Bijlage 4 Ruimtelijk kader
Tekst van het document
Ruimtelijk Kader Brandweerpost Regionaal centrum voor vakbekwaamheid Reddingsbrigade
20 Mei 2025
Noord-Scharwoude
13576 | 2025/05/20 | Noord-Scharwoude | Ruimtelijk kader Brandweerpost en Reddingsbrigade
1
Inhoud
1. Inleiding p.3 2. Ruimtelijke analyse p.8 3. Ruimtelijk kader p.20 4. Beeldkwaliteitsplan p.38 Bijlage p.52
2
1—Inleiding
De gemeente Dijk en Waard ontwikkelt een brandweerpost, een regionaal centrum voor vakbekwaamheid en een reddingsbrigade op een perceel bij het kruispunt van de Westelijke Randweg en de Veertweg in Noord-Scharwoude. Het perceel, momenteel in gebruik als agrarische grond, wordt herbestemd voor deze nieuwe voorzieningen. Als onderdeel van deze ontwikkeling wordt een ruimtelijke verkenning opgesteld, waarin de stedenbouwkundige en landschappelijke uitgangspunten worden vastgelegd. Dit document vormt het kader voor de verdere planvorming en realisatie van deze ontwikkeling. 3
Opgave De brandweer zal verplaatst worden van een andere locatie in de gemeente, naar dit kavel in Noord-Scharwoude. Hier is meer plaats voor een bovenregionale voorziening, en kan de brandweerpost gecombineerd worden met andere functies zoals het centrum voor Vakbekwaamheid en de reddingsbrigade. De eerste stap in het proces voor de realisatie van een brandweerpost en reddingsbrigade in NoordScharwoude is het opstellen van een Ruimtelijk Kader en Beeldkwaliteitsplan. Hierin worden de stedenbouwkundige en landschappelijke uitgangspunten vastgelegd voor de ontwikkeling van het complex, gelegen langs het kruispunt van de Westelijke Randweg en Veertweg. De brandweerpost krijgt een expressieve uitstraling en hoogwaardige kwaliteit die passen binnen de huidige context. Door middel van een analyse van de bestaande situatie en toekomstige ruimtebehoefte, en door een verkenning en toetsing van mogelijke denkrichtingen met de gemeente, brandweer en
reddingsbrigade, is het Ruimtelijk Kader tot stand gekomen. Het Ruimtelijk kader stelt de regels op waarbinnen het toekomstige gebouw gebouwd mag worden, en bepaalt bijvoorbeeld de maximale bouwhoogte, rooilijn, orientatie van het gebouw en de locatie van de entrees en het parkeren. Het Beeldkwaliteitsplan beschrijft hoe het gebouw eruit moet komen te zien. Het bevat een set duidelijke en afdwingbare richtlijnen die richting geven aan het ontwerp, zodat de uitstraling van het complex aansluit bij de omgeving en voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen. Het Beeldkwaliteitsplan heeft tevens een juridische status en sluit aan bij het bestemmingsplan en de gemeentelijke welstandskaders. In het plan komen thema’s aan bod zoals expressie, sfeer en uitstraling, materiaalgebruik, kleurstelling, gevelcompositie, oriëntatie van de gebouwen, toegankelijkheid en de functionele indeling. Het Ruimtelijk Kader en het Beeldkwaliteitsplan vormen de basis voor de verdere planvorming en de uiteindelijke realisatie van de brandweerpost en reddingsbrigade.
Plankaart en perceel
4 1
3
6
5
Legenda 1. De Mossel - bedrijventerrein 2. De Molenbuurt - Noord-Scharwoude 3. Agrarisch landbouwgrond 4. Westelijke Randweg 5. Veertweg 6. Bouw perceel
4
2 3
N
Projectinformatie & Randvoorwaarden Bestaande situatie Het perceel ligt langs het kruispunt van de Westelijke Randweg en Veertweg in NoordScharwoude. Momenteel wordt het gebruikt voor landbouw en bestaat het uit open velden, deels omzoomd door een sloot. Langs de Veertweg bevindt zich een bestaande ontsluiting die eerder werd gebruikt voor landbouwvoertuigen. Er is momenteel één toegangsweg naar het perceel aanwezig. In de directe omgeving van het perceel ligt het bedrijventerrein de Mossel en de woonwijk De Molen. Daarnaast liggen er agrarische boerenwoningen en schuren rondom het gebied. Door de positionering van het perceel op een hoek en het vrijwel ontbreken van bomen en vegetatie, is het toekomstige gebouw momenteel goed zichtbaar vanaf de verschillende ontsluitingswegen.
Hierbij wordt rekening gehouden met de omliggende functies en het landschap. Perceel en omgeving De gemeente is bouwheer en heeft voor de ontwikkeling van het maatschappelijke vastgoed een perceel gekocht van 15.600 m². De bebouwing op het naastgelegen bedrijventerrein bestaat voornamelijk uit kantoorpanden en bedrijfsloodsen, die doorgaans twee tot drie verdiepingen hoog zijn. Het kantoorpand tegenover het perceel heeft een hoogte van ongeveer 11,7 meter. In het omliggende platteland staan enkele boerderijen met woningen van twee verdiepingen, met een hoogte van circa 7,0 meter. Het hoogste punt in Noord-Scharwoude wordt ingenomen door de Sint-Jan-de-Doperkerk, waarvan de imposante kerktoren van 56 meter hoog vanuit vrijwel alle delen van het dorp goed zichtbaar is.
Het Ruimtelijk Kader en Beeldkwaliteitsplan zorgen ervoor dat het nieuwe complex goed wordt geïntegreerd in de bestaande omgeving.
Perceel en omgeving
13576 | 2025/05/20 | Noord-Scharwoude | Ruimtelijk kader Brandweerpost en Reddingsbrigade
5
Omgevingsplan Het perceel heeft momenteel de bestemming ‘agrarisch’ volgens het Omgevingsplan, waarin het bestemmingsplan ‘Buitengebied en Koedijk’ nog van toepassing is. Binnen de bestemming ‘Agrarisch’ is het realiseren van een brandweerkazerne en een nevenlocatie niet toegestaan. De beoogde ontwikkeling past niet binnen de bouw- en gebruiksregels van de geldende bestemming. Om de gewenste ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken, is een wijziging van het omgevingsplan nodig, bijvoorbeeld door middel van een BOPAprocedure. Deze wijziging is noodzakelijk om de bouw van het complex mogelijk te maken en de benodigde functies toe te staan. Beleidskader De ontwikkeling van dit project is afgestemd op relevante beleidsdocumenten die richting geven aan de ruimtelijke invulling van de locatie. De Gebiedsvisie Langedijk-West biedt een integrale visie op de ruimtelijke ontwikkeling van het gebied, met nadruk op duurzaamheid, leefbaarheid en behoud van het karakter. In deze visie wordt het zoekgebied voor de brandweerkazerne aangegeven binnen het huidige perceel. Het perceel wordt benoemd als kansrijke plek voor de bundeling van voorzieningen, zoals brandweer, zorg, onderwijs,
sport en ondernemers. Het landbouwgebied aan de zuidzijde van het perceel wordt aangeduid als landschappelijk transitiegebied, waar meer ruimte komt voor natuur en recreatie. In de Strategische Omgevingsvisie Dijk en Waard wordt het landbouwgebied aan de noordzijde van de Veertweg benoemd als onderdeel van een natuur-recreatief netwerk, met ruimte voor uitbreiding van natuur. De visie voorziet ook in de aanleg van een fietsroute en een mogelijke uitbreiding van een vaarroute langs de Veertweg. De Ecologische Structuurvisie voor Langedijk, nu onderdeel van Dijk en Waard, hoewel ouder, biedt waardevolle inzichten in ecologische netwerken en natuurbehoud. Deze ecologische waarden worden meegenomen in de planvorming om duurzame ontwikkeling te waarborgen. In 2023/ begin 2024 is het gemeentelijk beleid Klimaatadaptatie vastgesteld, inclusief de richtlijn Biodiversiteit. Vervolgens is in twee deelstudies, Oosterdel en Oostrand NZ Scharwoude, dit biodiversiteitsbeled concreet vertaald naar gidssoorten en richtlijnen voor inrichting. Door deze beleidsstukken in acht te nemen, sluit het project aan bij de ruimtelijke doelen van de gemeente en draagt het bij aan bredere maatschappelijke en ecologische ambities.
Bestemmingplan
Strategische VISIE
pt
ce Omgevingsvisie con
Dijk en Waard 27 juni 2024
LANGEDIJK ONTWIKKELT MET WATER Hollands centrum voor vaar- en tuinderscultuur 25 november 2016
6
Programma van Eisen en Wensen Het Ruimtelijk Programma van Eisen (RPvE) is opgesteld door de gemeente in samenwerking met de toekomstige gebruikers: de brandweer, het Centrum voor Vakbekwaamheid, de reddingsbrigade en aanvullende regionale voorzieningen. Het doel is om deze functies onder één dak te verenigen en zo samenwerking, gedeeld gebruik en efficiëntie te bevorderen. Het ruimtelijk PvE is gebaseerd op een zorgvuldige inventarisatie van de functionele en operationele behoeften van de gebruikers. Het voorziet in ruimten voor voertuigstallingen, oefenterrein, kleeden wasvoorzieningen, kantooromgevingen en algemene functies. Waar mogelijk worden ruimten gedeeld om het ruimtegebruik te optimaliseren en synergie tussen de diensten te versterken. Het gebouw krijgt een bruto vloeroppervlak van circa 2.720 m². Oorspronkelijk was circa 2.650 m² buitenruimte voorzien voor parkeren, trainingsplekken, opslag en buitenstallingen met daarnaast nog 2.000 m² voor manoeuvreerruimte. Uit de eerste ontwerpuitwerking bleek echter dat vanwege de benodigde bereikbaarheid en
manoeuvreerruimte voor grote voertuigen, de oorspronkelijk gereserveerde ruimte onvoldoende was. Het ruimtebeslag voor de buitenruimte alleen al aan manoeuvreerruimte en ontsluiting komt neer op 4.770 m². Het benodigde totale oppervlak voor het buitenterrein is 7.420 m². Met de maximale footprint van het gebouw erbij, komt dit samen uit op een ruimtebeslag van circa 10.140 m². Naast het programma van eisen heeft de gemeente, tevens initiatiefnemer en ontwikkelaar, aanvullende eisen gesteld aan de opzet en uitstraling van het plan. Zo is er de ambitie om een compact, duurzaam gebouw te realiseren, gericht op een ‘nul-op-de-meter’-ontwerp. Voor klimaatadaptatie en waterbeheer moet circa 10% van het perceel gereserveerd worden voor waterberging, als compensatie voor verharding en als buffer bij hevige regenval. Omdat het plangebied ligt in een agrarisch gebied met potentie voor een natuurlijk-recreatieve toekomst, is een zorgvuldige landschappelijke inpassing essentieel. Dit Ruimtelijk Kader en Beeldkwaliteitsplan geeft hiervoor de ruimtelijke uitgangspunten en ontwerpprincipes.
PvE blokkenschema totaal bebouwd ruimtebeslag = bruto 10.140 m² gebouw ruimtebeslag = bruto 2720 m²
Buiten ruimtebeslag = 7.420 m²
opstel ruimte
algemene ruimtes 510 m²
voor remise 500 m²
oefenplateau’s en bijbehorende stallingruimten 710 m²
kantoor 220 m²
was en kleedruimte 240 m² ondersteunend remise 100 m²
remise en overige stallingsomgeving 1650 m²
Manoeuvreerruimte en ontsluitingsruimte
parkeer
van buitenprogramma
voorzieningen
4.770 m2
eerstelijns,
was en knip plaats en
tweedelijns en
overig buiten opslag
algemeen
320 m²
1025 m² beton woning fietsen 50 m² stalling 45 m²
13576 | 2025/05/20 | Noord-Scharwoude | Ruimtelijk kader Brandweerpost en Reddingsbrigade
7
2—Ruimtelijke analyse
De projectlocatie ligt op het kruispunt van de Westelijke Randweg en Veertweg in Noord-Scharwoude, op agrarisch grondgebied. De strategische ligging buiten de woonwijk, dicht bij hoofdwegen, biedt een goede bereikbaarheid voor de brandweerkazerne en reddingsbrigade, waardoor snelle uitruk naar omliggende gebieden mogelijk is. 8
Langedijk
Historische context Toen en Nu Noord-Holland in de 15e eeuw laat een uitgestrekt waterlandschap zien. Het veengebied achter de strandwallen en kustduinen is grotendeels weggeslagen. Alleen de strandwallen (Oudorp en Sint Pancras) en de steviger kleigebieden van de Westfriesche kreekrug (samen ‘Geestmanner ambacht’) bleven in stand. Centraal hierop de projectlocatie. Later is de Waardermeer uiteraard drooggemalen tot Heerhugowaard, wat het landschap totaal heeft veranderd. Historisch landschap
13576 | 2025/05/20 | Noord-Scharwoude | Ruimtelijk kader Brandweerpost en Reddingsbrigade
9
In een viertal topografische kaartjes laten we de grote ontwikkeling van dit landschap in de 20ste eeuw zien. In 1900 is het historische perceelpatroon nog goed zichtbaar. Dit is ontstaan doordat vanaf de “Langedijk” evenwijdige, langgerekte percelen worden uitgezet, door sloten gescheiden. Het land werd productiever gemaakt door sloten uit te baggeren en het land daarmee op te hogen. Hierdoor ontstond het karakteristieke landschapspatroon van vele kleine eilandjes: het ‘Rijk der Duizend Eilanden’, in totaal ca 15.000 eilanden.
In 1990 is het landschap onherkenbaar veranderd. Schaalvergroting, rationalisme en mechanisering maakte vervoer over water steeds inefficiënter. Vanaf de jaren ‘70 vond in het gebied een grootschalige ruilverkaling plaats. Dit transformeerde het landschap volledig, van een kleinschalig vaarlandschap naar een grootschalig rijlandschap. De situatie op dit moment bestaat uit infrastructuur, met aan de oostzijde een bedrijventerrein (de Mossel), aan de noordzijde een gedeeltelijke herontwikkeling van het waterrijke landschap, en de projectlocatie in een grootschalig agrarisch landschap.
In 1950 is het ‘Rijk der Duizend Eilanden’ nog intact. Een eerste ontsluitingsweg kondigt de overgang aan van vaarpolder naar rijpolder.
10
1900
1950
1990
2024
Verlaat Diepsmeerpark
het Waardje
Geestmerambacht
Oosterdelgebied
NNN-gebieden en overige groengebieden
Natuur en groen
AHN maaiveldhoogtes
Landschappelijke context
De omgeving van het perceel kent een behoorlijk gefragmenteerde situatie als het gaat om natuuren groen-gebieden. Vooral akkerbouwlandschap heeft door de jaren heen het grootste deel van het gebied gedomineerd. Er zijn wel enkele natuurkernen en groene gebieden aanwezig, maar deze zijn veelal kleinschalig en liggen vaak los van elkaar. Voor de locatie is de ligging tussen het ‘Verlaat’ en ‘het Waardje’ in het noordoosten en het ‘Geestmerambacht’ in het westen relevant, met nabij het ‘Diepsmeerpark’ aan de noordzijde van de N504 en enkele historische watergangen binnen de bebouwing van Noord Scharwoude. Water en bodem De projectlocatie bevindt zich binnen een gebied met een aanzienlijke diepe ontwatering, wat kenmerkend is voor het agrarische landschap. Het waterpeil in de omgeving is tot ongeveer -2,70 meter NAP verlaagd, wat resulteert in een drooglegging van zo’n 1,5 meter. Dit geldt ook voor het bedrijventerrein de Mossel. De woongebieden en het noordelijke deel van het gebied zijn minder diep ontwaterd, met een peilverschil van zo’n 30 tot 35 centimeter minder. In het beeld van de historische situatie uit 1950 komt het oorspronkelijk natte karakter en het grote verschil in schaal duidelijk naar voren. De projectlocatie maakt deel uit van de historische kreekrug van West-Friesland, wat zorgt voor een zavelig-kleiige en vruchtbare bodem.
-0,88m NAP -1,06m NAP
Waterpeilgebieden
Locatie ten opzichte van de situatie in 1950
13576 | 2025/05/20 | Noord-Scharwoude | Ruimtelijk kader Brandweerpost en Reddingsbrigade
11
Habitats en gidssoorten De landschappelijke inrichting van het project dient aan te sluiten aan bij de ecologische situatie en de eerdere ecologische visie van Langedijk. In deze inventarisatie en daaruit volgende visie staan het behoud en de versterking van verschillende habitattypen centraal. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen vier gecombineerde habitattypen. De vier habitattypen in het gebied zijn:
De functie van het toekomstige complex zal naar verwachting veel verharding vereisen, wat compensatie in de vorm van waterberging noodzakelijk maakt. Dit biedt mogelijkheden om aan te sluiten op de historische waterstructuur van het gebied.
•
Water – Watergangen vormen leefgebieden voor watervogels, amfibieën en vissoorten. Inrichting richt zich op behoud en uitbreiding van natuurlijke oevers.
•
Moeras & Oever – Moeraszones bieden broed- en voedselgebied voor vogels en planten zoals riet en gele lis. De aanleg van flauwe oevers versterkt deze zones.
Verschillende visies op de omgeving benadrukken de kansen voor uitbreiding van de groenstructuur, bijvoorbeeld door (bosrijke) natuurontwikkeling in westelijke richting. Daarnaast wordt het versterken van recreatieve verbindingen genoemd, evenals de mogelijkheid om water- en vaarverbindingen te realiseren en de waterbuffering te vergroten.
•
Gras, kruiden en dorp – Graslanden en kruidenrijke gebieden trekken insecten en weidevogels aan. Bloemrijke graslanden bevorderen biodiversiteit. Ook groene daken horen hierbij.
•
Bos en park – Bomenrijen en bospercelen bieden schuilplaatsen voor vogels en zoogdieren. Aanplant van inheemse soorten versterkt de groene structuur.
In twee recentere verdiepingsstudies, uitgevoerd door Smartland voor de gemeente, Plan Toekomstbestendig Oosterdel (2024) en Ecologisch advies structuurplan en stedenbouwkundig plan Oostrand Noord-ZuidScharwoude (2024), zijn op basis van eerdere inventarisaties en verspreidingsgegevens voor deze habitattypen lokaal realistische gidssoorten benoemd. Deze gidssoorten zijn vervolgens gehanteerd als doelen voor de gebieds- of stedelijke ontwikkeling met daarin onderscheid in 3 ambitieniveau’s: Basis, Midden, Hoog. Kansen vanuit water, bodem, natuur en landschap Dit gebied was ooit onderdeel van het Rijk der Duizend Eilanden, waardoor het terugbrengen van het waterrijke karakter een kans biedt om de historie te versterken. Tegelijkertijd vormt ook de herverkaveling uit de jaren ‘70 een belangrijk onderdeel van de recente geschiedenis. Vanuit beide lagen in de geschiedenis onstaan er mogelijkheden voor een groene afronding van het landschap.
12
De locatie is daarnaast gunstig gelegen aan het recreatieve fietsnetwerk, wat de bereikbaarheid en landschappelijke inpassing ten goede komt.
Deze inzichten vormen de basis voor de landschappelijke inrichting en versterken een mogelijke verbinding tussen het nieuwe complex en het omliggende bestaande landschap. Eerste aanzet kansen en bouwstenen De locatie van de brandweerkazerne fungeert als een bouwsteen in het landschap, maar is geen kerngebied. Het vormt een deelgebied in een verbindingszone, een zogenaamde stapsteen. Dit is een wat robuust groen element dat een rol speelt in de migratie van doelsoorten, waarbij het de ecologische verbinding tussen verschillende grotere natuurgebieden versterkt. Binnen deze stapsteen kunnen verschillende elementen bijdragen aan de verschillende ecologische en landschappelijke structuren, zoals aan water en moeras, aan bos en park, maar ook aan omringende akkers en grasland. Ze dragen bij aan de eerste vergroening en ecologische waarde van het gebied, en vormen de basis voor de verdere ruimtelijke en landschappelijke ontwikkeling. De omvang van het perceel en de ruimtebehoefte van de functies bepalen uiteindelijk de kansen om invulling te geven aan deze elementen. Uiteindelijk is een behoorlijk forse kavelgrootte gekozen, zodat hier echt natuur- en landschappelijke kwaliteit mogelijk is. In het volgende hoofdstuk Ruimtelijk Kader worden deze kaders nader gespecificeerd en kansen concreet vertaald naar eisen.
Habitattypen en bijbehorende doelsoorten - Ecologische Visie Langedijk
Water
Moeras & oevers
Gra s , k ruide n & do rp
Bo s & p a r k
gische
WATER Baars
Fuut
Grote zilverreiger
Kleine Modderkruiper
MIDDEN AMBITIE
BASIS AMBITIE
MOERAS / OEVERS Kleine Karekiet
Blauwe glazenmaker
IJsvogel
Snoek
Groene kikker
Rietorchis
Rietzanger
Blauwborst
MIDDEN AMBITIE
BASIS AMBITIE
GRAS / KRUIDEN/ DORP Huismus
Dagpauwoog
Honingbij
Egel
MIDDEN AMBITIE
BASIS AMBITIE
BOS /PARK Egel
Grote bonte specht
BASIS AMBITIE
Gew. dwergvleermuis
Gierzwaluw
Tijftjaf
Ruige dwergvleermuis
Zwart kop
Landkaartje
MIDDEN AMBITIE
22
26 / 08
13576 | 2025/05/20 | Noord-Scharwoude | Ruimtelijk kader Brandweerpost en Reddingsbrigade
13
Langedijk en omgeving
stedenbouwkundige context De ruimtelijke indeling van de omgeving is duidelijk te verdelen in drie gebieden: bedrijventerrein, boerenerven en dorpswonen. Boerenerven Het buitengebied wordt gekenmerkt door traditionele boerenerven met woonhuizen, stallen en schuren. De woningen beschikken vaak over een verzorgde voortuin en de kavels zijn omringd door bomen of hagen. De bebouwing is laag (één tot twee lagen) en past goed binnen het landelijke karakter. Meestal is de woning aan de voorzijde van het erf gepositioneerd, met daarachter de bijgebouwen. Bedrijventerrein Bedrijventerrein De Mossel, direct ten oosten van de projectlocatie, bestaat voornamelijk uit functionele bedrijfsloodsen en kantoorpanden van twee tot drie lagen hoog. De inrichting is pragmatisch, met veel verharding ten behoeve van parkeerplaatsen en laad- en losfaciliteiten. De architectuur is divers, met een eclectische verzameling gevels, materialen en stijlen, wat zorgt voor een weinig uniforme uitstraling.
Dorps wonen De woonwijken van Noord- en ZuidScharwoude bestaan overwegend uit rijwoningen van gemiddeld twee lagen met een kap. Deze wijken zijn ruim van opzet, met veel openbaar groen en slingerende straten die zorgen voor een informele en vriendelijke sfeer. De wijk eindigt bij de Westelijke Randweg, waar een groene zoom van bomen en dichte begroeiing een natuurlijke buffer vormt tussen de woonwijk en het verkeer. Westelijke Randweg De Westelijke Randweg vormt een duidelijke infrastructuurlijke grens tussen het bedrijventerrein en de woonwijken. De weg is ingericht als gebiedsontsluitingsweg met een relatief hoge verkeersintensiteit, vooral tijdens de spitsuren. Brede bermen en begeleidende bomenrijen aan weerszijden zorgen voor een groene afscherming. Hoewel de weg een belangrijke schakel vormt binnen het lokale fiets en verkeersnetwerk, werkt hij ook als een visuele en akoestische barrière tussen het woongebieden en het omliggende landschap. Door de beperkte oversteekmogelijkheden is de verbinding voor langzaam verkeer beperkt, wat invloed heeft op de bereikbaarheid en beleving van het gebied.
Principe doorsnede met bouwhoogtes in omgeving
Bedrijventerrein ‘De Mossel’
Westelijke Randweg
plangebied
3 lagen (11.7m)
circa 50m 14
circa 100m
m
Bedrijventerrein - De Mossel
Boerenwoning en schuur - Veertweg
Rijwoningen Molenbuurt
Westelijke Randweg
Landbouwgrond
Boerenerf
2 lagen (7.0m)
circa 150m 13576 | 2025/05/20 | Noord-Scharwoude | Ruimtelijk kader Brandweerpost en Reddingsbrigade
15
Bereikbaarheid Verkeersstructuren
Recreatieve routes fietsen en wandelen Door het gebied lopen verschillende recreatieve routes die de omgeving aantrekkelijk maken voor fietsers en wandelaars. Langs de projectlocatie loopt een deel van het fietsknooppuntennetwerk, dat zorgt voor een belangrijke verbinding tussen Langedijk, het recreatiegebied Geestmerambacht en de duinen. Deze routes versterken de toegankelijkheid en recreatieve waarde van het gebied. Ontsluiting en bereikbaarheid auto’s De kavel ligt op het kruispunt van de Westelijke Randweg en de Veertweg, waardoor het niet alleen dicht bij Noord-Scharwoude ligt, maar ook goed verbonden is met omliggende dorpen, industrieparken en de regio. De nabijgelegen kernen zijn snel en eenvoudig per auto bereikbaar: • • • •
Oudkarspel – 3 minuten Noord-Scharwoude – 3 minuten Zuid-Scharwoude – 4 minuten Bedrijventerrein Zandhorst – 8 minuten Huidige fietsverbinding Veertweg
16
De kavel ligt strategisch dichtbij hoofdwegen, en buiten de woonwijk. Deze locatie zorgt ervoor dat first responders, zoals de brandweer en reddingsbrigade, snel kunnen uitrukken met weinig hinder van ander verkeer. Dit draagt bij aan een efficiënte en snelle bereikbaarheid van de omliggende dorpen en industrieterreinen. Openbaar vervoer De dichtstbijzijnde bushalte bevindt zich aan de Voorburggracht, op ongeveer 9 minuten loopafstand van de kavel. •
Buslijn 407 – Noord-Scharwoude naar Heerhugowaard
•
Buslijn 167 – Oudkarspel naar Alkmaar
Dankzij deze verbindingen is de locatie goed bereikbaar voor zowel auto- als OV-gebruikers, wat bijdraagt aan de toegankelijkheid van het toekomstige complex.
Huidige aansluiting vanaf Veertweg
Recreatieve Routes - fietsen en wandelen
18 / 08 Ontsluiting en Bereikbaarheid - Autoverkeer en OV
18 / 08 42 N2
Oudkarspel
5 N50
Noord-Scharwoude
N242
Bedrijventerrein Zandhorst
Rijk der duizend eilanden
OV bushalte Autoverkeer
Zuid-Scharwoude
plangebied
13576 | 2025/05/20 | Noord-Scharwoude | Ruimtelijk kader Brandweerpost en Reddingsbrigade
17
Kansen en Knelpunten Kansen: • Landschappelijke inpassing: gebruik van groenbuffers en waterpartijen om het gebouw in te passen in het agrarische landschap, dit biedt kansen om de oorspronkelijke landschappelijke structuur terug te brengen in de kavel. •
Multifunctionaliteit: Door clustering van diensten kan ruimte efficiënter worden benut en samenwerking worden gestimuleerd.
•
De diversiteit aan functies biedt mogelijkheden om daarop aan te sluiten: de meer publieke functies kunnen zich richten op de actieve, drukkere oostzijde van de kavel (waar het bedrijventerrein, de doorgaande weg en woonwijk liggen). De meer bedrijfsmatige/opslag functies kunnen zich richten op de rustigere westzijde van de kavel.
•
Duurzaamheid: door water en natuur terug te brengen in de kavel kan het meer klimaatadaptief worden. Het gebouw wordt ‘nul op de meter’ wat vraagt om circulaire bouwmaterialen en energieneutrale installaties en watermanagement.
Knelpunten: • Geluids- en lichtoverlast voor nabijgelegen woningen door trainingsactiviteiten op de oefenplateaus met bijbehorende lichtmasten. •
Aandacht voor ontsluiting van de kavel en grote parkeervraag in combinatie met snelle uitrukmogelijkheden.
•
Inpassing bebouwing op vriendelijke wijze in open landschap
•
Voldoende ruimte op de kavel voor een landschappelijke inpassing, naast alle verharding en toe te voegen bebouwing.
18
13576 | 2025/05/20 | Noord-Scharwoude | Ruimtelijk kader Brandweerpost en Reddingsbrigade
19
3—Ruimtelijk Kader In het Ruimtelijk kader worden alle beleidsnormen, eisen uit het PvE en aanvullende wensen van de gebruikers en de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) onderzocht in een studie naar de landschappelijke en programmatische inpassing. De studies zijn vertaald naar ruimtelijke inrichtingsprincipes, die op basis van de workshop en de CRK zijn aangescherpt. De uitkomst daaruit is het Ruimtelijk Kader: een abstracte kaart met maatvoering en regelgeving voor de ontwikkeling op de kavel.
20
13576 | 2025/05/20 | Noord-Scharwoude | Ruimtelijk kader Brandweerpost en Reddingsbrigade
21
Workshop gebruikers Om het programma op de kavel in te passen zijn enkele inrichtingsprincipes uitgewerkt voor de diverse thema’s die voor de ontwikkeling van belang zijn: • Groen en natuur • Water • Gebouw oriëntatie • Parkeren en verharding • Programma indeling De inrichtingsprincipes zijn als gedachte experiment getoetst, en in de workshop en bij in een informele afstemming met de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) aangescherpt. In de workshop met de gebruikers is gepuzzeld met de inrichtingsprincipes op de maquette. In twee groepen zijn diverse ideëen langsgekomen. Als kansrijk werd gezien: • Remise parallel aan de Veertweg, PPMO parcours langs de Randweg leidt tot een L-vormig gebouw waar in de ‘oksel’ werkzaamheden kunnen worden verricht; •
Een ander voorstel is het gebouw centraal te plaatsen op de kavel, met remise aan de voorzijde en de PPMO erachter gelegen. Het PPMO parcours is minder hoog, waardoor daarop goed programma gestapeld kan worden zoals de kantine en het kantoor.
•
In de noordwest-hoek plaatsen van de oefenplateaus en het oefenhuis, omdat dan de overlast voor omwonenden zo klein mogelijk is (licht en lawaai);
•
Parkeren en trainingsplateau aan de westkant;
•
Er is manoeuvreerruimte nodig voor de 5 roldeuren en de reddingsbrigade;
•
Transportmiddelen kunnen in twee rijen van 5 achter elkaar staan;
De CRK ziet een combinatie van de principes als logisch, omdat het verschillende voordelen samenbrengt, bijvoorbeeld door een waterrijk perceel te combineren met laagbouw of een boszone met gestapelde bouw. De locatie is een hoekpunt en de vraag is op welke sfeer je aansluit. Het advies is die van het huidige agrarische landschap te volgen vanwege de harde lijn van de westelijke randweg, bijvoorbeeld met natuurlijke materialen en een bebouwingsrichting die aansluit op de boerenerven haaks op de Veertweg. De bocht als aansluiting om de randweg is wat dat betreft een lastig element. 22
Er zijn een aantal aandachtspunten: • Beschrijf de kleurstelling in de architectuur duidelijk zonder het voor te schrijven. •
De architectuur dient te reageren op zijn bijzondere context, maar voorkom dat in de architectuur het beeld van het bedrijventerrein wordt voortgezet. De CRK geeft aan een algemene voorkeur te hebben om een expressief gebouw neer te zetten ten opzichte van iets wat minder zichtbaar of meer anoniem is. De brandweerkazerne kan een eigen uitstraling hebben die passend is met de functie.
•
Zorg dat het oefentrappenhuis onderdeel van de architectuur is, deze biedt juist aanleiding tot verbijzondering van het ontwerp.
•
Vermijd dat het opleidingscentrum een apart staande gebouw wordt en daarmee het beeld van een kantoorgebouw krijgt.
•
Toegevoegde functies en installaties opnemen in het hoofdvolume/ de architectuur.
•
Zowel het gebouw als de buitenruimtes worden zorgvuldig landschappelijk ingepast.
landschap
Inrichtingsprincipes
Omzomen met bomen en groen
Huidige situatie laten
omzomen met water
Richting Westelijke Randweg
Richting Veertweg
Alles groen tenzij
water
Concentreren van groen
Anoniem en verborgen
P1 2
P1+
P2 P1
P2
parkeren combineren
Parkeren oost en west
Parkeren noord en zuid
Compact gebouw (enkellaags)
Verschillende volumes (enkellaags)
Stapelen van programma
Programma
Parkeren
oriëntatie
Eilanden
13576 | 2025/05/20 | Noord-Scharwoude | Ruimtelijk kader Brandweerpost en Reddingsbrigade
23
Programma studie Het programma van de Brandweer, het Centrum voor Vakbekwaamheid, PPMO en de reddingsbrigade komt onder één dak te liggen op het perceel in Noord-Scharwoude. Deze samenwerking kan een efficiëntieslag betekenen voor het ruimtegebruik, maar dit betekent ook dat er nauwkeurig gekeken moet worden naar de indeling van het gebouw. Bovendien vraagt een brandweerpost om specifieke eisen aan ruimtes en de relaties tussen onderlinge ruimtes.
Brandweerkazerne Het is een bovenregionale brandweervoorziening waar gewerkt wordt met een vrijwillige brigade. De brandweerlieden worden opgeroepen, parkeren snel, kleden zich om en hebben dan met de TAS (brandweervoertuig) snelle toegang tot hoofdroutes nodig om noodhulp te kunnen bieden.
Remise incl. stallingsruimtes: • In de remise is onderscheid gemaakt tussen de eerstelijnsvoertuigen: deze rijden altijd als eerste weg, moeten dus dicht aan de weg liggen en moet zonder Om de specifieke eisen en wensen aan het obstakels kunnen wegrijden.Tweede lijn voertuigen ruimtegebruik op te halen heeft een workshop hebben minder haast in een uitruk. Dit zijn veelal plaatsgevonden met de gebruikers: brandweerlieden en containers die door een haakarm-voertuig uit de de reddingsbrigade, en een aantal afgevaardigden van remise worden gehaald, of het zijn containers die al op de gemeente. Tijdens deze workshop zijn aanvullende een haakarm-voertuig staan. Deze kunnen dus ook wensen opgehaald door middel van een werkmaquette, niet achter andere voertuigen staan, maar hoeven ook waarbij men de functies kon plaatsen op de kavel zoals niet bij de eerste lijn voertuigen te staan. dit voor hen het beste zou werken. Daarnaast zijn in de • De breedte van de poorten (overhead deur workshop mogelijke inrichtingsprincipes voor de kavel remise) is 400cm vrij hoogte, onder poort minimaal gepresenteerd en besproken, en een relatieschema 425cm. De vrije hoogte in de remise is afhankelijk voor het programma. Ook na afloop van de workshop is van of je in de remise een container op een veel afgestemd met de gemeente en de Veiligheidsregio haakarmvoertuig wil kunnen zetten.
Dan dient de vrije om de juiste wensen en eisen aan het Programma boven hoogte tussen de constructie t.p.v. een stallingsplaats tafel te krijgen. 6m te zijn. • Het oefentrappenhuis is ongeveer 25 meter en moet De uitkomsten van al deze extra eisen en wensen aan geklimatiseerd zijn, en heeft een footprint van 4x4 het programma zijn hier toegelicht per onderdeel. Het meter. Het oefentrappenhuis is liefst verbonden aan PvE wordt hier niet herhaald, maar aanvullende of het PPMO en niet als apart gebouw op het terrein toelichtende informatie wordt gepresenteerd. geplaatst. Workshop projectgroep
24
Ondersteunende ruimtes: • De wisselplaats is een logistieke plek waar externe bedrijven vervuilde pakken, materialen en lege flessen snel kunnen ophalen zonder door het hele gebouw te hoeven bewegen. Kantoor: • Kantoren mogen op een etage. Algemeen: • Ruimte voor het historisch voertuig moet binnen zijn, het liefst ook een geklimatiseerde ruimte, en heeft een glazen gevel zodat het voertuig zichtbaar is naar buiten toe. • Eigen kantines (met eigen identiteit) voor reddingsbrigade en brandweer zijn een must, maar de keuken mag gedeeld worden. Buitenruimte: • De voertuigen moeten na gebruik gewassen kunnen worden. Dat is op een vloeistof dichte vloer. • Aparte parkeerzones zijn nodig voor medewerkers, bezoekers en voertuigen, met aandacht voor vrachten noodvoertuigen die snel en ongehinderd moeten kunnen uitrukken. • In het parkeren is onderscheid gemaakt in eerste lijn en tweede lijn. Parkeren eerste lijn betekent de parkeerplaatsen voor tijdens een incident/ uitruk. Deze plekken liggen zo dicht mogelijk bij de ingang van de kazerne en zijn wat ruimer omdat er in de haast geen tijd is om netjes in te parkeren. Als deze parkeerplaats vol, betekent dit dat de brandweerauto’s bemenst zijn, degene die dan nog opkomen naar de kazerne kunnen tweedelijns parkeren om vervolgens zich binnen te melden.
Op de eerstelijns parkeerplaatsen mogen geen auto’s parkeren voor opleidingen of bijvoorbeeld vergaderingen, deze blijft altijd vrij voor de uitruk. • De inrit van het huidige kavel is te smal voor de voertuigen. Uitzoeken of één entree alleen mogelijk is en/of het mogelijk is om twee in/uit ritten te maken, of de huidige inrit te verbreden. • Wens om bij buiten trainingen ook toegang te hebben tot aan het wateroppervlakte als blusvoorziening. • Vlaggenmasten gewenst voor op de kavel max. 3 stuks. Centrum voor Vakbekwaamheid Training en scholing van professionals, inclusief fysieke en technische oefenruimtes. Ondersteunende ruimtes remise: • De zuurkast is voor het brandonderzoek en hoort bij ruimte werkplaats (2.2 en 2.3 in PvE)
Buitenruimte: • Buiten trainingsruimtes aan achterzijde positioneren i.v.m. geluid en licht overlast. Trainingen worden vooral gegeven late middag/avond. PPMO (Periodiek Preventief Medisch Onderzoek) Periodieke fysieke en mentale testen voor hulpdiensten. • Er is bewust voor gekozen om PPMO een ‘eigen’ ruimte te geven die geconditioneerd dient te worden. Mocht er naar geheel of gedeeltelijk combigebruik met andere ruimtes onderzocht worden, dan zal dit met de gebruiker moeten worden afgestemd. Vooralsnog is hier bewust niet voor gekozen. •
Graag rekening houden dat er aangesloten aan de PPMO-hal een opstelplaats wordt gerealiseerd voor opstelling van een hoogwerker t.b.v. aanstellingskeuringen. Deze moet bij de PPMO-baan staan i.v.m. hartslagmeters en zicht op de kandidaat.
Reddingsbrigade Opslag en onderhoud van materieel en coördinatie van activiteiten. • Reddingbrigade geeft aan dat kantoren eventueel gedeeld kunnen worden, identiteit is wel aandachtspunt. • Regionale voorzieningen: opslag van haakarm en GOE container nodig (Grote Ongevallen Eenheid). Aanvullende algemene opmerkingen • Bij het opwekken van energie de oriëntatie van het gebouw een rol kan spelen. • Het agrarisch peil ligt ver onder het Langedijkse vaarpeil. Het is nu niet realistisch om de sloot aan te sluiten op de vaarroute, maar mogelijk wel in de toekomst. Een overhaal zal dan noodzakelijk zijn. • Een sloot rondom de gehele kavel als afscherming is mogelijk en gewenst, hierdoor is een hek rondom de kavel niet noodzakelijk. • Het gebouw is niet bedoeld als ‘publiek toegankelijk’, er zijn geen openbare ruimtes, er is alleen voor de gebruikers van het pand toegang. Daarbij horen uiteraard de mensen in opleiding verbonden aan Vakbekwaam Worden. • De kantine kan door gemeentelijke afdelingen worden geboekt als vergaderruimte. • Voorstel om in het ruimtelijk PvE een aanduiding te maken met als kreet, openbaar, semi-openbaar en gesloten ruimten. Op basis van de analyse van het programma kon de maximale footprint van het gebouw op de kavel, en de ideale inrichting van de kavel nader uitgewerkt worden.
13576 | 2025/05/20 | Noord-Scharwoude | Ruimtelijk kader Brandweerpost en Reddingsbrigade
25
Ruimtelijke principes
uwe
er buff
natuurlijke oever
n bla groe
bu uwe n bla groe ffer
1) Ligging in het landschap en omgaan met water Het terrein bevindt zich in een open, agrarisch landschap omgeven door sloten. Bij het ontwerp houden we rekening met de bestaande en historische waterlopen. Dit houdt in dat we de natuurlijke vorm van het terrein volgen en waar mogelijk historische sloten en watergangen behouden of herstellen. Daarnaast creëren we voldoende ruimte voor regenwaterbeheer door sloten te verbreden en wadi’s in te passen. Om naast de landschappelijke uitstraling ook de ecologische waarde van het gebied te vergroten, introduceren we een natuurvriendelijk talud en ruimte voor groen op de kavel. De groene randen rondom het terrein dragen bij aan een soepele overgang tussen het gebouw en de omgeving, zodat het goed in het landschap past.
r
ve natuurlijke oe
inpassing volume in de omgeving
kantoor +1 PPMO +BG
2) Ligging en oriëntatie van het gebouw Het gebouw volgt de oriëntatie van de Veertweg én de Westelijke Randweg. Zo ontstaat een L-vormig gebouw in een licht schuine hoek. De zichtzijde aan de Westelijke Randweg en de Veertweg krijgt een representatieve, expressieve uitstraling. De achterkant is gericht op de praktische functies en wordt zoveel mogelijk aan het zicht onttrokken. De gevels sluiten aan op de interne functies, met een architectuur die het programma ondersteunt. Zo vormt het gebouw een herkenbare toevoeging aan de omgeving. er dwe bran ise rem
snel
kken
uitru
eren park rkers ewe med es aine en tr en buit ag opsl
ing train aus plate
nip en k was ten ruim ne
ee zo entr
n beto ing won
26
tr
s uit
te lijn
eers
n ukke
4) inrichting van het terrein Het terrein wordt ingedeeld in duidelijke zones: parkeren, oefenen, groen en de entreezone. Bezoekers en eerste lijnsvoertuigen parkeren dichtbij de hoofdentree, terwijl personeel, cursisten en brandweermensen een eigen parkeerplaats hebben aan de achterzijde. De technische buitenruimtes, de trainingsplateaus en de opslag zijn gesitueerd aan de westzijde van het terrein, zoveel mogelijk uit het zicht of afgeschermd door het gebouw of groene elementen. De betonwoning mag een expressieve uitstraling hebben en vormt een herkenbaar element binnen de compositie van de gebouwen en de omgeving. Alle onderdelen van de buitenruimte inclusief erfafscheiding worden integraal ontworpen in samenhang met het gebouw en het landschapsontwerp, zodat een samenhangend en doordacht geheel ontstaat. 5) Verkeersroutes op het terrein Alle verkeer komt via één brede toegangsweg aan de Veertweg het terrein op. Vanaf daar splitsen de stromen zich. Bezoekers volgen een duidelijke route met veilige looplijnen naar de entree. Leveranciers, trainees en medewerkers parkeren in achterliggende zones, uit het zicht van de entree. De brandweer gebruikt dezelfde toegang, maar heeft een directe route naar de remise voor snelle uitruk. Het trainingsgedeelte is via de achterzijde van het gebouw bereikbaar, los van de andere stromen.
Eerstelijns parkeerplaatsen liggen bij de remise en zijn bedoeld voor snelle inzet; tweedelijns plekken liggen achterop het terrein.
r +1 toor +1 kan kantoo +BG O +BG PPMOPPM
3) Indeling van het gebouw en het gebruik Het gebouw bestaat in hoofdlijnen uit drie onderdelen: de brandweerremise met aanvullende functies, het opleidingsgedeelte en de kantoorruimte met kantine. De functies worden geclusterd in een compact gebouw, waarbij de verschillende functies optimaal worden gepositioneerd en goed naast elkaar functioneren. De brandweerremise ligt parallel aan de Veertweg, aan de voorzijde van het terrein, voor snelle uitrukmogelijkheden. Het PPMO-parcours langs de Randweg leidt tot een L-vormig gebouw, waarbij de binnenzijde ruimte biedt voor werkzaamheden en door het gebouw wordt afgeschermd. Op het punt waar de PPMO en de remise samenkomen is de gemeenschappelijke entree gepositioneerd. Het PPMO-parcours en de entree bieden ruimte om programma’s zoals de kantine en kantoorruimtes bovenop te stapelen, wat zorgt voor een efficiënte benutting van de ruimte en eenduidige massa. Het oefentrappenhuis krijgt een prominente plaats in het ontwerp als een architectonische markering voor het gebied.
er dwe bran ise redmweer bran ise rem uitru
snel
uitru
kken
eren park rkers ewe med es aine en trren e rk a p ers rk e ew med es aine en tr
en buit ag opsl
ing train aus plate
kken
snel
en buit ag opsl
ing train aus plate nip en k was ten ruim nip en k was ten ruim n beto ing won n beto ing won
ne
ee zo entr truk
te
eers
uit lijns
ne
ee zo entr n
ukke
ittr jns u
te li
eers
ken
parkeren tweedelijns, medewerkers en parkeren trainees tweedelijns, medewerkers en trainees terrein oefeningen terrein oefeningen
eerstelijns uitrukken eerstelijns uitrukken
13576 | 2025/05/20 | Noord-Scharwoude | Ruimtelijk kader Brandweerpost en Reddingsbrigade
27
Landschappelijke eisen Beleid landschap Recent is de Strategische Omgevingsvisie Dijk en Waard vastgesteld. De onderstaande figuur geeft het noordelijke deel van de gemeente weer. Hierin is als landschapsbeleid onder andere de beoogde groene ontwikkeling van de westzijde van Noord en Zuid-Scharwoude aangegeven. De landschappelijke inpassing van de brandweerkazerne dient hier een eerste stap in te zijn, die bepalend kan zijn voor de verdere ontwikkelingen.
Voor het project Brandweerkazerne is het realistisch en gewenst om een basis en een midden-ambitie te hanteren. Dit is gemotiveerd vanuit de positie van het project in de groene ontwikkelingszone in de Strategische Omgevingsvisie Dijk en Waard, maar ook realistisch vanuit de situatie als pionier in het verder nog volledig agrarische buitengebied. Deze concrete doelen en ambities zijn getoond en beschreven in hoofdstuk 2. Het samenbrengen van de richtlijn vanuit de gemeente met de ontwikkelde concrete ambitieniveaus in de deelstudies leidt tot een aantal eisen of regels met betreking tot fauna of biodiversiteit.
Concrete beleidseisen wat betreft fauna Beleid biodiversiteit In het gemeentelijk groenbeleid zijn eerder globale groene ambities vastgesteld (Groenvisie 2020-2040). Dit is vervolgens concreet gemaakt en samengevat in de tabel op de volgende pagina (uit Beleidsplan Klimaatadaptatie - Richtlijn biodiversiteit – Dijk en Waard, 6-11-2023).
Het project brandweerkazerne is een middelgroot project en dient derhalve gebouwbewonende soorten te faciliteren en minimaal één van de volgende categorieën: boombewonende, struweelgebonden, graslandgebonden of water- en oevers gebonden soorten.
Toepassing van de tabel betekent het volgende. De categorie gebouwbewonende soorten valt in de habitatgroep Gras/kruiden/dorp, gekarakteriseerd door een grote variatie aan structuren, geen van allen dominant. Dit refereert aan de dorpse situatie met zowel kruiden, struwelen, muurtjes en daken. Vaak een zeer soortenrijk habitat. Hiervoor hanteren we de midden-ambitie in de ecologische verdiepingsstudies, waarvoor de volgende gidssoorten zijn benoemd: Egel, Gierzwaluw, Gewone dwergvleermuis (naast de soorten Huismus, Dagpauwoog, Honingbij uit de basisambitie).
Kaart noordelijke helft Strategischa Omgevingsvisie, met projectlocatie
Strategische Omgevingsvisie Dijk en Waard 27 juni 2024
28
Tabel uit Beleidsplan Klimaatadaptatie - Richtlijn biodiversiteit – Dijk en Waard (6-11-2023)
Hiervoor is het noodzakelijk op te nemen als eisen in de ontwikkeling: • Huismus: westelijke gevel groen ontwikkelen met klimopbegroeiing. Daarin verwerken 2X ‘mussenflat’ met 4 nestruimtes of voorziening met vergelijkbare capaciteit. • Dagpauwoog: struweelbeplanting toepassen met vlinderstruiken en andere nectarplanten, onder andere door toepassen van groendak. • Honingbij: struweelbeplanting met vlinderstruiken en kruidenvegetatie met andere nectarplanten, onder andere door toepassen van groendak. • Egel: struweelbeplanting met extensief beheer (een faunatunnel nader te overwegen met gemeente) • Gierzwaluw: 8 gierzwaluwkasten in hoog gedeelte gebouw en/of toren, 4 aan oost/zuidkant, 4 aan zuid/westkant. • Gewone dwergvleermuis: Vleermuisstenen of -spleten in gebouw te verwerken vier stuks. Daarnaast stelt de gemeentelijke richtlijn dat bij een project van deze omvang het faciliteren van één andere categorie soorten moet worden meegenomen. In dit geval is op basis van de historische landschapsanalyse (het waterrijke landschap van de 1000 eilanden) maar ook op basis van de doelstelling in de Omgevingsvisie (een groenzone met recreatieve waterverbinding) het
faciliteren van soorten van water en oevers relevant. In de genoemde verdiepingsstudies valt dit onder de habitatgroepen: Water en Moeras/oever. De mogelijke omvang van deze habitats is in het project echter zodanig beperkt dat het hier reëel is te kiezen voor de basis-ambitie. Hiervoor zijn de volgende gidssoorten benoemd: Water: Baars, Fuut, Grote zilverreiger, en Moeras/oever: Kleine karekiet, Blauwe glazenmaker, Groene kikker. Hiervoor is het noodzakelijk op te nemen als eisen in de uitvraag: • Baars: realiseren natuurvriendelijke oever met onderwaterterras 10-30 cm onder polderpeil, met voldoende helofyten en waterplanten • Fuut: visrijk helder open water door realiseren natuurvriendelijke oever • Grote zilverreiger: realiseren natuurvriendelijke oever • Kleine karekiet: rietzoom van tenminste 2 meter breedte over 20 meter lengte • Blauwe glazenmaker: realiseren natuurvriendelijke oever met voldoende helofyten • Groene kikker: realiseren natuurvriendelijke oever met voldoende waterplanten
13576 | 2025/05/20 | Noord-Scharwoude | Ruimtelijk kader Brandweerpost en Reddingsbrigade
29
Landschappelijke uitwerking Beplanting en visuele afscherming Naast de hiervoor genoemde eisen is besloten de landschappelijke uitwerking niet als opties maar helder als uitgangspunt in dit Ruimtelijk Kader op te nemen. Deze dient alleen nog nader te worden geconcretiseerd. Dit betekent dat vanuit de ruimtelijke- en beleidsanalyse en ontwerpdiscussies met de opdrachtgever en toekomstige gebruiker een eenduidig voorstel voor de landschappelijke uitwerking wordt beschreven. Hierin zijn de eisen voor biodiversiteit verwerkt vanuit de eerder opgestelde ecologische visie voor Langedijk, zoals beschreven in de analyse. De analyse van landschap en groen, aangevuld met enkele functionele eisen vanuit de beoogde functie, hebben eveneens geleid tot een aantal eisen voor de toe te passen beplanting. Ook gelden aanvullende voorwaarden voor de beplanting, met name wat betreft toe te passen plantmateriaal. Onderstaande de beschrijving van de te realiseren landschappelijke uitwerking van de kavel.
Landschappelijke karakteristiek en visuele afscherming In de analyse is beschreven dat deze locatie eerder behoorde tot het natte vaarlandschap van de 1000 eilanden en later tot het functionele droge landbouwlandschap. De ontwikkeling biedt de mogelijkheid om beide karakteristieken te combineren. Dit komt met name tot uiting in de boomsoorten. Behorend bij het natte landschap behoren de zwarte els en de wilg (diverse soorten). Behorend bij het droge landschap behoren de witte abeel en de gewone es. Hieruit volgen als eisen bij de concretisering van het landschapsplan:
die als eis wordt meegegeven aan de uitwerking van het plan. Deze zonering is gebaseerd op de analyse van het historische, het huidige en het beoogd toekomstige landschap. Deze zonering geeft tevens invulling aan de eisen voor inpassing van deze nieuwe functie op de gegeven locatie. Het heeft geleid tot verschillende karakters van de vier zijden van het terrein en een eis wat betreft groen voor de bebouwing op het terrein. De noordzijde refereert met name aan het waterrijke landschap van de duizend eilanden. Deze dient daartoe te bestaan uit een brede watergang in combinatie met een verlaagde oeverzone met wadi en een dichte beplanting van zwarte elzen. De westzijde refereert met name aan het huidige agrarische landschap met erfbeplanting en bossingels langs infrastructuur. Deze dient te bestaan uit forse abelen met een ondergroei van dicht struweel. De oost- en zuidzijde refereren aan de oorspronkelijke openheid en hoge waterstanden in het landschap. Deze groenzone bestaat daartoe in basis uit een flauw grastalud van 1:5, met waar daar ruimte voor gemaakt kan worden, verbreed water met een onderwateroever met waterriet en enkele solitaire wilgen. De bebouwing en buitenruimte zelf ten slotte zijn gericht op een natuurinclusieve inrichting, met mogelijk een klimopbegroeide westgevel, waar mogelijk groene daken en passende nestelvoorzieningen voor fauna.
De buitenruimte heeft een natuurlijke begroeiing en ten dele een groene waterdoorlatende verharding. In het deel beeldkwaliteitsplan van deze notitie worden deze typologiën nader geïllustreerd en toegelicht.
Beplanting in relatie tot verlichting en geluid
Vanuit bewoners, maar ook vanuit natuur dienen verstorende effecten als licht en geluid zo veel mogelijk te worden beperkt. Om uitstraling van verlichting naar de • De zwarte els wordt toegepast als landschappelijke omgeving te beperken, wordt afschermende beplanting markering en visuele afscherming aan de noordzijde. toegepast, in het noorden de elzen, in het westen het • De wilg wordt als solitairen opgenomen in het meidoorn-struweel als ondergroei. natte element aan de zuidzijde. Hier is geen visuele Hierbij hoort de wens om de verlichting op het oefenterrein afscherming noodzakelijk. zo mogelijk laag te houden, minder dan 3 meter hoog en • De witte abeel wordt toegepast aan de westzijde zo mogelijk zo gericht dat het licht zo min mogelijk naar de van het perceel, als verwijzing en verbinding met omgeving schijnt. Eisen aan de lichtkleur om vleermuizen de grootschalige landbouwstructuur. Dit wordt gecombineerd met een hoog struweel van meidoorn niet te storen (amber of groen) zijn hier op dit moment niet tot 3 meter hoogte, als visuele afscherming. van toepassing, de gewone dwergvleermuis is relatief • De gewone es wordt aan de oostzijde toegepast, als ongevoelig en er zijn hier geen belangrijke vliegroutes van solitair en markante blikvanger. Hier is geen visuele gevoelige soorten bekend. Wat betreft geluid geldt hetzelfde afscherming noodzakelijk.
doel om de uitstraling naar de omgeving zoveel mogelijk te beperken. De afschermende beplanting zal hierin nauwelijks Zonering landschappelijke inpassing effect hebben. Wel kan het laten begroeien van de blinde Bij de landschappelijke inpassing van het gebouw en westelijke gevel met klimop resulteren in vermindering van de ingerichte buitenruimte is een zonering ontwikkeld geluidsreflectie. Dit is echter geen harde eis. 30
Landschappelijke uitwerking kavel, inclusief landschappelijke zonering
zwarte elzenzone met historische watergang
flauwe oeverzone
natuurinclusieve bebouwing met groendak en nestelvoorzieningen
abelenzone met meidoornstruweel en randsloot
blinde gevel zo mogelijk met klimop
flauwe oeverzone met verbreed water, riet- en wilgen
N 1:1000
Legenda
13576 | 2025/05/20 | Noord-Scharwoude | Ruimtelijk kader Brandweerpost en Reddingsbrigade
31
Plantmateriaal Het is de bedoeling om met de ontwikkeling in het algemeen zo veel mogelijk bij te dragen aan de biodiversiteit van de gemeente. Hieruit volgt dat het groen zo veel mogelijk met wilde soorten wordt ontworpen en daarvoor toepassen van inheems plantmateriaal het uitgangspunt vormt. Hiervoor verwijzen we verder naar het gemeentelijk beleid met betrekking tot groen en biodiversiteit. Hieruit gelden als eisen in de concretisering van het landschapsplan: • Toepassen van zo veel mogelijk natuurlijke beplanting, met inheems plantmateriaal • Aansluiten op beleid groen en biodiversiteit gemeente
Waterberging en vertraagde afvoer De ontwikkeling van gebouw en verharding zal leiden tot een afname van de infiltratiecapaciteit voor regenwater, wat zal leiden tot een extra belasting van het rioolstelsel of het oppervlaktewatersysteem. Vanuit dit gegeven zijn vanuit het Hoogheemraadschap eisen gesteld aan watercompensatie en vertraagde afvoer van regenwater. Wat betreft watercompensatie geldt dat deze
Maatregelen waterberging volgend uit landschappelijke uitwerking
32
ontwikkeling minimaal tussen 10% en 12,5% uitbreiding van oppervlaktewater dient te hebben. Daarbij kan het toepassen van infiltrerende bestrating, waar dat zonder mogelijke vervuiling van bodem of grondwater kan, de opgave verminderen. In de landschappelijke uitwerking zijn met name het herstel van de historische watergang, met een breedte gelijk aan de overzijde van de randweg, en een doorgetrokken randsloot met voldoende breedte rond het gehele kavel bepalend geweest voor het te realiseren nieuwe oppervlaktewater. Hier is nog een verbreding aan toegevoegd die noodzakelijk is voor het oefenen met pompen en blussen. Aan de zijde van de Veertweg is een verbreding van de sloot ingetekend die de landschappelijke uitstraling en ecologie versterkt. Dit alles heeft geleid tot een watercompensatie van ca 2140 m2, ofwel 22,5% van het oppervlak. Dit is een ruime invulling van de eis, maar daardoor met landschappelijke, historische en ecologische meerwaarde. Als eis dient deze watercompensatie in de concretisering van het landschapsplan gerealiseerd te worden.
Daarnaast speelt ook de eis om regenwater vertraagd af te voeren. In de richtlijn voor Klimaatbestendig bouwen MRA (deze wordt ook door gemeente Dijk en Waard gehanteerd) geldt als uitgangspunt: Hevige neerslag (1/100 jaar, 70 mm in een uur) zorgt niet voor schade in en aan gebouwen, infrastructuur en voorzieningen. Deze neerslag op dit terrein dient opgevangen en vertraagd te worden afgevoerd. Deze berging wordt hiervoor in de eerste 24 uur niet geleegd en is in maximaal 60 uur weer beschikbaar. In de landschappelijke uitwerking is passend gebleken om ca 490 m² wadi te realiseren, met elzenbeplanting, als onderdeel van de noordelijke groene omzoming van het terrein. Dit dient in de concertisering van het landschapsplan gerealiseerd te worden. Daarnaast kan met behulp van een waterberging op dak of met berging in
kratten onder waterdoorlatende verharding aanvullende buffering worden gerealiseerd.
Aanzet voor ontwikkeling Lange Termijn Deze robuuste groene kavelinrichting is zo ontworpen dat het een eerste aanzet vormt voor de beoogde groene ontwikkelingszones zoals deze in de Omgevingsvisie zijn aangegeven. Deze groene zones zijn voorzien langs de westrand van de bebouwing en langs de zuidkant van de provinciale weg. Ze vormen een kleinschaliger verkavelde rand met bredere maatschappelijke functies, inclusief ecologische verbinding, waterberging en vaar- en fietsrecreatie, als verbinding met het Geestmerambacht en het duingebied. De nu voorgestelde forse groenstructuren en watergang kunnen daarin worden doorgezet en daarmee in betekenis versterkt.
Brandweerkavel als aanzet van groene ontwikkeling Lange Termijn
13576 | 2025/05/20 | Noord-Scharwoude | Ruimtelijk kader Brandweerpost en Reddingsbrigade
33
Ruimtelijk kader De ruimtelijke kaderkaart legt de ontwerpregels en ruimtelijke mogelijkheden vast voor de nieuwe brandweerkazerne, centrum voor vakbekwaamheid en reddingsbrigade. Het biedt een leidraad voor de verdere planvorming. Binnen dit kader is een ruimtelijke voorbeelduitwerking getekend die een beeld geeft bij de positionering en organisatie van het gebouw en de buitenruimte. De voorbeelduitwerking gaat uit van een programma zonder synergie. Zo biedt het ruimtelijk kader altijd voldoende ruimte voor een architect om in een volgende fase optimalisaties in het ontwerp te vinden. Een van de regels voor de bebouwing is dat de footprint van het gebouw maximaal 2.500 m2 mag bedragen. Bij deze footprint zal programma op de 1e verdieping geplaatst moeten worden. Gestreefd wordt naar
een representatieve uitstraling op de hoek met een bijpassende massa. Door programma zoals de kantoren op de 1e verdieping te plaatsen boven de entree en het PPMO, ontstaat er een expressieve gevel met uitstraling naar de Westelijke Randweg toe. De gevels aan de Veertweg en de Westelijke Randweg moeten een hoogwaardige uitstraling krijgen, de oriëntatie van het gebouw richt zich naar deze wegen. De entreezone en de remisepoorten zijn aan de Veertweg georiënteerd, om optimale uitruk te bevorderen en een goed zichtbare entree te maken. Om de ontsluiting van de kavel goed te organiseren zal de huidige entree over de sloot verbreed moeten worden. De oefenplateau’s en was- en knipplaatsen zijn aan de west- of noordzijde georiënteerd, om ze af te kunnen schermen achter het gebouw en het groen.
Regels Buitenruimte •
Oppervlaktewatercompensatie conform de landschappelijke uitwerking. Oppervlakte minimaal 2.100 m². Het toegevoegde oppervlaktewater is continu en sluit altijd aan twee zijden aan op het bestaande waternetwerk.
•
Locatie en oppervlakte wadi conform de landschappelijke uitwerking. Oppervlakte wadi minimaal: 440 m² en diepte 50 cm.
•
Oeverprofielen en beplanting van randzones worden uitgevoerd conform de hiervoor beschreven landschappelijke uitwerking.
•
Zoekgebied parkeren: er moet onderscheid zijn tussen 1e- en 2e-lijns parkeren en bezoekersparkeren, en dit wordt zoveel mogelijk uit het zicht georganiseerd van representatieve gevels.
•
Bezoekersparkeren afwaterend op de wadi, eventueel met infiltrerende bestrating en extra buffer.
•
Oefenplateaus en knip- & wasruimtes worden zoveel mogelijk uit het zicht van representatieve gevels geplaatst.
•
Vergroting van de bestaande inrit voor een betere ontsluiting en verkeersveiligheid.
•
Gebouwde buitenruimtes zoals bergingen, betonwoning en opslagcontainers worden zoveel mogelijk geclusterd en maken integraal deel uit van de ontwerpopgave.
•
Hekwerken en erfafscheiding worden mee ontworpen met het gebouw en de terreininrichting.
34
Regels Bebouwing •
Maximaal te ontwikkelen oppervlakte voor groen en bebouwing: 15.600 m².
•
Maximale footprint van het gebouw is 2.500 m².
•
De gevels aan de Veertweg en Westelijke Randweg hebben een extra representatieve uitstraling vanwege hun zichtbaarheid vanuit de openbare ruimte, zonder dat dit ten koste gaat van de zorgvuldige vormgeving van de overige gevels.
•
De oriëntatie van het gebouw volgt het verlengde van de Veertweg en de Westelijke Randweg, wat resulteert in een L-vormige opzet.
•
De entreezone en remisenpoorten bevinden zich aan de Veertweg voor optimaal uitrukken.
•
Maximale bouwhoogte: 12.5 m, met uitzondering van het oefentrappenhuis (max. 25 m).
•
Het gebouw heeft groene daken en faunavoorzieningen conform de landschappelijke uitwerking en de eisen op pagina 29.
Ruimtelijk kaderkaart
ef
b
ad dW
els
ha
ossc
tb i me
bie ekge
te war ge Z
Zo
* 0m2
m lakte
.50 ax 2
erv opp
gte*
hoo
m
ruik laag
ef
i tens w in
blau
et st
nm
n groe
le Abe
e Zon
12.5
lud 1:5 ever en ta
n groe
Natuurlijkevriendelij ke rieto
e Zon
si nten i w lau
ijke rietoever riendel v e k j i url Natu
en talud 1:5
N 1:1000
Legenda Kavelgrens waarin gebouwd moet worden
Positie hoofentree i.c.m. fietstalling en bezoekers parkeren
Zoekgebied oefenplateaus en knip&wasplek aan westkant
Entree kavel met verbreding van bestaande entree
Zoekgebied resterende voorzieningen buitenruimte
Zone Groenblauw intensief: zoekgebied waterberging met bestaand netwerk, wadi en intensieve groeninvulling.
Gevels met hoogwaardige uitstraling Max. footprint gebouw 2.500 m² exacte positie n.t.b. in uitwerking Max. hoogte 12.5 meter bouwwerk (m.u.v. oefentrappenhuis max. 25m) Indicatief locatie van het oefentrappenhuis
Zone Groenblauw representatief: Voorzijde met natuurvriendelijke rietoever en lage groen invulling met mogelijk extra oppervlakte water compensatie. Zoekruimte verbinding voor trainingen met pomp-installatie en oppervlaktewater
13576 | 2025/05/20 | Noord-Scharwoude | Ruimtelijk kader Brandweerpost en Reddingsbrigade
35
Voorbeeld uitwerking Om een expressieve gevel te maken met
Door de L-vormige opzet van het gebouw kunnen
uitstraling naar de Westelijke Randweg en de
functies die mogelijke lichtoverlast veroorzaken
Veertweg, wordt het gebouw in een L-vormige
of die minder prettig ogen zoals autowrakken,
opzet gepresenteerd. Op de hoek wordt de
strategisch verborgen worden aan de westzijde
entree voorzien waar het historische voertuig
van de kavel. Zo staan deze functies ook op
tentoongesteld staat. Functies zoals kantoren,
maximale afstand van de bebouwing aan de
lesruimtes en kantines zijn op de eerste
overzijde van de Westelijke Randweg. Het is
verdieping gepositioneerd. Het PPMO en de