Bijlage bij raadsbesluit Heerhugowaard was wordt lijst AVOI 2021
Tekst van het document
Was-wordt-tabel wijzigingen Algemene verordening ondergrondse infrastructuren 2021
Leeswijzer In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet. In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt. Bestaande tekst
Nieuwe tekst
HOOFDSTUK 1: INLEIDENDE BEPALINGEN
HOOFDSTUK 1: INLEIDENDE BEPALINGEN
ARTIKEL 1
ARTIKEL 1
BEGRIPSBEPALINGEN
In deze verordening wordt verstaan onder: a. bovengrondse voorzieningen transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations die onderdeel uitmaken van een net of netwerk, als bedoeld in onderdeel k. van dit artikel, die bovengronds in de openbare ruimte worden geplaatst; b. breekverbod verbod voor het uitvoeren van werkzaamheden in de grond, geldend onder andere bij extreme weersomstandigheden of bij evenementen; c. college van burgemeester en wethouders college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerhugowaard; d. coördinatieverplichting de coördinerende rol van de gemeente over de aanleg, instandhouding en opruiming van alle kabels en/of leidingen in de gehele openbare grond binnen de gemeentelijke grenzen; e. gedoogplichtige degene op wie een gedoogplicht rust als bedoeld in artikel 1, van de Belemmeringenwet Privaatrecht, of in artikel 5.2, eerste lid, van de Telecommunicatiewet, een publiekrechtelijke vergunning of een privaatrechtelijke overeenkomst; f. grondroerder degene, waaronder de netbeheerder, onder wiens verantwoordelijkheid of leiding werkzaamheden worden verricht; g. (huis)aansluiting het gedeelte van de kabel en/of leiding dat een netwerk verbindt met een netwerkaansluitpunt (o.a. ten behoeve van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdelen a tot en met d, van de Wet Waardering Onroerende Zaken); h.
instemmingsbesluit besluit van het college van burgemeester en wethouders op een aanvraag van voorgenomen werkzaamheden; i. kabels en/of leidingen
BEGRIPSBEPALINGEN
In deze verordening wordt verstaan onder: a. Belanghebbenden de omwonenden en bedrijfsmatige gebruikers van alle percelen, grenzend aan het tracé van kabels en/of leidingen; b. bovengrondse voorzieningen transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations die onderdeel uitmaken van een netwerk, als bedoeld in onderdeel i. van dit artikel, die bovengronds worden geplaatst; c. breekverbod tijdelijk verbod voor het uitvoeren van werkzaamheden, zoals genoemd in onderdeel n. van dit artikel; d. gedoogplichtige degene op wie een gedoogplicht rust als bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van de Telecommunicatiewet, een publiekrechtelijke vergunning of een privaatrechtelijke overeenkomst; e. instemmingsbesluit besluit van burgemeester en wethouders op een aanvraag tot instemming van de voorgenomen werkzaamheden, zoals genoemd in onderdeel n. van dit artikel, alsmede de privaatrechtelijke toestemming dat kabels en/of leidingen, zoals genoemd in onderdeel f. van dit artikel, mogen blijven liggen volgens het ingestemde tracé; f. kabels en/of leidingen een of meer kabels en/of leidingen die onderdeel zijn van een netwerk, daaronder mede begrepen de daarmee verbonden transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations, distributie- en/of mutatiepunten, en tevens omvattende lege buizen, ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken; g.
marktconforme kosten kosten zoals deze onder normale omstandigheden in een markteconomie op de desbetreffende markt worden gemaakt;
kabels en/of leidingen als onderdeel van een openbaar net(werk), daaronder mede begrepen de daarmee verbonden transformator-, schakel, verdeel- en onderstations, voorzieningen (afsluiters, brandkranen, lassen, enzovoorts) en andere hulpmiddelen, behoudens voor zover deze verbindingen en hulpmiddelen liggen binnen de installatie van een producent of van een afnemer en tevens omvattende lege buizen, ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken. Voorbeelden van deze kabels en leidingen zijn kabels als bedoeld in de Telecommunicatiewet, elektriciteitskabels (koppel-, transport- en distributiekabels), gasleidingen (transport-, distributie- en dienstleidingen), waterleidingen (transport-, distributie- en dienstleidingen) en kabels en leidingen ten behoeve van industriële netwerken; j. marktconforme kosten kosten zoals deze onder normale omstandigheden in een markteconomie op de desbetreffende markt worden gemaakt; k. net of netwerk samenstel van ondergrondse kabel(s) en/of leiding(en), bestemd voor het transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie (een elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in artikel 1.1. onderdelen e en h van de Telecommunicatiewet); l.
netbeheerder de rechtspersoon die acteert als beheerder van een net of netwerk voor de levering van elektriciteit, gas, water, WKO (Warmte Koude Opslag), dan wel aanbieder is van een (al dan niet openbaar) elektronisch communicatienetwerk; m. niet-openbare kabels en/of leidingen kabels en/of leidingen (dan wel het netwerk waartoe deze behoren) die niet gebruikt worden om openbare (voor het publiek beschikbare) diensten aan te bieden; n. omwonenden de bewoners en bedrijfsmatige gebruikers van alle percelen, grenzend aan het tracé van kabels en/of leidingen; o. openbare gronden openbare gronden, als genoemd in artikel 1.1, onderdeel aa, van de Telecommunicatiewet; p. registratiesysteem geautomatiseerd systeem van de gemeente waarin meldingen en instemmingen van werkzaamheden aan kabels en/of leidingen en alles wat daarmee samenhangt worden verwerkt door of namens de gemeente en/of de grondroerder; q. sleufloze technieken het maken van een holle ruimte in de grond, met behulp van een (gestuurde) boring of persing,
h. netbeheerder degene die als natuurlijk persoon handelend in de uitoefening van een beroep of bedrijf dan wel als rechtspersoon acteert als beheerder van een al dan niet openbaar netwerk; i. netwerk samenstel van kabels of leidingen bestemd voor het transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie; j. openbaar netwerk een openbaar elektronisch communicatienetwerk, als genoemd in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet, alsmede een netwerk van een netbeheerder die krachtens een wet is aangewezen om een netwerk aan te leggen en te onderhouden; k. openbare gronden openbare gronden, als genoemd in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet; l. registratiesysteem digitaal systeem dat burgemeester en wethouders hanteren om meldingen en instemmingen van werkzaamheden, zoals genoemd in onderdeel n. van dit artikel, en alles wat daarmee samenhangt te verwerken; m. spoedeisende werkzaamheden werkzaamheden, zoals genoemd in onderdeel n. van dit artikel, voor reparatie of onderhoud waarvan uitstel niet mogelijk is als een ernstige belemmering of storing van de dienstverlening in het betreffende netwerk is opgetreden; n.
werkzaamheden handmatige en/of mechanische (graaf)werkzaamheden, waaronder ook begrepen het opbreken en herstellen van de sleufbedekking en sleufloze technieken, in of op openbare grond in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of leidingen; o. werkzaamheden van niet ingrijpende aard * werkzaamheden, zoals genoemd in onderdeel n. van dit artikel, met een gezamenlijke tracélengte tot 25 meter, waarbij geen: * wegen, watergangen of groenvoorzieningen volledig worden gekruist; * bovengrondse voorzieningen worden geplaatst; * distributie- en mutatiepunten met een afmeting groter dan 30x30x30 cm (lxbxh) worden geplaatst. * het aanbrengen of verwijderen van kabels en/of leidingen in reeds aangebrachte voorzieningen; * het vervangen van bestaande bovengrondse voorzieningen en/of
zonder daarbij de omringende grondslag te verwijderen; r. spoedeisende werkzaamheden reparatie of onderhoudswerk waarvan uitstel niet mogelijk is als een ernstige belemmering of storing van de dienstverlening in het betreffende net is opgetreden; s. werkzaamheden handmatige en/of mechanische (graaf)werkzaamheden, inclusief het opbreken en herstellen van de sleufverharding en sleufloze technieken in de openbare grond in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of leidingen; t. werkzaamheden van minder ingrijpende aard het aanbrengen of verwijderen van kabels en/of leidingen in reeds aangebrachte voorzieningen (mantelbuizen); het realiseren van (huis)aansluitingen, reparaties, onderhoudswerk of overige werkzaamheden aan kabels en/of leidingen met een gezamenlijke lengte van minder dan vijfentwintig (25), niet vallend onder onderdeel r. van dit artikel en waarbij geen wegen, watergangen of groenvoorzieningen volledig worden gekruist; het maken van een montagegat c.q. lasgat; een opbreking met beperkte afmeting, maximaal 2 m², die wordt gemaakt ten behoeve van de toegang tot een distributie- of mutatiepunt, plaatsen van afsluiters, het opgraven van een kabelrol ten behoeve van (huis)aansluitingen, voor het herstellen van kabel- c.q. leidingstoringen of voor inspectiedoeleinden. ARTIKEL 2
TOEPASSELIJKHEID
Deze verordening is van toepassing op de procedures en voorschriften voor de aanleg, instandhouding (inclusief het nemen van maatregelen, waaronder het verplaatsen) en opruiming van kabels en/of leidingen in of op openbare gronden. ARTIKEL 3 1.
NADERE REGELS
Het college kan ter uitvoering van deze verordening nadere regels vaststellen. 2. Deze nadere regels hebben in ieder geval betrekking op: a. het tijdstip, de plaats en de wijze van uitvoering bij de aanleg, instandhouding (inclusief het nemen van maatregelen, waaronder het verplaatsen) en opruiming van kabels en/of leidingen;
distributie- en mutatiepunten met dezelfde of kleinere afmetingen; * het maken van maximaal twee opbrekingen met elk een afmeting van maximaal 2 m². ARTIKEL 2
TOEPASSELIJKHEID
1. Deze verordening is van toepassing op werkzaamheden die door of namens een netbeheerder plaatsvinden binnen de gemeente Heerhugowaard. 2. Het bepaalde in deze verordening geldt niet voor zover hierin reeds is voorzien in de Telecommunicatiewet of privaatrechtelijke overeenkomsten.
ARTIKEL 3
NADERE REGELS
1. Het college kan ter uitvoering van deze verordening nadere regels vaststellen. 2. Deze nadere regels hebben in ieder geval betrekking op: a. openbare orde en veiligheid; b. het tijdstip, de plaats en de wijze van uitvoering van werkzaamheden; c. het bevorderen van het medegebruik van voorzieningen; d. ondergrondse ordening, planning en coördinatie van werkzaamheden; e. nadeelcompensatie in geval van het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en leidingen; f. de te verstrekken gegevens alsmede over de wijze waarop die dienen te worden verstrekt; g. de verrekening van herstel-, beheer- en degeneratiekosten; h. het al dan niet toestaan van de aanleg van een netwerk dat niet valt onder het begrip openbaar werk.
b. c.
d.
het bevorderen van het medegebruik van voorzieningen; ordening, planning en coördinatie van werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding (inclusief het nemen van maatregelen, waaronder het verplaatsen) en opruiming van kabels en/of leidingen; de te verstrekken gegevens alsmede over de wijze waarop die dienen te worden verstrekt.
HOOFDSTUK 2: AANVRAGEN EN MELDEN VAN WERKZAAMHEDEN ARTIKEL 4
INSTEMMINGSVEREISTE
1. Het is verboden zonder of in afwijking van een door het college van burgemeester en wethouders genomen instemmingsbesluit omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden, medegebruik van voorzieningen en de afstemming van voorgenomen werkzaamheden met overige netbeheerders, kabels en/of leidingen in of op openbare gronden aan te leggen, in stand te houden of op te ruimen en/of bovengrondse voorzieningen te plaatsen. 2. Voor het verrichten van spoedeisende werkzaamheden of werkzaamheden van minder ingrijpende aard, als bedoeld in onderdeel r. respectievelijk t. van artikel 1, is geen instemming, als bedoeld in het eerste lid, noodzakelijk, maar kan worden volstaan met een melding vooraf aan het college van burgemeester en wethouders. 3. De werkzaamheden dienen binnen één jaar na de datum waarop het instemmingsbesluit onherroepelijk is geworden te zijn voltooid. 4. Het in het eerste lid opgenomen verbod is niet van toepassing op werkzaamheden van de gemeente bij het uitvoeren van haar publiekrechtelijke taak. ARTIKEL 5
AANVRAGEN EN MELDEN
HOOFDSTUK 2: AANVRAGEN EN MELDEN VAN WERKZAAMHEDEN ARTIKEL 4
INSTEMMINGSVEREISTE
1. Het is verboden werkzaamheden te verrichten zonder of in afwijking van een door burgemeester en wethouders genomen instemmingsbesluit. 2. Voor het verrichten van spoedeisende werkzaamheden of werkzaamheden van niet ingrijpende aard is geen instemmingsbesluit, als bedoeld in het eerste lid, noodzakelijk, maar kan worden volstaan met een door burgemeester en wethouders goedgekeurde melding. 3. De werkzaamheden moeten binnen een jaar na de datum waarop het instemmingsbesluit onherroepelijk is geworden zijn voltooid. 4. De werkzaamheden van niet ingrijpende aard moeten binnen het in de goedgekeurde melding bepaalde tijdvak zijn voltooid. 5. Het in het eerste lid opgenomen verbod is niet van toepassing op werkzaamheden van de gemeente. 6. Behoudens in geval van spoedeisende werkzaamheden zijn bij weersomstandigheden, waarbij de uitvoering van de werkzaamheden tot overlast of gevaar voor de bewoners en/of schade voor de gemeente kan leiden, burgemeester en wethouders bevoegd een breekverbod in te stellen. De vaststelling dat sprake is van deze weersomstandigheden is een bevoegdheid van burgemeester en wethouders. Tijdens door de gemeente vergunde evenementen geldt altijd een breekverbod. De termijn zoals bedoeld in het derde en
1. Een grondroerder die werkzaamheden wil verrichten, vraagt daarvoor een instemmingsbesluit, als bedoeld in artikel 4, aan bij het college van burgemeester en wethouders. 2. Een grondroerder die werkzaamheden wil verrichten kan hierover vooroverleg voeren met het college van burgemeester en wethouders teneinde de aanvraag, als bedoeld in het eerste lid, voor te bereiden. 3. Als de werkzaamheden ook betrekking hebben op gronden van een andere gedoogplichtige dan de gemeente Heerhugowaard wordt uiterlijk vier weken na ontvangst van de aanvraag, als genoemd in het eerste lid, het college van burgemeester en wethouders schriftelijk in kennis gesteld van de uitkomsten van het (voor)overleg tussen de grondroerder en de overige gedoogplichtige(n). De aanvraag wordt alleen bij (een) positieve uitkomst(en) in behandeling genomen. 4. Werkzaamheden van minder ingrijpende aard, als bedoeld in onderdeel t. van artikel 1, dienen twee (2) werkdagen voorafgaand aan de start van de werkzaamheden gemeld te worden. 5. Spoedeisende werkzaamheden, als bedoeld in onderdeel r. van artikel 1, dienen voorafgaand aan de start van de werkzaamheden gemeld te worden. Als een melding vooraf niet mogelijk is, moet de melding uiterlijk binnen één werkdag na de start van de uitvoering gemotiveerd worden gedaan aan het college van burgemeester en wethouders. 6.
Als werkzaamheden worden verricht in de gebieden die staan aangegeven op een bij deze verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte kaart, zijn de uitzonderingsbepalingen voor spoedeisende werkzaamheden of werkzaamheden van minder ingrijpende aard, als bedoeld in artikel 4 tweede lid, niet van toepassing. 7. Indien achteraf blijkt dat uitgevoerde spoedeisende werkzaamheden of werkzaamheden van minder ingrijpende aard instemmingsplichtig zijn, dient er alsnog een instemmingsbesluit aangevraagd te worden. ARTIKEL 6
GEGEVENSVERSTREKKING
1. Voor het aanvragen van een instemmingsbesluit, als bedoeld in
vierde lid worden automatisch verlengd met de periode van het breekverbod. Uiteindelijk een dag voor beëindiging van het breekverbod, zullen burgemeester en wethouders de betrokken uitvoerende partij(en) hierover informeren. ARTIKEL 5
AANVRAGEN EN MELDEN
1. Voor het uitvoeren van de werkzaamheden moet een instemmingsbesluit, als bedoeld in artikel 4, bij burgemeester en wethouders worden aangevraagd. 2. In verband met de voorgenomen werkzaamheden kan vooroverleg plaatsvinden met burgemeester en wethouders om de aanvraag, als bedoeld in het eerste lid, voor te bereiden. 3. Als de werkzaamheden ook betrekking hebben op gronden van een andere gedoogplichtige of grondeigenaar dan de gemeente en/of als er een aanvraag voor een vergunning al dan niet bij een ander bestuursorgaan op grond van een andere wet is ingediend, dan stelt de aanvrager burgemeester en wethouders hiervan op de hoogte. 4. Werkzaamheden van niet ingrijpende aard of de aanvang van werkzaamheden moet(en) drie werkdagen voorafgaand aan de aanvang van de werkzaamheden gemeld worden bij burgemeester en wethouders. 5. Spoedeisende werkzaamheden moeten voorafgaand aan de aanvang van de werkzaamheden gemeld worden bij burgemeester en wethouders of bij een daartoe door hen gemachtigde ambtenaar. Als een melding vooraf niet mogelijk is, moet de melding uiterlijk binnen een werkdag na de aanvang van de uitvoering gemotiveerd worden gedaan. ARTIKEL 6
GEGEVENSVERSTREKKING
1. Voor het aanvragen van een instemmingsbesluit, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, moet gebruik worden gemaakt van het door
artikel 4, eerste lid, dient gebruik te worden gemaakt van daartoe door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde (digitale) formulieren en/of registratiesysteem. 2. Bij een aanvraag voor een instemmingsbesluit, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, dienen de volgende gegevens te worden verstrekt: a. een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel van de netbeheerder. Het uittreksel is alleen vereist bij de eerste aanvraag van ieder kalenderjaar; b. een schriftelijke machtiging als het een aanvraag betreft voor de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of leidingen voor of namens een netbeheerder; c. naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de eigenaar, beheerder en exploitant van de kabels en/of leidingen en van de (onder)aannemer(s) die belast zijn met de werkzaamheden, alsmede de naam en het telefoonnummer van de uitvoerder, zijnde een Nederlands sprekende contactpersoon voor de werkzaamheden; d. een opgave van het aantal, de soort en het beoogde gebruik van de kabels en/of leidingen; e. een overzicht van belanghebbenden en instanties die vooraf in kennis worden gesteld van de voorgenomen datum van aanvang, beëindiging en aard van de werkzaamheden; f.
een uitvoeringsplan met daarin opgenomen: - een digitale GBKN tekening (DWG- of PDF-formaat) met legenda en eenduidige en volledige maatvoering (RDcoördinaten) met daarop aangegeven een opgave van het gewenste tracé; - de resultaten van het haalbaarheidsonderzoek betreffende de beschikbare ruimte; - de maatregelen die de bereikbaarheid van in de openbare gronden aanwezige kabels en/of leidingen waarborgen;
burgemeester en wethouders gehanteerde registratiesysteem. 2. Bij een aanvraag voor een instemmingsbesluit, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, moeten in ieder geval de volgende gegevens worden verstrekt: a. naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de netbeheerder; b. als het een aanvraag betreft voor het verrichten van werkzaamheden voor of namens een netbeheerder de naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de gemachtigde en een schriftelijke machtiging bij de eerste aanvraag van enig kalenderjaar; c. een opgave van het aantal, de soort, de aard en het beoogde gebruik van de kabels en/of leidingen; d. vereiste vergunning(en), ontheffing (en) op grond van overige wetgeving, alsmede informatie over de afstemming met andere gedoogplichtigen, grondeigenaren, beheerders van openbare gronden en/of belanghebbenden; e. een digitale tekening (PDF- en/of DWG-formaat) op basis van een BGT-ondergrond met legenda en eenduidige en volledige maatvoering (RD-coördinaten met daarop aangegeven: 1˚. een opgave van het gewenste tracé; 2˚. een opgave van de tijdelijke en permanente voorzieningen; 3˚. een opgave van de te plaatsen bovengrondse voorzieningen; 4˚. een opgave van de te plaatsen distributie- en mutatiepunten groter dan 30x30x30 cm (lxbxh). f. overtuigende gegevens en inzicht omtrent de uitvoerbaarheid van de
- een opgave van de objecten (bovengrondse voorzieningen en de afmetingen daarvan, handholes en/of distributiepunten, brandkranen, enzovoorts), zowel van permanente als tijdelijke aard, die ten tijde van de werkzaamheden worden geplaatst en de situering daarvan op de tekening; - de doorsnede van de kabel en/of leiding(goot) en lengte en breedte van de te graven sleuf; - een omschrijving van eventuele opbrekingen; - het voorgenomen tijdstip van aanvang en beëindiging van de werkzaamheden. g. Toestemming(en) van overige gedoogplichtigen. 3. Indien de werkzaamheden betrekking hebben op kabels van elektronische communicatienetwerken dienen, aanvullend op het tweede lid, bij de aanvraag tevens de volgende gegevens te worden verstrekt: - een opgave van het aantal kabels dat direct in gebruik wordt genomen en een opgave van het aantal kabels dat niet direct in gebruik wordt genomen. 4. Voor een melding, als bedoeld in artikel 4, tweede lid, dient gebruik te worden gemaakt van daartoe door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde (digitale) formulieren en/of registratiesysteem. De volgende gegevens dienen daarbij te worden verstrekt: a. een schriftelijke machtiging indien het een aanvraag betreft voor de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels en/of leidingen voor of namens een netbeheerder; b.
naam, adres en woonplaatsgegevens van de eigenaar, beheerder en exploitant van de kabels en/of leidingen, naam en adres van de (onder)aannemer(s) die belast zijn met de werkzaamheden, alsmede de naam en telefoonnummer van de uitvoerder, zijnde een Nederlands sprekende contactpersoon voor de werkzaamheden;
g.
h.
i.
j.
voorgenomen werkzaamheden waaruit blijkt: 1˚. binnen de beschikbare ruimte aangelegd wordt; 2˚. dat de bereikbaarheid van de overige kabels en/of leidingen blijft gewaarborgd; 3˚. dat de vereisten voor het passeren van groenvoorzieningen gewaarborgd blijven. de tracélengte en lengte en breedte van de te graven sleuf, alsmede de aard van de sleufbedekking die wordt opengebroken. de voorgenomen datum van aanvang en beëindiging van de werkzaamheden; een opgave van het aantal kabels en/of leidingen dat direct in gebruik wordt genomen en het aantal kabels en/of leidingen dat niet direct in gebruik wordt genomen; indien de gemeente de coördinaten van de zich in het tracé bevindende (monumentale) bomen aanlevert, dan moet de netbeheerder deze (inclusief de kroonprojectie) op de instemmingstekening weergeven.
3. Voor een melding, als bedoeld in artikel 4, tweede lid, moet gebruik worden gemaakt van het door burgemeester en wethouders gehanteerde registratiesysteem. De volgende gegevens moeten daarbij in ieder geval worden verstrekt: a. naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de netbeheerder; b. als het een melding betreft voor het verrichten van werkzaamheden voor of namens een netbeheerder de naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de gemachtigde en een schriftelijke machtiging bij de eerste aanvraag van enig kalenderjaar; c. de uitvoerende partij, het adres van de graaflocatie(s), inclusief een situatieschets; d. de lengte en breedte van de sleuf of montagegat(en), alsmede de
c. d. e. f.
ARTIKEL 7 1.
2.
3.
4.
5.
het adres van de graaflocatie; de dagtekening van de melding; de lengte van de sleuf die wordt opengebroken; het oppervlak dat wordt opengebroken indien het alleen een montagegat betreft. TERMIJNEN
Een beslissing op een aanvraag voor een instemmingsbesluit wordt genomen uiterlijk acht weken na de dag van ontvangst van de aanvraag. De aanvraag voor een instemmingsbesluit voor werkzaamheden ten behoeve van een openbaar elektronisch communicatienetwerk geldt als melding als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onderdeel a van de Telecommunicatiewet. Betreft het een aanvraag waarbij meerdere gedoogplichtigen zijn betrokken dan beslist het college van burgemeester en wethouders binnen acht weken na de dag van ontvangst van de volledige aanvraag. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, houdt het college van burgemeester en wethouders de beslissing aan, indien er in verband met de voorgenomen werkzaamheden een of meerdere vergunning(en), ontheffing(en) of toestemming(en) op grond van overige wetgeving is of zijn vereist. Behalve als de beschikking op een aanvraag van de vergunning(en), ontheffing(en) of toestemming(en) al is gegeven en de in artikelen 6:7 en 6:9 Algemene wet bestuursrecht genoemde termijnen zijn verstreken zonder dat bezwaren zijn ingediend. Deze aanhouding eindigt na afloop van de bezwarentermijn, tenzij er bezwaren zijn ingediend en tevens is verzocht om een voorlopige voorziening; in dat geval eindigt de aanhouding met ingang van de dag nadat op dat verzoek is beslist.
Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven, deelt het college van burgemeester en wethouders dit schriftelijk aan de aanvrager mede en noemt het daarbij (gemotiveerd) een redelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij
aard van de sleufbedekking die wordt opengebroken. e. de datum van aanvang en beëindiging van de werkzaamheden. In geval van spoedeisende werkzaamheden moeten tevens worden verstrekt: f. de aanduiding van de spoedeisende aard van de werkzaamheden; g. de omschrijving van de werkzaamheden die zijn uitgevoerd.
ARTIKEL 7
VOORSCHRIFTEN BIJ
INSTEMMINGSBESLUIT
1. Burgemeester en wethouders kunnen in het instemmingsbesluit voorschriften opnemen in het belang van: betrekking hebben op: a. de openbare orde; b. veiligheid, waaronder mede verstaan wordt de verkeersveiligheid; c. het voorkomen of beperken van overlast, waaronder mede verstaan wordt het afstemmen met andere werkzaamheden, een goede doorstroming van het verkeer en de bescherming van de groenvoorzieningen en van het uiterlijk aanzien van de omgeving; d. de bereikbaarheid van gronden of gebouwen, waaronder mede verstaan wordt het veilig en doelmatig gebruik, beheer, en onderhoud van openbare gronden en gebouwen en het belang van evenementen; e. de ondergrondse ordening, waaronder mede verstaan wordt het beschermen van reeds in de grond aanwezige werken en eventuele in de grond aanwezige objecten. 2. De voorschriften, zoals genoemd in het eerste lid, kunnen slechts betrekking hebben op: a. het tijdstip, de plaats en wijze van uitvoering van werkzaamheden; b. het bevorderen van medegebruik van voorzieningen die door derden of de gemeente tegen
niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.
ARTIKEL 8
VOORSCHRIFTEN EN BEPERKINGEN
1. Het bepaalde in dit artikel geldt niet indien hierin reeds is voorzien in de Telecommunicatiewet. 2. Het college van burgemeester en wethouders kan aan het instemmingsbesluit en aan meldingsplichtige werkzaamheden nadere voorschriften of beperkingen verbinden in het belang van: a. de openbare orde; b. veiligheid, waaronder mede verstaan wordt de verkeersveiligheid en/of een goede doorstroming van het verkeer; c. het voorkomen of beperken van schade of overlast; waaronder mede verstaan wordt de bescherming van eventuele archeologische vondsten, van groenvoorzieningen, bomen en beplantingen en van het uiterlijke aanzien van de omgeving; d. de bereikbaarheid van gronden of gebouwen; waaronder mede verstaan wordt het veilig en doelmatig gebruik van openbare gronden en gebouwen en het doelmatig beheer en onderhoud ervan en het belang van nader aan te geven grote lokale evenementen als bijvoorbeeld weekmarkten en kermissen; e. de ondergrondse ordening, waaronder mede verstaan wordt het zo min mogelijk hinder veroorzaken voor reeds in de grond aanwezige werken en het niet in gevaar brengen of zonder noodzaak bemoeilijken van deze werken, waaronder mede verstaan worden werken ten behoeve van de riolering en de levering of het transport van elektronische informatie, gas, water en elektriciteit. 3.
De voorschriften of beperkingen, zoals genoemd in het eerste lid, kunnen slechts betrekking hebben op: a. het tijdstip, de plaats en wijze van uitvoering bij de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of leidingen; b. het medegebruik van
marktconforme kosten ter beschikking worden gesteld; c. afstemming met betrekking tot overige in de grond aanwezige werken. 3. De belanghebbenden ter plaatse van de uit te voeren werkzaamheden moeten schriftelijk worden geïnformeerd over aanvang, duur, aard en plaats van de werkzaamheden. 4. Het is verplicht na het einde van de werkzaamheden de grond, eventuele verhardingen en groenvoorzieningen terug te brengen in de oude staat, tenzij burgemeester en wethouders vooraf hebben aangegeven hier (gedeeltelijke) zelf zorg voor te willen dragen.
ARTIKEL 8 (MEDE)GEBRUIK VAN VOORZIENINGEN 1. Op verzoek van burgemeester en wethouders wordt bij de werkzaamheden zoveel mogelijk (mede)gebruik gemaakt van bestaande, hetzij door overige netbeheerders dan wel door of in opdracht van burgemeester en wethouders aangelegde, voorzieningen voor zover dit technisch en economisch haalbaar is en medegebruik geen belemmering vormt voor de veiligheid, toegankelijkheid en leveringszekerheid. 2. In overleg het overleg als bedoeld in artikel 5, tweede lid, wordt mede bepaald of en, zo ja, langs welke delen van het tracé gebruik kan worden gemaakt van bestaande voorzieningen als bedoeld in het eerste lid.
ARTIKEL 9 TERMIJNEN 1. De beslissing op een aanvraag voor een instemmingsbesluit wordt genomen uiterlijk acht weken na de dag van ontvangst van de aanvraag. 2. Indien een instemmingsbesluit niet binnen de bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn kan worden genomen, delen burgemeester en
4.
5.
6.
7.
8.
voorzieningen, zoals kabelgoten en geleidingen, die door derden of de gemeente Heerhugowaard tegen marktconforme prijzen ter beschikking worden gesteld; c. afstemming met betrekking tot overige in de grond aanwezige werken; d. afmetingen van kasten en andere toebehoren behorende bij het netwerk. De grondroerder dient omwonenden, zoals bedoeld in onderdeel n. van artikel 1, ter plaatse van de uit te voeren werkzaamheden schriftelijk te informeren over aanvang, duur, aard en plaats van de werkzaamheden. De wijze van uitvoering bij de aanleg, instandhouding (inclusief het nemen van maatregelen, waaronder het verplaatsen) en opruiming van kabels en/of leidingen en medegebruik van voorzieningen moet gebeuren conform de in de gemeente van toepassing zijnde nadere regels zoals bedoeld in artikel 3. De grondroerder is verplicht na het einde van de werkzaamheden de grond, eventuele verhardingen en beplanting terug te brengen in de oude staat, tenzij het college van burgemeester en wethouders vooraf heeft aangegeven hier (gedeeltelijk) zelf zorg voor te willen dragen.
De grondroerder draagt de marktconforme kosten voor herstel (inclusief onderhoudstermijn) die gebaseerd zijn op de vigerende VNG richtlijn “Tarieven (graaf)werkzaamheden Telecom” en de daarbij behorende “Tarieven (her)straatwerkzaamheden kabels- en/of leidingwerken” en van de eventueel door de gemeente ter beschikking gestelde voorzieningen. Indien na groot onderhoud of herinrichting van openbare gronden een grondroerder werkzaamheden moet uitvoeren, verlangt het college van burgemeester en wethouders specifiek schadeherstel ten einde de situatie terug te brengen in de oude staat.
ARTIKEL 9
(MEDE)GEBRUIK VAN
VOORZIENINGEN
1. Een grondroerder maakt op verzoek van het college van burgemeester en
wethouders dit aan de aanvrager mede en noemen daarbij een redelijke termijn waarbinnen het instemmingsbesluit wel genomen kan worden. 3. De goedkeuring op een melding voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard volgt binnen drie werkdagen. 4. De goedkeuring op een melding voor spoedeisende werkzaamheden volgt, met inachtneming van het bepaalde in artikel 14, tweede lid, uiterlijk drie werkdagen nadat de melding is gedaan. 5. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.
wethouders bij de aanleg of instandhouding van kabels en/of leidingen in openbare gronden zoveel mogelijk (mede)gebruik van bestaande, hetzij door overige netbeheerders dan wel door of in opdracht van het college van burgemeester en wethouders aangelegde, voorzieningen. Indien dit een marktconform aanbod betreft, technisch haalbaar is en medegebruik geen belemmering vormt voor de veiligheid, toegankelijkheid en leveringszekerheid. 2. Het vooroverleg als bedoeld in artikel 5, tweede lid, dan wel een door het college van burgemeester en wethouders geïnitieerd overleg naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 5, eerste lid, is er mede op gericht te bepalen of en zo ja langs welke delen van het tracé gebruik kan worden gemaakt van bestaande voorzieningen als bedoeld in het eerste lid. 3. Indien de openbare gronden geen ruimte bieden voor de aanleg van nieuwe kabels en/of leidingen, dient de grondroerder een alternatief tracé te kiezen.
HOOFDSTUK 3: OVERIGE BEPALINGEN ARTIKEL 10
NADEELCOMPENSATIE
1. Het bepaalde in dit artikel geldt niet
indien hierin reeds is voorzien in de Telecommunicatiewet. 2. Op het nemen van maatregelen, waaronder het verplaatsen, ten aanzien van kabels en/of leidingen in of op openbare gronden gelden de volgende bepalingen (tenzij en voor zover daarover andersluidende afspraken zijn overeengekomen tussen partijen): a. De netbeheerder is verplicht op aanwijzing van het college van burgemeester en wethouders over te gaan tot het nemen van maatregelen, waaronder het verplaatsen, ten aanzien van kabels en/of leidingen ten dienste van zijn netwerk; b. Eventuele nadeelcompensatie wordt verleend op basis van een publiekrechtelijke regeling of schriftelijk vastgelegde (privaatrechtelijke) afspraken;
HOOFDSTUK 3: OVERIGE BEPALINGEN ARTIKEL 10
HET NEMEN VAN MAATREGELEN EN
NADEELCOMPENSATIE
1. De netbeheerder is verplicht op
verzoek van burgemeester en wethouders over te gaan tot het nemen van maatregelen, waaronder het verplaatsen, ten aanzien van kabels en/of leidingen ten dienste van zijn netwerk. 2. Eventuele nadeelcompensatie in verband met het bepaalde in het eerste lid wordt verleend op basis van een door burgemeester en wethouders vastgestelde nadeelcompensatieregeling. 3. Burgemeester en wethouders en de netbeheerder zullen bij het nemen van maatregelen, waaronder het verplaatsen, ten aanzien van kabels en/of leidingen elkaars schade zo veel mogelijk beperken. 4. Het bepaalde in dit artikel geldt niet indien hierin reeds is voorzien in de Telecommunicatiewet.
c.
d.
e.
ARTIKEL 11
Nadeelcompensatie wordt verder uitsluitend verleend op basis van een gespecificeerd kostenoverzicht; Het college van burgemeester en wethouders en de netbeheerder zullen bij verwijdering, verlegging of aanpassing van kabels en/of leidingen elkaars schade zo veel mogelijk beperken; Na een aanwijzing tot het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen gaat de netbeheerder zo snel mogelijk over tot de uitvoering, doch niet later dan dertien (13) weken na de datum van ontvangst van de aanwijzing. BREEKVERBOD
1. Als er sprake is van extreme weersomstandigheden of bijvoorbeeld evenementen is het college van burgemeester en wethouders bevoegd een breekverbod in te stellen. De vaststelling dat er sprake is van extreme weersomstandigheden is een bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders. 2. Tijdig of in ieder geval één dag voor beëindiging van het breekverbod, zal het college van burgemeester en wethouders de betrokken grondroerders hierover informeren. 3. Indien er sprake is van een breekverbod is het verboden werkzaamheden uit te voeren in de openbare grond en/of bestrating. 4. Het breekverbod is niet van toepassing in geval van spoedeisende werkzaamheden ten gevolge van een ernstige belemmering of storing en waarvan uitstel niet mogelijk is. ARTIKEL 12
EIGENDOM
1. Indien eigendom, exploitatie of beheer van de kabel en/of leiding wordt overgedragen aan een andere netbeheerder, gaan de rechten en plichten volgens deze verordening die betrekking hebben op de kabel en/of leiding van rechtswege over op de nieuwe netbeheerder. 2. De netbeheerder stelt het college van burgemeester en wethouders onverwijld in kennis van het feit dat het eigendom,
ARTIKEL 11
OVERLEG
1. Burgemeester en wethouders organiseren periodiek een overleg, waarvoor in elk geval de bij de gemeente bekende netbeheerders en andere betrokken partijen of belanghebbenden worden uitgenodigd. 2. In dit overleg worden de plannen van de gemeente en diverse netbeheerders en andere betrokken partijen of belanghebbenden besproken en afgestemd in het kader van de bepalingen van deze verordening. ARTIKEL 11A
VERKOOP, VERPACHTING OF
VERHUUR VAN GRONDEN
Burgemeester en wethouders stemmen af met de betrokken netbeheerders indien gronden verkocht, verpacht of verhuurd worden waar (mogelijk) kabels en leidingen in liggen. ARTIKEL 12
NIET OPENBAAR NETWERK
1. Deze verordening houdt geen gedoogplicht in voor de gemeente met betrekking tot een netwerk dat niet valt onder het begrip openbaar werk. 2. Bij werkzaamheden aan een netwerk dat niet valt onder het begrip openbaar netwerk, is het bepaalde in deze verordening van overeenkomstige toepassing. ARTIKEL 13
INFORMATIEPLICHT
1. De netbeheerder stelt burgemeester en wethouders onverwijld en schriftelijk in kennis van het in of uit gebruik nemen van een kabel en/of leiding. Dit geldt ook als een kabel en/of leiding niet langer ten dienste staat van een netwerk in of op openbare gronden. Burgemeester en wethouders kunnen hiervoor een overzicht van alle (niet) in gebruik zijnde kabels en/of leidingen verlangen. 2. De netbeheerder stelt burgemeester en wethouders in kennis van het feit
de exploitatie of het beheer van de kabel of leiding verandert. 3. Op het eigendom van de kabels en/of leidingen zijn de desbetreffende wettelijke bepalingen van toepassing. ARTIKEL 13
NIET-OPENBARE KABELS EN/OF
LEIDINGEN
1. Bij werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van niet-openbare kabels en/of leidingen in openbare gronden is het bepaalde in deze verordening van overeenkomstige toepassing. 2. Het opnemen van het eerste lid in deze verordening houdt geen gedoogplicht in voor de gemeente Heerhugowaard met betrekking tot niet-openbare kabels en/of leidingen. ARTIKEL 14
INFORMATIEPLICHT
1. De netbeheerder stelt het college van burgemeester en wethouders onverwijld en schriftelijk in kennis van het feit dat een kabel en/of leiding niet langer ten dienste staat van een net of netwerk in of op openbare gronden. 2. In dit kader kan van de netbeheerder een overzicht van alle (niet) in gebruik zijnde kabels en/of leidingen worden verlangd. De bewijslast van ingebruikname ligt bij de netbeheerder. ARTIKEL 15
OVERLEG
1. Het college van burgemeester en wethouders organiseert periodiek een overleg, waarvoor in elk geval de bij de gemeente Heerhugowaard bekende netbeheerders en andere betrokken of belanghebbende partijen worden uitgenodigd. 2. In dit overleg worden de plannen van de gemeente Heerhugowaard en van de diverse netbeheerders en andere betrokken of belanghebbende partijen besproken en eventueel afgestemd in het kader van de bepalingen van deze verordening.
dat het eigendom, de exploitatie of het beheer van de kabel of leiding verandert.
HOOFDSTUK 4: HANDHAVINGSEN TOEZICHTBEPALINGEN ARTIKEL 16
TOEZICHT EN HANDHAVING
1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het college van burgemeester en wethouders aangewezen personen. 2. Indien het college van burgemeester en wethouders vaststelt dat de verplichtingen van deze verordening niet zijn nagekomen, kan het college van burgemeester en wethouders besluiten handhavend op te treden met inachtneming van de bepalingen zoals vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht. ARTIKEL 17
NALEVING VOORSCHRIFTEN
Indien een grondroerder zich niet houdt aan de voorschriften en beperkingen uit het instemmingsbesluit, kan het college van burgemeester en wethouders het instemmingsbesluit intrekken. Het college van burgemeester en wethouders gaat niet over tot intrekking van het instemmingsbesluit voordat het college van burgemeester en wethouders de houder van het instemmingsbesluit heeft gehoord. Aan het besluit tot intrekking van het instemmingsbesluit kan de verplichting worden verbonden om de betreffende kabel(s) te verleggen/verplaatsen of deze te verwijderen. ARTIKEL 18
BEVOEGDHEID COLLEGE VAN
BURGEMEESTER EN WETHOUDERS
a.
b. c. d.
zonder instemmingsbesluit of zonder toestemming ingeval van meldingsplicht; in afwijking van de uitvoeringsvoorschriften; in afwijking van de voorschriften van het instemmingsbesluit; in strijd met het geldende breekverbod.
HOOFDSTUK 4: TOEZICHT EN HANDHAVINGSBEPALINGEN ARTIKEL 14
TOEZICHT EN HANDHAVING
1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van burgemeester en wethouders aangewezen personen. 2. Indien burgemeester en wethouders vaststellen dat de verplichtingen van deze verordening niet zijn nagekomen, kunnen burgemeester en wethouders besluiten handhavend op te treden dan wel legalisatie achteraf voor de ontstane situatie verlangen met inachtneming van de bepalingen zoals vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht. Indien blijkt dat de uitgevoerde werkzaamheden zijn gemeld maar dat hiervoor een instemmingsbesluit is vereist, is dit artikel van overeenkomstige toepassing. 3. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid en hun overige wettelijke bevoegdheden zijn burgemeester en wethouders bevoegd, met kennisgeving vooraf aan de netbeheerder, het instemmingsbesluit in te trekken of de werkzaamheden stil te leggen indien: a. er wordt gewerkt zonder instemmingsbesluit of zonder melding; b. het instemmingsbesluit is verleend te gevolge van onjuiste of onvolledige gegevens; c. het instemmingsbesluit in strijd met enig wettelijk voorschrift is verleend; d. er wordt gewerkt in afwijking van de voorschriften van het instemmingsbesluit; e. er wordt gewerkt in afwijking van de nadere regels; f. er wordt gewerkt in strijd met het geldende breekverbod.
HOOFDSTUK 5: OVERGANGSEN SLOTBEPALINGEN ARTIKEL 19
INWERKINGTREDING
1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking. 2. Op de datum van inwerkingtreding van de in het eerste lid genoemde verordening wordt de huidige Telecommunicatieverordening gemeente Heerhugowaard, zoals vastgesteld in de raadsvergadering van 24 april 2001, ingetrokken. ARTIKEL 20
OVERGANGSBEPALINGEN
1. De in stand te houden kabels en/of leidingen in of op openbare gronden, voor zover deze zijn gemeld of aangevraagd en aangelegd met toepassing van verleende vergunningen, instemmingsbesluiten en/of op basis van andere aantoonbare en gelegaliseerde afspraken met de gemeente, zoals die hebben gegolden tot de inwerkingtreding van deze verordening, worden per ingang van deze verordening eveneens beheerst door de regels van deze verordening. 2. Op aanvragen, als bedoeld in het eerste lid, waarop bij de inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist, wordt met toepassing van deze verordening een beslissing genomen. ARTIKEL 21
HARDHEIDSCLAUSULE
Het college van burgemeester en wethouders heeft de bevoegdheid op grond van afweging van de te behartigen belangen en met in acht name van de redelijkheid en billijkheid in incidentele en te motiveren gevallen af te wijken van de bepalingen van deze verordening. ARTIKEL 22
CITEERTITEL
Deze verordening wordt aangehaald als: “Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren gemeente Heerhugowaard 2014”.
HOOFDSTUK 5: OVERGANGSEN SLOTBEPALINGEN ARTIKEL 15
INTREKKING OUDE VERORDENING
De Algemene verordening ondergrondse infrastructuren gemeente Heerhugowaard 2014 wordt ingetrokken. ARTIKEL 16
OVERGANGSBEPALINGEN
1. De verordening, genoemd onder artikel 15, blijft van kracht op instemmingsverzoeken en meldingen waarop reeds krachtens diezelfde verordening is beslist, maar waarvan de uitvoering op het moment van inwerkingtreding van deze verordening nog niet is gerealiseerd. 2. Deze verordening is van toepassing op alle kabels en leidingen, ongeacht op welke grondslag deze zijn aangelegd. 3. Op aanvragen en meldingen waarop bij de inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist, wordt met toepassing van deze verordening een beslissing genomen.
ARTIKEL 17
INWERKINGTREDING
Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking. ARTIKEL 18
HARDHEIDSCLAUSULE
Burgemeester en wethouders hebben de bevoegdheid op grond van afweging van de te behartigen belangen en met in acht name van de redelijkheid en billijkheid in incidentele en uitzonderlijke gevallen af te wijken van de bepalingen van deze verordening en de daarbij behorende nadere regels. ARTIKEL 19
CITEERTITEL
Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene verordening ondergrondse Infrastructuren 2021.