CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

LIS B09d Methode Risicoprofiel 2.1.pdf

Gemeenteraad 13 september 2022, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Voorstel voorzitter m.b.t. afdoening ingekomen stukken, w.o. mededelingen van het college aan de raad5.062 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Methode Risicoprofiel 2.1 20-8-2020 Conceptversie

1.

Inleiding

Veiligheidsregio Noord Holland Noord is in 2017 begonnen met ‘Plan Brandweer 360’, waarbij er door de brandweer wordt aangepast aan de veranderingen in de maatschappij door onder andere demografische, infrastructurele en technologische ontwikkelingen. De doelstelling is om incidenten te voorkomen en mochten er incidenten voordoen dan deze zo goed mogelijk te bestrijden. Om (brand-)incidenten zo gericht mogelijk te kunnen voorkomen en bestrijden is het van belang dat er een accuraat en actueel beeld is van de risico’s in de veiligheidsregio. Mede om die reden is door Falck in februari 2019 in opdracht van de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord een risicoprofiel voor de brandweer (hierna: risicoprofiel) opgesteld. Daarna is het risicoprofiel door de Veiligheidsregio doorontwikkeld om de risico’s beter te kwantificeren en deze beter inzichtelijker te maken. Een tussenresultaat van deze doorontwikkeling is het Risicoprofiel 2.1. Het Risicoprofiel 2.1 is input voor het project ‘Fase 1’ waarbij het brandweerzorgplan in en rondom de gemeenten Heerhugowaard en Langedijk met het oog op de toekomst wordt ontworpen. De wijze waarop het Risicoprofiel 2.1 tot stand is gekomen staat beschreven in dit document. In hoofdstuk 2 volgt een korte samenvatting hiervan.

Hoofdstukken 3 en 4 geven een uitgebreide omschrijving van respectievelijk de data die is verzameld en de berekeningen die zijn uitgevoerd om het risicoprofiel te vervaardigen.

Methode Risicoprofiel 2.0

versiedatum 18-08-2020

Pagina 1 van 20

2.

Samengevat

Het risicoprofiel bestaat uit acht risicokaarten die ieder voor een bepaald type incident weergeven hoe het risico van een bepaald type incident zich verhoudt binnen de regio. Iedere risicokaart bestaat uit een raster van polygonen van 500 bij 500 meter met voor elk polygoon een score tussen 0 en 5 die voorstelt hoe groot het risico van een bepaald incident binnen dat gebied is. De score is een relatieve waarde. Dat wil zeggen dat een gebied met risico 5 niet per sé vijf keer zo gevaarlijk is als een gebied met risico 1. De risicoscore is bepaald volgens het theoretische model Risico = kans x impact. Voor ieder gebied is voor het betreffende type incident bepaald hoe groot de kans en de impact zijn aan de hand van incidenthistorie, verschillende objectkarakteristieken en andere gegevens. Een overzicht van de verschillende incidenttypen en de gegevens die gebruikt zijn bij het bepalen van de kans en/of de impact zijn weergegeven in tabel 1. Het risicoprofiel is gemaakt in QGIS door verschillende kaartlagen te verzamelen en vervolgens berekeningen uit te voeren. In de komende twee hoofdstukken worden deze stappen omschreven. Incidenttype Kans Impact 1.

Binnenbrand: brand in een gebouw Status Bijzondere objecten Bouwjaar Monumenten Waarde Bouwjaar objecten Bouwlagen Oppervlakte objecten Oppervlakte Bebouwingsdichtheid Objecttype Bewonersdichtheid Gebruiksklasse Leeftijd Monument Leeftijd Herkomst Inkomen Gezinssamenstelling 2. Buitenbrand: natuurbrand Risico-Inventarisatie Natuurbranden 3. Buitenbrand: voertuigbrand Historische data GMS Bebouwingsdichtheid Inwonersdichtheid 4. Buitenbrand: overig Historische data GMS 5. Ongeval spoor- en wegvervoer Historische data GMS Wegcategorie 6. Dienstverlening dieren Historische data GMS 7. Persoon en/of voertuig te water Historische data GMS Waterdiepte 8. IBGS Historische data GMS Buisleiding middeldruk/ hogedruk Gevaarlijke stoffen route Gevaarlijke objecten Tabel 1: Overzicht kans en impact

Methode Risicoprofiel 2.0

versiedatum 18-08-2020

Pagina 2 van 20

3.

Data verzameling

Om de berekeningen uit te voeren dient allereerst de benodigde data te worden verzameld. In deze paragraaf wordt beschreven welke data is gebruikt en waar de data is ontsloten. Gebied • Achtergrondkaart In QGIS is een bestand aangemaakt. Daarbij is gekozen voor het Coördinatie Referentie Systeem (CRS) genaamd ‘Amersfoort/ RD New’ (EPSG:28992). Vervolgens is een actuele topografiekaart genaamd ‘brtachtergrondkaartgrijs’ ingeladen om de andere kaartlagen op weer te geven. • 500x500 grid Gebaseerd op het nationale grid (Rijksdriehoekstelsel) van Nederland zijn er polygonen gecreëerd van 500 meter bij 500 meter in QGIS. Hiervoor is geen bronkoppeling vereist. Objecten • Kernregistratie Objecten (KRO) De KRO-gegevens zijn ingeladen via de geodatabase. Deze dataset wordt gebruikt om het totaal aantal objecten te tellen en om de bouwjaren van de objecten uit te lezen. • Brand kansprofiel per object De kans op brand per verblijfsobject is aangeleverd door de veiligheidsregio. Deze kansen zijn in versie 2.1 bepaald met behulp van een logistische regressie. De documentatie hiervan staat in het document ‘Methode Brand kansprofiel per object 2.1’. • Rijksmonumenten De gegevens met betrekking tot rijksmonumenten zijn ingeladen via een webservice van de Rijksdienst van Cultureel Erfgoed.

• Lijst van markante objecten Door de brandweerzorg is een Excel-bestand aangeleverd met markante objecten. Dit is een lijst van objecten die zijn geselecteerd volgens de criteria die zijn vastgesteld door de brandweer. • Kwetsbare objecten Via de geodatabase is een overzicht van kwetsbare objecten ingelezen. Dit betreffen objecten waarvan de bewoners minder zelfredzaam zijn. • Gebouwen met verhoogd risico op incidenten met gevaarlijke stoffen Gebouwen en complexen met een verhoogd risico op incidenten met gevaarlijke stoffen zijn ingeladen via de webservice van risicokaart.nl Incidenten • Incidenthistorie Met behulp van een dataverwerkingssysteem is met gegevens uit GMS een dataset met incidenten geconstrueerd. De dataset omvat incidenten die hebben plaatsgevonden van 2010 tot en met 2019. De dataset bevat in ieder geval de incidenten die zijn te classificeren als ‘Buitenbrand: natuurbrand’, ‘Buitenbrand: overig’, ‘Ongeval spoor- en wegvervoer’, ‘Dienstverlening dieren’ en ‘Persoon en/of voertuig te water’. • Inzetsom brandweer bij historische incidenten Met behulp van gegevens uit GMS is een tabel geconstrueerd die de gemiddelde inzet bij een ongeval van spoor- of wegvervoer per polygoon van 500x500 meter weergeeft. Incidenten van 2010 tot en met 2019 zijn hiervoor gebruikt. Overige gebiedskenmerken • Nationaal wegenbestand (NWB)

Methode Risicoprofiel 2.0

versiedatum 18-08-2020

Pagina 3 van 20

• •

•

Het nationaal wegenbestand is ingeladen met behulp van een webservice. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen wegen in het beheer van het rijk (A-wegen), de provincie (N-wegen), de gemeenten en de waterschappen. Spoorwegenkaart Spoorwegen zijn ingeladen via de geodatabase. Buisleiding Buisleidingen zijn ingeladen via de geodatabase. De aanwezigheid van een buisleiding verhoogt het risico van incidenten met gevaarlijke stoffen. Risico-inventarisatie natuurbranden (RIN) De risico-kaart van de RIN is toegeleverd als Excel-bestand.

In tabel 2 is een overzicht weergegeven van de gebruikte datasets en de bijbehorende bronnen. Nr. 1.

Gegevensset Achtergrondkaart

Bron PDOK

Type bron Webservice

2.

Brand kansprofiel per object Kernregistratie Objecten Inzetsom eenheden Incidenthistorie Buisleiding

VRNHN, team informatie KRO

CSV

GMS GMS Provinciale Risicokaart NWB

CSV CSV Geodatabase

ProRail

Geodatabase

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed VRNHN, brandweerzorg

Webservice

3. 4. 5. 6. 7. 8.

Nationaal wegenbestand Spoorwegenkaart

9.

Rijksmonumenten

10.

Lijst van markante objecten Kwetsbare objecten

11. 12. 13.

Risico-inventarisatie natuurbranden Gebouwen IBGS

Geodatabase

Webservice

Bronlocatie Https://geodata.nationaalgeoregister.nl/tiles/ service/tms/1.0.0/brtachtergrondkaartgrijs/ EPSG:28992

Geodatabase – kro – aanzien

Geodatabase – crisisbeheersing – assets_lijn Https://geodata.nationaalgeoregister.nl/nwb wegen/wfs?Request=GetCapabilities Geodatabase – Incidentbestrijding – spoorvakken Http://services.rce.geovoorziening .nl/rce/wfs

CSV Geodatabase

RIN

CSV

Risicokaart

Webservice

Geodatabase – crisisbeheersing – kwetsbare objecten

Tabel 2: Overzicht datasets

Methode Risicoprofiel 2.0

versiedatum 18-08-2020

Pagina 4 van 20

4.

Berekeningen

4.1 Binnenbrand: brand in een gebouw Kans De kans op brand per verblijfsobject is aangeleverd door de veiligheidsregio. Deze kansen zijn in versie 2.1 bepaald met behulp van een logistische regressie. De documentatie hiervan staat in het document ‘Methode Brandkansprofiel per object 2.1’. De kansen zijn bepaald op basis van de variabelen ‘status’, ‘bouwjaar’, ‘bouwlagen’, ‘oppervlakte’, ‘objecttype’, ‘gebruiksklasse’, ‘monument’, ’leeftijd’, ‘herkomst’, ‘inkomen’ en ‘gezinssamenstelling’ met behulp van logistische regressie. De totale kans per polygoon is berekend door de kansen van alle verblijfsobject binnen de polygoon te sommeren en te delen door de oppervlakte van de polygoon. De oppervlakte van alle polygonen in het 500x500 meter raster is 250.000m2. De wiskundige formule luidt: 𝑃𝑣𝑜𝑜𝑟 (𝑥) = ∑𝑛𝑖=1

𝑝(𝑖) 𝐴(𝑥)

𝑤𝑎𝑎𝑟 𝑥 𝑏𝑒𝑣𝑎𝑡 𝑖

Waarbij: 𝑃(𝑥): de kans van polygoon 𝑥 𝑝(𝑖): de kans per verblijfsobject 𝑖 𝐴(𝑥): de oppervlakte van polygoon 𝑥 𝑛: het totaal aantal objecten per polygoon Impact De impact per polygoon is een gewogen gemiddelde van een vijftal impactsindicatoren. De impactsindicatoren worden gewogen volgens de volgende formule: 𝐸𝑣𝑜𝑜𝑟 (𝑥) = ∑5𝑞=1 𝑔(𝑞)𝐸𝑞 (𝑥) Waarbij: 𝐸(𝑥): de impact van polygoon 𝑥 𝑔(𝑞): de weging van indicator 𝑞 𝐸𝑞 (𝑥) de impact van impactsindicator 𝑞 in polygoon 𝑥 De zeven impactsindicatoren staan weergegeven in tabel 4. Er is voor gekozen om de impactsindicatoren 1, 2, 3, 6 en 7 gelijk te wegen. De impactsindicatoren 4 en 5 wegen ieder half mee. Samen geven deze indicatoren de mate van verstedelijking weer. Er is geoordeeld dat wanneer deze beide impactsindicatoren even zwaar meewegen als andere indicatoren, de mate van verstedelijking te zwaar wordt gewogen. Nr. 1 2 3 4 5 6 7

Impactsindicator Bijzondere objecten Aanwezigheid van rijksmonumenten Bouwjaar van de objecten Bebouwingsdichtheid Bewonersdichtheid Leeftijd de bewoners Oppervlakte van de objecten

𝒈(𝒒) 1/6 1/6 1/6 1/12 1/12 1/6 1/6

Tabel 3: Impactsindicatoren Methode Risicoprofiel 2.0

versiedatum 18-08-2020

Pagina 5 van 20

De impact van de indicatoren worden los van elkaar berekend. Hieronder worden deze berekeningen toegelicht. Impact – bijzondere objecten In het oorspronkelijke risicomodel hadden markante objecten een belangrijkere rol. Een enkel markant object kon ervoor zorgen dat het risico in een gebied werd verhoogd van bijvoorbeeld 2 naar 3. Dit werd als volgt beargumenteerd: markante objecten vereisen een specifieke hulpvraag en zijn daarom bepalend in het risico. Echter ziet men nu in dat dit zou betekenen dat het risico in een gebied onmogelijk naar beneden bijgesteld kan worden door preventief op te treden. Om dit aspect te elimineren zijn de markante objecten verlaagd tot impactsindicator. Het oorspronkelijke risicomodel bevatte de impactsindicator ‘historische inzet’ dat aan gebieden een impact toekende afhankelijk van de inzet bij branden in het verleden in objecttypen die voorkomen in dat gebied. Echter zijn de experts van de veiligheidsregio van mening dat de gehanteerde onderverdeling van objecttypen niet juist was. Ze kwamen tot geen goede redenen om te beargumenteren waarom branden in bijvoorbeeld kantoren of objecten met een industriefunctie een grotere impact zouden hebben dan in woonhuizen. Daarentegen is wel te beargumenteren waarom objecten die door crisisbeheersing als kwetsbaar worden onderstreept een verhoogde impact hebben.

Deze objecten zijn daarom toegevoegd aan de impactsindicator van bijzondere objecten. De impactsindicator 1 wordt berekend door de effecten van bijzondere objecten te sommeren en de uitkomst te verschalen naar een schaal van 1 tot 5. Hierbij hoort de volgende wiskundige formule: 𝐸1 (𝑥) = 𝑓1 (∑𝑙𝑖=1 𝑒1 (𝑖)) 𝑤𝑎𝑎𝑟𝑏𝑖𝑗 𝑥 𝑏𝑒𝑣𝑎𝑡 𝑖 Waarbij: 𝐸1 (𝑥): de impact van impactsindicator 1 in polygoon 𝑥 𝑒1 (𝑖): het effect van object 𝑖 op de impactsindicator 1 𝑙: het aantal bijzondere objecten per polygoon 𝑓1 ( ): functie die de impact van impactsindicator 1 lineair verschaald De effecten 𝑒1 (𝑖) en de verschaling 𝑓1 ( ) worden in respectievelijk tabel 4 en 5 weergegeven.

Methode Risicoprofiel 2.0

versiedatum 18-08-2020

Pagina 6 van 20

Effect = 𝒆𝟏 (𝒊) = 𝒆𝒈𝒆𝒃𝒓𝒖𝒊𝒌𝒔𝒇𝒖𝒏𝒄𝒕𝒊𝒆 (𝒊):

Gebruiksfunctie Woongebouw hoger dan 25 meter Penitentiaire inrichting Gebouwen met een gebruiksfunctie voor het samenkomen van meer dan 500 mensen Ziekenhuis Gebouwen met een sportfunctie waar meer dan 1000 bezoekers kunnen verblijven Niet-bouwwerken die dienen te voldoen aan eisen uit ‘besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening’ zoals havens en kampeerterreinen Objecten die vallen onder het bevoegd gezag van de Rijksoverheid en de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied zoals vliegvelden, gasopslag of gascompressorstations Brzo (bedrijven die zijn aangewezen door het Besluit risico’s zware ongevallen) GGZ-instelling Verblijfsobject verstandelijk gehandicapten Verzorgings-/bejaardentehuis Onderwijs

1 3 1 4 2 1

2

2 4 4 4 2

Tabel 4: Bijzondere objecten effect

𝒏

𝒏

∑ 𝒆𝟏 (𝒊)

𝑬𝟏 (𝒙) = 𝒇𝟏 (∑ 𝒆𝟏 (𝒊))

𝒊=𝟏

0 1–3 3–6 7–9 10 +

𝒊=𝟏

1 2 3 4 5

Tabel 5: Bijzondere objecten verschaling

Impact – monument De impact van de aanwezigheid van monumenten wordt bepaald door ieder type monument een bepaald effect toe te kennen. Per polygoon worden de effecten gesommeerd en de uitkomst wordt verschaald naar een vijfpuntsschaal. Hierbij hoort de volgende wiskundige formule: 𝐸2 (𝑥) = 𝑓2 (∑𝑙𝑖=1 𝑒2 (𝑖)) 𝑤𝑎𝑎𝑟𝑏𝑖𝑗 𝑥 𝑏𝑒𝑣𝑎𝑡 𝑖 Waarbij: 𝐸2 (𝑥): de impact van impactsindicator 2 in polygoon 𝑥 𝑒2 (𝑖): het effect van object 𝑖 op de impactsindicator 2 𝑙: het aantal monumenten per polygoon 𝑓2 ( ): functie die de impact van impactsindicator 2 lineair verschaald De effecten 𝑒2 (𝑖) en de verschaling 𝑓2 ( ) worden in respectievelijk tabel 6 en 7 weergegeven.

Methode Risicoprofiel 2.0

versiedatum 18-08-2020

Pagina 7 van 20

Type monument Geen monument Bouwkunst; woonhuis Bouwkunst; militair object Bouwkunst Bouwkunst; boerderij Bouwkunst; gebouw, overig Bouwkunst; nijverheid, industrie Bouwkunst; molen Bouwkunst; kerkelijk gebouw Bouwkunst; kasteel, buitenplaats Bouwkunst; weg-/waterwerk

Effect = 𝒆𝟐 (𝒊) = 𝒆𝒎𝒐𝒏𝒖𝒎𝒆𝒏𝒕 (𝒊): 0 2 3

4 5 5 1

Tabel 6: Monument effect 𝒏

𝒏

∑ 𝒆𝟐 (𝒊)

𝑬𝟐 (𝒙) = 𝒇𝟐 (∑ 𝒆𝟐 (𝒊))

𝒊=𝟏

0 1–5 6 – 20 21 - 100 101 +

𝒊=𝟏

1 2 3 4 5

Tabel 7: Monument verschaling

Impact - bouwjaar De impact van het bouwjaar van de objecten in een gebied wordt bepaald door aan ieder object een effect toe te kennen, afhankelijk van het bouwjaar. Het effect per object wordt weergegeven in tabel 9. Tabel 10 geeft weer hoe het gewogen gemiddelde effect wordt omgezet naar de impact. Hierbij hoort de volgende wiskundige formule: 𝑒 (𝑖)

𝐸3 (𝑥) = 𝑓3 (∑𝑛𝑖=1 3 ) 𝑤𝑎𝑎𝑟𝑏𝑖𝑗 𝑥 𝑏𝑒𝑣𝑎𝑡 𝑖 𝑛

Waarbij: 𝐸3 (𝑥): de impact van impactsindicator 3 in polygoon 𝑥 𝑒3 (𝑖): het effect van object 𝑖 op de impactsindicator 3 𝑛: het totaal aantal objecten per polygoon 𝑓3 ( ): functie die de impact van impactsindicator 𝑞 lineair verschaald De effecten 𝑒3 (𝑖) en de verschaling 𝑓3 ( ) worden in respectievelijk tabel 8 en 9 weergegeven. Effect = 𝒆𝟑 (𝒊) = 𝒆𝒃𝒐𝒖𝒘𝒋𝒂𝒂𝒓 (𝒊):

Bouwjaar Na 2002 Tussen 1946 en 2002 Voor 1946

1 2 3

Tabel 8: Bouwjaar effect

Methode Risicoprofiel 2.0

versiedatum 18-08-2020

Pagina 8 van 20

𝒏

∑ 𝒊=𝟏

𝒏

𝒆𝟑 (𝒊) 𝒏

𝑬𝟑 (𝒙) = 𝒇𝟑 (∑ 𝒊=𝟏

1-1.4 1.4-1.8 1.8-2.2 2.2-2.6 2.6-3

𝒆𝟑 (𝒊) ) 𝒏

1 2 3 4 5

Tabel 9: Bouwjaar verschaling

Impact – bebouwingsdichtheid De impact van de bebouwingsdichtheid wordt bepaald op basis van het aantal objecten per vierkante meter. Omdat de oppervlakte in ieder polygoon gelijk is, word de impact uitsluitend door het aantal objecten bepaald. Zie hiervoor tabel 10. 𝑬𝟒 (𝒙)

Objecten 0 1 - 50 51 - 500 501 - 1000 1000 +

1 2 3 4 5

Tabel 10: Bebouwingsdichtheid verschaling

Impact – bewonersdichtheid De impact van de bewonersdichtheid wordt bepaald op basis van het aantal bewoners per vierkante meter. Omdat de oppervlakte in ieder polygoon gelijk is, word de impact uitsluitend door het aantal bewoners bepaald. Zie hiervoor tabel 11. 𝑬𝟓 (𝒙)

Aantal bewoners 0 1 - 50 51 - 500 501 - 1000 1000 +

1 2 3 4 5

Tabel 11: Bewonersdichtheid verschaling

Impact - leeftijd De impact van de leeftijd van bewoners wordt bepaald op basis van het percentage 0- tot 15-jarigen en 65plussers in het gebied volgens de verschaling in tabel 12. Percentage 0 tot 15-jarigen en 65-plussers 0 1 - 20 21 – 40 41 – 60 60 +

𝑬𝟔 (𝒙) 1 2 3 4 5

Tabel 12: 65-plussers verschaling

Impact – oppervlakte De impact van de oppervlakte van objecten wordt bepaald op basis van de gemiddelde oppervlakte van objecten in het gebied. De gemiddelde oppervlakte wordt verschaald naar een vijfpuntsschaal zoals gedaan wordt in tabel 13. Methode Risicoprofiel 2.0

versiedatum 18-08-2020

Pagina 9 van 20

𝑬𝟕 (𝒙)

Gemiddelde oppervlakte 0 – 150 150.01 – 300 300.01 – 500 500.01 – 1000 1000 +

1 2 3 4 5

Tabel 13: Oppervlakte verschaling

Risico Als per polygoon is bepaald wat de kans en de impact zijn, kan het risico in twee stappen bepaald worden. Allereerst wordt de kans vermenigvuldigd met de impact. 𝑅𝑣𝑜𝑜𝑟 (𝑥) = 𝑃𝑣𝑜𝑜𝑟 (𝑥) ∗ 𝐸𝑣𝑜𝑜𝑟 (𝑥) Vervolgens wordt het risico verschaald naar een schaal van 1 tot en met 5 zoals in tabel 14. Deze verschaling is niet lineair maar relatief. Dat wil zeggen dat een polygoon met risico 5 niet vijf keer zo gevaarlijk is als een polygoon met risico 1. 𝑅𝑛𝑎 (𝑥) = 𝑓(𝑅𝑣𝑜𝑜𝑟 (𝑥)) 𝑹𝒗𝒐𝒐𝒓 (𝒙) 0 0 – 0.4999 0.5 – 4.9999 5 – 14.9999 15 – 29.9999 30 +

𝑹𝒏𝒂 (𝒙) 0 1 2 3 4 5

Tabel 14: Risico binnenbrand verschaling

Om afzonderlijke kaarten te maken voor de kans en de impact worden ook de getallen 𝐸𝑣𝑜𝑜𝑟 (𝑥) en 𝑃𝑣𝑜𝑜𝑟 (𝑥) verschaald. Dat gebeurt aan de hand van tabellen 15 en 16. In het oorspronkelijke model werden de impact en de kans verschaald naar een vijfpuntsschaal voordat ze met elkaar vermenigvuldigd werden tot de risico. Om gedurende de berekening zo weinig mogelijk af te ronden is deze stap naar het einde verplaatst. 𝐸𝑛𝑎 (𝑥) = 𝑓(𝐸𝑣𝑜𝑜𝑟 (𝑥)) 𝑃𝑛𝑎 (𝑥) = 𝑓(𝑃𝑣𝑜𝑜𝑟 (𝑥)) 𝑬𝒗𝒐𝒐𝒓 (𝒙) 1.00 – 1.49 1.50 – 1.99 2.00 – 2.49 2.50 – 2.99 3.00 +

𝑬𝒏𝒂 (𝒙) 1 2 3 4 5

Tabel 15: Impact binnenbrand verschaling

Methode Risicoprofiel 2.0

versiedatum 18-08-2020

Pagina 10 van 20

𝑷𝒗𝒐𝒐𝒓 (𝒙)

𝑷𝒏𝒂 (𝒙)

0 0.0001 – 0.4999 0.5000 – 2.9999 3.0000 – 5.9999 6.0000 – 8.9999 9+

0 1 2 3 4 5

Tabel 16: Kans binnenbrand verschaling

In figuur 1 van de appendix wordt met behulp van een diagram de stappen weergegeven voor het berekenen van de risicokaart voor binnenbranden.

4.2 Buitenbrand: natuurbrand Voor natuurbranden heeft de veiligheidsregio in 2012 een Risico-Inventarisatie Natuurbranden (RIN) opgesteld. De RIN is opgesteld volgens de hiervoor landelijk vastgestelde methodiek waarbij rekening wordt gehouden met een groot aantal parameters die kans en impact bepalen, zoals de mate en aard van de begroeiing, de kans op uitbreiding, de nabijheid van waardevolle of kwetsbare objecten of vitale infrastructuur, de nabijheid van gevaarlijke stoffen, de ecologische waarde, de eventuele aanwezigheid van bewoners en/of bezoekers en de opkomsttijden van de brandweer. De RIN is volgens andere uitgangspunten opgesteld dan het Risicoprofiel van de Brandweer. De RIN beschouwt de opkomsttijd als gegeven. Gebieden waar de opkomsttijd van de brandweer lang is, kennen een hogere risicoscore. Het Risicoprofiel van de Brandweer beschouwt de brandweerorganisatie en daarmee ook de opkomsttijden van de brandweer niet als gegeven. Het is juist de bedoeling dat de brandweerorganisatie wordt aangepast aan het risicoprofiel. Vandaar dat ten opzichte van de RIN de parameters die in verband staan met de brandweerorganisatie worden weggelaten. De risicokaart ‘Buitenbrand: natuurbrand’ is dus een kopie van de RIN met de uitzondering dat de parameters ‘opkomsttijd 1e ts’, ‘opkomsttijd 1e peloton’ en ‘terreinbekendheid brandweer’ worden weggelaten.

Daarom zijn de risicoscores ook anders. Tabel 17 geeft de parameters van de risicokaart ‘Buitenbrand: natuurbrand’ weer. Parameters risicokaart ‘Buitenbrand: natuurbrand’ Begroeiing Helling Kans op uitbreiding Nabijheid waardevolle objecten Nabijheid waardevolle stoffen Bezoekers/ vaste bewoners Aantal campinggasten binnen straal van 2 km Aanwezige dagrecreanten Afstand tot primaire waterwinning Afstand tot secundaire waterwinning Kans op snelle ontdekking en melding Aantal ontvluchtingsroutes Kwaliteit en kwantiteit ontsluiting Instandhoudingsnoodzaak natuur Tabel 17: Parameters risicokaart Buitenbrand: natuurbrand

De resulterende score wordt omgezet naar een vijfpuntschaal volgens tabel 18.

Methode Risicoprofiel 2.0

versiedatum 18-08-2020

Pagina 11 van 20

𝑹𝒗𝒐𝒐𝒓 (𝒙) 140 – 205 206 – 270 271 – 335 336 – 400 401 +

𝑹𝒏𝒂 (𝒙) 1 2 3 4 5

Tabel 18: Risico natuurbrand verschaling

4.3 Buitenbrand: voertuigbrand Kans De kans op voertuigbrand in een polygoon wordt bepaald aan de hand van incidenthistorie. Per polygoon wordt het aantal incidenten van 2010 tot en met 2019 gedeeld door de oppervlakte en verschaald naar een schaal van 0 tot 5. Hierbij hoort de volgende wiskundige formule: 𝑃(𝑥) = 𝑓 (

𝑀(𝑥) 𝐴(𝑥)

)

Waarbij: 𝑃(𝑥): de kans op voertuigbrand in polygoon 𝑥 𝑀(𝑥): het aantal voertuigbranden van 2010 tot en met 2019 in polygoon 𝑥 𝐴(𝑥): de oppervlakte van polygoon 𝑥 𝑓( ): de functie die de kans lineair verschaalt. De functie 𝑓( ): verschaalt de kans lineair zoals in tabel 19. 𝑴(𝒙) 1–3 4–6 7 – 10 11 – 13 14 +

𝑷(𝒙) 1 2 3 4 5

Tabel 19: Kans voertuigbrand verschaling

Impact De impact van een voertuigbrand hangt af van twee impactsindicator: bebouwingsdichtheid en inwonersdichtheid. Deze impactsindicatoren wegen even zwaar en worden op dezelfde wijze berekend als bij de risicokaart Binnenbrand: brand in een gebouw. Risico Het risico van een voertuigbrand wordt bepaald door per polygoon de kans te vermenigvuldigen met de impact en de uitkomst vervolgens niet-lineair te verschalen naar een schaal van 1 tot en met 5 zoals in tabel 20. 𝑅𝑣𝑜𝑜𝑟 (𝑥) = 𝑃(𝑥) ∗ 𝐸(𝑥) 𝑅𝑛𝑎 (𝑥) = 𝑓(𝑅𝑣𝑜𝑜𝑟 (𝑥))

Methode Risicoprofiel 2.0

versiedatum 18-08-2020

Pagina 12 van 20

𝑹𝒗𝒐𝒐𝒓 (𝒙)

𝑹𝒏𝒂 (𝒙)

0 1–5 6–9 10 – 14 15 +

1 2 3 4 5

Tabel 80: Risico voertuigbrand verschaling

4.4 Buitenbrand: overig Kans Branden die niet thuishoren in de categorieën gebouwbrand, natuurbrand of voertuigbrand, vallen onder de categorie buitenbrand overig. De kans op dit type brand in een polygoon wordt bepaald aan de hand van incidenthistorie. Per polygoon wordt het aantal incidenten van 2010 tot en met 2019 gedeeld door de oppervlakte en verschaald naar een schaal van 1 tot 5. Hierbij hoort de volgende wiskundige formule: 𝑃(𝑥) = 𝑓 (

𝑀(𝑥) 𝐴(𝑥)

)

Waarbij: 𝑃(𝑥): de kans op buitenbrand overig in polygoon 𝑥 𝑀(𝑥): het aantal buitenbranden overig van 2010 tot en met 2019 in polygoon 𝑥 𝐴(𝑥): de oppervlakte van polygoon 𝑥 𝑓( ): de functie die de kans lineair verschaalt. De functie 𝑓( ): verschaalt de kans lineair zoals in tabel 21. 𝑴(𝒙)

𝑷(𝒙)

0 1–5 6 – 15 16 – 30 30 +

1 2 3 4 5

Tabel 219: Kans buitenbrand overig verschaling

Impact Er is bewust voor gekozen om geen impactsindicator aan dit type incident toe te kennen. In het oorspronkelijke risicoprofiel werd hier gebruik gemaakt van de impactsindicator ‘bebouwingsdichtheid’ omdat buitenbranden in stedelijk gebied meer overlast zouden veroorzaken en er een grotere kans op overslag is. Echter, buitenbranden in landelijk gebied worden vaak later opgemerkt waardoor de omvang van de brand vaak groter is en het vaak in een vergelijkbare hoeveelheid leed en schade resulteert. Risico Het risico van een buitenbrand overig is gelijk aan de kans. 𝑅𝑣𝑜𝑜𝑟 (𝑥) = 𝑃(𝑥) 𝑅𝑛𝑎 (𝑥) = 𝑅𝑣𝑜𝑜𝑟 (𝑥)

Methode Risicoprofiel 2.0

versiedatum 18-08-2020

Pagina 13 van 20

4.5 Ongeval spoor- en wegvervoer Het risico van ongevallen van spoor- en wegvervoer wordt bepaald aan de hand van incidenthistorie en wegcategorieën. Er wordt onderscheid gemaakt tussen ongevallen van spoorvervoer en ongevallen van wegvervoer. Kans – wegvervoer De kans op een ongeval van wegvervoer wordt bepaald aan de hand van incidenthistorie. Per polygoon wordt het aantal incidenten van 2010 tot en met 2019 opgeteld. 𝑃𝑤𝑒𝑔 (𝑥) = 𝑀𝑤𝑒𝑔 (𝑥) Waarbij: 𝑃𝑤𝑒𝑔 (𝑥): de kans op een ongeval van wegvervoer overig in polygoon 𝑥 𝑀𝑤𝑒𝑔 (𝑥): het aantal ongevallen van wegvervoer van 2010 tot en met 2019 in polygoon 𝑥 Impact – wegvervoer De impact van de wegcategorie wordt berekend door per polygoon het maximale effect te nemen van de aanwezige wegtypen. De verschillende wegtypen en de bijbehorende effecten zijn weergegeven in tabel 23. Type weg Gemeentelijke wegen (wegen binnen de bebouwde kom; overwegend tot 50 km/u) Waterschap wegen (buitend de bebouwde kom; overwegend 60 km/u) Provinciale wegen (80 km/u) Rijkswegen (100 tot 130 km/u)

Effect = 𝒆𝟏 (𝒊) = 𝒆𝒘𝒆𝒈𝒄𝒂𝒕𝒆𝒈𝒐𝒓𝒊𝒆 (𝒊): 1 2 3 4

Tabel 103: Wegcategorie effect

Kans – spoorvervoer De kans op een ongeval van spoorvervoer wordt bepaald aan de hand van incidenthistorie. Per polygoon wordt het aantal incidenten van 2010 tot en met 2019 opgeteld. 𝑃𝑠𝑝𝑜𝑜𝑟 (𝑥) = 𝑀𝑠𝑝𝑜𝑜𝑟 (𝑥) Waarbij: 𝑃𝑠𝑝𝑜𝑜𝑟 (𝑥): de kans op een ongeval van spoorvervoer overig in polygoon 𝑥 𝑀𝑠𝑝𝑜𝑜𝑟 (𝑥): het aantal ongevallen van spoorvervoer van 2010 tot en met 2019 in polygoon 𝑥 Impact – spoorvervoer De impact van een ongeval van spoorvervoer is vastgesteld op 2. Incidenten van spoorvervoer waarbij de brandweer wordt gealarmeerd, bestaan naar schatting voor 75% uit trein suïcides. Hierbij is de impact laag. De overige 25% incidenten van spoorvervoer betreffen incidenten waarbij technische hulpverlening vereist is. Hierbij is de impact hoog. Door een gewogen gemiddelde te nemen van de verschillende impacts van incidenten van spoorvervoer is de impact vastgesteld op 2. 𝐸𝑠𝑝𝑜𝑜𝑟 (𝑥) = 2 Risico Methode Risicoprofiel 2.0

versiedatum 18-08-2020

Pagina 14 van 20

Het risico van ongevallen van spoor- en wegvervoer wordt bepaald door per polygoon de kans en impact van ongevallen van wegvervoer te vermenigvuldigen en daar het product van de kans en impact van ongevallen van spoorvervoer bij op te tellen. De uitkomst wordt vervolgens verschaald naar een schaal van 1 tot en met 5 zoals in tabel 24. Hier horen de volgende formules bij. 𝑅𝑣𝑜𝑜𝑟 (𝑥) = 𝑃𝑤𝑒𝑔 (𝑥) ∗ 𝐸𝑤𝑒𝑔 (𝑥) + 𝑃𝑠𝑝𝑜𝑜𝑟 (𝑥) ∗ 𝐸𝑠𝑝𝑜𝑜𝑟 (𝑥) 𝑅𝑛𝑎 (𝑥) = 𝑓(𝑅𝑣𝑜𝑜𝑟 (𝑥)) Risico voor

Risico na

0 1–2 3–7 8 – 15 16 +

1 2 3 4 5

Tabel 11: Risico spoor- en wegvervoer overig verschaling

4.6 Dienstverlening dieren Eventuele impactsindicatoren voor dienstverleningen in verband met dieren zijn deels subjectief en moeilijk onderling te wegen. Derhalve is ervoor gekozen om voor dit scenario geen impactsindicatoren te hanteren. Risico Het risico op dienstverleningen in verband met dieren wordt bepaald aan de hand van incidenthistorie. Per polygoon wordt het aantal incidenten van 2010 tot en met 2019 gedeeld door de oppervlakte en verschaald naar een schaal van 1 tot 5. Hierbij hoort de volgende wiskundige formule: 𝑅(𝑥) = 𝑃(𝑥) = 𝑓 (

𝑀(𝑥) 𝐴(𝑥)

)

Waarbij: 𝑅(𝑥): het risico van incidenten in verband met dieren in polygoon 𝑥 𝑃(𝑥): de kans op incidenten in verband met dieren in polygoon 𝑥 𝑀(𝑥): het aantal incidenten in verband met dieren van 2010 tot en met 2019 in polygoon 𝑥 𝐴(𝑥): de oppervlakte van polygoon 𝑥 𝑓( ): de functie die het risico niet-lineair verschaalt. De functie 𝑓( ): verschaalt het risico niet-lineair zoals in tabel 25. 𝑴(𝒙)

𝑷(𝒙)

0 1–2 3–4 5–6 7 – 11

1 2 3 4 5

Tabel 12: Risicodienstverlening dieren verschaling

4.7 Persoon en/of voertuig te water Kans De kans op een ongeval met een persoon en/of voertuig te water in een polygoon wordt bepaald aan de hand van incidenthistorie. Per polygoon wordt het aantal incidenten van 2010 tot en met 2019 gedeeld door de oppervlakte en verschaald naar een schaal van 1 tot 5. Hierbij hoort de volgende wiskundige formule: Methode Risicoprofiel 2.0

versiedatum 18-08-2020

Pagina 15 van 20

𝑃(𝑥) = 𝑓 (

𝑀(𝑥) 𝐴(𝑥)

)

Waarbij: 𝑃(𝑥): de kans op een persoon en/of voertuig te water in polygoon 𝑥 𝑀(𝑥): het aantal incidenten met een persoon en/of voertuig te water van 2010 t/m 2019 in polygoon 𝑥 𝐴(𝑥): de oppervlakte van polygoon 𝑥 𝑓( ): de functie die de kans lineair verschaalt. De functie 𝑓( ): verschaalt de kans lineair zoals in tabel 26. 𝑴(𝒙)

𝑷(𝒙)

0 1–2 3–4 5–6 7

1 2 3 4 5

Tabel 13: Kans persoon en/of voertuig te water verschaling

Impact De impact van een waterongeval hangt af van de impactsindicator waterdiepte. Als er in een bepaald polygoon zich geen oppervlaktewater bevindt, dan is de impact 0. Gemiddelde waterdiepte (meter) Geen oppervlaktewater 0 – 1.5 1.51 +

𝑬(𝒙) 0 2 3

Tabel 2714: Impact persoon en/of voertuig te water

Risico Het risico van een persoon en/of voertuig te water wordt bepaald door per polygoon de kans met de impact te vermenigvuldigen en vervolgens niet-lineair te verschalen naar een schaal van 1 tot en met 5 zoals in tabel 28. 𝑅𝑣𝑜𝑜𝑟 (𝑥) = 𝑃(𝑥) ∗ 𝐸(𝑥) 𝑅𝑛𝑎 (𝑥) = 𝑓(𝑅𝑣𝑜𝑜𝑟 (𝑥)) 𝑹𝒗𝒐𝒐𝒓 (𝒙) 0 (geen oppervlaktewater) 0 (oppervlaktewater) 1–5 6 – 10 11 +

𝑹𝒏𝒂 (𝒙) 1 2 3 4 5

Tabel 2815: Risicopersoon en/of voertuig te water verschaling

4.8 Incidentbestrijding gevaarlijke stoffen Voor de risicokaart ‘incidentbestrijding gevaarlijke stoffen’ worden alle scenario’s beschouwd die onder de volgende meldingsclassificaties vallen: •

Incidenten met brandbare gassen

Methode Risicoprofiel 2.0

versiedatum 18-08-2020

Pagina 16 van 20

• • •

Incidenten met brandbare vloeistoffen Incidenten met giftige stoffen Incidenten met nucleaire stoffen

Vanwege het geringe aantal incidenten is het niet mogelijk om op basis van historische incidentdata een kansberekening op te stellen. Het risico op incidenten met gevaarlijke stoffen in een gebied is daarom op een afwijkende wijze tot stand gekomen. Om het risico te bepalen zijn vier risico’s bepaald die samenhangen met IBGS en geografisch te duiden zijn: 1. Woonhuisaansluiting met aardgas 2. Gevaarlijke objecten, routes en leidingen Het risico op incidenten met gevaarlijke stoffen per polygoon wordt bepaald met behulp van de volgende wiskundige formule: 5 𝐻(𝑥)

𝑅(𝑥) = 𝑓 ( (

2 1522

+

𝐺(𝑥) 11

))

𝐺(𝑥) = ∑𝑙𝑖=1 𝑟1 (𝑖) 𝑤𝑎𝑎𝑟𝑏𝑖𝑗 𝑥 𝑏𝑒𝑣𝑎𝑡 𝑖 Waarbij: 𝑅(𝑥): risico van incidenten met gevaarlijke stoffen in polygoon 𝑥 𝐻(𝑥): aantal objecten met een woonfunctie in polygoon 𝑥 𝐺(𝑥): som van de risico’s van gevaarlijke objecten 𝑖 in polygoon 𝑥 𝑟1 (𝑖): effect van object, route of leiding 𝑖 𝑓( ): functie die het risico niet-lineair verschaald. Een overzicht van de effecten van gevaarlijke objecten, routes en leidingen en de effecten die hieraan zijn toegekend wordt weergegeven in tabel 29.

Methode Risicoprofiel 2.0

versiedatum 18-08-2020

Pagina 17 van 20

Object Buisleiding A- of N-weg LPG Ammoniak Vuurwerk BRZO/Rampbestrijdingsplan BBL Company Compressorstation Anna Paulowna FinCo Bunkering Terminal Den Helder B.V. (Gulf) Gasunie Compressorstation Wieringermeer Gashandel Zoon Heiloo BV TAQA Piekgasinstallatie Boekelemeer TAQA Bergermeer Onderzoekslocatie NRG Petten Defensieterrein Nieuwe Haven Den Helder Den Helder Airport en Maritiem Vliegkamp De Kooy TESO Den Helder

Risico = 𝒓𝟏 (𝒊) 2 1 2 2 2 3 3 3 2 4 2 5 4 3 2

Tabel 2916: Effect incidentbestrijding gevaarlijke stoffen

De functie 𝑓( ): verschaalt het risico niet-lineair zoals in tabel 30. 𝟓 𝑯(𝒙) 𝑮(𝒙) ( + ) 𝟐 𝟏𝟓𝟐𝟐 𝟔 0 – 0,1999 0,2 – 0,4999 0,5 – 1.2499 1,25 – 1,9999 2+

𝟓 𝑯(𝒙) 𝑮(𝒙) 𝒇( ( + )) 𝟐 𝟏𝟓𝟐𝟐 𝟔 1 2 3 4 5

Tabel 3017: Risico incidentbestrijding gevaarlijke stoffen verschaling

Methode Risicoprofiel 2.0

versiedatum 18-08-2020

Pagina 18 van 20

5.

Appendix

5.1 Diagram risicokaart binnenbrand

Methode Risicoprofiel 2.0

versiedatum 18-08-2020

Pagina 19 van 20

5.2 Diagram risicoprofiel

Methode Risicoprofiel 2.0

versiedatum 18-08-2020

Pagina 20 van 20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=0954fbbe-8631-435d-a823-f15349a33bb8