Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 Dijk en Waard inclusief aanpassing erratum (pagina 77)
Tekst van het document
Waar staan we voor? Maatschappelijk effect Voor Dijk en Waard is de transformatie in het sociaal domein een belangrijke taak. Het doel is een sterke, gezonde en vitale samenleving. Sinds de decentralisaties in 2015 is dit al een uitdaging. Door nationale en wereldwijde ontwikkelingen blijft de druk op het sociaal domein groeien.
De ambities en de beheersingsopgaven in het sociaal domein kunnen we niet alleen doorvoeren. Dit is een gedeelde opgave met het ruimtelijk domein en veiligheid. Ook hebben we onze lokale en regionale ketenpartners nodig om samen op te trekken om de doelen uit het integraal beleidskader sociaal domein te behalen. Vanuit het gezond en actief leven akkoord (GALA) en het integraal Zorgakkoord (IZA) wordt actief samengewerkt met lokale en regionale partners om onze inwoners gezond en vitaal te houden.
Het vorige kabinet heeft in een brief aan de Kamer aangegeven dat er in het sociaal domein een duidelijke scheefgroei is tussen de taken en de beschikbare financiële middelen. Ze dringen erop aan deze disbalans te herstellen. Hoewel het kabinet dit probleem nu erkent, is er nog geen oplossing in zicht. De budgetten staan onder druk en de inkomsten en uitgaven in het sociaal domein lopen vaak niet gelijk. Het Rijk compenseert gemeenten via het gemeentefonds voor indexaties en kostenstijgingen, maar dit gebeurt vaak pas later. Hierdoor moet de gemeente in haar planningen-controlcyclus regelmatig overschrijdingen melden. In de hervormingsagenda zijn afspraken gemaakt om het stelsel in het sociaal domein te vernieuwen. Voor gemeenten is hier een financiële taakstelling aan gekoppeld. Voor Dijk en Waard betekent dit een taakstelling van € 2,5 miljoen in 2024, oplopend tot € 5,5 miljoen in 2028. De huidige financiële situatie maakt dat er keuzes nodig zijn in onze dienstverlening binnen het sociaal domein. Hiervoor bereidt het college voorstellen voor, die we zullen voorleggen aan de raad. We zetten daarbij in op het versterken van het netwerk van inwoners, zodat zij meer ondersteuning kunnen krijgen vanuit de eigen omgeving Programmabegroting 2025
43
Welke doelen helpen daarbij en waar richten we ons op? Een sterke sociale basis (route 1 Integraal beleidskader) 1. Het versterken van het voorliggend veld, preventie en inzet van laagdrempelige, collectieve voorzieningen, waaronder jongerenwerk om de positie en het netwerk van onze inwoners te versterken, zodat zij zelfredzaam blijven en we de druk op de professionele hulp kunnen verminderen. a. In 2025 wordt het beleid Sociale inclusie/ Antidiscriminatiebeleid aan de raad aangeboden. b. We geven de opdracht om meer jongerenwerk op locatie uit te voeren, inclusief extra financiering voor activiteiten en faciliteiten, zodat we meer jongeren bereiken. c. Er worden activiteiten georganiseerd om de weerbaarheid van jongeren te vergroten, gebaseerd op een nog op te stellen jeugdmonitor en uitvoeringsplan Weerbare Jeugd. 2. Het realiseren van voldoende passende woningen voor ouderen en andere aandachtsgroepen in wijken met voldoende voorzieningen waar mensen naar elkaar omkijken. a. Projecten vanuit het Uitvoeringsplan Woonzorgvisie worden uitgevoerd in 2025. b. We blijven voldoen aan de taakstellingen op het gebied van asielopvang en we spannen ons in om te voldoen aan de taakstelling uit de spreidingswet.
2. We blijven de integrale aanpak in het sociaal domein ontwikkelen, daarbij maken we gebruik van de ervaringen die we hebben opgedaan in de pilot armoedebeleid. De verschillende onderdelen uit de piot worden geëvalueerd. Bij een positieve uitkomst wordt de integrale aanpak opgenomen in de werkwijze van het lokale team. Hierbij maken we ook gebruik van de doorbraakmethode van het instituut publieke waarden. 3. We verbeteren de overgang van 18-/18+ door het proces rondom toekomst- en perspectiefplannen en de interne samenwerking te verbeteren. 4. We ontwikkelen het lokale team verder naar een meer gebiedsgerichte ondersteuning samen met partners en inwoners. a. We stellen een plan van aanpak op om het lokale team te versterken, gebaseerd op de zeven kenmerken van het VNGmodel Stevig Lokaal Team. Dit is een van de maatregelen uit de Hervormingsagenda.
Passende ondersteuning dichtbij de inwoners (route 2 Integraal beleidskader) 1. Het versterken van de samenwerking tussen het lokaal team en plaatsen waar kinderen en jongeren komen, zoals het onderwijs, de kinderopvang en de huisartsen.
Programmabegroting 2025
44
Kwalitatieve en beheersbare hulp en ondersteuning (route 3 Integraal beleidskader) 1. Bestaanszekerheid versterken doordat meer inwoners gebruik maken van de armoedevoorzieningen. a. Naast de inzet op de armoedevoorzieningen onderzoeken we in 2025 verder hoe we de bestaanszekerheid van inwoners verbeteren en inwoners in kwetsbare situaties beter bereiken. 2. Het realiseren van een sluitend zorgaanbod. a. We evalueren de regionaal nieuwe contracten voor jeugdhulp die begin 2023 van start gegaan zijn, om te bezien in hoeverre de eerder gestelde inkoopdoelen behaald zijn. Daarbij is extra aandacht voor het inkoopdoel 'grip op kosten'. 3. We vernieuwen de inkoop van maatwerkvoorzieningen binnen de Wmo om meer focus te leggen op het voorliggend veld en beter de regie te voeren op de inzet van professionele maatwerkvoorzieningen. a. Per 1 april 2025 start een nieuw contract voor Wmo-vervoer. Onderdeel hiervan is dat meer gestuurd wordt op data en meer ingezet wordt op voorliggende voorzieningen als de vervoersvereniging Dijk en Waard. b. In 2025 werken we regionaal aan de voorbereidingen voor de nieuwe inkoop van begeleiding binnen de Wmo die 1 januari 2027 in gaat. 4. We verbeteren het toezicht op de rechtmatigheid en kwaliteit van de uitvoering van de Jeugdwet en Wmo.
Programmabegroting 2025
45
Programma 6: Indicatoren Onderstaande indicatoren vertellen transparant hoe Dijk en Waard ervoor staat. De verplichte BBV-indicatoren (Besluit Begroting en Verantwoording) zijn als tabel ook opgenomen in een aparte bijlage. De impact indicatoren van het sociaal domein worden in de separate monitor Sociaal Domein opgenomen. BBV-indicatoren
Programmabegroting 2025
46
Programmabegroting 2025
47
Noot:Voor jongeren met delict voor de rechter; kinderen in uitkeringsgezin; werkloze jongeren is er over 2023 (nog) geen data beschikbaar
Programmabegroting 2025
48
Wat mag het kosten? Taakveld
Rekening 2023
Begroting Begroting 2024 2025
Raming 2026
Bedragen x € 1.000 Raming Raming 2027 2028
LASTEN T6.1 Samenkracht en burgerparticipatie T6.2 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen T6.3 Inkomensregelingen T6.4 WSW en beschut werk T6.5 Arbeidsparticipatie T6.6 Maatwerkvoorziening (WMO) T6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ T6.72 Maatwerkdienstverlening 18T6.81 Geëscaleerde zorg 18+ T6.82 Geëscaleerde zorg 18T6.71A Huishoudelijke hulp (WMO) T6.71B Begeleiding (WMO) T6.71C Dagbesteding (WMO) T6.72A Jeugdhulp begeleiding T6.72B Jeugdhulp behandeling T6.72C Jeugdhulp dagbesteding T6.72D Jeugdhulp zonder verblijf overig T6.81B Maatschappelijke- en vrouwenopvang (WMO) T6.73A Pleegzorg T6.73B Gezinsgericht T6.73C Jeugdhulp met verblijf overig T6.74A Jeugd behandeling GGZ zonder verblijf T6.74B Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf T6.74C Gesloten plaatsing T6.82A Jeugdbescherming T6.82B Jeugdreclassering T6.91 Coördinatie en beleid Wmo T6.92 Coördinatie en beleid Jeugd
-13.713 -5.820 -32.255 -5.371 -4.510 -3.985 -2.085 -3.765 -207 -787 -5.374 -6.141 -1.431 -5.876 -7.685 -2.421 -1 -91 -1.153 -1.581 -5.585 -9.128 -1.963 -658 -2.115 -152 0 0
-16.622 -7.968 -31.831 -5.672 -4.436 -3.791 -2.730 -1.208 -25 -378 -6.138 -6.821 -1.616 -5.471 -9.773 -2.578 0 0 -2.137 -1.588 -6.006 -9.363 -1.894 -565 -2.379 -168 0 0
-10.313 -3.432 -33.051 -5.714 -4.323 -3.119 0 2.595 0 0 -6.621 -7.194 -1.718 -5.852 -10.216 -2.686 0 0 -1.203 -1.661 -6.257 -9.354 -1.973 -588 -2.490 -175 -2.095 -5.133
-9.880 -3.333 -32.735 -5.643 -4.381 -3.114 0 5.551 0 0 -6.582 -7.192 -1.716 -5.817 -10.013 -2.661 0 0 -1.190 -1.639 -6.181 -9.345 -1.957 -588 -2.490 -175 -2.095 -5.133
-9.607 -3.266 -31.663 -5.358 -4.438 -3.111 328 5.551 0 0 -6.890 -7.191 -1.715 -5.791 -9.860 -2.642 0 0 -1.180 -1.622 -6.125 -9.338 -1.944 -588 -2.490 -175 -2.095 -5.133
-9.599 -3.266 -31.452 -5.012 -4.494 -3.111 328 5.551 0 0 -6.890 -7.191 -1.715 -5.791 -9.860 -2.642 0 0 -1.180 -1.622 -6.125 -9.338 -1.944 -588 -2.490 -175 -2.095 -5.133
TOTAAL LASTEN
-123.852
-131.157
-122.576
-118.310
-116.345
-115.837
Programmabegroting 2025
49
Taakveld BATEN T6.1 Samenkracht en burgerparticipatie T6.2 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen T6.3 Inkomensregelingen T6.4 WSW en beschut werk T6.5 Arbeidsparticipatie T6.6 Maatwerkvoorziening (WMO) T6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ T6.71A Huishoudelijke hulp (WMO) T6.81B Maatschappelijke- en vrouwenopvang (WMO) TOTAAL BATEN Saldo van baten en lasten
Rekening 2023
Raming 2027
Raming 2028
9.835 3.948 22.645 0 0 471 0 0 0 36.899 -94.258
625 151 22.645 0 0 473 0 0 0 23.894 -98.682
552 151 22.645 0 0 473 0 854 0 24.675 -93.635
369 151 22.645 0 0 473 0 825 0 24.463 -91.882
369 151 22.645 0 0 473 0 825 0 24.463 -91.374
-200 3.197 2.997
-1.234 4.491 3.257
-1 1.964 1.963
-1 881 880
-1 264 263
-1 52 51
-82.365
-91.001
-96.719
-92.755
-91.619
-91.323
De geraamde kosten van programma 6 dalen met € 8,6 miljoen ten opzichte van de begroting 2024. De voornaamste oorzaken zijn: de taakstelling hervormingsagenda ( € 2,4 miljoen; primaire begroting), tijdelijke extra capaciteit in 2024 in kader prioriteiten binnen Sociaal Domein (€ 1,1 miljoen incidenteel budget 2024), incidentele budgetten in 2024 voor Tozo, uitstroompremie en communitybuilding (€ 1,3 miljoen; VJR 2024) en doorgeschoven incidentele budgetten van 2023 naar 2024 (€ 900.000; incidenteel 2024).
Programmabegroting 2025
Raming 2026
12.658 3.283 21.082 300 701 467 -2 0 1 38.489 -85.362
Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves Saldo mutatie reserves Saldo programma
Begroting Begroting 2024 2025
Er zijn hogere kosten voor: • WMO: ontwikkeling WMO (€ 435.000; primaire begroting), indexatie conform OVA percentage (€ 750.000; begroting 2025), en autonome ontwikkelingen (€ 385.000; begroting 2025). • Jeugd: Indexatie conform OVA percentage (€ 1,7 miljoen; begroting 2025), autonome ontwikkelingen (€ 0,2 miljoen; begroting 2025) en minder te realiseren taakstelling in 2025 uit de hervormingsagenda (€ 2,1 miljoen; begroting 2025 - opgave meicirculaire van het Rijk). • en verder budget inkomensregeling (€ 2,3 miljoen; begroting 2025) en een hogere doorbelasting loonkosten (€ 350.000; begroting 2025). 50
Voor de kosten en inkomsten Nora is in 2024 € 3,8 miljoen (VJR 2024) aan lasten en baten gebudgetteerd en in kader opvang Oekraïne is zowel aan de lasten kant (€ 6,6 miljoen, VJR 2024) als aan de baten kant (€ 9,3 miljoen; VJR 2024) als incidenteel budget in 2024 verwerkt. De storting aan de reserves is gedaald t.o.v. 2024 met € 1.233.000. Dit komt doordat in 2024 incidenteel een gedeelte van het restant op de Oekraïnegelden is gestort in de reserve Verhoogde Asielinstroom. De onttrekking aan reserves is gedaald t.o.v. 2024 met € 2.578.000. Deze verlaging kan als volgt worden toelicht: • De onttrekking aan de Algemene Reserve voor omzettingseffect nieuwe inkoop jeugd wordt verlaagd van € 2,4 miljoen naar € 1,1 miljoen Euro. • In 2024 zijn incidentele budgetten opgenomen die worden gedekt door een onttrekking aan de reserve Overheveling budgetten (€ 1,07 miljoen). Deze onttrekking komt niet meer terug in de begroting 2025. Het budget TOZO is verlaagd met € 211.000, de onttrekking aan de reserve TOZO is overeenkomstig verlaagd.
Programmabegroting 2025
51
Programma 7 Volksgezondheid en milieu Waar staan we voor? Maatschappelijk effect De ambities in dit programma hebben te maken met klimaatverandering en circulaire economie. Klimaatverandering is één van de grootste uitdagingen voor de komende jaren, willen we in de toekomst droge voeten houden. De klimaatambities van het Rijk gebruiken we als ondergrens. We willen de verzilting van de bodem tegengaan en hittestress het hoofd bieden. Ook willen we stappen zetten met de wijkaanpak Transitievisie Warmte. De basis hiervoor is de, door het Rijk verplicht op te stellen, Transitievisie Warmte die in 2024 wordt vastgesteld. We stimuleren isolatie en verduurzaming van woningen, bedrijfspanden en gebouwen van maatschappelijke instellingen, zoals onderwijsgebouwen. De herijkte Regionale Energie Strategie (RES) wordt in 2024 ter besluitvorming voorgelegd. Op basis hiervan kunnen maatregelen verder uitgewerkt worden. Vanuit het Rijk (via het rijksbrede programma ‘Nederland Circulair in 2050’) en de provincie is er al beleid op het gebied van circulaire economie vastgesteld. Dit biedt naast de opgenomen ambities in het coalitieakkoord handvatten voor Dijk en Waard om een eigen visie en ambitie op te stellen (planning 2024).
De gemeente beheert een groot deel van de buitenruimte, is verantwoordelijk voor de inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval en bezit maatschappelijk vastgoed. Deze drie onderdelen bieden kansen voor de overgang naar een circulaire economie.
Programmabegroting 2025
52
Welke doelen helpen daarbij en waar richten we ons op? Dijk en Waard is een CO2-neutrale gemeente Uitvoeren van het Uitvoeringsprogramma CO2-neutraal. In 2025 zijn belangrijke onderdelen uit dat programma: a. We breiden het Isolatieprogramma Dijk en Waard uit, om eigenaar-bewoners te stimuleren om hun woning te verduurzamen cq. isoleren; b. We zetten stappen met de wijkgerichte aanpak om woningen van het aardgas af te krijgen; c. We stimuleren de verduurzaming van bedrijven, onder meer met een gebiedsgerichte aanpak; d. We verkennen de realisatie van energiehubs; e. We verduurzamen gemeentelijk vastgoed; f. We stimuleren duurzame mobiliteit, onder meer door in te zetten op de stapsgewijze uitbreiding van het aanbod van deelvoertuigen (zie ook programma 2).
Circulaire economie (waaronder afval en grondstoffen) a. Uitvoering geven aan Grondstoffenbeleidsplan voor Dijk en Waard en dan met name de actie om een evaluatie uit te voeren in 2025. b. Opstellen en deels al invulling geven aan het uitvoeringsprogramma 'Dijk en Waard circulair 2050'. Na de bestuurlijke behandeling van de visie en kaders voor circulaire economie in Dijk en Waard (verwachting begin 2025), volgt de praktische vertaling naar het hoe en wat in het uitvoeringsprogramma.
Programmabegroting 2025
53
Programma 7: Indicatoren Onderstaande indicatoren vertellen transparant hoe Dijk en Waard ervoor staat. De verplichte BBV-indicatoren (Besluit Begroting en Verantwoording) zijn als tabel ook opgenomen in een aparte bijlage. Beleidsindicatoren
BBV Indicatoren
Programmabegroting 2025
54
Wat mag het kosten? Taakveld
Rekening 2023
LASTEN T7.1 Volksgezondheid T7.2 Riolering T7.3 Afval T7.4 Milieubeheer T7.5 Begraafplaatsen en crematoria TOTAAL LASTEN BATEN T7.1 Volksgezondheid T7.2 Riolering T7.3 Afval T7.4 Milieubeheer T7.5 Begraafplaatsen en crematoria TOTAAL BATEN Saldo van baten en lasten
Raming 2026
Bedragen x € 1.000 Raming Raming 2027 2028
-4.633 -10.650 -8.900 -3.832 -461 -28.475
-5.228 -10.883 -9.038 -2.955 -549 -28.653
-5.623 -11.767 -9.219 -3.661 -623 -30.893
-5.491 -11.745 -9.204 -3.655 -624 -30.718
-5.491 -11.749 -9.464 -3.654 -623 -30.981
-5.491 -11.725 -9.490 -3.557 -624 -30.887
260 12.361 11.282 1.397 340 25.639 -2.836
444 13.160 11.590 5 442 25.642 -3.010
444 14.094 11.849 250 422 27.060 -3.833
312 14.094 11.834 250 422 26.912 -3.805
312 14.094 12.094 250 422 27.172 -3.809
312 14.094 12.121 5 422 26.955 -3.933
-51 341 290
-51 326 275
-51 26 -25
-51 26 -25
-51 26 -25
-51 26 -25
-2.546
-2.735
-3.858
-3.830
-3.834
-3.957
Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves Saldo mutatie reserves Saldo programma
De geraamde kosten van programma 7 stijgen met € 2,2 miljoen ten opzichte van de begroting 2024. De voornaamste oorzaken zijn een kostenstijging door de indexatie van gemeenschappelijke regelingen (€ 424.000; VJR 2024 en begroting 2025), budgetverhoging circulaire economie (€ 100.000; kadernota 2025) en hogere doorbelasting voor rente- en loonkosten (€ 457.000; begroting 2025). Tegenover de volgende kostenstijgingen staan ook verhogingen van de baten met een vergelijkbaar bedrag: activiteiten infrastructuur Programmabegroting 2025
Begroting Begroting 2024 2025
duurzame energie (€ 97.000), hogere lasten huisvuilwagens (€ 198.000; begroting 2025), actualisatie budgetten afval (€ 202.000; begroting 2025) en hogere lasten riool (€ 943.000; begroting 2025) De onttrekking aan reserve Duurzaamheid is gedaald t.o.v. 2024 met € 300.000. Bij het vaststellen van de begroting 2023 (zaaknummer 375290) was voor de jaren 2023 en 2024 een jaarlijkse onttrekking begroot van € 300.000. 55
Programma 8 Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing Waar staan we voor? Maatschappelijk effect Dijk en Waard is een gemeente om trots op te zijn. Het is hier fijn wonen in een omgeving waar het stadse leven, ruimte en groen perfect samenkomen. Een gemeente die dynamisch, stedelijk is maar ook groen en landelijk met de prachtige dorpen. Dijk en Waard wil een veerkrachtige gemeente zijn waar iedereen een plek kan vinden om prettig en gezond te wonen, werken, leren en recreëren. Van gezinnen met jonge kinderen en net afgestudeerden op zoek naar werk, tot ouderen die behoefte hebben aan gezondheidszorgDijk en Waard werkt hard om voor iedereen een betaalbare woning in een groene omgeving te bieden. Dit zien we in samenhang met andere opgaven, zoals de energietransitie, klimaatadaptatie, de toenemende vergrijzing en voorzieningen die horen bij een groeiend aantal inwoners. De Strategische Omgevingsvisie Dijk en Waard, die in 2024 aan de raad wordt voorgelegd, bepaalt geeft richting aan de toekomst van onze gemeente. Hierin staan de opgaven en ambities voor onze leefomgeving, zoals groen, gebouwen, infrastructuur, water en landschap. Ook zaken als lucht, bodem, geluid en duurzaamheid horen daarbij. Deze visie vormt de basis voor verdere plannen en roept op om samen Dijk en Waard te versterken.
Dijk en Waard werkt hard om voor iedereen een betaalbare woning in een groene omgeving te bieden. Dit zien we in samenhang met andere opgaven, zoals de energietransitie, klimaatadaptatie, de toenemende vergrijzing en voorzieningen die horen bij een groeiend aantal inwoners.
Programmabegroting 2025
56
Welke doelen helpen daarbij en waar richten we ons op? Realisatie woningen We faciliteren de realisatie van 10.000 woningen in 10 jaar in Dijk en Waard. Onder meer de volgende projecten dragen hieraan bij: • In Stationskwartier en Proeftuin De Frans zijn 600 woningen in aanbouw. • In het Stadshart verwachten we in 2025 Woodstone in aanbouw te hebben. • Twee woongebouwen aan het Rembrandt Erf met circa 80 appartementen. 1. We streven naar een gemiddelde van 30% sociale huurwoningen op gebiedsniveau. a. We maken prestatieafspraken over de woningbouw in Dijk en Waard met onze partners. De Woonvisie geeft richting aan de prestatieafspraken. 2. We streven naar het vergroten van doorstroming binnen de bestaande woningvoorraad. a. Opstellen van Beleidskader voor woningdelen, woningsplitsing en -omzetting. 3. We onderzoeken de mogelijkheden en realiseren vormen van geclusterd wonen voor ouderen in nieuwbouw en in bestaande wijken. De volgende projecten dragen hieraan bij en worden gerealiseerd: a. Horizon Zorgcentrum, Broek op Langedijk, uitbreiding bestaande locatie met 16 wooneenheden; b. Geclusterde levensloopwoningen in meerdere bouwvelden in De Draai; c. Geclusterde levensloopwoningen in bouwveld 3b van De Vaandel Zuid; Programmabegroting 2025
d. IKOC Noord-Scharwoude: 50 appartementen van Horizon voor ouderen. 4. We voeren de Woonvisie en de Woonzorgvisie voor Dijk en Waard uit. De nieuwe Woonvisie, die in 2024 aan de raad wordt voorgelegd, beschrijft zowel de gemeentelijke woonambities als de gemeentelijke inzet voor de bestaande woningvoorraad. a. Opstellen Beleidskader Huisvesting arbeidsmigranten; b. Opstellen van toewijzings- en locatiebeleid voor woonwagenbewoning.
Ruimtelijke Ordening Om de grote opgaven in de fysieke leefomgeving af te wegen en weloverwogen ruimtelijke keuzes te maken, werken we samen met de provincie, andere gemeenten in Noord-Holland Noord en het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier aan een ontwikkelperspectief. Dit perspectief geeft een gezamenlijk beeld van de ambities en de ruimtelijke opgaven. In 2024 zijn we de voorbereidingen getroffen om in, 2025 en 2026 het perspectief af te ronden. Omgevingswet (Ow) Het Programma Invoering Omgevingswet loopt in principe door tot eind 2031. De nieuwe instrumenten (zoals het gemeentedekkende omgevingsplan) en het gedachtegoed van de Omgevingswet zullen, in navolging van het programmaplan en de uitgewerkte projectplannen, in 2025 en daaropvolgende jaren verder worden gerealiseerd en ingebed.
57
Programma 8: Indicatoren Onderstaande indicatoren vertellen transparant hoe Dijk en Waard ervoor staat. De verplichte BBV-indicatoren (Besluit Begroting en Verantwoording) zijn als tabel ook opgenomen in een aparte bijlage.
Beleidsindicatoren
Programmabegroting 2025
58
BBV-indicatoren
Programmabegroting 2025
59
Wat mag het kosten?
Taakveld
Rekening 2023
LASTEN T8.1 Ruimte en leefomgeving T8.2 Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen) T8.3 Wonen en bouwen TOTAAL LASTEN BATEN T8.1 Ruimte en leefomgeving T8.2 Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen) T8.3 Wonen en bouwen TOTAAL BATEN Saldo van baten en lasten
Begroting Begroting 2024 2025
Raming 2026
Bedragen x € 1.000 Raming Raming 2027 2028
-4.987 -21.288 -5.899 -32.174
-3.751 -27.602 -4.822 -36.175
-3.290 -9.422 -5.796 -18.508
-3.308 -10.213 -5.531 -19.052
-3.235 -10.213 -5.546 -18.994
-3.233 -10.213 -5.546 -18.991
159 22.626 4.315 27.100 -5.075
0 27.310 2.596 29.906 -6.269
0 9.572 2.722 12.294 -6.214
0 10.363 2.722 13.085 -5.967
0 10.363 2.722 13.085 -5.909
0 10.363 2.722 13.085 -5.907
Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves Saldo mutatie reserves
-31 1.462 1.431
0 186 186
0 70 70
0 85 85
0 100 100
0 100 100
Saldo programma
-3.644
-6.083
-6.144
-5.882
-5.810
-5.807
De geraamde kosten van programma 8 dalen met € 17,7 miljoen ten opzichte van de begroting 2024. Dit wordt voor € 17,7 miljoen veroorzaakt door mutaties in grond en de aflossing van een lening woningcoöperatie (€ 469.000; begroting 2025). Dit betreft zowel de lasten als de baten kant.
Programmabegroting 2025
De overige mutaties komen voort uit de kadernota (regiodeal NHN € 100.000 en infocentrum Stationskwartier € 160.000) en er is een lagere doorbelasting van loonkosten aan programma 8 (€ 678.000; begroting 2025).
60
H 3. Paragrafen
Programmabegroting 2025
61
3.1 Lokale heffingen Geraamde inkomsten Inleiding Deze paragraaf geeft inzicht in de belastingen (volgens artikel 220 tot en met 228 van de Gemeentewet) en heffingen (volgens artikel 228a en 229 van de Gemeentewet) in gemeente Dijk en Waard.
2024
2025
OZB woningen (eigenaren)
10.125
12.550
OZB niet-woningen (eigenaren)
5.688
7.077
Belastingen zijn verplichte bijdragen aan de gemeente waar geen directe tegenprestatie tegenover staat. Voor gemeente Dijk en Waard betreft dit de Onroerende Zaak Belasting (OZB), toeristenbelasting, forensenbelasting en parkeerbelasting.
OZB niet-woningen (gebruikers)
3.793
4.338
Parkeerregulering openbare weg
254
10
Toeristenbelasting
80
80
Forensenbelasting
29
30
Heffingen vraagt de gemeente als ze een van haar bezittingen ter beschikking stelt of als ze een dienst verleent aan een individu of onderneming. Ook leges vallen onder de heffingen. Dit zijn vergoedingen voor kosten die de gemeente maakt voor administratieve handelingen, zoals het geven van informatie en het verstrekken van vergunningen. Gemeente Dijk en Waard kent de volgende heffingen: Rioolheffing, afvalstoffenheffing, lijkbezorgingsrechten, camper-gelden, liggeld vaartuigengelden, sluisgelden en leges.
subtotaal
19.969
24.085
Afvalstoffenheffing
10.109
10.331
Rioolheffing
12.836
13.771
Lijkbezorgingsrechten
442
422
Marktgelden
30
30
Liggeld vaartuigen
55
60
Sluisgeld
8
8
Campergelden
15
16
4.341 27.836
4.124 28.762
Bij lokale heffingen onderscheiden we belastingen en heffingen: •
•
Totale opbrensten x € 1.000 Belastingen
Overige heffingen
Leges Totaal
Programmabegroting 2025
62
Beleid ten aanzien van lokale heffingen Indexering vindt plaats op basis van de consumentenprijsindex (CPI) van juni. De CPI van juni 2024 bedraagt 3,2%.
Naast bovenstaande uitgangspunten zijn de OZB-opbrengsten verhoogd met een indexatie van 12,5%. Dit geldt zowel voor eigenaren van woningen en niet-woningen als gebruikers van niet-woningen.
Uitzondering hierop is de indexering van de legesverordening. Op de leges uit de leges-verordening vindt indexering plaats op basis van de verwachte ontwikkeling van de loonkosten en overhead. Voor 2025 is op basis daarvan een indexering berekend van 3,05%. Dit is exclusief de verhoging in verband met een mogelijke CAO-stijging.
De berekening van de tarieven (percentages) voor 2025 volgt zodra de heffingsgrondslag definitief berekend is. De definitieve groei op basis van de areaaluitbreiding wordt pas medio oktober 2025 bekend.
Er vindt geen indexering plaats over toeristenbelasting, sluisgeld, rioolheffing en afvalstoffenheffing.
Belastingen OZB De belangrijkste eigen inkomstenbron van de gemeente wordt gevormd door de onroerende zaakbelastingen (OZB). De OZB worden geheven op onroerende zaken die binnen de gemeente zijn gelegen. Het gaat om een gebruikersbelasting en eigenarenbelasting op niet-woningen (dit zijn vooral kantoren en bedrijfspanden) en een eigenarenbelasting op woningen. Uitgangspunt is dat de OZB-opbrengsten jaarlijks worden verhoogd met de inflatie (CPI van juni) en geschatte groei. De opbrengsten minus geschatte groei worden vervolgens omgeslagen naar de totale waarde (exclusief areaaluitbreiding) van het onroerend goed in de gemeente (herwaardering). Net als voorgaande jaren heeft er geen indexatie plaatsgevonden over gebruikers van niet-woningen. Dit aangezien de gebruikers van voormalig Langedijk bij de harmonisatie een forse tariefsverhoging hebben gehad.
Programmabegroting 2025
Parkeervergunning openbare weg De opbrengsten uit het betaald parkeerterrein Coolplein en in de parkeergarage Stadsplein, die tot en met 2024 op taakveld 0.63 Parkeerbelasting werden geboekt, zijn vanaf 2025 opgenomen onder 2.2 Parkeren. De opbrengsten die hier vanaf 2025 staan, zijn de opbrengsten van het betaald parkeren op de openbare parkeerterreinen (o.a. in het Stationskwartier en aan de Stationsweg). De tarieven worden geheven op basis van de Parkeergeldverordening.
Toeristenbelasting Voor overnachtingen in hotels, pensions of andere vakantieonderkomens binnen de gemeente Dijk en Waard wordt van niet-ingezetenen toeristenbelasting geheven. De belasting wordt geheven van degene die de gelegenheid tot overnachting biedt (de hotelier, pensionhouder, e.d.). Deze laatste mag de belasting doorberekenen aan degene die overnacht. Deze belasting wordt geheven over het aantal overnachtingen en bij seizoenplaatsen over het aantal plaatsen per maand.
Forensenbelasting Forensenbelasting wordt geheven over degene die voor zichzelf of voor zijn gezin meer dan 90 dagen per jaar een gemeubileerde woning bewoont of verblijft zonder in de gemeente een hoofdverblijf te hebben. 63
Heffingen Afvalstoffenheffing Het product “afval en grondstoffen” kent een eigen financieringsgrondslag, te weten de afvalstoffenheffing. Deze staat los van de CPI die door de gemeente jaarlijks wordt toegepast op verschillende leges en tarieven. De tarieven van de afvalstoffenheffing moeten kostendekkend zijn. Hierdoor kunnen ze jaarlijks omhoog of omlaag gaan, afhankelijk van de ontwikkeling in de kosten en opbrengsten voor het inzamelen en verwerken van het huishoudelijk afval.
Vaste kosten bevat in hoofdzaak de kosten voor de inzameling (personeel en materieel), kwijtschelding en overhead (€ 7.072.000). Variabele kosten bevat het saldo van de verwerkingskosten en opbrengsten van het afval en de grondstoffen (€ 3.259.000). De opbrengsten bestaan uit vergoedingen van de afvalstromen, zoals PMD (Plastic, Metaal en Drankkartons), metalen, afgedankte elektrische of elektronische apparaten, oud papier en karton, glas.
Per 1 januari 2024 is de inzamelfrequentie van het aan huis opgehaalde restafval verlaagd naar 1x per vier weken. Met als doel om inwoners bewuster te maken van het beter scheiden van hun restafval, waardoor minder grondstoffen met het echte restafval worden verbrand.
Het vaste deel, wordt over het totaal aantal objecten (huishoudens) gelijk verdeeld, ongeacht de heffingscategorieën. Het variabele deel, wordt op basis van een verdeelsleutel (1:2) toegerekend aan de twee heffingscategorieën. Meerpersoonshuishoudens betalen dus 2 keer zoveel verwerkingskosten.
Op basis van de eerste helft van het jaar is inderdaad een daling te zien in het aangeboden restafval. Met deze daling is rekening gehouden bij het bepalen van de afvalstoffenheffing voor 2025, waardoor de verwerkingskosten voor het restafval lager zijn begroot dan in 2024.
Afvalstoffenheffing mag maximaal kostendekkend zijn. In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen met betrekking tot de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing, waarbij het uitgangspunt 100% kostendekkendheid is.
De afvalstoffenheffing wordt geheven voor het inzamelen en verwerken van het huisvuil volgens de Wet Milieubeheer. Het tarief van de afvalstoffenheffing wordt beïnvloed door meerdere factoren. Het gaat hierbij op hoofdlijnen om de inzet van personeel en materieel, verwerkingstarieven van afvalstromen en de toerekening van overhead en compensabele BTW. Daarnaast speelt de omvang van het aantal huishoudens waarover de totale kosten worden verdeeld mee. Voor de toerekening van de kosten zijn de huishoudens verdeeld in twee heffingscategorieën; eenpersoonshuishoudens en meerpersoonshuishoudens. Bij de berekening van het tarief wordt uitgegaan van vaste kosten en variabele kosten. Programmabegroting 2025
64
Taakveld 7.3 Afval
x € 1.000
Taakveld 7.2 Riolering
Netto kosten
x € 1.000
Netto kosten
Kosten inzameling inclusief toegerekende rente
€ 9.552
Kosten riolering inclusief toegerekende rente
Inkomsten, exclusief heffingen
€ -1.518
Inkomsten, exclusief heffingen
Totaal netto kosten
€ 8.034
Totaal netto kosten
Toe te rekenen kosten
€ 11.767 € -323 € 11.444
Toe te rekenen kosten
Overhead inclusief toegerekende rente
€ 1.291
Overhead inclusief toegerekende rente
BTW
€ 1.006
BTW
€ 1.482
Totaal toe te rekenen kosten
€ 2.297
Totaal toe te rekenen kosten
€ 2.328
Totaal kosten
€ 10.331
Totaal kosten
€ 13.771
Opbrengsten afvalstoffenheffing
€ 10.331
Opbrengsten rioolheffing
€ 13.771
100%
Dekkingspercentage
100%
Dekkingspercentage
Rioolheffing Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het beheer van het afval- en regenwater en het verwerken van overtollig grondwater. De heffing hiervoor mag maximaal kostendekkend zijn en alleen die kosten bevatten die in de wet genoemd zijn.
€ 846
In bovenstaande tabel is een overzicht opgenomen met betrekking tot de kostendekkendheid van de rioolheffing:
De rioolheffing wordt geheven bij de gebruiker van een eigendom van waaruit afvalwater direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd.
Programmabegroting 2025
65
Lijkbezorgingsrechten Het uitgangspunt voor de tarieven van de lijkbezorgingsrechten is volledige kostendekking op alle tarieven die betrekking hebben op: • de uitgifte van graven (inclusief grafonderhoud); • het begraven; en • de algemene kosten voor het in stand houden van de gemeentelijke begraafplaatsen. • De aanvrager betaalt lijkbezorgingsrechten om alle kosten te dekken die hij direct veroorzaakt. De gemeente betaalt de kosten die betrekking hebben op het deel van de begraafplaats dat nog niet in gebruik is.
De kostendekkendheid van de lijkbezorgingsrechten 2025 is als volgt berekend: Taakveld 7.5 Begraafplaatsen
x € 1.000
Netto kosten Kosten
€ 623
Inkomsten, excl. heffingen Totaal netto kosten
€ 623
Toe te rekenen kosten Overhead incl. toegerekende rente
€ 180
BTW
Programmabegroting 2025
Totaal toe te rekenen kosten
€ 180
Totaal kosten
€ 802
Begrote opbrengsten
€ 422
Dekkingspercentage
53%
66
Marktgelden De marktgelden zijn van kracht voor de maandagmarkt op het Raadhuisplein en de jaarmarkt (Centrumwaard - Middenweg). Voor het innemen van een standplaats op één van deze markten worden onder de naam 'marktgelden' tarieven in rekening gebracht (rechten geheven). De tarieven worden jaarlijks verhoogd met de CPI van juni (3,2%). Deze verhoging zorgt er nog niet voor dat de tarieven kostendekkend zijn. Het behouden van de maatschappelijke en sociale functie van de markt is de reden om geen 100% kostendekkende tarieven te hebben. De weekmarkt bij winkelcentrum Broekerveiling is een verzelfstandigde markt en ondergebracht in een stichting. Bij deze stichting liggen de lasten en daar vallen ook de baten. De gemeente heft hier geen marktgelden. De stichting betaalt voor het gebruik van de openbare ruimte een jaarlijkse vergoeding. Taakveld 3.3 Marktgelden
x € 1.000
Inkomsten, excl. heffingen Totaal netto kosten
Recreatiehaven Broekhorn Heerhugowaard De Stichting Recreatiehaven Broekhorn beheert en exploiteert namens de gemeente de Recreatiehaven Broekhorn en de hierbij liggende camperplaatsen (zie onder kopje Camper-gelden). De kosten voor de stichting worden gedekt door de tarieven. De tarieven zijn geïndexeerd conform de uitgangspunten.
Taakveld 2.3 Liggeld vaartuigen
Netto kosten Kosten
Liggeld vaartuigen Vanwege het uitgangspunt dat de haven Broekhorn 100% kostendekkend moet zijn wordt de kostendekkendheid voor recreatiehaven Broekhorn en de haven in Broek op Langedijk apart weergegeven.
x € 1.000
Netto kosten € 28 €€ 28
Toe te rekenen kosten
Kosten
€ 47
Inkomsten, excl. heffingen Totaal netto kosten
€ 47
Toe te rekenen kosten
Overhead incl. toegerekende rente
€5
Overhead incl. toegerekende rente
€-
BTW
€3
BTW
€8
Totaal toe te rekenen kosten
€8
Totaal toe te rekenen kosten
€8
Totaal kosten
€ 36
Totaal kosten
€ 55
Begrote opbrengsten
€ 30
Begrote opbrengsten
€ 55
Dekkingspercentage
83%
Dekkingspercentage
100%
Programmabegroting 2025
67
Haven Broek op Langedijk De gemeente is verantwoordelijk voor de haven en de sluis in Broek op Langedijk. De haven heeft zones waar passanten kunnen aanleggen. Het tarief is per strekkende meter. In de winterperiode kunnen de plekken gebruikt worden voor winteropslag. Vanwege investeringen in de ICT-infrastructuur is het tarief naast de indexering, conform de uitgangspunten, iets verhoogd.
Campergelden Campergelden wordt alleen geheven in Recreatiehaven Broekhorn en dit wordt uitgevoerd door de Stichting Recreatiehaven (net zoals de liggelden vaartuigen Broekhorn). De kosten voor de stichting worden gedekt door de tarieven. Taakveld 2.3 Campergelden
x € 1.000
In onderstaande tabel is de kostendekkendheid voor de haven in Broek op Langedijk opgenomen.
Netto kosten Kosten Inkomsten, excl. heffingen Totaal netto kosten
De haven van Broek op Langedijk is niet kostendekkend. Na het realiseren van het project Havenplein wordt gekeken naar een geleidelijke verhoging van de tarieven om deze haven in de toekomst (meer) kostendekkend te krijgen.
Toe te rekenen kosten Overhead incl. toegerekende rente BTW Totaal toe te rekenen kosten
€€2 €2
Totaal kosten Begrote opbrengsten
€ 16 € 16
Dekkingspercentage
100%
Taakveld 2.3 Liggeld vaartuigen
x € 1.000
Netto kosten Kosten
€ 14 € 14
€ 42
Inkomsten, excl. heffingen Totaal netto kosten
€ 42
Toe te rekenen kosten Overhead incl. toegerekende rente
€-
BTW
€3
Totaal toe te rekenen kosten
€3
Totaal kosten
€ 45
Begrote opbrengsten
€5
Dekkingspercentage
12%
Programmabegroting 2025
68
Sluisgelden De sluis is de enige vaarverbinding tussen het binnen- en buitenwater in Langedijk. Vaartuigen die de sluis passeren moeten sluisgeld betalen. De opbrengsten zijn een bijdrage in de kosten, ze zijn niet kostendekkend. Taakveld 2.3 Sluisgeld
x € 1.000
Netto kosten Kosten
€ 75
Inkomsten, excl. heffingen Totaal netto kosten
€ 75
Toe te rekenen kosten Overhead incl. toegerekende rente BTW
€ 15
Totaal toe te rekenen kosten
€ 15
Totaal kosten
€ 90
Begrote opbrengsten
€8
Dekkingspercentage
9%
Leges Leges zijn betalingen aan de gemeente waar een individueel aanwijsbare tegenprestatie van die gemeente tegenover staat. De leges mogen per hoofdstuk maximaal kostendekkend zijn. Over de leges heeft een indexatie plaatsgevonden van 3,05%, behalve voor van overheidswege gemaximeerde tarieven. Dit is gebaseerd op de ontwikkeling van de overhead en loonkosten. De mogelijke caoontwikkeling voor 2025 is hierin niet meegenomen. Hieronder vindt u een overzicht met betrekking tot de kostendekkendheid van de leges in 2025.
Programmabegroting 2025
Hoofdstuk 1 = Algemene dienstverlening, bijvoorbeeld uitgifte van rijbewijzen, uittreksels, en inkomsten voor de ondergrondse infrastructuur en gehandicaptenkaarten. Hoofdstuk 2 = Fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning, bijvoorbeeld het verlenen van vergunning voor het bouwen van woningen. Hoofdstuk 3 = Europese dienstenrichtlijn, onderdeel hiervan is bijvoorbeeld vergunningen in het kader van horeca en evenementen. Bij de behandeling van de legesverordening 2025 in december van dit jaar zal ingegaan worden op de kostendekkendheid per paragraaf. Na het beëindigen van het boekjaar 2025 zal er via de jaarrekening 2025 de werkelijke kostendekkendheid worden weergegeven. Hoofdstuk 1 Deze paragraaf komt uit op 81% kostendekkendheid. Volledige kostendekkendheid is niet mogelijk aangezien veel tarieven van overheidswege gemaximeerd zijn. Hoofdstuk 2 Deze paragraaf is kostendekkend. De bouwleges zijn € 340.000 lager ten opzichte van de begroting 2024. Deze bijstelling is het gevolg van de afname van vergunningsaanvragen. Ook landelijk zien we een daling in het aantal aanvragen, terwijl er een toename is in het aantal meldingen. Een stijging van het aantal meldingen is ongunstig, omdat hier geen legesinkomsten tegenover mogen staan.
Het patroon van minder aanvragen en meer meldingen is een direct gevolg van de invoering van de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen (WKB) per 1 januari 2024.
69
Hoofdstuk 3 Het percentage kostendekkendheid van hoofdstuk 3 Europese dienstenrichtlijn van de legesverordening is 100%. Leges Legesverordening
Woonlasten per gemeente op basis van woning met gemiddelde waarde 2024 2024
x € 1.000 Titel 1
Titel 2
Eenpersoons
Titel 3
Netto kosten Kosten
€ 1.533
€ 1.281
€ 37
Inkomsten, excl. heffingen Totaal netto kosten
€ 1.533
€ 1.281
€ 37
Toe te rekenen kosten Overhead incl. toegerekende rente
€ 752
€ 926
€ 29
€ 752
€ 926
€ 29
Totaal kosten
€ 2.286
€ 2.207
€ 66
Begrote opbrengsten
€ 1.851
€ 2.207
€ 66
Dekkingspercentage
81%
100%
100%
BTW Totaal toe te rekenen kosten
Eigenaar Meerpersoons
Huurder Eenpersoon
Rang
Meerpersoons
Alkmaar
686
835
29
241
390 102
Castricum
835
932
101
453
549 246
Uitgeest
1.024
1.145
294
433
554 251
Bergen Dijk en Waard
1.086
1.187
309
460
561 261
863
917
87
235
289
902
1.008
354
464
NoordHolland
In bovenstaand tabel is naast de woonlasten ook een rangnummer opgenomen. Alle (deel) gemeenten hebben een rangnummer dat aangeeft hoe hoog de woonlasten zijn in vergelijking met andere gemeenten in Nederland. Nummer 1 heeft hierbij de laagste woonlasten. Voor de woonlasten voor eigenaar-bewoners is het hoogste rangnummer 345, voor huurders is dit 347.
Lokale lastendruk Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (Coelo) heeft de cijfers van de gemeentelijke belastingdruk voor 2024 bekendgemaakt. Tot de gemeentelijke woonlasten worden de bedragen gerekend die huishoudens betalen aan OZB, afvalstoffen en rioolheffing.
Programmabegroting 2025
Rang
70
33
Woonlasten gemeente Dijk en Waard 2025 Hieronder zijn de woonlasten opgenomen voor gemeente Dijk en Waard in 2025. Het tarief voor OZB voor 2025 is nog niet bekend. Dit is afhankelijk van de totale WOZ waarde welke pas eind 2024 beschikbaar is. Eigenaar
Huurder
Eenpersoons
Meerpersoons
nnb 238 315
nnb 289 315
OZB Afvalstoffenheffing Rioolheffing
Eenpersoons
Meerpersoons
nnb 238 nvt
nnb 289 nvt
Totaal
Kwijtscheldingsbeleid Niet iedere belastingplichtige is in staat om de gemeentelijke belastingen betalen. In dat geval kan men, onder bepaalde voorwaarden, kwijtschelding aanvragen. In het kwijtscheldingsbesluit 2025 wordt opgenomen welke belastingen en heffingen in aanmerking komen voor kwijtschelding. Gemeente Dijk en Waard heeft de uitvoering van deze belastingen neergelegd bij Cocensus. Bij Cocensus kan een verzoek tot kwijtschelding worden ingediend.
Programmabegroting 2025
71
3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Aanleiding en achtergrond In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de geïdentificeerde risico’s voor de gemeente Dijk en Waard. Dit risicoprofiel bepaalt de weerstandscapaciteit die nodig is om deze risico’s op te kunnen vangen. De benodigde weerstandscapaciteit afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit geeft de ratio van het weerstandsvermogen van de gemeente Dijk en Waard weer. Bij de Jaarrekening 2023 is het risicoprofiel geactualiseerd. Voor de begroting 2025 zijn de risico’s opnieuw tegen het licht gehouden. Dit gaf aanleiding om op een punt het risicoprofiel aan te passen. In de begroting zijn besparingen ingerekend vanuit de Hervormingsagenda Jeugd. Deze besparingen lopen op naar circa € 2,5 miljoen voor het jaar 2025. De verwachting is dat een behoorlijke kans bestaat dat de besparingen niet gerealiseerd worden. Hier speelt ook een rol dat wettelijke kaders, die tot besparingen leiden, nog niet zijn aangepast. Het mogelijke financiële gevolg van dit risico is opgehoogd in het actuele risicoprofiel. In totaal zijn circa 30 risico’s in het risicoprofiel opgenomen. De 10, in financiële zin, grootste risico’s zijn onder het hoofdje 'Risicoprofiel' nader omschreven.
Om in deze paragraaf een beeld te geven van de weerstandscapaciteit (de ratio van het weerstandsvermogen) van de gemeente Dijk en Waard zijn de volgende uitgangspunten gebruikt: •
Bij de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit is een zekerheidspercentage van 80% gebruikt.
•
Voor de berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit gaan we uit van de algemene reserve, de onbenutte belastingcapaciteit en de 'vrije' ruimte in de reserve bouwgrondexploitaties. Eerder bestond de beschikbare weerstandscapaciteit alleen uit de algemene reserve en de onbenutte belastingcapaciteit. In de door de raad op 7 november 2023 vastgestelde Prognose reserves 2023-2027 is bepaald dat ook de 'vrije' ruimte van de reserve bouwgrondexploitaties onderdeel is van het beschikbare weerstandsvermogen. Ter informatie onderstaand in cursief de betreffende passage in de Prognose reserves 2023 – 2027.
In het weerstandsvermogen (de ratio) wordt een totaal beeld gegeven inclusief de risico’s van de grexen. Dit betekent dat de risico’s die verbonden zijn aan de grexen opgenomen worden in de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. De 'vrije' ruimte in de reserve bouwgrondexploitaties (totaal van de reserve minus de inschatting toekomstige vennootschapsbelasting en de onttrekkingen kapitaallasten voor doortrekken Punt en Herinrichting omgeving Veilingterrein) wordt opgenomen in de beschikbare weerstandscapaciteit. Met deze uitgangspunten is de ratio van het weerstandsvermogen voor de gemeente Dijk en Waard 2,8.
Programmabegroting 2025
72
Om de ratio voor het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen, wordt door gemeenten vaak gebruik gemaakt van onderstaande waarderingstabel die door het Nederlands Adviesbureau Risicomanagement (NAR) en de Universiteit Twente zijn opgesteld.
waardering
ratio
betekenis
A
>2
uitstekend
B
1,4 – 2
ruim voldoende
C
1 – 1,4
voldoende
D
0,8 – 1
matig
E
0,6 – 0,8
onvoldoende
F
< 0,6
ruim onvoldoende
Programmabegroting 2025
73
Risicoprofiel In het onderstaande overzicht staan de 10 risico’s met de hoogste bijdrage aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. Risico
Kans
Financieel gevolg
Conjunctuur risico’s grondexploitaties 70% Binnen de grondexploitaties is er een generiek risico aanwezig voor conjunctuur effecten. Zo staan de grondprijzen onderdruk, rente tarieven en bouwkosten stijgen. Er is een scenario uitgewerkt dat de bouwkosten met 5% toenemen, opbrengststijging grond 0% en rente toename van 2%.
€ 2.800.000
Hervormingsagenda Jeugd 2022-2028. De ingerekende besparingen vanuit de hervormingsagenda jeugd zijn fors. Zolang de wettelijke kaders nog niet zijn aangepast bestaat het risico dat deze besparing (gedeeltelijk) niet gerealiseerd wordt.
70%
€ 2.500.000
Gemeenschappelijke regelingen Begrotingsoverschrijdingen bij gemeenschappelijke regelingen worden doorbelast aan de gemeente. Voorbeelden van gemeenschappelijke regelingen zijn de GGD, Veiligheidsregio en Zaffier.
80%
€ 1.500.000
Jeugd 60% De kans bestaat dat de in de begroting opgenomen raming voor uitgaven jeugdzorg niet toereikend is. Het beroep op jeugdzorg en de daaraan verbonden kosten kunnen hoger zijn dan wat in de raming is opgenomen.
€ 2.000.000
Algemene uitkering De hoogte van de algemene uitkering is van jaar tot jaar geen vast gegeven en kan variëren.
70%
€ 1.150.000
WMO 50% Het risico bestaat dat de in de begroting opgenomen budgetten voor verstrekkingen WMO niet toereikend zijn voor de toekenningen van zorg op basis van de aanvragen door inwoners. Ook bestaat het risico dat de zorgzwaarte van klanten meer toeneemt dan verwacht.
€ 1.250.000
Programmabegroting 2025
74
Risico (vervolg)
Kans
Financieel gevolg
Spooronderdoorgang Zuidtangent Er is in de budgetten voor de spooronderdoorgang rekening gehouden met een risico-reservering van 12,5 %. Naast deze risico's is met partner Prorail een inschatting gemaakt van het risico op kostenstijging (Verwachte NU-waarde, P85). Dit risico wordt ingeschat op circa € 1,2 mln. De kans op deze overschrijding wordt geschat op 50%
50%
€ 1.200.000
Buig 50% (gebundelde uitkering van het rijk voor de bekostiging van uitkeringen op grond van een aantal wetten, waaronder de Participatiewet)
€ 1.150.000
In onze begroting hebben we een inschatting gemaakt van zowel het te ontvangen budget inkomensdeel WWB als de verwachte uitgaven voor uitkeringen WWB (uitvoering door Zaffier). De inkomsten kunnen afwijken van de inschatting door een nieuwe verdeelmethode van het rijk en ook de uitgaven kunnen anders zijn door bijvoorbeeld mindere economische omstandigheden (meer klanten). Netcongestie Door capaciteits- en spanningsproblemen kunnen niet alle aanvragen om netaansluiting van stroom door Liander worden gehonoreerd. Er wordt wel gewerkt aan het uitbreiden van de capaciteit van het distributienet en het aanpassen van de netstructuur, maar naar verwachting zullen deze werkzaamheden voor onze regio pas in het vierde kwartaal van 2028 worden afgerond. Door deze netcongestie zijn inmiddels ook de doorlooptijden van een geaccepteerde aanvraag t/m de aansluiting verlengd van ca. 0,5 jaar naar maar liefst ca. 1,5 jaar. Dit kan voor veel projecten die op stapel staan leiden tot vertraging met als gevolg extra kosten.
50%
€ 1.000.000
Opbrengsten leges De opbrengsten leges, en dan vooral de bouwleges, kunnen minder zijn dan de in de begroting opgenomen raming. Ook de invoering van de omgevingswet brengt mogelijk lagere opbrengsten met zich mee..
70%
€ 900.000
Totaal 10 grootste risico's
Programmabegroting 2025
max € 15.450.000
75
Op basis van de ingevoerde risico’s is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het totale maximale financiële gevolg van de risico’s ongewenst is. De risico’s zullen immers niet allemaal tegelijk en in de maximale omvang optreden. De uitkomst van deze simulatie is dat, met een zekerheid van 80%, met een bedrag van € 13.561.000 de risico’s kunnen worden afgedekt.
Beschikbare weerstandscapaciteit Voor de berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit gaan we uit van de algemene reserve, de onbenutte belastingcapaciteit en de “vrije” ruimte in de reserve bouwgrondexploitaties Algemene reserve, stand ultimo Jaarrekening 2023
€ 22.560.000
Onbenutte belastingcapaciteit
€ 8.363.000
'Vrije' ruimte in de reserve bouwgrondexploitaties
€ 7.349.000
Beschikbare weerstandscapaciteit
€ 38.272.000
Programmabegroting 2025
Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en daaraan gerelateerde benodigde weerstandscapaciteit met de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit, kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen:
Beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen
=
Benodigde weerstandscapaciteit
€ 38.272.000 =
€ 13.561.000
= 2,8
76
Kengetallen Werkelijk 2023
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Kengetal grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
Programmabegroting 2025
Begroting Raming Raming Raming Raming 2024 2025 2026 2027 2028
Indeling kengetallen provincie Cat A
Cat B
Cat C
31% 30%
58% 56%
26% 24%
51% 49%
63% 62%
63% 61%
<90% <90%
90-130% 90-130%
>130% >130%
34% 7% 0% 93%
23% 9% 0% 95%
36% 5% 0% 95%
28% 7% -4% 93%
26% 5% -4% 93%
25% 4% --3% 93%
>50% <20% >0% <95%
20-50% 20-35% 0% 95-105%
<20% >35% <0% >105%
77
3.3 Onderhoud kapitaalgoederen
voldoen aan kwaliteitsniveau B. In winkel- / centrumgebieden geldt voor enkele zaken kwaliteitsniveau A.
Inleiding Deze paragraaf gaat in op het onderhoud van kapitaalgoederen (wegen, openbaar groen, bruggen, verkeerslichten, riolering, etc.) in de openbare ruimte in 2025. Onder de openbare ruimte verstaan we de fysieke ruimte binnen de gemeente die voor iedereen vrij toegankelijk is. De openbare ruimte bestaat voor een groot deel uit kapitaalgoederen die hiervan de ruggengraat vormen. Kapitaalgoederen zijn door de gemeente aangekochte en/of tot stand gebrachte objecten, die gedurende meerdere jaren nut geven. De instandhouding hiervan gebeurt door het uitvoeren van dagelijks en groot onderhoud en door het vervangen van de kapitaalgoederen. De kwaliteit van het onderhoud van deze kapitaalgoederen is, naast het duurzaam in stand houden, bepalend voor de manier waarop de burger de openbare ruimte beleeft.
Strategisch beheerkader In het 'Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte 2024 – 2033' zijn de integrale kaders vastgelegd voor de openbare ruimte. Deze kaders bestaan onder andere uit ambities en beleidsuitgangspunten om gericht te werken aan maatschappelijke opgaven zoals gezondheid, duurzaamheid, klimaatadaptatie en circulariteit. Bovendien is het onderhoudsniveau per areaal en gebiedstype bepaald. Dit plan is in november 2023 door de gemeenteraad vastgesteld.
Met het onderhouden van deze kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Een helder en volledig overzicht is van belang voor een goed inzicht in de financiële positie. In artikel 12 BBV is aangegeven voor welke kapitaalgoederen het onderhoud in ieder geval dient te worden aangegeven, te weten: wegen, riolering, waterhuishouding, groenvoorzieningen en gebouwen. Het BBV vereist dat in deze paragraaf wordt aangegeven wat het beleidskader is en welke kwaliteitseisen en financiële middelen voor het onderhoud van kapitaalgoederen vastgesteld zijn.
Dagelijks en groot onderhoud De actuele beheergegevens van de diverse arealen in de openbare ruimte zijn opgenomen in de beheerpakketten GISIB, Brutis, TechView en ABS. Voor de gemeentelijke gebouwen wordt gebruik gemaakt van het beheerpakket PLANON. Door het uitvoeren van regelmatige inspecties en het maken van een maatregelentoets is er in de beheerpakketten een actueel inzicht in kwaliteit en kwantiteit van de openbare ruimte en de gebouwen. Deze beheerpakketten vormen de basis voor de benodigde financiële middelen voor het dagelijks en groot onderhoud van de kapitaalgoederen.
Aanvullend op het raadskader, heeft het college het 'Uitvoeringsplan Integraal Beleid Openbare Ruimte 2024 – 2033' vastgesteld. Het bevat nadere (uitvoerings-)regels en actiepunten om invulling te geven aan de kaders. Op basis van deze elementen zijn ook de benodigde aanvullende budgetten inzichtelijk gemaakt.
Voor wat betreft het beleidskader geldt in deze paragraaf het gewenste onderhoudsniveau als uitgangspunt, zoals opgenomen in het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte Dijk en Waard (november 2023). Voor de gemeente is gekozen voor gebiedsafhankelijke kwaliteitsniveaus, waarbij de beeldkwaliteit van de openbare ruimte voornamelijk moet Programmabegroting 2025
78
Dagelijks onderhoud Voor de uitvoering van het dagelijks onderhoud aan de kapitaalgoederen worden in de begroting jaarlijks budgetten beschikbaar gesteld gebaseerd op de voorgaande begroting, bovendien moet rekening worden gehouden met de groei van het areaal. Door de toename van het gemeentelijk areaal, bijvoorbeeld door de ontwikkeling en oplevering van nieuwbouw- en inbreilocaties en stijgende prijzen, kunnen deze budgetten onder druk komen te staan. Wanneer deze budgetten niet meegroeien met de ontwikkelingen heeft dit gevolgen voor het kwaliteitsniveau dat daarmee uiteindelijk kan worden gerealiseerd.
•
Kwaliteitsniveau onderhoud: er is sprake van een ondergrens voor wat betreft het onderhoudsniveau; dat is het niveau waarop nog net geen kapitaalvernietiging plaatsvindt. Op dit moment ligt het onderhoudsniveau van de kapitaalgoederen in Dijk en Waard boven dit niveau.
•
Verlaging van het kwaliteitsniveau door uw raad moet leiden tot actualisatie van de gegevens.
•
De stand van de voorziening, de toevoegingen en de onttrekkingen moeten overeenkomen met de voor het groot onderhoud benodigde budgetten. Zo niet dan merkt de provincie het aan als een onvolledige of onrealistische raming.
Groot onderhoud Groot onderhoud van kapitaalgoederen kost ieder jaar veel geld. Dit is geborgd via jaarlijkse dotaties aan de onderhoudsvoorzieningen. Vanuit deze voorzieningen vindt jaarlijks een vrijval plaats voor de verwachte kosten voor groot onderhoud in dat jaar. Deze systematiek geeft een goed inzicht in het verwachte groot onderhoud voor ongeveer de aankomende tien jaar en geeft een goede beheertechnische en financiële basis voor dit onderhoud op langere termijn (tot 60 jaar). In de begroting 2025 zijn de voorzieningen geactualiseerd en verwerkt, zodat het huidige kwaliteitsniveau kan worden vastgehouden. Investeringen Naast de uitvoering van dagelijks en groot onderhoud worden nieuwe investeringen en vervangingsinvesteringen opgenomen in het MeerjarenInvesteringsplan (MIP). De hieruit voortvloeiende kapitaallasten worden verwerkt in de begroting. De provincie wijst als toezichthouder op de volgende punten:
Programmabegroting 2025
79
In het hieronder opgenomen overzicht zijn de budgetten voor beheer, dagelijks en groot onderhoud opgenomen. Hierbij zijn de volgende opmerkingen te plaatsen: 1. In de paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen moeten, conform de bepalingen van het BBV, tenminste de volgende kapitaalgoederen staan: Wegen, Riolering, Water, Groen en Gebouwen. Voor de gemeente Dijk en Waard is deze paragraaf uitgebreid met de onderdelen Civiele Kunstwerken, Openbare verlichting en Speelvoorzieningen. 2. In de begroting 2025 van Dijk en Waard zijn de loonkosten per taakveld begroot. De loonkosten kunnen daardoor niet specifiek worden toegerekend aan de verschillende kapitaalgoederen in deze paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen. Om die reden zijn de loonkosten niet opgenomen in het onderstaande overzicht.
Programmabegroting 2025
80
Uitbreiding areaal In de gemeente wordt op verschillende plaatsen volop gebouwd. Dit leidt jaarlijks tot een significante groei in het areaal dat beheerd en onderhouden dient te worden. Uitgangspunt is dat voor de groei van het areaal als gevolg van de uitbreiding van de gemeente (autonome ontwikkelingen) volledig toereikende onderhoudsbudgetten beschikbaar zijn. Dit is noodzakelijk om aan de gewenste kwaliteitsniveaus te kunnen blijven voldoen. Arealen 1. Herinrichting/ groot onderhoud wijken (Diverse programma’s) Stadshart Zuidwest De herinrichting Stadshart Zuidwest (achter Cool) was uitgesteld in verband met een geplande verbouw van zowel de apotheek als het medisch centrum. Ondertussen zijn er plannen om een nieuw medisch centrum aan de andere kant van de Middenweg naast het Huygenscollege te bouwen. Op de plek die de zorgpartijen achterlaten in Stadshart Zuidwest komen twee gebouwen voor 160 woningen. Begin 2025 zullen de plannen waarschijnlijk zo ver gevorderd zijn dat duidelijk is dat zij doorgaan en hoe de planning er uit ziet.
besteksfase en aanbesteding volgt in 2025 de uitvoering. Nieuw in dit project is een pilot duurzaamheid waarin we de nulmeting, de ambities en de uiteindelijke duurzaamheidsbijdrage van het project proberen te beschrijven. Centrumwaard Het groot onderhoud Middenweg Centrumwaard is in een groter kader (gebiedsvisie) opgepakt. Samen met omwonenden, ondernemers en andere betrokken partijen is een masterplan opgesteld. In 2023 is begonnen met de uitvoering van fase 1 van het masterplan middels de reconstructie van de Middenweg. Naar verwachting is deze eind 2024 afgerond. In 2025 wordt vervolgens gestart met de herinrichting van de Basiusstraat. Bomenbuurt Zuid-Scharwoude De verharding en riolering van de Bomenbuurt zijn aan vervanging toe. Er is met de bewoners gewerkt aan een plan. In 2025 start de uitvoering die tot in 2026 doorloopt.
Molenwijk-Zuidoost HHW In 2021 is gestart met de voorbereiding van de herinrichting van de wijk Molenwijk-Zuidoost. Januari 2022 is het participatietraject afgerond om gezamenlijk met de bewoners te komen tot een definitief ontwerp. De uitvoering is in 2023 gestart en het project wordt begin 2025 afgerond. Molenwijk-Noordoost HHW In 2023 is de participatie voor het groot onderhoud in deze wijk uitgevoerd met als doel om samen met bewoners te komen tot een ontwerp voor de inrichting van de openbare ruimte in de wijk. Na de Programmabegroting 2025
81
2. Wegen en civiele kunstwerken (Programma ‘Verkeer, vervoer en waterstaat’)
4. Waterhuishouding (Programma ‘Verkeer, vervoer en waterstaat’)
Kader • Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte 2024 - 2033 - Dijk en Waard
Kader • Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte 2024 - 2033 - Dijk en Waard • Uitvoeringsplan Integraal Beleid Openbare Ruimte 2024 - 2033 - Dijk en Waard.
•
Uitvoeringsplan Integraal Beleid Openbare Ruimte 2024 - 2033 - Dijk en Waard
In 2025 wordt naar aanleiding van inspectieresultaten groot onderhoud uitgevoerd aan diverse wegen en civiele kunstwerken.
3. Riolering (Programma ‘Duurzaamheid’) Kader • Programma Stedelijk Water en Rioleringen 2022-2027 (PSWR) • Klimaatadaptatiestrategie en uitvoeringsagenda Regio Alkmaar • Beleidsplan klimaatadaptatie Dijk en Waard.
Dijk en Waard is een gemeente met een waterrijk karakter. Het onderhouden van de watergangen binnen de gemeente is van groot belang voor voldoende waterberging en voor de bevaarbaarheid. De gemeentelijke taken na de overdracht van het onderhoud van het stedelijk water betreffen voornamelijk het onderhoud van het buitengebied. Het onderhoud vindt plaats op het vastgestelde kwaliteitsniveau. Het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier onderhoudt de watergangen in het binnenstedelijk gebied.
Het Programma Stedelijk Water en Rioleringen 2022-2027 (PSWR) is in 2022 vastgesteld in de gemeenteraad van Dijk en Waard. Het legt verantwoording af over de manier waarop invulling wordt gegeven aan de gemeentelijke riolering-, grondwater- en hemelwaterzorg. Door het uitvoeren van periodieke inspecties wordt de technische staat van het rioolstelsel beoordeeld. Voor het dagelijks onderhoud en het vervangen van de riolering is budget gereserveerd.
Programmabegroting 2025
82
5. Openbaar groen (Programma ‘Sport, cultuur en recreatie’)
6. Gemeentelijke- en welzijnsgebouwen (Diverse programma’s)
Kader • Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte 2024 - 2033 - Dijk en Waard • Uitvoeringsplan Integraal Beleid Openbare Ruimte 2024 - 2033 - Dijk en Waard.
Kader • Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte 2024 - 2033 - Dijk en Waard. • Uitvoeringsplan Integraal Beleid Openbare Ruimte 2024 - 2033 - Dijk en Waard.
Het openbaar groen wordt onderhouden op het afgesproken kwaliteitsniveau. Speciale aandacht bij het beheer van het openbaar groen is gericht op het uitbreiden en vergroten van de biodiversiteit en het bomenbestand. Uitbreiden en vergroten van de biodiversiteit vindt met name plaats door het ecologisch maaibeheer, inzaaien van bloemenmengsels en het extensief beheer van bosplantsoen. Door deze vorm van beheer krijgt de inheemse flora en fauna meer kans om zich in de gemeente te vestigen en uit te breiden. Daarnaast wordt bij renovaties en aanplant van nieuwe beplanting en bomen ook rekening gehouden met het vergroten van de biodiversiteit door uitbreiding van het assortiment.