CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bewonersbrief APV Horeca Dijk en Waard - (2021-12-15) CONCEPT.pdf

Gemeenteraad 18 januari 2022, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Verzoek om inlichtingen fractie PvdA4.838 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

APV Horeca Langedijk – Heerhugowaard richting harmonisatie voor Dijk en Waard Huidige beleidslijnen Het horecabeleid in Langedijk is gericht op het faciliteren van horeca in de voorzieningenclusters en linten in de dorpen en in Geestmerambacht. In het beleid wordt gezocht naar een balans tussen een gezonde horecasector voor ondernemers, een goed woon‐ en leefklimaat voor inwoners en mogelijkheden voor paracommerciële activiteiten. Het vigerende beleid stamt uit 2012, is meerdere keren technisch aangepast en is door ontwikkelingen (Langedijk ontwikkelt met Water en Omgevingswet) deels achterhaald. Mede in het kader van de harmonisatie moet worden bepaald of herziening nodig is. In Heerhugowaard is een verkennend onderzoek geweest in samenspraak met de horeca, de paracommerciële instellingen en bewoners, voor verruiming van de openingstijden van horecagelegenheden met bijbehorende terrassen. Hiervoor is een pilot gestart in 2015, gedragen door alle betrokken partijen. Een jaar later en na de nodige evaluaties was sprake van een geslaagde pilot. In het kader van deregulering is besloten deze verruimde openingstijden niet te regelen in beleid, maar in de APV. Daarna is het geldende horecabeleid ingetrokken. Tot op heden werkt deze aanpak naar tevredenheid van een ieder.

Vertrekpunt horeca in Dijk en Waard De burgemeesters denken aan een regelluw horecabeleid voor Dijk en Waard, met oog voor de reële belangen van ondernemers en een win‐win voor ondernemers – verenigingen – inwoners. Dáár moet de APV op ingericht worden. De wens is om sluitingstijden meer los te laten, zoals in Heerhugowaard het geval is en wat nu in Langedijk nog beperkter is. In navolging van Heerhugowaard willen de burgemeesters voor Dijk en Waard de ondernemers meer verantwoordelijkheid geven. Daarnaast wenst de paracommercie meer ruimte, vooral om tekorten op te vangen door Covid‐19 en om exploitaties sluitend te krijgen. Tegelijkertijd mag dit niet ten koste gaan van de horecaondernemers die juist alle ruimte moeten krijgen om te herstellen na de crisis. Een aantal doelgroepen lijkt voor horecaondernemers minder interessant te zijn, waar de paracommercie juist op kan inspelen. Te denken valt aan de doelgroepen jeugd en ouderen. In overleg met de KHN komen partijen erop dat de horeca in Dijk en Waard toekomstbestendig moet zijn. Daarbij moet er aandacht zijn voor het dorpse karakter, waarin horeca gecombineerd wordt met wonen en tegelijkertijd mogen ondernemers verantwoordelijkheid krijgen om te experimenteren met minder regels en meer ruimte. Dit laatste bepaalt de basis voor Dijk en Waard: meer ruimte en eigen verantwoordelijkheid.

Daar waar dit minder goed functioneert kan de burgemeester andere sluitingstijden vaststellen.

Voor de harmonisatie in de kolom Dijk en Waard worden de volgende opties onderscheiden:  Ongewijzigd => De tekst is nu al in Langedijk en Heerhugowaard gelijk en kan(*) zo ook voor Dijk en Waard gelden.  Inhoudelijk gelijk => De tekst wijkt weliswaar enigszins af, maar de strekking en inhoud is bij beide gelijk en kan zo ook voor Dijk en Waard gelden.  Voorstel => De inhoud wijkt af. Voor Dijk en Waard koers bepalen. (*) In alle gevallen zullen we voor de nieuwe APV nog nagaan of eerder geformuleerde artikelen nog 100% dekkend zijn, ook in relatie tot de meest recente Modelverordening.

Art.

Langedijk Inhoud Afdeling 4. Toezicht op openbare inrichtingen

Art.

Heerhugowaard Inhoud Afdeling 4. Toezicht op openbare inrichtingen en andere voor publiek openstaande gebouwen

Art.

Dijk en Waard Inhoud Afdeling 4. Toezicht op openbare inrichtingen en andere voor publiek openstaande gebouwen

2.27 1

Definitie In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt.

2.27 1

Definitie In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt.

2.27 1

Definitie Ongewijzigd: In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt.

2

Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta‐ of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.

2

Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta‐ of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte

2

Ongewijzigd: Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta‐ of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.

3

De horeca is ingedeeld in verschillende categorieën, te weten 1 tot en met 4.  horecabedrijf categorie 1, een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse en het ten gehore brengen van muziek en/of het geven van gelegenheid tot dansbeoefening, al dan niet

‐

Voorstel: ‐

incidenteel met levende muziek gecombineerd en dat in de middag, avond en de nacht geopend kan zijn, zoals een kroeg, discotheek, dancing of feestzaal; horecabedrijf categorie 2, een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van maaltijden en/of dranken voor consumptie ter plaatse (al dan niet met als nevenactiviteit het verstrekken van alcoholhoudende en alcoholvrije dranken) en dat overdag en in de avonduren geopend kan zijn, zoals een dorpscafé, restaurant, of brasserie; horecabedrijf categorie 3, een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken (al dan niet voor consumptie ter plaatse) van bereide geringe etenswaren (al dan niet met nevenactiviteit het verstrekken van veelal alcoholvrije dranken) en dat zowel overdag als in de avonduren geopend kan zijn, zoals een lunchroom, cafetaria, ijssalon of shoarmazaak; horecabedrijf categorie 4, een ondergeschikte horecafunctie die tot hoofddoel heeft het verstrekken van voor consumptie ter plaatse bereide geringe etenswaren alsmede het verstrekken van (veelal alcoholvrije) dranken, zoals een horecafunctie bij een winkel, een sportkantine, sociaal culturele instellingen en instellingen en dergelijke.

2.28 1

Exploitatie openbare inrichting Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester

2

De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon‐ of leefsituatie in de omgeving van de

3

2.28 1

Exploitatie openbare inrichting Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester

2.28 1

‐

2

In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon‐ of leefsituatie in de omgeving van de

Exploitatie openbare inrichting Ongewijzigd: Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. Voorstel: ‐

2

Ongewijzigd: In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden

openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed

openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed

aangenomen dat de woon‐ of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.

4

Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: 1. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; 2. zorginstelling; 3. museum; of 4. bedrijfskantine of ‐restaurant

3

Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum; of d. bedrijfskantine of – restaurant

3

Ongewijzigd: Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum; of d. bedrijfskantine of – restaurant.

5

De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod genoemd in het eerste lid aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Drank‐ en Horecawet, als: 1. zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en ‐handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting, of, 2. de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of 2:28, tweede lid of derde lid

4

De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Drank‐ en Horecawet, als a. zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en ‐handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting; of b. de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of 2:28, tweede lid

4

Inhoudelijk gelijk: De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod genoemd in het eerste lid aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet, als: a. Zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en ‐handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting, of, b. De inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of 2:28, tweede lid of derde lid.

6

De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid onder a

5

De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vierde lid onder a

5

Ongewijzigd: De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vierde lid onder a.

7

Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning en de vrijstelling

6

Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning en de vrijstelling

6

Ongewijzigd: Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning en de vrijstelling.

2.29 1

2

3

4

‐

7

Een vergunning wordt aangevraagd door middel van een door de burgemeester vastgesteld formulier

7

Voorstel: Een vergunning wordt aangevraagd door middel van een door de burgemeester vastgesteld formulier.

Sluitingstijd Openbare inrichtingen zijn gesloten op maandag tot en met zondag tussen 02.00 uur en 06.00 uur

2.29 1

Sluitingstijd Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben op maandag tot en met zondag tussen 04:00 uur en 06:00 uur

2.29 1

Sluitingstijd Voorstel: Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben op maandag tot en met zondag tussen 04:00 uur en 06:00 uur.

‐

2

Het is toegestaan voor openbare inrichtingen om voor bezoekers tijdens de jaarwisseling geopend te zijn tot 05.00 uur

2

Voorstel: Het is toegestaan voor openbare inrichtingen om voor bezoekers tijdens de jaarwisseling geopend te zijn tot 05.00 uur.

In afwijking van het bepaalde in lid 1 zijn horecabedrijven categorie 1 op zaterdag en zondag gesloten van 04.00 uur tot 06.00 uur, met dien verstande dat na 01.00 uur geen bezoekers meer mogen worden toegelaten. Met in 2020 een pilot voor categorie 1 horeca: Op vrijdag en zaterdag is het nu in plaats van na 01.00 uur geen bezoekers meer toelaten, het na 01.00 uur geen nieuwe bezoekers meer toelaten In afwijking van het bepaalde in lid 1 zijn horecabedrijven in categorie 4 gesloten van maandag tot en met zondag tussen 00.00 uur en 06.00 uur

‐

Voorstel: ‐

3

Het is verboden een paracommerciële inrichting voor bezoekers geopend te hebben op maandag tot en met zondag tussen 01:00 uur en 06:00 uur

3

Voorstel: Het is verboden een paracommerciële inrichting voor bezoekers geopend te hebben op maandag tot en met zondag tussen 01:00 uur en 06:00 uur.

‐

4

Het is toegestaan voor paracommerciële inrichtingen om voor bezoekers tijdens de jaarwisseling geopend te zijn tot 02.00 uur

4

Voorstel: Het is toegestaan voor paracommerciële inrichtingen om voor bezoekers tijdens de jaarwisseling geopend te zijn tot 02.00 uur.

Het is de houder van een horecabedrijf verboden het terras behorende tot zijn horecabedrijf voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven na 23.00 uur.

5

Het terras mag voor alle openbare en paracommerciële inrichtingen geopend zijn tot 01.00 uur

5

Voorstel: Het terras mag voor alle openbare en paracommerciële inrichtingen geopend zijn tot 01.00 uur.

5

Met in 2020 een pilot: Op vrijdag en zaterdag is de eindtijd 00.00 uur Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd

6

De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd

7

In afwijking van het bepaalde in lid 1 kan de burgemeester een of meer horecabedrijven, zijnde een rechtspersoon, aanwijzen die zich richt op activiteiten van sportieve aard, om bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 01.00 – 06.00 uur. Aangetoond moet worden dat dit in verband met het tijdstip waarop de competitiewedstrijden van de officiële sportbond waarbij de rechtspersoon is aangesloten worden gehouden, noodzakelijk is. Een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid zijn uitgezonderd Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid, aanhef en onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel

8

6

Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd

6

Ongewijzigd: Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd.

7

De burgemeester kan door middel van een ontheffing of vergunningvoorschrift andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijke openbare of paracommerciële inrichting

7

Inhoudelijk gelijk. Voorstel: De burgemeester kan met een ontheffing of vergunningvoorschrift andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijke inrichting of paracommerciële inrichting.

‐

Voorstel: ‐

8

Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, derde lid, aanhef en onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel

8

Ongewijzigd: Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, derde lid, aanhef en onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.

9

Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien

9

Het in dit artikel bepaalde is niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien

9

Voorstel: Het in dit artikel bepaalde is niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien.

10

Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing

10

Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing

10

Ongewijzigd: Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

2.30

Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting

2.30

Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting

2.30

Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting

1

De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen

1

De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor één of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 geldende sluitingstijden en verblijfsuren vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen

1

Inhoudelijk gelijk. Voorstel: De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor één of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 geldende sluitingstijden en verblijfsuren vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.

2

Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet

2

Het eerste lid is niet van toepassing in die situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet

2

Inhoudelijk gelijk. Voorstel: Het eerste lid is niet van toepassing in die situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.

2.30a 1

2

2.31 1

Sluiting gebouw of ruimte De burgemeester kan ter bescherming van de openbare orde of het woon‐ en leefklimaat, de sluiting bevelen van een voor publiek toegankelijk gebouw, inrichting of ruimte als daar: 1. zich gedragingen hebben voorgedaan zoals omschreven in artikel 36 van de Wet op de kansspelen; 2. door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard of verborgen zijn dan wel zijn verworven of overgedragen; 3. discriminatie heeft plaatsgevonden op grond van ras, geslacht, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook; 4. wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie aanwezig zijn waarvoor geen ontheffing, vergunning of verlof is verleend; of 5. zich andere feiten of omstandigheden hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het geopend blijven van het gebouw, de inrichting of de ruimte ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde of het woon‐ en leefklimaat Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet

Verboden gedragingen Het is verboden in een openbare inrichting: de orde te verstoren

2.31 a

‐

Voorstel: ‐

‐

Voorstel: ‐

Verboden gedragingen Het is verboden in een openbare inrichting: de orde te verstoren

2.31 1 a

Verboden gedragingen Het is verboden in een openbare inrichting: Ongewijzigd:

de orde te verstoren 2

zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid

3

op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras

2.32

Handel binnen openbare inrichtingen De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt

2.33

Het college als bevoegd bestuursorgaan Als een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van de artikelen 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan

2.34a 1

b

zich als bezoeker te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid

b

Inhoudelijk gelijk. Voorstel: Zich als bezoeker te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid.

‐

c

Voorstel: Op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras.

2.32

Handel binnen openbare inrichtingen De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt

2.32 1

Handel binnen openbare inrichtingen Ongewijzigd: De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.

2.33

Het college als bevoegd bestuursorgaan Als een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van de artikelen 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan

2.33 1

Het college als bevoegd bestuursorgaan Ongewijzigd: Als een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van de artikelen 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.

Afdeling 5. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Drank‐ en Horecawet

Afdeling 5. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Drank‐ en Horecawet

Definities De definities van artikel 1 van de Drank‐ en Horecawet zijn op deze afdeling van toepassing

‐

Afdeling 5. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet 2.34a 1

Definities Voorstel:

De definities van artikel 1 van de Alcoholwet zijn op deze afdeling van toepassing. 2

Onder wijk‐ en buurtcentra wordt verstaan: een openbaar gebouw dat als centrum dient voor het sociaal maatschappelijke en culturele leven van een buurt met plaats voor vergaderingen en voorzieningen voor activiteiten van recreatieve en educatieve aard

2.34b

Verbod alcoholhoudende drank Het is verboden anders dan om niet alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse te verstrekken in een inrichting waarin onderwijs wordt gegeven

2.34c 1

2

Schenktijden paracommerciële rechtspersonen Paracommerciële rechtspersonen verstrekken uitsluitend alcoholhoudende drank op:  maandag tot en met vrijdag na 17.00 uur tot sluitingstijd;  zaterdag na 15.00 uur tot sluitingstijd;  zondag na 13.00 uur tot sluitingstijd

In afwijking van het bepaalde in lid 1 verstrekken wijk‐ en buurtcentra uitsluitend alcoholhoudende drank op:  maandag tot en met zondag na 13.00 tot sluitingstijd

‐

2

2.34b

Verbod alcoholhoudende drank Voorstel: ‐

2.34c 1

Schenktijden paracommerciële rechtspersonen Voorstel: Paracommerciële rechtspersonen verstrekken uitsluitend alcoholhoudende drank op:  maandag tot en met vrijdag na 15.00 uur en tot sluitingstijd;  zaterdag en zondag na 12.00 uur en tot sluitingstijd.

‐

2.34a 1

Schenktijden paracommerciële rechtspersonen Paracommerciële rechtspersonen verstrekken uitsluitend alcoholhoudende drank op:  maandag tot en met zaterdag na 15.00 uur en tot sluitingstijd;  zondag na 12.00 uur en tot sluitingstijd

2

Zaterdagclubs mogen in afwijking van lid 1 op zaterdagen alcoholhoudende dranken verstrekken na 12.00 en tot sluitingstijd

Voorstel: Onder wijk‐ en buurtcentra wordt verstaan: een openbaar gebouw dat als centrum dient voor het sociaal maatschappelijke en culturele leven van een buurt met plaats voor vergaderingen en voorzieningen voor activiteiten van recreatieve en educatieve aard.

Voorstel: ‐ 2

Voorstel: In afwijking van het bepaalde in lid 1 verstrekken wijk‐ en buurtcentra uitsluitend alcoholhoudende drank op:  maandag tot en met zondag na 12.00 uur tot sluitingstijd.

3

Voorstel: In aanvulling op het bepaalde in dit artikel mogen geen alcoholhoudende drank geschonken worden, voor of tijdens wedstrijden en/of activiteiten waar jongeren tot 18 jaar bij betrokken zijn.

2.34d 1

2

Verbod sterke drank bij paracommerciële rechtspersonen Het is paracommerciële rechtspersonen verboden sterke drank te verstrekken

3

Het is paracommerciële rechtspersonen verboden sterke drank te verstrekken

2.34d 1

Verbod sterke drank bij paracommerciële rechtspersonen Ongewijzigd: Het is paracommerciële rechtspersonen verboden sterke drank te verstrekken.

In afwijking van lid 1 is het paracommerciële rechtspersonen in wijk‐ en buurtcentra niet verboden sterke drank te verstrekken

‐

2

Voorstel: In afwijking van lid 1 is het paracommerciële rechtspersonen in wijk‐ en buurtcentra niet verboden sterke drank te verstrekken.

‐

‐

3

Voorstel: In afwijking van lid 1 en 2 kan de burgemeester een ontheffing of vergunningvoorschrift vaststellen voor (individuele) paracommerciële rechtspersonen.

2.34e

Bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen Het is paracommerciële rechtspersonen verboden om bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn te houden

2.34b

Bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen Paracommerciële rechtspersonen verstrekken geen alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn wanneer dit leidt tot oneerlijke mededinging

2.34e 1

Bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen Voorstel: Paracommerciële rechtspersonen mogen bijeenkomsten van persoonlijke aard houden en bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn. Het is dan niet toegestaan alcoholhoudende drank te verstrekken, wanneer dit leidt tot oneerlijke mededinging.

2.34f 1

Schenktijden en verbod verstrekken van sterke drank Het is verboden buiten de tijden zoals opgenomen in artikel 2:34c alcoholhoudende drank te verstrekken in een inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, niet zijnde een paracommerciële inrichting, welke: 1. deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij een of meer jeugd‐ of jongerenorganisaties, of 2. deel uitmaakt van een gebouw, dat uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij één of meer sportorganisaties of –instellingen

2.34c 1

Schenktijden en verbod verstrekken van sterke drank Het is verboden buiten de tijden zoals opgenomen in artikel 2:34a alcoholhoudende drank te verstrekken in een inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, niet zijnde een paracommerciële inrichting, welke: a. deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt om onderwijs te geven aan leerlingen die merendeels de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt, of

2.34f 1

Schenktijden en verbod verstrekken van sterke drank Voorstel: Het is verboden buiten de tijden zoals opgenomen in artikel 2:34c alcoholhoudende drank te verstrekken in een inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, niet zijnde een paracommerciële inrichting, welke: a. deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruik om onderwijs te geven aan leerlingen die merendeels de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt;

b.

2

In de in het eerste lid bedoelde inrichtingen is het verboden sterke drank te verstrekken

3

De burgemeester kan met het oog op bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard voor een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf dagen ontheffing verlenen van de in het eerste lid gestelde schenktijden

2.34g

Verbod ‘happy hours’ Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die daar gewoonlijk wordt gevraagd

2

deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij een of meer jeugd‐ of jongerenorganisaties, of c. deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is als gemeentelijk wijkgebouw of buurthuis, of d. deel uitmaakt van een gebouw, dat uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij één of meer sportorganisaties of –instellingen Het is in de in het eerste lid bedoelde inrichtingen verboden sterke drank te verstrekken

b.

c.

2

‐

‐

deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij een of meer jeugd‐ of jongerenorganisaties; deel uitmaakt van een gebouw, dat uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij één of meer sportorganisaties of –instellingen.

Ongewijzigd: In de in het eerste lid bedoelde inrichtingen is het verboden sterke drank te verstrekken. Voorstel: ‐

2.34g 1

Verbod ‘happy hours’ Voorstel: Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die daar gewoonlijk wordt gevraagd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=31f00248-3483-4c6c-ac28-1321cb1bc8b9