CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 9 Aanmeldnotitie m.e.r - Jan Glijnisweg 89d te Heerhugowaard

Gemeenteraad 23 april 2024, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Jan Glijnisweg 89d Heerhugowaard1.940 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanmeldnotitie _______________________________________________________________________________________ Aan

: College van B&W van de gemeente Heerhugowaard

Van

: Mees Ruimte & Milieu namens Amigoplant B.V.

Betreft

: Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling voor de locatie Jan Glijnisweg 89 Heerhugowaard

Datum

: 6 november 2019

_______________________________________________________________________________________ Inleiding Aan de Jan Glijnisweg 89d te Heerhugowaard zijn kassen gesitueerd, deze kassen zijn in bezit van Amigo Plant. Amigo Plant heeft het voornemen om de locatie Jan Glijnisweg 89d te herontwikkelen voor woningbouw. Dit voornemen komt voort uit de geplande bedrijfsverplaatsing van de aanwezige kassen op de projectlocatie naar het glastuinbouwgebied Alton. Door gemeente Heerhugowaard is in samenwerking met provincie Noord-Holland en het Ontwikkelbedrijf Noord-Holland Noord (NHN) voor dit planvoornemen een businesscase en een stappenplan opgesteld. Om de bedrijfsverplaatsing mogelijk te maken worden de gronden herontwikkeld op basis van het concept 'Wonen in het Bos'. In totaal worden maximaal 40 (nieuwe) woningen toegestaan binnen deze herontwikkeling en worden de twee reeds aanwezige bedrijfswoningen omgezet in reguliere (burger)woningen. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken wordt daartoe een nieuw bestemmingsplan ter vaststelling aangeboden. Op dergelijke besluiten is het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) van toepassing. Deze aanmeldnotitie is de eerste stap in de procedure voor het uitvoeren van een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Aanleiding aanmeldnotitie Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. In het gewijzigde Besluit m.e.r.

is de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling opgenomen. Door het college van de gemeente Heerhugowaard dient een afzonderlijk besluit genomen te worden of een vormvrije m.e.r.-beoordeling volstaat. In voorliggende aanmeldnotitie wordt beoordeeld of sprake is van significant negatieve milieugevolgen, waardoor een m.e.r.-beoordeling of milieueffectrapportage gerechtvaardigd is. Relatie met projectplan De realisatie van maximaal 40 (nieuwe) woningen op de projectlocatie en het omzetten van de twee aanwezige bedrijfswoningen naar reguliere (burger)woningen kan worden aangemerkt als stedelijk ontwikkelingsproject, welke is vermeld in bijlage D van het Besluit m.e.r. onder D 11.2. figuur 1. Relevant onderdeel D. Activiteiten, plannen en besluiten, ten aanzien waarvan de procedure als bedoeld in de artikelen 7.16 tot en met 7.20 van de wet van toepassing is Kolom 1 Kolom 2 Kolom 3 Kolom 4 Activiteiten Gevallen Plannen Besluiten D 11.2

De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.

Mees Ruimte & Milieu | 18078.01

In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. Een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

De structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, en het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.

De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.

Pagina | 1

Een stedelijk ontwikkelingsproject is m.e.r.-beoordelingsplichtig wanneer de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Omdat er geen 2.000 of meer woningen worden gerealiseerd, is geen m.e.r.-beoordeling nodig. Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst die beneden de drempelwaarden vallen, dient de vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. De vorm van een vorm-vrije m.e.r. is niet bepaald, maar de inhoud waar een m.e.r.-beoordeling aan dient te voldoen is wel bepaald (Bijlage III van de Europese richtlijn 2011/92/EU). In de vormvrije m.e.r. dient de volgende inhoud zijn vermeld: 1. Kenmerken van de projecten. 2. Plaats van de projecten. 3. Kenmerken van het potentiële effect. Onderstaand worden deze onderdelen nader toegelicht. 1. Kenmerken van het project Voor een weloverwogen beoordeling is het van belang dat de kenmerken van het project vermeld zijn. Het plangebied is gelegen aan de Jan Glijnisweg 89d tussen de buurtschappen 'Kabel' en 'Het Kruis' te Heerhugowaard. De locatie bevindt zich in het zuidoosten van Heerhugowaard. De Jan Glijnisweg vormt een verbinding tussen de Oostdijk en de Provincialeweg N508.

Het huidige glastuinbedrijf ligt achter de Jan Glijnisweg en wordt omsloten daar het bos van het Waarderhout, een ca 63 ha groot recreatiebos, wat in eigendom en beheer is bij het Staatsbosbeheer. Het plangebied wordt als volgt begrensd:  aan de noordzijde is het bos Waarderhout gelegen  aan de oostzijde is het bos Waarderhout gelegen  aan de westzijde is naast de huidige kassen het bos Waarderhout gelegen en naast de twee bedrijfswoningen zijn een aantal vrijstaande woningen gesitueerd  aan de zuidzijde is de Jan Glijnisweg gelegen, is een vrijstaande woning gesitueerd en zijn enkele kassen op agrarisch gebied gelegen. figuur 2. Luchtfoto inzake de ligging in Heerhugowaard (Google Maps)

Mees Ruimte & Milieu | 18078.01

Pagina | 2

Omvang van het project Het planinitiatief betreft de ontwikkeling van maximaal 40 woningen in een aan te leggen bos. De woningen worden op een zodanige wijze ontworpen dat zij een geheel vormen met de bosomgeving. Parkeren vindt plaats op eigen terrein. Figuur 4 toont de voorgenomen toekomstige bestemming voor de projectlocatie. figuur 3. Voorgenomen toekomstige ontwikkeling (bron: Leeuwenkamp architecten, juni 2019)

Cumulatie met andere projecten In de directe omgeving van de projectlocatie is sprake van de aanwezigheid van het bestaande bos (Waarderhout) en de naastgelegen woningen. Aan de overzijde en langs het lint zijn nog een aantal bedrijven aanwezig. Voor zover bekend zijn er geen concrete plannen in de omgeving die gezamenlijk met dit project mogelijk tot nadelige effecten kunnen leiden. Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Voor de realisatie van het project worden reguliere natuurlijke hulpbronnen gebruikt als bouwmateriaal, zoals beton, hout, staal en grond. Een andere locatie zal niet leiden tot minder gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Bij de beoogde ontwikkeling is geen sprake van productieprocessen. Productie van afvalstoffen Er is voornamelijk sprake van huishoudelijk afval en geen sprake van bedrijfsmatig afval. Verontreiniging en hinder Wat betreft milieuhinder wordt voldaan aan de wettelijke normen dan wel maatregelen getroffen om nadelige gevolgen te voorkomen/beperken. Risico van ongevallen, vooral gelet op de gebruikte stoffen of technologieën Er is bij de beoogde ontwikkeling geen sprake van realisatie van risicovolle inrichtingen. Het aspect externe veiligheid is beschouwd in de toelichting van het bestemmingsplan. Het projectgebied ligt binnen het invloedsgebied van de in de nabijheid gelegen hogedruk aardgasleiding.

Het groepsrisico en Mees Ruimte & Milieu | 18078.01

Pagina | 3

plaatsgebonden risico zijn in ogenschouw genomen, waarbij een verantwoording van het groepsrisico heeft plaatsgevonden. 2. Plaats van het project Voor een weloverwogen beoordeling is het van belang dat, naast de locatiekenmerken, de plaats van het project nader beschouwd wordt. Bestaand grondgebruik Op de projectlocatie staan kassen ten behoeve van glastuinbouw inclusief kantoorruimte en een waterbassin. Sloop van deze opstallen is beoogd en noodzakelijk voor realisatie van de voorgenomen ontwikkeling. De kwaliteit van de bodem ter plaatse van het plangebied is onderzocht. Opnamevermogen van het natuurlijke milieu Van belang is om het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied te beschouwen. Dit hangt samen met de nabijheid tot natuurbeschermingsgebieden. Het projectgebied is niet gelegen in een Natura-2000 gebied, NNN gebied, weidevogelleefgebied of ander kwetsbaar gebied. In het kader van mogelijke stikstofdepositie is een ecologische quickscan uitgevoerd (inclusief AERIUS berekening) om inzichtelijk te maken welke effecten de voorgenomen ontwikkeling heeft op deze nabijgelegen natuurbeschermingsgebieden. De resultaten wijzen uit dat door de afstand tot de Natura2000 gebieden en de aard van het tussenliggende gebied, geen negatieve effecten van het initiatief te verwachten zijn. 3.

Kenmerken van het potentiële effect De diverse milieuaspecten die een rol kunnen spelen, worden hieronder toegelicht. Mogelijke effecten worden in ogenschouw genomen voor wat betreft het bereik, grensoverschrijdend karakter, waarschijnlijkheid, duur, frequentie en onomkeerbaarheid.  Archeologie: er is archeologisch onderzoek uitgevoerd op de projectlocatie waaruit geconcludeerd kan worden dat op de projectlocatie geen archeologische resten te verwachten zijn. Het projectgebied kan voor het aspect archeologie vrijgegeven worden.  Bedrijven en milieuzonering: er wordt met voorliggende ontwikkeling geen bedrijfsactiviteit gerealiseerd die hinder kan opleveren voor de bestaande omliggende woningen. Sterker nog, de bestaande bedrijfsactiviteit wordt hier vervangen voor woningbouw. De te realiseren woningbouw ligt daarbij op voldoende afstand tot de in de nabijheid gelegen bedrijvigheid. De herontwikkeling van het projectgebied heeft geen nadelige gevolgen voor bestaande bedrijven in de omgeving en vice versa.  Bodem: met voorliggend project worden woningen gerealiseerd en zijn geen bodembedreigende activiteiten te verwachten. Daarnaast is bodemonderzoek uitgevoerd om de kwaliteit van de bodem te onderzoeken.

Uit de resultaten van het onderzoek wordt geconcludeerd dat de grond overwegend niet tot lokaal licht verontreinigd is met de onderzochte stoffen uit het standaardpakket, aangevuld met OCB. De milieuhygiënische bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling van de locatie, de nul situatie is daarbij vastgelegd.  Ecologie: in september 2018 is een veldonderzoek naar de aanwezigheid van beschermde flora- en faunasoorten uitgevoerd. Er zijn, naast algemene soorten, geen strikt beschermde soorten aangetroffen of te verwachten. Wel is het gebied geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Er wordt geen negatief effect op het foerageergebied verwacht. Voor de aangetroffen algemeen voorkomende soorten is geen ontheffing nodig. Daarnaast is in het kader van gebiedsbescherming een stikstofberekening uitgevoerd. Hieruit kan geconcludeerd worden dat er geen stikstofdepositie in het meest dichtbijgelegen stikstofgevoelig Natura 2000-gebied te verwachten is. Zowel op het gebied van soorten- als gebiedsbescherming zijn er geen significant negatieve effecten te verwachten.  Externe veiligheid: met het voornemen worden geen inrichtingen gerealiseerd die onder het Besluit externe veiligheid (Bevi) vallen. Hiermee wordt met dit project geen significant negatief effect op de omgeving verwacht.

Zoals eerder benoemd ligt het projectgebied (voor een deel) binnen het Mees Ruimte & Milieu | 18078.01

Pagina | 4

invloedsgebied van de nabijgelegen aardgastransportleiding. In dit kader is onderzoek uitgevoerd. Geconcludeerd wordt dat de normen voor externe veiligheid zoals aangegeven in het Bevi, het Bevt en het Bevb geen belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. Het groepsrisico binnen het invloedsgebied is verantwoord vanwege de lage personendichtheid in het gebied, het feit dat het groepsrisico rekenkundig niet toeneemt en de mogelijkheden tot vluchtwegen naar een locatie buiten het invloedsgebied. Er zijn derhalve geen significant negatieve effecten te verwachten op het gebied van externe veiligheid.  Geluid: met het project worden geen activiteiten mogelijk gemaakt die kunnen leiden tot geluidhinder voor de omgeving. Daarnaast is ten behoeve van het realiseren van geluidsgevoelige objecten een onderzoek uitgevoerd naar de geluidsbelasting vanwege wegverkeer. Uit het onderzoek blijkt fat de geluidsbelasting nergens de grenswaarde van 48 dB overschrijdt. Daarnaast blijft de geluidsbelasting vanwege de ontsluitingsweg ruim onder de grenswaarde voor wegverkeerslawaai. Er is geen sprake van significante negatieve milieueffecten ten aanzien van het aspect geluid.  Luchtkwaliteit: de beoogde ontwikkeling draagt niet in betekende mate bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Tevens voldoet de luchtkwaliteit op de projectlocatie aan de vastgestelde grenswaarden.

Er is geen sprake van significant negatieve milieueffecten.  Water: er worden geen activiteiten mogelijk gemaakt met voorliggende ontwikkeling die kunnen leiden tot een verslechtering van de grondwaterkwaliteit of overige wateraspecten. Conclusie en verzoek Uit de doorlopen vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat op voorhand kan worden geconcludeerd dat met de voorgenomen ontwikkeling geen significant negatieve effecten op het milieu aan de orde zijn die een m.e.r.-beoordeling of milieueffectrapportage rechtvaardigen. Middels voorliggende aanmeldnotitie wordt het bevoegd gezag verzocht het besluit te nemen dat, gezien de kenmerken van het potentiële effect, geen nadere m.e.r.-beoordeling of milieueffectrapportage nodig is.

Mees Ruimte & Milieu | 18078.01

Pagina | 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=adc0418a-8c83-421d-adf7-9af04a3854c7