LIS B06b bijlage 2 Strategisch kader democratische vernieuwing_.doc
Tekst van het document
Bijlage 2 bij Raadsinformatiebericht Overdrachtsdocument werkgroep DIP
Strategische kader Democratische Vernieuwing De raad geeft richting aan Democratische Vernieuwing In dit document geeft de werkgroep DIP de rollen en taken van raad en college op het gebied van democratische vernieuwing. Begripsbepaling Democratische Vernieuwing: Omgaan met een veranderende samenleving: burgers die niet altijd meer wachten op politieke besluitvorming maar zelf actief worden om maatschappelijke kwesties op te pakken. Dit actief burgerschap of doe-democratie heeft gevolgen voor de rol van de gemeenteraad en vraagt om vernieuwing in de manier waarop de gemeenteraad de democratie vormgeeft. Doel: Gemeenteraad als direct gekozen orgaan moet stevige voeling hebben met wat er in de samenleving speelt om dat te kunnen vertalen naar het bestuur en beleid van de gemeente Hoofdvraag: Op welke wijze wil de raad zich verbinden met haar inwoners. Hoe betrekt de raad hen bij zijn besluitvorming en hoe verhoudt de raad zich tegenover initiatieven van inwoners (Uitdaagrecht). Hiervoor moeten we een aantal strategische keuzes maken. Deze kunnen we het beste maken aan de hand van de drie rollen van de raad: 1. Volksvertegenwoordigende rol: Posities van raadsleden tov van de samenleving: Rol 1
bestuurder
Rol2
ombudsman
Rol 3
verbinder
gekozen en daarom 4 jaar lang het mandaat van de samenleving: Gemeenteraad bestuurt op hoofdlijnen. Inbreng van de via politieke partijen en het bestuurlijke proces van het college. openstaan en benaderbaar voor inwoners: Gemeenteraad confronteert college met gevoelens en wensen van de samenleving en reageert op individuele vragen. actief de samenleving en inwoners opzoeken: gemeenteraad agendeert wat er in de samenleving speelt en heeft ook een initiërende (en niet alleen reagerende) rol tov van het college.
Aan de hand van het overleg met de werkgroep DIP blijkt dat de raad duidelijk een verbindende rol wil hebben met de samenleving. Daarbij wordt wel benadrukt dat er een duidelijke scheidslijn moet zijn tussen het werk van het college en dat van de raad. Er werden hierover de volgende uitgangspunten voor Democratische Vernieuwing genoemd: Participatie daar waar mogelijk: Raad wil veel speelruimte voor inwoners, dus veel mogelijkheden tot participatie en ook veel invloed van participanten in elk participatietraject. Weten wat er speelt: Raad wil weten wat er in de samenleving speelt, liefst op wijkniveau. Stimuleer initiatief van inwoners: geef inwoners daar waar mogelijk de kans om initiatieven te ontplooien. Geef elk initiatief ook de vrijheid om dat te doen: creëer bijvoorbeeld budgetten. Sta open voor ideeën van inwoners: betrokken inwoners weten meer dan de gemeente, gebruik die kennis.
werkgroep DIP, feb 2022
Experimenteer met eigen besluitvorming: binnen zijn eigen besluitvormingsproces wil de gemeenteraad experimenteren met bijvoorbeeld jongerenvertegenwoordiging in de raad of budgetrecht voor wijken. 2. Kaderstellende rol: Er zijn verschillende rollen van de gemeenteraad bij het kaderstellen. Het college kan het initiatief nemen, waarbij de gemeenteraad al dan niet intensief bij dit proces betrokken wordt. Of de raad neemt zelf het initiatief tot kaderstelling en geeft het college opdracht dit uit te werken of werkt het samen met de griffie uit. Per thema moet goed worden gekeken welke rol het beste past. In het eerste overleg van de werkgroep DIP is de raad op zoek naar zijn eigen kaders voor Democratische Vernieuwing maar er wordt ook duidelijk gezegd dat het college haar eigen vaarwater heeft. Er werden hierover de volgende uitgangspunten voor Democratische Vernieuwing genoemd: Stel duidelijke kaders voor participatie voor participanten: belangrijk dat inwoners bij participatietrajecten weten wat er met hun input wordt gedaan. Ook als ze gebruik maken van het Uitdaagrecht (Right to Challenge) zijn vooraf gestelde grenzen heel belangrijk. Wees specifiek: kies bij Democratische Vernieuwing één thema of een wijk en pak onderwerpen die inwoners echt raken. (grote thema’s zijn een uitdaging) 3.
Controlerende rol: Hier telt vooral de vraag op welke manier je controleert: controle op inhoud of op bewaken van het proces. Als er meer ruimte moet worden gegeven aan actief burgerschap en burgerinitiatieven ligt is de ruimte om op inhoud te toetsen beperkt. De raad moet het dan meer zoeken in procesdoelen: Zijn de mensen bij het voorliggende plan betrokken? Konden ze meedenken of zelfs meebepalen? Bestaat er draagvlak voor dit plan? Zijn de betrokkenen tevreden over het verlopen proces? In het eerste overleg met de werkgroep DIP bleek raadsleden meer aan het roer willen staan. De volgende speerpunten voor Democratische vernieuwing werden genoemd: Controleer het college: als het om participatie gaat, is het college vaak aan zet. De raad kan haar controlerende rol dan uitoefenen door te kijken of het participatieproces goed verlopen is. Wie nam bijvoorbeeld het initiatief? Hebben de juiste belangengroepen aan tafel gezeten, Is hun input naar verwachting verwerkt en hoe vindt de evaluatie plaats? Etc. Raad is de baas: raad bepaalt de koers, neemt bijvoorbeeld het initiatief voor een BOToverleg in plaats van college. In dit overleg wordt dan niet alleen geluisterd door raadsleden, maar wordt hun actieve input gevraagd op een moment dat de beleidsvoorbereiding over dit onderwerp nog beïnvloed kan worden.
Zo heeft de raad invloed op de koers en pakt de raad zijn rol als kadersteller voor aan het proces en coltroller achter aan het proces. Stel je oordeel even uit: raadsleden moeten zich meer laten informeren voordat er een politiek standpunt wordt bepaald.
werkgroep DIP, feb 2022