Inleiding VAWOZ en 380 kV en proces regioadvies
Tekst van het document
Bijlage 2: Inleiding VAWOZ en 380 kV en proces regioadvies In de afgelopen jaren is binnen de projecten: VAWOZ en 380 kV, gewerkt aan onderzoekrapporten in het kader van milieu (planMER) en een integrale analyse op de vraagstukken in een Integrale effecten analyse (IEA). Beide projecten zijn met elkaar verbonden. VAWOZ landt de stroom aan vanaf windparken op zee en zet dat in een convertorstation om naar wisselstroom. Deze stroom moet via een 380 kV station op het stroomnet worden gebracht en getransporteerd naar een volgend 380 kV station. Dit gebeurt tussen het zuiden van de provincie naar het noorden en vice versa. De kabels die de stroom vanaf de kust naar het 380 kV station transporteren liggen ondergronds en 380 kV gaat in het algemeen, in de plannen van TenneT, met een mastopstelling. Het ministerie van KGG heeft aan de medeoverheden die geraakt worden door deze projectengevraagd om een regionaal advies uit te brengen over beide projecten. De minister vraagt om een voorkeur uit te spreken voor een tracé en stationslocaties. De provincie NoordHolland coördineert het opstellen van het regioadvies. In een veel te strak tijdschema moet uiterlijk 19 december een regionaal advies aan de minister van KGG worden aangeboden.
Zij neemt dit advies in beschouwing bij de vaststelling van de uiteindelijke besluiten over de ligging van de onderstations, het tracé daartussen en de aanlandingspunten. Dat doet zij middels een ontwerp-projectbesluit. Het programma VAWOZ 2031-2040 In het Klimaatakkoord is afgesproken om de Nederlandse energievoorziening te verduurzamen. Dit vermindert de CO2-uitstoot en gaat klimaatverandering tegen. Windenergie op zee speelt hierbij een grote rol. De op de Noordzee opgewekte energie moet via stroomkabels aan land worden gebracht en worden aangesloten op het hoogspanningsnet. VAWOZ 2031-2040 onderzoekt waar de toekomstige op zee opgewekte windenergie aan land gebracht kan worden. Programma VAWOZ onderzoekt hoe de energie van de (toekomstige) windparken op zee met kabels (elektriciteit) en leidingen (waterstof) het best aan land kan worden gebracht en aangesloten kan worden op het 380kV-hoogspanningsnet en het (in ontwikkeling zijnde) landelijke waterstofnetwerk. Binnen het programma wordt in Noord-Holland gezocht naar ruimte voor circa 4 elektrische aanlandingen en ruimte voor converterstations van circa 5 hectare en naar 1 of 2 waterstofaanlandingen. De VAWOZ projecten hebben geen consequenties voor Dijk en Waard niet en maken daarom geen onderdeel uit van deze adviserende sessie.
380 kV NNHN De uitbreiding van het hoogspanningsnet is nodig om knelpunten in het elektriciteitsnet (netcongestie) te voorkomen en de energietransitie te kunnen faciliteren. Deze knelpunten zijn nu al aanwezig en nemen in de periode tot 2030 sterk toe. Door de uitbreiding van het hoogspanningsnet (380kV): • worden de bestaande en toekomstige knelpunten op 150 kV-niveau in Noord-Holland Noord opgelost; • wordt de transportcapaciteit in Noord-Holland Noord toekomstbestendig uitgebreid; • wordt een bijdrage geleverd aan de verduurzaming van de industrie; • kan transport van windenergie mogelijk gemaakt worden. Op korte termijn is dit geen oplossing voor de netcongestie omdat het project pas circa 2034 klaar zal zijn. Het project 380 kV NNHN gaat over het realiseren van een nieuwe hoogspanningsverbinding in het deel van Noord-Holland dat ligt boven het Noordzeekanaal. Het gaat om een bovengrondse mastenrij die van noord naar zuid loopt vanaf omgeving Middenmeer tot aan de lijn Oostzaan/Beverwijk. Deze moet in het zuidelijke deel worden aangetakt op de bestaande hoogspanningsverbinding tussen Diemen en Beverwijk. Verder wordt ruimte gezocht voor 2 hoogspanningsstations van circa 20 hectare: een in het noordelijke deel rond Middenmeer en een rond het zuidelijke deel op de lijn Oostzaan/Beverwijk. 1
Vanwege de samenhang van deze projecten gaat het regioadvies over beide projecten. De 25 gemeenten, de waterschappen en de provincie besluiten over het regionaal advies. Dit eenduidige advies van de verschillende partijen zal aan het Ministerie van KGG worden toegestuurd. Zij neemt dit advies in beschouwing bij de vaststelling van de uiteindelijke projectbesluiten over de ligging van de onderstations, het tracé daartussen en de aanlandingspunten.
Proces regioadvies Door de late aanlevering van de onderzoeken uit de planMER en IEA, de hoeveelheid onderliggende stukken in combinatie met de deadline van 19 december voor het aanleveren van het regioadvies zorgt voor een hoge tijdsdruk op het proces. Daarnaast ontbreken op dit moment nog enkele deelonderzoeken zoals het onderzoek naar draadslachtoffers (vogels die tegen de elektriciteitslijnen aanvliegen) en er loopt nog een landelijk Heritage Impact Assessment (HIA) waarin voor alle TenneT projecten de effecten op UNESCO Werelderfgoed worden verkend. Onder andere regio Alkmaar heeft meermaals opgeroepen meer tijd te nemen om zo een zorgvuldig proces te kunnen doorlopen. Het regioadvies wordt opgebouwd vanuit de planMER onderzoeken en de IEA. De projecten raken verschillende gemeenten op verschillende manieren. Er kan een mastopstelling (380kV) of een landkabel (VAWOZ) of beide zijn ingetekend. Vanuit de beoordeling van de stukken heeft de provincie een richting aangegeven voor het advies. Regio Alkmaar heeft bestuurlijke brieven verzonden en gesprekken gevoerd om richting te geven aan dit advies. In de bestuurlijke overleggen zijn bestuurders meegenomen in het proces van het regioadvies. Raden zijn via (regionale) bijeenkomsten en informatiebrieven van KKG op de hoogte gehouden. Daarnaast stond op 2 juli jl.
dit onderwerp op de agenda van de regionale raadsinformatieavond regio Alkmaar. De conceptversie (90%) van het regionaal advies die nu besproken wordt is op 15 oktober jl. opgeleverd.
2