanbare wegen. Turfteeklandschap met vele kleine waterwegen en eilandjes. Risico op wateroverlast in bebouwde omgeving. Deze strategie beschrijft dus de kwetsbaarheden op (zeer) algemeen niveau.5 Kader 4: Toelichting werkregio Noorderkwartier en deelregio Noord-Kennemerland Voor het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) zijn in Nederland 45 werkregio’s gevormd. De gemeente Dijk en Waard behoort tot de werkregio Noorderkwartier. Dit is een samenwerking van 26 gemeenten, waterschap HHNK en drinkwaterbedrijf PWN. Deze werkregio Noorderkwartier is verder onderverdeeld in vier deelregio’s. De gemeente Dijk en Waard ligt in de deelregio Noord-Kennemerland. Dit is een samenwerking tussen HHNK, PWN, en acht gemeenten: Dijk en Waard, Alkmaar, Bergen, Uitgeest, Castricum, Heilo, Beverwijk en Heemskerk. Vóór de toevoeging van Beverwijk en Heemskerk heette de deelregio Noord-Kennemerland-Noord en dáárvoor (ten tijde van stresstesten in 2019) regio Alkmaar.

In de geactualiseerde stresstest uit 2025 zijn de kwetsbaarheden wel in detail benoemd. Hier houden we rekening mee in onze conclusies en aanbevelingen. 5

Pagina 23 van 59

Rekenkameronderzoek Extreme regenval

Kwetsbaarheden op bovenregionaal niveau

(Schaalniveau 4 uit Figuur 3) In de bovenregionale waterbeelden (§6.1) is ook gekeken naar de kwetsbaarheden en zijn de veiligheidsregio’s betrokken om de maatschappelijke ontwrichting van zo’n grootschalige extreme bui mede te duiden. Gemeenten zijn over het algemeen niet betrokken bij het uitwerken van de bovenregionale stresstest. Zij krijgen wel toegang tot de resultaten, en kunnen deze verwerken in hun lokale stresstesten en risicodialogen.6

6.3 Informeren van de gemeenteraad Deelvraag: In hoeverre is de gemeenteraad geïnformeerd over de risico’s van extreme regenval? Verkort antwoord deelvraag De gemeenteraad is geïnformeerd over de uitkomst van de stresstesten uit 2019. Hier maken de risico’s van extreme regen deel van uit. Het college van B&W is voornemens de gemeenteraad eveneens te informeren over de uitkomst van de geactualiseerde stresstesten. Na afronding van de stresstesten in 2019 (zie §6.2) zijn de gemeenteraden van de toenmalige gemeenten Langedijk en Heerhugowaard geïnformeerd over de uitkomsten. Het betreffende rapport “Basisinventarisatie Klimaatkwetsbaarheden Langedijk & Heerhugowaard” (Arcadis, 2019) is in Heerhugowaard besproken tijdens de raadsvergadering van 25 februari 2020 en in Langedijk tijdens de raadsvergadering van 11 februari 2020. Zo blijkt uit de gearchiveerde vergaderstukken. Voorafgaand aan de agendering in beide gemeenteraden heeft een informatiebijeenkomst plaats gevonden. Hierbij waren een aantal raadsleden aanwezig. Sommige raadsleden waren ook al aanwezig bij de voorafgaande bijeenkomst van de Klimaatadaptatieregio NoordKennemerland (destijds: regio Alkmaar) op 8 januari 2020, waar Arcadis de uitkomst zelf gepresenteerd heeft. Sinds 2020 hebben klimaatrisico’s niet als losstaand thema op de raadsagenda gestaan.

De risico’s komen soms wel aan bod bij agendapunten over specifieke projecten en plangebieden. De geïnterviewden zijn er voorstander van de geactualiseerde stresstesten (2025) met de gemeenteraad – alsook met inwoners – te delen7 en om raadsleden bij de risicodialogen te betrekken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=28402169-7970-43f3-b937-1ca3a3ace339