Bijlage ter informatie 2 - Vragen CAR tav verordening SMI en reactie gemeente
Tekst van het document
Bijlage 2. Vragen en opmerkingen van de Cliënten Adviesraad (CAR) tav Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang op basis van een sociaal medische indicatie (SMI) Dijk en Waard In deze bijlage treft u de vragen en opmerkingen van de Cliënten Adviesraad (CAR) ten aanzien van de Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang op basis van een sociaal medische indicatie (SMI) Dijk en Waard. De reactie vanuit de gemeentelijke organisatie op de vragen en opmerkingen van de CAR zijn weergegeven in blauw. Vraag 1: Bij wie kunnen de ouders steun/ hulp krijgen bij de aanvraagprocedure? Er wordt namelijk veel van hen gevraagd bij het (digitaal) invullen van het formulier? - Reactie: Ouders kunnen bij het invullen van het digitale aanvraagformulier steun / hulp krijgen van de betrokken jeugd- en gezinscoach. Toelichting: Voor het indienen van een hulpvraag bij de gemeente hoeven ouders (nog) niet veel informatie aan te leveren. Op basis van de hulpvraag van ouders gaat de jeugd- en gezinscoach onderzoek doen en bekijkt de verschillende ondersteuningsmogelijkheden uit het totale aanbod aan hulp van de gemeente. Wanneer uit het onderzoek van de jeugd- en gezinscoaches een positief advies komt voor een tegemoetkoming op basis van een SMI, wordt aan ouders gevraagd om het digitale aanvraagformulier SMI in te vullen.
Ouders kunnen hierbij steun / hulp krijgen van de betrokken jeugd- en gezinscoach. De informatie die moet worden aangeleverd, betreft voornamelijk formulieren over inkomen, gegevens over de kinderopvang etc. Mocht er meer hulp nodig zijn dan van de jeugd- en gezinscoach bij het invullen en/of aanleveren van de formulieren, dan kan een jeugd- en gezinscoach ouders in contact brengen met externe ondersteuning, bijvoorbeeld het formulierenpunt van MET Welzijn. De ervaring van de jeugd- en gezinscoaches is dat de meeste ouders geen tot weinig moeite hebben met het invullen van het digitale aanvraagformulier, maar dat het verzamelen van de formulieren ouders wel even tijd kost. Vraag 2: Geldt deze verordening ook voor eventuele verzorgers (pleegouders etc) of alleen voor biologische ouders? - Reactie: Ja, de Verordening tegemoetkoming in de kosten voor kinderopvang op basis van een sociaal medische indicatie (SMI) Dijk en Waard geldt ook voor pleegouders. In de gemeentelijke verordening wordt aangesloten op het begrip ouder en pleegouder, zoals opgenomen in de Jeugdwet. Vraag 3: Er moeten bewijsstukken worden aangeleverd, waaruit blijkt dat men geen of beperkt recht heeft op kinderopvangtoeslag.
In welke gevallen moet men dan een beroep doen op deze tegemoetkoming van de gemeente en wordt er veel een beroep op gedaan? - Reactie: Jaarlijks wordt er ongeveer aan 75 ouders uit Dijk en Waard een tegemoetkoming verstrekt in de kosten voor kinderopvang op basis van de verordening SMI. Voor het merendeel zijn dit ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag, maar wel gebruik willen maken van de reguliere kinderdagopvang of buitenschoolse opvang om sociaal medische redenen.
Bijlage 4. Vragen en opmerkingen CAR tav verordening SMI en reactie gemeente
1
In uitzonderlijke gevallen betreft het ouders die wel recht hebben op kinderopvangtoeslag, maar waarvan de hoogte van de toeslag te beperkt is voor afname van opvang van 2 dagdelen / dagen. Vraag 4: Wordt de indicatie onafhankelijk gesteld en kun je vragen om een second opinion als de diagnose een afwijzing inhoudt? - Reactie: De indicatie wordt onafhankelijk gesteld. De procedure is als volgt: De betrokken jeugd- en gezinscoach maakt op basis van een onderzoek (gesprek met ouders, betrekken netwerk ouders) de afweging om wel / geen SMI in te zetten. Dit advies (de afweging) van de jeugd- en gezinscoach wordt vervolgens voorgelegd aan en beoordeeld door een onafhankelijke jeugddeskundige van de gemeente. De jeugddeskundige maakt, na overleg met de jeugd- en gezinscoach, het definitieve advies voor het college. Het college neemt op basis van het advies van de jeugd- en gezinscoach en de jeugddeskundige het besluit voor indicatiestelling en tegemoetkoming SMI. Bij een besluit tot afwijzing kunnen ouders gebruikmaken van de bezwaar- en beroepsprocedures.
Vraag 5: Het college vraagt advies aan een voor de gemeente werkzame jeugd- en gezinscoach. Zijn er na de beslissing beroepsprocedures mogelijk met betrekking tot het oordeel van het college? - Reactie: Ja, er zijn beroepsprocedures mogelijk, namelijk bezwaar en beroep. Vraag 6: Wordt er ook bijvoorbeeld advies gevraagd aan school, c.q. netwerk? - Reactie: Ja, de jeugd- en gezinscoach betrekt het netwerk van ouders (waaronder de school, maar ook de familie, buren, vrienden etc) bij het advies aan het college. Vraag 7: Waaraan wordt de grens van maximale opvang van 2 dagdelen / dagen ontleend? De CAR kan zich voorstellen dat er noodsituaties zijn waarin de maximale opvang op 5 dagen ligt. - Reactie: Op basis van de hardheidsclausule kan er in uitzonderingsgevallen (noodsituaties) worden afgeweken van de grens van maximale opvang van 2 dagdelen / dagen. Vraag 8: Hoe is de grens van max. 12 maanden tegemoetkoming bepaald? Welke criteria liggen daaraan ten grondslag? - Reactie: In de ‘oude’ verordening was de grens bepaald op maximaal 6 maanden met de mogelijkheid tot verlenging met (nogmaals) 6 maanden. De eerste grens van 6 maanden leidde veelal tot discussies tussen ouders en de jeugd- en gezinscoaches, omdat de eerste periode van 6 maanden door ouders als te kort werd ervaren om de situatie binnen het gezin te hebben verbeterd en een structurele oplossing te hebben gevonden.
Om deze reden is de eerste grens in de ‘nieuwe’ verordening bepaald op 9 maanden, met een mogelijkheid tot verlenging met 3 maanden. Door in het begin in te zetten op een langere periode (9 maanden), is de verwachting dat ouders minder druk ervaren om alles snel geregeld te moeten hebben. Hierdoor is er in de eerste periode meer ruimte voor ouders voor rust en balans, en kan er daarna worden gewerkt aan verbetering van de gezinssituatie en een structurele oplossing. Wanneer de 9 Bijlage 4. Vragen en opmerkingen CAR tav verordening SMI en reactie gemeente
2
maanden hiervoor te kort blijken, dan kan de verlenging van 3 maanden door ouders worden gebruikt om het alsnog voor elkaar te krijgen. De verwachting is dat het merendeel van de ouders, als gevolg van deze opzet (eerste periode 9 maanden en mogelijkheid tot verlenging van 3 maanden), zelf in staat is tot een structurele oplossing te komen. Vraag 9: De CAR vindt hoofdstuk 4. Verplichtingen van ouders een terecht hoofdstuk, maar vraagt zich af of er ook niet een hoofdstuk moet worden toegevoegd ten aanzien van rechten van de ouders, zoals: - ondersteuning bij de aanvraag - recht op beroep tegen het advies - mogelijkheden tot verlenging van de tegemoetkoming - etc. Reactie: Bij het indienen van de aanvraag hebben ouders al contact met een jeugd- en gezinscoach. Deze jeugd- en gezinscoach is bereikbaar voor vragen en kan ouders ondersteunen bij het invullen van het (digitale) aanvraagformulier. Indien nodig kunnen ouders gebruikmaken van externe ondersteuning vanuit MET Welzijn bij het invullen van het (digitale) aanvraagformulier. Ouders hebben recht op bezwaar na een negatief advies. Dit recht staat vermeld in het besluit wat ouders ontvangen. Dit recht geldt voor alle ouders. Iedere ouder kan in beroep. De mogelijkheden tot verlenging van de tegemoetkoming zijn beperkt. De tegemoetkoming SMI is immers bedoeld als tijdelijke voorziening.
Een maximum en de beperkte mogelijkheid tot verlenging geeft ouders de stimulans om zelf, samen met de jeugd- en gezinscoach, te zoeken naar een structurele oplossing, die past bij het gezin. Indien nodig kan er via de hardheidsclausule voor ouders, waarbij het in uitzonderlijke situaties echt niet lukt om de gezinsomstandigheden te verbeteren binnen de termijn van 12 maanden, een uitzondering worden gemaakt.
Bijlage 4. Vragen en opmerkingen CAR tav verordening SMI en reactie gemeente
3