CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 bij raadsvoorstel: Financiele consequenties IHP

Gemeenteraad 12 maart 2024, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Integraal Huisvestingsplan onderwijs en Ruimte voor binnensport in Dijk en Waard1.497 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 7 Financiële consequenties IHP

1

In hoofdstuk 6 van het IHP wordt aangegeven welke uitgaven er in de periode 2024 - 2040 volgen uit de in hoofdstuk 5 genoemde maatregelen en ingrepen. In deze financiële bijlage worden de uitgaven geaggregeerd en vertaald naar de consequenties voor de gemeentefinanciën. Uitgaven Het IHP leidt in totaal tot de volgende uitgaven voor onderwijshuisvesting en accommodaties bewegingsonderwijs: Tabel 1. Uitgaven Periode 2024 tot 2027 2028 en verder Totaal

onderwijs € 53.170.000 € 23.180.000 € 76.300.000

bewegingsonderwijs € 12.300.000 € 20.050.000 € 32.400.000

totaal € 65.470.000 € 43.230.000 € 108.700.000

Al opgenomen in € 18.200.000 begroting 2024 Nog te dekken € 90.500.000 uitgaven De investeringen betreffen prijspeil 2023, dus zonder indexering naar jaar van uitvoering; Het IHP geeft een overzicht van de investeringen vanaf het jaar 2024. Voor een deel van de hierboven weergegeven investeringen (het meerjaren investeringsprogramma 2024 (MIP) is de dekking al opgenomen in de begroting 2024. Het gaat om een totaalbedrag aan investeringen van € 18.200.000,-. Daarmee resteert een bedrag aan investeringen dat nog niet is afgedekt van € 90.500.000,-.

Deze uitgaven bestaan uit de volgende onderdelen: a. De hoofdmoot wordt gevormd door de ingrepen die voortvloeien uit de analyses op gebiedsniveau, die leiden tot de maatregelen en ingrepen in onderwijs- en sportaccommodaties die op bladzijde 3 van dit voorstel zijn gepresenteerd. b. De kosten van tijdelijke huisvesting, sloop en bouwrijp maken bij projecten waarbij op dezelfde locatie nieuwbouw wordt gepleegd. c. In het visiedocument is de ambitie vastgelegd om ervaring op te doen met circulair bouwen. Twee pilotprojecten moeten informatie opleveren hoe circulariteit werkt en hoe ver we hier mee kunnen gaan. d. Eveneens in de visie is de ambitie uitgesproken om te komen tot een groene, gezonde en duurzame schoolomgeving. Met twee pilotprojecten willen we ervaring opdoen met het vergroenen van schoolpleinen en de kosten die dat met zich meebrengt in aanleg en onderhoud. e. Bij nieuwbouw van zowel de onderwijs- als de sportaccommodaties is de ambitie om energieneutrale gebouwen (ENG) te realiseren. Bij schoolgebouwen gaan we in de kostenverdeling er vanuit dat de gemeente de kosten draagt voor het niveau bijna energieneutraal (BENG) en het schoolbestuur de meerkosten voor ENG betaalt, omdat het deze kosten terugverdient in de exploitatie. Bij de sportaccommodaties is de investering op ENG-niveau geheel voor rekening van de gemeente.

Met de genoemde investeringsbedragen realiseren we dus energie-neutrale gebouwen. Wat zit er niet in de getoonde investeringen? 2

a. De verduurzaming van de bestaande voorraad vereist per locatie een uitvoeringsplan van maatregelen om van gas af te komen en energieneutraal te worden op een natuurlijk moment in de onderhoudscyclus van de accommodatie. Bovendien kan mogelijk worden aangehaakt bij (toekomstige) subsidieregelingen. Om die reden is het niet mogelijk op dit moment een berekening te maken van de totale kosten van deze verduurzamingsslag. Samen met de schoolbesturen kiezen we voor dit traject voor de systematiek bij de SUVIS-projecten (specifieke uitkering ventilatie in scholen). Daarin worden de kosten gedekt uit het gemeentelijk fonds duurzame schoolgebouwen. Op basis van een 20-jarige businesscase worden gekeken welk terugverdieneffect optreedt door exploitatievoordeel. Dat voordeel stort het schoolbestuur terug in het (revolverend) fonds. Pas bij het ontstaan van concrete plannen op dit punt kan bekeken worden in hoeverre het bestaande fonds duurzame schoolgebouwen nog toereikend is om de investeringen uit te dekken. b. Zoals eerder aangegeven zijn er nog enige p.m. posten in de financiële paragraaf van het IHP opgenomen, zoals de kosten voor uitbreiding huisvesting voortgezet onderwijs. Daarnaast kunnen de uitkomsten van de huisvestingsonderzoeken leiden tot vervolginvesteringen. De komende periode zullen deze p.m.

posten verder worden uitgewerkt en inzichtelijk gemaakt en ingebracht worden in de budgetcyclus-momenten die zich dan aandienen. c. Ruimte voor binnensport. Een gedetailleerd financieel plan, inclusief kosten voor nieuwbouw sporthal of investeringen in de bestaande binnensportaccommodaties aanvullend op de uit het IHP resulterende investeringen kan in deze fase nog niet worden geleverd. Hieraan wordt de komende periode gewerkt en zodra gereed aan de gemeenteraad aangeboden. d. In het investeringsoverzicht zijn de kosten voor kinderopvang niet opgenomen. Bij het realiseren van een IKC heeft het de voorkeur (zie visiedocument) dat de gemeente investeert in het kinderopvangdeel en dat vervolgens tegen marktconform tarief (minimaal kostendekkend) verhuurt aan de kinderopvangorganisatie. Deze investeringen hebben daarmee geen effect op de begroting. Per project wordt inzichtelijk gemaakt hoeveel kinderopvangruimten er nodig zijn en welke investering hiermee gemoeid is. Vervolgens wordt dit bij de kredietaanvraag meegenomen. Van investeringen naar lasten De genoemde nog te dekken uitgaven van € 90.500.000,- kunnen worden onderverdeel in: a. Investeringen waar op wordt afgeschreven en dus kapitaalslasten met zich mee brengen: - voor de gehele periode van het IHP een bedrag van € 88.570.000,-. -

Voor alleen fase 1 (2024-2027) een bedrag van € 45.340.000,-

b. Eenmalige lasten, totaal € 250.000,-; c. Lasten tijdelijke huisvesting en bouwrijp maken, totaal € 1.680.000,-. Ad a) Structurele lasten De onder a) genoemde investeringen hebben (vertaald in kapitaalslasten) invloed op de meerjarenbegroting. In onderstaande tabel is de vertaling van de uitgaven naar de verzwaring voor de begroting voor de komende jaren weergegeven in 2 varianten. Daarbij is rekening gehouden met het feit dat de lasten van een deel van de investeringen al zijn opgenomen in de meerjarenbegroting 2024 e.v.. Tabel 2. Verzwaring voor de begroting jaartal 2025 2026 2027 Fase 1 100 - 264* 571 (2024 t/m 2027) 3

2028 1073

2030 1.518

2032 1.518

2034 1.518

2036 1.518

2038 1.518

2040 1.518

Fase 1 en 2 100 -264 571 1.073 1.910 2.645 2.645 2.645 2.962 2.962 (20242040) *Het negatieve effect voor 2026 wordt veroorzaakt door het 2 jaar naar achter schuiven van een aantal in het MIP 2024 opgenomen investeringen. Daarmee ontstaat een voordeel voor het begrotingsjaar 2026. Het college kiest ervoor om alleen de effecten van de investeringen fase 1 mee te nemen in de kadernota en de begroting 2025 en voor de dekking van de investeringen in fase 2 later met een voorstel te komen. Tegenover de lasten van de investeringen in onderwijshuisvesting staan bij groei van de gemeente extra inkomsten voor verschillende maatstaven in de Algemene Uitkering gemeentefonds. Voor de maatstaf inwoners leveren 1000 inwoners bijvoorbeeld € 526.000,- op. Voor de maatstaf 0-18 jarigen leveren 1000 kinderen € 792.000,- op. De kapitaalslasten betreffen alleen de afschrijving. Hierop is onderstaande toelichting op zijn plaats: Toerekenen rente Bij het activeren van kapitaaluitgaven (investeringen) moeten de kapitaallasten worden geraamd op het taakveld waar de investering betrekking op heeft (BBV). De kapitaallasten bestaan uit twee componenten: afschrijvingslasten en doorberekende rente. Voor het begrotingsresultaat vormen alleen de afschrijvingslasten een budgettair effect.

De toegerekende rente bij een investering vormt geen nadeel voor het begrotingsresultaat omdat de gemeente Dijk en Waard uitgaat van het rente-omslagstelsel. Hierbij worden de geraamde rentelasten op het taakveld 0.5 Treasury verdeeld naar de taakvelden waar de investeringen betrekking op hebben door middel van het rente-omslagpercentage. Alleen in het geval er nieuwe leningen worden aangetrokken leiden de hogere geraamde rentelasten tot een nadeel voor het begrotingsresultaat. Ad b) Eenmalige lasten De investeringen zonder afschrijving maar met eenmalige lasten betreffen: 1. de in 2024 uit te voeren huisvestingsonderzoeken (€ 150.000). Deze lasten worden meegenomen bij de Voorjaarsrapportage 2024. 2. de in 2025 uit te voeren pilots groene schoolpleinen (€ 100.000). Deze zijn in tabel 2 verwerkt in het jaar 2025. Ad c) Kosten tijdelijke huisvesting en bouwrijp maken Indien we bij projecten vervangende nieuwbouw of vernieuwbouw van bestaande scholen op de bestaande locatie gaan bouwen krijgen we te maken met de kosten van tijdelijke huisvesting en bouwrijp maken. ICS hanteert in het IHP op basis van kengetallen een opslag op de gezamenlijke investeringen van 10% om deze kosten te kunnen dekken. Dat komt goed overeen met onze eigen kengetallen. Voor de projecten in fase 1 kunnen we vrij goed inschatten of dezelfde locatie wordt gebruikt voor de nieuw- of verbouw.

Voor de verder weggelegen projecten uit fase 2 is dat lastiger in te schatten. Daar is veelal eerst een locatieonderzoek voor nodig. De kosten voor tijdelijke huisvesting en bouwrijp maken in fase 1 worden ingeschat op € 1.680.000,-. Op de kosten voor tijdelijke huisvesting en bouwrijp maken schrijven we niet af, maar deze brengen we direct ten laste van de exploitatie. De beste manier om deze lasten uit te dekken is een bestemmingsreserve. Om niet onnodig nieuwe reserves te creëren benutten we hiervoor de reserve huisvesting primair onderwijs. Omdat we voorstellen om de reserve huisvesting primair te vullen met de opbrengst van 4

vrijvallende onderwijslocaties en niet-begrootte huurinkomsten (beslispunt 8) verwachten we dat een eenmalige dotatie vanuit de algemene reserve aan de reserve huisvesting primair onderwijs van € 1,4 miljoen voorlopig voldoende is. Uiteraard is het zaak om de komende jaren te monitoren hoeveel kosten tijdelijke huisvesting er zullen zijn en of de reserve daarvoor nog voldoende dekking biedt.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=9f171c91-c304-4c48-980b-ab6898f9d33f