Bijlage Ontwerp BP Nauertogt 22 BOL 20220414
Tekst van het document
DNS Planvorming BV
22/46
Het Besluit m.e.r. en de Wet milieubeheer zijn per 7 juli 2017 gewijzigd. Gemeenten zijn thans verplicht om een expliciet besluit te nemen over het al dan niet opstellen van een milieueffectrapport (Mer).
Betekenis voor het project De vormvrije m.e.r.-beoordeling is in de volgende tabel opgenomen. Projectnaam Kenmerken van de projecten Omvang van het project (relatie met drempel D lijst)
Cumulatie met andere projecten Gebruik natuurlijke hulpbronnen
Productie afvalstoffen Verontreiniging en hinder
Risico voor ongevallen Plaats van de projecten Bestaande grondgebruik
Nauertogt 22, Broek op Langedijk D 11.2 Mogelijkheid tot stedelijk ontwikkelingsproject (drempelwaarde: >100 ha of > 2000 woningen of bedrijfsvloeroppervlakte > 200.000 m2) Betreft een ontwikkeling van 5 woningen. Geen Voor de bouw van de woningen worden reguliere natuurlijke hulpbronnen gebruikt als bouwmateriaal (beton, hout, grond). Enkel relevant tijdens de bouw Aanleg: enkel tijdens de bouw. Toename van geluid, verkeer en luchtkwaliteit leidt niet tot relevante milieu-effecten. Nee Woning met schuur en tuin (voormalig agrarische bouwperceel) Geen
Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied Opnamevermogen milieu met aandacht voor wetlands, Geen significant negatieve effecten op Natura kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en 2000 gebied of andere gevoelige gebieden. natuurparken, H/V richtlijngebieden, gebieden waar milieunormen worden overschreden, gebieden met hoge bevolkingdichtheid, landschappelijk historisch cultureel of archeologische gebieden van belang.
Kenmerken van het potentiële effect Bereik van het effect (geografisch en grootte getroffen bevolking) Grensoverschrijdend karakter Orde van grootte en complexiteit effect Waarschijnlijkheid effect Duur, frequentie en omkeerbaarheid effect CONCLUSIE
4.12
Lokaal Nee Nee Geen Uitsluitend tijdelijke effecten tijdens de bouw. De bestemmingswijziging leidt niet tot relevante milieueffecten. Nadere analyse in een MER/m.e.r.-beoordelinq is niet noodzakelijk.
Conclusie milieu- en omgevingsaspecten
De effecten van de voorgenomen ontwikkeling op de in dit hoofdstuk genoemde milieu- en omgevingsfactoren vormen geen belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan.
DNS Planvorming BV
23/46
5
Juridische planbeschrijving
5.1
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de wijze waarop de gewenste ruimtelijke ontwikkeling juridisch is vertaald. Het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van deze gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en geeft uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. In dit hoofdstuk zal worden ingegaan op de systematiek en leeswijzer bij de verbeelding en regels en de handhaafbaarheid.
5.2
Verbeelding
De verbeelding geeft de bestemmingen van de gronden aan. In de planregels staat per bestemming en aanduiding vastgelegd wat de beperkingen en mogelijkheden van de gronden met de bestemming, zoals aangegeven op de verbeelding, zijn.
5.3
Planregels
In dit bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor: Verkeer Water Wonen – Vrijstaand Binnen de regels is sprake van positieve bestemmingen. Een positieve bestemming geeft een directe bouwtitel. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Per hoofdstuk zullen de diverse regels artikelsgewijs worden besproken. Hoofdstuk 1 Inleidende regels Dit zijn de inleidende bepalingen van de regels. Artikel 1: Begrippen geeft de betekenis aan een aantal in de regels voorkomende begrippen. Hierdoor wordt de interpretatie van de begrippen vastgelegd, waardoor de duidelijkheid wordt vergroot.
Artikel 2: Wijze van meten geeft aan hoe bepaalde maten dienen te worden berekend.
DNS Planvorming BV
24/46
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Deze artikelen bevatten de regels welke direct verband houden met de op de verbeelding aangegeven bestemmingen. Per bestemming en per artikel geldt in de meeste gevallen het volgende stramien: a. een beschrijving van de bestemming; b. de bouwregels: regels omtrent hoogte, bebouwingsdichtheid enz. De bouwregels geven aan welke bouwwerken mogen worden opgericht. c. (eventueel) een mogelijkheid voor afwijken van de bouwregels; d. (eventueel) een omschrijving van de specifieke gebruiksregels; e. (eventueel) een mogelijkheid voor afwijken van de gebruiksregels; De aanduidingen zijn op de verbeelding met een lettercode aangegeven, die in de regels terug zijn te vinden. Beschrijving van de bestemmingen:
Artikel 3: Verkeer De gronden met de bestemming ‘Verkeer’ zijn bestemd voor de ontsluitingsweg met brug. Met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet binnen deze bestemming worden gebouwd. Artikel 4: Water De gronden van de waterloop aan de zuidzijde van het plangebied zijn als Water bestemd. Met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet binnen deze bestemming worden gebouwd. Artikel 5: Wonen – Vrijstaand De als ‘Wonen - Vrijstaand’ bestemde gronden zijn aangewezen voor wonen in vrijstaande woningen, eventueel in combinatie met de uitoefening van aan-huis-verbonden-beroepen. Tevens zijn bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals tuinen, erven en parkeervoorzieningen toegestaan. Per bouwvlak is één woning toegestaan. De maximale goot- en bouwhoogte is per bouwvlak met een aanduiding op de verbeelding weergegeven. Voor de stolpwoning geldt een specifieke bouwaanduiding ‘stolp’. In de regels is het maximum oppervlak van de hoofdgebouwen bepaald. Ter plaatse van de gronden met de functieaanduiding ‘oever’ (tot 3 meter uit de waterlijn) zijn geen bijbehorende bouwwerken toegestaan. Hoofdstuk 3 Algemene regels Deze artikelen bevatten algemene regels die op de bestemmingen van toepassing zijn. De diverse artikelen zullen hieronder kort worden toegelicht.
Artikel 6: Antidubbeltelregel Op grond van de antidubbeltelregel is bepaald dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing blijft (artikel 3.2.4 Bro). Deze bepaling voorkomt dat er meer kan worden gebouwd dan wenselijk is indien een kavel wordt gesplitst en op grond daarvan een nieuw bouwperceel ontstaat. Elk bouwperceel heeft immers in principe recht op een bepaalde hoeveelheid bebouwing. Artikel 7: Algemene bouwregels In dit artikel 7 zijn aanvullend op de bouwregels behorende bij de bestemmingen, regels opgenomen voor dakkapellen en dakopbouwen. Artikel 8: Algemene gebruiksregels Dit artikel geeft een aantal gebruiksvormen die per definitie als strijdig gebruik van de gronden in het bestemmingsplangebied worden beschouwd.
DNS Planvorming BV
25/46
Artikel 9: Algemene afwijkingsregels Met deze bepaling kan middels een omgevingsvergunning worden afgeweken van de regels ten aanzien van het bouwen van gebouwen ten behoeve van het overschrijden van bepalingen inzake goothoogte, hoogte, oppervlakte en inhoud van bouwwerken. Artikel 10: Overige regels In de overige regels zijn regels opgenomen waarmee is geborgd dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat de laatste bepalingen van de bestemmingsregels. Hieronder worden de verschillende artikelen toegelicht.
Artikel 11: Overgangsregels Het overgangsrecht is tweeledig en heeft betrekking op bouwwerken en gebruik. In dit artikel staan de overgangsregels voor bestaande bouwwerken en bestaande gebruiksactiviteiten die afwijken van het bestemmingsplan. Artikel 12: Slotregel Dit artikel geeft de naam en datum van het bestemmingsplan aan. 5.4
Handhaafbaarheid
Een van de uitgangspunten bij de ontwikkeling van een bestemmingsplan, dus ook bij de ontwikkeling van het onderhavige bestemmingsplan, is dat de in het plan opgenomen regels handhaafbaar dienen te zijn. Handhaving van het ruimtelijk beleid verdient meer aandacht omdat het een voorwaarde is voor het behoud en de ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied. Bij de totstandkoming dit bestemmingsplan is aandacht besteed aan de handhaafbaarheid van de in het plan opgenomen regels. Ten behoeve van een goede handhaving van de regels zijn de volgende factoren van belang: voldoende kenbaarheid geven aan het plan; voldoende draagvlak voor het beleid en de regelgeving in het plan; inzichtelijke en realistische regeling; handhavingsbeleid.
DNS Planvorming BV
26/46
6
Financiële uitvoerbaarheid
Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient er in het kader van het bestemmingsplan een onderzoek te worden gedaan naar de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de financiële haalbaarheid van het plan. De maatschappelijke aspecten worden in hoofdstuk 7 toegelicht. In artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is voorgeschreven dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor de gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is de definitie van bouwplan gegeven, waarbij de bouw van één of meerdere woningen als bouwplan wordt gedefinieerd. Met het tweede lid van artikel 6.12 Wro kan worden afgeweken van de plicht een exploitatieplan vast te stellen, mits het verhaal van kosten anderszins is verzekerd. De kosten voor het bouwplan, inclusief de kosten voor het verwijderen van de dam en aanleg van de brug en de bodemsanering, alsmede de plankosten worden gedragen door de initiatiefnemer. Hetzelfde geldt voor eventuele kosten als gevolg van planschade. Er is een anterieure overeenkomst tussen de initiatiefnemer (Bouwend Waarland) en de gemeente gesloten. De ambtelijke kosten voor de realisatie van het plan zijn voor de gemeente anderszins verzekerd via de legesverordening. Om deze reden is een exploitatieplan niet nodig.
De financiële uitvoerbaarheid van het plan is voldoende gewaarborgd. Voor de benodigde bodemsanering heeft de ontwikkelaar voldoende financiële middelen in de grondexploitatie van het plan gereserveerd.
DNS Planvorming BV
27/46
7
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7.1
Overleg
Ingevolge artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro), dienen burgemeester en wethouders overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In verband hiermee wordt het ontwerp bestemmingsplan voorgelegd aan verschillende instanties. De resultaten van het overleg worden in een later stadium in het bestemmingsplan verwerkt.
7.2
Procedure
De ontwikkelaar van de locatie, Bouwend Waarland BV, heeft 9 directe omwonenden benaderd voor een individuele gesprek om de plannen toe te lichten en van de bewoners te vernemen wat zij daarvan vinden. Twee omwonenden hebben, na een korte toelichting op het plan, aangegeven verder geen behoefte te hebben aan een individueel gesprek. Zij hebben aangegeven geen bezwaar te hebben tegen deze plannen. Met de overige 7 omwonenden zijn individuele gesprekken gevoerd. Van deze gesprekken zijn verslagen gemaakt die door Bouwend Waarland en de betreffende omwonenden zijn geaccordeerd. De participatieverslagen zijn als bijlage bij dit bestemmingsplan opgenomen. In de positionering en hoogtes van de woningen en bijgebouwen is rekening gehouden met de belangen en opmerkingen van omwonenden. De positie van de hooimijtwoning is verschoven in zuidewestelijke richting. Tevens is vastgelegd dat niet mag worden gebouwd in de oeverlijn. Voorafgaand aan de terinzagelegging zal opnieuw overleg plaatsvinden met de omwonenden. Het ontwerpbestemmingsplan op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende 6 weken ter inzage gelegd, waarbij door een ieder zienswijzen bij de gemeenteraad kunnen worden ingediend. De zienswijzen worden vervolgens bij de besluitvorming in het kader van de vaststelling door de gemeenteraad betrokken.
Na een beroepstermijn van zes weken treedt het bestemmingsplan in werking, tenzij conform artikel 8.4 Wro een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan bij de afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.
DNS Planvorming BV
28/46
REGELS
DNS Planvorming BV
29/46
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
Artikel 1 1.1
Begrippen
plan:
het bestemmingsplan ‘Nauertogt 22, Broek op Langedijk’ met identificatienummer NL.IMRO.1980.BPWD2010herz002-on01 van de gemeente Dijk en Waard; 1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlage; 1.3
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5
aan- of uitbouw:
een bijbehorend bouwwerk in de vorm van een gebouw gebouwd aan een hoofdgebouw, dat door de vorm daarvan onderscheiden kan worden, en door ligging, constructie en/of afmeting daaraan ondergeschikt is; 1.6
aan huis verbonden beroepen:
het uitoefenen van een vrij en zelfstandig beroep, of het beroepsmatig verlenen van diensten, op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, educatief, kunstzinnig, technisch gebied of daarmee gelijk te stellen activiteiten, niet zijnde detailhandel, waarbij de woning in hoofdzaak haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.7
aan huis verbonden bedrijven:
het uitoefenen van een bedrijf of bedrijfsactiviteiten als bedoeld in de bij deze regels behorende bijlage 1 “Staat van bedrijven - aan huis verbonden bedrijven”, niet zijnde detailhandel, waarbij de woning in hoofdzaak haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.8
bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.9
bestaand:
die legale situatie zoals die is op het moment dat het bestemmingsplan in werking treedt; 1.10
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak;
DNS Planvorming BV
30/46
1.11
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.12
bijbehorend bouwwerk:
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.13
bijgebouw:
een bijbehorend bouwwerk in de vorm van een op zichzelf staand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en door ligging, constructie en/of afmetingen daaraan ondergeschikt is; 1.14
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.15
bouwgrens:
de grens van een bouwvlak; 1.16
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.17
bouwperceelgrens:
de grens van een bouwperceel; 1.18
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.19
bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.20
brutovloeroppervlakte:
de oppervlakte van een ruimte of een groep van ruimten, gemeten, op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimte onthullen; 1.21
detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen, die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.22
dienstverlening:
het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden; 1.23
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.24
hoofdgebouw:
een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken;
DNS Planvorming BV
31/46
1.25
overkapping:
een bijbehorend bouwwerk in de vorm van een bouwwerk van één bouwlaag dat dient ter overdekking en niet of slechts met een wand is omgeven; 1.26
peil:
a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c. voor een bouwwerk op, in of boven het water: gemeten van het ter plaatse geldende waterpeil; 1.27
voorgevel:
de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw, of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die door de ligging, de situatie ter plaatse en/of de indeling van het gebouw als voorgevel moet worden aangemerkt; 1.28
woning:
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
DNS Planvorming BV
32/46
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.3
de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidsmuren en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.4
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5
de oppervlakte van een bouwwerk:
vanaf tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.6
de afstand tot de (zijdelingse) grens van een bouwperceel:
vanaf enig punt van een bouwwerk tot de (zijdelingse) grens van een bouwperceel. Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken, wordt buiten beschouwing gelaten: a. galerijen, balkons en luifels, mits de afwijking van de plaatsingseisen niet meer dan 2 m bedraagt; b. (brand)trappen en trappenhuizen. Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen als goot- en dakoverstekken, plinten, pilasters, kozijnen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten buiten beschouwing gelaten, mits de afwijking van de plaatsingseisen niet meer dan 1 m bedraagt. Overschrijdingen van niet meer dan 1 m worden niet meegerekend bij de bepaling van de oppervlakte van een bouwwerk als bedoeld in artikel 2.5 van dit plan. Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van de goothoogte van bouwwerken als bedoeld in artikel 2.2 worden bouwdelen als dakkapellen, dakopbouwen en wolfseinden niet meegerekend.
DNS Planvorming BV
33/46
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Artikel 3 3.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Verkeer’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen voor de ontsluiting van aanliggende gronden; b. parkeren; c. groenvoorzieningen; d. openbare nutsvoorzieningen; e. bruggen. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. de vrije doorvaarthoogte onder een brug dient ten minste 1,55 m te bedragen; b. de bouwhoogte van een brug mag niet meer dan 5 meter bedragen; c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, mag niet meer dan 3 meter bedragen.
DNS Planvorming BV
34/46
Artikel 4 4.1
Water
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Water’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterberging; b. waterhuishouding; c. waterlopen en oevers; d. vaarwater; e. groenvoorzieningen; f. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder bruggen, stuwen, duikers, beschoeiingen en steigers. 4.2
Bouwregels
a. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd; b. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: 1. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2,5 m bedragen, gerekend van het aansluitende maaiveld, met uitzondering van bruggen; 2. de vrije doorvaarthoogte onder bruggen dient ten minste 1,55 m te bedragen; 3. per bouwperceel mag maximaal 1 steiger worden gebouwd, met dien verstande dat: voor percelen met een oeverlengte tussen de 15 en 20 m geldt dat de breedte van een steiger niet meer dan 4 mag bedragen; voor percelen met een oeverlengte groter dan 20 m geldt dat de breedte van een steiger niet meer dan 5 m mag bedragen; de steiger ten hoogste 1 m uit de oever mag worden gebouwd met uitzondering van de gronden die grenzen aan de in dit bestemmingsplan opgenomen bestemming Water; c. Voor het overige zijn uitsluitend omgevingsvergunningvrije bouwwerken, geen gebouwen zijnde, als bedoeld in artikel 2, bijlage II Besluit omgevingsrecht toegestaan. 4.3
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: het gebruik van gronden ten behoeve van ligplaatsen voor woonschepen; het gebruik van gronden ter plaatse van de aanduiding "oever" voor het realiseren van een talud met een helling steiler dan de verhouding 1:2. 4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op gronden ter plaatse van de aanduiding "oever" de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: 1. het wijzigen en/of dempen van waterlopen; 2. het wijzigen of plaatsen van oorspronkelijke reeds bij de aanleg gerealiseerde beschoeiingen; 3. het opwerpen van grond. b. Het verbod als bedoeld onder a is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: reeds in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; het normale beheer en onderhoud betreffen. c. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt uitsluitend verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het stedenbouwkundig beeld als bedoeld in het Beeldkwaliteitsplan Westerdel vastgesteld op 13 december 2016 dan wel een herziene versie van het Beeldkwaliteitsplan zoals dat geldt op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
DNS Planvorming BV
35/46
Artikel 5 5.1
Wonen - Vrijstaand
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen - Vrijstaand' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, uitsluitend in de vorm van vrijstaande woningen, al dan niet in combinatie met aan huis verbonden beroepen en/ of bedrijven; b. tuinen en erven; c. verkeer- en verblijfsvoorzieningen; d. groenvoorzieningen; e. openbare nutsvoorzieningen; f. water- en oeverstroken, alsmede bruggen, stuwen, duikers, beschoeiingen en steigers. Voor aan huis verbonden beroepen en bedrijven geldt dat een hoofdgebouw en aan-, uit- en bijgebouwen op gronden als bedoel in lid 5.1 mogen worden gebruikt voor aan huis verbonden beroepen en/of bedrijven, mits: 1. de gezamenlijke vloeroppervlakte niet meer bedraagt dan 50 m2; 2. de woning in hoofdzaak haar woonfunctie behoudt; 3. de ruimtelijke uitwerking en/of uitstraling van een aan huis verbonden beroep of bedrijf met de woonfunctie in overeenstemming is; 4. het geen detailhandel en/of horeca betreft, anders dan genoemd in de van deze regels deel uitmakende “Staat van bedrijven - Aan huis verbonden bedrijven”; 5. op de bij de betreffende woning behorende gronden geen buitenopslag van goederen ten behoeve van de aan huis verboden beroepen en/of bedrijven plaatsvindt; 6. in de omgeving van de betreffende woning geen onevenredige vergroting van de verkeersen parkeerdruk optreedt; 7. de activiteit geen afbreuk doet aan het woonkarakter van de omgeving; 8.
het aan huis verbonden beroepen betreffen die passen binnen de in artikel 1 sub 6 genoemde omschrijving; 9. het aan huis verbonden bedrijven betreffen die vallen binnen de als bijlage 1 opgenomen ‘Staat van Bedrijven – Aan huis verbonden bedrijven’, dan wel daarmee zijn gelijk te stellen voor wat betreft de milieugevolgen voor de omgeving. De regels zoals opgenomen in artikel 7 (Algemene bouwregels), zijn tevens van toepassing op de bestemming. 5.2
Bouwregels
5.2.1
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. als hoofdgebouw mogen uitsluitend vrijstaande woningen worden gebouwd, waarbij ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding – stolp uitsluitend een stolpvormige woning is toegestaan; b. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; c. het maximum oppervlak van een hoofdgebouw ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding – stolp bedraagt 210 m². Voor de overige hoofdgebouwen bedraagt het maximum oppervlak 140 m²; d. per bouwvlak is maximaal één woning toegestaan; e. de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bouwhoogte (m) – maximum goothoogte (m)’ is aangegeven; 5.2.2
Bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken en bijgebouwen of een bouwwerken geen gebouwen zijnde en overkappingen dienen ten minste 3 meter achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd; b. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken en bijgebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde en overkappingen mag niet meer bedragen dan 50 m2, met dien verstande dat; indien het bouwperceel groter is dan 500 m2 de oppervlakte van aan- of uitbouwen, of bijgebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, niet meer mag bedragen dan 75 m2;
DNS Planvorming BV
36/46
c.
d. e.
f.
g.
h. i.
de gezamenlijke oppervlakte van overkappingen niet meer dan 20 m2 mag bedragen; voor de voorgevel van een hoofdgebouw mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk, met dien verstande dat: de diepte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk niet meer dan 1,5 m mag bedragen; de breedte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk maximaal 2/3e deel van de bestaande gevelbreedte mag bedragen, tot een maximum van 4 m; de bouwhoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk ten hoogste gelijk is aan die van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw tot een maximum van 3,5 m; de afstand van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk tot de grens met de openbare weg ten minste 1,5 m bedraagt. de bouwhoogte van een overkapping mag niet meer dan 3 m bedragen; in uitzondering op het bepaalde onder b.
mag een overkapping achter de voorgevel (en het verlengde daarvan) van het dichtst bij de openbare weg gesitueerde gebouw worden gebouwd; de goothoogte van bijbehorende bouwwerken en aan het hoofdgebouw gebouwde bijgebouwen mag niet meer dan de hoogte van de bovenzijde van de afgewerkte vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw bedragen tot een maximum van 3,5 meter; de bouwhoogte van aan- of uitbouwen en aan het hoofdgebouw gebouwde bijgebouwen mag niet meer dan 6,5 m bedragen, met dien verstande dat: de bouwhoogte van aan- of uitbouwen en aan het hoofdgebouw gebouwde bijgebouwen minimaal 1 meter lager is dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw; de bouwhoogte van aan- of uitbouwen en aan het hoofdgebouw gebouwde bijgebouwen die binnen een afstand van 3 meter tot de bouwperceelgrens worden gebouwd, niet meer dan 5 meter mag bedragen. de goothoogte van vrijstaande bijgebouwen mag niet meer dan 3 meter bedragen; de bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen mag niet meer dan 5 meter bedragen.
5.2.3
Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en perceelsafscheidingen voor (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw mag niet meer dan 1 meter bedragen; b. de bouwhoogte van erf- en perceelsafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen; c. de oppervlakte van overkappingen mag niet meer dan 20 m² bedragen en de bouwhoogte mag niet meer dan 3 meter bedragen; d. een overkapping dient achter de voorgevel (en het verlengde daarvan) van het dichtst bij de openbare weg gesitueerde gebouw te worden gebouwd; e. per bouwperceel mag niet meer dan 1 zwembad worden gerealiseerd, met dien verstande dat: 1. de oppervlakte van het zwembad niet meer dan 40 m² mag bedragen; 2. de bouwhoogte van het zwembad niet meer dan 1 m mag bedragen; 3. het zwembad ten minste 3 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw dient te worden gebouwd; 4. de afstand van het zwembad tot de perceelsgrens niet minder dan 3 m mag bedragen; f. per bouwperceel mag maximaal 1 steiger worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. voor percelen met een oeverlengte tussen de 15 en 20 m geldt dat de breedte van een steiger niet meer dan 4 mag bedragen; 2. voor percelen met een oeverlengte groter dan 20 m geldt dat de breedte van een steiger niet meer dan 5 m mag bedragen; 3.
de steiger ten hoogste 1 m uit de oever mag worden gebouwd met uitzondering van de gronden die grenzen aan de in dit bestemmingsplan opgenomen bestemming Water; g. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 meter bedragen.
DNS Planvorming BV
37/46
5.3
Specifieke gebruiksregels
5.3.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor recreatieve bewoning; b. het gebruiken of laten gebruiken van bijgebouwen voor zelfstandige bewoning; c. het bedrijfsmatig exploiteren van het zwembad (het zwembad is bestemd voor eigen gebruik); d. het op zodanige wijze onttrekken van water aan de bodem dat een verlaging van de grondwaterstand in de omgeving plaatsvindt, waardoor funderingen van naburige bouwwerken kunnen worden aangetast; e. het gebruiken of laten gebruiken van het zwembad op een voor de omgeving schadelijke of hinderlijke wijze.
DNS Planvorming BV
38/46
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Artikel 6
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
DNS Planvorming BV
39/46
Artikel 7 7.1
Algemene bouwregels
Dakkapellen en dakopbouwen
In aanvulling op de bouwregels behorende bij de bestemmingen waarin woningen zijn toegestaan gelden voor dakkapellen en dakopbouwen de volgende aanvullend bouwregels: 7.1.1 Achterdakvlak Voor het bouwen van dakkapellen op het achterdakvlak van woningen gelden de volgende regels: a. de hoogte van een dakkapel, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, mag niet meer dan 2 m bedragen; b. de afstand tussen de onderzijde van een dakkapel en de dakvoet mag niet minder dan 0,5 m en niet meer dan 1 m bedragen; c. de afstand tussen de bovenzijde van een dakkapel en de daknok mag niet minder dan 0,5 m bedragen. d. de afstand van zijkanten van de dakkapel tot de zijkanten van het dakvlak mag niet minder dan 0,5 m bedragen, dan wel de bestaande afstand inden deze minder is. 7.1.2 Zijdakvlak Voor het bouwen van dakkapellen op het zijdakvlak van woningen gelden de volgende regels: a. de hoogte van een dakkapel, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, mag niet meer dan 2 m bedragen; b. de afstand tussen de onderzijde van een dakkapel en de dakvoet mag niet minder dan 0,5 m en niet meer dan 1 m bedragen; c. de afstand tussen de bovenzijde van een dakkapel en de daknok mag niet minder dan 0,5 m bedragen; d. de afstand van de dakkapel tot de voorgevel en tot de achtergevel van het dakvlak mag niet minder dan 1 m bedragen.
7.1.3 Voordakvlak Voor het bouwen van dakkapellen op het voordakvlak van woningen gelden de volgende regels: a. de hoogte van een dakkapel, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, mag niet meer dan 1,5 m bedragen; b. de afstand tussen de onderzijde van een dakkapel en de dakvoet mag niet minder dan 0,5 m en niet meer dan 1 m bedragen; c. de afstand tussen de bovenzijde van een dakkapel en de daknok mag niet minder dan 0,5 m bedragen; d. de afstand van zijkanten van de dakkapel tot de zijkanten van het dakvlak mag niet minder dan 1 m bedragen, dan wel de bestaande afstand indien deze minder is. 7.1.4 Dakopbouwen Voor het bouwen van dakopbouwen aan de achterzijde van woningen gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van een woning voorzien van een dakopbouw mag niet meer dan 8,5 m bedragen; b. de afstand tussen de onderzijde van een dakopbouw en de dakvoet mag niet minder dan 0,5 m en niet meer dan 1 m bedragen; c. de afstand tussen de zijkanten van een dakopbouw en de zijkanten van de buiten- en/of tussenmuur mag niet minder dan 0,5 m bedragen; d. de dakhelling van een dakopbouw en een woning dient hetzelfde aantal graden te bedragen.
DNS Planvorming BV
40/46
Artikel 8 8.1
Algemene gebruiksregels
Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik met dit plan wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijvingen. In ieder geval de volgende gebruiksvormen worden als strijdig gebruik aangemerkt: a. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor risicovolle inrichtingen; b. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van geluidzoneringsplichtige inrichtingen; c. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor seksinrichtingen; d. het gebruiken of laten gebruiken van gronden als standplaats voor kampeermiddelen; e. het gebruiken of laten gebruiken van gronden buiten het bouwvlak voor ondergronds bouwen.
DNS Planvorming BV
41/46
Artikel 9 9.1
Algemene afwijkingsregels
Maatvoering
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de in het plan gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages, teneinde deze bij de definitieve uitmeting van het plan in overeenstemming te brengen met de feitelijke situatie. 9.2
Bestemmingsgrenzen en bouwgrenzen
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in het plan en toestaan dat bestemmings- of bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft. 9.3
Bouwhoogte antennes en openbare lichtmasten
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in het plan voor het bouwen van antennes en openbare lichtmasten waarvan de bouwhoogte niet meer dan 15 meter mag bedragen. 9.4
Toepassingsregels afwijken bij een omgevingsvergunning
De in 9.1 t/m 9.3 bedoelde omgevingsvergunningen mogen niet leiden tot een onevenredige aantasting van: a. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. het straat- en/of bebouwingsbeeld; c. de verschijningsvorm van karakteristieke gebouwen; d. de verkeersveiligheid; e. de milieusituatie; f. de sociale veiligheid.
DNS Planvorming BV
42/46
Artikel 10
10.1
Overige regels
Parkeren
a. Bij de verlening van: 1. een omgevingsvergunning voor het bouwen; 2. een omgevingsvergunning voor een gebruiksverandering; 3. een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan; dient, indien de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, ten behoeve van: een te verwachten behoefte aan het parkeren of stallen van auto's, (motor)fietsen en/of andere voertuigen krachtens een voorschrift verbonden aan de omgevingsvergunning in voldoende mate verzekerd te zijn dat voldoende parkeervoorzieningen zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort en dat deze parkeervoorzieningen worden gerealiseerd en in stand worden gehouden; een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort en dat deze laad- en losvoorzieningen worden gerealiseerd en in stand worden gehouden. b. Bij de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid dient, indien de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, ten behoeve van: 1.
een te verwachten behoefte aan het parkeren of stallen van auto's, (motor)fietsen en/of andere voertuigen krachtens een voorschrift verbonden aan de omgevingsvergunning in voldoende mate verzekerd te zijn dat voldoende parkeervoorzieningen zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort en dat deze parkeervoorzieningen worden gerealiseerd en in stand worden gehouden; 2. een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort en dat deze laad- en losvoorzieningen worden gerealiseerd en in stand worden gehouden. c. Van voldoende mate van parkeervoorzieningen zoals bedoeld in sub a en/of sub b is sprake indien is voldaan aan de parkeernormen zoals opgenomen in het parkeerbeleid 'Nota Parkeernormen 2016' zoals vastgesteld op 13 december 2016, dan wel het vastgestelde parkeerbeleid zoals dat geldt op het tijdstip van indiening van de aanvraag als bedoeld in sub a en/of sub b voor het bouwen en/of voor een gebruiksverandering of het wijzigen. d.
Van voldoende mate van laad- en losvoorzieningen voor het laden en lossen van goederen zoals bedoeld in sub a en/of sub b is sprake indien is voldaan aan de normen zoals opgenomen in het ASVV 2012 (uitgave van het CROW), dan wel het geldende ASVV 2012 (uitgave van het CROW) zoals dat geldt op het tijdstip van indiening van de aanvraag als bedoeld in sub a en/of sub b voor het bouwen en/of voor een gebruiksverandering of het wijzigen. e. Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in sub a en/of sub b: 1. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of 2. voor zover op andere wijze in de benodigde parkeervoorzieningen en/of laad-en losvoorzieningen wordt voorzien. f. De afwijking als bedoeld in sub e kan uitsluitend worden toegepast, indien is aangetoond dat: 1. de parkeerdruk op de omgeving niet toeneemt; en 2. de parkeerdruk op de omgeving niet wordt vergroot; en 3. geen sprake is van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat.
DNS Planvorming BV
43/46
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Artikel 11 11.1
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
DNS Planvorming BV
44/46
Artikel 12
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan ‘Nauertogt 22, Broek op Langedijk’.
DNS Planvorming BV
45/46
Bijlage 1
Staat van bedrijven - aan huis verbonden bedrijven
DNS Planvorming BV
46/46
UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA Uitgeverijen (kantoren) A Grafische afwerking Reproduktiebedrijven opgenomen media - VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G. 2 Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2 - PRODUKTIE EN DISTRIB. VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM WATER A0 Elektriciteitsproduktiebedrijven (electrisch vermogen >= 50 MWe) D3 - gas: reduceer-, compressor-, meet- en regelinst. Cat. A - HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS B Autobeklederijen - GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING Handelsbemiddeling (kantoren) - DETAILHANDEL EN REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN Apotheken en drogisterijen Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen) - LOGIES-, MAALTIJDEN- EN DRANKENVERSTREKKING Kantines - VERVOER OVER WATER / DOOR DE LUCHT - DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER Reisorganisaties Expediteurs, cargadoors (kantoren) - POST EN TELECOMMUNICATIE A Telecommunicatiebedrijven B0 zendinstallaties: B2 - FM en TV B3 - GSM en UMTS-steunzenders (indien bouwvergunningplichtig) - FINANCIELE INSTELLINGEN EN VERZEKERINGSWEZEN A Banken, verzekeringsbedrijven, beurzen - VERHUUR VAN EN HANDEL IN ONROEREND GOED
0 0 0
10 10 10
1 1 1
1 P 1 G 1 G
1 1 1
0
10
10
0
10
1
1 P
1
0
0
10 C
10
10
1
1 P
1
0
0
10
10
10
1
1 G
1
0
0
10
0
10
1
1 P
1
0 0
0 0
0 10
10 10
10 10
1 1
1 P 1 P
1 1
10
0
10 C
10
10 D
1
1 P
1
0 0
0 0
10 10
0 0
10 10 D
1 1
1 P 1 P
1 1
0
0
10 C
0
10
1
1 P
1
0 0
0 0
0 C 0 C
10 10
10 10
1 1
1 P 1 P
2 2
0
0
10 C
0
10
1
1 P
1
LUCHT
10 10 10
-
BODEM
CATEGORIE
0 0 0
VISUEEL
GROOTSTE AFSTAND
0 0 0
VERKEER
GEVAAR
INDICES
GELUID
58 58 581 1814 182 31 31 9524 35 35 35 35 45, 47 45, 47 45204 46 46 461 47 47 4773, 4774 952 55 55 5629 50, 51 50, 51 52 52 791 5229 64 53 61 61 61 61 64, 65, 66 64, 65, 66 64, 65, 66 41, 68 41, 68
AFSTANDEN IN METERS
STOF
22 22 221 2223 223 36 36 361 40 40 40 40 50 50 5020.4 51 51 511 52 52 5231, 5232 527 55 55 5551 61, 62 61, 62 63 63 633 634 64 64 642 642 642 642 65, 66, 67 65, 66, 67 65, 66, 67 70 70
OMSCHRIJVING
GEUR
SBI-2008
nummer
SBI-1993
10
0
10
1
1 P
1
COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d.
0
0
10
0
10
1
1 P
1
SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek
0
0
10
0
10
1
1 P
1
GEZONDHEIDS- EN WELZIJNSZORG Consultatiebureaus
0
0
10
0
10
1
1 P
1
DIVERSE ORGANISATIES Bedrijfs- en werknemersorganisaties (kantoren)
0
0
10
0
10
1
1 P
1
CULTUUR, SPORT EN RECREATIE - binnenbanen: boogbanen
0
0
10 C
10
10
1
1 P
1
OVERIGE DIENSTVERLENING Wasserettes, wassalons Kappersbedrijven en schoonheidsinstituten B Persoonlijke dienstverlening n.e.g.
0 0 0
0 0 0
10 10 10 C
0 0 0
10 10 10 D
1 1 1
1 P 1 P 1 P
1 1 1
2 B
LUCHT
0
BODEM
CATEGORIE
0
VISUEEL
GROOTSTE AFSTAND
Verhuur van en handel in onroerend goed
A A -
VERKEER
GEVAAR
INDICES
GELUID
41, 68 62 62 62 72 72 722 84 86 86 8691, 8692 94 94 941, 942 59 59 931 93 96 96013 9602 9609
AFSTANDEN IN METERS
STOF
70 72 72 72 73 73 732 75 85 85 8514, 8515 91 91 9111 92 92 926 93 93 9301.3 9302 9305
OMSCHRIJVING
GEUR
SBI-2008
nummer
SBI-1993