CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Reactie TTL en D.V.V. op Raadsvoorstel 'Accommodatie Binnensport' en Bijlage 14 'Prognose aantal turnleden 2015-2024' - incl. 3 bijlagen

Gemeenteraad 9 december 2025, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Accommodatieplan binnensport2.826 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan: Gemeenteraad Dijk en Waard c.c.: College van Burgemeester & Wethouders Parelhof 1 1703 EZ Heerhugowaard Dijk en Waard, 20 november 2025

Geachte dames en heren, Als vervolg op onze brieven van 29 september en 22 oktober 2025 geven wij u hierbij aanvullend concrete achtergrond voor een goed afgewogen scenariokeuze. In het onlangs gepubliceerde Raadsvoorstel ‘Accommodatie Binnensport’ staat: SiU, TTL en DVV gaven met hun brieven aan dat zij verwachten beide hallen goed te kunnen benutten, gezien de groeiende belangstelling voor de turnsport. Toch blijkt uit een nadere analyse dat deze prognose aan de optimistische kant is. In geen enkele andere gemeente in Nederland is een vergelijkbare groei van het aantal turnleden zichtbaar. Als Dijk en Waard deze groei daadwerkelijk zou doormaken, zou dat een uitzonderlijke situatie zijn binnen de Nederlandse turnsport. Het is daarom realistischer om uit te gaan van een gematigde groei. Er wordt verwezen naar ‘Bijlage 14 - Prognose aantal turnleden 2015-2024’ (hier: bijlage 1). In die bijlage staan bron- en rekenfouten. Ook is er sprake van denkfouten, die zijn oorsprong vinden in het feit dat men het verhaal achter de cijfers onvoldoende doorgrondt. Dit alles leidt tot een volstrekt verkeerde voorstelling van zaken. En daarmee potentieel tot een ongefundeerd en verkeerd raadsbesluit. Hieronder volgt mijn toelichting in de punten (1) tot en met (5), met als afronding een conclusie.

De twee schema’s uit raadsvoorstelbijlage 14 samenvattend, geven het volgende weer: (n.b.: in de bijlage rekent men met bevolkingsaantallen van Nederland over 2019 en 2024. Deze getallen worden echter niet vermeld. Voor de volledigheid en contoleerbaarheid hebben wij ze uit de officiële CBS Statline-tabel gehaald en hier wel opgenomen)

Voor de regel ‘Aantal KNGU-leden in Nederland’ wordt als bron genoemd: https://www.sportenbewegenincijfers.nl/kaarten/sportlidmaatschappen Deze bron heeft als basis dat alle sportbonden, waaronder de KNGU, elk jaar data aanleveren bij het NOC*NSF. Al vele jaren stelt men hiermee het “Zo Sport Nederland”-rapport samen. Wij hebben de rapporten over de periode 2013 t/m 2024 doorlopen v.w.b. de KNGU-informatie.

(1) Het aantal KNGU leden van 268.000 (gekleurd) in 2019 klopt, maar dat is onze correctie op de raadsvoorstelbijlage, waar het onterecht op 284.000 staat doordat men ‘appels met peren’ vergelijkt. De 284.000 komt namelijk wel voor in het NOC*NSF-rapport, maar niet als ‘aantal leden’, maar als ‘aantal lidmaatschappen’. Dat is een andere eenheid. De ‘leden’ zijn unieke personen. De ‘lidmaatschappen’ zijn de ‘leden’ met daarbij opgeteld de rollen als bijvoorbeeld bestuurder, leiding, scheidsrechter of jury e.d. In ‘lidmaatschappen’ zitten dus dubbel(of meer-)tellingen. (2) In 2016 zat de KNGU financieel in zwaar weer en na veel discussie en rumoer met de aangesloten clubs verhoogden zij de bondscontributie zéér fors. Het gevolg: a) Waar van 2015 naar 2016 slechts 4 clubs bij de KNGU verdwenen, waren dat er in het jaar van de bondscontributieverhoging maar liefst 58. Zes procent van de verenigingen schreef zich binnen één jaar volledig uit. b) De overige verenigingen bleven weliswaar aangesloten bij de Bond – dat is de enige manier om mee te mogen doen aan wedstrijden – maar zij schreven veelal hun niet-wedstrijdleden uit bij de KNGU, om in ieder geval deels aan die bondscontributieverhoging te ontkomen. (a) + (b) leidden tot een enorme ledendaling. Vanwege deze enorme (en verklaarbare) daling in 2016 is het meenemen van het jaartal 2015 feitelijk niet valide.

De vergelijking 2015 → 2019 gaat dus niet op. Om de vergelijking 2019 → 2024 in goed perspectief te zien moet worden aangetekend dat Corona een zware wissel heeft getrokken op - met name – het recreatieve bestand van de KNGU. De sporters op wedstrijdniveau waren meer trouw aan hun clubs, dat ziet u terug in (4). (3) Als basis hanteert het Raadsvoorstel het aantal KNGU-leden. Dat is op zichzelf al een veel te generieke grondslag. In het eindrapport van Tien Organisatieadvies wordt daar ook niet mee gerekend, het aantal turnhaluren is bepalend (zie o.a. onze notitie van 22 oktober jl.). Daarbij komt dat sporttakken als kleutergymnastiek, ouder- en kindgym, seniorengymnastiek, jazzdans e.d. onterecht worden meegeteld. Deze horen niet thuis in een turnhal. Het meetellen van die sporttakken, als onderdeel van de eenheid ‘aantal KNGU-leden’, vertekent de tendens die men – puur t.b.v. een turnhalafweging – bedoelt te maken. (4) Voor een zuivere afweging moet gekeken worden naar de tendens van het aantal leden in de sporttakken waarvoor onze turnhallen noodzakelijk zijn: turnen, acro en trampolinespringen. Data-analyse door de Projectleider Onderzoek van de KNGU (zie bijlage 2) toont aan dat er sprake is van een groeiende tendens bij de wedstrijdsporters. N.b.: de cijferreeks start in 2021/2022 vanwege een systeemovergang binnen de KNGU.

N.b.: het is niet te bewijzen, maar deze stijgende tendens zou zonder Corona (duurde van maart 2020 – februari 2022) ongetwijfeld nog veel groter zijn geweest.

(5) We halen het in mijn intro genoemde raadsvoorstel opnieuw aan, specifiek de tekst “Toch blijkt uit een nadere analyse dat deze prognose aan de optimistische kant is. In geen enkele andere gemeente in Nederland is een vergelijkbare groei van het aantal turnleden zichtbaar.” De opmerking dat een vergelijkbare groei ‘in geen enkele andere gemeente’ zichtbaar is, wordt niet gestaafd. Zo’n conclusie zou ook alleen getrokken kunnen worden aan de hand van een zéér omvangrijk onderzoek over alle gemeenten, het gaat immers om toekomstige groei. Of het zou een conclusie moeten zijn van iemand die zijn sporen heeft verdiend op het gebied van turnaccommodaties in Nederland: zie in bijlage 3 een brief van ‘Maatwerk in Sport’. De groeipercentages die wij hebben gehanteerd in al onze voorgaande correspondentie (op twee manieren: realistisch en óók behoudend) vindt zijn oorsprong in de expertise van dhr. Bus en ziet u terugkomen in zijn notitie. Hij was jarenlang werkzaam bij en voor de KNGU. In zijn functie als Coördinator Accommodaties is hij gedurende een onafgebroken periode van acht jaar betrokken geweest bij de realisatie van circa 40 verschillende turnhalprojecten. Verder staat in het raadsvoorstel ook: “Het is daarom realistischer om uit te gaan van een gematigde groei”. Echter, dat déden we al. In onze brief van 22 oktober jl.

staat zowel in tekst, in een samenvattende tabel als in grafieken dat we - zelfs bij halvering van de te verwachten groei voldoen aan de door Tien Organisatieadvies en de gemeente zélf voorgeschreven minimale bezettingsnorm voor twee turnhallen! Conclusie Het voor het Raadsvoorstel essentiële fundament ‘Bijlage 14 - Prognose aantal turnleden 20152024’ stelt met slechts enkele getallen in één A4 vast dat er op landelijk niveau een afnemende behoefte is aan turnvoorzieningen (daarbij gaan we ervan uit dat men doelt op ‘turnhallen’, dat immers is nu juist - inmiddels twintig jaar - het voorliggende onderwerp). In deze brief zijn de bron-, reken- en denkfouten van de raadsvoorstelbijlage genoemd en toegelicht. Daarbij is de focus verlegd naar de voor een turnhal bedoelde disciplines, waar – in tegenstelling tot de in het Raadsvoorstel aangehaalde krimp – juist sprake is van groei. Van twee geraadpleegde specialisten treft u hun brief aan in de aangehechte bijlagen. De grond voor de conclusie uit het Raadsvoorstel is aantoonbaar onjuist. Opnieuw verwijzen we naar de slotsom in onze brief van 22 oktober jl. Daarin wordt aangetoond dat één turnhal op geen enkele manier een optie is. De enig juiste keuze is scenario 4 c: twee turnhallen. Afgezet tegen de door Tien Organisatieadvies en door het NOC*NSF gehanteerde minimale norm is dat vanaf dag één direct passend.

Erop rekenend u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd, met sportieve groet, Cees Horio Turn Totaal Langedijk / D.V.V.

Bijlage 1 Bijlage 14

Zaaknummer: Onderwerp:

00001152670 Bijlage 14 - Accommodatieplan binnensport

Bijlage 14: Prognose aantal turnleden 2015-2024 Bij het opstellen van het accommodatieplan voor de binnensport is gekeken naar de behoefte aan turnvoorzieningen binnen de gemeente Dijk en Waard. Hieronder wordt de vergelijking gemaakt met de situatie in buurgemeente Alkmaar, om het aantal turnleden van de Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Unie (KNGU) in perspectief te plaatsen. Uit cijfers van het CBS en de KNGU blijkt dat in 2024 ongeveer 1,3% van de Nederlandse bevolking lid is van de KNGU. In Dijk en Waard komt dit neer op een geschat aantal van 1.134 tot 1.224 leden, bij een totale bevolking van 90.747 inwoners. In Alkmaar, met 112.951 inwoners, ligt het percentage iets lager, namelijk 1,1%, wat neerkomt op 1.186 tot 1.298 leden. Het verschil in ledentallen tussen beide gemeenten is dus beperkt. Gebied Nederland Alkmaar Dijk en Waard

Inwoners 2024 (CBS) 17.990.000 112.951 90.747

% KNGU leden 1,3% 1,1% 1,3%

= KNGU leden 236.000 1.186-1.298 1.134-1.224

Het aantal KNGU leden liet in de afgelopen jaren de volgende ontwikkeling zien: KNGU leden in NL Aantal In % vd bevolking

2015 304.000 1,80%

2019 284.000 1,64%

2024 236.000 1,31%

Bron: https://www.sportenbewegenincijfers.nl/kaarten/sportlidmaatschappen Hierbij wordt opgemerkt dat niet alle sporters die actief zijn bij turn- en gymnastiekverenigingen ook bondslid zijn van de KNGU. Deze recreatieve gymnastiekbeoefenaars doen niet mee met officiële bondswedstrijden. Het werkelijke aantal actieve deelnemers kan dus iets hoger liggen, maar dit geldt voor beide gemeenten. Daarnaast laten landelijke cijfers zien dat het aantal KNGU-leden de afgelopen jaren is afgenomen. In 2015 waren er nog 304.000 leden, in 2019 284.000, en in 2024 is dit gedaald naar 236.000. Relatief gezien daalde het percentage KNGU-leden ten opzichte van de totale bevolking van 1,80% in 2015 naar 1,31% in 2024. Deze trend wijst op een afnemende behoefte aan turnvoorzieningen op landelijk niveau. Gelet op deze cijfers en de beperkte omvang van de doelgroep binnen de gemeente, is het voorstel om één turnhal te realiseren voldoende om in de lokale behoefte te voorzien. De geplande turnhal in Vaandel-Zuid biedt ruimte aan twee turnverenigingen, en is specifiek

ingericht voor solistisch gebruik. Dit betekent dat de hal niet gedeeld hoeft te worden met andere zaalsporten zoals handbal of zaalvoetbal, waardoor de kwaliteit van de trainingsomgeving gewaarborgd blijft. Het realiseren van een tweede turnhal binnen dezelfde gemeente zou leiden tot overcapaciteit, hogere investeringskosten en een inefficiënte benutting van ruimte en middelen. Eén goed uitgeruste turnhal is passend bij het aantal gebruikers, de landelijke trend en de beschikbare ruimte binnen het accommodatieplan.

2

Bijlage 2 Aan: Turn Totaal Langedijk / D.V.V. t.a.v. Cees Horio cgm.horio@quicknet.nl Arnhem, 18 november 2025

Beste Cees, Naar aanleiding van je verzoek heb ik samen met mijn collega van de ICT afdeling een database analyse uitgevoerd op de vier seizoenen ‘21/’22 tot en met ‘24/’25 m.b.t. de wedstrijddisciplines turnen, acrogymnastiek en trampolinespringen. Van de jaren hiervoor heb ik om diverse redenen geen complete en vergelijkbare statistieken over deze wedstrijddisciplines. De belangrijkste reden heeft te maken met het feit dat de KNGU sinds 2021 werkt met een nieuw inschrijfsysteem voor wedstrijden. Tevens liep ik ook tegen wat technische uitdagingen aan. Hierbij de statistieken van de wedstrijdsporters over deze vier seizoenen:

Corona heeft in deze periode absoluut een drukkend effect gehad, maar zoals je ziet is er evengoed sprake van een fraai stijgende tendens. Wij rekenen erop je hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Inge Strijbosch Projectleider Onderzoek

november ’25

1

Bijlage 3 Aan het bestuur van Turn Totaal Langedijk/D.V.V. t.a.v. de heer C.G.M. Horio op mail: cgm.horio@quicknet.nl

Kolhorn, 20 november 2025 Betreft: feedback op raadsvoorstel turnhal gemeente Dijk en Waard

Geacht Bestuur, Naar aanleiding van uw daartoe strekkend verzoek geef ik mijn inzicht voor wat betreft het raadsvoorstel en de daarin gepresenteerde analyse van de bezetting. U heeft mij benaderd omdat ik in 2020 een advies heb gegeven over de planontwikkeling/businesscase van een turnhal voor de vereniging. Dat deed ik destijds, omdat ik als accommodatieadviseur van de KNGU alle accommodatiegerelateerde zaken binnen de turnsport in Nederland behandelde en adviseerde. In de 8 jaar dat ik dit voor de sportkoepel heb mogen doen ben ik bij circa 40 verschillende projecten in eenzelfde aantal gemeenten betrokken geweest. Daarnaast ben ik op dit ogenblik projectleider in de gemeente Purmerend voor het opzetten van een platform voor talentontwikkeling en topsport, waar ik ook nauw contact heb met Turncentrum Waterland en hen begeleid bij hun ambities. Uit dien hoofde neem ik toch de vrijheid een aantal aspecten te belichten: Louter ledental analyse Hoewel het ledental een goede eerste graadmeter is ten aanzien van het in kaart brengen van de behoefte is het, in deze tijd, te beperkt om louter de accommodatiebehoefte te baseren op dit gegeven. Graag neem ik u mee in een aantal andere belangrijke aspecten bij het bepalen van de ruimtebehoefte: A. B. C. D.

Niveau turnsporters versus ruimtebehoefte Maatschappelijke ontwikkelingen en nieuwe sportvormen Combinatie sport – onderwijs ‘Couleur Locale’ bepaalt mede de behoefte

A. Niveau turnsporters versus ruimtebehoefte Het aantal sporters en het niveau dat zij hebben, bepaalt in grote mate de bezetting van de turnhal. Met de ambities van de gemeente die uit het raadsvoorstel spreken (topsport) worden impliciet de gevestigde turnverenigingen uitgedaagd om het niveau te verhogen. Er zijn daarbij 2 factoren die voor de bezetting een rol spelen. Hoger niveau vergt in de turnsport een progressief aantal trainingsuren per sporter. Daarnaast gaat het ook om de zogenaamde “toestelratio”: hoeveel turners kunnen er gelijktijdig aan een toestel werken. Hoe hoger het niveau, hoe lager de toestelratio. Ik heb in de bijlage ter illustratie een schema gezet dat als een gemiddelde kan worden genomen. Interpretatie ledental KNGU - dit is mijns inziens een foute interpretatie. Hoewel het totale ledental van de KNGU daalt, neemt het aantal wedstrijdsporters - lees potentiële gebruikers van de turnhal -

toe. De KNGU slaagt er nog steeds niet in om relevant te zijn voor de echte recreatieve leden, waardoor daar met name de daling van ledental de oorzaak heeft. B. Maatschappelijke ontwikkelingen en nieuwe sportvormen Daarnaast zijn er steeds meer sporten die gebruikmaken van een turnhal. Zo is het freerunning of parkour erg in opkomst. Het is inmiddels een bij de FIG aangesloten onderdeel en heeft dus ook al wereldkampioenschappen. Daarnaast staat het op de nominatie om in de komende cycli ook Olympisch te worden. Het zal met de komst van een turnhal in Langedijk absoluut een behoefte wakker maken. Daarnaast zie ik in steeds meer sporten dwarsverbanden ontstaan waarbij het talent, in welke sport dan ook, specifiek aandacht geeft aan zijn/haar ontwikkeling als atleet. De 10 grondvormen van bewegen zijn daarbij leidend. Kijk naar voetbalclubs als Ajax, Heerenveen, Sparta en dergelijke die van een Athletic Skills-baan maar ook een turnhal gebruikmaken voor die scholing. Dat zal de komende jaren bij talentontwikkeling zeker een meer dominante rol gaan spelen. Kortom de turnhal zal, naast turnen, ook een andere rol gaan vervullen, goed ook om daar voor wat betreft de inrichting alvast over na te denken C.

Combinatie sport – onderwijs Wanneer wij over topsport en talentontwikkeling spreken is niet alleen het sporttechnische gedeelte van belang, ook de randvoorwaarden zoals passend onderwijs. Voor de turnsport in uw gemeente is dat goed te combineren met de voorzieningen die er in Alkmaar zijn, bijvoorbeeld het Willem Blaeu. Het is een belangrijk aspect, willen talenten in de turnsport bij de verenigingen blijven. D. ‘Couleur Locale’ bepaalt mede de behoefte Tenslotte is er de plaatselijke situatie, die kan weerbarstig zijn ten opzichte van de landelijk cijfers. Zo heeft Castricum als kleine gemeenschap een enorme rugbyclub op landelijk niveau, het gehucht Winkel een topafdeling handbal dames en ga zo maar door. Het is dan ook verstandig daar eveneens goed naar te kijken. Hoewel ik dat niet echt heb geanalyseerd, is het hebben van 3 turnverenigingen binnen de gemeente, met mooie aantallen leden, al een indicatie dat landelijke analyses wel eens niet helemaal van toepassing zouden kunnen zijn op situatie in uw gemeente. In mijn advies in 2020 heb ik de vereniging, op basis van mijn ervaring bij alle turnhalprojecten, een te verwachten ledengroei meegegeven bij de realisatie van de turnhal. Dat was in het eerste jaar rond de 7%, in een aantal jaren aflopend naar 1% per jaar.

Tevens is bij het landelijk beoefeningspercentage voor de turnsport het beeld dat hoe kleiner de gemeente, hoe meer dat percentage t.o.v. het landelijk gemiddelde omhoog gaat. Met het schrijven van deze reactie heb ik beperkte kennis van het raadsvoorstel die door de verenigingen aan mij is toegezonden. Wellicht draagt mijn inzicht in de situatie in Dijk en Waard bij aan een goed gewogen raadsbesluit straks. Met vriendelijke groet,

Maatwerk in Sport

Peter Bus Waardpolderhoofdweg 35 1767 EJ Kolhorn 06-51592032 info@maatwerkinsport.nl https://www.linkedin.com/in/peter-bus-7a5185a/

bijlage:

Niveau Ere 1ste 2de 3de 4de 5de 6de 7de overig recreatief acro 3de acro 4de acro 5de acro 6de

Trainingsuren per week 32 16 12 9 6 4 3 2 1,5 9 6 4 3

Toestelratio 1 1 2 3 4 4 5 5 6 3 3 3 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=352c74e0-dcc9-47f8-a214-5c4d252d5a91