Raadsvoorstel verordening jeugdhulp en mo 2025
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL
Zaaknummer: Onderwerp: Datum raadsvergadering:
1044066 Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Invullen door de griffie
Portefeuillehouder: Programma:
G.J. Rep en E. Leibbrand 6. Sociaal domein
Publiekssamenvatting De verordening voor jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning van gemeente Dijk en Waard 2024 wordt aangepast. De verordening regelt de rechten en plichten van inwoners met een hulpvraag (en van hun omgeving) bij hulp en ondersteuning vanuit de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De verordening is het juridisch kader waarbinnen de gemeente maatwerkvoorzieningen voor hulp en ondersteuning indiceert. De gemeenteraad speelt met het maken van deze aanpassingen in op een uitspraak van de landelijke Centrale Raad van Beroep over regelgeving ten aanzien van gebruikelijke hulp en voert daarnaast nog een aantal andere verbeteringen in de verordening door. Met deze aanpassingen zorgen we ervoor dat de Jeugdwet en de Wmo worden ingezet waarvoor ze zijn bedoeld, zodat de middelen zo goed mogelijk kunnen worden besteed. Voorgesteld besluit De gemeenteraad besluit: 1. de verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Dijk en Waard 2025 vast te stellen (bijlage 1); Inleiding Op 10 oktober 2023 heeft de gemeenteraad de verordening ‘jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning gemeente Dijk en Waard 2024’ vastgesteld. Op 13 februari 2024 heeft de gemeenteraad de verordening aangepast met terugwerkende kracht per 1 januari 2024.
Deze aanpassing betrof het uurtarief van het persoonsgebonden budget (pgb) voor de inzet van begeleiding aan jeugdigen vanuit het netwerk. Op 29 mei 2024 heeft de Centrale Raad van Beroep (CRvB) een uitspraak gedaan die verwerkt moet worden in de gemeentelijke verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning. In deze uitspraak geeft de CRvB aan dat uit de Jeugdwet volgt dat gemeenten in hun verordening regels moeten opnemen over hoe de gemeente tot een afweging komt over de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van ouders en verzorgers. Deze uitspraak heeft gevolgen voor de inzet van pgb’s binnen het sociaal netwerk. De verordening beschikt momenteel niet over een afwegingskader ten aanzien van eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen. Dit voorstel voorziet erin de verordening hierop aan te vullen. Daarnaast worden er nog een aantal andere aanpassingen voorgesteld op basis van een eerste evaluatie op de verordening van 2024.
Beoogd effect Met het vaststellen van de belangrijkste wijzigingen op de verordening wordt beleid en regelgeving op het gebied van jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning in lijn gebracht met bindende uitspraken van de CRvB evenals met de uitkomsten van de eerste evaluatie op de verordening 2024. Kader Gemeenten hebben de wettelijke plicht om verordeningen op te stellen voor de uitvoering van het sociaal domein. In dit geval voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Jeugdwet. Kaderstellend voor deze verordening zijn: 1. Jeugdwet: artikel 2.9 Jeugd; 2. Wmo: artikel 2.1.3; 3. Visie Sociaal Domein gemeente Dijk en Waard; 4. Integraal Beleidskader Sociaal Domein (IBK) gemeente Dijk en Waard; 5. Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning gemeente Dijk en Waard 2024; 6. CRvB uitspraak gebruikelijke hulp (Jeugdwet)1: Argumenten per beslispunt De gemeenteraad besluit: 1. De verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Dijk en Waard 2025 vast te stellen (bijlage 1); 1.1 De verordening voorziet momenteel niet in de bindende uitspraak van de CRvB De verordening biedt momenteel geen richtlijnen om de eigen kracht en het probleemoplossend vermogen van ouders te kunnen afwegen ten aanzien van de ondersteuningsbehoefte van hun kind. Dit speelt bij aanvragen voor een pgb voor de inzet van begeleiding vanuit het sociale netwerk.
Hierdoor kunnen ouders eenvoudig een pgb ontvangen voor zorg die niet-gebruikelijk is. De gemeente is daardoor soms genoodzaakt een hoger pgb af te geven dan nodig, omdat het de gemeente nu ontbreekt aan een kader om deze eigen kracht en het probleemoplossend vermogen aan te kunnen toetsen. Dit leidt tot extra kosten. Met deze aanvulling in de verordening kan beter gewogen worden wat ouders zelf of met behulp van hun netwerk kunnen oplossen, ook wanneer de benodigde hulp niet-gebruikelijk is. Daar waar zij deze begeleiding of ondersteuning kunnen bieden vanuit hun eigen kracht en netwerk, komt hier geen pgb tegenover te staan. Hierbij wordt een afweging gemaakt tussen draagkracht en draaglast. Voor de ondersteuning die ouders niet zelf kunnen dragen, kan in dat geval geïndiceerde ondersteuning worden ingezet. 1.2 Het afwegingskader voor gebruikelijke hulp draagt bij aan het afbakenen van de reikwijdte van de jeugdhulpplicht De Jeugdwet verplicht gemeenten er zorg voor te dragen dat ‘passende jeugdhulp ingezet wordt’, maar wat ‘passende jeugdhulp’ inhoudt wordt in de wet niet gedefinieerd of afgebakend. De onduidelijkheid over de reikwijdte wordt gezien als een belangrijke reden voor de toename van het gebruik van jeugdhulp.
De reikwijdte op de jeugdhulpplicht wordt ook Centrale Raad van Beroep, 29 mei 2024, ECLI:NL:CRVBB:2024:1095 (gemeente Vlissingen), ECLI:NL:CRVB:2024:1096 (gemeente Hollands Kroon en ECLI:NL:CRVB:2024:1097 (gemeente Groningen) 1
benoemd in de Hervormingsagenda (Jeugd). Deze stelt dat aanpassingen in wetgeving nodig zijn om de reikwijdte van de jeugdhulpplicht scherper af te bakenen. Vanuit het Rijk wordt momenteel gewerkt aan een herziening op de Jeugdwet. Dit betekent onder andere dat begrippen als ‘gebruikelijke hulp’ en ‘eigen kracht’ beter zullen worden gedefinieerd. Deze begrippen vallen momenteel niet onder de jeugdhulpplicht. De eerder genoemde uitspraak van de CRvB speelt hier al op in. Ook hebben het Rijk en VNG vooruitlopend op de wetswijziging een handreiking geboden over de begrenzing van de reikwijdte Jeugdwet in lokale regelgeving, zoals de verordening. Het opstellen van een afwegingskader voor gebruikelijke hulp is daar onderdeel van. 1.3 Het afwegingskader voor gebruikelijke hulp is ook relevant voor de Wmo De kans is reëel dat de CRvB op termijn eenzelfde soort uitspraak doet voor de Wmo. Dit blijkt ook uit de mondelinge uitspraak van de rechtbank Overijssel (ECLI:NL:RBOVE:2024:3237), die een week na de publicatie van de CRvB-uitspraken is gedaan. Deze uitspraak wordt pas landelijk bindend, zodra de CRvB de uitspraak doet. Op grond van de Wmo verstrekken we meer inwoners een pgb dan binnen de Jeugdwet. Vanuit dat oogpunt is het verstandig hierop te anticiperen en ook de verordening voor de Wmo op dit punt aan te passen.
Dit kader geldt voor de partner en/of huisgenoten van Wmo-cliënten. 1.4 Er is nog een aantal andere wenselijke aanpassingen op de verordening Naast het opstellen van een afwegingskader voor gebruikelijke hulp is een eerste evaluatie op de gehele verordening uitgevoerd. Deze heeft geleid tot een aantal wenselijke inhoudelijke aanvullingen of aanpassingen (bijlage 3). Deze hebben betrekking op aanvullingen ten aanzien van: • het onderzoek • de deskundigheid van onderzoekers • de afwijzingsgronden • de woonvoorzieningen • de financiële tegemoetkoming • de herziening, intrekking en terugvordering en • de bestrijding oneigenlijk gebruik, misbruik en niet-gebruik van een individuele of maatwerkvoorziening. Daarnaast is er nog een aantal tekstuele aanpassingen op de verordening gedaan. Deze zijn gemaakt ter verduidelijking van de tekst en zijn niet inhoudelijk van aard. Kanttekeningen en risico’s De kans bestaat dat sommige inwoners minder tevreden zijn over de hoogte van hun pgb, omdat er een beroep wordt gedaan op de eigen kracht en het probleemoplossend vermogen van de inwoner, waar geen of een lager pgb tegenover komt te staan. Inwoners die momenteel wel een pgb met netwerktarief ontvangen, ontvangen die mogelijk in de toekomst niet meer of lager. Echter, met het door de gemeenteraad vast te stellen afwegingskader t.a.v. gebruikelijke hulp is het besluit wel transparant.
Het wordt beter uitlegbaar wanneer ouders of huisgenoten al dan niet in aanmerking komen voor een pgb voor het bieden van begeleiding of ondersteuning aan hun kind of partner. Alternatieven Het alternatief is om de verordening alleen aan te passen op het onderdeel van gebruikelijke hulp en de overige wijzigingen achterwege te laten. De uitspraak van de CRvB is tenslotte een onvermijdelijke juridische ontwikkeling waar iedere gemeente aan gehouden is. De overige
wijzigingen zijn een keuze. Het zou echter een gemiste kans zijn om, bij een wijziging op de verordening, andere verbeteringen die de uitvoering vergemakkelijken hierin niet te betrekken. Samenwerking en participatie Voor het opstellen van de verordening heeft geen participatie plaatsgevonden. Wel heeft de Cliënten Adviesraad (CAR) zijn advies gegeven op de inhoudelijke wijzigingen die nu voorliggen. De CAR ziet risico's die verbonden zijn aan deze aanpassingen. De CAR stelt dat het de vraag blijft of de voorgestelde drempels en voorwaarden voldoende rekening houden met schrijnende gevallen en uitzonderingen. Een te strikte toepassing kan leiden tot onrechtvaardige situaties waarin mensen tussen wal en schip vallen. Bovendien is het van belang om te waarborgen dat de uitvoeringspraktijk niet onnodig complex of bureaucratisch wordt. Het college vindt het, net als de CAR, belangrijk om te waarborgen dat onze inwoners die onze ondersteuning echt nodig hebben, dat ook krijgen. Het college is het eens met de CAR dat inwoners maatwerk nodig hebben en geeft aan om die reden te werken volgens het vijfstappenplan van de CRvB. Het college is verplicht dit stappenplan toe te passen.
Binnen dit stappenplan wordt juist een brede oriëntatie gedaan rondom de persoonlijke situatie en omstandigheden van de inwoner, zodat het al dan niet toekennen van een individuele of maatwerkvoorzieningen zo goed mogelijk aansluit op de individuele situatie van de inwoner. Het advies van de CAR, inclusief de schriftelijke reactie van het college daarop, is opgenomen als bijlage ter informatie van dit voorstel (bijlage 2). Financiën Het aanpassen van de verordening heeft op zichzelf geen financiële gevolgen. Wel is de verwachting dat het beter kunnen afwegen van de eigen kracht en het probleemoplossend vermogen van de inwoner, leidt tot het minder of lager verstrekken van pgb’s vanuit het netwerk, wat een positief financieel effect heeft. Communicatie De verordening wordt gepubliceerd op overheid.nl. Hiermee wordt deze verordening officieel bekend gemaakt en wordt de oude verordening ingetrokken. Voor inwoners is de overgangsregeling in de verordening van toepassing. Uitvoering Het college zal na vaststelling van de verordening door de raad nog overgaan tot het vaststellen van aanvullende beleidsregels. Hierbij is specifiek aandacht voor de beleidsregels voor gebruikelijke hulp. Ook voor de beleidsregels wordt de samenwerking gezocht met de Cliënten Adviesraad (CAR). De verordening is daarnaast continue aan ontwikkelingen onderhevig. Het Sociaal Domein is volop in beweging.
Hierbij wordt o.a. gerefereerd aan de landelijke Hervormingsagenda (Jeugd) en het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Het afbakenen van de jeugdhulpplicht, evenals het opzetten van Stevig Lokale Teams zijn hierin belangrijke speerpunten. Deze ontwikkelingen kunnen direct van invloed zijn op de verordening. Voor de maatwerkvoorzieningen vanuit de Wmo geldt dat er in 2027 nieuwe inkoopovereenkomsten met de aanbieders afgesloten moeten zijn. Het is mogelijk dat daarvoor wijzigingen in de verordening aangebracht moeten worden. Bijvoorbeeld als er meer kwaliteitseisen vastgelegd moeten worden. Tevens heeft de wetgever een wetswijziging Wmo in
voorbereiding om weer een inkomensafhankelijke eigen bijdrage in te voeren. De verordening dient in lijn te zijn en mee te bewegen met dergelijke beleidsmatige en wettelijke ontwikkelingen. Dit betekent dat de komende jaren nog vaker aanpassingen op de verordening worden verwacht. Bijlagen, onderdeel van het besluit 1.Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning gemeente Dijk en Waard 2025 Bijlagen ter informatie 2. Schriftelijke reactie CAR-advies verordening jeugdhulp en mo 2025 3. Inhoudelijke wijzigingen verordening jeugdhulp en mo 2025