Bijlage 4 Toelichting op de aanvraag milieubelastende activiteit Mijnbouwwerk
Tekst van het document
Toelichting op de aanvraag milieubelastende activiteit mijnbouwwerk
Geothermie, locatie Noordscharwouderpolderweg Heerhugowaard projectnummer 0486957.100 definitief revisie 00 7 februari 2025
www.anteagroup.nl
Toelichting op de aanvraag milieubelastende activiteit mijnbouwwerk Geothermie, locatie Noordscharwouderpolderweg Heerhugowaard projectnummer 0486957.100 definitief revisie 00 7 februari 2025
Opdrachtgever HVC Warmte B.V. Jadestraat 1 8446 KP Alkmaar
Gecontroleerd Melanie Hirsch
datum 7 februari 2025
beschrijving definitief revisie 00
vrijgave E. Koomen
Toelichting aanvraag omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteit mijnbouwwerk aanleggen Geothermische boringen, locatie Noordscharwouderpolderweg Heerhugowaard projectnummer 0486957.100 7 februari 2025 revisie 00 HVC
Inhoudsopgave 1.
Algemene gegevens
8
2.
Inleiding
9
3.
Wettelijk kader
11
3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.1.5 3.2 3.3 3.4 3.4.1 3.4.2 3.5
Omgevingswet Milieubelastende activiteiten Technische bouwactiviteit Wateractiviteit: separate aanvraag bij waterschap Natura 2000-activiteit Flora- en fauna-activiteit Milieueffectrapportage Omgevingsverordening Noord-Holland Omgevingsplan gemeente Dijk en Waard Omgevingsplanactiviteit gebruik Omgevingsplanactiviteit bouwen Mijnbouwwet
11 11 12 13 13 13 14 14 15 15 15 16
4.
Aangevraagde activiteit
17
4.1 4.2 4.3 4.3.1 4.4
Deelactiviteiten op hoofdlijnen in de boorfase Beschrijving van de activiteiten in de boorfase Deelactiviteiten op hoofdlijnen in de productiefase Beschrijving van de activiteiten in de productiefase Participatie en omgevingsmanagement
17 17 22 22 25
5.
Milieueffecten
26
5.1 5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.3 5.4 5.4.1 5.4.2 5.4.3 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12
Bodem Bodemkwaliteit Bodembedreigende activiteiten Bodembeweging Water Waterhuishouding Waterverbruik Afvalwater Stikstofdepositie Lucht Geen emissies van aardgas Stofemissies en geur Luchtkwaliteit Licht Geluid Trillingen Veiligheid Natuur en biodiversiteit Archeologie en cultuurhistorie Energie Afvalstoffen
26 26 26 27 27 27 28 28 28 29 29 29 29 30 31 32 32 33 34 35 35
Bijlage 1 Diverse situatietekeningen Bijlage 2 Bodemonderzoek
Toelichting aanvraag omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteit mijnbouwwerk aanleggen Geothermische boringen, locatie Noordscharwouderpolderweg Heerhugowaard projectnummer 0486957.100 7 februari 2025 revisie 00 HVC
Bijlage 3 Bodemrisico-inventarisatie boorfase Bijlage 4 Bodemrisico-inventarisatie productiefase Bijlage 5 Stikstofdepositie onderzoek aanleg- en boorfase Bijlage 6 Stikstofdepositie onderzoek productiefase Bijlage 7 Akoestisch onderzoek aanlegfase Bijlage 8 Akoestisch onderzoek boorfase Bijlage 9 Akoestisch onderzoek productiefase Bijlage 10 Kwantitatieve risicoanalyse Bijlage 11 Onderzoek ontplofbare oorlogsresten Bijlage 12 Archeologisch onderzoek Bijlage 13 Toetsing archeologisch onderzoek Bijlage 14 Natuurtoets Bijlage 15 Geohydrologisch onderzoek Bijlage 16 Luchtkwaliteitsonderzoek Bijlage 17 Process Flow Diagram Bijlage 18 Aanmeldingsnotitie m.e.r.
Toelichting aanvraag omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteit mijnbouwwerk aanleggen Geothermische boringen, locatie Noordscharwouderpolderweg Heerhugowaard projectnummer 0486957.100 7 februari 2025 revisie 00 HVC
Niet technische samenvatting HVC is voornemens om aardwarmte te gaan winnen (geothermie) op een agrarisch perceel nabij de kruising van de Noordscharwoudepolderweg en Zuiderbosweg te Heerhugowaard. De eerste fase van het project bestaat uit het ontwerpen en aanleggen van een boorlocatie met vervolgens de installatie van een (tijdelijke) boortoren om tot enkele kilometers diepte te boren voor het winnen van aardwarmte. Hierna volgt de realisatie van de uiteindelijke winningsfaciliteiten, bestaande uit onder andere een pompgebouw met een aardgas gestookte hulpwarmtecentrale en aansluiting op het bestaande warmtenet. Hiermee start de warmteproductiefase. De locatie ligt in glastuinbouwgebied Alton, in Heerhugowaard, gemeente Dijk en Waard, provincie NoordHolland. Hier werken meerdere partijen samen, waaronder HVC, aan het vernieuwen en verduurzamen van Alton. In de regio Alkmaar is een warmtenet aanwezig dat men voornemens is uit te breiden. Geothermie kan daaraan bijdragen. De aanleg van de boorlocatie staat gepland voor voorjaar-zomer 2026. Naar verwachten duren de boringen en de testfase circa 6 maanden. De aanleg van het bedrijfsgebouw en de bovengrondse installaties voor de aardwarmteproductie duren circa 1,5 jaar. Daarna start de aardwarmteproductie.
Voorliggend document betreft de toelichting op de aanvraag omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit (conform Omgevingswet artikel 5.1, lid 2 onder b) voor het aanleggen en exploiteren van een mijnbouwwerk. Tegelijkertijd wordt een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit aangevraagd, en een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit. Deze meervoudige aanvraag wordt behandeld door gemeente Dijk en Waard en heeft betrekking op zowel de boorfase als de aardwarmteproductie. Onderdeel van deze aanvraag zijn ook de functioneel ondersteunende activiteiten. Omgevingsvergunningen voor omgevingsplanactiviteiten worden separaat aangevraagd. Milieuaspecten Bodemkwaliteit Er is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd en de resultaten vormen geen belemmering voor het voornemen. In relatie met bodembedreigende activiteiten zal een combinatie van voorzieningen (zoals een aaneengesloten verharding en maatregelen (zoals toezicht) leiden tot een verwaarloosbaar bodemrisico. Bodembeweging Bij een boring naar aardwarmte is geen sprake van bodembeweging of seismiciteit. De locatie ligt niet in of nabij een bekend seismisch actief breuksysteem. Tijdens het uitvoeren van de boringen en het winnen van de aardwarmte zal eventuele bodembeweging gemonitord worden volgens een meetplan.
Bodembescherming De boortorenfundering met boorkelders wordt uitgevoerd met een vloeistofdichte voorziening. De overige onderdelen worden voorzien van een aaneengesloten verharding en bijbehorende cvm-maatregelen. Opgevangen hemelwater en hemelwater in de werkputten wordt middels goten naar een hemelwaterput met afsluitbare afvoerleiding geleid. Potentieel verontreinigd hemelwater en reinigingswater wordt opgeslagen en per as afgevoerd naar een erkend verwerker. Water Al het water dat van het terrein afgevoerd dient te worden, wordt middels goten naar een hemelwaterput met een afsluitbare afvoerleiding geleid. Indien sprake is van schoon hemelwater, wordt dit geloosd op het oppervlaktewater. Worden werkzaamheden uitgevoerd waarbij een verontreiniging kan ontstaan )zoals bij uitvoering van de boringen), dan kan de afvoerleiding worden afgesloten, zodat dan geen lozing op het oppervlaktewater plaats. Het potentieel verontreinigde hemelwater en reinigingswater wordt dan opgeslagen in (vloeistofdichte) containers, buffer silo’s of tanks en op afroep afgevoerd naar een erkend verwerker. Afvalwater dat voldoet aan de eisen voor lozen op het riool, wordt op het riool geloosd.
blad 5 van 36
Toelichting aanvraag omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteit mijnbouwwerk aanleggen Geothermische boringen, locatie Noordscharwouderpolderweg Heerhugowaard projectnummer 0486957.100 7 februari 2025 revisie 00 HVC
Wat betreft het testwater is HVC voornemens dit te zuiveren en te lozen op zout oppervlaktewater. Indien dit niet mogelijk is, wordt het afgevoerd naar een erkend verwerker, of geherinjecteerd. De benodigde vergunningen hiervoor worden separaat aangevraagd. Al het water dat vrijkomt op het terrein waarop de boorinstallatie wordt opgesteld, zijnde opgeboord formatiewater, spoelwater, uittredend water uit het boorgruis, hemelwater et cetera wordt opgevangen in goten en naar de hemelwaterput geleid. Dit water wordt tijdens de bedrijfssituatie van de boring per as afgevoerd naar een erkend verwerker omdat dit water kan zijn ‘verontreinigd’. Op de overige terreindelen komt enkel hemelwater vrij dat niet is verontreinigd vanwege de activiteiten die op deze terreindelen plaatsvinden. Schoon hemelwater wordt rechtstreeks (halfverharding/onverhard) geloosd op het oppervlaktewater. Afvalwater dat voldoet aan de eisen voor lozen op het riool, wordt op het riool geloosd. Wat betreft het testwater is HVC voornemens dit te zuiveren en te lozen op zout oppervlaktewater. Indien dit niet mogelijk is, wordt het afgevoerd naar een erkend verwerker, of geherinjecteerd. De benodigde vergunningen hiervoor worden separaat aangevraagd.
Lucht Het in te zetten materieel en de transportmiddelen bij de aanleg van de locatie en het gebruiken van installaties tijdens de productie van aardwarmte hebben een emissie naar de lucht. Dit is relevant voor de luchtkwaliteit en ook voor stikstofdepositie. Voor stikstofdepositie wordt verwezen naar de tekst bij Natuur en biodiversiteit. Voor luchtkwaliteit is aangetoond dat de transportbewegingen bij de boor- en testfase niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit. Voor de productiefase is dit onderzocht met specifiek onderzoek waarbij zowel de stookinstallaties als transportbewegingen zijn betrokken. Ook hier is geconcludeerd dat de emissies niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit. Licht Tijdens de boor- en testfase is de locatie ’s avonds en ’s nachts verlicht om veilig te kunnen werken. Deze verlichting wordt naar binnen toe gericht zodat overlast en uitstraling naar buiten toe wordt beperkt en directe aanstraling van de omgeving wordt voorkomen. De hoeveelheid verlichting tijdens de exploitatie is beperkt. De locatie bevindt zich tevens in een kassengebied (glastuinbouw) waar veel licht aanwezig is. Geluid en trillingen De representatieve bedrijfssituatie wordt getoetst aan de geluidseisen uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).
Uit het uitgevoerde geluidsonderzoek blijkt dat in de representatieve bedrijfssituatie niet overal voldaan wordt aan de grenswaarden zoals van toepassing en dat maatregelen nodig zijn in de aanlegfase en de boorfase. Voor de productiefase is getoetst aan de standaardwaarden uit het Bal. In de nachtperiode kan niet worden voldaan aan de standaardwaarde uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Derhalve zijn maatregelen onderzocht. Gebleken is dat de standaardwaarde niet haalbaar is. Derhalve moet in ieder geval worden uitgeweken naar de grenswaarde. Door maatregelen toe te passen, kan overal worden voldaan aan de grenswaarde. De voorgenomen activiteit leidt niet tot trillingen in de omgeving. Een onderzoek naar de overdracht van trillingen is daarom niet uitgevoerd. Externe veiligheid Ondanks dat het onwaarschijnlijk is dat er tijdens de boorfase aardgas zal worden aangetroffen, is voor de volledigheid een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) uitgevoerd, zoals die ook uitgevoerd wordt voor boringen naar aardgas. De plaatsgebonden risicocontour van 10-6/jaar ligt buiten de grenzen van de locatie van de boring (risicovolle milieubelastende activiteit; mba). Binnen de 10-6/jaar contour zijn geen (zeer) kwetsbare gebouwen of locaties toegestaan.
blad 6 van 36
Toelichting aanvraag omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteit mijnbouwwerk aanleggen Geothermische boringen, locatie Noordscharwouderpolderweg Heerhugowaard projectnummer 0486957.100 7 februari 2025 revisie 00 HVC
Daarnaast zijn er geen beperkt kwetsbare objecten binnen de 10-6/jaar contour aanwezig, met uitzondering van een klein deel van het naastgelegen kassencomplex, bij de meest westelijke boring. Beperkt kwetsbare gebouwen zijn binnen de 10-6/jaar-contour alleen toegestaan indien hierover voldoende motivatie is gegeven door het bevoegd gezag. Voor deze motivatie is het relevant dat de contour is berekend voor een boring die een jaar duurt, terwijl een daadwerkelijke boring slechts 40 dagen duurt. Dit betekent dat de werkelijke kans kleiner is dan berekend. Bovendien is de aanwezigheid van de mensen in de kassen beperkt, en worden zij voorafgaand aan de boringen geïnformeerd. De relatief beperkte hoeveelheden aardgas (geogas) die met het warme water mee naar boven komt wordt niet gewonnen, maar terug gebracht in de diepe ondergrond (samen met en opgelost in het afgekoelde water) door middel van de injectieput. Op basis hiervan is er bij het proces geen sprake van grotere volumes aardgas/geogas onder druk en daarom is er geen QRA uitgevoerd voor de productiefase (in overeenstemming met het Bkl, bijlage 7, onder E, activiteit 11: Mijnbouwwerk; er is hier geen sprake van gevaarlijke stoffen zoals daar genoemd). Natuur en biodiversiteit Ten aanzien van gebiedsbescherming (Omgevingswet Natura 2000-activiteiten) zijn effecten uit te sluiten, afgezien van stikstofdepositie.
Daarom is er voor stikstofdepositie specifiek onderzoek uitgevoerd voor zowel de aanleg- en boorfase als de productiefase. Uit de in dat kader uitgevoerde AERIUS-berekeningen volgt dat er geen sprake is van een bijdrage in stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol per hectare per jaar en significante effecten zijn eveneens uitgesloten. Met betrekking tot soortbescherming in het kader van eveneens de Omgevingswet zal rekening worden gehouden met broedende vogels, alsmede met vleermuizen (voorkómen/beperken van lichtuitstraling). Afvalstoffen Voor deze locatie is er enkel sprake van eigen afval als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Het gaat bijvoorbeeld om opgeboord formatiewater, spoelwater, uittredend water uit het boorgruis, grond en verpakkings- en verbruiksmaterialen. Deze afvalstoffen worden overeenkomstig de scheidingsregels van het Landelijk afvalbeheerplan gescheiden van elkaar opgeslagen. Indien mogelijk worden afvalstoffen op de locatie hergebruikt. Afvalstoffen waarbij dit niet mogelijk is, worden afgevoerd naar een erkende verwerker. In de productiefase streeft HVC ernaar om zoveel mogelijk afvalstoffen te hergebruiken. Dit wordt gedaan door zo goed mogelijk te scheiden aan de bron. Er is sprake van een beperkte hoeveelheid afvalstoffen. Afvalwater dat afkomstig is van sanitaire voorzieningen wordt direct geloosd op de aangesloten gemeentelijke riolering.
blad 7 van 36
Toelichting op de aanvraag milieubelastende activiteit mijnbouwwerk Geothermie, locatie Noordscharwouderpolderweg Heerhugowaard projectnummer 0486957.100 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.
1.
Algemene gegevens Aan:
Gemeente Dijk en waard
Betreft:
Een aanvraag omgevingsvergunning op grond van artikel 5.1, lid 2 van de Omgevingswet, vanwege het verrichten van een milieubelastende activiteit
Vergunningentermijn:
De vergunning wordt aangevraagd voor onbeperkte tijd
Realisatietermijn:
Vanaf Q1 2026 (of zo veel later als nodig of eerder als mogelijk)
Gegevens aanvrager: Naam: Adres: Postcode: Plaats: Kamer van Koophandel nummer: Vestigingsnummer:
HVC Warmte B.V. Jadestraat 1 8446 KP Alkmaar 37100326 000019205031
Contactpersoon: Naam: Tel.: e-mail:
Job Last + 31 6 20 64 52 89 j.last@hvcgroep.nl
blad 8 van 36
Toelichting op de aanvraag milieubelastende activiteit mijnbouwwerk Geothermie, locatie Noordscharwouderpolderweg Heerhugowaard projectnummer 0486957.100 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.
2.
Inleiding HVC Warmte B.V. (hierna: HVC) is voornemens om aardwarmte te gaan winnen (geothermie) op een agrarisch perceel in de gemeente Heerhugowaard. Om dit te kunnen realiseren worden een viertal diepboringen (twee doubletten) uitgevoerd. Bij ieder doublet wordt uit één geboorde put aardwarmte gewonnen en wordt in één geboorde put het afgekoelde water weer in de ondergrond gebracht. Hierna volgt de realisatie van de winningsinstallatie, bestaande uit onder andere een pompgebouw, een op aardgas gestookte hulpwarmtecentrale en een aansluiting op het warmtenet. Hiermee start de warmteproductiefase. De locatie die gekozen is voor de vier diepboringen en de winningsinstallatie is een agrarisch perceel in Heerhugowaard. Het betreft het perceel ten zuiden van Noordscharwouderpolderweg 11, kadastrale percelen S 2302 en S 1540. Op figuren 1.1 en 1.2 is de locatie weergegeven.
Figuur 2.1 Locatie HVC (rode cirkel) t.o.v de omgeving [bron: Google Maps]
blad 9 van 36
Toelichting op de aanvraag milieubelastende activiteit mijnbouwwerk Geothermie, locatie Noordscharwouderpolderweg Heerhugowaard projectnummer 0486957.100 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.
Figuur 2.2 Locatie geothermie (rood omkaderd) [bron: PDOK]
Voor de voorgenomen activiteit worden verschillende omgevingsvergunningen op grond van de Omgevingswet aangevraagd. Voorliggend document betreft de toelichting op de aanvraag omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit (conform Omgevingswet artikel 5.1, lid 2 onder b) voor het aanleggen en exploiteren van een mijnbouwwerk. Omdat het hier gaat om een meervoudige aanvraag (samen met de vergunningaanvragen voor bouwactiviteiten en buitenplanse omgevingsplanactiviteiten) is hier de gemeente Dijk en Waard het bevoegd gezag. Voor de mijnbouwactiviteiten wordt advies gevraagd aan het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG).
blad 10 van 36
Toelichting op de aanvraag milieubelastende activiteit mijnbouwwerk Geothermie, locatie Noordscharwouderpolderweg Heerhugowaard projectnummer 0486957.100 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.
3.
Wettelijk kader
3.1
Omgevingswet Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De Omgevingswet houdt regels gericht op de bescherming en verbetering van de fysieke leefomgeving. De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB) : het Omgevingsbesluit; het Besluit kwaliteit leefomgeving; het Besluit activiteiten leefomgeving en; het Besluit bouwwerken leefomgeving.
3.1.1
Milieubelastende activiteiten In hoofdstuk 5 van de Omgevingswet zijn activiteiten aangewezen waarvoor een omgevingsvergunning benodigd is. Deze activiteiten zijn verder uitgewerkt in specifieke gevallen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Een omgevingsvergunning is benodigd voor onder andere een milieubelastende activiteit (artikel 5.1, lid 2 onder b van de Omgevingswet). In hoofdstuk 3 van het Bal worden de relevante milieubelastende activiteiten benoemd en staat voor welke gevallen een vergunning of een melding nodig is. Deze milieubelastende activiteiten zijn geclusterd per bedrijfstak, maar ook zijn activiteiten aangewezen die bedrijfstakken overstijgen. Per activiteit is een specifieke omschrijving opgenomen/afbakening van de activiteit, worden de vergunningplichtige gevallen benoemd en zijn algemene regels opgenomen. In hoofdstuk 4 van het Bal zijn algemene regels opgenomen voor de milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 kan tevens zijn aangegeven voor welke gevallen van een milieubelastende activiteit een meldingsplicht geldt. Bij een milieubelastende activiteit wordt onderscheid gemaakt tussen de kernactiviteit en eventueel functioneel ondersteunende activiteiten. Samen vormen ze de milieubelastende activiteit waar de paragraaf op toeziet.
Activiteiten die bedrijfstakken overstijgen bestaan enkel uit een kernactiviteit. Functioneel ondersteunende activiteiten zouden niet plaatsvinden als de kernactiviteit er niet was. De milieubelastende activiteit zoals omschreven in afdeling 3.10, artikel 3.320, lid 1 van het Bal is van toepassing op de vier diepboringen met boorgaten, de installatie voor aardwarmteprodcutie en de winning van aardwarmte: “Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 worden aangewezen het aanleggen en het exploiteren van een mijnbouwwerk.” In artikel 3.321, lid 1 is opgenomen dat een vergunningplicht geldt voor deze milieubelastende activiteit. De boorgaten worden gezien als de aanleg van een mijnbouwwerk. Om deze reden moet een omgevingsvergunning worden aangevraagd. Na het uitvoeren van de boringen wordt een warmteproductie installatie gerealiseerd. De benodigde omgevingsvergunningen hiervoor worden separaat aangevraagd. Naast de genoemde milieubelastende activiteit (aanleggen mijnbouwwerk) worden ook de navolgende milieubelastende activiteiten aangevraagd: Opslag van dieselolie in tanks (artikel 3.24 Bal); Opslag van gevaarlijke stoffen in verpakking (artikel 3.27 Bal); Hulpwarmtecentrale als onderdeel van het mijnbouwwerk (met een vermogen < 50 MW, namelijk 4 x 10 MW). Voor de mobiele installatie, de boortoren, dient een melding ingediend te worden op grond van art.
4.1117 Bal. Voor het affakkelen of afblazen dient ten minste 48 uur van tevoren een melding gedaan te worden op grond van art. 4.1119 Bal.
blad 11 van 36
Toelichting op de aanvraag milieubelastende activiteit mijnbouwwerk Geothermie, locatie Noordscharwouderpolderweg Heerhugowaard projectnummer 0486957.100 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.
Ten aanzien van de koelinstallatie geldt dat de exploitatie met meer dan 10 kg ammoniak als afzonderlijke activiteit is aangewezen als milieubelastende activiteit in § 3.2.5. Bal. Op basis van deze paragraaf is de exploitatie van de koelinstallatie niet vergunningplichtig, omdat er minder dan 1.500 kg ammoniak wordt gebruikt. Vanuit deze paragraaf gelden wel de bepalingen over de algemene regels uit artikel 3.17 Bal. Hierin wordt verwezen naar de algemene regels uit § 4.33 Bal. Op basis van artikel 4.433, tweede lid Bal hoeft deze activiteit niet apart te worden gemeld, omdat de activiteit als functioneel ondersteunende activiteit vergunningplichtig is op basis van artikel 3.321 Bal. Bevoegd gezag In afdeling 4.1 van het Omgevingsbesluit (Ob) staat wie het bevoegd gezag is voor de omgevingsvergunning. In artikel 4.10, lid 1 onder a van het Ob staat dat de Minister van Klimaat en Groene Groei (KGG) bevoegd is te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 3.321, lid 1 van het Bal. In de voorgaande paragraaf is geconcludeerd dat dit artikel van toepassing is op de vier boorgaten. Worden naast de milieubelastende activiteiten ook activiteiten aangevraagd met een ander bevoegd gezag, volgt uit artikel 5.12, lid 2 Ow en art.
4.10, lid 2 onder a Ob dat het college van burgemeester en wethouders het bevoegd gezag voor een aanvraag met meer activiteiten. Naast de milieubelastende activiteit worden nog andere niet-water-activiteiten aangevraagd, zoals een omgevingsvergunning voor het buitenplans afwijken van het omgevingsplan en de technische bouwactiviteit. De gemeente Dijk en Waard is bevoegd gezag. De gemeente zal wel advies en instemming vragen aan KGG. Procedure Het nieuwe stelsel van de Omgevingswet sluit zoveel mogelijk aan bij de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Awb kent twee voorbereidingsprocedures: De reguliere voorbereidingsprocedure: beslistermijn 8 weken met mogelijke verlenging van 6 weken; De uitgebreide voorbereidingsprocedure: beslistermijn 26 weken met mogelijke verlenging van 6 weken. Op diverse plaatsen in de Omgevingswet en in artikel 10.24 van het Omgevingsbesluit staat wanneer de uitgebreide procedure geldt. De aangevraagde activiteit is niet genoemd in artikel 10.24 van het Omgevingsbesluit. Derhalve geldt de reguliere voorbereidingsprocedure, met een doorlooptijd van 8 weken en mogelijke verlenging met 6 weken. Omdat er uit instemming nodig is van KGG, zijn art. 16.64, lid 1 Ow en art. 16.18, lid 1 Ow ook van toepassing en komen er 4 weken voor instemming bij de reguliere termijn van 8 weken. De beslistermijn is 12 weken, met een mogelijke verlenging van 6 weken.
3.1.2
Technische bouwactiviteit Met de vier boringen hangen bouwactiviteiten samen, aangezien sprake is van het (tijdelijk) plaatsen van een boortoren en de realisatie van vier boorputten en ondersteunende faciliteiten. Daarnaast worden de winningsfaciliteiten gebouwd (met name het pompgebouw). Met de Omgevingswet is het bouwen van een bouwwerk gescheiden in een technisch en ruimtelijk deel. Dit resulteert in twee activiteiten, namelijk de technische bouwactiviteit en de omgevingsplanactiviteit bouwen. Uitgangspunt is dat dit bij de gemeente Dijk en Waard wordt aangevraagd samen met de aanvraag MBA.
blad 12 van 36
Toelichting op de aanvraag milieubelastende activiteit mijnbouwwerk Geothermie, locatie Noordscharwouderpolderweg Heerhugowaard projectnummer 0486957.100 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.
3.1.3
Wateractiviteit: separate aanvraag bij waterschap Wateractiviteiten zullen afzonderlijk worden aangevraagd; dit kan niet in combinatie met de omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit en de bouwactiviteiten. Voor het project zal een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit worden aangevraagd die onder andere ingaat op de verhardingen (watercompensatie), de tijdelijke kortdurende bemaling van het grondwater met lozing op oppervlaktewater voor het ‘in den droge’ aanbrengen van de boorkelder, het graven en dempen van oppervlaktewater, alsmede het aanpassen van bestaande toegangsdammen met duikers. Vooroverleg met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier over de ingreep vindt reeds plaats.
3.1.4
Natura 2000-activiteit In artikel 5.1, lid 1 onder e van de Omgevingswet staat dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning een Natura 2000-activiteit te verrichten, waarbij een Natura 2000-activiteit in de Omgevingswet wordt gedefinieerd als een activiteit met mogelijk verslechterende of significant verstorende gevolgen voor een Natura 2000-gebied. Het kan daarbij zowel gaan om activiteiten binnen als buiten Natura 2000-gebieden. In de navolgende figuur is de ligging van de beoogde locatie ten opzichte van Natura 2000-gebieden weergegeven.
Figuur 3.1 Ligging van de boorlocatie t.o.v. Natura 2000-gebieden [bron: AERIUS Calculator]
Mogelijke effecten op Natura 2000-gebieden zijn onderzocht in het stikstofdepositie-onderzoek en de natuurtoets (separate bijlagen bij deze aanvraag). Voor de resultaten van deze onderzoeken wordt verwezen naar respectievelijk paragraaf 5.3 en 5.8 van de voorliggende rapportage. Aan de hand van de conclusies van deze onderzoeken is bepaald dat er geen sprake is van een vergunningplicht voor een Natura 2000-activiteit.
3.1.5
Flora- en fauna-activiteit Op grond van artikel 5.1, lid 2 onder g van de Omgevingswet is het verboden om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna activiteit te verrichten. Een flora- en fauna activiteit wordt in de Omgevingswet gedefinieerd als een activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren en planten.
blad 13 van 36
Toelichting op de aanvraag milieubelastende activiteit mijnbouwwerk Geothermie, locatie Noordscharwouderpolderweg Heerhugowaard projectnummer 0486957.100 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.
De gevolgen van de voorgenomen activiteit op de flora- en fauna zijn beoordeeld in de natuurtoets, waarvan de resultaten zijn samengevat in paragraaf 5.8 van de voorliggende rapportage. Aan de hand van de conclusies van de natuurtoets is bepaald dat er geen sprake is van een vergunningplicht vanwege een flora- en faunactiviteit.
3.2
Milieueffectrapportage Voor sommige activiteiten die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben dient bij de voorbereiding op een besluit een milieueffectrapport (MER) te worden gemaakt (mer-plichtig project). Daarnaast zijn activiteiten aangewezen waarvoor moet worden beoordeeld of die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben en als dat het geval is dient een MER te worden gemaakt (mer-beoordelingsplichtig project). De mer-plichtige projecten zijn aangewezen in bijlage V van het Ob, kolom 2 en de mer-beoordelingsplichtige projecten zijn aangewezen in bijlage V, kolom 3. Op de vier diepboringen is project B4 van toepassing: “Diepboringen, in het bijzonder: a. geothermische boringen; b. boringen in verband met de opslag van kernafval; of c. boringen voor watervoorziening; met uitzondering van boringen voor het onderzoek naar de stabiliteit van de ondergrond.” Tevens is van belang nr. C1: “Thermische centrales en andere verbrandingsinstallaties voor de productie van elektriciteit, stoom of warm water”. Dergelijke projecten zijn mer-plichtig bij een vermogen van 300 MW of meer. Aangezien de hulpwarmtecentrale (HWC) een vermogen krijgt van minder dan 50 MW is hier merbeoordelingsplicht aan de orde. De mer-plicht is in geen enkel geval direct van toepassing. Wel is de mer-beoordelingsplicht van toepassing in geval van oprichting, wijziging of uitbreiding.
Aangezien sprake is van nieuwe boringen (op te vatten als ‘oprichting’) is sprake van een mer-beoordelingsplicht. Volgens artikel 16.45, lid 1 van de Omgevingswet deelt degene die voornemens is een mer-beoordelingsplichtig project uit te voeren het voornemen mee aan het bevoegd gezag. Aan de hand van een document dat wordt opgesteld ten behoeve van de mer-beoordeling, de ‘aanmeldingsnotitie’, wordt door het bevoegd gezag beoordeeld of het opstellen van een MER al dan niet noodzakelijk is. Bevoegd gezag Het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit is tevens bevoegd te beslissen of het opstellen van een MER noodzakelijk is (hier vanwege de meervoudige aanvraag: de gemeente Dijk en Waard). Procedure Het bevoegd gezag neemt binnen zes weken na ontvangst van de mededeling een beslissing omtrent de vraag of er bij de voorbereiding van het betrokken besluit een MER dient te worden opgesteld (artikel 11.11 Omgevingsbesluit). De aanmeldingsnotitie en de aanvraag om een omgevingsvergunning kunnen desgewenst gelijktijdig worden ingediend.
3.3
Omgevingsverordening Noord-Holland In de Omgevingsverordening NH2022 zijn de regels voor de fysieke leefomgeving van de provincie opgenomen. In de Omgevingsverordening NH2022 is bijvoorbeeld opgenomen dat het verboden is om zonder vergunning bepaalde activiteiten te verrichten in een stiltegebied of een grondwaterbeschermingsgebied. De beoogde boorlocatie is niet gelegen in een stiltegebied of grondwaterbeschermingsgebied en daarom is een vergunning voor het verrichten van een activiteit in zo’n gebied niet nodig.
blad 14 van 36
Toelichting op de aanvraag milieubelastende activiteit mijnbouwwerk Geothermie, locatie Noordscharwouderpolderweg Heerhugowaard projectnummer 0486957.100 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.
De projectlocatie valt binnen een glastuinbouwconcentratiegebied. Het omgevingsplan dient er op toe te zien dat de glastuinbouw niet belemmerd wordt. De voorgenomen activiteit ondersteunt de glastuinbouw, middels aanlevering van warmte. Dit wordt nader toegelicht in de aanvraag voor de omgevingsvergunning afwijken van het omgevingsplan . De locatie is gelegen in het werkingsgebied ontgrondingen, waar het verbod zonder omgevingsvergunning een ontgrondingsactiviteit te verrichten niet geldt als voldaan wordt aan een aantal voorwaarden. Dit in afwijking van artikel 16.7, onder a, onder 2°, van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet voor de activiteiten, bedoeld in artikel 16.7, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, als niet meer dan 10.000 m3 wordt ontgraven. Tevens is, onder voorwaarden, sprake van een uitzondering voor het aanleggen of veranderen van industrieterrein.
3.4
Omgevingsplan gemeente Dijk en Waard Het omgevingsplan bevat de gemeentelijke regels voor de fysieke leefomgeving. In afdeling 22.3 van het Omgevingsplan zijn onder andere regels opgenomen voor milieubelastende activiteiten. De regels hebben betrekking op, onder andere: de zorgplicht; de mogelijkheid tot het stellen van maatwerkvoorschriften; de informatieplicht bij een ongewoon voorval; geluid; geur. Tot op heden heeft de gemeente nog geen invulling gegeven aan het opstellen van zo’n Omgevingsplan. Tot het moment dat er nog geen formeel Omgevingsplan is vastgesteld door de gemeente zelf, geldt een van rechtswege ontstaan Omgevingsplan dat bestaat uit het oude bestemmingsplan, normen uit andere gemeentelijke verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving (erfgoedverordening, onderdelen van de Apv/Verordening fysieke leefomgeving, bomenverordening etc.) en de regels die de Rijksoverheid van toepassing heeft verklaard op alle bestemmingsplannen (dit wordt de zogenaamde “bruidsschat” genoemd). Het maken van een omgevingsplan is een verplichting die voortkomt uit de Omgevingswet. De gemeente heeft een overgangsperiode om tot uiterlijk 2032 het omgevingsplan te maken. Totdat formele vaststelling van een in werking getreden Omgevingsplan, gelden de regels zoals opgenomen in het huidig bestemmingsplan en de bruidsschat.
Op de locatie waar de vier boringen en de aardwarmteproductie gepland zijn, geldt het bestemmingsplan Buitengebied 2014. Dit bestemmingplan is onherroepelijk vastgesteld op 25 oktober 2016.
3.4.1
Omgevingsplanactiviteit gebruik De grond heeft de bestemming ‘Agrarisch - 1’. De voorgenomen activiteit past niet binnen deze functie. Op basis hiervan zal bij de gemeente een omgevingsvergunning worden aangevraagd voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA).
3.4.2
Omgevingsplanactiviteit bouwen In artikel 22.26 van het Omgevingsplan is opgenomen dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit ter verrichten. Hiervoor zal een omgevingsvergunning worden aangevraagd bij de gemeente Dijk en Waard.
blad 15 van 36
Toelichting op de aanvraag milieubelastende activiteit mijnbouwwerk Geothermie, locatie Noordscharwouderpolderweg Heerhugowaard projectnummer 0486957.100 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.
3.5
Mijnbouwwet De Mijnbouwwet bevat regels met betrekking tot het onderzoek naar en het opsporen en winnen van delfstoffen en aardwarmte en met betrekking tot mijnbouw verwante activiteiten. Het is verboden zonder een startvergunning delfstoffen of aardwarmte op te sporen, ook in het geval het een boring betreft met een wetenschappelijk doel. Bij de vier boringen is geen sprake van daadwerkelijke winning van aardwarmte. Desondanks zijn wel diverse onderdelen van de Mijnbouwwet van toepassing en is in dat kader een opsporingsvergunning op grond van artikel 24b van de Mijnbouwwet aangevraagd. Na het uitvoeren van de boringen wordt de winningsinstallatie gerealiseerd en in gebruik genomen. In dat kader is ook voor het winnen van aardwarmte een opsporingsvergunning op grond van artikel 24b van de Mijnbouwwet aangevraagd.
blad 16 van 36
Toelichting op de aanvraag milieubelastende activiteit mijnbouwwerk Geothermie, locatie Noordscharwouderpolderweg Heerhugowaard projectnummer 0486957.100 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.
4.
Aangevraagde activiteit
4.1
Deelactiviteiten op hoofdlijnen in de boorfase Het voornemen bestaat uit de aanleg van een boorlocatie voor het uitvoeren van vier boringen (twee doubletten: twee productieputten en twee injectieputten. Na succesvolle afronding van de boringen zal de winningsinstallatie worden gerealiseerd en in gebruik genomen. De verwachte start van de uitvoeringsperiode is voorjaar-zomer 2026. De volgende fasen worden onderscheiden in de uitvoering van de werkzaamheden: o Aanleg locatie: 3 à 4 maanden o Aanvoer boorinstallatie: circa 1-2 weken o Boorperiode inclusief testen en ontmantelen: 5 à 6 maanden o Afvoer boorinstallatie: circa 1-2 weken o Pomphuis en bovengrondse installaties bouwen voor aardwarmteproductie: circa 1,5 jaar De vergunning voor de boringen en voor de aardwarmteproductie wordt gecombineerd aangevraagd voor onbepaalde tijd. Voor de boringen is dit nodig om flexibiliteit te hebben in de planning (onder andere samenhangend met beschikbaarheid van mobiele boorinstallatie).
4.2
Beschrijving van de activiteiten in de boorfase Algemeen Om de boringen uit te voeren, wordt een mobiele boorinstallatie met bijbehorend materieel aangevoerd. De activiteiten die bij de boringen komen kijken, worden in de volgende alinea's nader toegelicht. Activiteiten aanlegfase Het ontwerp van de boorlocatie is weergegeven in figuur 4.1. De locatie zal geschikt gemaakt worden voor het uitvoeren van de boringen en voor de productie van aardwarmte. Onderdeel van de aanleg van de boorlocatie is het plaatsen van vier boorkelders. Ten behoeve van de plaatsing van deze kelders worden vier werkputten gegraven. De afmetingen van de boorkelders zijn 2,0 x 2,0x 0,45 (lxbxh in meter). De plaatsing van de boorkelders dient plaats te vinden een in droge werkput. In afbeelding 4.2 staat de locatie op het terrein waar de werkputten met boorkelders komen. Er kunnen bemalingswerkzaamheden nodig zijn om de werkputten te realiseren. Tevens wordt het terrein deels verhard en rondom voorzien van een hekwerk. Om het regenwater dat op het boorterrein valt op te vangen, wordt een opvangbak gerealiseerd. De werkputten worden vervolgens aangevuld en de betonfundering, op staal (dus geen heipalen), voor de boorinstallatie wordt gestort. De funderingen worden na de boorfase tevens gebruikt in de winningsfase voor het plaatsen van de (permanente) putkoppen.
Het werkverkeer kan gebruik maken van de twee uitritten die gerealiseerd worden. Een aan de Zuiderbosweg en een aan de Noordscharwouderpolderweg. Er zijn veelal 75 à 125 vrachtwagens benodigd voor de aanvoer (en latere afvoer) van de boortoren met bijbehorend materieel. In het kader van het onderzoek stikstofdepositie is voor de gehele realisatiefase uitgegaan van gemiddeld 7 vrachtwagens per dag (5.110 verkeersbewegingen per jaar).
blad 17 van 36
Toelichting op de aanvraag milieubelastende activiteit mijnbouwwerk Geothermie, locatie Noordscharwouderpolderweg Heerhugowaard projectnummer 0486957.100 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.
Figuur 4.1 Ontwerp boorlocatie p.m.
Figuur 4.2 Werkputten en boorkelders
Voorafgaand aan het uitvoeren van diepboringen wordt een zogenaamde conductor geplaatst, om te voorkomen dat het boorgat instort. Tevens dient deze ter bescherming van het grondwater. De boring wordt binnen de conductor uitgevoerd. De conductor wordt vloeistofdicht verbonden met de boorplaat/putkelder. Er zal gebruik worden gemaakt van een boorinstallatie die bestaat uit een mastconstuctie van circa 35 à 45 m hoog. Het zal een zware of middelzware boorinstallatie betreffen, bijvoorbeeld de Deutag T-207 of de DrillTec VDD 370. Deze zijn voorzien van de aandrijving van de boor, de ‘top drive’, die naar boven en beneden kan bewegen via de mast. De installatie krijgt zijn eigen fundatie rondom de putkelder. blad 18 van 36
Toelichting op de aanvraag milieubelastende activiteit mijnbouwwerk Geothermie, locatie Noordscharwouderpolderweg Heerhugowaard projectnummer 0486957.100 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.
Er wordt rekening mee gehouden dat er bij uitvoering van de boringen nog geen voldoende zware netaansluiting beschikbaar is voor de elektriciteit. Daarom is uitgegaan van de inzet van moderne dieselgeneratoren met emissiebeperkende voorzieningen. Voor de aanlegwerkzaamheden worden diverse mobiele werktuigen ingezet zoals graafmachines, mobiele kranen, tractors en transportmiddelen. Materiaal en materieel boorinstallatie Na het aanleggen van de locatie zoals hiervoor beschreven worden boorinstallatie en bijbehorend benodigd materiaal en materieel aangevoerd. Het gaat hier onder andere om de volgende onderdelen: Boorinstallatie met bijbehorend equipment, materiaal en materieel; Het boorvloeistof-tanksysteem; De boorvloeistofbehandelingsinstallatie; De boorvloeistofpompen; Diverse hydraulische installaties; Het pijpenrek; De compressorinstallatie; Buffertanks Diverse opslagcontainers; Diverse afvalcontainers; Hulpmaterialen en reserve-onderdelen op pallets; De mechanisch-elektrische (onderhouds)werkplaats; Het ‘ketenpark’, bestaande uit: o Kantoorunits, kleedunits, toiletunits / wasgelegenheid, wasserij-unit, keukenunit; o Enkele 1-persoonsslaapverblijven (circa 5 stuks); o 1 portiersloge1 drinkwaterdistributiestation; o 1 rokersruimte; o 1 info-ruimte voor bezoekers.
Activiteiten boorfase Het boren vindt plaats binnen de reeds eerder geplaatste conductor met een ronddraaiende boorbeitel die onder aan de boorpijp is bevestigd. De boorinstallatie wordt boven het boorgat gepositioneerd. In de conductor wordt een opeenvolgende serie vaste verbuizingen geïnstalleerd. Een zogeheten Blow Out Preventor (‘BOP’) zal conform de geldende Mijnbouwregeling worden gebruikt en wordt geplaatst na installatie van de eerste drukhoudende verbuizing.Met deze set veiligheidsafsluiters kan op elk gewenst moment, eventueel van afstand, het boorgat tijdens het boren worden afgesloten. Het uitvoeren van de boorwerkzaamheden vindt plaats volgens een continurooster, waarbij 24 uur per dag en 7 dagen per week geboord wordt. Om te kunnen boren wordt een boorbeitel gebruikt. Deze wordt aan de onderkant van een serie boorpijpen bevestigd. Deze serie boorpijpen wordt rondgedraaid, waarbij de beitel het gesteente in het boorgat vermaalt tot gruis. De top-drive, de aandrijving bovenin de boortoren, drijft deze boorpijpen aan. Omdat de boring steeds dieper wordt, is het noodzakelijk om nieuwe boorpijpen toe te voegen aan de boorpijpen, zodat steeds dieper geboord kan worden. De boorpijpen worden via een transportsysteem onder de topdrive gebracht en vervolgens aan elkaar geschroefd. Naast de conductor, wordt het boorgat ook verbuisd om instorting te voorkomen.
Sectiegewijs wordt een set van stalen bekledingsbuizen (‘casing’) in het boorgat gecementeerd. Het cement hiervoor wordt op locatie aangemaakt of per as kant en klaar aangevoerd. Dit zorgt voor de stabilisatie van het boorgat en afdichting. De stalen buizen hebben een steeds kleinere diameter als de lengte toeneemt. Tevens zorgt dit voor het beschermen van de grondlagen tegen mogelijke verontreinigingen. Afhankelijk van de diepte van het boorgat, de eigenschappen van de aardlagen, de dikte van de lagen en de druk van de vloeistoffen in de aardlagen, wordt een nieuwe set buizen aangebracht.
blad 19 van 36
Toelichting op de aanvraag milieubelastende activiteit mijnbouwwerk Geothermie, locatie Noordscharwouderpolderweg Heerhugowaard projectnummer 0486957.100 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.
Om het opgeboorde gesteente naar de oppervlakte te brengen, wordt gebruik gemaakt van een boorspoeling. De boorspoeling zorgt ook voor het afpleisteren van de boorgatwand ter minimalisering van boorspoelingverliezen naar de doorboorde formaties om zodoende de stabiliteit van het boorgat te waarborgen, het koelen van de boorbeitel, het geven van voldoende tegendruk om te voorkomen dat formatiegas of vloeistoffen in het boorgat stromen, het verminderen van wrijving tussen boorpijpen en boorgatwand. De boorspoeling stroom omhoog en neemt het boorgruis mee. Met behulp van schudzeven wordt het boorgruis uit de boorspoeling verwijderd. Vervolgens wordt het in bakken opgevangen en daarna voor verwerking afgevoerd naar een erkend verwerker. De boorspoeling wordt zo vaak mogelijk hergebruikt in het proces. Indien nodig kan de boorvloeistof tussen de boringen in worden opgeslagen. Omdat de aard en het type van de doorboren aardlagen specifieke eigenschappen van de boorspoeling vereisen, wordt de kwaliteit van de boorspoeling gedurende het boorproces gemonitord. Daarmee kan bij iedere druk en aard en type van de te doorboren aardlagen, het gesteente en boorgruis met de boorspoeling naar boven gehaald worden. Er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van een boorspoeling op waterbasis (water based mud, oftewel WBM), om zo duurzaam mogelijk te werken.
Dit type boorspoeling bestaat met name uit water, klei, mineralen en verdikkingsmaterialen. Een boorspoeling op basis van olie (oil bases mud, oftewel OBM) wordt gebruikt indien nodig vanwege de aard en type van de aardlaag die doorboord moet worden. Dit is een emulsie van synthetische olie en water, aangevuld met hulpstoffen, waarvan de water-olie verhouding kan variëren. Wordt het boorspoelingstype gewijzigd, dan wordt de oude boorspoeling die in het proces circuleert afgetapt en vervangen. De put wordt afgewerkt als alle verbuizing is aangebracht. Vervolgens start de testfase. Nog onduidelijk is of het tweede doublet meteen na het eerste doublet geboord wordt, of pas na een goede test van het eerste doublet. Activiteiten testfase Als de boringen succesvol zijn, zal worden getest of de locatie en de geboorde putten geschikt zijn voor aardwarmtewinning. Het testen kan enkele weken duren, afhankelijk van hoeveel werkzaamheden nodig zijn om de testen te verrichten. Er zal een testinstallatie worden opgebouwd. Om te kunnen testen dient de put schoon te zijn. Dit kan door het spoelen van de put. Verwacht wordt dat bij de productie in de testfase aardgas mee geproduceerd wordt. Dit aardgas zal worden afgefakkeld. De verwachte ratio aardgas-gewonnen water is 0,33 m3 aardgas per 1 m3 gewonnen water.
Uitgangspunt is dat er 250 m3 water per uur wordt geproduceerd en dat er per productieput sprake is van 12 uur productie. Naar verwachting komt er daarmee in de testfase 2 x 1.000 m3 = 2.000 m3 aardgas mee dat afgefakkeld moet worden. Het spoel- en testwater dat bij het testen van de putten kan vrijkomen, wordt opgevangen in een (tijdelijke) buffersilo van 1.000 m3 (diameter 15,5m hoogte 5,40m). Als alternatief kan gebruik gemaakt worden van een vloeistofdichte container of een bassin. Indien voor deze opslag een informatie-, meld- of vergunningplicht geldt, zal dit bij het betreffende bevoegde gezag worden behandeld. HVC is voornemens dit testwater te zuiveren en vervolgens te lozen op zout oppervlaktewater. Indien dit niet mogelijk is, wordt het afgevoerd naar een erkend verwerker, of geherinjecteerd. De volgende stappen maken deel uit van het zuiveringsproces: 1. Voorbeluchting: lucht wordt ingebracht (fijne-bel-beluchting) waarmee het water vooraf wordt geoxideerd en ijzerhydroxide wordt gevormd; 2. Coagulatie / flocculatie: op de locatie Heerhugowaard zal door middel coagulatie / flocculatie de (ijzer) metalen worden gescheiden zodat een helder water ontstaat dat voldoet aan de eisen voor eindlozing op oppervlakte water. De benodigde vergunningen hiervoor worden separaat aangevraagd.
blad 20 van 36
Toelichting op de aanvraag milieubelastende activiteit mijnbouwwerk Geothermie, locatie Noordscharwouderpolderweg Heerhugowaard projectnummer 0486957.100 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.
Opslagfaciliteiten Ten behoeve van het boren van de put zijn de volgende tijdelijke, uitpandige opslagvoorzieningen voor hulp- en grondstoffen mogelijk noodzakelijk: Opslag van dieselolie in een of meer bovengrondse dubbelwandige tanks. De tank(s) voldoet (voldoen) aan PGS 30; Opslag voor niet gevaarlijke, vaste- grond en hulpstoffen in emballage; Opslag voor niet gevaarlijke, vloeibare en pasteuze grond- en hulpstoffen in emballage. De opslagvoorziening is zodanig uitgevoerd, dat de vloer met de wanden een vloeistofdichte lekbak vormen; Opslagvoorziening die voldoet aan PGS 15 voor grond- en hulpstoffen in emballage die op grond van hun eigenschappen in een dergelijke voorziening opgeslagen moeten worden. Het betreft een uitpandige opslagvoorziening waarin maximaal 10 ton kan worden opgeslagen; Opslag in het bovengrondse boorspoeling-tanksysteem. De samenstelling van het boorspoelingtanksysteem is afhankelijk van de boorinstallatie die zal worden ingezet, In het algemeen bestaat het boorspoeling-tanksysteem uit: o 2 suction tanks; o 1 mix-tank; o 2 pill-tanks; o 1 solid control tank; o Reservetanks; Ten behoeve van wisseling van mud en tijdelijke opslag gedurende de boorcampagne (locatiewisseling) zullen extra opslagvoorzieningen voor boorspoeling aanwezig zijn. In het algemeen betreft dit 3 bovengrondse opslagsilo’s.
Een aantal materialen wordt geleverd in zakken en big bags. Deze worden opgeslagen op de asfaltverharding of in opslagcontainers. Cement of de grondstoffen om cement mee te maken, worden niet opgeslagen op het terrein, maar aangeleverd en gebruikt op het moment dat het nodig is. Energie en hulpbronnen Voor de energievoorziening van de mobiele boorinstallatie wordt gestreefd naar elektriciteit uit het elektriciteitsnet. Er wordt rekening mee gehouden dat een aansluiting op het stroomnet met voldoende vermogen niet op tijd beschikbaar is en daarom wordt rekening gehouden met de inzet van moderne dieselgeneratoren. Geschat wordt dat per dag het hoogst gemiddeld verbruik circa 35.000 kWh is. Om de boringen uit te kunnen voeren, zijn bij de afwezigheid van elektriciteit, veelal vier à zes generatoren nodig. Het water dat uit de diepe ondergrond wordt gewonnen bij het boren, wordt via het tweede boorgat uit het doublet, terug gebracht in de diepe ondergrond (injectie). Dat maakt aardwarmte een hernieuwbare energiebron. Dieselolie wordt ingezet als tijdelijke energievoorziening voor de activiteiten voor en na de boring, inclusief het vrachtverkeer. Activiteiten opruim- en herstelfase In de opruimfase wordt de boortoren, met bijbehorend equipment, afgevoerd. Daarna zal de productieinstallatie worden gerealiseerd, inclusief hulpwarmtecentrale en het pompgebouw zelf.
blad 21 van 36
Toelichting op de aanvraag milieubelastende activiteit mijnbouwwerk Geothermie, locatie Noordscharwouderpolderweg Heerhugowaard projectnummer 0486957.100 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.
4.3
Deelactiviteiten op hoofdlijnen in de productiefase In de productiefase wordt door het oppompen van warm grondwater, aardwarmte gewonnen middels warmtewisselaars.
4.3.1
Beschrijving van de activiteiten in de productiefase Algemeen De warmte die in de diepere ondergrond aanwezig is, wordt bij geothermie, of aardwarmte systemen, gebruikt. Uit het gewonnen warme grondwater, wordt met behulp van warmtewisselaars de warmte gewonnen. Het afgekoelde water wordt weer teruggebracht in de diepe ondergrond (injectie). De activiteiten die bij de productie van aardwarmte komen kijken, worden in de volgende alinea’s nader toegelicht. Activiteiten aanlegfase Om de winning van aardwarmte mogelijk te maken nadat de boringen zijn uitgevoerd, is een productieinstallatie nodig. Deze wordt bovengronds gerealiseerd. Het benodigde grondwerk voor de productieinstallatie, inclusief het aanbrengen van de fundering met (mogelijk) heipalen, wordt in deze fase uitgevoerd. De installaties worden geplaatst in een installatiegebouw, van circa 30 m breed, 85 m lang en 10 m hoog. Voorzien is in een water(buffer)tank met een hoogte van 15 m. De geothermische installatie bestaat onder andere uit pompen/motoren, filters, een warmtewisselaar, stikstofgenerator en buffertanks, trafo’s, voeding- en schakelkasten ten behoeve van elektriciteit, en gasketels en een warmtepomp ten behoeve van de hulpwarmtecentrale. Bij de productieputten zal ook (aard)gas mee naar boven komen.
Uitgangspunt hier is dat dit gas onder druk in het water blijft en samen met het afgekoelde water wordt teruggebracht in de diepe ondergrond. De reden hiervoor is dat de hoeveelheid (aard)gas hier beperkt is en dat de voorzieningen voor afscheiding en verbranding kostbaar zijn en naar verwachting niet economisch rendabel. Activiteiten winningsfase In de winningsfase wordt de warmte uit het opgepompte grondwater gewonnen en in het bestaande verwarmingsnet gebracht. De winningsfase wordt ook wel de productiefase genoemd. Figuur 4.3 toont een impressie van de locatie in de productiefase.
Figuur 4.3. Impressie schematische weergave ontwikkeling. Bron: Leeuwenkamp Architecten voor HVC, 31-01-2025
blad 22 van 36
Toelichting op de aanvraag milieubelastende activiteit mijnbouwwerk Geothermie, locatie Noordscharwouderpolderweg Heerhugowaard projectnummer 0486957.100 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.
Op een diepte van 1,5 km is de temperatuur circa 45 °C, tot een diepte van 4 km neemt de temperatuur toe tot circa 120 °C. De aardwarmte kan worden gewonnen uit de zogenaamde aquifers, de watervoerende bodemlagen. Hiervoor dient het warme grondwater uit de aquifers te worden opgepompt. Het oppompen van het warme grondwater wordt gedaan in een productieput, waarna het warm formatiewater wordt gefilterd. In de nabijheid van de productieput wordt een warmtewisselaar geplaatst, die de aardwarmte uit het warme grondwater haalt. Het formatiewater wordt naar de warmtewisselaars geleid waar de warmte wordt overgedragen aan een secundair warmtenet (zoet water) waarmee deze warmte wordt geleverd aan het warmtenet van Alkmaar. Het afgekoelde grondwater wordt teruggepompt in de bodem in de injectieput, in dezelfde aardlaag waaraan het grondwater is onttrokken (maar op ruime afstand daarvandaan; veelal 1,5 à 2 km). De combinatie van de productieput en injectieput wordt een aardwarmtedoublet genoemd. Er worden twee doubletten gerealiseerd. 4 gas gestookte ketels zullen het water indien nodig verder opwarmen en als back-up voorziening dienen bij uitval van de doubletten. Electrical Submersible Pump (ESP) Elke productieput wordt voorzien van een pomp (ESP) die op ongeveer 500 - 1.000 meter diepte in de productieput komt te hangen.
Elke ESP wordt gevoed vanuit een transformator via een frequentieregelaar die in het bedrijfsgebouw worden geplaatst. Gasverwerking In het formatiewater wat opgepompt wordt uit de bodem zit wat gas in oplossing -zogenaamd ‘geogas’. De samenstelling is voor Dijk en Waard vergelijkbaar met aardgas. Als water op maaiveld niveau is gekomen en de druk daalt kan er gas uit oplossing komen. Bij veel winningsinstallaties wordt dit gas als “bijvangst” gebruikt voor verwarming. Er is hier gekozen om niet te ontgassen en het systeem op voldoende druk te laten draaien (max. 23 bar systeemdruk) om het gas met het formatiewater weer terug te injecteren via de injectieputten. Het niet ontgassen zou een betere bescherming moeten bieden tegen scaling en verstoringen in het reservoir. Stikstofinstallatie Om zowel de bovengrondse als de ondergrondse installatie te beschermen tegen corrosie is de installatie voorzien van een stikstofgenerator en bijbehorende buffertanks om het systeem op een kleine overdruk te houden. Hierdoor wordt zuurstoftoetreding (dat corrosie bevorderd) tegengegaan. Daarnaast wordt de stikstofinstallatie gebruikt voor een stikstofdeken bovenop het water in de buffertank. Filterinstallaties De filterinstallatie zorgt ervoor dat de warmtewisselaars zo schoon mogelijk blijven.
Aanvullend wordt een tweede filterinstallatie gebruikt tussen de warmtewisselaars en injectiepompen om de injectiebron zo schoon mogelijk te houden. Vervuiling van de filters kan op afstand worden gemonitord op basis van drukverschillen over de filterstraten, zodat de filters gericht vervangen kunnen worden. Blowdowntank Het bronwater dat door middel van stikstofdruk uit de filters wordt gedrukt voorafgaand aan het openen van de filterhuizen wordt afgevoerd naar de blowdowntank. Vanuit de blowdowntank wordt het water terug het systeem in gepompt. Het stikstofmengsel kan een kleine hoeveelheid methaan bevatten. Dit mengsel wordt d.m.v. een brander verhit waardoor de methaan verbrand. Warmtewisselaars Er is gekozen voor de uitvoering in platenwarmtewisselaars. De warmtewisselaars aan de bronzijde dienen uitgevoerd te worden in hoogwaardig materiaal. Buiten het gebruikelijk benodigde onderhoud streeft men hiermee naar een levensduur van de warmtewisselaars van 30 jaar. Injectiepompen De injectiepompen zijn na de warmtewisselaars in het systeem geplaatst en verhogen de druk van het formatiewater tot de benodigde druk voor het injecteren van het afgekoelde formatiewater in de injectieputten. De druk van de pompen zal worden begrensd onder de maximaal toelaatbare injectiedruk.
blad 23 van 36
Toelichting op de aanvraag milieubelastende activiteit mijnbouwwerk Geothermie, locatie Noordscharwouderpolderweg Heerhugowaard projectnummer 0486957.100 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.
Fakkel installatie Bij onderhoud wordt voor het openen van een put het aanwezige gas afgevoerd naar een fakkelinstallatie waarmee het gas wordt afgefakkeld. Warmtepompen Ten behoeve van de verdere uitkoeling van het formatiewater worden warmtepompen toegepast. Buffertank Er zal een atmosferische buffertank met een inhoud van 1600 m3 geplaatst worden voor de opslag van warm water. Ketels hulpwarmtecentrale 4 ketels van 10 MW thermisch zullen piek en back up warmte verzorgen. Ontgasser In de retour van het warmtenet zal een ontgasser geplaatst worden om restgas te verwijderen. Deelstroomfilter In de retour van het warmtenet zal een deelstroomfilter geplaatst worden om eventuele vervuiling af te vangen. Transportpompen Aan de secundaire zijde van de bronwarmtewisselaars (zoetwatergedeelte) worden transportpompen geplaatst voor het transport van het water over het warmtedistributienetwerk van en naar de afnemers. De druk van de pompen zal worden begrensd tot onder de maximaal toelaatbare werkdruk. Elektriciteitsvoorziening De voorziening van de elektriciteit voor de installaties waaronder de ESP vindt plaats vanuit het bedrijfsgebouw. Het bedrijfsgebouw zelf wordt gevoed vanuit het in het gebouw opgestelde transformatorstation.
Hulp- en grondstoffen Aangezien er binnen het project gebruik gemaakt zal worden van Glassfibre Reinforced Epoxy (GRE) of functioneel gelijkwaardige binnencoating in de casings van zowel de productie- als injectieverbuizing, is het gebruik van inhibitor als hulpstof ter voorkoming van corrosie niet nodig. Als grondstof van het proces dient het opgepompte warme formatiewater. Het hoofdproduct is de warmte uit dit water. De hoeveelheid aardgas (geogas) dat zou kunnen worden gewonnen uit het warme water uit de diepe ondergrond is hier dusdanig gering dat hier niet gekozen is voor winning van dit geogas. Dit geogas wordt, zoals genoemd, samen met het afgekoelde water teruggebracht (geïnjecteerd) in de diepe ondergrond. Bediening: Tijdens de exploitatiefase zal aansturing (toezicht/monitoring/onderhoud) van de installatie door de operator plaatsvinden. Dit kan deels op afstand, waardoor de locatie grotendeels onbemand zal zijn. Een hekwerk zal worden geplaatst waardoor de mijnbouwlocatie door derden niet te betreden zal zijn. Transportbewegingen winningsfase Tijdens de winningsfase is sprake van toezicht en onderhoud. Dit zorgt voor een verwaarloosbare verkeersproductie. Ook is de aantrekkende werking verwaarloosbaar.
Er is voor de AERIUS-berekening rekening gehouden met 3650 lichte verkeersbewegingen en 730 verkeersbewegingen van zware vrachtwagens per jaar (5 auto’s en 1 vrachtwagen per dag).
blad 24 van 36
Toelichting op de aanvraag milieubelastende activiteit mijnbouwwerk Geothermie, locatie Noordscharwouderpolderweg Heerhugowaard projectnummer 0486957.100 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.
4.4
Participatie en omgevingsmanagement Om de omgeving en stakeholders te informeren, zijn informatiebijeenkomsten georganiseerd. Zo is op 15 oktober 2024 door HVC een informatiebijeenkomst georganiseerd voor de ontwikkelingen in het Alton (glastuinbouw) gebied en op 5 november 2024 een avond voor direct omwonenden (30 adressen), specifiek over de aardwarmte. Hierbij is gesproken over mogelijke overlast tijdens de realisatiefase en het ontwerp van het gebouw, waarbij de input van de omwonenden door HVC wordt meegenomen in het verdere ontwerp en ontwikkeling van het project.
blad 25 van 36
Toelichting op de aanvraag milieubelastende activiteit mijnbouwwerk Geothermie, locatie Noordscharwouderpolderweg Heerhugowaard projectnummer 0486957.100 7 februari 2025 revisie 00 HVC Warmte B.V.
5.
Milieueffecten
5.1
Bodem
5.1.1
Bodemkwaliteit Om inzicht te verkrijgen in eventuele historische bodemverontreiniging en in de huidige situatie van het plangebied, is in 2018 toen HVC de grond aankocht, onderzoek naar de bodemkwaliteit uitgevoerd, bestaand uit een vooronderzoek en een verkennend bodemonderzoek. Het perceel is sinds 2018 gebruikt voor agrarische doeleinden, overeenkomstig met het gebruik ten tijde van het uitvoeren van het bodemonderzoek. Daarom is uitgangspunt dat het bodemonderzoek uit 2018 nog representatief is. Het bodemonderzoek is opgenomen in bijlage 2 bij deze rapportage. Uit dit onderzoek is het volgende gebleken. In het uitgevoerde bodemonderzoek is overeenkomstig de NEN 5740 de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoeklocatie vastgesteld. Zintuiglijk Er zijn tijdens het veldwerk geen waarnemingen gedaan die duiden op een mogelijke bodemverontreiniging. Grond In de klei- en zandlagen, en de lokale veenlagen, zijn geen bijmengingen aangetroffen die zouden kunnen duiden op een bodemverontreiniging. Vermoedelijk zijn de voormalige watergangen in het verleden gedempt met gebiedseigen materiaal. Grondwater De grondwaterstand was tijdens de veldwerkzaamheden tussen de 1,33 à 1,85 m -mv. Het grondwater bevat geen verhoogde gehalten aan onderzochte stoffen.