CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Was-wordt-tabel Apv Dijk en Waard 2022 college en raadsvoorstel

Gemeenteraad 10 december 2024, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Algemene plaatselijke verordening Dijk en Waard 20229.653 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Apv Dijk en Waard 2022 Leeswijzer: In de bestaande tekst zijn de woorden en leestekens die niet terugkeren in de nieuwe tekst, cursief gezet. In de nieuwe tekst zijn de nieuwe woorden en leestekens ten opzichte van de bestaande tekst vet gedrukt.

Apv Dijk en Waard 2022 huidig

Apv Dijk en Waard 2022 nieuwe versie

Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan de gemeenteraad de grenzen heeft vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; b. bevoegd gezag: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; c. bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage horend bij artikel 1.1 van de Verordening Fysieke Leefomgeving Dijk en Waard; d. bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; e. college: het college van burgemeester en wethouders; f. gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet; g. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; h. motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; i. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; j. openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; k. parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; l.

rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; m. voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen; n. weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan de gemeenteraad de grenzen heeft vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; b. bevoegd gezag: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; c. bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage horend bij artikel 1.1 van de Verordening Fysieke Leefomgeving Dijk en Waard; d. bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; e. college: het college van burgemeester en wethouders; f. gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet; g. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; h. motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; i. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; j. openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; k. parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; l.

rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; m. voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen; n. weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.

Toelichting

De in de VNG update voorgestelde wijziging van de definitie “gebouw” wordt meegenomen in de wijziging inzake de Omgevingswet.

Tijdens de raadsvergadering d.d. 20 december 2022 is door raadslid Van Dongen onderstaand artikel voorgesteld uit de Apv van Almelo over online ordeverstoring door inzet digitale middelen. Artikel 2:1b Digitale ordeverstoring 1. Het is verboden om via digitale middelen, onder andere via internet, virtuele ruimtes en sociale media, uitingen te doen, te delen en/of in stand te laten, die kunnen leiden tot een fysieke verstoring van de openbare orde binnen het grondgebied van de gemeente Almelo, dan wel voor het ontstaan van een ernstige vrees daarvoor. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 54a van het Wetboek van Strafrecht is het beheerders van websites, domeinnaamhouders, hostingproviders en sociale mediaplatforms verboden om uitingen, als bedoeld in het eerste lid, die via hun communicatiedienst worden gedaan: a. te delen of verder te (laten) verspreiden; b. in stand te laten; of 1

c. online toegankelijk en/of zichtbaar te houden. 3. Beheerders van websites, domeinnaamhouders, hostingproviders en sociale mediaplatforms zijn verplicht om, op last van de burgemeester, uitingen als bedoeld in het eerste lid, te blokkeren, te verwijderen en verwijderd te houden, al dan niet via hun eigen notice-and-takedown procedures. Geadviseerd wordt het bovenstaande artikel niet over te nemen. Prof. mr. J.G. Brouwer, hoogleraar Algemene rechtswetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen en directeur van het Centrum voor Openbare Orde en Veiligheid, en prof. mr. A.E. Schilder, hoogleraar, staats- en bestuursrecht van de Vrije Universiteit Amsterdam, hebben een artikel geschreven waarin zij uitleggen waarom artikel 2:1b (Digitale ordeverstoring) van de Apv van de gemeente Almelo niet past binnen de bestaande rechtstatelijke kaders. Een Apv-bepaling kan geen betrekking hebben op de inhoud van uitingen. De landelijke wetgever is hiertoe slechts bevoegd. Voor de gemeenteraad is dit verboden terrein. In dit Apv-artikel is sprake van censuur. Een persoon kan zijn mening alleen uiten binnen door de gemeenteraad bepaalde en door de burgemeester nader vast te stellen grenzen. Dit staat haaks op het grondwettelijk verbod van censuur. Het Almelose Apv-artikel is volgens hen ook in strijd met andere hogere regelgeving (art. 125p Wetboek van Strafvordering).

Artikel 2:24 Definities 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoop- en theatervoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet en artikel 5:22; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:9 en 2:39; g. sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder f. 2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3; d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; e. een straatfeest of buurtbarbecue; f. een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of –gala’s. 3. Evenementen worden onderverdeeld in de categorieën “regulier”, “aandacht” of “risico” als bedoeld in het Regionaal evenementenbeleid 2018 versie 5.0 op basis van de risicoscan van de Veiligheidsregio NHN.

Artikel 2:24 Definities 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoop- en theatervoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder g, van de Gemeentewet en artikel 5:22; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:9 en 2:39; g. sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder f. 2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3; d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; e. een straatfeest of buurtbarbecue; f. een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of –gala’s. 3. Evenementen worden onderverdeeld in de categorieën “regulier”, “aandacht” of “risico” als bedoeld in het Regionaal evenementenbeleid 2018 versie 5.0 op basis van de risicoscan van de Veiligheidsregio NHN.

Artikel 2:24A Evenementenkalender 1. De burgemeester stelt jaarlijks vóór 31 december een Evenementenkalender vast voor het volgende kalenderjaar.

Artikel 2:24A Evenementenkalender 1. De burgemeester stelt jaarlijks, na vaststelling van de regionale evenementenkalender door de Veiligheidsregio NHN, de gemeentelijke evenementenkalender vast. 2. Degene die voornemens is een evenement te organiseren kan jaarlijks van 1 september tot 1 oktober de burgemeester verzoeken een vergunningplichtig evenement te plaatsen op de Evenementenkalender

2. Degene die voornemens is een evenement te organiseren kan jaarlijks van 1 september tot 1 oktober de burgemeester verzoeken een evenement te plaatsen op de Evenementenkalender van het volgende

Vernummering i.v.m. wijziging Gemeentewet. Inhoudelijk verandert er niets.

Enkel vergunningsplichtige en dus impactvolle evenementen zijn relevant voor de evenementenkalender. Het niet voorkomen op de evenementenkalender is een weigeringsgrond voor de 2

jaar. Een dergelijk verzoek is geen aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:25, eerste lid of melding als bedoeld in artikel 2:25B eerste lid. 3. Het verzoek moet gedaan worden op een door de burgemeester vastgesteld formulier. 4. Aan de plaatsing van een evenement op de Evenementenkalender kunnen geen rechten worden ontleend met uitzondering van het bepaalde in artikel 2:25B derde lid of artikel 2:25D, tweede lid, onder a en b. Artikel 2:25A Vergunningsvrije evenementen 1. Geen vergunning is vereist voor een evenement, als a. het aantal tegelijkertijd aanwezigen niet meer bedraagt dan 250 personen; b. het gaat om een ééndaags evenement; c. het evenement, inclusief op- en afbouw, plaatsvindt tussen 07:00 – 24:00, vrijdag, zaterdag en dagen voorafgaand aan een officiële feestdag tussen 07:00 – 01:00 uur en zondag tussen 13:00 – 24:00 uur; d. d. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor aanvangstijd van het evenement en een half uur voor beëindiging van het evenement de muziek en verkoop van dranken en etenswaren wordt gestaakt; e. geen alcoholhoudende drank wordt verkocht; f. er geen standplaats in gebruik wordt genomen; en g. er een organisator is; 2.

Onverminderd het bepaalde in andere regelgeving is geen vergunning als bedoeld in artikel 2:25 eerste lid vereist voor een evenement dat uitsluitend plaatsvindt in een gebouw of een gedeelte daarvan, indien het aantal tegelijkertijd aanwezigen niet meer bedraagt dan 500 personen.

Artikel 2:25B Meldingsplichtige evenementen 1. Geen vergunning als bedoeld in artikel 2:25 eerste lid maar een melding is vereist voor een evenement, als; a. het aantal tegelijkertijd aanwezigen meer bedraagt dan 250 en minder bedraagt dan 500 personen; b. het gaat om een ééndaags evenement; c. het evenement, inclusief op- en afbouw, plaatsvindt tussen 07:00 – 24:00 uur, vrijdag, zaterdag en dagen voorafgaand aan een officiële feestdag tussen 07:00 – 01:00 uur en zondag tussen 13:00 – 24:00 uur; d. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor aanvangstijd van het evenement en een half uur voor beëindiging van het evenement de muziek en verkoop van dranken en etenswaren wordt gestaakt; e. er geen standplaats in gebruik wordt genomen; f. er een organisator is; en g. de organisator van een evenement, uiterlijk twee weken voorafgaand aan het evenement, een melding ingediend heeft bij de burgemeester op het daarvoor vastgestelde formulier 2. De melder krijgt een bewijs van ontvangst toegezonden waarin de datum van ontvangst is gemeld.

van het volgende jaar. Een dergelijk verzoek is geen aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:25, eerste lid.

evenementenvergunning, deze weigering geldt niet voor vergunningsvrije en meldingsplichtige evenementen. Voor dit soort evenementen geldt namelijk geen vergunningplicht.

3. Het verzoek moet gedaan worden op een door de burgemeester vastgesteld formulier. 4. Aan de plaatsing van een evenement op de Evenementenkalender kunnen geen rechten worden ontleend met uitzondering van het bepaalde in artikel 2:25B derde lid of artikel 2:25D, tweede lid, onder a en b. Artikel 2:25A Vergunningsvrije evenementen 1. Geen vergunning is vereist voor een evenement, als a. het aantal tegelijkertijd aanwezigen niet meer bedraagt dan 250 personen; b. het gaat om een ééndaags evenement; c. het evenement, inclusief op- en afbouw, plaatsvindt tussen 07:00 – 24:00, vrijdag, zaterdag en dagen voorafgaand aan een officiële feestdag tussen 07:00 – 01:00 uur en zondag tussen 13:00 – 24:00 uur; d. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor aanvangstijd van het evenement en een half uur voor beëindiging van het evenement de muziek en verkoop van dranken en etenswaren wordt gestaakt; e. geen alcoholhoudende drank wordt verkocht; f. er geen standplaats in gebruik wordt genomen; g. er een organisator is; 2. Onverminderd het bepaalde in andere regelgeving is geen vergunning als bedoeld in artikel 2:25 eerste lid vereist voor een evenement dat uitsluitend plaatsvindt in een gebouw of een gedeelte daarvan, indien het aantal tegelijkertijd aanwezigen niet meer bedraagt dan 500 personen. 3.

De vrijstelling van de vergunning geldt niet voor de op grond van artikel 2:24, tweede lid, onder f, door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s.

Artikel 2:25B Meldingsplichtige evenementen 1. Geen vergunning als bedoeld in artikel 2:25 eerste lid maar een melding is vereist voor een evenement, als; a. het aantal tegelijkertijd aanwezigen meer bedraagt dan 250 en minder bedraagt dan 500 personen; b. het gaat om een ééndaags evenement; c. het evenement, inclusief op- en afbouw, plaatsvindt tussen 07:00 – 24:00 uur, vrijdag, zaterdag en dagen voorafgaand aan een officiële feestdag tussen 07:00 – 01:00 uur en zondag tussen 13:00 – 24:00 uur; d. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor aanvangstijd van het evenement en een half uur voor beëindiging van het evenement de muziek en verkoop van dranken en etenswaren wordt gestaakt; e. er geen standplaats in gebruik wordt genomen; f. er een organisator is; en g. de organisator van een evenement, uiterlijk vier weken voorafgaand aan het evenement, een melding ingediend heeft bij de burgemeester op het daarvoor vastgestelde formulier. 2. De melder krijgt een bewijs van ontvangst toegezonden waarin de datum van ontvangst is gemeld.

Artikel stelt dat evenementen onder deze voorwaarden vergunningsvrij zijn. Ook vechtsportgala’s kunnen aan deze voorwaarden voldoen. Het is echter nimmer wenselijk dat dit soort evenementen vergunningsvrij gehouden worden (met het oog op de openbare orde). Daarbij wordt in het de beleidsregel voor toepassing van de Wet Bibob gemeente Dijk en Waard aangehaald dat vechtsportevenementen die vallen onder artikel 2:25 Apv (evenementenvergunning) binnen het toepassingsbereik van de Bibob vallen. Wens is om vechtsportevenementen altijd te onderwerpen aan een Bibob-toets. Zij dienen dus altijd onder artikel 2:25 Apv te vallen.

Wijziging geeft meer ruimte voor het zorgvuldig beoordelen van meldingen binnen de aangegeven tijd.

3

3. De burgemeester kan binnen één week na ontvangst van de melding besluiten het evenement te verbieden, als daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt of indien op de Evenementenkalender als bedoeld in artikel 2:24A, eerste lid, al een reservering is opgenomen voor een ander evenement op dezelfde gevraagde tijd en locatie of in de nabijheid daarvan, dan wel daarvoor een vergunning is verleend of melding is geaccepteerd. 4. De burgemeester kan na een melding nadere voorwaarden stellen aan het evenement als deze noodzakelijk zijn voor het voorkomen van gevaar voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu. 5. Het is verboden in strijd te handelen met de nadere voorwaarden.

3. De burgemeester kan binnen drie weken na ontvangst van de melding besluiten het evenement te verbieden, als daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt of indien op de Evenementenkalender als bedoeld in artikel 2:24A, eerste lid, al een reservering is opgenomen voor een ander evenement op dezelfde gevraagde tijd en locatie of in de nabijheid daarvan, dan wel daarvoor een vergunning is verleend of melding is geaccepteerd. 4. De burgemeester kan na een melding nadere voorwaarden stellen aan het evenement als deze noodzakelijk zijn voor het voorkomen van gevaar voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu. 5. Het is verboden in strijd te handelen met de nadere voorwaarden. 6. De vrijstelling van de vergunning en meldingsplicht geldt niet voor de op grond van artikel 2:24, tweede lid, onder f, door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of gala’s.

Artikel 2:25C Algemene bepalingen 1. Een vergunning als bedoeld in artikel 2:25, eerste lid, wordt aangevraagd of een melding als bedoeld in artikel 2:25B, eerste lid wordt gedaan door degene die voornemens is het evenement te organiseren, door middel van een door de burgemeester vastgesteld formulier. 2. De burgemeester kan nadere regels stellen ten aanzien van de indieningsvereisten voor een aanvraag van een vergunning als bedoeld in artikel 2:25, eerste lid en een melding als bedoeld in artikel 2:25B. 3. De burgemeester kan procedureregels vaststellen voor het toewijzen van evenementen. 4. De burgemeester beslist op een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 2:25 binnen negentien weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. 5. Tenzij een evenementenvergunning dat uitdrukkelijk toestaat, is het verboden een evenement, inclusief op- en afbouw, te organiseren voor 07.00 en na 24.00 uur, vrijdag, zaterdag en dagen voorafgaand aan een officiële feestdag voor 07.00 uur en na 01.00 uur en zondag voor 13.00 en na 24.00 uur. 6. De burgemeester stelt algemene voorschriften vast die van toepassing zijn voor het houden van evenementen. 7. Het is verboden om te handelen in strijd met de door de burgemeester vastgestelde algemene voorschriften. 8.

Activiteiten, die deel uitmaken van een evenementenvergunning, zijn niet afzonderlijk vergunningsplichtig uit hoofde van andere gemeentelijke publiekrechtelijke regelingen niet zijnde belastingen of retributievoorschriften.

Artikel 2:25C Algemene bepalingen 1. Een vergunning als bedoeld in artikel 2:25, eerste lid, wordt aangevraagd of een melding als bedoeld in artikel 2:25B, eerste lid wordt gedaan door degene die voornemens is het evenement te organiseren, door middel van een door de burgemeester vastgesteld formulier. 2. De burgemeester kan nadere regels stellen ten aanzien van de indieningsvereisten voor een aanvraag van een vergunning als bedoeld in artikel 2:25, eerste lid en een melding als bedoeld in artikel 2:25B. 3. De burgemeester kan procedureregels vaststellen voor het toewijzen van evenementen.

Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.

Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.

Sluit aan op bovenstaande toelichting. Wijziging geeft meer ruimte voor het zorgvuldig beoordelen van meldingen binnen de aangegeven tijd.

Artikel stelt dat evenementen onder deze voorwaarden meldingsplichtig zijn. Ook vechtsportgala’s kunnen aan deze voorwaarden voldoen. Het is echter niet wenselijk dat dit soort evenementen slechts door het doen van een melding gehouden kunnen worden (met het oog op de openbare orde). Daarbij wordt in het de beleidsregel voor toepassing van de Wet Bibob gemeente Dijk en Waard aangehaald dat vechtsportevenementen die vallen onder artikel 2:25 Apv (evenementenvergunning) binnen het toepassingsbereik van de Bibob vallen. Wens is om vechtsportevenementen altijd te onderwerpen aan een Bibob-toets. Zij dienen dus altijd onder artikel 2:25 Apv te vallen.

Deze bepaling ziet enkel op B-evenementen en hoort daarom niet thuis onder de algemene bepalingen. Beslistermijnen staan genoemd in artikel 1:2 Apv, hier wordt aansluiting bij gezocht. 4. Tenzij een evenementenvergunning dat uitdrukkelijk toestaat, is het verboden een evenement, inclusief op- en afbouw, te organiseren voor 07.00 en na 24.00 uur, vrijdag, zaterdag en dagen voorafgaand aan een officiële feestdag voor 07.00 uur en na 01.00 uur en zondag voor 13.00 en na 24.00 uur. 5. De burgemeester stelt algemene voorschriften vast die van toepassing zijn voor het houden van evenementen. 6. Het is verboden om te handelen in strijd met de door de burgemeester vastgestelde algemene voorschriften. 7. Activiteiten, die deel uitmaken van een evenementenvergunning, zijn niet afzonderlijk vergunningsplichtig uit hoofde van andere gemeentelijke publiekrechtelijke regelingen niet zijnde belastingen of retributievoorschriften.

4

3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.

4. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum; of d. bedrijfskantine of – restaurant. 5. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning en de vrijstelling. 6. Een vergunning wordt aangevraagd door middel van een door de burgemeester vastgesteld formulier.

3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat:

Conform model-Apv van de VNG.

a. de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of b. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 4. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum; of d. bedrijfskantine of – restaurant. 5. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning en de vrijstelling. 6. Een vergunning wordt aangevraagd door middel van een door de burgemeester vastgesteld formulier. Artikel 2:34g Proeverijen in slijtlokaliteiten 1. Slijtersbedrijven zijn vrijgesteld van het in artikel 3, eerste lid, en het in artikel 14, eerste lid, van de Alcoholwet vervatte verbod, ten behoeve van het tegen betaling organiseren van een proeverij in hun slijtlokaliteit. 2. De vrijstelling geldt buiten de dagen en tijden dat de slijtlokaliteit bij of krachtens de Winkeltijdenwet regulier is opengesteld. Met de inwerkingtreding van de nieuwe Alcoholwet is het mogelijk dat gemeenten in hun Apv regelen dat slijterijen onder voorwaarden betaalde proeverijen kunnen organiseren.

Gemeenten kunnen hiervoor kiezen, het is niet verplicht. Tijdens de raadsvergadering d.d. 20 december 2022 is bovengenoemd artikel uit de zomerpudate 2022 vooralsnog niet opgenomen, omdat een weloverwogen besluit meer tijd vergt. Na interne en externe consultering wordt geadviseerd de genoemde proeverijen in slijtlokalen niet te faciliteren en het Apv-artikel niet in de Apv op te nemen. Immers: de voorwaarden en eisen voor proeverijen in slijterijen zijn lichter dan die voor de reguliere horeca/onwenselijk na zware coronajaren (KHN), veelal strijd met het bestemmingsplan/sommige slijterijen zijn gesitueerd in een alcoholverbodsgebied (RO), minder passend in het (Lokaal) Preventieakkoord (Dijk en Waard) en ook de regiogemeenten hebben tot nu toe geen uitvoering gegeven aan deze mogelijkheid.

Artikel 2:39 Speelgelegenheden 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen of de Speelautomatenhalverordening gemeente Heerhugowaard.

Artikel 2:39 Speelgelegenheden 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen of de Speelautomatenhalverordening Dijk en Waard 2023.

3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als: a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op

3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als: a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op

De Speelautomatenhalverordening gemeente Heerhugowaard is in het kader van de harmonisatie ingetrokken. De Speelautomatenhalverordening Dijk en Waard 2023 is hiervoor in de plaats gekomen.

5

ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan. 4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:48a Verboden lachgasgebruik 1. Het is verboden op een openbare plaats lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 2. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben. 3. Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden.

ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan. 4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:48a Verboden lachgasgebruik (Vervallen)

Conform model-Apv van de VNG.

Artikel 2:50a Messen en andere voorwerpen als steekwapen

Conform model Apv van de VNG, met daarbij in aanvulling op de toelichting van de VNG de volgende opmerking. In de beantwoording van de door LDW gestelde schriftelijke vragen over de messenproblematiek in Dijk en Waard (april 2023) is reeds opgemerkt dat het handhaven van een dergelijk ‘messenverbod’ lastig zal zijn. Naar aanleiding van de toevoeging van dit artikel aan de model-Apv is hierover navraag gedaan bij de VNG. In reactie hierop is door de VNG aangegeven dat handhaving inderdaad lastig kan zijn. Voorts heeft de VNG aangegeven dat de Commissie Feiten en Tarieven van het Parket Centrale Verwerking van het Openbaar Ministerie (CVOM) nog geen feitcode aan de overtreding wil koppelen, maar eerst de praktijk (proefprocessen) wil afwachten. De handhaver moet dus een 'tik-PV' opstellen. In de praktijk zal het dus vooral om de preventieve werking van het messenverbod gaan.

1. Het is verboden op door het college aangewezen openbare plaatsen of in daaraan grenzende voor het publiek openstaande gebouwen of op bij die gebouwen behorende erven messen of andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt, bij zich te hebben. 2. Het verbod geldt niet voor messen of voorwerpen die zodanig zijn ingepakt dat zij niet voor onmiddellijk gebruik gereed zijn. 3. Dit artikel is niet van toepassing voor zover het wapens betreft als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie. Artikel 2:54 (Vervallen)

Artikel 2:54 Verbod gebruik openbare plaats als slaapplaats

Conform model-Apv van de VNG, met daarbij de keuze voor opname van het alternatief om het college de mogelijkheid te geven om gebieden aan te wijzen. Indien het nodig is om gebieden tussentijds aan te wijzen kan het college sneller handelen.

1. Het is verboden een openbare plaats als slaapplaats te gebruiken of op een openbare plaats een voertuig, vaartuig, woonwagen, tent of een andere vorm van beschutting als slaapplaats te gebruiken, daarin te overnachten of daartoe gelegenheid te bieden: a. tussen zonsondergang en zonsopgang in door het college aan te wijzen gebieden; b. in andere gevallen dan bedoeld onder a voor zover: 6

2. 3. a. b. c. d.

1. sprake is van overlast of hinder voor de omgeving; 2. er gevaar is of dreigt voor de omgeving; of 3. het woon- of leefklimaat wordt aangetast. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. Het verbod geldt niet: voor vaartuigen en woonboten die een ligplaats innemen waar dit op grond van artikel 5.6.4.1 van de Verordening Fysieke Leefomgeving is toegestaan; voor woonwagens met een woonbestemming; op een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan van rechtswege is bestemd of mede bestemd; op kampeerplaatsen die op grond van artikel 4.2.6.2 van de Verordening Fysieke Leefomgeving zijn aangewezen.

Afdeling 10. Consumentenvuurwerk en carbid

Afdeling 10. Consumentenvuurwerk en carbid

Artikel 2:71 Definitie In deze afdeling wordt verstaan onder: a. consumentenvuurwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in het Vuurwerkbesluit;

Artikel 2:71 Definitie In deze afdeling wordt verstaan onder: a. consumentenvuurwerk: vuurwerk dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik; b. carbidschieten: het in een (melk)bus, container, opslagvat of ander daarmee vergelijkbaar voorwerp op explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water met gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen.

b. carbidschieten: het in een (melk)bus, container, opslagvat of ander daarmee vergelijkbaar voorwerp op explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water met gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen; Artikel 2:78 Gebiedsontzegging 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een bevel geven zich gedurende ten hoogste 48 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 2. In afwijking van het eerste lid kan de burgemeester bepalen dat een bevel als daar bedoeld wordt opgelegd voor een langere duur dan 48 uur, indien de overtreding is begaan tijdens een meerdaags evenement. De gebiedsontzegging wordt alsdan opgelegd voor ten hoogste de resterende duur van het evenement. 3.

Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste 12 weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.

4. Een bevel als bedoeld in het derde lid kan slechts worden gegeven als het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt. 5. De burgemeester beperkt de krachtens het eerste, tweede of derde lid gegeven bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke

Artikel 2:78 Gebiedsontzegging 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 48 uur in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.

Definitie is conform model-Apv van de VNG.

Conform model-Apv van de VNG.

2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen 6 maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 12 weken in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.

3. De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke 7

omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijke ontheffing verlenen van een bevel.

Artikel 2:80 Sluiting gebouw of ruimte 1. De burgemeester kan ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat, de sluiting bevelen van een voor publiek toegankelijk gebouw, inrichting of ruimte als daar: a. zich gedragingen hebben voorgedaan zoals omschreven in artikel 36 van de Wet op de kansspelen; b. door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard of verborgen zijn dan wel zijn verworven of overgedragen; c. discriminatie heeft plaatsgevonden op grond van ras, geslacht, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook; d. wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie aanwezig zijn waarvoor geen ontheffing, vergunning of verlof is verleend; of e. zich andere feiten of omstandigheden hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het geopend blijven van het gebouw, de inrichting of de ruimte ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde of het woon- en leefklimaat. 2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van de Opiumwet.

3. Het is eenieder verboden een krachtens het eerste lid gesloten gebouw, inrichting of ruimte te betreden of daarin te verblijven.

omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijke ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod. 4. Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste of tweede lid opgelegd verbod. 5. Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid. Artikel 2:80 Sluiting voor publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde of ter voorkoming of beperking van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat besluiten tot de gehele of gedeeltelijke sluiting van een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf.

2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 2:30, eerste lid, of artikel 13b van de Opiumwet voorziet. 3. De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende erf. 4. Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is. 5. Het is verboden een gesloten gebouw of erf te bezoeken, als bezoeker daarin of daarop te verblijven of een bezoeker daarin of daarop te laten verblijven zonder toestemming van de burgemeester. 6. De burgemeester kan een sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.

Afdeling 12a. Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat Artikel 2:81 Begripsbepalingen a. bedrijfsmatige activiteit: een activiteit die anders dan om niet plaatsvindt in een voor publiek toegankelijk gebouw of een daarbij behorend perceel, in de openbare ruimte, of in enige andere ruimte. b. exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of de gevolmachtigden voor wiens rekening en risico een

Wijziging conform model-Apv.

Wijziging conform model-Apv. Artikel 2:81 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat 1. In dit artikel wordt verstaan onder: a. bedrijfsmatige activiteit: activiteit in de uitoefening van een beroep of bedrijf, die niet valt onder de vergunningplicht bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet of de artikelen 2:28 of 3:3; b. beheerder: natuurlijk persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteit; c. exploitant: natuurlijk persoon of bestuurder van een rechtspersoon of tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde

Wijziging conform model-Apv. Artikel 2:81 t/m 2:88 worden samengevoegd tot één artikel 2:81.

8

c.

bedrijf wordt geëxploiteerd of de bedrijfsmatige activiteiten worden geëxploiteerd; bedrijfsleider: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteiten.

natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend. 2. De burgemeester kan in het belang van de leefbaarheid, de openbare orde en veiligheid of ter voorkoming van een nadelige beïnvloeding daarvan bedrijfsmatige activiteiten en gebouwen of bij die gebouwen behorende erven of gebieden aanwijzen waarop het verbod uit het derde lid van toepassing is. 3. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een door hem aangewezen bedrijfsmatige activiteit uit te oefenen in een door hem aangewezen gebouw, op een bij dat gebouw behorend erf of in een door hem aangewezen gebied. 4. De exploitant vraagt de vergunning aan door gebruik te maken van een door de burgemeester vastgesteld formulier, waarbij in elk geval de volgende gegevens worden verstrekt: a. voor welke bedrijfsmatige activiteit de vergunning wordt gevraagd; b. de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant en beheerder; c. het adres en telefoonnummer van de locatie waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend; d. het nummer van inschrijving in het Handelsregister; e. voor zover van toepassing, de verblijfstitel van de exploitant en beheerder; f. voor zover van toepassing, een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant en beheerder gerechtigd zijn om in Nederland arbeid te verrichten; g.

een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over het gebouw of erf te beschikken waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend; h. een verklaring omtrent het gedrag van de exploitant en beheerder. 5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren: a. als de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; b. als de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; c. als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; d. als niet voldaan is aan de bij of krachtens het vierde lid gestelde eisen voor de aanvraag; e. als er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; f. als het uitoefenen van de bedrijfsmatige activiteit in strijd is met het omgevingsplan of de Wet milieubeheer. 6. De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijfsmatige activiteit waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden.

De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als de bedrijfsmatige activiteit aan de vereisten voldoet. 7. Het is verboden het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of beheerder aanwezig is. 9

8. De exploitant of de beheerder ziet erop toe dat in of vanuit het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend geen strafbare feiten plaatsvinden. 9. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning intrekken of wijzigen als de omstandigheden sinds de vergunningverlening zijn gewijzigd, doordat: a. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; b. de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten die verband houden met de bedrijfsmatige activiteit of toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; c. er in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit strafbare feiten hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; d. er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; e. de exploitant de bedrijfsmatige activiteit heeft beëindigd of gewijzigd; of f. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is. 10.

Als de bedrijfsmatige activiteit in strijd met de vergunning of het verbod wordt uitgeoefend of als een van de situaties bedoeld in het negende lid van toepassing is, kan de burgemeester, onverminderd het bepaalde in artikel 2:80, een besluit nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend. 11. De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit tot sluiting aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of erf. 12. Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is. 13. Het is eenieder verboden een overeenkomstig het tiende lid gesloten gebouw of erf te betreden of daarin te verblijven. 14. De burgemeester kan de sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden. 15.

In afwijking van het derde lid geldt het verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit al een onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteit verricht, voor die bestaande activiteit op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of, als dat eerder is, met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering van een door hem aangevraagde of intrekking van een aan hem verleende vergunning. 16. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:82 Aanwijzing gebouwen, straten, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten 1. De burgemeester kan gebouwen, straten, gebieden, bedrijfsmatige activiteiten of een combinatie daarvan aanwijzen wanneer in of rondom dat gebouw, die straat, dat gebied of ten gevolge van die bedrijfsmatige activiteit de leefbaarheid, de openbare orde of veiligheid onder druk staat

Wijziging conform model-Apv. Zie artikel 2:81.

10

of aannemelijk is dat deze onder druk kan komen te staan, of indien er signalen zijn van ondermijnende activiteiten. 2. Een gebouw, straat of gebied wordt uitsluitend aangewezen als in of rondom dat gebouw dan wel in die straat dan wel in dat gebied naar het oordeel van de burgemeester het woon- en leefklimaat of de openbare orde en veiligheid onder druk staat of als er signalen zijn van ondermijnende activiteiten. 3. Een bedrijfsmatige activiteit wordt uitsluitend aangewezen als de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid door de bedrijfsmatige activiteit onder druk staat of als er signalen zijn van ondermijnende activiteiten. Artikel 2:83 Exploitatievergunning uitoefening bedrijf 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester bedrijfsmatige activiteiten uit te oefenen: a. in een door de burgemeester op grond van het eerste lid van artikel 2:82 aangewezen gebouw, straat of gebied; of b. indien de uitoefening van het bedrijf een door de burgemeester op grond van het eerste lid van artikel 2:82 aangewezen bedrijfsmatige activiteit betreft. 2. De vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt aangevraagd door de exploitant. 3. Bij het aanwijzen van gebouwen, straten, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten als bedoeld in het eerste lid van artikel 2:82 stelt de burgemeester vast welke gegevens en bescheiden bij de aanvraag moeten worden ingediend. 4.

De burgemeester stelt een aanvraagformulier voor de indiening van een vergunningaanvraag vast. 5. Op de vergunning als bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Wijziging conform model-Apv. Zie artikel 2:81.

Artikel 2:84 Eisen aan de exploitant en de bedrijfsleider 1. De exploitant en de bedrijfsleider: a. staan niet onder curatele of bewind; of b. zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag.

Wijziging conform model-Apv. Zie artikel 2:81.

Artikel 2:85 Weigeringsgronden 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 wordt een vergunning als bedoeld in het eerste lid van artikel 2:83 geweigerd: a. als de exploitant of de bedrijfsleider niet voldoet aan de in artikel 2:84 gestelde eisen; b. op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; c. als de exploitant of een van de bedrijfsleiders van het bedrijf drie jaar voor de indiening van de vergunningaanvraag een bedrijf heeft geëxploiteerd of daar leiding aan heeft gegeven, dat wegens het aantasten van de openbare orde, aantasting van het woon- en leefklimaat gesloten is geweest of waarvoor de vergunning om die reden is ingetrokken; of d. als niet wordt voldaan aan specifieke voorwaarden die zijn opgenomen in het aanwijzingsbesluit. 2. Onverminderd het bepaald in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het eerste lid van artikel 2:83 weigeren: a. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten; b. als naar zijn oordeel het woon- en leefklimaat in de omgeving van het bedrijf of de openbare orde of veiligheid, door de wijze van exploitatie,

Wijziging conform model-Apv. Zie artikel 2:81.

11

dreigt te worden beïnvloed of indien er signalen zijn van ondermijnende activiteiten; c. als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke exploitatie niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; of d. als er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde. Artikel 2:86 Intrekking- en wijzigingsgronden 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 trekt de burgemeester een vergunning als bedoeld in het eerste lid van artikel 2:83 in: a. er in het bedrijf of bij de uitoefening van bedrijfsmatige activiteiten strafbare feiten hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; b. de bedrijfsmatige activiteiten door de exploitant zijn beëindigd; of c. op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het eerste lid van artikel 2:83 intrekken of wijzigen als: a. door het bedrijf of de bedrijfsmatige activiteiten de openbare orde of veiligheid wordt aangetast; b. door het bedrijf of de bedrijfsmatige activiteiten de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; c. de exploitant of beheerder niet langer voldoet aan de in artikel 2:84 gestelde eisen; d.

de exploitant of leidinggevende(n) bij of krachtens deze verordening gestelde regels niet nakomt; e. de exploitant of leidinggevende(n) betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf dan wel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde of veiligheid nadelig wordt beïnvloed; f. er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; g. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke exploitatie niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is.

Wijziging conform model-Apv. Zie artikel 2:81.

Artikel 2:87 Sluiting 1. De burgemeester kan de sluiting van een gebouw of locatie bevelen indien daar een bedrijf of bedrijfsmatige activiteiten worden uitgevoerd in strijd met het verbod uit het eerste lid van artikel 2:83. 2. Het is eenieder verboden een krachtens het eerste lid gesloten gebouw of locatie te betreden of daarin te verblijven. 3. De sluiting wordt door de burgemeester opgeheven indien later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven.

Wijziging conform model-Apv. Zie artikel 2:81.

Artikel 2:88 Overgangsrecht Voor aangewezen gebouwen, straten, gebieden waarbinnen reeds bedrijfsmatige activiteiten worden geëxploiteerd of voor aangewezen bedrijfsmatige activiteiten die op het tijdstip van aanwijzing reeds worden geëxploiteerd stelt de burgemeester een termijn vast waarop de vergunningplicht als bedoeld in artikel 2:82 in werking treedt.

Wijziging conform model-Apv. Zie artikel 2:81.

Artikel 5:8 Grote voertuigen

Artikel 5:8 Grote voertuigen 12

1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte. 3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden. 4. Het tweede lid is voorts niet van toepassing op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 07.00 tot 18.00 uur.

1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte. 3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden. 4. Het eerste en tweede lid zijn voorts niet van toepassing op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 07.00 tot 18.00 uur.

5. Het college kan ontheffing verlenen van de verboden. 6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

5. Het college kan ontheffing verlenen van de verboden. 6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Afdeling 3. Venten

Afdeling 3. Venten

Artikel 5:14 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis. 2. Onder venten wordt niet verstaan: a. het aan huis afleveren van goederen in het kader van de exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet; b. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of artikel 5:22; c. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5:17.

Artikel 5:14 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis. 2. Onder venten wordt niet verstaan: a. het aan huis afleveren van goederen in het kader van de exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet; b. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder g, van de Gemeentewet of artikel 5:22; c. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5:17.

Afdeling 4. Standplaatsen

Afdeling 4. Standplaatsen

Artikel 5:17 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder standplaats verstaan het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. 2. Onder standplaats wordt niet verstaan: a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet; b. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.

Artikel 5:17 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder standplaats verstaan het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. 2. Onder standplaats wordt niet verstaan: a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; b. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.

Afdeling 5. Snuffelmarkten

Afdeling 5. Snuffelmarkten

Toevoeging van het eerste lid aan de uitzondering genoemd in lid 4. Hiermee wordt aangesloten bij de huidige praktijk waarbij alleen de grote voertuigen waarbij het parkeren buitensporig is met het oog op de verdeling van de beschikbare parkeerruimte (lid 2), maar ook de grote voertuigen waarvan het parkeren schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente (lid 1) van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 07.00-18.00 uur, mogen worden geparkeerd op de aangewezen locaties. Door grote voertuigen die schadelijk zijn voor het uiterlijk aanzien van de gemeente ’s nachts en in de weekenden te weren op de aangewezen locaties, wordt bereikt dat deze hier niet permanent worden geparkeerd. Dit is voldoende om het uiterlijk aanzien van de gemeente te beschermen.

Vernummering i.v.m. wijziging Gemeentewet. Inhoudelijk verandert er niets.

Vernummering i.v.m. wijziging Gemeentewet. Inhoudelijk verandert er niets.

13

Artikel 5:22 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder snuffelmarkt verstaan een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een standplaatsen. 2. Onder snuffelmarkt wordt niet verstaan: a. een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet; b. een evenement als bedoeld in artikel 2:24.

Artikel 5:22 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder snuffelmarkt verstaan een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een standplaatsen. 2. Onder snuffelmarkt wordt niet verstaan: a. een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; b. een evenement als bedoeld in artikel 2:24.

Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt 1. Het is verboden een snuffelmarkt te organiseren: a. als de burgemeester het organiseren van een snuffelmarkt verboden heeft in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu; of b. als degene die voornemens is een snuffelmarkt te organiseren daarvan niet tevoren melding heeft gedaan. 2. De organisator doet de melding als bedoeld in het eerste lid, onder c, binnen twee weken voorafgaand aan de snuffelmarkt met vermelding van:

Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt 1. Het is verboden een snuffelmarkt te organiseren: a. als de burgemeester het organiseren van een snuffelmarkt verboden heeft in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu; of b. als degene die voornemens is een snuffelmarkt te organiseren daarvan niet tevoren melding heeft gedaan. 2. De organisator doet de melding als bedoeld in het eerste lid, onder c, binnen vier weken voorafgaand aan de snuffelmarkt met vermelding van:

a. b. c. d. e. f. g. 3.

naam en adres van de organisator; adres van het gebouw waar de snuffelmarkt gehouden wordt; de dagen en tijdstippen waarop de snuffelmarkt wordt gehouden; de frequentie van het houden van de snuffelmarkt; het soort van goederen en diensten dat wordt aangeboden en verhandeld; het aantal standplaatsen; en het te verwachten aantal bezoekers. De snuffelmarkt kan worden gehouden als de burgemeester niet binnen één week na ontvangst van de melding heeft beslist dat het organiseren van de snuffelmarkt wordt verboden in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu. De burgemeester geeft daarvan binnen een week na ontvangst van de melding aan de organisator met opgaaf van redenen bericht. 4. Het verbod is niet van toepassing op ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=7a8b6c83-cc08-437a-b8e4-79aae6a9c283