Collegebericht aan de raad over het aanpassen van de legesverordening 2024
Tekst van het document
COLLEGEBERICHT Informeren gemeenteraad Aan: Van: Datum: Zaaknummer: Onderwerp:
De gemeenteraad Het college van burgemeester en wethouders 7 december 2023 0000751816 Aanpassen Legesverordening 2024
Aanleiding Op 12 december liggen de belastingverordeningen 2024 oordeelsvormend voor bij de Tafel Parelhof en op 19 december worden ze geagendeerd voor besluitvorming door de Raad. In het voorliggende raadsvoorstel staat onder kanttekeningen opgenomen dat de gewijzigde tarieven voor reisdocumenten en rijbewijzen nog niet zijn opgenomen in de legesverordening 2024 aangezien deze van rijkswege nog niet zijn gepubliceerd. Indien deze op tijd zouden worden gepubliceerd zouden ze alsnog worden verwerkt in de legesverordening 2024 voorafgaand aan de vaststelling. Daarnaast wordt een wijziging voorgesteld voor de artikelen 2.5 en 2.6 (bouwleges). De beoogde overgang naar een schalen-systematiek, gebaseerd op bouwkostenpercentages, had onbedoelde negatieve gevolgen voor aanvragers. De schalen leidden in sommige gevallen tot ongewenste verhogingen van legeskosten. Daarom is in bijgevoegde, aangepaste Legesverordening weer de “vertrouwde” schijfsystematiek voor de berekening van bouwleges. Kernboodschap De gewijzigde tarieven voor paspoorten en rijbewijzen moeten worden verwerkt in de voorliggende legesverordening 2024 welke op 19 december voor ligt ter besluitvorming bij de raad. Daarnaast is het wenselijk om artikelen 2.5 en 2.6 (bouwleges) te corrigeren om onbedoelde legesverhogingen te voorkomen.
Hiervoor legt het college de gemeenteraad een aangepaste versie van de legesverordening 2024 ter vaststelling voor. Toelichting Paspoorten en rijbewijzen Inmiddels zijn de tarieven voor paspoorten en rijbewijzen gepubliceerd in de Staatscourant en het Staatsblad. Dit houdt in dat deze tarieven in de legesverordening 2024 verwerkt kunnen worden. Bij dit collegebericht vindt u de aangepaste legesverordening 2024 inclusief de gewijzigde tarieven. In onderstaande lijst wordt aangegeven welke tarieven in de legesverordening 2024 zijn aangepast (conform de van rijkswege vastgestelde tarieven en afgerond naar beneden op 5 eurocent).
Paragraaf 2 Reisdocumenten Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van: 1.2.1 een nationaal paspoort a. voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is b. voor een persoon die op het moment van aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt
Wordt
Was
€ 83,85
€ 77,85
€ 63,40
€ 58,85
1.2.2 een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in onderdeel 1.2.1 (zakenpaspoort): a. voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar € 83,85 of ouder is b. voor een persoon die op het moment van de aanvraag de € 63,40 leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt 1.2.3 een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort): a. voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar € 83,85 of ouder is b. voor een persoon die op het moment van de aanvraag de € 63,40 leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt 1.2.4 een reisdocument voor vluchtelingen of vreemdelingen a. van een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument € 63,40 voor vreemdelingen 1.2.5 een Nederlandse identiteitskaart a. voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar € 75,80 of ouder is b. voor een persoon die op het moment van de aanvraag de € 40,90 leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt c. van een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor een € 36,90 persoon met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon 1.2.6 spoedlevering a.
voor de versnelde uitreiking van een in de artikelen nationaal € 57,05 paspoort en Nederlands identiteitskaart, zijnde een toeslag op de in die artikelen genoemde bedragen:
€ 77,85 € 58,85
€ 77,85 € 58,85 € 58,85 € 70,35 € 37,95 € 34,25
€ 53,00
Paragraaf 3 Rijbewijzen 1.3.1 a. 1.3.2
Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag: tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs: Het tarief genoemd in onderdeel 1.3.1 wordt bij een spoedlevering vermeerderd met:
€ 51,10 € 36,75
€ 48,15 € 34,10
Financiële consequenties Bovenstaande wijzigingen hebben een financieel effect. Zo zijn de kosten hoger aangezien de afdracht aan het rijk iets omhoog is gegaan. Daarnaast zijn de opbrengsten hoger. Per saldo heeft deze wijziging een financieel effect van € 51.000 voordelig. Dit zal worden verwerkt in de voorjaarsrapportage 2024. Artikel 2.5 en 2.6 Bouwactiviteit en omgevingsplanactiviteit Artikelen 2.5 en 2.6 van de legesverordening 2024 bevatten de bouwleges, die worden berekend aan de hand van een percentage van de bouwkosten. De afgelopen jaren was een schijvensystematiek opgenomen in de legesverordening. Het idee was om in 2024 over te schakelen op een schalensystematiek omdat dit voordelen had voor aanvragers. Bij een schijvensysteem vallen de bouwkosten in één enkele categorie. Er wordt één tarief toegepast op de gehele bouwsom, met mogelijk een minimumtarief. Bij een schaalsysteem zijn er meerdere categorieën voor de bouwkosten. Het tarief wordt enerzijds bepaald door de hoogste categorie waartoe de bouwkosten behoren en anderzijds door alle onderliggende categorieën voor het deel waarvan de bouwkosten in die categorieën vallen (zoals bij belastingschijven in box 1). Consequentie is dat deze systematiek duurder is voor de inwoner indien de tarieven gelijk zijn als bij het schijvensysteem.
2
Hieronder wordt een voorbeeld getoond van een verbouw met als bouwsom € 75.000: Schijvensysteem 75.000 Totaal Schaalsysteem
Totaal
20.000 30.000 25.000 75.000
bouwtechnisch omgevingsplanactiviteit Te betalen 0,98% 2,56% 2.655 2.655 bouwtechnisch omgevingsplanactiviteit 1,64% 4,29% 1,18% 3,08% 0,98% 2,56%
1.186 1.278 885 3.349
In theorie zou een schalen-systematiek eerlijker zijn, waarbij hogere bouwkosten leiden tot hogere legeskosten. Daarom werd in een eerdere versie van de legesverordening 2024 een schaalverdeling voorgesteld. Echter, nu blijkt na een proefdraai, dat deze verandering onbedoelde negatieve gevolgen zou hebben voor de aanvragers. In sommige gevallen zou dit kunnen leiden tot hogere legeskosten voor onze inwoners. Soms meer dan 20%. Om dit te voorkomen, stelt het college voor schijvensystematiek te blijven hanteren, met dezelfde tarieven als in 2023. Dit zorgt voor de volgende aanpassing op de legesverordening 2024: Was (oude versie): Artikel 2.5 Bouwactiviteit (bouwtechnische deel) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. over het deel van de bouwkosten vanaf € 0 tot € 20.000: van de bouwkosten, met een minimum van €52,50 : b. over het deel van de bouwkosten vanaf € 20.000 tot € 50.000: van de bouwkosten; c. over het deel van de bouwkosten vanaf € 50.000 tot € 200.000: van de bouwkosten; d. over het deel van de bouwkosten vanaf € 200.000 tot € 500.000: van de bouwkosten; e.
over het deel van de bouwkosten vanaf € 500.000 tot 1.000.000: van de bouwkosten,; f. over het deel van de bouwkosten van € 1.000.000,00 tot € 5.000.000,00: van de bouwkosten; g. Indien de bouwkosten € 5.000.000,00 bedragen of meer: van de bouwkosten. Artikel 2.6 Omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit, in stand houden of gebruiken bouwwerk (ruimtelijke deel)
3
1,640%
1,180% 0,980% 0,840% 0,720% 0,700% 0,540%
2.6.1
a. b. c. d. e. f. g.
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: indien de bouwkosten minder bedragen dan € 20.000,00: van de bouwkosten met een minimum van: over het deel van de bouwkosten van € 20.000,00 tot € 50.000,00: van de bouwkosten over het deel van de bouwkosten van € 50.000,00 tot € 200.000,00: van de bouwkosten over het deel van de bouwkosten van € 200.000,00 tot € 500.000,00: van de bouwkosten over het deel van de bouwkosten van € 500.000,00 tot € 1.000.000,00: van de bouwkosten over het deel van de bouwkosten van € 1.000.000,00 tot € 5.000.000,00: van de bouwkosten Indien de bouwkosten € 5.000.000,00 bedragen of meer: van de bouwkosten
4,290% € 208,25 3,080% 2,560% 2,210% 1,890% 1,820% 1,430%
Wordt (nieuwe versie): Artikel 2.5 Bouwactiviteit (bouwtechnische deel) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: indien de bouwkosten minder bedragen dan € 20.000,00: van de bouwkosten met een minimum van: Indien de bouwkosten € 20.000,00 bedragen of meer, maar minder dan € 50.000,00: van de bouwkosten met een minimum van: Indien de bouwkosten € 50.000,00 bedragen of meer maar minder dan € 200.000,00: van de bouwkosten met een minimum van: Indien de bouwkosten € 200.000,00 bedragen of meer, maar minder dan € 500.000,00: van de bouwkosten met een minimum van: Indien de bouwkosten € 500.000,00 bedragen of meer, maar minder dan € 1.000.000,00: van de bouwkosten met een minimum van: Indien de bouwkosten € 1.000.000,00 bedragen of meer, maar minder dan € 5.000.000,00 van de bouwkosten met een minimum van: Indien de bouwkosten € 5.000.000,00 bedragen of meer:
4
1,640% € 52,50 1,180% € 328 0,980% € 590 0,840% € 1.960 0,720% € 4.200 0,700% € 7.200 0,540%
van de bouwkosten met een minimum van: € 35.000 Artikel 2.6 Omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit, in stand houden of gebruiken bouwwerk (ruimtelijke deel) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: indien de bouwkosten minder bedragen dan € 20.000,00: 4,290% van de bouwkosten met een minimum van: € 208,25 Indien de bouwkosten € 20.000,00 bedragen of meer, maar 3,080% minder dan € 50.000,00: van de bouwkosten met een minimum van: € 858 Indien de bouwkosten € 50.000,00 bedragen of meer maar 2,560% minder dan € 200.000,00: van de bouwkosten met een minimum van: € 1.540 Indien de bouwkosten € 200.000,00 bedragen of meer, maar 2,210% minder dan € 500.000,00: van de bouwkosten met een minimum van: € 5.120 Indien de bouwkosten € 500.000,00 bedragen of meer, maar 1,890% minder dan € 1.000.000,00: van de bouwkosten met een minimum van: € 11.050 Indien de bouwkosten € 1.000.000,00 bedragen of meer, maar 1,820% minder dan € 5.000.000,00 van de bouwkosten met een minimum van: € 18.900 Indien de bouwkosten € 5.000.000,00 bedragen of meer: 1,430% van de bouwkosten met een minimum van: € 91.000 Financiële
consequenties Bovenstaande wijzigingen hebben geen financieel effect. Belangrijk om te benadrukken is dat deze aanpassing geen invloed heeft op de kostendekkendheid voor 2024. Dit komt omdat de kostendekkendheid nog berekend was op de oude en nu opnieuw voorliggende schijvensystematiek. Achteraf gezien zou de kostendekkendheid van de schalensystematiek hoger dan 100% zijn. Dit is hierbij gecorrigeerd. Vervolg Op 12 december ligt het raadsvoorstel over de belastingverordeningen 2024, inclusief bijgevoegde gewijzigde legesverordening 2024 , ter oordeelsvorming voor bij de Tafel Parelhof en op 19 december ter besluitvorming bij de Raad. Na vaststelling zullen de verordeningen worden gepubliceerd en vanaf 1 januari 2024 in werking treden. Bijlagen 12. gewijzigde legesverordening 2024 Dijk en Waard incl. legestabel
5