CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Nbb_Langedijk_Lievense_SOB006891_202010

Gemeenteraad 7 juni 2022, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Bodemfunctieklassekaart, bodemkwaliteitskaarten en bodembeheerplan36.141 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Nota bodembeheer gemeente Langedijk Beleid tijdelijk opslaan en/of toepassen van grond en baggerspecie op of in de bodem Opdrachtgever: Omgevingsdienst Noord-Holland Noord

Lievense Milieu B.V.

Documentcode:

SOB006891.RAP002 KvK

Telefoon

Versie

30152124

088 - 9102000

1.0

Adres

Internet

Datum

Ringwade 41 3439 LM Nieuwegein

Lievense.com

Oktober 2020

Colofon Contactpersonen Stefanie IJsselmuiden-Coesel (Omgevingsdienst Noord-Holland Noord) Zefran Hussain (Gemeente Langedijk) Contactpersoon Lievense Milieu B.V. | WSP Jeroen Spronk

Autorisatie Documentnummer

Versie

Status

SOB006891.RAP002

1.0

Definitief

Paraaf

Opgesteld en akkoord door

Functie

Datum

Jeroen Spronk

Senior adviseur

Oktober 2020

Samenvatting Inleiding De gemeente heeft de wens het grondstromenbeleid verder af te stemmen met de andere gemeenten in het werkgebied van de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord en grondverzet mogelijk te maken met de andere gemeenten in dat werkgebied. De gemeente streeft ook naar een zo optimaal en milieuvriendelijk mogelijke hergebruik van (licht verontreinigde) grond, zodat het nuttig en milieuhygiënisch verantwoord hergebruik hiervan mogelijk wordt gemaakt. Hierdoor wordt minder vrijgekomen materiaal afgevoerd en minder primaire en secundaire grondstoffen aangekocht. Om dit te realiseren heeft de gemeente een bodemfunctieklassenkaart, een bodemkwaliteitskaart en deze nota bodembeheer opgesteld. De wet- en regelgeving voor het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond en gerijpte baggerspecie is geregeld in het Besluit bodemkwaliteit en Regeling bodemkwaliteit. Het is niet zonder meer toegestaan om grond en gerijpte baggerspecie ergens te ontgraven en op een andere plaats toe te passen of tijdelijk op te slaan. Voorkomen moet worden dat het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond en gerijpt baggerspecie de ontvangende bodem verontreinigt en risico's vormt voor het (toekomstige) bodemgebruik. Vanuit andere wet- en regelgeving kunnen bij grondverzet (ontgraven en toepassen van grond) nog aanvullende voorwaarden worden gesteld.

Op 8 juli 2019 is een tijdelijk handelingskader inwerking getreden voor hergebruik van PFAS 1houdende grond en baggerspecie. De initiatiefnemers van grondverzet moeten de kwaliteit van de grond voor PFAS-verbindingen inzichtelijk maken in te verzetten grond en baggerspecie, die op of in de landbodem of in het oppervlaktewater wordt toegepast. In het tijdelijk handelingskader zijn voorlopige landelijke achtergrondwaarden voor PFAS-gehalten gedefinieerd, evenals voorlopige toepassingswaarden in verschillende toepassingssituaties. Op 21 november 2019 is een beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie NoordHolland inwerking getreden met beleidsregels voor hergebruik van PFAS-houdende grond in de provincie Noord-Holland. In deze beleidsregel zijn provinciale achtergrondwaarden voor de PFAS-verbindingen PFOA2 en PFOS3 vastgesteld. De provinciale achtergrondwaarden worden door de provincie Noord-Holland voor haar eigen grondgebied als representatiever beoordeeld dan de (tijdelijke) landelijke achtergrondwaarden. De gemeente volgt hierin de provincie NoordHolland. Deze nota bodembeheer is bedoeld voor professionele partijen die te maken hebben met het ontgraven, tijdelijk opslaan en het toepassen van grond en gerijpte baggerspecie op of in de landbodem. In deze nota bodembeheer is het te voeren grondstromenbeleid weergegeven en

1

2 3

Poly- en perfluoralkylverbindingen, PFAS, zijn stoffen die al decennia worden gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Bovendien is van verschillende PFAS-verbindingen aangetoond dat ze toxisch zijn. PFOA: perfluoroctaanzuur; gebruikt in vochtafwerende producten. PFOS: perfluoroctaansulfonzuur; gebruikt in blusschuim.

Samenvatting | Nota bodembeheer gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP002 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020 | i /iv

zijn regels en procedures voor dit beleid geformuleerd. De kaarten zijn de instrumenten bij de uitvoering van dit grondstromenbeleid. Gemeentelijk beleid De gemeente heeft binnen de mogelijkheden van het Besluit bodemkwaliteit gebiedsspecifiek beleid opgesteld. Het gebiedsspecifiek beleid richt zich op de volgende aspecten: 1. Het uitbreiden van het bodembeheergebied van de gemeente Langedijk tot het werkgebied van de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord. De gemeente accepteert de bodemkwaliteitskaarten van de gemeenten Alkmaar, Bergen, Castricum, Den Helder, Drechterland, Enkhuizen, Heerhugowaard, Heiloo, Hollands Kroon, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec, Texel, Uitgeest en het duingebied binnen de gemeenten Bergen en Castricum. Deze bodemkwaliteitskaarten mogen worden gebruikt als bewijsmiddel van de chemische kwaliteit van de toe te passen grond vanuit deze gemeenten (zie § 4.2). 2. Het vaststellen van strengere eisen bij het toepassen van grond op onverharde kinderspeelplaatsen en moes-/volkstuin(complex)en (zie § 4.3.2). 3. Het verruimen van de toepassingseisen van grond op schone gebieden met de bodemfuncties ‘Industrie’ en ‘Wonen’ (zie § 4.3.3). 4. Het verruimen van de regels voor het toepassen van grond uit en ter plaatse van onverharde wegbermen van aangewezen wegen (zie § 4.3.4). 5.

Het onder voorwaarden verruimen van de regels voor het toepassen van grond voor een betere bovenafdichting van voormalige stortplaatsen (zie § 4.3.5). 6. Het onder voorwaarden verruimen van de regels voor het toepassen van grond op regionale waterkeringen met het oog op hoogwaterbescherming (zie § 4.3.6). 7. Het onder voorwaarden verruimen van de regels bij het tijdelijk opslaan van grond (zie § 4.3.7). 8. Het vaststellen van (strengere) eisen bij het toepassen van grond met bijmenging van bodemvreemd materialen waaronder steenachtige materialen en plastic (zie § 4.4). 9. Het vaststellen van strengere eisen bij het toepassen van grond met asbestverdacht/houdend materiaal op gevoelig bodemgebruik dat in opdracht van de gemeente wordt uitgevoerd (zie § 4.5). 10. Het stellen van (strengere) regels bij het hergebruik van PFAS-houdende grond en verspreiden van PFAS-houdende onderhoudsbaggerspecie (zie § 4.6.1). 11. Het verruimen van de regels bij de tijdelijke uitname van grond bij graafwerkzaamheden bij ondergrondse infrastructuur én groenvoorzieningen (zie § 4.7). 12. Het verruimen van de regels voor het toepassen van grond vanuit de bodemlaag dieper dan 2 meter beneden het maaiveld (zie § 4.8). 13.

Het vaststellen van strengere eisen voor grond vanuit gebieden waar de gemeente de bodemkwaliteitskaart niet hebben geaccepteerd als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de toe te passen grond, als deze wordt toegepast in gebieden waarvoor de gemeente zelf strenger beleid heeft vastgesteld dan de landelijke regelgeving (zie § 4.9). 14. Het verruimen van de regels bij grondstromen met kleine partijen grond (zie § 4.10). 15. Het stellen van regels bij het toepassen van grond in grootschalige bodemtoepassingen (zie § 4.11). 16. Het stellen van regels bij het toepassen van grond vanaf een tijdelijke opslag (zie § 4.12).

Samenvatting | Nota bodembeheer gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP002 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020 | ii /iv

17. Het stellen van regels bij terugsaneerwaarden en hergebruik van grond op te saneren en gesaneerde locaties (zie § 4.13). 18. Het toepassen van grond vanuit of in gebieden die zijn uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart en grond vanuit oude categorie-1 werken (zie § 4.14.1). 19. Het stellen van regels bij de geldigheidsduur van een uitgevoerd onderzoek (zie § 4.14.2.1). 20. Het stellen van regels bij een specifiek uitgevoerd onderzoek of een partijkeuring en het gebruik van de ontgravingskaart (zie § 4.14.2.2). 21. Het stellen van regels bij een uitgevoerd onderzoek en het gebruik van de toepassingskaart (zie § 4.14.2.3). 22. Het stellen van regels bij een uitgevoerd bodemonderzoek volgens de NEN 5740 en het gebruik van de ontgravingskaart (zie § 4.14.2.4). 23. Grondverzet ter plaatse van beschermde gebieden (zie § 4.14.3). 24. Het stellen van regels bij het werken met verontreinigde grond ( zie § 4.15). 25. Het stellen van (strengere) regels bij het verspreiden van (PFAS-houdende) onderhoudsbaggerspecie (zie § 4.16). 26. Het voorkomen van verspreiding van plaagsoorten (flora, zoals de Japanse duizendknoop en de reuzenberenklauw; zie § 4.17. 27. Het innemen van een standpunt hoe om te gaan met nieuw onderkende verontreinigingsbronnen (zie § 4.18). 28. Het stellen van regels voor de onderzoeksinspanning voorafgaand aan het grondverzet (zie hoofdstuk 6). 29.

Het verruimen van de regels voor het melden van grond die voorafgaand aan de toepassing tijdelijk wordt opgeslagen (zie § 7.2.3). 30. Het verruimen van de regels bij repeterende vrachten en omvangrijke grondtoepassingen (zie § 7.6). 31. Het verruimen van de regels bij grondtransport met de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel (zie § 7.7). In § 4.19 is een totaaloverzicht gegeven van het gemeentelijke grondstromenbeleid. Beoogd effect Met het vaststellen van dit geactualiseerde grondstromenbeleid wordt gefaciliteerd dat: • de gemeente milieuvriendelijk grondstromenbeleid in uitvoering brengt dat praktisch uitvoerbaar, milieuhygiënisch verantwoord en transparant is; • meer grondstromen kunnen plaatsvinden zonder dat voorafgaand de kwaliteit van de grond moet worden onderzocht. Voor de gemeente en derden kunnen besparingen worden gerealiseerd in uitvoeringstijd en -kosten; • meer toepassingslocaties beschikbaar komen om vrijkomende grond milieuvriendelijk te hergebruiken; • het gebruik en de aankoop van primaire én secundaire bouwstoffen (bijvoorbeeld zand uit zandwinputten of grond van een grondbank) wordt verminderd; • de druk op het wegennet, de uitstoot van uitlaatgassen en fijnstof en het gebruik van energie wordt verminderd (grond hoeft minder ver te worden getransporteerd, geen extra productie door grondverwerker).

Samenvatting | Nota bodembeheer gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP002 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020 | iii /iv

Mandateren bevoegdheden Het gebiedsspecifieke grondstromenbeleid en eventuele toekomstige wijzigingen op dit gebiedsspecifieke beleid moeten, conform artikel 44 van het Besluit bodemkwaliteit, worden vastgesteld door de gemeenteraad. Om praktische redenen worden besluiten met een uitvoerend karakter gemandateerd aan het college van burgemeester en wethouders. Het betreft besluiten voor: • wijzigingen van de bodemfunctieklassenkaart; • het toevoegen van aanvullende gegevens aan de bodemkwaliteitskaart die geen invloed hebben op het gemeentelijke gebiedsspecifiek grondstromenbeleid; • het onder voorwaarden accepteren van een bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de toe te passen grond; • het opnieuw bestuurlijk vaststellen van een gewijzigde bodemfunctieklassenkaart en/of bodemkwaliteitskaart onder voorwaarde dat de wijzigingen geen invloed hebben op het in deze nota geformuleerde gemeentelijke gebiedsspecifieke grondstromenbeleid. Het college van burgemeester en wethouders rapporteert aan de gemeenteraad als zij van deze gemandateerde bevoegdheden gebruik heeft gemaakt. Financiën Het grondstromenbeleid heeft voor de gemeente geen nadelige financiële gevolgen.

Met het beleid kunnen voor de gemeente en derden besparingen worden gerealiseerd bij: • onderzoekskosten voor de toe te passen grond en de ontvangende bodem en bij het toepassen van grond en gerijpte baggerspecie; • transport-, reinigings- en/of stortkosten van vrijkomende grond; • aanschafkosten voor de toe te passen primaire grondstoffen (zand uit zandwinputten) en secundaire grondstoffen (bijvoorbeeld grond van een grondbank). Communicatie De mogelijkheden voor het toepassen van grond en gerijpte baggerspecie, wordt door de gemeente digitaal en interactief inzichtelijk gemaakt met een website die voor iedereen te raadplegen is: https://odnhn-bbkweb.lievense.com. Hiermee wordt al vooruitgelopen op één van de doelstellingen van de Omgevingswet die naar verwachting in 2022 inwerking treedt. Ook worden de kaarten van deze nota bodembeheer raadpleegbaar op de website van het Bodemloket http://www.bodemloket.nl/kaart, een initiatief van gemeenten, provincies en het Rijk.

Samenvatting | Nota bodembeheer gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP002 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020 | iv /iv

Inhoudsopgave 1

Inleiding

1

1.1 1.2

2

Aanleiding en doelstelling Afbakening nota bodembeheer 1.2.1 Bevoegd gezag 1.2.2 Reikwijdte 1.2.3 Grens landbodem-waterbodem 1.3 Geldigheid 1.4 Verantwoordelijkheid 1.5 Aansprakelijkheid 1.6 Deze nota in relatie tot de Omgevingswet 1.7 Leeswijzer De te verwachten bodemkwaliteit in de gemeente

1 2 2 3 4 6 6 7 7 9 11

3

Maatschappelijke opgave

14

4

De uitwerking van het grondstromenbeleid 15 4.1 Kwaliteitsdoelstelling bij hergebruik van grond 15 4.2 Uitbreiding van het bodembeheergebied 15 4.3 Vaststellen Lokale Maximale Waarden 16 4.3.1 Inleiding 16 4.3.2 Lokale Maximale Waarden toepassen grond op onverharde kinderspeelplaatsen en moes-/volkstuin(complex)en (LMW1) 17 4.3.3 Lokale Maximale Waarden toepassen grond op schone gebieden met de bodemfuncties ‘Industrie’ en ‘Wonen’ (bodemlaag 0,0-2,0 m-mv; LMW2) 18 4.3.4 Lokale Maximale Waarden toepassen grond vanuit en ter plaatse van onverharde wegbermen met de bodemfunctieklasse ‘Industrie’ (bodemlaag 0,0-2,0 m-mv; LMW3) 18 4.3.4.1 Onderbouwing en definiëring Lokale Maximale Waarden 18 4.3.4.2 Toepassen grond vanuit onverharde bermen met de bodemfunctie ‘Industrie’ 20 4.3.5 Lokale Maximale Waarden betere bovenafdichting oude stortplaatsen (LMW4) 21 4.3.6 Lokale Maximale Waarden toepassen van grond van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier op regionale waterkeringen (LMW5) 23 4.3.6.1 Onderbouwing Lokale Maximale Waarden 23 4.3.6.2 Definiëren en vaststellen Lokale Maximale Waarden 24 4.3.7 Lokale Maximale Waarden tijdelijke opslag van grond (LMW6) 25 4.4 Toepassen van grond met bodemvreemd materiaal (steenachtige materialen, plastic, piepschuim etc.) 26 4.5 Toepassen van grond met asbestverdacht/-houdend materiaal 27 4.6 Toepassen PFAS-houdende grond en verspreiden

PFAS-houdende baggerspecie 28

Inhoudsopgave | Nota bodembeheer gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP002 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020 | i /iv

4.6.1

5 6

Definiëren toepassingswaarden PFAS-verbindingen in de grond en eisen aan te verspreiden PFAS-houdende onderhoudsbaggerspecie 28 4.6.2 Toekomstige bijstelling van de voorlopige landelijke achtergrondwaarden en (toepassings)waarden voor PFAS-houdende grond 29 4.7 Tijdelijke uitname van grond bij graafwerkzaamheden bij ondergrondse infrastructuur en groenvoorzieningen 31 4.8 Toepassen van grond vanuit de bodemlaag dieper dan 2 meter beneden het maaiveld 32 4.9 Toepassen van grond afkomstig van gebieden waar de gemeente de bodemkwaliteitskaart niet heeft geaccepteerd als bewijsmiddel 33 3 4.10 Melden en onderzoeken kleine partijen grond (maximaal 50 m ) 33 4.11 Toepassen van grond in een grootschalige bodemtoepassing 34 4.12 Toepassen van grond uit een tijdelijke opslag 35 4.13 Terugsaneerwaarden en hergebruik grond op te saneren en gesaneerde locaties 37 4.13.1 Terugsaneerwaarden en hergebruik grond 37 4.13.2 Melden grondverzet op een saneringslocatie 38 4.13.3 Melden klein grondverzet (<10m3) 38 4.14 Bijzondere omstandigheden bij het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond 39 4.14.1 Van de bodemkwaliteitskaart uitgesloten locaties en gebieden en grond een uit categorie-1 werk 39 4.14.2 De geldigheidsduur van een eventueel uitgevoerd onderzoek en gebruik van de ontgravings- en toepassingskaart bij een al onderzochte locatie 40 4.14.2.1 De geldigheidsduur van een eventueel

uitgevoerd onderzoek 40 4.14.2.2 Uitgevoerd specifiek onderzoek van de NEN 5740 of een partijkeuring en gebruik ontgravingskaart 40 4.14.2.3 Uitgevoerd onderzoek en gebruik toepassingskaart 41 4.14.2.4 Uitgevoerd NEN 5740 onderzoek en gebruik ontgravingskaart 41 4.14.3 Beschermde gebieden 41 4.14.3.1 Provinciale beschermingsgebieden 41 4.14.3.2 Gemeentelijke beschermingsgebieden 42 4.15 Werken met verontreinigde grond 42 4.16 Verspreiden onderhoudsbaggerspecie (generiek kader Besluit bodemkwaliteit) 43 4.16.1 Verspreiden onderhoudsbaggerspecie in een oppervlaktewaterlichaam 43 4.16.2 Verspreiden onderhoudsbaggerspecie in een oppervlaktewaterlichaam 43 4.17 Voorkomen verspreiding plaagsoorten (flora) bij grondverzet 45 4.18 Nieuw onderkende verontreinigingsbronnen 46 4.19 Totaaloverzicht gemeentelijk beleid 46 Het toepassen van grond met de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel 52 Onderzoeksinspanning voorafgaand aan het grondverzet 6.1 Historisch onderzoek 6.2 Onderzoek toe te passen grond en ontvangende bodem 6.2.1 Onderzoek toe te passen grond

Inhoudsopgave | Nota bodembeheer gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP002 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020 | ii /iv

54 54 56 56

7

8

9

6.2.2 Onderzoek ontvangende bodem Procedures

57 59

7.1 7.2

Opvragen informatie voorafgaand aan het grondverzet Melden tijdelijk opslaan en toepassen van grond 7.2.1 Algemeen 7.2.2 Toepassen van grond 7.2.3 Tijdelijke opslag 7.3 Registratie en archivering van meldingen 7.4 Beoordeling van de melding 7.5 Transport van grond 7.6 Repeterende vrachten en omvangrijke grondtoepassingen 7.7 Grondtransport met de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel Toezicht en handhaving 8.1 Betrokkenen bij grondwerkzaamheden 8.2 Toezicht en handhaving Mandateren bevoegdheden van de gemeenteraad aan het college

59 59 59 60 60 62 62 62 63 63 64 64 65 67

9.1 9.2 9.3

67 67 68 68

9.4 9.5 9.6 9.7

Inleiding Aanpassen van bodemfunctieklassenkaart en toepassingskaart Aanvullende bodeminformatie 9.3.1 Uitgesloten locaties en gebieden 9.3.2 Resultaten bodemonderzoek op een voor bodemverontreiniging verdachte locatie Accepteren bodemkwaliteitskaart van andere gemeenten/gebieden als bewijsmiddel chemische kwaliteit toe te passen grond Bestuurlijk vaststellen bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart Procedure Rapportage

Inhoudsopgave | Nota bodembeheer gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP002 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020 | iii /iv

68 68 69 69 69

Overzicht bijlagen Bijlage 1 – Begrippenlijst Bijlage 2 – Wet- en regelgeving Bijlage 3A – Statistische parameters bodemkwaliteitszones (waarden standaardbodem) Bijlage 3B – Statistische parameters PFAS-verbindingen PFOA en PFOS (gemeten waarden) Bijlage 4 – Mogelijkheden vrij grondverzet (grondstromenmatrix) Bijlage 5 – Argumentatie Hoogheemraadschap Lokale Maximale Waarden regionale waterkeringen Overzicht kaartbijlagen Kaartbijlage1 Bodemfunctieklassenkaart Kaartbijlage 2 Ligging bodemkwaliteitszones bovengrond (0,0-0,5 m-mv) en ondergrond (0,5-2,0 m-mv) Kaartbijlage 3A Ontgravingskaart bovengrond (0,0-0,5 m-mv) Kaartbijlage 3B Ontgravingskaart tussenlaag (0,5-1,0 m-mv) Kaartbijlage 3C Ontgravingskaart ondergrond (1,0 m-mv en dieper) Kaartbijlage 4A Toepassingskaart bovengrond (0,0-0,5 m-mv) – generiek beleid Kaartbijlage 4B Toepassingskaart ondergrond (0,5-2,0 m-mv) – generiek beleid Kaartbijlage 5A Toepassingskaart bovengrond (0,0-0,5 m-mv) – gebiedsspecifiek beleid Kaartbijlage 5B Toepassingskaart ondergrond (0,5-2,0 m-mv) – gebiedsspecifiek beleid Kaartbijlage 6 Natuurnetwerk Nederland gebieden en Natura2000 gebieden Kaartbijlage 7 Aardkundige waarden Kaartbijlage 8 Archeologie en cultuurhistorie Kaartbijlage 9 Ligging regionale waterkeringen Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier

Inhoudsopgave | Nota bodembeheer gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP002 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020 | iv /iv

1 Inleiding 1.1

Aanleiding en doelstelling

De gemeente heeft de wens het grondstromenbeleid verder af te stemmen met de andere gemeenten in het werkgebied van de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (hierna aangeduid als ‘OD NHN’) en grondverzet mogelijk te maken met de andere gemeenten in dit werkgebied. De gemeente streeft ook naar een zo optimaal en milieuvriendelijk mogelijke hergebruik van (licht verontreinigde) grond en gerijpte baggerspecie, zodat het nuttig en milieuhygiënisch verantwoord hergebruik hiervan mogelijk wordt gemaakt. Om dit te realiseren heeft de gemeente een bodemfunctieklassenkaart4, een bodemkwaliteitskaart4 en deze nota bodembeheer opgesteld. Bij allerlei graafwerkzaamheden en bewerkingen van de (water)bodem komt grond en baggerspecie vrij. Het tijdelijk opslaan en het hergebruik of toepassen van grond en gerijpte baggerspecie valt onder het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit 5 6 (hierna aangeduid als 'het Besluit' en 'de Regeling'). Vanuit andere wet- en regelgeving kunnen bij grondverzet (ontgraven en toepassen van grond) nog aanvullende voorwaarden worden gesteld. Op 8 juli 2019 is een tijdelijk handelingskader inwerking getreden voor hergebruik van PFAS7houdende grond en baggerspecie8.

De initiatiefnemers van grondverzet moeten de kwaliteit van de grond voor PFAS-verbindingen inzichtelijk maken in te verzetten grond en baggerspecie, die op of in de landbodem of in het oppervlaktewater wordt toegepast. In het tijdelijk handelingskader zijn voorlopige landelijke achtergrondwaarden voor PFAS-gehalten gedefinieerd, evenals voorlopige toepassingswaarden in verschillende toepassingssituaties. Op 21 november 2019 is een beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie NoordHolland9 inwerking getreden met beleidsregels voor hergebruik van PFAS-houdende grond in de provincie Noord-Holland. In deze beleidsregel zijn provinciale achtergrondwaarden voor de PFAS-verbindingen PFOA10 en PFOS11 vastgesteld. De provinciale achtergrondwaarden worden door de provincie Noord-Holland voor haar eigen grondgebied als representatiever beoordeeld

4

Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart gemeente Langedijk, documentcode SOB006891.RAP001, Lievense Milieu B.V.|WSP, 2020. 5 Besluit bodemkwaliteit, publicatie Staatsblad nr. 469, 3 december 2007. 6 Regeling bodemkwaliteit, publicatie Staatscourant nr. 247, 21 december 2007 en latere wijzigingen. 7 Poly- en perfluoralkylverbindingen, PFAS, zijn stoffen die al decennia worden gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Bovendien is van verschillende PFAS-verbindingen aangetoond dat ze toxisch zijn. 8 Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, kenmerk IENW/BSK2019/131399, 8 juli 2019; geactualiseerd op 29 november 2019 en op 2 juli 2020. 9 Beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland houdende regels omtrent de Beleidsregel PFAS Noord-Holland 2019, kenmerk: 1309449/1316340, 19 november 2019, inwerking getreden: 21 november 2019. 10 PFOA: perfluoroctaanzuur; gebruikt in vochtafwerende producten. 11 PFOS: perfluoroctaansulfonzuur; gebruikt in blusschuim.

Nota bodembeheer gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP002 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020 |

1 / 69

dan de (tijdelijke) landelijke achtergrondwaarden. De gemeente volgt hierin de provincie NoordHolland. Het grondstromenbeleid moet praktisch uitvoerbaar, milieuhygiënisch verantwoord en transparant zijn. Hiermee wordt vorm gegeven aan het milieuvriendelijk en verantwoord hergebruik, toepassing en tijdelijke opslag van grond en gerijpte baggerspecie in de gemeente. Er zijn vier motieven voor het milieuvriendelijk en verantwoord grondstromenbeleid: 1. Een ‘standstill’ voor de bodemkwaliteit op het niveau van het bodembeheergebied (de kwaliteit van de bodem moet gelijk blijven en op termijn verbeteren). 2. Beperking van het gebruik en aankoop van primaire en secundaire grondstoffen (aanvoer en gebruik van zand uit zandwinputten of grond van een grondbank). 3. Kostenbesparing (minder onderzoekskosten bij grondverzet en verwerkingskosten bij vrijkomende grond). 4. Minder grondtransportbewegingen en energiebesparing (minder druk op het wegennet, minder uitstoot van fijnstof en CO2 en minder grondverwerking). Deze nota bodembeheer geeft aan hoe vrijgekomen grond en gerijpte baggerspecie (hierna tezamen aangeduid als 'grond') op en in de landbodem van de gemeente kan en mag worden opgeslagen (tijdelijk), hergebruikt of toegepast. De bodemfunctieklassen- en bodemkwaliteitskaart zijn de instrumenten bij de uitvoering van dit milieuvriendelijke grondstromenbeleid.

Op de bodemfunctieklassenkaart zijn de functies ‘Industrie’, ‘Wonen’ en ‘Overig’ (meestal landbouw en natuur) weergegeven. De bodemkwaliteitskaart geeft voor de gemeente de te verwachten gemiddelde chemische bodemkwaliteit aan van voor bodemverontreiniging niet-verdachte locaties weer voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 2 meter diepte. Deze nota is bedoeld voor professionele partijen die te maken hebben met het ontgraven, het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond op of in de landbodem van het grondgebied van de gemeente Langedijk. De gemeente heeft binnen de mogelijkheden van het Besluit, gebiedsspecifiek beleid opgesteld. Bij het gebiedsspecifieke beleid is een afweging gemaakt tussen enerzijds de risico’s voor bodemverontreiniging en behoud van de bestaande bodemkwaliteit en anderzijds de mogelijkheden voor hergebruik of toepassing van grond binnen de gemeente. De kaarten en de nota bodembeheer zijn niet afzonderlijk van elkaar te gebruiken. 1.2

Afbakening nota bodembeheer

1.2.1

Bevoegd gezag

In de meeste situaties is bij het toepassen van grond op of in de landbodem de gemeente voor haar eigen grondgebied het bevoegd gezag. Binnen inrichtingen die onder het Activiteitenbesluit12 vallen, is hiervoor de vergunningverlener het bevoegd gezag. 12

Activiteitenbesluit, publicatie Staatsblad, nummer 415, 2007 en latere wijzigingen.

Nota bodembeheer gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP002 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020 |

2 / 69

Voor toepassingen op of in de waterbodem en in een oppervlaktewaterlichaam is de waterkwaliteitsbeheerder bevoegd gezag. In de gemeente Langedijk is dat het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en eventueel de gemeente als hierover afspraken zijn gemaakt. Op een saneringslocatie is de Wet bodembescherming 13 bepalend. Voor de gemeente is dat, totdat de Omgevingswet inwerking treedt, meestal de provincie Noord-Holland. De Provincie Noord-Holland heeft deze taken voor de gemeente gemandateerd aan de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet is de gemeente voor haar eigen grondgebied bevoegd gezag voor sanerende maatregelen. Uitzondering hierop vormen de (beschikte) spoedlocaties, de locaties die vallen onder het overgangsrecht van de Omgevingswet én complexe bedrijven. Voor deze locaties blijft de Provincie Noord Holland voor de gemeente bevoegd gezag. Bij een nieuwe verontreiniging (veroorzaakt op of na 1 januari 1987) binnen een omgevingsvergunningplichtige inrichting, toetst de vergunningsverlener Wet algemene bepalingen omgevingsrecht14 van de desbetreffende inrichting of zijzelf dan wel de provincie Noord-Holland als het bevoegd gezag optreedt.

Voor de activiteit bouwen en de activiteit ruimtelijke planvorming binnen de (toekomstige) Omgevingswet, de Wet ruimtelijke ordening15 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is de gemeente voor haar eigen grondgebied het bevoegd gezag. Voor de gemeente wordt bij besluiten die het watersysteem raken, maar waar de gemeente het bevoegd gezag is, per situatie de bodemproblematiek afgestemd met het bevoegd gezag Waterwet16. Alleen op deze manier wordt bereikt dat de eisen die de gemeente stelt, aansluiten op de wensen/eisen die de waterbeheerder heeft ten aanzien van het watersysteem. 1.2.2

Reikwijdte

Deze nota bodembeheer heeft betrekking op het hergebruik/toepassen en het tijdelijk opslaan van grond op of in de landbodem en het verspreiden van onderhoudsbaggerspecie op het grondgebied van de gemeente. Voor alle toepassingen van grond geldt dat deze functioneel, nuttig, moeten zijn (zie § 2.1.1 van bijlage 2). Als dat niet zo is, wordt de grond niet nuttig hergebruikt en wordt de grond als afvalstof gezien. Dit geldt óók voor schone grond. Een voorbeeld hiervan is het creëren van overhoogte op een geluidswal zonder dat dit vanuit geluidswering noodzakelijk is. Voor het ontgraven en tijdelijk opslaan van grond in het kader van gevallen van ernstige bodemverontreiniging geldt de Wet bodembescherming. Naar verwachting treedt de Omgevingswet in 2022 inwerking en vervalt de Wet bodembescherming. Diverse onderwerpen vanuit de Wet bodembescherming komen in de Aanvullingswet en -besluit bodem Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving aan de orde. Ook moeten bepaalde onderwerpen worden opgenomen in het Omgevingsplan en/of de Omgevingsverordening. 13

Wet bodembescherming, publicatie Staatsblad nummer 404, 1986 en latere wijzigingen. Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, publicatie Staatsblad nr. 496, 4 december 2008 en latere wijzigingen. 15 Wet ruimtelijke ordening, publicatie Staatsblad, nummer 15, 22 maart 2007 en latere wijzigingen. 16 Waterwet, publicatie Staatsblad nr. 107, 12 maart 2009 en latere wijzigingen. 14

Nota bodembeheer gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP002 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020 |

3 / 69

Voor het verspreiden van baggerspecie over aangrenzende percelen geldt een bijzonder kader met acceptatieplicht voor de aangelanden op basis van de Waterwet en de Keur van waterschappen. Voor het inrichten van een weilanddepot voor baggerspecie moet in de gemeente een omgevingsvergunning (vroeger aanlegvergunning) worden aangevraagd (artikel 2.1 lid 1 onder b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht). Afhankelijk van de locatie is ook een ontheffing noodzakelijk van het daar geldende bestemmingsplan. Het in deze nota geformuleerde grondstromenbeleid heeft geen betrekking op toepassingen van grond in een oppervlaktewaterlichaam tenzij het om een demping van een oppervlaktewaterlichaam gaat waardoor feitelijk een landbodem ontstaat. In die situatie worden nadere afspraken gemaakt tussen de waterkwaliteitsbeheerder (Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier) en de gemeente. Grondverzet bij bodemsanering Bij een bodemsanering kan sterk verontreinigde grond worden ontgraven en eventueel de saneringsput opgevuld met grond. Ook kan een bodemsanering plaatsvinden door het aanbrengen van een isolatielaag, ophooglaag of een leeflaag met grond. Afhankelijk van het type bodemsanering kan de bodemfunctieklassenkaart of de bodemkwaliteitskaart worden gebruikt om de terugsaneerwaarde(n) te bepalen (zie § 4.13).

Het aanvullen van een saneringsput of het aanbrengen van een ophooglaag of leeflaag als sanerende maatregel is in het kader van het Besluit een nuttige toepassing. Afhankelijk van de ligging van de saneringslocatie gelden hierbij de toepassingseisen die in deze nota bodembeheer zijn geformuleerd (zie hoofdstuk 4). 1.2.3

Grens landbodem-waterbodem

De definitie van de grens tussen landbodem en waterbodem is aangegeven in artikel 1 van de Waterwet: “Oppervlaktewaterlichaam: 'samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen, alsmede de bijbehorende waterbodem, oevers en voor zover uitdrukkelijk aangewezen krachtens deze wet, drogere oevergebieden, alsmede flora en fauna'.” Ter plaatse van de waterbodems is de waterkwaliteitsbeheerder het bevoegd gezag. Binnen de gemeente is dat het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en eventueel de gemeente als hierover afspraken zijn gemaakt. In het beheergebied van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier is de Keur Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier17 van toepassing, of gemeentelijke beleid als afspraken zijn gemaakt dat de gemeente bevoegd gezag is. De Keur is alleen van toepassing op waterstaatswerken. Dat wil zeggen oppervlaktewaterlichamen, bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken en op de daarlangs gelegen beschermingszones. De ligging van deze gebieden is weergegeven in de leggerkaarten die beschikbaar zijn bij het Hoogheemraadschap (https://www.hhnk.nl/).

17

Keur Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2016, registratienummer 14.40389, 21 september 2016.

Nota bodembeheer gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP002 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020 |

4 / 69

In aanvulling op de definitie van de grens tussen landbodem en waterbodem wordt in deze nota de definitie van 'oever' nauwkeurig omschreven. Hierbij wordt aangesloten bij de Beleidsnotitie Besluit bodemkwaliteit18 die in opdracht van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier is opgesteld. Op basis hiervan is de grens tussen landbodem en waterbodem aangegeven in de figuren 1.1, 1.2 en 1.3. Voor het plaatsen van een beschoeiing moet conform de Waterwet een vergunning worden aangevraagd bij het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Het opvullen met grond van de ruimte achter de beschoeiing valt onder het Besluit. In die situatie worden nadere afspraken gemaakt tussen het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en de gemeente.

Figuur 1.1. Visuele beoordeling insteek van de oever als afbakening van het oppervlaktewaterlichaam.

Figuur 1.2. De buitenkruinlijn van een waterkering als afbakening van het oppervlaktewaterlichaam.

18

Beleidsnotitie Besluit bodemkwaliteit, projectnummer 4716977, TAUW, 6 februari 2012.

Nota bodembeheer gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP002 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020 |

5 / 69

Figuur 1.3. Afbakening waterbeheergebied bij beschoeide oevers die niet zijn vastgelegd in de legger.

1.3

Geldigheid

Deze nota bodembeheer wordt door de gemeente vastgesteld voor een periode van maximaal 10 jaar. De bodemkwaliteitskaart19 wordt maximaal 5 jaar na de bestuurlijke vaststelling van deze nota geëvalueerd (zie artikel 4.3.5 van de Regeling). Voor een bodemfunctieklassenkaart19 geldt geen wettelijke houdbaarheidstermijn. Een bodemkwaliteitskaart moet elke 5 jaar opnieuw worden vastgesteld, ongeacht of er aanpassingen zijn. Met de bodemkwaliteitskaart wordt ook de bodemfunctieklassenkaart geëvalueerd. Als de bodemfunctieklassenkaart moet worden aangepast, moet deze ook weer opnieuw bestuurlijk worden vastgesteld. Op basis van de evaluatie van de bodemfunctieklassenkaart en de bodemkwaliteitskaart wordt vastgesteld of aanpassing van deze nota noodzakelijk is of dat de nota in de huidige vorm nog een volgende 5 jaar kan worden gebruikt. Alleen als het gebiedsspecifieke beleid (artikel 44 van het Besluit) moet worden aangepast, moet ook de nota opnieuw door de gemeenteraad bestuurlijk worden vastgesteld. 1.4

Verantwoordelijkheid

De verantwoordelijkheid voor naleving van de regels bij het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond ligt in eerste instantie bij de initiatiefnemer. Maar ook een ieder die op een bepaald moment in enig opzicht macht uitoefent over (een deel van) de toepassing kan worden aangesproken; bijvoorbeeld een perceeleigenaar, erfpachter, huurder of bruiklener. De initiatiefnemer voor de grondtoepassing, of een hiertoe gemachtigd persoon (ontdoener van de grond of tussenpersoon zoals een aannemer of adviesbureau), is dan ook verplicht om het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond te melden. In § 7.2.2 is een aantal situaties beschreven waarbij het toepassen van grond niet gemeld hoeft te worden.

19

Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart gemeente Langedijk, documentcode SOB006891.RAP001, Lievense Milieu B.V.|WSP, 2020.

Nota bodembeheer gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP002 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020 |

6 / 69

De verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer voor het ontgraven, het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond en daarna een ieder die macht uitoefent op de toepassingslocatie ligt verankerd in de wettelijke zorgplicht: • Algemene zorgplicht in het kader van de Wet milieubeheer 20 (artikel 1.1.a): achterwege laten van handelingen, die nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaken. • Zorgplicht uit de Wet bodembescherming (artikel 13): een ieder die handelingen verricht die kunnen leiden tot bodemverontreiniging, is verplicht preventieve en zo nodig herstellende maatregelen te treffen. • Zorgplicht voor handelingen inzake afvalstoffen. Met afvalstoffen wordt gedoeld op bijlage 1 van EU-richtlijn afvalstoffen van 1975. In de Wet milieubeheer wordt hierop ingegaan in de artikelen 10.1 en 10.2. Bij afvalstoffen gaat het dan bijvoorbeeld om grond met bijmenging/verontreiniging van puin, sintels, gietstukresten, teerresten, et cetera. • Zorgplicht uit het Besluit (artikel 7): een ieder die bouwstoffen, grond of baggerspecie toepast die kunnen leiden tot bodemverontreiniging, voorkomt die gevolgen of beperkt die voor zover voorkomen niet mogelijk is en voor zover dat van hem kan worden gevergd. De zorgplicht wordt in de Omgevingswet overgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving.

Als achteraf blijkt dat foutief is gehandeld, kan geen beroep worden gedaan op de gedane melding of het eventueel uitblijven van een reactie van het bevoegd gezag binnen een bepaalde termijn. Ook na toepassing mag het bevoegd gezag nog optreden tegen overtredingen van de regelgeving als blijkt dat niet de juiste gegevens zijn verstrekt of sprake is van het toepassen van grond/bagger van een onjuiste kwaliteit. 1.5

Aansprakelijkheid

De bodemfunctieklassenkaart, de bodemkwaliteitskaart en deze nota bodembeheer zijn met grote zorgvuldigheid opgesteld. De bodemkwaliteitskaart biedt geen harde garanties voor de kwaliteit van een partij grond. De kaart doet alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken. De eindverantwoordelijkheid voor de toepassing van grond blijft bij de initiatiefnemer en daarna een ieder die macht uitoefent op de toepassingslocatie. Als twijfel bestaat over de kwaliteit van de grond, wordt geadviseerd een onderzoek te laten uitvoeren. 1.6

Deze nota in relatie tot de Omgevingswet

Naar verwachting treedt in 2022 de Omgevingswet en diverse (aanvullings-) wetten, besluiten en Algemene maatregelen van bestuur inwerking. De huidige wet- en regelgeving voor bodemsanering en het nuttig toepassen van grond en gerijpte baggerspecie komt daarmee te vervallen en worden in de Omgevingswet, de bijbehorende (aanvullings-)wetten en besluiten en Algemene maatregelen van bestuur geregeld. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet valt deze nota bodembeheer én de bodemkwaliteitskaart van rechtswege via het overgangsrecht direct in het tijdelijke deel van het 20

Wet milieubeheer, publicatie staatsblad, nummer 443, 1980 en latere wijzigingen.

Nota bodembeheer gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP002 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020 |

7 / 69

‘Omgevingsplan’. Het in deze nota bodembeheer geformuleerde gebiedsspecifieke beleid wordt hiermee na de inwerkingtreding van de Omgevingswet voortgezet. Deze nota bodembeheer kan ook onderdeel uitmaken van de nog op te stellen Omgevingsvisie. Een nieuw op te stellen Omgevingsplan met het oog op de bodem, krijgt een breder spectrum dan alleen bodemsanering en hergebruik van grond. Er wordt aangesloten op de gemeentelijke Omgevingsvisie. Onderwerpen zoals de aanpak van bodemverontreiniging, activiteiten in het grondwater, eventuele diffuse bodembelasting met lood, verzilting, bodemdaling, bodemafdekking (wateroverlast en hittestress), opslag van gas in de ondergrond, asbestdaken en gerelateerde bodemverontreiniging en het overgangsrecht vanuit de Wet bodembescherming kunnen aan de orde komen. Het verdient de aanbeveling om het hergebruik van grond terug te laten komen in een nieuw Omgevingsplan, met het oog op de bodem. Met de Omgevingswet wijzigt ook het normenkader. Er komen zogenaamde ‘Voorkeurswaarden’ en ‘Maximale waarden’. De ‘Voorkeurswaarde’ (voor een bepaald bodemgebruik) is gelijk aan de huidige normen uit de Regeling voor ‘Achtergrondwaarde (AW2000)’, ‘Wonen’ en ‘Industrie’. De ‘Maximale waarde’ is gelijk aan de huidige waarden die voor het spoedcriterium van de Wet bodembescherming worden gebruikt.

Tussen de ‘Voorkeurswaarde’ en ‘Maximale waarde’ hebben gemeenten de ruimte om eigen beleid te maken. De huidige Interventiewaarden van de Wet bodembescherming worden in de Omgevingswet opgenomen in bijlage IIA van het Besluit activiteiten leefomgeving. Als gegraven gaat worden met een omvang meer dan 25 m3, en de interventiewaarde wordt overschreden, wordt het net zoals nu verplicht een geschiktheidstoets uit te voeren voor het huidige/beoogde bodemgebruik. De gemeenten krijgen de mogelijkheid om gebiedsspecifiek beleid te maken: • om de interventiewaarde, ‘triggerwaarde’, voor de verplichte geschiktheidstoets hoger of lager te stellen (zie artikel 5.89j Besluit kwaliteit leefomgeving), bijvoorbeeld voor gebieden waar sprake is van een diffuus verspreide sterke verontreiniging; • om verhoogde terugsaneerwaarden te formuleren (net zoals de Lokale Maximale Waarden binnen het Besluit). Bij werkzaamheden in de grond met gehalten boven de interventiewaarden, blijft de kwaliteitsborging in het bodembeheer gelden; de zogenaamde ‘Kwalibo’ 21 22; bijvoorbeeld dat werkzaamheden onder erkenning en volgens beoordelingsrichtlijnen moeten worden uitgevoerd,(zie artikel 2.1 van de Regeling). Opgesteld gemeentelijk beleid (verhoogde ‘triggerwaarden’) heeft daar geen invloed op.

21

Vanaf 1 oktober 2006 is de wettelijke regeling, die bekend staat als Kwalibo (KWALIteitsborging in het BOdembeheer), gefaseerd inwerking getreden. Het doel van de regeling is zowel de kwaliteit van de uitvoering als de integriteit van de bodemintermediairs te verbeteren. De Kwalibo-regeling bevat verplichtingen voor bodemintermediairs, bestuursorganen en opdrachtgevers/eigenaren. De regels zijn opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit en de Regeling bodemkwaliteit. 22 Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer, publicatie Staatsblad nr. 434, 28 september 2006, en latere wijzigingen.

Nota bodembeheer gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP002 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020 |

8 / 69

Binnen de Omgevingswet blijft een bodemkwaliteitskaart gelden als erkend bewijsmiddel bij grondverzet. De bodemkwaliteitskaart kan ook gebruikt worden bij de vrijstelling van bodemonderzoek voor omgevingsvergunningen. Bij nog niet gesaneerde en beheerde grondwaterverontreinigingen wordt de regelgeving in de Omgevingswet als volgt: • Op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld (her)ontwikkelingsprojecten of tijdens graafwerk) moet door de initiatiefnemer de bron van de grondwaterverontreiniging worden gesaneerd. • Afhankelijk van de urgentie en het gebruik van de boven- en ondergrond (bijvoorbeeld drinkwaterwinning) neemt de overheid initiatieven om de pluim van de grondwaterverontreiniging aan te pakken. In de Omgevingswet is het een doelstelling dat informatie over milieuwet- en regelgeving makkelijker en digitaal wordt ontsloten. De gemeente ontsluit het grondstromenbeleid digitaal en interactief via een website: https://odnhn-bbkweb.lievense.com. Hiermee loopt de gemeente al vooruit op de Omgevingswet die naar verwachting in 2022 inwerking treedt. Ook zijn de kaarten van deze nota bodembeheer te raadplegen op de website van het Bodemloket http://www.bodemloket.nl/kaart, een initiatief van gemeenten, provincies en het Rijk. 1.7

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de te verwachten bodemkwaliteit in de gemeente waarna in hoofdstuk 3 een toelichting wordt gegeven op de maatschappelijke opgave over het toepassen van grond in de gemeente. Het beleid voor de toepassing van grond wordt in hoofdstuk 4 nader uitgewerkt. Het toepassen van grond met de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel komt in hoofdstuk 5 aan de orde. Hoofdstuk 6 gaat in op de onderzoeksinspanning die moet worden verricht voorafgaand aan het ontgraven en toepassen van grond. De te volgen procedures rondom het toepassen van grond worden in hoofdstuk 7 beschreven. In hoofdstuk 8 wordt ingegaan op toezicht en handhaving van grondstromen. Deze nota wordt afgesloten met een hoofdstuk over enkele mandateringen van bevoegdheden door de gemeenteraad naar het college van burgemeester en wethouders. De in deze nota gebruikte begrippen worden in bijlage 1 uiteengezet. In bijlage 2 wordt ingegaan op de Wet- en regelgeving bij het ontgraven, het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond. In de bijlagen 3 wordt de statistische onderbouwing van de ontgravingskaarten opgenomen. De mogelijkheden voor het toepassen van grond binnen de gemeente, zonder dat bodemonderzoek uitgevoerd hoeft te worden, worden weergegeven in een grondstromenmatrix dat in bijlage 4 is opgenomen.

De onderbouwing van het gebiedsspecifieke beleid in het bodembeheergebied van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier dat wordt gevoerd ter plaatse van de regionale waterkeringen wordt beargumenteerd in de bijlage 5. Op de kaartbijlagen 1 en 2 worden respectievelijk de bodemfunctieklassenkaart en een kaart met de ligging van de bodemkwaliteitszones weergegeven. Op de kaartbijlagen 3 worden de te verwachten ontgravingsklassen weergegeven. De toepassingseisen voor grond in de gemeente worden voor het generieke en gebiedsspecifieke kader opgenomen in respectievelijk de kaartbijlagen 4 en 5. De beschermingsgebieden (het Natuurnetwerk Nederland (NNN) voormalige EHS- en Natura2000 gebieden, aardkundige waarden, archeologie en

Nota bodembeheer gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP002 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020 |

9 / 69

cultuurhistorie worden weergegeven in de kaartbijlage 6 t/m 8. De ligging van de regionale waterkeringen die in het beheer zijn van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier worden weergegeven in kaartbijlage 9.

Nota bodembeheer gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP002 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020 |

10 / 69

2 De te verwachten bodemkwaliteit in de gemeente Als gevolg van de gebruikshistorie, de ontwikkeling van de wijken, en de belasting door emissies van bedrijven en voertuigen, kan de bodem diffuus belast zijn met verontreinigende stoffen. In het algemeen geldt: hoe langer een gebied door mensen in gebruik is, des te meer een gebied belast is. In verband hiermee heeft een indeling plaatsgevonden op basis van bodemgebruik en historie. Bij het opstellen van de bodemkwaliteitskaart is het grondgebied van de gemeente Langedijk op basis van de bovengenoemde criteria in zes bodemkwaliteitszones verdeeld. Binnen een bodemkwaliteitszone wordt dezelfde gebiedseigen chemische bodemkwaliteit verwacht (zie tabel 2.1 en de kaartbijlage 2A en 2B). Hierbij is rekening gehouden dat de bovenste halve meter van de bodem doorgaans meer belast is met verontreinigende stoffen dan de onderliggende bodemlaag. De volgende locaties maken geen onderdeel uit van de bodemkwaliteitskaart: Aangegeven op de kaarten: • Provinciale wegen, inclusief de onverharde wegbermen (een andere beheerorganisatie). • Aangewezen grote doorgaande wegen in beheer van de gemeente. • Houtwerf 1-7 in Oudkarspel (saneringslocatie in het kader van de wet bodembescherming). • De voormalige stortplaatsen met huisvuil e.d.

in de Zuiderdel (locaties: Agrico terrein, Aalbos 6 en Westelijke Randweg 5), Anna van Saksenstraat 56-60 (stortplaats) en Diepsmeerweg ong. (specifiek voor wat betreft de ontgravingskaart). • Waterbodems (andere beheerorganisatie). De ligging van de onderstaande uitgesloten locaties en gebieden zijn, soms vanwege het dynamische karakter of het relatief kleine oppervlak van het gebied, niet op de kaarten weergegeven: • Locaties met, of die verdacht zijn voor, een sterke bodemverontreiniging. • De (voormalige) fruitteelt-, boomgaard- en bollenteeltpercelen (bodemlaag 0-0,3 m-mv; binnen de gemeente heeft dit bodemgebruik in tegenstelling tot de omliggende gemeenten niet op grote schaal plaatsgevonden). • (Voormalige) stortplaatsen (specifiek voor wat betreft de ontgravingskaart). • Saneringslocaties in het kader van de Wet bodembescherming (specifiek voor wat betreft de ontgravingskaart). • De bodemlaag dieper dan 2,0 meter onder het maaiveld. • Ook het grondwater is uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. De bodemkwaliteitskaart is opgesteld volgens de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten 23. De bodemkwaliteitskaart is voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 2,0 meter diepte vastgesteld voor de stoffen barium (zie ook bijlage 1 met de Begrippen onder het kopje 23

Richtlijn bodemkwaliteitskaarten, Ministerie van VROM, Ministerie van Verkeer en waterstaat, 3 september 2007 en latere wijzigingen.

Nota bodembeheer gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP002 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020 |

11 / 69

‘Barium’), cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie en de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK). Voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 1,0 meter diepte is de bodemkwaliteitskaart ook voor PFAS-verbindingen24, PFOA25 en PFOS26 vastgesteld. Voor de PFAS-verbindingen is conform het Model Beleid toepassen PFAS houdende grond 27 is de systematiek van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten gevolgd voor het uitbreiden van een bodemkwaliteitskaart met de stoffen kobalt, molybdeen en PCB. Op basis van bekende PFAS-gegevens in de gemeente nemen de gehalten aan PFAS-verbindingen af in de diepere bodemlagen. Gezien dit gegeven én de gemeten gehalten in de tussenlaag, is het de verwachting dat de bodemlaag dieper dan 1,0 meter niet verdacht is voor verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen. Voor elke bodemkwaliteitszone is de te verwachten gemiddelde chemische kwaliteit in beeld gebracht. De te verwachten gemiddelde kwaliteit per zone is opgenomen in tabel 2.1. De kwaliteit is ingedeeld volgens de landelijk vastgestelde klassen voor ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde-AW2000)’, ‘Wonen’ en ‘Industrie’. De statistische onderbouwing en de vastgestelde kwaliteitsklassen zijn weergegeven in bijlage 3.

Uit tabel 2.1 blijkt dat volgens het generieke kader van het Besluit het nuttig hergebruik van gebiedseigen licht verontreinigde grond beperkt is. Binnen het gebiedsspecifieke kader van het Besluit heeft de gemeente de mogelijkheid om beleid te formuleren waardoor meer licht verontreinigde grond kan worden hergebruikt dan mogelijk is in het generieke kader van het Besluit. Dit gebiedsspecifieke beleid is in hoofdstuk 4 van deze nota bodembeheer beschreven.

24

Poly- en perfluoralkylverbindingen, PFAS, zijn stoffen die al decennia worden gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Bovendien is van verschillende PFAS-verbindingen aangetoond dat ze toxisch zijn. 25 PFOA: perfluoroctaanzuur; gebruikt in vochtafwerende producten. 26 PFOS: perfluoroctaansulfonzuur; gebruikt in blusschuim. 27 Model Beleid toepassen PFAS-houdende grond, opgesteld in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, kenmerk: 1248710-044 C04, TAUW, 10 januari 2020.

Nota bodembeheer gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP002 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020 |

12 / 69

Tabel 2.1 Totaaloverzicht bodemkwaliteitszones, verwachte ontgravingsklassen, toepassingseisen bij voorkomende functies conform het generiek kader Besluit bodemkwaliteit, het landelijk tijdelijk handelingskader én het provinciale beleid hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie Verwachte Bodemkwaliteitszone

Bodemfunctie

ontgravingsklasse (kwaliteitsbepalende stof)

Toepassingseis @ (generiek kader Besluit bodemkwaliteit en PFAS-beleid [landelijk én provinciaal])

Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) # B1 Historische bebouwing

Industrie

Wonen (Kwik, lood, zink,

(voor 1950)

Wonen

PCB, PAK)

B2 Recente bebouwing

Industrie

(vanaf 1950)

Wonen

B3 Buitengebied

Landbouw/natuur

Wonen

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Tussenlaag (bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 1,0 meter diepte) ## O1 Historische bebouwing

Industrie

(voor 1950)

Wonen

O2 Recente bebouwing

Industrie

(vanaf 1950)

Wonen

O3 Buitengebied

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Ondergrond (bodemlaag vanaf 1,0 meter tot en met 2,0 meter diepte) ### O1 Historische bebouwing

Industrie

(voor 1950)

Wonen

O2 Recente bebouwing

Industrie

(vanaf 1950)

Wonen

O3 Buitengebied

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

De gemiddelden van PFOA28 en PFOS29 zijn lager dan de provinciale achtergrondwaarden vastgesteld, maar boven de bepalingsgrens. Het gemiddelde aan PFOA leidt tot beperkingen bij het toepassen van grond in een oppervlaktewaterlichaam (neem contact op met de waterkwaliteitsbeheerder). ## De gemiddelden van PFOA en PFOS zijn lager dan de provinciale achtergrondwaarden vastgesteld, maar boven de bepalingsgrens. Dit leidt niet tot een beperking bij het toepassen van grond. ### De ondergrond (traject 1,0-2,0 m-mv) is niet verdacht voor PFAS-verbindingen. @ De toepassingseis is gebaseerd op het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit, de toepassingswaarden uit het landelijke tijdelijk handelingskader én het provinciale beleid toepassen PFAS-houdende grond en baggerspecie. #

28 29

PFOA: perfluoroctaanzuur; gebruikt in vochtafwerende producten. PFOS: perfluoroctaansulfonzuur; gebruikt in blusschuim.

Nota bodembeheer gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP002 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020 |

13 / 69

3 Maatschappelijke opgave De gemeente verwacht de komende 5 tot 10 jaar dat continu grond (tijdelijk) wordt ontgraven, opgeslagen en toegepast. Een voorbeeld hiervan is het regulier onderhoud aan wegbermen, rioleringen, kabels, leidingen, groenvoorzieningen en (vervangende) nieuwbouwprojecten. Uit de bodemkwaliteitskaart van de gemeente blijkt dat met de generieke regels van het Besluit het nuttig hergebruik van gebiedseigen licht verontreinigde grond beperkt is (zie hoofdstuk 2, tabel 2.1). Hierdoor kan veel ontgraven grond niet worden hergebruikt en moet vervolgens worden afgevoerd naar een erkend verwerker. Ook moet dan grond van elders worden aangekocht en aangevoerd die wel voldoet aan de toepassingseisen; bijvoorbeeld zand uit zandwinputten of grond van een grondbank. De gemeente wil invulling geven aan een milieuvriendelijker en goedkoper grondstromenbeleid. Grond vrijkomend uit het ene project wil de gemeente kunnen hergebruiken in het andere project. Werk met werk maken. Er zijn dan minder onderzoekskosten bij grondverzet en verwerkingskosten bij vrijkomende grond nodig. Er hoeft minder grond te worden aangekocht en ook de transportafstanden worden gereduceerd. De druk op het wegennet en de uitstoot van schadelijke stoffen, zoals fijnstof en CO2 en het gebruik van energie nemen af.

Het gebiedsspecifieke en gemeentelijke grondstromenbeleid bij de toepassingen van grond is nuttig en milieuhygiënisch verantwoord en brengt bij het huidige en het beoogde bodemgebruik geen onacceptabele risico’s met zich mee. Het gebiedsspecifieke en gemeentelijke grondstromenbeleid is in hoofdstuk 4 onderbouwd en beschreven.

Nota bodembeheer gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP002 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020 |

14 / 69

4 De uitwerking van het grondstromenbeleid 4.1

Kwaliteitsdoelstelling bij hergebruik van grond

Bij het nuttig toepassen van grond hanteert de gemeente het ‘standstill’ principe op het niveau van het bodembeheergebied (zie § 4.2). Het ‘standstill’ principe betekent dat de bodemkwaliteit binnen het bodembeheergebied gelijk moet blijven en op termijn verbetert (zie bijlage 1 onder het kopje ‘Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem (Generiek kader Besluit bodemkwaliteit)’. Op het niveau van bodembeheergebied is een vermindering van de kwaliteit alleen toelaatbaar: • met gebiedseigen grond, vrijgekomen bij grondverzet binnen het vastgestelde bodembeheergebied (zie § 4.2); • als de vastgestelde Lokale Maximale Waarden (zie § 4.3) niet worden overschreden; • als elders in het bodembeheergebied een verbetering van de bodemkwaliteit wordt gerealiseerd. De Lokale Maximale Waarden voldoen aan de landelijke definitie voor ‘duurzaam geschikt voor het beoogde gebruik’. Er treden met de plaatselijke vermindering van de kwaliteit geen risico’s op voor het (toekomstig) bodemgebruik. Op niveau van het bodembeheergebied wordt als volgt invulling gegeven aan het ‘standstill’ principe: • Daar waar de grond wordt ontgraven treedt een lokale verbetering op van de bodemkwaliteit. • In gebieden waar een strengere toepassingseis geldt dan de kwaliteit van de ontvangende bodem, wordt een verbetering gerealiseerd.

Voor grond van buiten het bodembeheergebied (zie § 4.2) gelden bij Lokale Maximale Waarden meestal andere voorwaarden (zie § 4.9). Naast het gebiedsspecifieke grondstromenbeleid is in dit hoofdstuk ook algemeen beleid voor het hergebruik en toepassen van grond en het gebruik van de bodemkwaliteitskaart uitgewerkt. 4.2

Uitbreiding van het bodembeheergebied

Het generieke kader van het Besluit gaat uit van het ‘eigen’ gemeentelijke grondgebied als bodembeheergebied voor het te voeren beleid bij het toepassen en het tijdelijk opslaan van grond. Om grondstromen tussen gemeenten mogelijk te maken en de bodemkwaliteitskaart van andere gemeenten te gebruiken als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de toe te passen grond, moet het (generieke) gemeentelijke bodembeheergebied worden uitgebreid. Deze uitbreiding valt volgens het Besluit in het gebiedsspecifieke kader. Met deze nota wordt het bodembeheergebied van de gemeente Langedijk voor het grondstromenbeleid vastgesteld als zijnde het grondgebied van de gemeente én de gemeenten die onderdeel uitmaken van het werkgebied van de OD NHN.

Nota bodembeheer gemeente Langedijk | Documentcode: SOB006891.RAP002 | Status: Definitief | Versiedatum: Oktober 2020 |

15 / 69

De gemeente Langedijk accepteert de bodemkwaliteitskaarten van de gemeenten Texel30 en Uitgeest31, de regio Alkmaar32 (gemeenten Alkmaar, Bergen, Castricum, Heerhugowaard en Heiloo), de regio Kop van Noord-Holland33 (gemeenten Den Helder, Hollands Kroon en Schagen), de regio West-Friesland34 (gemeenten Drechterland, Enkhuizen, , Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer en Stede Broec) én de bodemkwaliteitskaart van het duingebied binnen de gemeenten Bergen en Castricum35. Deze bodemkwaliteitskaarten mogen gebruikt worden als bewijsmiddel van de chemische kwaliteit van de toe te passen grond. 4.3

Vaststellen Lokale Maximale Waarden

4.3.1

Inleiding

De mogelijkheden voor hergebruik van gebiedseigen grond (zie § 4.2) met de ontgravingskwaliteitsklassen ‘Industrie’ en ‘Wonen’ worden vergroot door gebiedsspecifiek grondstromenbeleid op te stellen. Het beleid staat toe dat in relatief schone gebieden, gebiedseigen grond mag worden toegepast met bijvoorbeeld de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ of ‘Wonen’. Voor deze gebieden worden zogenaamde Lokale Maximale Waarden vastgesteld. Met het gebiedsspecifieke beleid wordt voorkomen dat de gemeente en derden onnodig hoge kosten moeten maken voor de afvoer van grond met de kwaliteitsklassen ‘Industrie’ en ‘Wonen’. Het generieke kader van het Besluit staat deze verslechtering niet toe. Alleen met gebiedsspecifiek beleid mag lokale verslechtering plaatsvinden. In de hierna volgende paragrafen worden de verschillende Lokale Maximale Waarden gedefinieerd. Ten slotte zijn strengere Lokale Maximale Waarden vastgesteld voor het toepassen van grond op terreinen met een gevoelig bodemgebruik. De in de hierna volgende paragrafen vastgestelde Lokale Maximale Waarden gelden niet voor grond van buiten het bodembeheergebied én van gebieden waarvan de bodemkwaliteitskaart niet is geaccepteerd als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de toe te passen grond (zie ook § 4.2 en § 4.9).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=903b1f62-2bd2-495b-b323-7c1015ac6ab0