Bijlage - VFL Dijk en Waard 2025
Tekst van het document
Vervallen lid 5: Het vijfde lid, dat verwees naar paragraaf 4.1.3.3 Awb (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen), is vervallen. Deze regeling is onder de Omgevingswet niet van toepassing op omgevingsvergunningen. Er geldt dus geen vergunning van rechtswege als het bevoegd gezag niet tijdig beslist. Verwijzing naar deze bepaling is dan ook juridisch onjuist geworden en is daarom geschrapt. Artikel 5.6.4.1, eerste en derde lid Ligplaats vaartuigen Lid 1: In het eerste lid is een verwijzing opgenomen naar het Algemeen Aanwijzingsbesluit en Nadere regels Verordening fysieke leefomgeving Dijk en Waard 2023, dan wel diens rechtsopvolger. Hiermee wordt duidelijk gemaakt dat het college formeel bevoegd is om bepaalde gedeelten van openbaar water aan te wijzen waarop het verbod op het innemen van een ligplaats van toepassing is. De verwijzing is dynamisch geformuleerd om ook toepassing onder toekomstige besluiten en versies mogelijk te maken. Lid 3: De verwijzingen in het derde lid zijn geactualiseerd in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De Waterwet is volledig opgegaan in de Omgevingswet en is daarom als zodanig vervangen.
Voor de Woningwet en de Wet milieubeheer is een overgangsformulering toegevoegd ("zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet") om toepassing van het overgangsrecht mogelijk te maken en rechtszekerheid te behouden in gevallen waarin oudere regelgeving nog van belang is. Ten slotte is de verouderde verwijzing naar de provinciale waterverordening vervangen door een verwijzing naar de Waterschapsverordening van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). Artikel 5.7.2.1 eerste en derde lid Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen Lid 1: De verwijzing naar “bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan” is vervangen door “het omgevingsplan Dijk en Waard, dan wel diens rechtsopvolger”, in overeenstemming met de systematiek van de Omgevingswet. Door deze formulering wordt ook rekening gehouden met toekomstige wijzigingen in het planologisch instrumentarium. Lid 3: De verwijzing naar “artikel 4.2.7.2” is onjuist en is gecorrigeerd naar “artikel 4.2.6.2”. Dit is het juiste artikel waarin de bevoegdheid voor het college tot aanwijzing van kampeerlocaties is geregeld. Artikel 6.2.1 tweede lid Voorzieningen voor verkeer en verlichting
Lid 2: In dit lid is de verwijzing naar de Waterstaatswet 1900 geschrapt. Deze wet is al per 1 januari 2008 vervallen en haar bepalingen zijn sindsdien overgenomen in de Waterwet en later de Omgevingswet. Per 1 januari 2024 is ook het laatste resterende overgangsrecht met betrekking tot de Waterstaatswet 1900 vervallen, zodat een verwijzing hiernaar niet langer juridisch houdbaar is. Er bestaat ook geen specifieke opvolgende bepaling onder de Omgevingswet die in dit verband een gelijkluidende uitsluitingsgrond biedt. De Onteigeningswet en de Belemmeringenwet Privaatrecht blijven gehandhaafd in dit lid, omdat deze wetten nog van kracht zijn en situaties kunnen omvatten waarin de in lid 1 bedoelde verplichting tot gedogen van voorzieningen niet van toepassing mag zijn. Artikel 9.1, vijfde lid (Strafbepaling voor overtredingen milieuregels buiten inrichtingen en afvalstoffen) In dit artikel is een vijfde lid toegevoegd. Dit nieuwe lid regelt dat, in afwijking van het eerste lid, artikel 1a, onderdeel 3°, van de Wet op de economische delicten (WED) van toepassing is op overtreding van diverse gemeentelijke milieuregels. Het betreft hier onder meer artikel 5.4.3.4 (geluidhinder buiten inrichtingen), artikel 5.5.1.2 (onjuist aanbieden van afvalstoffen) en de artikelen 5.5.1.1 tot en met 5.5.1.5 en 5.5.2.1 (verschillende regels inzake opslag en afvalstoffen).
Deze bepalingen zijn afkomstig uit de gemeentelijke milieuregelgeving. Voor deze categorie van regels is toepassing van artikel 1a, onderdeel 3°, van de WED verplicht om strafrechtelijke handhaving en correcte registratie binnen het Justitieel Documentatiesysteem (Justid) mogelijk te maken. Artikel 5.5.1.2 was eerder opgenomen in de opsomming van artikel 9.1, tweede lid. Omdat dat lid echter een generieke toepassing van artikel 1a WED bevat (zonder onderdeeltoewijzing), is artikel 5.5.1.2 daaruit verwijderd en ondergebracht in lid 5. Artikel 5.4.3.4 was voorheen nog niet opgenomen in artikel 9.1 en is nu nieuw toegevoegd. Daarmee is een sluitende en juiste strafbaarstelling voor dit artikel gerealiseerd. De overige bepalingen die eerder met een "tot en met"-constructie in lid 2 waren opgenomen (artikelen 5.5.1.1 tot en met 5.5.1.5 en 5.5.2.1) zijn eveneens verplaatst naar lid 5 en daar volledig uitgeschreven. Deze aanpassing verhoogt de juridische precisie, voorkomt verwarring over de reikwijdte en sluit beter aan bij de systematiek van de WED en Justid. Lid 2 is als gevolg hiervan herzien en beperkt tot procedurele bepalingen (onder andere aanvraagvereisten), waarvoor een algemene strafbaarstelling op grond van artikel 1a WED, zonder verwijzing naar onderdeel 3°, volstaat. Door een aanvullend vijfde lid op te nemen, blijft de bestaande structuur van het artikel behouden.
Dit voorkomt dat het strafregime voor andere bepalingen wijzigt en maakt een correcte en Justid-conforme strafbaarstelling van de milieuregels mogelijk. Deze strafbaarstelling is als tijdelijke voorziening bedoeld in de overgangsperiode naar het gemeentelijk Omgevingsplan. Zodra de betrokken bepalingen daarin zijn opgenomen, vervalt de noodzaak voor strafbepalingen in het omgevingsplan.