Bijlage 6 Stikstofberekening - Jan Glijnisweg 89d te Heerhugowaard
Tekst van het document
Glijnisweg 89d te Heerhugowaard
Stikstofberekening in het kader van de Wet natuurbescherming
G&G-advies AE2024-016
NO2
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
Glijnisweg 89d te Heerhugowaard Stikstofberekening in het kader van de Wet natuurbescherming
R. de Beer S.C. Wytema
2024
Opdrachtgever Amigo Plant B.V.
G&G-advies AE2024-016
Datum Versie
4 november 2019 V1
1 maart 2021 V1.1
15 april 2022 V2
Bovendijk 35-G
Hazenkoog 35-A
2295 RV Kwintsheul
1822 BS Alkmaar
www.vandergoesengroot.nl
5 maart 2024 V3
Glijnisweg 89d te Heerhugowaard
3
Inhoudsopgave 1
Inleiding
4
2
Methode
5
2.1
3
4
Berekening en uitgangspunten................................................................................ 5
Aanlegfase
6
3.1
Verkeersaantrekking ................................................................................................ 7
3.2
Inzet mobiele werktuigen ........................................................................................ 6
Gebruikfase
9
4.1
Verkeersaantrekking ................................................................................................ 9
4.2
Berekening ............................................................................................................... 9
5
Conclusie effectbeoordeling stikstof
9
6
Literatuur
12
7
Bijlagen
13
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2024-016
Glijnisweg 89d te Heerhugowaard
1
Inleiding Er bestaan plannen aan de Jan Glijnisweg 89d in Heerhugowaard een terrein te herontwikkelen. Het is hiervoor nodig een berekening uit te voeren om de gegenereerde stikstofuitstoot/depositie van dit project te bepalen. De te realiseren bebouwing wordt zonder gasaansluiting aangelegd, maar er is wel sprake van extra verkeer en de inzet van mobiele werktuigen door de herinrichting. Alle verbrandingsprocessen waarbij fossiele brandstoffen en hitte zijn betrokken, leveren door oxidatie van vrije stikstof uit de lucht de gebonden stikstofoxiden nitriet (NO2) en/of nitraat (NO3). Tevens komt soms ammoniak (NH3) vrij. De gebonden stikstofmoleculen worden na verbranding luchtzijdig verspreid en slaan na verloop van tijd neer. De gebonden moleculen werken na het neerslaan vervolgens bodemverrijkend en/of verzurend. Nederland heeft zich door ondertekening van de Europese Habitatrichtlijn verplicht bepaalde vegetaties te beschermen binnen het gebiedennetwerk van de Natura 2000-gebieden. Deze vegetaties zijn in een aantal gevallen gevoelig voor bodemverrijking en/of verzuring en de neerslag van de gebonden stikstofmoleculen kunnen een bedreiging zijn voor het voortbestaan van deze vegetaties, zeker als de kritische (=maximale) depositiewaarde (KDW) op deze vegetaties reeds is bereikt.
Impressie van het niet definitieve planontwerp van de Glijnisweg.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2024-016
Glijnisweg 89d te Heerhugowaard
2
Methode Om depositie van het project te berekenen wordt de meest recente versie van de rekentool ‘Aerius’ (AERIUS 2023.1, 2023) gebruikt. Vanwege een uitspraak van de Raad van State d.d. 29 mei 2019 kan niet meer gebruik gemaakt worden van automatische vergunningverlening op grond van de voorheen geldende drempelwaardes. Aangetoond moet worden dat geen significant negatieve gevolgen mogelijk kunnen zijn op Natura 2000-gebieden. In de berekening wordt de projectbijdrage door Aerius Calculator op concrete rekenpunten exact berekend, waarbij ook habitattypen, vegetaties of Natura 2000-gebieden op meer dan 3 km afstand betrokken worden. De depositie op de meest nabijgelegen ‘stikstofgevoelige habitattypen’ (zoals gedefinieerd in Aerius) wordt doorgerekend om te onderzoeken of deze hoger is dan 0,00. Als de projectbijdrage hoger is dan een berekende 0,00 mol/ha/jaar zijn mogelijk gevolgen te verwachten. Het rekenresultaat van 0,00 mol/ha/jaar betekent een maximale stikstofdepositie op het meest dichtbij gelegen stikstofgevoelige habitattype in Natura 2000gebieden die lager is dan 0,005 mol/ha/jaar. Dit komt omdat Aerius vanaf 0,005 mol/ha/jaar de depositie naar boven afrondt tot een projectbijdrage van 0,01 mol/ha/jaar.
2.1
Berekening en uitgangspunten Bij de berekening van stikstofemissie zijn twee fases te onderscheiden, de aanlegfase (bouw) en de gebruikfase (gebruik ontwikkelde gebied na afloop van de aanlegfase inclusief aantrekking verkeer e.d.). De situatie met de grootste stikstofemissie/depositie is uiteindelijk bepalend voor de gevolgen voor de Natura 2000gebieden. Aanleg en gebruik komen niet naast elkaar voor. In deze berekening zullen beide fases berekend worden. De situatie met de hoogste projectbijdrage is bepalend voor de te verwachten gevolgen op Natura 2000-gebieden. Voor de berekening zijn de effecten ingeschat op de meest dichtbij zijnde stikstofgevoelige habitattypen. Het betreft diverse aangewezen (en in rekentool Aerius aangegeven) habitattypen in het Noord Hollands Duinreservaat, de Schoorlse Duinen en de Eilandspolder.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2024-016
Glijnisweg 89d te Heerhugowaard
3
Aanlegfase De stikstofemissies tijdens de aanlegfase zijn toe te wijzen aan twee bronnen. Het betreft verkeersaantrekkende werking en het gebruik van mobiele werktuigen op de bouwsite. De aanlegfase zal ongeveer één jaar in beslag nemen. Omdat de precieze uitvoer van de plannen niet bekend is, is gedeeltelijk gerekend met zogenaamde ‘worst-case’ aannames. Per 01 juli 2021 is de wet Stikstofreductie en Natuurverbetering ingegaan, waarmee de aanlegfase niet langer vergunningplichtig is. In dit hoofdstuk wordt kort beschreven waaruit de stikstofuitstoot tijdens een aanlegfase bestaat. Uit de projectgegevens blijkt dat de emissie van de aanlegfase tijdelijk en klein is.
3.1
Inzet mobiele werktuigen De belangrijkste werkzaamheden waarbij stikstof vrijkomt, betreffen vlakken van de vrijgekomen gronden, graven van sleuven voor bijvoorbeeld kabels en leidingen, heien, hijswerk t.a.v. prefab constructiedelen, productie/aanvoer van beton op locatie t.b.v. vloeren en fundering. Voor het gebruik van mobiele werktuigen zijn de machines en draaiuren genomen die zijn vermeld in 0. Er wordt (indien beschikbaar) uitgegaan van de inzet van materieel van stageklasse IV of hoger. Er is een extra bron met vermogen van 100 kW (vergelijkbaar met een grote graafmachine) opgenomen voor onvoorziene werkzaamheden en voor divers overig klein materieel, welke 320 uur onafgebroken draait. Tabel 1: Geschatte materiaalinzet in de aanlegfase op basis van directe invoer van
Van der Goes en Groot
Vermogenscategorie Aerius (kw)
Gem. belasting %
Dieselverbruik (l/u)
Verbruik AdBlue (%/Diesel (l))
Totaal Diesel (l)
IV IV IV IV IV IV IV
200 75 75 240 30 130 100
75-560 75-560 75-560 75-560 <56 75-560 75-560
38 21,2 38 8,8 38 8,8 38 25,33 35 4,36 38 15 100 27,17
0,06 0,06 0,06 0,06 0,06 0,06
1696 80 102 704 80 43 352 40 22 3040 120 183 349 80 0 4800 320 288 1087 320 66
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AdBlue liters
Vermogen (kw)
2015 2015 2015 2015 2015 2015 2015
Draaitijd totaal aantal uren
Stageklasse
Betonstorter Laadschop/Shovel Tractor + kipper Heistelling Sleuvenfrezer Mobiele torenkraan Divers/onvoorzien
Stagejaar
bouwjaar in Aerius of met stageklasse (LIGTERINK ET AL, 2021).
AE2024-016
Glijnisweg 89d te Heerhugowaard
De mobiele emissiebronnen zijn in Aerius apart ingevoerd. Niet te kiezen bronnen zijn binnen Aerius ingegeven als ‘anders’ met factoren zoals aangegeven in 0. De totale bijdrage van de mobiele werktuigen tijdens de aanlegfase is hierdoor 73,7 kg NOx/jaar en 2,8 kg NH3/jaar.
3.2
Verkeersaantrekking De verkeersaantrekkende werking van de aanlegfase bestaat uit transport van materialen (aanvoer van materialen en afvoer van puin), werktuigen en personen (bouwvakkers). Het verkeer bij dit project zou worden gemodelleerd tot het eerste knooppunt en/of aansluiting op de doorgaande weg, in dit geval de aansluiting op de Oosttangent. Buiten deze wegen wordt het verkeer geacht te zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld, omdat het verkeer zich in snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg kan bevinden. De verkeersaantrekkende werking is zo accuraat mogelijk ingeschat. Bij de berekening wordt rekening gehouden met een (generiek) filepercentage van 8%. Dit resulteert in: Transport personeel: 10 retour ritten met licht verkeer per dag wordt gemodelleerd als 20 ritten per dag, omdat zowel aankomst als vertrek wordt meegerekend. Over een jaar (met 250 werkdagen) resulteert dit in 5000 verkeersbewegingen aan licht verkeer. Aanvoer bouwmaterieel en bouwmaterialen is in het jaar variabel, omdat het afhankelijk van het werktuig kan blijven staan op de bouwplaats. In totaal wordt hierdoor gemodelleerd met 174 verkeersbewegingen met zwaar verkeer. De totale bijdrage van het verkeer tijdens de aanlegfase is hierdoor 3 kg NOx/jaar en 91,9 g NH3/jaar.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2024-016
Glijnisweg 89d te Heerhugowaard
3.3
Berekening Aanlegfase De totale bijdrage van de aanlegfase (inzet mobiele werktuigen en verkeersaantrekking) komt uit op 76,7 kg NOx/jaar en 2,9 kg NH3/jaar. De uitkomst van de berekeningen (rekenscherm) is opgenomen in Bijlage 1. Separaat worden PDF bestanden opgeleverd als onderlegging van de berekening. Uit de berekeningen blijkt dat de projectbijdrage van de aanlegfase van het initiatief op Natura 2000-gebieden 0,00 mol/ha/jaar is. Deze bijdrage wordt als verwaarloosbaar beschouwd.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2024-016
Glijnisweg 89d te Heerhugowaard
4
Gebruikfase Er wordt bij de berekening met betrekking tot gebruik uitgegaan van 40 vrijstaande woningen. De bebouwing wordt gasloos en zonder andere stookinstallaties aangelegd, zodat hier van emissie geen sprake is en alleen de bijdrage van de verkeersaantrekkende werking wordt berekend.
4.1
Verkeersaantrekking Bij de bepaling van het aantal verkeersbewegingen per vrijstaande woning per dag is bij het project uitgegaan van koop vrijstaand, ligging ‘weinig stedelijk’, ‘rest bebouwde kom’ en ‘maximale verkeersgeneratie’ (CROW 2018). Dit resulteert in: 40 * 8,6 = 344 vervoersbewegingen per dag. Het betreft zowel heen- als terugreizend verkeer. Gezien het gebruik van de woningen wordt dit verkeer in de ‘lichte verkeerscategorie’ gemodelleerd. Het verkeer is gemodelleerd tot het eerste knooppunt/aansluiting op de doorgaande weg, in dit geval de aansluiting op de Oosttangent . Deze modellering is in lijn met een algemeen criterium voor verkeer aantrekkende werking van wegverkeer dat de gevolgen voor het milieu van dit verkeer niet meer aan het nieuwe project kunnen worden toegerekend wanneer geacht kan worden dat dit verkeer is opgenomen in het “heersende verkeersbeeld”. De totale bijdrage van het verkeer tijdens de gebruikfase is hierdoor 61,1 kg NOx/jaar en 2,6 kg NH3/jaar.
4.2
Berekening De totale bijdrage van de gebruikfase (gebruik bebouwing en verkeersaantrekking) betreft 61,1 kg NOx/jaar en 2,6 kg NH3/jaar. De uitkomst van de berekeningen is opgenomen in Bijlage 2. Separaat worden PDF bestanden opgeleverd als onderlegging van de berekening.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2024-016
Glijnisweg 89d te Heerhugowaard
5
Soort- en overige gebiedsbeschermende natuurwetgeving In de voorgaande hoofdstukken is beschreven in hoeverre er sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. De Omgevingswet (Ow) kent tevens soort- en gebiedsbeschermende wet- en regelgeving. Naast bepalingen uit de WO kunnen gebieden ook beschermd zijn onder de Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) als onderdeel van het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (voorheen Ecologische hoofdstructuur, EHS) of als Provinciaal aangewezen ‘Bijzonder Provinciaal Landschap’, ‘Weidevogelleefgebied’ of ‘Belangrijk weidevogelgebied’. In een separate rapportage (VAN DER MEER, 2021) zijn, naast de soortbescherming ter plaatse, ook de overige onderdelen van de gebiedsbescherming binnen de Omgevingswet beoordeeld. Zie deze rapportage voor de conclusies aangaande gebiedsbescherming.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2024-016
Glijnisweg 89d te Heerhugowaard
6
Conclusie effectbeoordeling stikstof De maximale projectbijdrage van de aanleg en gebruik van de planlocatie is 0,00 mol/ha/jaar op Natura 2000-gebieden. De stikstofdepositie die bij realisatie van de plannen veroorzaakt zal worden, vormt een zodanig gering percentage van de kritische depositiewaarden van de voorkomende stikstofgevoelige habitattypen dat er ecologisch gezien geen zichtbare of meetbare effecten zullen optreden. Er is dus geen sprake van significante gevolgen waardoor de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden in gevaar zouden kunnen komen. Gezien de geplande werkzaamheden betreft de hoogste bijdrage van het project de tijdelijke inzet van mobiele werktuigen. Bij de berekening van de aanlegfase is rekening gehouden met een specifieke inzet van mobiele werktuigen en bijbehorende draaiuren. Indien hier (significant) van wordt afgeweken is de berekening niet meer representatief voor het te verwachten effect op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. In de gerealiseerde bebouwing wordt door het afzien van stookinstallaties in de bebouwing (vrijwel) geen stikstof meer geëmitteerd. De transitie van oude bebouwing met zekere uitstoot van stikstof naar de beoogde bebouwing in dit project draagt daarmee bij aan een daling van stikstof emissie. De Aeriusberekening ten tijde van het toetsingsmoment is bepalend.
Het toetsingsmoment in Aerius voor een bedrijfswijziging is het moment van realisatie van de bedrijfswijziging. Effecten van een latere wijziging in Aerius hebben hier geen effect op. Voor opdrachtgevers is het van belang om de Aeriusberekening te bewaren. Conclusies omtrent soortbescherming of overige gebiedsbeschermende natuurwetgeving zijn omschreven in een gelijktijdig uitgevoerde quickscan (VAN DER MEER, 2021).
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2024-016
Glijnisweg 89d te Heerhugowaard
7
Literatuur AERIUS CALCULATOR 2023.1. https://calculator.aerius.nl/calculator/ AERIUS, 2018. Emissiewaarden_aerius_def_versie_5_juli_2018. https://www.aerius.nl/nl/factsheets/ruimtelijke-plannenemissiefactoren/05-07-2018 BIJ12, 2023. Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2023. https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/2023/10/Instructiegegevensinvoer-voor-AERIUS-Calculator-2023.pdf BIJ12, 2023. Handboek: Werken met Aerius Calculator 2023. https://www.aerius.nl/files/media/publicaties/documenten/han dboek_aerius_calculator_2023.pdf BIJ12, 2023. Handreiking Voortoets Stikstof. https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/2021/03/BIJ12Handreiking-Voortoets-Stikstof-%E2%80%93-Februari-2021.pdf, COMPENDIUM VOOR DE LEEFOMGEVING. Vermestende depositie, 19902016. https://www.clo.nl/indicatoren/nl018916-vermestendedepositie CROW, 2018. Toekomstigbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen. CROW, Ede KADASTER, 2023. Basisregistratie adressen & gebouwen. https://bagviewer.kadaster.nl LIGTERINK, N.E. ET AL, 2021. TNO-rapport 2021 R12305. AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen. TNO, Den Haag RAAD VAN STATE, 2021. Zaaknummer 201907146/1/R2. Intern salderen niet vergunningplichtig.https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendoc ument?id=ECLI:NL:RVS:2021:71 RIJKSOVERHEID, 2019.
Beleidsregels stikstofaanpak 10 december 2019: https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2019/12/04 RIJKSOVERHEID, 2021. Wet van 10 maart 2021 tot wijziging van de Wet natuurbescherming en de Omgevingswet (stikstofreductie en natuurverbetering). https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2021-140.html SIPMA, J., M.D.A. RIETBEEK, 2016. Ontwikkeling energiekengetallen utiliteitsgebouwen. ECN-E--15-068, ECN, Putten. VAN DOBBEN, H.F., R. BOBBINK, D. BAL EN A. VAN HINSBERG, 2012. Overzicht van kritische depositiewaarden voor stikstof, toegepast op habitattypen en leefgebieden van Natura 2000. Alterra rapport 2397, Alterra, Wageningen
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2024-016
Glijnisweg 89d te Heerhugowaard
8
Bijlagen
Bijlage 1 Bijlage 2
Berekening aanlegfase Berekening gebruiksfase
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2024-016
Glijnisweg 89d te Heerhugowaard
Bijlage 1 Berekening aanlegfase
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2024-016
Glijnisweg 89d te Heerhugowaard
Bijlage 2 Berekening gebruiksfase
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2024-016
Glijnisweg 89d te Heerhugowaard
Bijlage 3 Huidige natuurwetgeving Bijlage 3.1 Omgevingswet (Ow) De Omgevingswet (Ow) is het nationale wettelijke kader waarin on der andere de Wet natuurbescherming (Wnb) is opgenomen. In de Wnb waren reeds de eerdere Flora- en faunawet, Natuurbeschermingswet en de Boswet opgenomen. De overgang van de Wnb naar de Ow verloopt beleidsneutraal. Ten opzichte van de Wnb verandert er daarom weinig voor de soortbescherming. De Ow bundelt alle wetten die gaan over regels met betrekking tot activiteiten in de fysieke leefomgeving, zoals bouw, infrastructuur, natuur, milieu, lucht, water, bodem en cultureel erfgoed. In de Ow is zowel de soortbescherming van wilde flora en fauna geregeld als de gebiedsbescherming, die veelal voortkomt uit bepalingen van de Europese Habitatrichtlijn (HRL) en Vogelrichtlijn (VRL). De basisregels zoals de doelen van de wet, de algemene zorgplicht, regels van zogenaamde kerninstrumenten, vergunningplicht, verantwoordelijkheden en taken van bevoegde gezagen, bevoegdheidsverdeling en overige instructieregels, staan allemaal in de Ow. De doelstellingen van de Ow baseren zich op de erkenning van de intrinsieke waarde van de natuur. Vanwege deze intrinsieke waarde is de wet gericht op het in stand houden en bereiken van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving en een hoge omgevingskwaliteit.
Een andere doelstelling van de Ow is het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. De provincies zijn, op enkele uitzonderingen na, het bevoegd gezag van de wet. De provincies organiseren de vergunningsverlening en handhaving. Het stelsel Ow bestaat uit een algemene wettekst (de Ow zelf) dat per procesonderdeel nader is uitgewerkt in Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s), zogenaamde uitvoeringswetten, en de Omgevingsregeling. Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) In het stelsel Ow staat de regelgeving uitgewerkt in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s). Deze zijn: Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); hierin staan de algemene regels voor Natura 2000- en flora- en fauna-activiteiten waaronder de vergunningplicht (voor overheden en initiatiefnemers) en de regels voor de aanwijzing van vergunningsvrije gevallen en mogelijkheden voor maatwerk.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2024-016
Glijnisweg 89d te Heerhugowaard Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl); hierin staat de uitwerking van algemene regels voor bouwwerken die rechtstreeks werken, eveneens voor initiatiefnemers en overheden. Het Bbl is de vervanger van het Bouwbesluit. Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat de uitwerking van normen en instructieregels voor bestuursorganen, waaronder de kaders voor vergunningverlening, zoals beoordelingsregels. Omgevingsbesluit (Ob); hierin staan regels voor initiatiefnemers en bestuursorganen, onder meer met betrekking tot bevoegdheden, totstandkomingsprocedures en handhavingsbepalingen. De Omgevingsregeling (Or) bestaat naast de AMvB’s voor de uitwerking van de administratieve en technische regels. Het invoeringsbesluit regelt het overgangsrecht, wijzigingen in bestaande besluiten en aanpassingen van de AMvB’s. Bijlage 3.1.1 Zorgplicht Algemene zorgplicht De algemene zorgplicht in de Ow is een brede zorgplicht en geldt voor de gehele fysieke leefomgeving (afdeling 1.3 Ow & art. 1.6 en 1.7).
‘Een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn activiteit of het nalaten ervan nadelige gevolgen kan hebben voor de fysieke leefomgeving, is verplicht om deze gevolgen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken dan wel de activiteit achterwege te laten.’ De algemene zorgplicht is in principe altijd van toepassing, tenzij een specifieke zorgplicht (art. 1.8 Ow en art. 11.6 Bal) is opgenomen voor een bepaalde activiteit in de Ow. Specifieke zorgplicht flora en fauna De specifieke zorgplicht staat uitgewerkt in het Bal (art. 11.6) en onder diverse artikelen in het Bbl. De specifieke zorgplicht kent een andere reikwijdte dan de algemene zorgplicht. Alle activiteiten die door het verrichten, of juist nalaten hiervan, negatieve gevolgen kunnen hebben op de fysieke leefomgeving zijn verboden volgens de Ow (art. 1.7a, zie ook art. 11.27 Bal). De activiteiten waar het hier over gaat zijn nader begrensd, ook ter uitvoering van de richtlijn milieustrafrecht (art. 1.3 Ob). Hierin staat onder andere het verbod op het in lucht, bodem of water brengen van trillingen, geluid, stoffen of warmte die gevolgen voor natuur of landschappen kunnen hebben. Ook staat hierin het verbod om beschermde natuur of landschappen te verwaarlozen met aanzienlijke gevolgen.
De specifieke zorgplicht is van toepassing wanneer er aanwijzingen zijn voor de aanwezigheid van specifieke soorten, welke van nature in Nederland voorkomen, die kwetsbaar of bedreigd zijn en vallen onder de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, nationaal beschermde soorten en soorten die opgenomen zijn op de (nationale) Rode lijsten. Ook natuurlijke habitats of belangrijke leefgebieden van deze soorten vallen onder de specifieke zorgplicht.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2024-016
Glijnisweg 89d te Heerhugowaard
Als deze aanwijzingen er zijn, moet worden vastgesteld of op voorhand op grond van objectieve gegevens nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten voor deze soorten, hun nesten, hun foerageerplaatsen, hun voortplantingsplaatsen, hun rust- of groeiplaatsen en hun eieren. Zijn nadelige gevolgen niet uit te sluiten, dan wordt gevraagd om na te gaan welke nadelige gevolgen kunnen optreden en passende preventieve maatregelen te nemen, de activiteit te staken, of, als dat niet kan, passende herstelmaatregelen te nemen. Mochten de zorgplichtbepalingen niet helder genoeg zijn, dan staat het aan bevoegd gezag vrij om middels maatwerkregels (art. 11.29 Bal) of maatwerkvoorschriften (art. 11.31 Bal) deze te verduidelijken. Bijvoorbeeld door het opnemen van regels in een provinciale Omgevingsverordening of het stellen van een maatwerkvoorschrift of vergunningsvoorschrift.
Bijlage 3.2 Soortbescherming Onder de Ow geldt een algemeen verbod om zonder omgevingsvergunning bepaalde activiteiten te mogen verrichten (§ 5.1.1 Ow), waaronder een flora- en fauna-activiteit, tenzij anders geregeld in een omgevingsplan, waterschapsverordening, omgevingsverordening of ministeriële regeling. Bijlage 3.2.1 Categorieën soortbescherming Onder de Ow worden bepaalde planten en dieren beschermd. Er zijn vier categorieën met beschermde soorten. Twee categorieën bevatten de soorten die Europees zijn beschermd onder de Habitatrichtlijn (Hrl) en soorten genoemd in de Vogelrichtlijn (Vrl). Naast deze Europees beschermde soorten is een extra categorie soorten toegevoegd, de ‘andere soorten’. Deze soorten zijn op nationaal niveau beschermd. Per provincie geldt daarnaast een vierde categorie, de ‘vrijgestelde soorten’ (art. 3.11). Alleen soorten uit de derde categorie kunnen worden vrijgesteld. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van vergunningsplicht bij schadelijke handelingen (zie Bijlage 3.2.2), bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2024-016
Glijnisweg 89d te Heerhugowaard
Bijlage 3.2.2 Schadelijke handelingen De Ow bepaalt dat de volgende zaken verboden zijn (zie art. 3.1, 3.5 en 3.10): Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende dieren genoemd in de Habitatrichtlijn, vogels genoemd in de Vogelrichtlijn en aangewezen ‘andere soorten’ opzettelijk te doden of te vangen.¹ Het is verboden dieren genoemd in de Habitatrichtlijn opzettelijk te verstoren. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van hierboven genoemde soorten te vernielen of te beschadigen of nesten of eieren van vogels weg te nemen. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste punt opzettelijk te verstoren als deze verstoring van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Het is verboden planten van soorten genoemd in de Habitatrichtlijn (bijlage IV, Bijlage 1 Verdrag van Bern) of als ‘andere soorten’ (Bijlage B bij de wet) in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Omgevingsvergunning Daarnaast geldt er een algemeen verbod om zonder omgevingsvergunning bepaalde activiteiten te mogen verrichten (§ 5.1.1 Ow), waaronder een flora- en fauna-activiteit of een Natura 2000-activiteit (zie Bijlage 3.3.1), tenzij anders geregeld in een omgevingsplan, waterschapsverordening, omgevingsverordening of ministeriële regeling. Indien geen vrijstelling geldt van de vergunningplicht, dient een omgevingsvergunning te worden aangevraagd. Onderscheid wordt gemaakt in een enkelvoudige vergunningsaanvraag (voor één activiteit) en meervoudige aanvraag (voor meer dan één activiteit), in verband met een verschil in procedure. Een meervoudige aanvraag is van toepassing als sprake is van bijvoorbeeld een flora- en faunaactiviteit én een Natura 2000-activiteit. De initiatiefnemer kan zelf kiezen tussen los of gelijktijdig aanvragen (art. 5.7 Ow). Er is geen eis met betrekking tot een gelijktijdige aanvraag van onlosmakelijke activiteiten. Het bevoegd gezag heeft evenwel de verplichting om de aanvrager te informeren over andere
¹Het betreft soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, soorten genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Alsmede andere soorten, genoemd in bijlage, onderdeel A, bij de wet.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2024-016
Glijnisweg 89d te Heerhugowaard
vergunningplichtige activiteiten, voor zover in te schatten door het bevoegd gezag. Bijlage 3.2.3 Vergunningsmogelijkheid Ruimtelijke ontwikkeling en (her)inrichting zoals realisatie, sloop of renovatie van bebouwing, kappen van bomen, dempen van wateren of schonen van sloten, kan beschadiging of vernieling tot gevolg hebben van de voortplantings- en rustplaatsen van de in het gebied voorkomende (beschermde) soorten. Dit hangt af van de fysieke uitvoering daarvan en de periode waarin het project plaatsvindt. In bepaalde gevallen moet dan vergunning voor de Ow verkregen worden. Als beschermde soorten (zie Bijlage 3.2.1) voorkomen die niet zijn vrijgesteld én sprake is van mogelijke schadelijke handelingen (zie Bijlage 3.2.2), dan is een omgevingsvergunning vereist, of moet, indien mogelijk, conform artikel 3.31 gewerkt worden met een door het Ministerie van LNV goedgekeurde gedragscode. De vraag of vergunning kan worden verleend zal worden beoordeeld door het bevoegde gezag (veelal de provincie waarin het plangebied is gelegen). Belangrijk daarbij is de vraag in hoeverre schade optreedt, of de gunstige staat van instandhouding van de betrokken soort(en) in gevaar komt en of er bevredigende alternatieven voorhanden zijn voor de ingreep of de locatie daarvan.
Bijlage 3.2.4 Wettelijk belang Per categorie is het bij het al dan niet verkrijgen van een vergunning belangrijk wat het belang is van het uit te voeren plan en de te verkrijgen vergunning. Als schade niet te voorkomen is, dan dient één van de onderstaande wettelijke belangen van toepassing te zijn: Soorten van de Vogelrichtlijn In het belang van de veiligheid van het luchtverkeer. In het belang van de volksgezondheid, openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. Ter bescherming van flora en fauna. Soorten van de Habitatrichtlijn In het belang van de volksgezondheid, openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. Ter bescherming van flora en fauna. Andere soorten In het belang van de volksgezondheid, openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang met Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2024-016
Glijnisweg 89d te Heerhugowaard
inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. In het kader van ruimtelijke ontwikkeling of inrichting van gebieden en het toekomstig gebruik daarvan. Ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen. Ter bescherming van flora en fauna. Bijlage 3.2.5 Gedragscodes Indien men in het bezit is van een door de minister van LNV goedgekeurde gedragscode, hoeft bij werkzaamheden in het kader van natuurbeheer, van bestendig beheer of onderhoud, van bestendig gebruik en van ruimtelijke ontwikkeling of inrichting voor Vogelsoorten (art. 3.1), Habitatrichtlijnsoorten (art. 3.5) en andere soorten (art. 3.10) geen vergunning te worden aangevraagd, mits aantoonbaar wordt gewerkt met deze gedragscode (art. 3.31). De bewijslast dat correct is en wordt gehandeld volgens de gevolgde gedragscode ligt bij de initiatiefnemer. Het is ook mogelijk te werken conform een dergelijke goedgekeurde gedragscode zonder deze zelf te hebben opgesteld. De relevante soorten dienen dan wel in de gebruikte gedragscode te worden behandeld. Bijlage 3.2.6 Flora- en fauna-activiteit Een ‘flora- en fauna-activiteit’ is een ‘activiteit met mogelijke nadelige gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten’ (art 1.1 Ow).
Er is sprake van een ‘flora- en fauna-activiteit’ wanneer sprake is van mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levend dieren of planten, ongeacht of deze soorten beschermd zijn krachtens de Ow. Deze regel geldt dus niet voor soorten die buiten het natuurlijk verspreidingsgebied voorkomen of exoten, tenzij specifiek vermeld. Wanneer sprake is van een flora- en fauna-activiteit, dient rekening te worden gehouden met de specifieke zorgplicht (zie Bijlage 3.1.1). Daarnaast zijn Huismuis, Bosmuis, Veldmuis, Bruine rat, Huisspitsmuis en Mol buiten beschermde gebieden in alle gevallen vrijgesteld van de genoemde verboden (art. 3.10).
Bijlage 3.3 Gebiedsbescherming De gebiedsbescherming in de Ow bestaat uit een beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden, regels voor de aanwijzing en bescherming van het Natuurnetwerk Nederland en bijzondere natuurgebieden en landschappen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2024-016
Glijnisweg 89d te Heerhugowaard
Onder de Ow geldt een algemeen verbod om zonder omgevingsvergunning bepaalde activiteiten te mogen verrichten (§ 5.1.1 Ow), waaronder een Natura 2000-activiteit, tenzij anders geregeld in een omgevingsplan, waterschapsverordening, omgevingsverordening of ministeriële regeling. Een Natura 2000-activiteit is een activiteit waarbij kans is op een significant gevolg voor een Natura 2000-gebied en is daarmee vergunningplichtig. Bijlage 3.3.1 Natura 2000 Nederland en andere EU-lidstaten hebben in overleg met de Europese Commissie speciale beschermingszones aangewezen, de zogenaamde Natura 2000-gebieden. Een overzicht van Natura 2000gebieden is te vinden op: https://www.natura2000.nl/ Voortoets Wanneer plannen bestaan een project in of rond een Natura 2000gebied uit te voeren, neemt de initiatiefnemer contact op met het bevoegde gezag. In principe is dit Gedeputeerde Staten van de Provincie waarin een gebied (grotendeels) ligt. Indien negatieve effecten van een project niet kunnen worden uitgesloten, dient een toetsing te worden uitgevoerd. Als uit deze Voortoets blijkt dat een plan (mogelijk) significante negatieve gevolgen heeft, vindt de vergunningaanvraag plaats via een ‘passende beoordeling’. Daarbij moeten ook cumulatieve effecten zijn meegenomen.
Alleen als uit de passende beoordeling met zekerheid blijkt dat geen significante gevolgen zullen optreden, of als het gaat om activiteiten met een groot openbaar belang en waarvoor geen alternatieven zijn, wordt vergunning verleend. Als uit de ‘Voortoets’ blijkt dat een activiteit negatieve gevolgen kan hebben die niet significant zijn, beoordeelt het bevoegd gezag of deze negatieve gevolgen in het licht van de instandhoudings-doelstellingen aanvaardbaar zijn (zie Bijlage 1.6). Externe werking Belangrijk bij de bepalingen rond Natura 2000-gebieden is de ‘externe werking’. Dit betekent dat ook projecten buiten het Natura 2000- netwerk met mogelijk negatieve gevolgen binnen het netwerk, getoetst moeten worden aan doelen van betrokken gebied of gebieden. Een bijzondere vorm van externe werking is de (extra) uitstoot van stikstof door een project die kan neerslaan binnen Natura 2000-gebieden en daar voor schade kan zorgen. Aangetoond moet worden dat geen negatieve gevolgen mogelijk kunnen zijn op Natura 2000-gebieden.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2024-016
Glijnisweg 89d te Heerhugowaard
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2024-016
Glijnisweg 89d te Heerhugowaard
Specifieke zorgplicht Natura 2000 In de Ow is een specifieke zorgplicht opgenomen voor Natura 2000gebieden en bijzondere nationaal natuurgebieden (art. 11.6 Bal). Iedereen die activiteiten uitvoert die verslechterende of significant verstorende gevolgen voor een Natura 2000-gebied of een bijzonder nationaal natuurgebied kunnen hebben, moet nadelige gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken (art. 11.6, 1e lid Bal). Ook moet worden nagegaan of nadelige gevolgen op voorhand op grond van objectieve gegevens verslechterende of significant verstorende gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen kunnen worden uitgesloten. Als nadelige gevolgen niet te voorkomen zijn, dan moeten passende preventieve maatregelen genomen worden (art. 11.6, 2e lid onder d). Wanneer dit niet mogelijk is dienen passende herstelmaatregelen getroffen worden (art. 11.6, 2e lid onder f). Daarnaast verplicht de zorgplicht ook dat de effectiviteit van deze maatregelen worden gemonitord. De specifieke zorgplicht geldt altijd, dus voor Natura 2000-activiteiten, maar ook voor activiteiten die conform een Natura 2000-beheerplan worden uitgevoerd of activiteiten die géén kans hebben op een significant gevolg. Bijlage 3.3.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Aanwijzing en begrenzing De aanwijzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is geregeld in de Omgevingsverordening, conform art.
2.44, lid 4 Ow en art. 7.6, 1e lid Bkl. De instructieregels voor de aanwijzing, begrenzing en de reikwijdte van het NNN zijn opgenomen in artikel 7.5 en artikel 7.6 Bkl. In de Omgevingsverordening zijn (instructie)regels gesteld voor Omgevingsplannen van gemeenten en projectbesluiten (art. 7.8, 1e lid Bkl). Deze regels zijn gesteld in het belang van de bescherming, instandhouding, verbetering en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Wezenlijke kenmerken en waarden De wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN worden vastgesteld per Omgevingsverordening door de provincie (art 7.7 Bkl). In de Omgevingsverordening is daartoe een natuurbeheerplan vastgesteld waar in de regel de bestaande natuurwaarden en het ambitieniveau zijn aangegeven middels natuurbeheertypen. Per provincie kunnen de wezenlijke kenmerken en waarden verschillend zijn gedefinieerd. Beschermingsregime Het beschermingsregime voor het NNN is uitgewerkt in art. 7.8, 2e lid Bkl, dat een instructieregel betreft voor uitwerking van het beschermingsregime in de Omgevingsverordeningen van provincies:
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2024-016
Glijnisweg 89d te Heerhugowaard
In elk geval wordt verzekerd dat de kwaliteit en oppervlakte van het Natuurnetwerk Nederland niet achteruit gaat, dat de samenhang tussen de verschillende gebieden van het netwerk wordt behouden en dat, als binnen het NNN activiteiten worden toegelaten die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de wezenlijke kenmerken of waarden, deze gevolgen tijdig worden gecompenseerd, zodanig dat de kwaliteit, oppervlakte en samenhang van het NNN behouden blijven. Onder de Ow geldt geen strikt ‘nee, tenzij’-principe meer, maar een ‘ja, mits’-principe. Bijlage 3.3.3 Overige gebiedsbescherming Provincies kunnen zogeheten bijzondere provinciale natuurgebieden of bijzondere provinciale landschappen aanwijzen (art. 2.44, lid 5 Ow). Een voorbeeld hiervan zijn de ‘Bijzonder Provinciale Landschappen’ van de Provincie Noord-Holland. De regels met betrekking tot juridische bescherming van deze gebieden zijn gepubliceerd in de provinciale Omgevingsverordening. Bijlage 3.3.4 Houtopstanden Anders dan bij beschermde gebieden en soorten kent de Ow geen specifieke term voor een activiteit waarbij een houtopstand wordt gekapt. De regels voor de bescherming van houtopstanden en bomenrijen staan opgenomen in Afdeling 11.3 Bal. Hierin staat dat het vellen van houtopstanden is beschermd door een algemene meldplicht (art. 11.126 Bal) en herplantplicht (art.
11.129 Bal) voor houtopstanden vanaf 10 hectare of bomenrijen bestaande uit meer dan 20 bomen, buiten de zogeheten ‘bebouwingscontour houtkap’ (art. 11.111, lid 2 Bal).
Bijlage 3.4 Procedure Als bij aanvang van een project niet uitgesloten is dat beschermde soorten voorkomen of negatieve effecten op beschermde gebieden kunnen optreden, is een ecologische quickscan nodig. Als op grond van deze quickscan de aanwezigheid van dergelijke soorten of gevolgen niet zijn uit te sluiten én wordt gezien dat negatieve effecten kunnen optreden, is vervolgonderzoek noodzakelijk. Tijdens het vervolgonderzoek wordt het plangebied geïnventariseerd op de mogelijk aanwezige beschermde soorten. Indien aanwezig worden de gebruiksfuncties van deze soorten in beeld gebracht. Vervolgens wordt opnieuw onderzocht of negatieve gevolgen mogelijk zijn door uitvoering van de plannen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2024-016
Glijnisweg 89d te Heerhugowaard
Bijlage 3.4.1 Omgevingsvergunning Ow Indien negatieve effecten niet uit te sluiten zijn en geen alternatieven zijn, is een aanvraag omgevingsvergunning waarschijnlijk aan de orde. Een dergelijke aanvraag dient onder andere vergezeld te gaan van: Een activiteitenplan waarin onder meer de locatie, de werkwijze, de te verwachten schade, de te nemen maatregelen, de alternatievenstudie en het wettelijk belang gedetailleerd worden beschreven. Een actuele en volledige inventarisatie naar het voorkomen van beschermde dier- en plantensoorten in het plangebied. Deze is drie 3 tot 5 jaar geldig. De overheid heeft een digitale omgeving ingericht voor alle uitgewerkte regels, namelijk het Digitaal Stelsel Omgevingswet. Alle vergunningsaanvragen met betrekking tot de Ow en het contact hierover lopen via het DSO. Het is ook mogelijk ‘aan te haken’ bij het aanvragen van een omgevingsvergunning in het kader van de ‘Wet algemene bepalingen omgevingsrecht’ (WABO). Het bevoegd gezag handhaaft bepalingen uit vergunningen en de eventuele werking van de Ow bij projecten waar geen vergunning is aangevraagd. Ook het volgen van gedragscodes wordt gehandhaafd door bevoegd gezag. Mogelijke sancties zijn geldelijke boetes, strafrechtelijke vervolging en het stilleggen van werkzaamheden.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2024-016
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
Hazenkoog 35A Bovendijk 35-G 1822 BS Alkmaar 2295 RV Kwintsheul www.vandergoesengroot.nl
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Van der Goes en Groot Glijnisweg 89d, xxxx Heerhugowaard Glijnisweg 89d Aanleg 40woningen
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
Rc2qxd5YTVdm 07 maart 2024, 10:26 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Aanlegfase Glijnisweg 89d - Beoogd Aanlegfase Glijnisweg 89d - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
Rc2qxd5YTVdm (07 maart 2024)
2024 -
2,9 kg/j
76,7 kg/j
2/7
Projectberekening
Aanlegfase Glijnisweg 89d (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 2 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Aanlegfase Verkeersnetwerk
Rc2qxd5YTVdm (07 maart 2024)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
2,8 kg/j 91,9 g/j
73,7 kg/j 3,0 kg/j
3/7
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). Rc2qxd5YTVdm (07 maart 2024)
4/7
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Aanlegfase Glijnisweg 89d" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
Rc2qxd5YTVdm (07 maart 2024)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
-
-
5/7
Projectberekening
Aanlegfase Glijnisweg 89d, Rekenjaar 2024 1
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
verkeer aantrekkende werking X:119195,14 Y:519045,99 1.469,81 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links Rechts NOₓ 3,0 kg/j Type scherm - - NO₂ 0,6 kg/j Hoogte - - NH₃ 91,9 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
5.000,0 /jaar 0,0 /jaar 174,0 /jaar 0,0 /jaar
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte
Aanlegfase X:118712,16 Y:518910,84 3,06 ha
Betonstorter
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
Naam
Stageklasse
NOₓ NH₃
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
73,7 kg/j 2,8 kg/j
Brandstofverbruik
Draaiuren AdBlue verbruik
Stof Emissie
80 u/j
102 l/j
NOₓ 9,4 kg/j
Laadschop/Shovel Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
704 l/j
80 u/j
43 l/j
NH₃ 0,4 kg/j NOₓ 3,9 kg/j
Tractor met kipper Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
352 l/j
40 u/j
22 l/j
NH₃ 0,2 kg/j NOₓ 1,7 kg/j
Heistelling
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
3040 l/j
120 u/j 183 l/j
Sleuvenfrees
Stage-IV, 2014-2018, <= 56 kW, diesel, SCR: nee
349 l/j
80 u/j
Mobiele torenkraan
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
4800 l/j
320 u/j 288 l/j
Divers/onvoorzien Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
1087 l/j
320 u/j 66 l/j
1696 l/j
NH₃ 84,5 g/j NOₓ 16,7 kg/j NH₃ 0,7 kg/j NOₓ 7,4 kg/j NH₃ 2,6 g/j NOₓ 27,5 kg/j NH₃ 1,2 kg/j NOₓ 7,1 kg/j NH₃ 0,3 kg/j
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rc2qxd5YTVdm (07 maart 2024)
6/7
Projectberekening
Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.1.2_20240307_d2f5f75faf Database versie 2023.1.2_d2f5f75faf_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website
Rc2qxd5YTVdm (07 maart 2024)
7/7
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Van der Goes en Groot Jan Glijnisweg 89, 1702 PA Heerhugowaard Glijnisweg 89 Gebruiksfase
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
Rg5XjX47Skhj 06 maart 2024, 06:15 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Gebruikfase Glijnisweg 89d - Beoogd Gebruikfase Glijnisweg 89d - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
Rg5XjX47Skhj (06 maart 2024)
2021 -
2,6 kg/j
61,1 kg/j
2/6
Projectberekening
Gebruikfase Glijnisweg 89d (Beoogd), rekenjaar 2021 Emissiebronnen 2
Wonen en Werken | Woningen | woningen Verkeersnetwerk
Rg5XjX47Skhj (06 maart 2024)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
2,6 kg/j
61,1 kg/j
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). Rg5XjX47Skhj (06 maart 2024)
4/6
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruikfase Glijnisweg 89d" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
Rg5XjX47Skhj (06 maart 2024)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
-
-
5/6
Projectberekening
Gebruikfase Glijnisweg 89d, Rekenjaar 2021 1
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
verkeer aantrekkende werking X:119187 Y:519055,19 1.494,39 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Wonen en Werken | Woningen
Naam woningen Uittreedhoogte Locatie X:118712,16 Warmteinhoud Y:518910,84 Spreiding Oppervlakte 3,06 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie
Links Rechts NOₓ 61,1 kg/j Type scherm - - NO₂ 9,7 kg/j Hoogte - - NH₃ 2,6 kg/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
344,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
1,0 m 0,000 MW 1m
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.1_20240207_c93f01d6e8 Database versie 2023.1_c93f01d6e8_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website
Rg5XjX47Skhj (06 maart 2024)
6/6